Wie was Julius Caesar? (3)

Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

[De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” loopt ten einde. Het eerste deel van de slotevaluatie was hier.]

Individu en proces

Ik heb het verhaal van de Tweede Burgeroorlog verteld aan de hand van enkele individuen. Of beter: één “grote man” en een reeks bijfiguren. Voor deze vorm van grotemannengeschiedenis valt iets te zeggen. Je kunt er in elk geval 176 blogjes over schrijven en ik weet dat veel volgers van deze blog de nu ten einde lopende reeks hebben gewaardeerd.

Historici hebben echter lang gediscussieerd over de vraag of geschiedenis wordt gemaakt door individuen, “grote mannen” dus, of door processen en structuren. Uiteraard valt er voor allebei iets te zeggen en dat is ook nu het geval. De processen waarmee de monarchie zou ontstaan, bestonden al vóór Caesar. Niet dat de monarchie onvermijdelijk was, maar de processen liepen, om zo te zeggen, in een zekere richting.

Ceteris paribus zou de partij winnen met de meeste soldaten, en dat zou de partij zijn die het burgerrecht het kwistigst uitdeelde. En degene die won, zou een autocratie stichten: controlerende machten als de Volksvergadering en de Senaat waren dan immers gebroken. De nieuwe autocratie zou zijn gebaseerd op soldaten uit de provincie, en in die zin was de monarchie, met een woord van de Britse oudhistoricus Ronald Syme, de wraak van het imperium.

De Lex Roscia was beslissend. Daarmee kreeg Julius Caesar de meeste soldaten en daardoor behaalde hij de overwinning. Niet dat Caesar heeft geweten dat hij daarmee een beslissing nam over de toekomst van het Mediterrane wereldrijk. Voor hem was de Lex Roscia slechts een middel om een onmiddellijke militaire crisis op te lossen. Maar hij zette de stap.

Wie was Julius Caesar?

Tegelijkertijd: terwijl de processen deze kant op liepen, waren er momenten waarop individuele keuzes verschil maakten. Caesar had om het leven kunnen komen in Alexandrië. Het heeft er bij Munda om gespannen. En hij had ook de aanslag in Rome kunnen overleven. De monarchie zou dan op een andere manier zijn gegroeid.

Wat Caesars eigen rol was? Ik denk dat we die het meeste zien in zijn bestuursmaatregelen. Hij wilde kunnen besturen, was rusteloos in zijn wetgevende activiteit en was bereid tot hervormingen. Een Pompeius zou dat waarschijnlijk ook hebben gedaan – ook hij was een creatief bestuurder.

Vervalste munt uit 46 v.Chr.: bewijs voor de economische problemen (Münzkabinett, Dresden)

Uiteindelijk faalde Caesar. Het is een misverstand dat hij vrede schiep, want op het Iberische Schiereiland en in Syrië waren nog steeds verzetshaarden. De bevolking leed onder enorme fiscale en financiële problemen. Hij deed echter zijn best om een bestuursvorm te vinden die voor iedereen aanvaardbaar was. Daarbij nam de dictator enorme risico’s: hij ontsloeg zijn lijfwacht en weigerde, toen hij wist van de samenzwering, meer te doen dan te zeggen dat hij ervan wist. Zijn permanente dictatuur mocht niet berusten op een systeem van verklikkers en informanten.

Maar hij kon het wantrouwen niet wegnemen en hij werd vermoord. De misdaden waarmee hij zijn regime had gevestigd, waren niet vergeten en de republikeinse sentimenten waren te sterk. Veel van zijn hervormingen bleven staan, maar na de dood van de militaire potentaat resteerden alleen nog nieuwe burgeroorlogen.

[Er is nog één stukje over Julius Caesar, een coda. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #grotemannengeschiedenis #individuEnProces #JuliusCaesar #LexRoscia #monarchie #RonaldSyme #TweedeBurgeroorlog #volksvergadering

Wie was Julius Caesar? (1)

Wil de echte Julius Caesar opstaan?

Als ik zeg dat het 21 maart 2026 is, en als ik dat schrijf nadat ik de afgelopen dagen een reeks blogjes heb geschreven over Julius Caesar, dan weet u dat er een einde komt aan de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het is tijd de balans op te maken.

Wie was Julius Caesar?

