De Rostra

De Rostra uit de Keizertijd

Rome heeft, om er eens een cliché tegenaan te gooien, nogal wat monumenten waar een geschiedenis aan zit. Eén van die plekken is het sprekersplatform op het Forum Romanum. Of beter, op dat deel van het Forum Romanum dat het Comitium heette en dat lag voor het Senaatsgebouw. Van het oorspronkelijke platform, de zogeheten Rostra, is niets over, afgezien van een kniehoge steen voor het huidige Senaatsgebouw.

Maar die kniehoge steen hè. Daar zitten verhalen aan vast. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft hoe redenaars zich vanaf dit platform richtten tot hun toehoorders:

Wanneer ze het volk toespraken, bleef Tiberius Gracchus rustig op één plaats staan, maar Gaius was de eerste Romein die op het Sprekerspodium heen en weer liep en tijdens het spreken zijn toga van zijn schouder wierp … Bovendien intimideerde Gaius zijn gehoor met een spreekstijl die op het pathetische af hartstochtelijk was, maar hanteerde Tiberius een stijl die mild was en gericht op het wekken van mededogen. Tiberius’ woordkeuze was correct en goedverzorgd, die van Gaius meeslepend en briljant.noot Ploutarchos, Tiberius Gracchus 2.2-3; vert. F.J.A.M. Meijer en J.A. van Rossum.

Behalve de Gracchen hebben honderden anderen hier hun betogen afgestoken; hier werden gezantschappen verwelkomd; hier werden in de winter van 43/42 v.Chr. de hoofden tentoongesteld van de slachtoffers van Marcus Antonius, Lepidus en Octavianus:

Het hoofd en de hand van Cicero hingen lange tijd op het Forum aan het Sprekerspodium waar hij altijd tot het volk sprak. Er kwamen meer mensen daarop af dan er ooit naar hem waren komen luisteren.noot Appianus, Burgeroorlogen 4.20; vert. Simone Mooij.

Het platform was voorzien van scheepsstevens, die de Romeinen ooit, in de vierde eeuw v.Chr., hadden buitgemaakt. Daarom heette het podium ook de Rostra, “stevens”.

De nieuwe Rostra

Deze curieuze vorm bleef gehandhaafd toen keizer Augustus in 29 v.Chr. een nieuw Sprekerspodium liet bouwen. Het stond wat verder naar het zuiden en de stevens puntten niet langer naar het Comitium en het Senaatsgebouw, maar naar de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De vierentwintig meter brede nieuwe Rostra was opgetrokken uit rossige tufsteen en bekleed met marmer. Het metselwerk dat tegenwoordig is te zien, dateert uit de twintigste eeuw, maar het oorspronkelijke bouwmateriaal is nog te zien aan de noordzijde.

Bij het Sprekerspodium stond de Columna rostrata, de bestevende zuil. Dit ereteken was in 260 v.Chr. opgericht voor Gaius Duillius, de consul die bij Sicilië een Karthaagse vloot had verslagen en als eerste Romein een triomftocht mocht houden wegens een overwinning ter zee. Ik blogde al eens over het nep-archaïsche Latijn van de inscriptie. Iets verderop stond een identieke pilaar. Die was aan Octavianus gewijd nadat hij en Agrippa in 36 v.Chr. in de Siciliaanse wateren een zeeslag hadden gewonnen. Volgens Appianus lag dit monument de latere keizer na aan het hart:

Van de eerbewijzen die hem waren toegekend, aanvaardde hij een kleine triomftocht, een jaarlijks dankfeest op de dagen van zijn overwinning en een gouden beeld van hemzelf in de kleren waarmee hij Rome was binnengekomen op een met de scheepsstevens versierde zuil op het Forum. Dat beeld staat er nog altijd, met de volgende inscriptie: ‘De lang verstoorde vrede heeft hij hersteld te land en ter zee.’noot Appianus, Burgeroorlogen 5.130; vert. Simone Mooij.

