1700 jaar Nikaia (1): iets nieuws?

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Nikaia (325).

Aanstaande dinsdag is het 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, een enorme vergadering begon van christelijke leiders: het Concilie van Nikaia. (Ook wel aangeduid als Nicea, maar ik wil niet invisibiliseren.) Onder toezicht van keizer Constantijn de Grote stelden de bisschoppen een formule vast waarmee ze de relatie tussen God de Vader en God de Zoon konden beschrijven; verder namen ze besluiten over de berekening van de paasdatum, de organisatie van de kerk en de levenswijze van de geestelijken.

Uit de baaierd aan christelijke vormen ontstond één christendom, dat nog steeds bestaat. De beslissingen zijn na al die eeuwen zó vanzelfsprekend, dat we niet langer herkennen hoe revolutionair ze ooit waren.

Innovaties

Het eerste punt is dat Constantijn alleen bepaalde leiders uitnodigde, namelijk bisschoppen die meenden dat wie Christus vereerde, niet ook andere goden mocht vereren. Dit exclusivisme was in de antieke wereld allerminst vanzelfsprekend en nog vér na het Concilie van Nikaia waren er volop christenen die ook naar synagogen of heidense tempels gingen. Volgens de conciliedeelnemers en de huidige kerken zouden dat geen christenen zijn, maar dat zagen zij zelf natuurlijk anders.

Een tweede revolutionaire innovatie was dat er voor de christenen maar één manier kon zijn om over het goddelijke te denken, de orthodoxe. Ook dit speelt nog altijd een rol in het christendom. Het onderscheid tussen de oosterse en westerse kerken gaat bijvoorbeeld terug op (na Nikaia geformuleerde) verschillende opvattingen over Christus.

Nikaia introduceerde ook de methode om de doctrine vast te stellen: door een vergadering. Alle bisschoppen waren officieel gelijk en in de zin dat ieders mening (althans officieel) het zwaarst woog, was de intellectuele discussie in Nikaia een democratie van experts. Als men het eens was, zo was de redenering, dan moest het zijn doordat de Heilige Geest de aanwezigen in de juiste richting leidde. (Zie het plaatje hierboven, waarin de Heilige Geest in de vorm van een duif neerdaalt.) Hiermee werd feitelijk gezegd dat niet alleen de heilige schrift, maar ook de consensus der bisschoppen geïnspireerd was en een bron van religieus gezag. Deze blog is niet de plek om uit te weiden over latere discussies over het leergezag, maar ik denk dat de aanwezigen in Nikaia vreemd zouden hebben opgekeken van het aforisme van paus Benedictus XVI dat waarheid niet democratisch wordt bepaald.

Een laatste innovatie uit 325 is inmiddels wat op de achtergrond geraakt, althans in Europa: dat de overheid een rol had bij het bepalen of handhaven van de christelijke rechtzinnigheid. Een Europese regeringsleider mag nu dan wel zeggen dat jeder mag nach seiner Façon selig werden, maar overheidsbetrokkenheid bij de orthodoxie is eeuwenlang een belangrijk aspect van de Europese cultuur geweest.

Kortom, in Nikaia ontstond het christendom zoals wij het kennen en het concilie heet met recht een belangrijke historische gebeurtenis. Bijzonder is bovendien dat we de invloed (vormende werking, agency…) van dit aspect van de antieke cultuur op onze cultuur kunnen onderbouwen met de relevante sociaalwetenschappelijke argumenten.

Was Nikaia wel zo innovatief?

Revoluties komen echter nooit zomaar. Niet alleen Constantijn, élke Romeinse magistraat voelde zich verantwoordelijk voor de goede relatie tussen zijn onderdanen en de goden (pax deorum). Dat dit zich vertaalde in orthodoxie, was slechts een beperkte innovatie. De relatie tussen God de Vader en God de Zoon oogt weliswaar als een nieuw, christelijk thema, maar feitelijk importeerden de theologen een oudere discussie over Plato’s Timaios – ik schreef er al eens over.

Ik noem ook de eed van trouw die keizer Decius in 249/250 eiste van al zijn onderdanen. Ze moesten verplicht offeren. Decius is de geschiedenis in gegaan als christenvervolger, maar de eed van trouw trof andere groepen even hard: denk aan pythagoreeërs, denk aan de groep rond het Corpus Hermeticum, denk aan neoplatonisten en denk aan anderen die moeite hadden met de antieke offerpraktijk. Het springende punt is dat Decius religie benutte om in een verdeeld imperium eenheid te scheppen. Een kwart eeuw later deed keizer Aurelianus hetzelfde door de verering van de zon voor te schrijven. Ook in dit opzicht bood Constantijn niets nieuws.

Keizer Diocletianus, die de verering van Jupiter en Hercules had benut om eenheid te scheppen, had andersdenkenden gewelddadig vervolgd: manicheeërs en christenen dus. En ook dit aspect is in Nikaia aanwezig. De betrouwbaarheid van de anekdote dat Nikolaas van Myra een opponent een klap zou hebben gegeven mag dan dubieus zijn, ze past bij het algemene karakter van de kerkvergadering. Er zijn namelijk meer anekdotes over verbaal en fysiek geweld. Constantijn stond niet boven intimidatie: de bisschoppen moesten eens lopen langs een erehaag van gardisten met getrokken zwaarden, en de keizer dwong de consensus over een compromisformule af met sancties.

Wat ik maar zeggen wil: Nikaia schiep een christendom, maar het was geen schepping uit het niets. Anderhalve eeuw geleden muntte Theodor Mommsen het aforisme dat vernieuwingen altijd tot uitdrukking worden gebracht middels bestaande vormen. Mommsens bekendste voorbeeld was het keizerschap van Augustus, dat weliswaar een revolutie was maar dat zich bediende van traditionele vormen. Hij zou ook het ontstaan van het christendom hebben kunnen noemen.

[morgen meer over het Concilie van Nikaia]

#agency #Augustus #Aurelianus #BenedictusXVI #christenvervolging #ConcilieVanNicea #ConstantijnDeGrote #CorpusHermeticum #Decius #Diocletianus #EersteConcilieVanNikaia #exclusivistischeChristenen #HeiligeGeest #historischeGebeurtenis #neoplatonisme #nietExclusivistischeChristenen #NikolaasVanMyra #offer #orthodoxie #pythagorisme #TheodorMommsen #vormendeWerking

Gymnosofisten

Boeddha als naakte wijze (Gogdara)

Voor ik vandaag begin, eerst even een petitie: Cardiff, oude geschiedenis deze maand. De sloop van de oudheidkundige instituten gaat gewoon verder.

***

Hebt u getekend? Dan gaan we nu beginnen.

Gymnosofisten

Een gymnosofist is, letterlijk, een naakte wijze of een wijze naaktloper. Het Griekse woord duikt voor het eerst op in beschrijvingen van de Indische campagne van Alexander de Grote in 327-325 v.Chr. Volgens een door Ploutarchos overgeleverde anekdote ondervraagt hij tien gymnosofisten die allemaal slimme antwoorden geven.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 64. Het verhaal, dat wat folkloristisch aandoet, is ook bekend van een papyrus in Bern, die dateert uit de eerste eeuw v.Chr.

Het woord gymnosofist was ongebruikelijk. De andere Alexanderhistorici noemen de Indische wijze doorgaans “brahmanen”. Het is echter waarschijnlijk dat Alexanders tijdgenoten begrepen dat er in India verschillende soorten wijzen waren. Alexanders admiraal Nearchos, de auteur van een reisverslag, was zich er bijvoorbeeld van bewust dat de door hem beschreven Kalanos geen brahmaan was.

Saddhu’s, brahmanen en boeddhisten

Misschien moeten we de tien gymnosofisten wel typeren als saddhu’s. Het verschil is dat de brahmanen behoorden tot de hoofdstroom van de Indische religie en behoorden tot de invloedrijke priesterkaste. Saddhu’s daarentegen woonden buiten de grote politieke centra en hadden bezwaar tegen de brahmaanse orthodoxie. Sommige van hun ideeën zouden worden geïntegreerd in het uit het brahmanisme ontstane hindoeïsme, andere bleken onacceptabel maar vonden hun weg naar het jaïnisme en het boeddhisme, die uitkristalliseerden tijdens het bewind van de Maurya-dynastie.

Deze theologische verwikkelingen waren onbekend bij de Macedonische en Griekse bezoekers. Daarom konden in het Grieks “brahmanen” en “gymnosofisten” synoniem worden. Men meende ook dat Griekse filosofen als Pythagoras India hadden bezocht en bij de gymnosofisten hadden gestudeerd. Net als de pythagoreeërs waren het immers vrome mannen die geloofden in reïncarnatie en zich onthielden van vlees en wijn.

Egypte

In de eerste helft van de derde eeuw van onze jaartelling gebruikte de Griekse auteur Filostratos, de auteur van het Leven van Apollonios van Tyana, de uitdrukking voor een groep asceten die leefde in Nubië (dus in Zuid-Egypte en Noord-Soedan). Hij presenteert deze gymnosofisten als minder wijs dan de brahmanen van India. Dat is overigens alleen maar Filostratos’ vergelijking – ik mag dan weleens beweren dat migratie in de Oudheid grootschaliger was dan we wel denken, maar ik zou niet willen zeggen dat er een Indisch klooster was in Nubië.

Hoewel Filostratos beweert deze informatie te hebben gevonden in een reisverslag van een leerling van Apollonios, is het wat curieus dat deze ascetische gemeenschap nergens anders wordt vermeld. We hebben immers duizenden papyri uit Egypte. We zouden er graag meer over weten, want zo’n gemeenschap in de Egyptische woestijn zou best eens een inspiratiebron kunnen zijn geweest voor de christelijke woestijnvaders.

#AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #ascese #boeddhisme #brahmanisme #Filostratos #Gymnosofisten #hindoeïsme #jaïnisme #Kalanos #kaste #Maurya #MauryaRijk #Nearchos #petitie #Pythagoras #pythagorisme #saddhu #woestijnvaders

Sign the Petition

Save Cardiff University Ancient History Degree

Change.org