Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Tossal de Manises, gezien vanaf Castell de Santa Bàrbara

Er zijn echter twee complicaties. Om te beginnen dat we voor dezelfde plek nu twee Latijnse namen hebben, namelijk Lucentum en Castrum Album. En verder is er de complicatie dat in de middeleeuwse handschriften geen Castrum Album staat, maar Castrum Altum, “de hoge burcht”. Dat suggereert dat dit de naam was van het fort boven het huidige Alicante, het Castell de Santa Bàrbara dus.

Museum

Aan de voet van het fort ligt een interessant archeologisch museum, dat bestaat uit drie grote zalen waarin archeologie wordt uitgelegd: je ziet een opgraving op ware grootte, onderzoek aan een middeleeuwse kerk op ware grootte en een scheepswrak op ware grootte. Aan weerszijden van die drie zalen liggen twee gangen, waarvan de linker loopt langs vier zalen voor de tijdelijke expositie (momenteel gewijd aan de havenstad Denia), terwijl de rechter loopt langs de permanente opstelling.

Een deel van de opgraving op ware grootte (NB: archeologen werken bij daglicht)

Deze rechtergang dient om uitleg te geven van wat archeologen doen en kan met recht voorbeeldig worden genoemd: schrijvend op mijn hotelkamer herinner ik me geologie, pollenonderzoek, archeozoölogie, dendrochronologie, koolstofdateringen, thermoluminescentie, mineralogie, het onderzoek naar gewassen, fysische antropologie, etnografie, metallurgie, de bestudering van keramiek en glas en ook de filologie, de numismatiek en de epigrafie.

De eerste van de vier zalen van de permanente opstelling toonde het prehistorische materiaal en de tweede behandelde de Iberiërs, die in Alicante en omgeving de Contestaniërs heetten. In deze zaal stond het beeld van de Dame van Cabezo Lucero, die een tikje ouder lijkt dan de Dame van Elche. Er was ook interessant aardewerk. De derde zaal bevatte Romeinse vondsten, die niet heel spectaculair waren, en tot slot was er een zaal gewijd aan de Middeleeuwen.

Dame van Cabezo Lucero

Ook in Alicante is de Arabische tijd niet heel spectaculair getoond. Zoals zo vaak krijg je wat aardewerk te zien, maar worden daarmee minder verhalen verteld dan met het Griekse aardwerk; je krijgt wat sculptuurfragmenten te zien, maar zelden vertellen die iets groters; je verneemt weer eens dat de Arabieren de islam meebrachten, maar daar blijft het bij. Het is – en dat geldt voor alle musea die ik bezocht – alsof er geen geëigende vorm is om het materiaal te tonen. Dat komt natuurlijk deels doordat de bestudering van de Middeleeuwen vaak is gebaseerd op teksten en de archeologie pas aan bod komt als teksten ontbreken (hoewel het vak, zoals ik al aangaf, heel belangrijke informatie heeft te bieden). De archeologie van El-Andalus komt mede daardoor slecht uit de verf. Er zijn meer factoren, maar daarover hebben we het nog eens.

In elk geval is het museum in Alicante, ondanks de niet heel spectaculaire collectie, een bezoek meer dan waard. Ook omwille van het goede boekhandeltje, trouwens.

Monument voor de evacuatie van Alicante

Alicante

We zijn naar het fort gewandeld, Livius’ Castrum Altum, waar diverse bouwfasen zijn te herkennen. Het hoogste deel dateert uit de Arabische tijd, al is daarvan weinig te herkennen, en daarna is het uitgebreid met drie steeds lagere terrassen. Aan de voet van het fort is een basiliek voor Sint-Nikolaas, die u met gerust hart kunt overslaan, tenzij u een reliekhouder wil zien met een haar van paus Johannes Paulus II. Katholieken bezitten doorgaans enig relativeringsvermogen maar ik ben er niet helemaal zeker van dat dit een poging was tot humor.

In de Spaanse Burgeroorlog was Alicante de laatste stad die nog weerstand bood aan de troepen van generalísimo Francisco Franco. De havenstad viel op 1 april 1939. Italiaanse fascisten, Franco’s bondgenoten, namen 15.000 verdedigers van de Spaanse republiek gevangen, en 3000 mensen werden gered dankzij vissersboten en een Britse stoomboot die hen overzette naar Oran in Frans Algerije. Bij de haven van Alicante staat tegenwoordig een bescheiden borstbeeld van de kapitein van het Britse schip, Archibald Dickson, en een deel van de boulevard is gewijd aan de “martelaren voor de vrijheid”.

Morgen: Elche.

#Alicante #ArchibaldDickson #Contestaniërs #DameVanCabezoLucero #FranciscoFranco #HamilkarBarka #Lucentum #SintNikolaas #SpaanseBurgeroorlog #TitusLivius #TossalDeManises

Toerist in Valencia (2)

Standbeeld van El Cid, Valencia

Het was toeval dat wij in Valencia waren op de feestdag van de Romeinse heilige Vincentius. Bij leven was hij in Zaragoza diaken, wat betekent dat hij verantwoordelijk was voor de uitdeling van aalmoezen en het beheer van kerkelijke goederen. In 304, tijdens de vervolging door keizer Diocletianus, werd hij gearresteerd en terechtgesteld in Valencia. Dat is eigenlijk alles wat met zekerheid bekend is, maar dat heeft vanzelfsprekend niet verhinderd dat er allerlei verhalen kwamen.

Vincentius

Een eeuw na zijn marteldood vertelde de Spaanse christelijke auteur Prudentius in zijn Kransrede welke martelingen Vincentius onderging. De arme diaken zou op de pijnbank zijn gelegd en met gloeiende haken zou zijn vlees van zijn botten gerukt. Hij was levend verbrand op een rooster, maar niet helemaal, want daarna was hij in een gevangeniscel gelegd op een bed van gebroken scherven. Daar gaf hij de geest. Zoals te doen gebruikelijk was de beul zó onder de indruk van de sereniteit waarmee de aspirant-heilige zijn martelingen verdroeg, dat hij zich bekeerde. De Kransrede is dus een voorspelbare, brave, kortom stomvervelende tekst.

Dat Prudentius drie verschillende doodsoorzaken noemt, suggereert evenveel tradities en betekent dat de christenen in zijn tijd ook al niet zeker wisten hoe een einde was gekomen aan het aardse bestaan van Vincentius. Die pijnbank had bovendien de vorm van het Andreaskruis waarmee hij wordt afgebeeld, terwijl het verhaal van de geroosterde geloofsheld eigenlijk ging over Sint-Laurentius van Rome, eveneens diaken. Wat we wel zeker weten is dat Vincentius rond 400 een bekende heilige was en dat Valencia in de Late Oudheid al een kerkje aan hem had gewijd. Ik noemde het gisteren.

Het beeld van Vincentius was gisteren nog niet met rozen versierd.

In de kathedraal bewaart men (afgezien van de zogenaamde Graal, een van Judas’ zilverlingen, een doorn van de doornenkroon en een pluk van de sluier die Maria verloor bij haar tenhemelopneming) ook een natuurlijk gemummificeerde arm, die vanzelfsprekend niet anders kon zijn dan de arm waarmee de heilige aalmoezen had uitgedeeld. Vandaag werd het beeld van de heilige in processie door de stad rondgedragen. Ik heb gelezen dat er laurierblaadjes worden gestrooid, maar ik heb alleen groene blaadjes (geen laurier) zien liggen op het plein voor de kathedraal. De draagbaar van het beeld was versierd met een scheepslading rode rozen, erg mooi.

Het wetenschapsmuseum

In het oosten van de stad is de kazerne waarvandaan generaal Jaime Milans del Bosch de stad bezette tijdens de mislukte staatsgreep van februari 1981. Het is moeilijk voor te stellen dat destijds tientallen tanks door Valencia hebben gereden. Dat was het oude Spanje. Even verderop ligt het nieuwe Spanje: de Ciudad de las Artes y las Ciencias, waar we een deel van de dag hebben doorgebracht.