Orgieën

Het Sprekerspodium was ook de plaats waar de laatste en merkwaardigste uiting plaatsvond van oppositie tegen Augustus. De generatie die was opgegroeid na de burgeroorlogen vond het morele reveil dat de alleenheerser predikte hypocriet. Zijn staatsgreep was immers geen wonder van hoogstaand gedrag geweest. De opposanten probeerden daarom de wetten waarmee Augustus probeerde de huwelijksmoraal te herstellen belachelijk te maken door ’s nachts orgiën te organiseren op het Forum. Cassius Dio beschrijft ze in enigszins verbloemende termen:

Dat ridders en vrouwen van aanzien op het toneel verschenen kon Augustus allemaal niet zoveel schelen maar dat veranderde toen hij er later achter kwam dat zijn eigen dochter Julia zich ’s nachts op het Forum, zelfs op het Sprekerspodium, helemaal liet gaan, aan de zwier was en ’m daar samen met vrienden goed wist te raken. Hij was woedend. Hij vermoedde al eerder dat ze een niet helemaal ordelijk leven leidde, maar wilde dat eigenlijk niet geloven. noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 55.10.12; vert. Gé de Vries.

Conform zijn eigen strenge huwelijkswetgeving verbande Augustus Julia en vier van haar minnaars, alsof het ging om ontucht. Er was echter meer aan de hand.

Het incident – waar Lauren van Zoonen al eens over blogde – vond plaats in 2 v.Chr., vlak nadat Augustus de titel “vader des vaderlands” aanvaardde, waarmee hij het onconstitutionele karakter van zijn alleenheerschappij had willen verdoezelen. Nu Julia in opspraak was gebracht, herinnerden de Romeinen zich dat Augustus steeds zijn rol als vader ondergeschikt had gemaakt aan zijn politieke ambities. Hij had het meisje als peuter al beloofd aan de zoon van Marcus Antonius en had haar later uitgehuwelijkt aan onder meer Agrippa en Tiberius. Het was een publiek geheim dat dit laatste huwelijk was mislukt.

De boodschap die de senatorenzonen met de orgie op het Sprekerspodium afgaven was: wee degenen die vallen onder de ouderlijke macht van deze man. Waarom Julia zich ervoor leende, wat ze voor haar vader voelde, in hoeverre ze initiatiefneemster of slachtoffer was, het is onbekend.

In de vierde eeuw is de Rostra nog eens vernieuwd. Het is afgebeeld op de Boog van Constantijn. Links en rechts zien we twee standbeelden, achteraan staan standbeeldjes op zuilen, en verder is het een drukte van belang. Middenin staat een keizer die zijn hoofd er niet helemaal bij heeft. De scheepsstevens lijken inmiddels verwijderd te zijn, maar het podium heette nog steeds Rostra.

De laatantieke Rostra

#Appianus #CassiusDio #Cicero #Comitium #ForumRomanum #GaiusDuillius #GaiusSemproniusGracchus #ItaliëInDeVierdeEeuwVChr_ #JuliaIII #MarcusVipsaniusAgrippa #Ploutarchos #Rome #Rostra #TiberiusSemproniusGracchus #TweedeDriemanschap

Titus Livius (4): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Avaritia & crudelitas

Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse zege voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.

Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.

De ondergang van de Republiek

De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over.  Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.

De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.

Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.

Augustus

Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.

Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.

De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.

Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.

Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:

Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.

Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.

[wordt morgenochtend vervolgd]

PS

Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.

#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #digressie #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Heen en weer naar Macedonië daarna. In 42 vocht IIII Macedonica in de dubbele slag bij Filippoi voor het Tweede Driemanschap tegen de moordenaars van Caesar, en na dit bezoek aan Macedonië keerde het met Octavianus weer terug naar Italië, waar het deelnam aan de gevechten tegen Marcus Antonius’ broer Lucius. Slingerkogels bewijzen de aanwezigheid van het Vierde bij het beleg van Perugia.

In 31 v.Chr. namen de legionairs van IIII Macedonica deel aan de gevechten die culmineerden in de zeeslag bij Aktion. De eerste veteranen zwaaiden in deze jaren af: na ruim twaalf dienstjaren vestigden ze zich in de Veneto.

Hispania

Octavianus, die zich inmiddels Augustus noemde, stationeerde het legioen na 30 v.Chr. in Hispania Tarraconensis, waar het deelnam aan campagnes tegen de Cantabriërs, die duurden van 25 tot 13. Naast IIII Macedonica waren I Germanica, II Augusta, V Alaudae, VI Victrix, VIIII Hispana, X Gemina, XX Valeria Victrix en misschien VIII Augusta erbij betrokken. Het Vierde was gestationeerd in Herrera de Pisuerga. Er is wel geopperd dat sommige veteranen zich hebben gevestigd in een nabijgelegen stad die tegenwoordig in het Baskisch Kuartango heet (van quattuor, “vier”).

