Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Sarcofaag van Herennius Etruscus, broer van Claudius II Gothicus (Museum Altemps, Rome)

Maar hoe erg was het feitelijk? Een gesneuvelde keizer is natuurlijk een aanwijzing dat het menens was, maar beschrijvingen van “barbaren” zijn sowieso stereotiep en mensen kunnen hun angst voor onoverzichtelijke problemen makkelijk omzetten in vijandsdenken. Deze of gene minderheid geldt dan als de boeman die de schuld krijgt voor een anders slecht benoembaar probleem. Zoals joden, christenen en astrologen nogal eens de schuld kregen, zo ook buitenlandse vijanden.

Dat er wel degelijk iets aan de hand was, blijkt uit muntschatten. In tijden van crisis begraven mensen hun geld, en de ruim 700 schatten uit Bulgarije zijn ongelijkmatig verdeeld: ruimtelijk bezien zijn er meer in het gebied langs de Donau dan in het zuiden, temporeel bezien is de helft te dateren tussen 235 en 270. Het laatste jaar correspondeert met een overwinning van keizer Claudius II Gothicus. (Zijn bijnaam hoef ik niet uit te leggen.) Er is meer bewijs dat de crisis serieus was: keizer Aurelianus (r.270-275) ontruimde de gebieden benoorden de Donau. Moesia was opnieuw een grensprovincie.

Herstel

De vierde eeuw zag herstel, dat meestal wordt geassocieerd met de regering van keizer Diocletianus (r.284-305), die inzag dat er meer dan één keizer moest zijn om op alle plaatsen tegelijk gezag te kunnen uitoefenen. De door hem ingezette hervormingen werden door zijn opvolgers voortgezet, waarvan Constantijn de Grote (r.306-337) de belangrijkste is. Zo werden de provincies opnieuw ingedeeld, waarbij de Thracische gebieden samenkwamen in één zogeheten diocees, dat ook Thracië heette.

Laatantieke keizer (Archeologisch museum, Veliko Tarnovo)

Het muntstelsel werd vernieuwd – in musea zie je dat goudstukken de zilverstukken overvleugelden – en het leger kreeg betere forten, die we kunnen typeren als kastelen. Waren dat aanvankelijk vooral grensforten, in de loop der tijden werden ook de (inmiddels kleinere) steden voorzien van indrukwekkende stadsmuren. Versterkte politieposten bewaakten de wegen, bruggen, mijnen, ateliers en andere strategisch belangrijke plekken.

Voor Thracië was speciaal belangrijk dat Diocletianus zijn residentie plaatste in de stad Nikomedeia aan de Zee van Marmara. Het graan dat nodig was om de stad te voeden, kwam uit de vallei van de Maritsa. Zijn opvolger Galerius nam Thessaloniki als residentie, en ook die stad leefde van Thracisch graan.

De baden van Sofia

Het christendom

Diocletianus beschouwde manicheeërs en christenen als on-Romeins en vervolgde hen jarenlang, maar Galerius maakte daaraan in 311 een einde. Hij deed dit toen hij een bezoek bracht aan de geneeskrachtige baden van Serdica, het huidige Sofia, waar het badhuis in kwestie is geïdentificeerd. Galerius’ opvolger Licinius besloot te gaan samenwerken met de christenen en de dynastie van Constantijn zette dat beleid na 324 voort.

En ook hij koos een residentie: Byzantion, dat later Constantinopel zou heten. Thracisch graan was opnieuw belangrijk. De Via Diagonalis die ik eerder noemde, werd belangrijker dan ooit: het was de weg naar de keizerlijke residentie. Ze heet tot op de dag van vandaag Тsarigradski pieti, de weg naar Tsarigrad, “keizerstad”. Het is geen toeval dat toen in 343 de christenen over hun christologische geschillen discussieerden, ze dat deden in een stad aan deze weg: de Synode van Serdica. Makkelijk bereikbaar over de weg vanuit Constantinopel en via de Donau vanuit het westen. Een van de aanwezigen was Sint-Servaas, de bisschop van Tongeren die in Maastricht zou worden begraven.

Het herstel van Thracië en Moesia Inferior, ingezet rond 270, kwam na een eeuw echter abrupt ten einde.