Wie was Julius Caesar? Het antwoord is simpel. Hij was een beroemde Romein, een senator, de tegenstander van Farnakes, een tafelgast, de schoonvader van Pompeius, een generaal, een toerist, een popularis, een patiënt, de minnaar van twee koninginnen, een opportunist, de tegenstander van de Senaat, een dictator, het slachtoffer van een moordaanslag, een ruiter, de veroveraar van Gallië, een consul, een kaalkop, een opdrachtgever tot genocide, een verwant van Marius, een bouwheer, een bestuurder, een schrijver, het voorwerp van verering, de vernietiger van de republiek, een oligarch, een sadist, een stadsstichter, een propagandist, een villa-eigenaar, een putschist, de echtgenoot van Calpurnia, de drager van een lauwerkrans, een grootmeester van de Latijnse taal, een hervormer, de veroveraar van Numidië, een hogepriester, een oorlogsmisdadiger, een cynicus, een organisator, een patronus, een vluchteling, een begenadiger van tegenstanders, een alleenheerser, een officier, een ijdeltuit, de vader van Julia en Caesarion, een reiziger, een plunderaar en het onderwerp van velerlei geruchten. Hij was ook de stichter van een autocratie en iemand die, anders dan keizer Augustus, de gelegenheid niet kreeg om de misdaden te laten vergeten waarmee hij zijn regime had gevestigd.

Maar hoe beoordeel je zo iemand? Een thema dat in de reeks steeds terugkwam, is dat Julius Caesar, toen hij de republiek eenmaal had overmeesterd, begreep dat hij haar ook moest besturen. Aanvankelijk was het één grote improvisatie, maar tegen het einde van zijn leven waren alle bestuursposten bemand. Dat het niet meteen na zijn dood kwam tot een burgeroorlog, was omdat het Romeinse bestuurssysteem op dat moment functioneerde.

Vrijwel alle bekende maatregelen waren gericht op stabilisering van wat we, afhankelijk van ons perspectief, moeten aanduiden als “de situatie” of “het regime”. Om te beginnen de Clementia Caesaris. Ook iemand die met een gewelddadige staatsgreep aan de macht is gekomen, heeft behoefte aan capabele medewerkers. Julius Caesar wist zich met zijn tegenstanders te verzoenen. Hij zag af van de beruchte proscripties. Hoewel sommige van de tegenstanders met wie hij zich had verzoend, zich aansloten bij de samenzweringen, waren er ook veel die hem trouw bleven.

In het verlengde daarvan: Caesar had oog voor talent. We zien in zijn omgeving verschillende jonge mensen met grote verantwoordelijkheden: Octavianus natuurlijk, maar ook Gaius Scribonius Curio.

Hervormingen

Caesar initieerde allerlei stabiliserend bedoelde wet- en regelgeving, waarvan de kalenderhervorming het bekendst is. Die verhinderde verdere manipulatie van de aflossingstermijnen op de op het Italische platteland hoog opgelopen schulden. Er waren ook andere nieuwe regels om de schuldenproblematiek te regelen, en verder waren er regels om verraders – uiteraard een rekbaar begrip – te verbannen en om geweldplegers te straffen. Tot de economische maatregelen behoorde bijvoorbeeld de Lex Rhodia de iactu, die bepalingen bevatte voor de compensatie van schippers die tijdens een storm hun koopwaar overboord hadden moeten werpen: een nuttige wet uit hellenistisch Griekenland, die nu gold voor de gehele Romeinse wereld.

Hij reorganiseerde het leger en de provincies in Gallië, Syrië, Anatolië, Africa en het Iberische Schiereiland. Om soldaten land te geven, (her)stichtte hij tal van steden: Arles, Fréjus, Karthago, Korinthe, Lyon, Narbonne, Nîmes, Orange, Sevilla en Vienne. Hieruit valt af te leiden dat hij een breed perspectief had op het Romeinse imperium: overal zouden mensen wonen met het Romeinse burgerrecht, niet alleen in Italië. Het Romeinse Rijk was niet langer Italië met wat wingewesten. Om er ook ’ns een gevleugeld woord tegenaan te gooien: Rome n’est plus dans Rome; elle est toute où je suis.

Dit moet ook de reden zijn waarom Caesar geen moeite had met de Lex Roscia, die de verspreiding van het burgerrecht naar mensen buiten Italië vereenvoudigde. Weliswaar was dit een oorlogsmaatregel, omdat hij zo aan meer soldaten kon komen, maar hij zette de stap in elk geval en daarmee zette hij de toon. Marcus Antonius en Octavianus gingen ermee verder. Er kwam ruimte voor bestuurders uit de provincie; het aantal magistraten werd vergroot; er kwamen daardoor meer oud-magistraten en daarom vergrootte Caesar de Senaat.

Niet dat Caesar Rome vergat. In Rome legde hij een nieuw forum aan en vernieuwde hij het terrein waar de Volksvergadering samenkwam (de Saepta Julia) en het Senaatsgebouw (de Curia Julia). Zijn vertrouwelingen namen andere nieuwbouwprojecten voor hun rekening. Zo herbouwde Lucius Munatius Plancus de tempel van Saturnus op het Forum Romanum. De graanvoorziening van de stad werd eveneens verbeterd.

[Wordt vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #clementiaCaesaris #dictator #ForumVanCaesar #hogepriesterschap #JuliusCaesar #LexRhodiaDeIactu #LexRoscia #MarcusAntonius #Octavianus #proscriptie #schuldenproblematiek #volksvergadering

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Aan een ander standbeeld was een bekend verhaal verbonden, dat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius met smaak opdist:

Attus Navius, destijds een beroemd ziener, verklaarde dat er niets mocht worden veranderd en ook niets nieuws mocht worden ingesteld tenzij de vogels het gunstig hadden geduid. Hierover ontstak koning Tarquinius Priscus in woede en men zegt dat hij, spottend met de zienersgave, uitriep: “Vooruit dan, goddelijke ziener, raadpleeg de vlucht van de vogels en zeg dan of datgene waaraan ik op dit ogenblik denk, kan gebeuren!”

Toen Attus, na de voortekenen te hebben waargenomen, verklaarde dat het inderdaad zou gebeuren, zei de koning: “Nee maar! Waar ik aan zat te denken was dat jij met een scheermes een slijpsteen zou kloven. Hier, pak die dingen en zie voor elkaar te krijgen wat volgens de verkondiging van je vogels mogelijk is!”

Toen kloofde – zegt men – de priester zonder aarzelen de slijpsteen. Vroeger stond er een standbeeld van Attus, met bedekt hoofd, op de plaats waar dit is voorgevallen, op het Comitium, op de treden links van het Senaatsgebouw. Volgens de overlevering werd daar ook de slijpsteen geplaatst, om het nageslacht aan dit wonder te herinneren.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 1.36.3-5; vert. Katwijk-Knapp.

Na de nieuwbouw ten tijde van Augustus zijn enkele van deze oude standbeelden verplaatst naar het naar hem vernoemde forum, maar al snel kwamen er nieuwe voor in de plaats.

Volcanal

Een deel van het Comitium was vernoemd naar de vuurgod Vulcanus en heette Volcanal. In de keizertijd lag daar een afgebakende ruimte, geplaveid met zwart marmer en ommuurd door een hek van wit marmer. Om haar kleur heette de plek ook Lapis Niger, “Zwarte Steen”. Eronder lag een zeer oud heiligdom: archeologen troffen er een altaar aan uit de vierde eeuw v.Chr., de sokkel van een standbeeld en een stenen kubus met een inscriptie die aan de hand van de lettervormen is gedateerd tussen 650 en 600.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Omdat in de Griekse wereld stadstichters een monument kregen op de markt van de door hen gestichte steden, schrijft de Grieks-Romeinse auteur Dionysios van Halikarnassos dit monument toe aan de stichter van Rome:

Romulus wijdde een bronzen vierspan aan Vulcanus en richtte daarnaast een beeld op van zichzelf met een inscriptie in Griekse letters waarin hij zijn eigen daden vermeldde.noot Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 2.54.2; vert. Simone Mooij.

Met “Griekse letters” bedoelt Dionysios waarschijnlijk het archaïsche schrift van de inscriptie, dat inderdaad lijkt op het alfabet van de in Italië gevestigde Grieken. Hoewel we de inscriptie dus kunnen lezen, is ze onbegrijpelijk. Daarvoor is het Latijn te oud. Een mogelijke interpretatie is dat degene die een heilige plaats schendt ter dood zal worden gebracht, dat de heraut van de koning iets afkondigt en de koning een reinigingsoffer moet brengen.

Ook al blijft de inscriptie een mysterie, het is duidelijk wat het monument onder de Zwarte Steen was: een cultusplaats voor Romulus, die volgens een oeroude traditie afstamde van een vuurgod.noot FGrH 817F1.