Na het jaar 13 v.Chr. werd het rustiger op het Iberische Schiereiland. Dat de soldaten overal actief waren in ambtelijke functies, kan worden afgeleid uit inscripties die tot in het zuiden van Andalusië zijn aangetroffen.

Grafsteen van een legionair van IIII Macedonica (Landesmuseum, Mainz)

Het Rijnland

Het was waarschijnlijk keizer Claudius die het Vierde Macedonische Legioen overplaatste naar Mainz in Germania Superior, waarschijnlijk in 41 na Chr. Hier verving het XIV Gemina, dat was vertrokken naar Brittannië. Het is echter ook mogelijk dat de overplaatsing al plaatsvond in 39, toen Caligula oorlog voerde tegen de Germaanse Chatten. Hoe dat ook zij, het Vierde kwam in Mainz en deelde daar het fort met het onlangs geformeerde XXII Primigenia. De jongere eenheid bezette de minder eervolle linkerkant, terwijl IIII Macedonica aan de rechterkant verbleef.

Het was nog steeds in Mainz toen Claudius’ opvolger Nero zelfmoord pleegde (juni 68) en er een burgeroorlog uitbrak (januari 69). Het Vierde en het Tweeëntwintigste waren de eerste legioenen die de kant van Vitellius kozen en een grote onderafdeling nam deel aan diens opmars richting Italië. Het brak daarbij de weg dwars door Zwitserland open, vocht bij Cremona tegen de troepen van keizer Otho en bereikte uiteindelijk Rome. Verschillende soldaten werden beloond voor hun diensten en overgeplaatst naar de keizerlijke garde.

Ondergang

Terwijl grote delen va de Rijnlegioenen waren afgemarcheerd naar Italië, waren de garnizoenen van de Rijnprovincies niet op sterkte. Dat was tot daar aan toe, maar de bewoners hadden redenen om kwaad te zijn. De Bataven voelden zich beledigd omdat keizer Galba zijn Bataafse lijfwacht had ontslagen; ook ergerden ze zich aan Vitellius’ rekruteringspraktijken; ze kwamen in opstand.

Een Romeins expeditieleger, bestaande uit de overblijfselen van V Alaudae en XV Primigenia, werd verslagen bij Nijmegen, en niet veel later sloegen de Bataven het beleg op voor Xanten. Hoewel I Germanica, XVI Gallica en het andere legioen uit Mainz, XXII Primigenia, hen probeerden te redden, was Xanten in maart 70 gedwongen zich over te geven. Niet veel later capituleerden ook I Germanica en XVI Gallica.

Dakpan van IIII Macedonica (Isistempel, Mainz)

Het duurde enkele maanden voordat de nieuwe keizer Vespasianus een sterk leger kon sturen om het Rijnland te heroveren om de Bataafse opstand te onderdrukken. Daarna reorganiseerden de Romeinen hun leger.

IIII Macedonica had Mainz bewaakt tegen aanvallen van Germaanse plunderaars. Hoewel het succesvol en dapper had gevochten, was de reputatie van het Rijnleger te slecht om dit legioen te laten voortbestaan. Het kreeg een nieuwe naam, IIII Flavia, en werd overgeplaatst naar de Eufraat. En u kunt al raden waar het blogje van vanmiddag over zal gaan.

#Augustus #BataafseOpstand #Caligula #CantabrischeOorlog #Chatten #Claudius #EersteSlagBijCremona #Galba #GermaniaSuperior #GnaeusPompeiusMagnus #HispaniaTarraconensis #IGermanica #IIAugusta #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #JuliusCaesar #legioen #Mainz #MarcusAntonius #Nero #Nijmegen #Octavianus #Otho #Perugia #RomeinsLeger #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #TweedeDriemanschap #VAlaudae #Vespasianus #VIVictrix #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Vitellius #XGemina #Xanten #XIVGemina #XVPrimigenia #XVIGallica #XXValeriaVictrix #XXIIPrimigenia #zeeslagBijAktion

De slag bij Dyrrhachion - Mainzer Beobachter

In de slag bij Dyrrhachion wist Pompeius een aanval van Caesar af te slaan, maar hij wist zijn overwinning niet uit te buiten.