[Wordt later vandaag afgerond]

#Aurelianus #barbaren #Carpi #ClaudiusIIGothicus #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #diocees #Diocletianus #Galerius #Goten #graan #Licinius #MaximinusThrax #Moesia #muntschat #Nikomedeia #Sarmaten #Serdica #SintServaas #Sofia #SynodeVanSerdica #Thracië #ViaDiagonalis

Romeins Thracië

De Via Egnatia in Filippoi

[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Romeinse Republiek

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.

Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.

Romeins cavaleriemasker (Archeologisch museum, Stara Zagora)

Er ging geen decennium voorbij zonder gevechten. In de jaren tachtig van de eerste eeuw was het dus de oorlog tegen Mithridates; in de jaren zeventig bereikten de legioenen de Donau; in de jaren zestig leden ze een nederlaag tegen de Geten. Julius Caesar wilde de regio in de jaren vijftig pacificeren maar koos voor Gallië, en werd vermoord voordat hij in 44 v.Chr. alsnog naar Thracië kon komen – verschillende legioenen waren al vooruitgestuurd.

Na ongeveer 40 v.Chr. was duidelijk dat twee mannen zouden vechten om de erfenis van Julius Caesar: Octavianus, gestationeerd in Italië, en Marcus Antonius, gestationeerd in het oosten. Het was even duidelijk dat de confrontatie zou plaatsvinden op de Balkan, en dus veroverde Octavianus in de jaren dertig Illyricum, zodat hij altijd over het land naar Macedonië, Griekenland en Thracië zou kunnen. Zo naderden de Romeinen Noord-Thracië niet alleen vanaf de Egeïsche Zee, maar ook vanaf de Adriatische Zee. Omdat de Odrysen inmiddels een vriendelijk, pro-Romeins koninkrijk vormden, werden ze niet geannexeerd, maar het gebied langs de Beneden-Donau werd in 12 v.Chr. wel onderworpen: de provincie Moesia. De afstammelingen van de Triballiërs en de Geten leefden nu in het Romeinse Rijk.

Het graf in Karanovo

Het Romeinse Keizerrijk

De annexatie van het Odrysische Rijk volgde ten tijde van keizer Claudius, in het jaar 46 na Chr. Hun gebied zou bekend komen staan als de Romeinse provincie Thracia. De hoofdstad was Perinthos. Het graf van de laatste heerser van een onafhankelijk deel van Thracië, Rhoemetalces III, is geïdentificeerd in een grafheuvel in Karanovo. Voor het eerst sinds de regering van koning Filippos II van Macedonië, vier eeuwen eerder, leefden alle Thraciërs weer in hetzelfde rijk – en opnieuw werden ze bestuurd door een vorst die ergens in het verre westen leefde.

Onomstreden was de Romeinse heerschappij niet. De Romeinen bouwden weliswaar een reeks forten langs de Donau, waaronder het fort Novae voor legioen VIII Augusta, maar keizer Domitianus moest in de jaren 85-89 aanvallen afweren van de Daciërs. Zij leefden in wat nu Roemenië is en de oorlogssituatie dwong de Romeinen tot een provinciale herindeling: Moesia werd gesplitst in Moesia Superior en Moesia Inferior, wat je kan vertalen als het stroomopwaarts en het stroomafwaarts gebied langs de Donau. Het werd in Thracië pas echt rustig toen keizer Trajanus het koninkrijk Dacië binnenviel (101-102) en daarna definitief annexeerde (105-106). Ik schreef al eens over zijn enorme overwinningsmonument bij Adamclisi.

Adamclisi

Pax Romana

Het verhaal van de provincies Thracia en Moesia Inferior is feitelijk dat van alle andere Romeinse provincies. Er kwamen nieuwe wegen, zoals die van Belgrado over Niš, Sofia, Plovdiv, Edirne naar Byzantion (Istanbul) aan de Bosporus. In het archeologisch potjeslatijn heet die wel Via Diagonalis, omdat die als een scheve lijn van noordwest- naar zuidoost-Bulgarije gaat.

De steden groeiden – niet zelden worden verstedelijking en romanisering beschouwd als twee namen voor hetzelfde proces – en dat kwam niet alleen door natuurlijke bevolkingsgroei, maar ook door migratie. (Ik zou niet goed weten hoe de voorouders van de joodse vrouw waarover ik eens blogde, anders dan door migratie in Bulgarije kunnen zijn aangekomen.)

