Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Dat veranderde echter toen in 273 koning Bahram I aan de macht kwam. Deze stond onder invloed van een zoroastrische hogepriester, Kartir, die meende dat áls er dan zo nodig eenheid moest zijn, die moest uitgaan vanuit het zoroastrisme. De manicheeërs kregen daarna te maken met vervolging en Mani overleed in de gevangenis. Daar zou hij, als een soort Sokrates, in de cel gesprekken hebben gevoerd met zijn leerlingen, waarin hij hun uitlegde dat de dood voor de ware wijze iets nastrevenswaardigs is omdat de ziel dan terugkeert naar het Licht.

Mani zou twaalf apostelen hebben gehad, die het nieuwe geloof verspreidden over de rest van de wereld. Naar het Romeinse Rijk, maar ook naar het oosten. Het hielp natuurlijk dat een religie die zich baseert op eerdere godsdiensten, overal wel iets herkenbaars heeft. Een zekere Mar Ammo (d.w.z., de Aramese vorm van de christelijke naam Immanuel) bereikte al tijdens Mani’s leven het huidige Oezbekistan, dat destijds Sogdië heette. Daarvandaan verspreidde het manicheïsme zich langs de Zijderoute naar het oosten, over de Pamirbergen, naar Xinjiang en richting China. Met name tijdens de Tang-dynastie, die in 618 de macht verwierf, kregen de manicheeërs alle ruimte.

Manichese motieven

De bovenstaande metalen schijf, te zien in het Wereldmuseum in Leiden, toont vooral heel veel druiventrossen: het heilige voedsel van de manicheeërs. In de buitenring zijn deze trossen en ranken aangevuld met vogels, die golden als de brengers van vreugde en huwelijksgeluk. In de binnenring zijn leeuwen te herkennen, die de zon symboliseerden, en fabeldieren die stonden voor het Licht.

Invloed elders

Het manicheïsme heeft twee eeuwen kunnen bestaan, maar werd toen door de Chinese autoriteiten verboden. Iets dergelijks gebeurde in het westen, waar keizer Diocletianus al rond 300 na Chr. maatregelen had genomen tegen wat hij beschouwde als een on-Romeinse cultus. Evengoed waren er eind vierde eeuw nog aanhangers; geen stuk over het manicheïsme is compleet zonder de vermelding dat de christelijke kerkvader Augustinus in Karthago een tijd lang manicheeër is geweest.

Ook is een stukje over manicheïsme incompleet zolang niet is opgemerkt dat het in de zevende eeuw, dus toen het voet aan de grond kreeg in Tang-China, eveneens doorbrak in Armenië, waar de aanhangers van dit geloof bekendstaan als paulicianen, en dat de Byzantijnen hen overplaatsten naar de Balkan, waar ze bogomielen heetten, en dat zij vervolgens weer de Zuid-Franse katharen beïnvloedden. Ik noteer dit maar even, opdat u niet denkt dat ik de genreconventies niet zou kennen, maar ik voeg toe dat we over de paulicianen feitelijk helemaal niets weten en dat de overeenkomsten tussen katharen en manicheeërs weliswaar kunnen hebben bestaan, maar evengoed kunnen zijn geconstrueerd door inquisiteurs die de gelovigen het verhoor afnamen en gericht vroegen naar dualistische ideeën.

Kortom, laten we de nawerking van het manicheïsme maar negeren. Ze is veel te speculatief. Laten we ons liever beperken tot de Late Oudheid. Het toenmalige manicheïsme, dat zich uitstrekte van Karthago tot China, is immers interessant genoeg.

[Dit was het 523e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Augustinus #BahramI #Kartir #Mani #manicheïsme #MarAmmo #Sassaniden #Sogdië #TangDynastie #Zijderoute #zoroastrisme

Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Manicheeërs ervoeren seksualiteit als problematisch. Er kwamen kinderen van en dat betekende dat opnieuw een ziel gevangen was gezet. Je kunt nu flauwe grappen maken dat de manicheeërs daarom zijn uitgestorven, maar dat heeft vermoedelijk andere redenen gehad, want in de Late Oudheid was het manicheïsme een grote godsdienst, met aanhangers in het Romeinse Rijk, in Sassanidisch Perzië en langs de Zijderoute tot in het China van de Sui- en Tang-dynastieën (581-907) aan toe.

Nu hebben alle levende wezens een ziel. De manicheeërs waren op dit punt consequent: wie een levend wezen doodde, zelfs als het ging om het plukken van vruchten, verwondde het Licht en verlengde zo de gevangenschap van het Licht in de Duisternis. Vegetarisme was dus aanbevolen, en zelfs het eten van planten gold als problematisch. Simpel gezegd: een manicheeër leefde uiterst ascetisch.

De eeuwigheid

Ik heb met opzet in het midden gelaten of het conflict tussen het Rijk van het Licht en dat van de Duisternis eeuwig is. Als ik het goed begrijp, is dat niet helemaal duidelijk. Het staat vast dat er manicheeërs waren die geloofden in een Laatste Oordeel, waarin Licht en Duisternis voorgoed zullen worden gescheiden. Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert, is het manicheïsme zo bezien een verlossingsleer.

Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict. Deze ambiguïteit, of niet goed doordachte doctrine, kennen we ook uit het Iraanse zoroastrisme en andere dualistische wereldbeelden. Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.

Ahuramazda vertrapt Ahriman (Naqš-e Rustam)

Mani

Ik noemde het zoroastrisme niet zonder reden, want deze Iraanse godsdienst is een van de wortels van het manicheïsme. Zoroastriërs plaatsen de goede god Ahuramazda tegenover de slechte god Ahriman, en eisten dat mensen goed nadachten, de waarheid spraken en rechtvaardig handelden. Deze ideeën beïnvloedden de grondlegger van het manicheïsme, de profeet Mani.

Hij lijkt in 214 na Chr. te zijn geboren in Ktesifon, beschouwde zich als een apostel van Jezus Christus en begon rond 240 zijn onderricht. Het Sassanidische Rijk was pas net ontstaan en er was – althans aanvankelijk -ruimte voor nieuwe ideeën. Mani combineerde niet alleen christelijke en zoroastrische ideeën, maar verwees ook naar het boeddhisme, naar het platonisme en naar het Corpus Hermeticum.

In 242 verbleef Mani aan het hof van de Sassanidische koning Shapur I, aan wie hij een van zijn boeken opdroeg. De profeet reisde ook door Medië, Centraal-Azië en Gandara, terwijl zijn discipelen reisden naar Egypte, Syrië en Parthië. De nieuwe leer verspreidde zich, maar niet iedereen was ervan gecharmeerd. De zoroastrische priester Kartir vond vervolging gerechtvaardigd en koning Bahram I gelastte in 276 de arrestatie van Mani. Hij werd in Gunj-e Shapur doodgemarteld.

Manichees borduurwerk (Humboldtforum, Berlijn)

Expansie

Mani’s leerlingen hadden de weg naar het oosten en westen al gevonden; na de dood van hun meester vluchtten ze naar de gebieden langs de Zijderoute en naar het Romeinse Rijk. De vervolging droeg zo ongewild bij aan de verspreiding van de manichese leer. En vermoedelijk ook aan de variatie van ideeën, want wat in pakweg Xinjiang werd geschreven, zal niet altijd zijn doorgedrongen naar pakweg Egypte. Al moet je de mobiliteit van antieke mensen en ideeën nooit onderschatten – dat is de les van de DNA-revolutie.

In elk geval waren er binnen een eeuw dualistische gemeenschappen in een gebied dat zich uitstrekte van Karthago tot Centraal-Azië. Daar zou het manicheïsme zijn duurzaamste invloed hebben: rond het jaar 1000 was het daar nog steeds de belangrijkste religie.

In Romeins Afrika was het manicheïsme minder invloedrijk. We weten er wel wat van, want de christelijke auteur Augustinus was van 373 en 382 manicheeër. Later bekeerde hij zich tot het christendom en polemiseerde hij tegen het manicheïsme. Zijn geschriften, niet bepaald objectief, zijn lange tijd de belangrijkste bron van informatie geweest over het concurrerende geloof.

Bovendien is door het enorme gezag van de kerkvader in de Middeleeuwen elk dualistisch geloof getypeerd als manichees. Paulicianen, bogomielen, katharen en waldenzen zijn op verschillende momenten allemaal een keer beschreven als manicheeërs, wat de indruk wekt dat het allemaal een pot nat is. Dat is maar helemaal de vraag.

Manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Tekstvondsten

Ik beloofde iets over tekstvondsten. Lange tijd waren onze voornaamste bronnen van informatie de polemieken van Augustinus, Efrem de Syriër en Epifaneios van Salamis. Dat zijn christelijke bronnen. Verder weten we dat keizer Diocletianus de manicheeërs beschouwde als on-Romeins en ze, met hun geschriften, liet verbranden. Ook Romeinse bronnen zijn dus niet erg positief over het geloof van Mani en zijn volgelingen. Idemdito de islamitische auteurs.

In de twintigste eeuw is de situatie verbeterd doordat we inmiddels beschikken over allerlei originele manichese teksten. Ze zijn in 1902-1914 in het toenmalige Turkestan ontdekt en voor zover ik weet zijn ze nog altijd niet helemaal gepubliceerd. Andere originele geschriften zijn de Tebessa Codex (uit Algerije) en de Keulse Mani-Codex. Die laatste is een bijna ontroerend klein, slechts 3,5 x 4,5 cm metend, boekje, geschreven in uiterst fijne letters.

Een zeer grote bibliotheek, daterend uit ongeveer 400 na Chr., is gevonden in Medinet Madi. Die teksten zijn, als ik het wel heb, momenteel in Dublin, maar ik ben nooit in Ierland geweest, dus ik kan daar weinig over vertellen. En tot slot: uit Xinjiang is allerlei materiaal bekend. Dat heb ik in Berlijn gezien. De foto’s bij dit stukje komen daar vandaan.

#Ahriman #Ahuramazda #ascese #Augustinus #BahramI #boeddhisme #bogomielen #CorpusHermeticum #Diocletianus #dualisme #EfremDeSyriër #EpifaneiosVanSalamis #Kartir #katharen #LaatsteOordeel #lichtmetafoor #Mani #manicheïsme #paulicianen #seks #seksualiteit #ShapurI #TangDynastie #vegetarisme #Xinjiang #ziel #zoroastrisme