Mainzer Beobachter

Quintus Ligarius

Zomaar een Romein, dus niet per se Quintus Ligarius (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik introduceer mijn stukjes over de laatste jaren van Julius Caesar meestal met het omrekenen van de republikeinse datum naar onze kalender. Vandaag sla ik die gimmick over. Evengoed gaan we het hebben over Caesar. Of beter, over een tijdgenoot: Quintus Ligarius, over wiens lot de rechtbank 2069 jaar geleden besliste.

Hij diende al jaren in het huidige Tunesië: in 50 v.Chr. als assistent van gouverneur Gaius Considius Longus; later als diens plaatsvervanger; weer later als adjudant van Pompeius’ bondgenoot Publius Attius Varus. Ligarius nam deel aan de slag bij Thapsus en werd na afloop gevangen genomen in Hadrumetum. Caesar liet hem in leven maar stond hem niet toe terug te reizen naar Italië.

Rechtszaak

Op verzoek van Ligarius’ familie besloot Cicero de kwestie bij Caesar aan te kaarten, maar juist toen die zich welwillend betoonde, kwam bericht dat Ligarius op een of andere manier had samengewerkt met koning Juba I van Numidië. Dat betekende dat de balling niet zomaar een verdediger was van de Romeinse Republiek, maar hoogverraad had gepleegd. Er kwam een rechtszaak. De aanklager schijnt de Quintus Aelius Tubero te zijn geweest die ook een geschiedenis van Rome heeft geschreven, benut door Titus Livius.

De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vertelt dat Caesar de rechtszaak bijwoonde omdat hij zin had Cicero, die gold als een van de grootste redenaars van zijn tijd, weer eens te horen spreken.

Toen Quintus Ligarius werd aangeklaagd omdat hij tot Caesars vijanden had behoord en Cicero hem verdedigde, zei Caesar tegen zijn vrienden: “Wat belet ons Cicero weer eens te horen spreken, nu die man al lang veroordeeld is als een schurk en een vijand?”

Cicero maakte meteen vanaf zijn eerste woorden buitengewoon veel indruk en naarmate zijn betoog vorderde ontplooide het zo’n rijke scala aan emoties en zo’n ongelooflijke charme dat Caesar herhaaldelijk van kleur verschoot en duidelijk aan allerlei emoties ten prooi was. En toen de redenaar ten slotte de gevechten bij Farsalos aanroerde, raakte Caesar buiten zichzelf. Zijn lichaam schokte en hij liet enkele papieren uit zijn hand vallen. In elk geval sprak hij de man noodgedwongen vrij van schuld.noot Ploutarchos, Cicero 40; vert. Hetty van Rooijen.

Verzoening en moord

Ik sluit niet uit dat Caesar oprecht aangedaan was toen hij Cicero’s oproep tot verzoening hoorde. Zoals ik al vaker heb geschreven heeft ook iemand die met een putsch aan de macht komt, behoefte aan goede bestuurders. Zo ook Caesar. Niet hij had de burgeroorlog gewild – althans, zo zag hij het zelf – en hij streefde naar stabiliteit. Farsalos was een overwinning die hij niet had gezocht, zoals de moord op Pompeius hem ook slecht was uitgekomen. Dat hij geschokt reageerde toen Cicero de verschrikkingen van Farsalos evoceerde, wil ik geloven. Het was, zo lijkt me, ook voor de overwinnaar traumatisch geweest.

Enfin. Caesar was een van de juryleden die Quintus Ligarius vrijsprak. De man mocht terugkeren naar Rome. Heel dankbaar betoonde deze zich echter niet: hij was een van degenen die deelnam aan de samenzwering tegen en moord op Caesar. Ruim een jaar later, toen Octavianus, Marcus Antonius en Lepidus het Tweede Driemanschap hadden gesloten, werd Ligarius vogelvrij verklaard en uit de weg geruimd.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AfrikaanseOorlog #Cicero #GaiusConsidiusLongus #Hadrumetum #JubaI #Ploutarchos #PubliusAttiusVarus #QuintusAeliusTubero #QuintusLigarius #rechtbank #Thapsus #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap