27.02.2026, #travel #Bulgaria #Sofia #Serdica #Roman #ruins #archaeology #urban [1]
Laat-antiek Thracië
Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]
Crisis
Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.
Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.
Sarcofaag van Herennius Etruscus, broer van Claudius II Gothicus (Museum Altemps, Rome)Maar hoe erg was het feitelijk? Een gesneuvelde keizer is natuurlijk een aanwijzing dat het menens was, maar beschrijvingen van “barbaren” zijn sowieso stereotiep en mensen kunnen hun angst voor onoverzichtelijke problemen makkelijk omzetten in vijandsdenken. Deze of gene minderheid geldt dan als de boeman die de schuld krijgt voor een anders slecht benoembaar probleem. Zoals joden, christenen en astrologen nogal eens de schuld kregen, zo ook buitenlandse vijanden.
Dat er wel degelijk iets aan de hand was, blijkt uit muntschatten. In tijden van crisis begraven mensen hun geld, en de ruim 700 schatten uit Bulgarije zijn ongelijkmatig verdeeld: ruimtelijk bezien zijn er meer in het gebied langs de Donau dan in het zuiden, temporeel bezien is de helft te dateren tussen 235 en 270. Het laatste jaar correspondeert met een overwinning van keizer Claudius II Gothicus. (Zijn bijnaam hoef ik niet uit te leggen.) Er is meer bewijs dat de crisis serieus was: keizer Aurelianus (r.270-275) ontruimde de gebieden benoorden de Donau. Moesia was opnieuw een grensprovincie.
Herstel
De vierde eeuw zag herstel, dat meestal wordt geassocieerd met de regering van keizer Diocletianus (r.284-305), die inzag dat er meer dan één keizer moest zijn om op alle plaatsen tegelijk gezag te kunnen uitoefenen. De door hem ingezette hervormingen werden door zijn opvolgers voortgezet, waarvan Constantijn de Grote (r.306-337) de belangrijkste is. Zo werden de provincies opnieuw ingedeeld, waarbij de Thracische gebieden samenkwamen in één zogeheten diocees, dat ook Thracië heette.
Laatantieke keizer (Archeologisch museum, Veliko Tarnovo)Het muntstelsel werd vernieuwd – in musea zie je dat goudstukken de zilverstukken overvleugelden – en het leger kreeg betere forten, die we kunnen typeren als kastelen. Waren dat aanvankelijk vooral grensforten, in de loop der tijden werden ook de (inmiddels kleinere) steden voorzien van indrukwekkende stadsmuren. Versterkte politieposten bewaakten de wegen, bruggen, mijnen, ateliers en andere strategisch belangrijke plekken.
Voor Thracië was speciaal belangrijk dat Diocletianus zijn residentie plaatste in de stad Nikomedeia aan de Zee van Marmara. Het graan dat nodig was om de stad te voeden, kwam uit de vallei van de Maritsa. Zijn opvolger Galerius nam Thessaloniki als residentie, en ook die stad leefde van Thracisch graan.
De baden van SofiaHet christendom
Diocletianus beschouwde manicheeërs en christenen als on-Romeins en vervolgde hen jarenlang, maar Galerius maakte daaraan in 311 een einde. Hij deed dit toen hij een bezoek bracht aan de geneeskrachtige baden van Serdica, het huidige Sofia, waar het badhuis in kwestie is geïdentificeerd. Galerius’ opvolger Licinius besloot te gaan samenwerken met de christenen en de dynastie van Constantijn zette dat beleid na 324 voort.
En ook hij koos een residentie: Byzantion, dat later Constantinopel zou heten. Thracisch graan was opnieuw belangrijk. De Via Diagonalis die ik eerder noemde, werd belangrijker dan ooit: het was de weg naar de keizerlijke residentie. Ze heet tot op de dag van vandaag Тsarigradski pieti, de weg naar Tsarigrad, “keizerstad”. Het is geen toeval dat toen in 343 de christenen over hun christologische geschillen discussieerden, ze dat deden in een stad aan deze weg: de Synode van Serdica. Makkelijk bereikbaar over de weg vanuit Constantinopel en via de Donau vanuit het westen. Een van de aanwezigen was Sint-Servaas, de bisschop van Tongeren die in Maastricht zou worden begraven.
Het herstel van Thracië en Moesia Inferior, ingezet rond 270, kwam na een eeuw echter abrupt ten einde.
[Wordt later vandaag afgerond]
#Aurelianus #barbaren #Carpi #ClaudiusIIGothicus #ConstantijnDeGrote #Constantinopel #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #diocees #Diocletianus #Galerius #Goten #graan #Licinius #MaximinusThrax #Moesia #muntschat #Nikomedeia #Sarmaten #Serdica #SintServaas #Sofia #SynodeVanSerdica #Thracië #ViaDiagonalisRomeins Thracië en Moesië
De Via Egnatia in Filippoi[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]
De Romeinse Republiek
Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.
Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.
Romeins cavaleriemasker (Archeologisch museum, Stara Zagora)Er ging geen decennium voorbij zonder gevechten. In de jaren tachtig van de eerste eeuw was het dus de oorlog tegen Mithridates; in de jaren zeventig bereikten de legioenen de Donau; in de jaren zestig leden ze een nederlaag tegen de Geten. Julius Caesar wilde de regio in de jaren vijftig pacificeren maar koos voor Gallië, en werd vermoord voordat hij in 44 v.Chr. alsnog naar Thracië kon komen – verschillende legioenen waren al vooruitgestuurd.