Een speciale groep migranten waren de legionairs die hier land kregen. In de provincie Thracië lagen, behalve de hoofdstad Perinthos, onder meer ook de havensteden Byzantion en Mesembria (Nesebar), en in het binnenland Hadrianopolis (Edirne), Filippopolis (Plovdiv), Serdica (Sofia) en Pautalia (Kyustendil). In Moesia Inferior lagen de havensteden Histria, Tomis (Constanza), Odessos (Varna) en langs de stroom Troesmis, Durostorum, de legioensbasis Novae en de hoofdstad Oescus. Na Trajanus’ overwinning stichtte hij Nikopolis.

De oude Thracische godin Bendis en een Romeins gezin (Archeologisch museum, Sofia)

Mannen uit deze steden deden dienst in de Romeinse hulptroepen en, als ze het burgerrecht hadden gekregen, in de legioenen. Het Thracisch raakte overvleugeld door het Grieks, al zijn er opvallend veel Latijnse inscripties bekend uit het huidige Bulgarije, en bleven aloude grafgebruiken bestaan. En zoals overal maakte de provinciale adel carrière in het Romeinse Rijk: in 235 trad keizer Maximinus Thrax aan, wiens bijnaam aangeeft dat hij uit Thracië stamde.

Zijn korte regering – van 235 tot 238 – markeert het einde van de betrekkelijke rust en het begin van de Crisis van de Derde Eeuw.

[Wordt straks vervolgd]

#Adamclisi #Bessers #Claudius #Dacië #Domitianus #Geten #Karanovo #MarcusAntonius #MaximinusThrax #MithridatesVIEupator #Moesia #Nesebar #NikopolisAanDeDonau #Novae #Octavianus #Odrysen #Perinthos #RhoemetalcesIII #Serdica #Sofia #Spartacus #Thracië #Trajanus #Triballiërs #ViaDiagonalis #ViaEgnatia #VIIIAugusta
The "barracks emperors" is a term coined by later historians referring to the Roman emperors who were chosen and supported by the army during the period known as the Crisis of the Third Century (also known as the Imperial Crisis, 235-284). #History #Zenobia #Valerian #RomanEmpire #RomanEmperor #Postumus #PhilipTheArab #MaximinusThrax #GordianEmperors #Gallienus #Decius #Cniva #BattleOfAbritus #BarracksEmperors #Aurelian #HistoryFact https://whe.to/ci/1-16451-en/
The Barracks Emperors: Instability of Populist Rule

The "barracks emperors" is a term coined by later historians referring to the Roman emperors who were chosen and supported by the army during the period known as the Crisis of the Third Century (also...

World History Encyclopedia
The Crisis of the Third Century (also known as the Imperial Crisis, 235-284) was the period in the history of the Roman Empire during which it splintered into three separate political entities: the Gallic Empire, the Roman Empire, and the Palmyrene Empire. #History #PhilipTheArab #MaximinusThrax #Cniva #BarracksEmperors #Aurelian #HistoryFact https://whe.to/ci/1-16450-en/
The Crisis of the Third Century: A Pivotal Era of Ancient Rome

The Crisis of the Third Century (also known as the Imperial Crisis, 235-284) was the period in the history of the Roman Empire during which it splintered into three separate political entities: the...

World History Encyclopedia

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Archeologen hebben de begraafplaats op de Albaanse Berg geïdentificeerd en we beschikken ook over grafstenen uit andere delen van het Romeinse Rijk. Een interessant trekje is dat de legionairs van II Parthica niet alleen hun legioensnaam, maar ook hun centuria (bataljon) vermeldden. Alleen de soldaten van II Traiana Fortis die in Alexandrië hun kameraden begroeven, hadden dezelfde gewoonte. Dit suggereert dat de eerste soldaten van het Tweede Parthische Legioen zijn gerekruteerd onder de gelijkgenummerde Alexandrijnse eenheid.

Elf jaar afwezig

Een strategische reserve zet je doorgaans in op een bedreigd punt en omdat Rome in de derde eeuw nogal eens werd bedreigd, marcheerde II Parthica van hot naar her. Waarschijnlijk zette Septimius Severus het in tijdens zijn Britse campagne (208-211) en nam zijn zoon en opvolger Caracalla het legioen mee bij zijn veldtocht tegen de Alamannen in 213. Het bewijs hiervoor is een grafschrift uit Worms, dat echter ook kan verwijzen naar de Germaanse oorlogen van Severus Alexander of Maximinus Thrax (234-236). II Parthica heeft zeker tegen de Parthen gevochten in de campagnes van 214-217. De commandant was betrokken was bij de moord op keizer Caracalla en de troonsbestijging van Macrinus.

In de winter van 217/218 verbleef II Parthica in Apameia in Syrië, waar het de zijde koos van weer een nieuwe pretendent: Caracalla’s familielid Bassianus, beter bekend als keizer Heliogabalus, die op dat moment al de steun had van III Gallica. Na de troonsbestijging van Heliogabalus kreeg het legioen de bijnaam Pia Fidelis Felix Aeterna (“eeuwig trouw, loyaal en gelukkig”). Het is denkbaar dat de soldaten die tijdens de actie waren gesneuveld, als groep zijn begraven. De grafstenen stonden in Apameia op een veldje te wachten op een officiële publicatie, die er bij mijn weten nooit meer is gekomen. Of ze er nog staan, nu Apameia systematisch is geplunderd, weet ik niet, maar kijk wel even hier en daar.

In elk geval keerde II Parthica samen met Heliogabalus terug naar Rome (218/219). Het kan wel elf jaar uit Italië zijn weggeweest, als het legioen inderdaad deelgenomen heeft aan de campagnes in Schotland, tegen de Alamannen en tegen de Parthen.

Grafschrift uit Worms (Andreasstift)

Opnieuw op mars

In 231 vertrok keizer Severus Alexander naar het oosten om te strijden tegen een nieuwe vijand: de Sassanidische Perzen, die inmiddels de Parthen hadden vervangen. Opnieuw had II Parthica zijn winterverblijf in Apameia. De veldtocht verliep in zoverre succesvol dat de Perzische expansie een halt werd toegeroepen. Misschien behoren de hierboven genoemde grafstenen uit Apameia bij deze gevechten.

Vervolgens marcheerde Severus Alexander via de Balkan en langs de Donau naar het Rijnland, waar II Parthica opnieuw een rol speelde in een oorlog tegen de Alamannen. De soldaten waren aanwezig in Mainz toen Severus Alexander werd vermoord (235). Later steunden ze zijn opvolger Maximinus, die de Germaanse oorlog succesvol afrondde.

In de daaropvolgende jaren vocht II Parthica met Maximinus tegen de Sarmaten in wat nu Hongarije is, en nam het deel aan zijn campagne in Italië, waar de Senaat in opstand was gekomen. De senatoren hadden twee nieuwe keizers gekozen, Pupienus en Balbinus, en Maximinus was gedwongen op Rome te marcheren. De soldaten van II Parthica wisten echter dat hun familieleden als gijzelaars dienden en hadden weinig zin in deze oorlog. Ze doodden Maximinus dus in Aquileia. Daarna marcheerden ze naar Rome terug, waar inmiddels Gordianus III aan de macht was gekomen. Het legioen was zeven jaar weggeweest.

Het bleef niet lang in Italië. De begraafplaats op de Albaanse Berg bevat geen grafstenen die jonger zijn dan de regering van Gordianus. De volgende dateerbare inscriptie is de grafsteen van een standaarddrager, Felsonius Verus, gevonden in (alweer) Apameia. Diens grafschrift noemt zijn eenheid II Parthica Gordiana, wat bewijst dat het Tweede bij Gordianus was tijdens zijn Perzische Oorlog (242-244).

In februari 249 was het legioen weer in Italië, hoewel niet per se op de Albaanse Berg. In de tussentijd heeft het misschien deelgenomen aan de oorlog tegen de Carpi van Philippus Arabs. In de tweede helft van 249 streed II Parthica voor deze keizer tegen diens rivaal Decius, maar werd het verslagen bij hetzij Verona in Noord-Italië, hetzij Beroea in Macedonië.

Inscriptie van een soldaat van II Parhica (Capitolijnse Musea, Rome)

Latere veldtochten

Inscripties bewijzen dat II Parthica zich gedurende de volgende halve eeuw in allerlei delen van het imperium bevond, maar het is moeilijk de volgorde van de diverse campagnes vast te stellen. Zeker is dat het Tweede Parthische Legioen in het rond 260 uitgebroken conflict tussen de keizers Gallienus (in Italië) en Postumus (in Gallië) eerstgenoemde steunde, waarvoor het werd beloond met bijnamen als Pia V Fidelis V (“vijfmaal trouw en loyaal”), Pia VI Fidelis VI en ten slotte Pia VII Fidelis VII.

Omdat Gallië tot 274 onafhankelijk was, kan een in Bordeaux gevonden inscriptie met vermelding van II Parthica daar pas in het laatste kwart van de derde eeuw zijn achtergelaten. Een inscriptie uit Arabia Petraea behoort mogelijk tot Aurelianus’ campagnes tegen keizerin Zenobia van Palmyra, dus ruwweg 272-273. Andere inscripties zijn te vinden in Thracië, Numidië en Cilicië. Zoals gezegd: ondateerbaar.

Het Tweede Parthische Legioen bevond zich aan het begin van de vierde eeuw in Italië en is vrijwel zeker ontbonden door Constantijn de Grote. Na zijn overwinning bij de Milvische Brug (oktober 312) reorganiseerde hij namelijk het stedelijk garnizoen. In elk geval wordt niet meer vermeld in onze bronnen of op inscripties.

Hoewel – er is een uitzondering. Rond 400 was een legioen met dezelfde naam, samen met II Armeniaca en II Flavia, gelegerd in Bezabde aan de Tigris, het huidige Cizre. Deze eenheid moet teruggaan op een verzelfstandigde onderafdeling, maar het kan ook een afsplitsing zijn van het in de buurt gelegerde I Parthica. In elk geval kon deze eenheid de verovering van Bezabde door de Perzen in 360 niet voorkomen, waarna II Parthica definitief verdwijnt.

#Alamannen #AlbaanseBerg #Apameia #Aquileia #Aurelianus #Balbinus #Bezabde #Bordeaux #Caracalla #Cizre #ConstantijnDeGrote #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #FelsoniusVerus #Gallienus #GallischeRijk #GordianusIII #Heliogabalus #IParthica #IIArmeniaca #IIFlavia #IIParthica #IITraianaFortis #IIIGallica #inscriptie #legioen #Macrinus #Mainz #MaximinusThrax #Palmyra #ParthischeRijk #PhilippusArabs #Postumus #PraetoriaanseGarde #Pupienus #RomeinsLeger #SeptimiusSeverus #SeverusAlexander #VMacedonica #Worms #Zenobia

IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Burnum

De eerste basis was dus Burnum in de provincie Dalmatië. Daar verving IIII Flavia XI Claudia, dat naar het Rijnland was overgeplaatst. Stuivertje wisselen dus. De aanwezigheid van het Vierde blijkt uit een aantal inscripties en verschillende dakpannen en bakstenen. Onder de soldaten bevond zich Javolenus Priscus, een van de bekendste juristen tijdens de regering van keizer Trajanus.

Dakpanfragment van IIII Flavia Felix (Archeologisch Museum, Zadar)

In de eerste jaren van zijn bestaan ​​​​ ontving IIII Flavia de eretitel titel Felix, “gelukkig”. Het is denkbaar dat het deze titel al vanaf de oprichting droeg, maar het is waarschijnlijker dat het een overwinning herdacht, misschien op de Daciërs, die in de komende veertig jaar gevaarlijke vijanden waren. Ze woonden in het moderne Roemenië, ten noorden van de Donau.

De Dacische Oorlogen

De Daciërs vielen het Romeinse Rijk binnen in 86 na Chr., en versloegen de legioenen die Moesia moesten verdedigen. Keizer Domitianus reorganiseerde de grensverdediging en bereidde de regio voor op oorlog. De provincie Moesia werd in tweeën gesplitst, en IIII Flavia Felix moest Moesia Superior verdedigen, d.w.z. de westelijke helft van de zone langs Beneden-Donau. Daartoe werd het overgeplaatst naar Singidunum ofwel Belgrado, hoewel een kort verblijf in Viminacium (Kostolac in Servië) niet valt uit te sluiten. Resten van de legioenbasis in Belgrado zijn gevonden in het enorme fort Kalemegdan dat zich nog altijd verheft bij de samenvloeiing van Donau en Sava.