Palau de Les Arts Reina Sofía

Het futuristisch ogende complex is ontworpen door de architect Santiago Calatrava, die ook de bruggen in de Haarlemmermeerpolder en het station van Luik ontwierp. Van noordwest naar zuidoost gaat het om een operagebouw dat nog het meest lijkt op een ruimteschip uit Star Trek, een brug, een Imax-bioscoop, een wetenschapsmuseum met daarnaast een botanische tuin, nog een brug, een multifunctionele hal en een verzameling aquaria. Wij bezochten het wetenschapsmuseum, maar om eerlijk te zijn vond ik het gebodene nogal voorspelbaar, en zo nu en dan zelfs verouderd. De nadruk op individuele geleerden (Leonardo da Vinci, Nobelprijswinnaars) vind ik zelfs onwetenschappelijk. Het Deutsches Museum in München is beter. Er is duidelijk geld aan het museum in Valencia gestoken, en gemakzuchtig is het heus niet, maar het kon inhoudelijk beter.

Sint-Nikolaas

Ik had vroeger de gewoonte om, als ik voor het eerst in een stad was, naar de stadsrand te wandelen. Zo krijg je, denk ik, een redelijk idee van het geheel. Dat deden we ook dit keer, en de stadsrand van Valencia is natuurlijk het strand. Het was een fijne wandeling.

De tenhemelopneming van Sint-Nikolaas (mooie legende hier)

We rondden de dag (en deze aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton) af met een bezoek aan de kerk van Sint-Nikolaas van Bari en  Sint-Petrus van Verona. Ze is bekend om de laat-zeventiende-eeuwse plafondschildering, die wel wordt vergeleken met de Sixtijnse Kapel in Rome. Dat is in zoverre correct dat in beide gebedsplaatsen veel toeristen zijn, maar verder zijn de kunstwerken onvergelijkbaar. Ik noteer nog dat de kerk teruggaat op een tempel uit de tweede eeuw na Chr., die hier stond aan een van de hoofdstraten van Valencia, en dat daar later een kerk kwam, die weer werd vervangen door een moskee, die in de dertiende eeuw weer in gebruik werd genomen als kerk. Een soort samenvatting van de Spaanse Oudheid en Middeleeuwen dus, eigenlijk.

Wij reizen nu door naar Alicante. Ik lees net dat jullie in Nederland moeten uitkijken voor ijzel. Dat maakt onze zonnige vakantie natuurlijk alleen maar beter.😉

#christenvervolging #Diocletianus #JaimeMilansDelBosch #Laurentius #Prudentius #SantiagoCalatrava #SintNikolaas #SintVincentius #Valencia
De Sint-Nikolaasavond in Bloemendaal: Op zaterdagavond 29 november 2025 speelt Theater Kwast een bijzondere theatersolo in de dorpskerk van Bloemendaal. Rasverteller Imre Besanger en harpiste Mirjam Rietberg brengen samen de 19e-eeuwse Sinterklaasvertelling van de dichter Peter de Génestet (1829-1861) tot leven. Een romantische klassieker voor “grote mensen” om helemaal mee in de Sinterklaasstemming te komen. Het is… https://www.haarlemupdates.nl/2025/11/24/de-sint-nikolaasavond-in-bloemendaal/?utm_source=dlvr.it&utm_medium=mastodon #Bloemendaal #SintNikolaas #TheaterKwast #ImreBesanger

Nikolaos

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Archeologische collectie, Mérida)

Ik heb in mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament wel vaker geblogd over de Twaalf, de door Jezus aangewezen leiders van het te herstellen Israël. Na de dood van Judas Iskariot zijn de Elf nog een keer op sterkte gebracht, zo lezen we in de Handelingen van de apostelen, maar vervolgens verdwijnen ze, althans als groep, uit de geschiedenis. Het initiatief komt bij een andere groep, die we doorgaans aanduiden als de diakens, al gebruikt de Bijbel die aanduiding niet. De aanleiding:

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekendennoot “Hebreeuws” is hier de Nederlandse weergave van het Griekse woord voor de taal die wij “Aramees” noemen. verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

Nikolaos

De Twaalf besluiten hierop zeven mannen aan te wijzen die zich bezighouden met de praktische zaken. Hoewel het woord dus niet valt, ontstaat hier feitelijk het diaconaat van de latere christelijke kerken: het beheer van de gemeenschappelijke middelen, zoals voor armenzorg. Een van de zeven diakens heet Nikolaos.

Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaos, een proseliet uit Antiochië.noot Handelingen 6.5; NBV21; een proseliet is een bekeerling.

Marcus Vankan attendeert er in zijn mooie boek over Sint-Nikolaas op dat deze diaken, verantwoordelijk voor uitdelingen, weleens van invloed kan zijn geweest op het idee dat Sinterklaas geschenken uitdeelt. Een legende als die over de drie meisjes die een bruidsschat toegeworpen krijgen, past inderdaad heel mooi bij wat een diaken zoal deed/doet.

Nikolaïeten

Terug naar de Nikolaos uit de Handelingen. Of beter: verder naar de Openbaring van Johannes, die begint met enkele korte brieven aan christelijke gemeenten in Klein-Azië. De christenen in Pergamon krijgen een verwijt te horen:

Sommigen houden op dezelfde manier vast aan de leer van de nikolaïeten.noot Openbaring 2.15; NBV21.

Uit de context valt af te leiden dat dit van doen heeft met het eten van offervlees. Sommige christenen redeneerden dat dit verboden was, omdat joden vanouds weigerden andermans offervlees te eten; andere christenen redeneerden dat als het vlees was geofferd aan valse goden, je het veilig kon opeten. Die goden bestonden immers toch niet, dus wat zou het? De Nikolaïeten stelden zich blijkbaar op dit standpunt, dat de auteurs van het Nieuwe Testament beschouwden als onorthodox.

Latere christelijke auteurs, zoals Eirenaios van Lyon (ca. 140-202), meenden dat deze ketterij was begonnen met de Nikolaos die we kennen uit Handelingen. Het is niet ondenkbaar dat Eirenaios, die afkomstig was uit Klein-Azië, iets heeft vernomen dat verder nergens is opgeschreven. Het is ook denkbaar dat het idee is gebaseerd op niets meer dan een naamsovereenkomst, zoals de Grieken ook zeker meenden te weten dat de Meden afstamden van Medeia en de Romeinen wisten dat Remus Reims had gesticht. Behoudens de vondst van nikolaïsche teksten zullen we het antwoord nooit weten.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#diaken #EirenaiosVanLyon #HandelingenVanDeApostelen #MarcusVankan #NieuweTestament #nikolaïeten #NikolaosDiaken #offervlees #OpenbaringVanJohannes #SintNikolaas #Sinterklaas

De Sinterklaas van Marcus Vankan

Er is, zo leren we uit de Catechismus van Sint-Nikolaas, slechts één Sinterklaas, maar in meerdere personen. Zelf ontdekte ik deze geloofswaarheid toen ik de hoogwaardige bisschop van Myra, die zojuist nog een bezoek had gebracht aan onze lagere school, op een schimmel door de straat zag rijden, op weg naar de even verderop gelegen kleuterschool. En deze Sinterklaas zag er heel anders uit. Omdat de verderfelijke ketterij der hulpsinterklazen rond 1972 nog niet was geformuleerd, kon dit slechts leiden tot mijn geloofsafval.

Tot zover het contemporaine aspect der meervuldigheid. Dat deze ene heilige in meerdere personen verschijnt, is ook het thema van een leuk boek dat ik onlangs las: Heilige Nicolaas, bruggenbouwer tussen Oost en West, van Marcus Vankan. Hij is priester, en dat is bij dit onderwerp een pre. Een heilige representeert immers een waarde en Sint-Nikolaas draagt uit dat het goed is te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Daarom geeft Sinterklaas cadeautjes aan kinderen maar is het een feest voor volwassenen. Zoals ik al eerder schreef, weiger ik te geloven dat die waarde in onze neoliberale wereld achterhaald zou zijn.

De historische Nikolaas van Myra

Hoewel Vankans boek meer gaat over de verering van Sint-Nikolaas dan over het aardse bestaan van de bisschop uit Myra, gaat hij ook in op de historische kern van de traditie. Die gaat terug op een vijfde-eeuwse tekst die bekendstaat als Praxis de Stratelatis. Daarin staat het verhaal over de drie officieren die, vals beschuldigd van corruptie, dankzij een interventie van Nikolaas van Myra worden gered.

Een juridische dwaling dreigt maar Sint-Nikolaas grijpt in (Antivouniotissa-museum, Korfu)

Vankans pastorale belangstelling is in het historische hoofdstuk merkbaar. Als hij de legende behandelt dat Nikolaas van Myra optrad tegen de vereerders van Artemis, actualiseert hij het met een opmerking dat mensen verleid kunnen worden tot een pad dat afwijkt van de liefde en dat dan jaloersheid en egocentrisme op de loer liggen, maar dat Sint-Nikolaas de mensen een spiegel voorhoudt door te verwijzen naar de boodschap van Christus. Als oudheidkundige vraag ik me af waarom de Oudheid geactualiseerd moet worden, maar een priester mag zoiets natuurlijk schrijven.

Advies voor de herdruk

Ik heb iets meer moeite met Vankans goedgelovigheid als het gaat om het zogenaamde manna-wonder: het gebeente van Sint-Nikolaas scheidt soms wat vocht af. Daarvoor zou geen natuurwetenschappelijke verklaring bestaan. Dat zal best waar wezen, maar dat is mede doordat het onderzoek dateert uit de jaren vijftig. In hetzelfde historische hoofdstuk noemt Vankan een koolstofdatering uit 1957 die het gebeente van Sint-Nikolaas plaatste in de vierde eeuw – wat past bij wat bekend is uit de historische bronnen. Ook deze conclusie kan best waar zijn, maar ik hoop dat Vankan bij een herdruk wil toevoegen dat onderzoekers in 1957 nog niet wisten dat een datering moest worden gekalibreerd en dat ook aan isotoopfractionering niet werd gedacht.

Sta me nog één punt van kritiek toe. Een indrukwekkend persoon trekt verhalen aan, verhalen die al langer circuleren. Zo werkt mondelinge literatuur. Toen Nikolaas van Myra eenmaal een rol speelde in de volkscultuur, trok hij dus verhalen aan die eigenlijk over iemand anders gingen. Het verhaal van de drie dochters, dat we ook kennen over Apollonios van Tyana, is daarvan een loepzuiver voorbeeld. Vankan zou in een herdruk, die zijn boek zeker verdient, die parallel kunnen toevoegen.

De drie dochters (Groeningemuseum, Brugge)

De traditie

Zoals gezegd: de historische bisschop van Myra is niet Vankans eigenlijke onderwerp. Zijn boek gaat over de verering van de heilige, en heilig word je pas na je dood. Het aardse bestaan van Nikolaas van Myra is dus niet Vankans thema. Hij neemt ons mee langs zeventien eeuwen devotie – en dat is een heerlijke verzameling. We lezen over de verering in het Byzantijnse Rijk, over de rol van keizerin Theophanu bij de verspreiding naar het westen, en de rol van de benedictijnen. Dit laatste was voor mij helemaal nieuw.

Uiteraard is er een hoofdstuk over de translatie van de relieken van Myra naar Bari. En uiteraard is dat feitelijk een verhaal over roof. Deze roof – want ik vind “translatie” echt een te mooi eufemisme – zorgde ervoor dat de heilige in oost én west wordt vereerd. Dat is, in de wereld der roomse en orthodoxe heiligen, niet zo heel gebruikelijk. Ik ben althans niet op de hoogte dat maronitische heiligen als Sint-Charbel in Nederland worden vereerd, en dan zijn de maronieten nog in volle gemeenschap met de kerk van Rome.

De middeleeuwse traditie komt aan bod. Ik zal bij de Sinterklaasintocht aanstaande zondag wel even met mijn vriend S. (“bijna vijf”) over de Dam wandelen en kijken naar het beeldschone gevelsteentje van een baardloze Sinterklaas met naast hem de drie jongelingen in een pekelton. Ik zal S. het bijbehorende gruwelverhaal maar niet vertellen, hoe interessant Vankans deconstructie van die legende ook is.

Sinterklaas: gevelsteen uit Amsterdam (Dam 2)

Sinterklaas, Wodan en Krampus

Het boek gaat natuurlijk niet alleen over Nederland en Vlaanderen; het plaatst de heilige stevig in zijn Europese context. Het interessantste deel gaat over de maskerades rond het feest. Denk aan de wat geheimzinnige gebruiken die op de Waddeneilanden bestaan. Denk ook aan theorieën over heidense invloeden: Wodan met zijn twee zwarte raven rijdt weliswaar op een paard over de wolken, maar dat wil niet zeggen dat de Germaanse god dezelfde is als Sinterklaas die over de besneeuwde daken rijdt, vergezeld van Zwarte Pieten. Vankan rekent vakbekwaam af met die theorie (die ik tot mijn spijt ook weleens heb naverteld). Zwarte Piet wordt al even vakbekwaam geplaatst in de traditie van verslagen duivels en demonen – denk aan de Oostenrijkse Krampus.

Het punt is natuurlijk dat tradities voortdurend in beweging zijn. Ook al is de Sinterklaastraditie verankerd in een historische persoon, de uitleg varieert. En dingen die ooit acceptabel waren, zijn dat soms niet langer. Een ingezonden stuk in de Volkskrant, een paar dagen geleden, legde de vinger op een zere plek die in elk geval ik nog niet had ervaren als zere plek: dat je als ouders enerzijds je kinderen voorhoudt dat ze eerlijk moeten zijn, en dat je vervolgens een komedie opvoert rond Sinterklaas.

Nikolaas van Myra (Dadivank-klooster, Nagorno-Karabach)

Al zeventien eeuwen lang was er slechts één heilige, maar in meerdere personen. Alles is voortdurend in verandering en over alles is gediscussieerd. Omdat de belangrijkste discussies in onze tijd online plaatsvinden, zou ik hopen dat het mooie boek van Vankan, dat ik u echt aanraad, nog eens een online-versie krijgt. Een linkje naar de Nieuwe Catechismus van Sint-Nicolaas zou dan niet mogen ontbreken.

PS

Het is goed om te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Als u iets kunt missen, kijk dan eens bij de Stichting Leergeld.

#ApolloniosVanTyana #koolstofdatering #Krampus #MarcusVankan #SintCharbel #SintNikolaas #Sinterklaas #Theophanu #Wodan #ZwartePiet

De catechismus van Sint-Nicolaas - Mainzer Beobachter

  Vraag: Bestaan er meerdere Sinterklazen? Antwoord: Er bestaat slechts één Sinterklaas, doch in meerdere personen. Vraag: Wat moeten wij denken van de mening dat er geen Sinterklaas zou bestaan? Antwoord: De mening dat er geen Sinterklaas zou bestaan, is een afschuwelijke ketterij, die wij met kracht moeten bestrijden. Vraag: Kunnen zij, die niet in … Meer lezen over De catechismus van Sint-Nicolaas

Mainzer Beobachter

Sint-Nikolaas

Verpletter de ketter: Nikolaas slaat een andersdenkende tegen de vlakte (Soumela-klooster, Turkije)

Iemand met de Bijbel om de oren slaan, kent u die uitdrukking? Ik moest daaraan denken omdat christenen morgen de sterfdag gedenken van de heilige Nikolaas van Myra. Het is op die dag verplicht mensen die de precieze chalkedonische formulering van de twee naturen van Christus niet kunnen reproduceren, een pets te verkopen.