Na ongeveer 40 v.Chr. was duidelijk dat twee mannen zouden vechten om de erfenis van Julius Caesar: Octavianus, gestationeerd in Italië, en Marcus Antonius, gestationeerd in het oosten. Het was even duidelijk dat de confrontatie zou plaatsvinden op de Balkan, en dus veroverde Octavianus in de jaren dertig Illyricum, zodat hij altijd over het land naar Macedonië, Griekenland en Thracië zou kunnen. Zo naderden de Romeinen Noord-Thracië niet alleen vanaf de Egeïsche Zee, maar ook vanaf de Adriatische Zee. Omdat de Odrysen inmiddels een vriendelijk, pro-Romeins koninkrijk vormden, werden ze niet geannexeerd, maar het gebied langs de Beneden-Donau werd in 12 v.Chr. wel onderworpen: de provincie Moesia. De afstammelingen van de Triballiërs en de Geten leefden nu in het Romeinse Rijk.
Het graf in KaranovoHet Romeinse Keizerrijk
De annexatie van het Odrysische Rijk volgde ten tijde van keizer Claudius, in het jaar 46 na Chr. Hun gebied zou bekend komen staan als de Romeinse provincie Thracia. De hoofdstad was Perinthos. Het graf van de laatste heerser van een onafhankelijk deel van Thracië, Rhoemetalces III, is geïdentificeerd in een grafheuvel in Karanovo. Voor het eerst sinds de regering van koning Filippos II van Macedonië, vier eeuwen eerder, leefden alle Thraciërs weer in hetzelfde rijk – en opnieuw werden ze bestuurd door een vorst die ergens in het verre westen leefde.
Onomstreden was de Romeinse heerschappij niet. De Romeinen bouwden weliswaar een reeks forten langs de Donau, waaronder het fort Novae voor legioen VIII Augusta, maar keizer Domitianus moest in de jaren 85-89 aanvallen afweren van de Daciërs. Zij leefden in wat nu Roemenië is en de oorlogssituatie dwong de Romeinen tot een provinciale herindeling: Moesia werd gesplitst in Moesia Superior en Moesia Inferior, wat je kan vertalen als het stroomopwaarts en het stroomafwaarts gebied langs de Donau. Het werd in Thracië pas echt rustig toen keizer Trajanus het koninkrijk Dacië binnenviel (101-102) en daarna definitief annexeerde (105-106). Ik schreef al eens over zijn enorme overwinningsmonument bij Adamclisi.
AdamclisiPax Romana
Het verhaal van de provincies Thracia en Moesia Inferior is feitelijk dat van alle andere Romeinse provincies. Er kwamen nieuwe wegen, zoals die van Belgrado over Niš, Sofia, Plovdiv, Edirne naar Byzantion (Istanbul) aan de Bosporus. In het archeologisch potjeslatijn heet die wel Via Diagonalis, omdat die als een scheve lijn van noordwest- naar zuidoost-Bulgarije gaat.
De steden groeiden – niet zelden worden verstedelijking en romanisering beschouwd als twee namen voor hetzelfde proces – en dat kwam niet alleen door natuurlijke bevolkingsgroei, maar ook door migratie. (Ik zou niet goed weten hoe de voorouders van de joodse vrouw waarover ik eens blogde, anders dan door migratie in Bulgarije kunnen zijn aangekomen.)
Een speciale groep migranten waren de legionairs die hier land kregen. In de provincie Thracië lagen, behalve de hoofdstad Perinthos, onder meer ook de havensteden Byzantion en Mesembria (Nesebar), en in het binnenland Hadrianopolis (Edirne), Filippopolis (Plovdiv), Serdica (Sofia) en Pautalia (Kyustendil). In Moesia Inferior lagen de havensteden Histria, Tomis (Constanza), Odessos (Varna) en langs de stroom Troesmis, Durostorum, de legioensbasis Novae en de hoofdstad Oescus. Na Trajanus’ overwinning stichtte hij Nikopolis.
De oude Thracische godin Bendis en een Romeins gezin (Archeologisch museum, Sofia)Mannen uit deze steden deden dienst in de Romeinse hulptroepen en, als ze het burgerrecht hadden gekregen, in de legioenen. Het Thracisch raakte overvleugeld door het Grieks, al zijn er opvallend veel Latijnse inscripties bekend uit het huidige Bulgarije, en bleven aloude grafgebruiken bestaan. En zoals overal maakte de provinciale adel carrière in het Romeinse Rijk: in 235 trad keizer Maximinus Thrax aan, wiens bijnaam aangeeft dat hij uit Thracië stamde.
Zijn korte regering – van 235 tot 238 – markeert het einde van de betrekkelijke rust en het begin van de Crisis van de Derde Eeuw.
[Wordt straks vervolgd]
#Adamclisi #Bessers #Claudius #Dacië #Domitianus #Geten #Karanovo #MarcusAntonius #MaximinusThrax #MithridatesVIEupator #Moesia #Nesebar #NikopolisAanDeDonau #Novae #Octavianus #Odrysen #Perinthos #RhoemetalcesIII #Serdica #Sofia #Spartacus #Thracië #Trajanus #Triballiërs #ViaDiagonalis #ViaEgnatia #VIIIAugusta