In 88 viel een grote Romeinse legergroep Dacië binnen. Generaal Tettius Julianus versloeg koning Decebalus bij Tapae; IIII Flavia Felix was een van de negen betrokken legioenen. Helaas verhinderde de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, blijvend succes (89 na Chr.).

In 98 gaf keizer Trajanus, net aangetrede, het legioen opdracht wegen aan te leggen in de regio ten noorden van de Donau, waar Tibiscum (het huidige Jupa) werd gesticht. Het doel was de beheersing van enkele kopermijnen, maar het betekende ook dat de IJzeren Poort voortaan van beide kanten door Romeinse troepen was beschermd.

Vier jaar later nam IIII Flavia Felix deel aan de Dacische campagne van Trajanus en was het korte tijd gestationeerd in de hoofdstad van de geannexeerde gebieden, Sarmizegetusa. (Het garnizoen bestond verder uit I Adiutrix en XIII Gemina.) Een onderafdeling bouwde een fort nabij Arad in het westen van Roemenië, waar het een oogje hield op de Sarmaten, een stam in het oosten van Hongarije die in 92 nog XXI Rapax had vernietigd. Dit fort beheerste ook de weg langs de rivier de Mures, die Dacië verbond met de Romeinse gebieden in Pannonië (West-Hongarije).

Belgrado

Trajanus’ opvolger Hadrianus stuurde het legioen terug naar Belgrado en gaf een deel van de veroveringen op, maar de Romeinse troepen bleven patrouilleren langs de Mures-weg. Een onderafdeling van IIII Flavia Felix was gestationeerd in Apulum (Alba Julia), beroemd om zijn goudmijnen.

Inscriptie van IIII Flavia Felix (Archeologisch Museum,
Sremska Mitrovica)

Het staat vast dat het legioen verschillende wegen in Moesia Superior heeft bewaakt. Een inscriptie vermeldt een politiepost in Naissus (het huidige Niš aan de Morava); een andere post was Ulpiana aan de Donau, waarvandaan een weg leidde naar Thessaloniki en de Egeïsche Zee, en een andere naar Scodra en de Adriatische Zee.

De tweede eeuw

Het gebeurde in de tweede en derde eeuw steeds vaker dat, als er ergens een crisis was, de keizer verschillende legioenen vroeg een onderafdeling te sturen. Die werden dan samengevoegd tot een nieuwe eenheid. Soldaten uit verschillende regio’s konden zo van elkaar leren, terwijl de grensverdediging nergens een storend groot gat kreeg. Tijdens het bewind van Antoninus Pius (r.138-161) was een onderafdeling van IIII Flavia Felix in Mauretanië om te vechten tegen de Mauri.

Het Vierde Flavische, Gelukkige Legioen speelde een belangrijke rol in de campagnes van keizer Marcus Aurelius (r.161-180) tegen de stammen aan de overzijde van de Midden-Donau. De oorlog verliep goed en het leek erop dat de Romeinen Bohemen zouden annexeren, maar een vals bericht in 175 dat Marcus was overleden lokte een opstand uit in het oosten, waar Avidius Cassius zichzelf uitriep tot keizer. Hoewel de oostelijke troepen loyaal bleven, besloot Marcus de oostelijke provincies te bezoeken. Pas in 178 werd de oorlog hernomen en opnieuw hadden de Romeinen de overhand. De details blijven onduidelijk, maar zeker is dat IIII Flavia Felix een belangrijke rol speelde.

Een van de officieren van het legioen in de jaren 180 was Clodius Albinus, die zich in 193, na de dood van Pertinax, in Brittannië uitriep tot keizer. Hij was niet de enige kandidaat. De Donaulegioenen plaatsten Lucius Septimius Severus, de gouverneur van Pannonia Superior, op de troon en versloegen voor hem eerst Didius Julianus in Rome, vervolgens Pescennius Niger in Syrië en tot slot Clodius Albinus bij Lyon.

Een onderafdeling van IIII Flavia Felix nam onder Septimius Severus deel aan een campagne tegen het Parthische Rijk. De commandant van het legioen was op dat moment Gaius Julius Avitus Alexianus, de zwager van de keizer.

Grafsteen van een soldaat van IIII Flavia Felix (Apameia)

Late Oudheid

In de derde eeuw voerde Rome verschillende oorlogen tegen de opvolgers van de Parthen, de Sassanidische Perzen. Dat IIII Flavia Felix aan ten minste één van die campagnes heeft deelgenomen, is waarschijnlijk, omdat een grafsteen van een legionair is gevonden in Kyrrhos in Syrië. Een inscriptie uit Spiers aan de Midden-Rijn moet behoren tot een van de oorlogen tegen de Alamannen: misschien die van Caracalla in 213, of die van Severus Alexander in 235, of die van Maximinus Thrax in 235-236, of een vergeten campagne. Opnieuw moet een onderafdeling van IIII Flavia Felix het Donaugebied hebben verlaten. Het Vierde was ook betrokken bij de gevechten rond de Harzhorn, diep in Duitsland, waar veel Romeinse vondsten een veldslag tijdens de regering van Maximinus Thrax documenteren.

IIII Flavia Felix was rond 300 na Chr. nog in Belgrado, toen iemand een inscriptie wijdde aan de genius (“goede geest”) van het legioen. Samen met de nieuw opgerichte eenheden V Iovia en VI Herculia beschermde het de belangrijke stad Sirmium (Sremska Mitrovica). In 273 waren soldaten van IIII Flavia Felix (en vier andere legioenen) betrokken bij wegenbouwactiviteiten in Jordanië, zoals blijkt uit een inscriptie uit Qasr el-Azraq.

Het Vierde Flavische legioen was nog steeds in Moesia Superior in de vierde eeuw. De laatste vermelding is in de tekst die bekendstaat als Notitia Dignitatum (c.394, misschien later). Daarna verdwijnt het legioen uit onze bronnen.

#Alamannen #AlbaJulia #AntoninusPius #Apulum #AvidiusCassius #Belgrado #Burnum #Caracalla #ClodiusAlbinus #Dacië #Dalmatië #Decebalus #DidiusJulianus #Domitianus #GaiusJuliusAvitusAlexianus #genius #GnaeusJuliusAgricola #Hadrianus #Harzhorn #IAdiutrix #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #IJzerenPoort #JavolenusPriscus #Kalemegdan #LeeuwSterrenbeeld_ #legioen #LuciusAntoniusSaturninus #MarcusAurelius #Mauri #MaximinusThrax #Moesia #Naissus #NišNaissus_ #NotitiaDignitatum #PescenniusNiger #PubliusHelviusPertinax #RomeinsLeger #Sava #SeptimiusSeverus #SeverusAlexander #Singidunum #Sirmium #Tapae #TettiusJulianus #Tibiscum #Trajanus #VAlaudae #VIovia #VIHerculia #XIClaudia #XIIIGemina #XXIRapax

MT VOID #2335: The history of the MT VOID #MtVoid; book review of #TheSaintOfBrightDoors #VajraChandrasekera; book comments on #MaximinusThrax #PaulNPearson on http://leepers.us/mtvoid/VOID0705.htm from @eleeper and #MarkRLeeper Tagged @scifi
MT VOID 07/05/24 -- Vol. 43, No. 1, Whole Number 2335

Maximinius Thrax ruled briefly as the Roman emperor from 235 CE to his death in 238 CE. https://www.worldhistory.org/Maximinus_Thrax/ #History #BarracksEmperors #CrisisoftheThirdCentury #MaximinusThrax
Maximinus Thrax

Maximinius Thrax ruled briefly as the Roman emperor from 235 CE to his death in 238 CE. The young Roman Emperor {Alexander Severus} secured the imperial throne after the assassination of his cousin...

World History Encyclopedia

@paninid

Interesting. Lots to choose from.

I think Cheetolini might love to be Maximinus Thrax and usher in the Crisis of the 21st Century. I hope he has a similar end in any case.

#MaximinusThrax
#Upheaval

https://en.wikipedia.org/wiki/Maximinus_Thrax

Maximinus Thrax - Wikipedia

Maximinus Thrax! Why do I bring him up? With that kind of tag, how could I not? For crying out loud, how can you not dig that word combo? Maximinus Thrax! Maximinus Thrax, I dub thou Patron Saint of Oulipo!

https://en.wikipedia.org/wiki/Maximinus_Thrax

#maximinusthrax