Voor hun eigen bestwil en hun zielenheil uiteraard.

Misschien is dit het moment om u even de functie uit te leggen van het koordje of reepje textiel dat in veel bijbels aan de onderkant uitsteekt en een soort kwastje vormt. Veel mensen gebruiken het als leeslint. Ik ben geen biblioduul die verontwaardig “schande!” mompelt bij dit misbruik. We leven in een vrij land. Als u liever geen ezelsoren legt maar dat kwastje wil gebruiken als boekenlegger, staat dat u vrij.

Het is echter niet waarvoor dat koordje dient. Het is bedoeld om om de vingers te winden, zoals op de bovenstaande foto, waardoor u uw bijbel kunt gebruiken als een kleine strijdvlegel om zo een ketter met een Bijbel om de oren te slaan.

[Om u voor te bereiden op het feest van Sint-Nikolaas en de juiste chalkedonische formuleringen te begrijpen, adviseer ik u dit boek.]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Deel dit:

#ketterpletter #sintNikolaas #sinterklaas

Een Byzantijnse legende over Nikolaas van Myra

Bicci di Lorenzo: Nikolaas van Myra helpt een schip in een storm

Er was een einde gekomen aan het aardse bestaan van Nikolaas, de heilige bisschop van het havenstadje Myra in het zuidwesten van Turkije. Zijn ziel steeg nu op ten hemel, waar hij voor eeuwig de glorie Gods zou aanschouwen. Hij was niet de enige heilige die ontsliep op 6 december. Het is lang geleden dat deze legende mij is verteld, dus ik weet het niet helemaal zeker, maar volgens mij overleed die dag ook Sint-Kassianos.

Terwijl de twee heilige zielen zo ten hemel voeren, hoorde Nikolaas ineens de angstige kreten en gebeden van enkele zeelieden in nood. Hij bedacht zich geen moment! De patroon der zeevarenden onderbrak zijn hemelvaart, dook in zee, redde een matroos van de verdrinkingsdood, bracht de storm tot bedaren en geleidde het schip naar een veilige rede. Pas toen hij had vastgesteld dat iedereen veilig was, begon hij andermaal aan zijn hemelvaart.

En zo stond hij daar, met een drijfnatte tabberd aan, aan de hemelpoort, naast de heilige Kassianos. Petrus was wat verbaasd dat Sint-Nikolaas zo zijn opwachting kwam maken, vroeg wat er was gebeurd en hoorde de verklaring. Had Kassianos de noodkreten gehoord? Ja, die had hij zeker gehoord, maar hij was te geconcentreerd op Gods majesteit om er veel acht op te slaan.

De aankomst van Nikolaas van Myra in de hemel, zoals afgebeeld in het Dadivank-klooster in Nagorno Karabach.

Petrus was onder de indruk van de inzet van de bisschop van Myra, en besliste dat deze voortaan vier feestdagen zou hebben op de heiligenkalender: zijn geboortedag, zijn sterfdag, de dag waarop de basiliek van Sint-Nikolaas in Constantinopel werd ingewijd en de dag waarop zijn relieken werden overgebracht van Myra naar Bari. Het Vaticaan stelt het vieren ervan niet langer verplicht, maar nog altijd mag je vier keer per jaar Sint-Nikolaas vieren.

En Kassianos? Ook die kreeg een feestdag, maar slechts eens in de vier jaar: 29 februari.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


3500 jaar Sint-Joris (1)

december 2, 2023
Eutropius (5): De feiten verantwoorden

september 25, 2019
Kunst uit Xinjiang

augustus 28, 2023 Deel dit:

#legende #NikolaasVanMyra #SintNikolaas #Sinterklaas