#Alkibiades #AttusNavius #Augustus #Comitium #DionysiosVanHalikarnassos #ForumRomanum #JuliusCaesar #LapisNiger #LuciusCorneliusSulla #Octavianus #PliniusDeOudere #Pythagoras #Rome #Romulus #Senaat #sibille #Sokrates #TarquiniusPriscus #Themistokles #TitusLivius #Volcanal #volksvergadering #Vulcanus

Gaius Marius

De zogenaamde “Marius” (Glyptothek, München)

Op donderdag blog ik meestal over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Soms heb ik commentaar, soms vat ik samen, soms breid ik uit, zoals toen ik het had over Jugurtha of over de hervormingen die Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus hadden voorgesteld.

De aanhangers van laatstgenoemde waren in opdracht van Lucius Opimius gewelddadig opgeruimd en de boodschap was duidelijk: wie een rol van betekenis wilde spelen in de Romeinse politiek, had gewapende steun nodig. In de komende decennia zouden in snelle opeenvolging, met toenemende agressie en met afnemende legitimiteit een half dozijn politici de top bereiken. En een voor een kwamen Gaius Marius, Lucius Cornelius Cinna, Lucius Cornelius Sulla, Pompeius de Grote, Julius Caesar en Marcus Antonius ten val.

Gaius Marius

De eerste in het rijtje was Gaius Marius (157-86). Omdat hij afkomstig was uit de ridderstand, de financiële elite, sprak het niet vanzelf dat hij doordrong tot de senatoriële, bestuurlijke elite. In de regel zorgden de senatoren ervoor dat alleen hun eigen zonen voor magistraturen in aanmerking kwamen. Maar Marius had ooit, in de oorlog tegen de Keltiberische stad Numantia, in een duel een vijandelijke leider gedood. Romeinse kiezers beschouwden dat als voldoende kwalificatie voor om het even welk ambt. Bovendien genoot Marius de steun van de machtige familie der Caecilii Metelli, die wel meer talentvolle ridders ondersteunde.

Marius’ verdere carrière verliep spectaculair. Hij was volkstribuun, praetor en provinciegouverneur, trouwde met Julia (een meisje uit de verarmde aristocratische familie der Julii Caesares) en bekleedde in 107 het consulaat. Dat ambt gebruikte hij om zich door de Volksvergadering naar de oorlog tegen de Numidische vorst Jugurtha te laten sturen.

Hij was dus een popularis. Marius versloeg de Numidiër, wist hem in handen te krijgen en liet hem terechtstellen. Het was het zoveelste hoogtepunt in een fenomenale loopbaan en Marius deed er alles aan om te benadrukken dat hij zijn carrière zélf had gemaakt, en niet dankte aan een senatoriële vader. Hij gold nu als Romes beste generaal.

Kimbren en Teutonen

In 105 v.Chr. leden de Romeinen bij Orange een enorme nederlaag tegen de Germaanse Kimbren en Teutonen. (Een legioenkamp uit deze tijd is hier geïdentificeerd.) Er kwamen die dag meer mensen om het leven dan bij Cannae. In paniek koos de bevolking Marius tot consul voor het jaar 104. Dit was illegaal, want tussen twee consulaten moesten minimaal tien jaren verstrijken. Maar de senatoren konden er niets tegen doen, want Marius was populair bij de Volksvergadering. Hij zou de hoge magistratuur vijf jaar onafgebroken bekleden.

In afwachting van het beslissende treffen met de Germanen trainde Marius het leger. Historici hebben daar vroeger veel van gemaakt. Eigenlijk zijn alle verschillen tussen het leger van de vroege tweede eeuw v.Chr. en dat van Julius Caesar wel een keer verklaard met een beroep op de veronderstelde hervormingen van Marius. Inmiddels zien krijgshistorici dat de veranderingen allemaal wat minder abrupt zijn geweest.

Een re-enactor demonstreert hoe een soldaat in de tijd van Marius eruit zag.

Feit is dat de legers na Marius minder dan voordien werden gerekruteerd uit dienstplichtige boeren, en meer uit het stedelijk proletariaat. Nieuw was dat niet. Er was al een quasi-professionele kern voor de Romeinse legers. Sommige centuriones dienden wel twintig jaar. Echte beroeps dus. Er is wel op gewezen dat we in deze tijd steeds minder horen over de aristocratische tribunen en meer over de wat volksere centuriones, en dat er een sociale omwenteling was. Misschien is dat waar.

Met dit leger kon Marius de Teutonen in de Provence (102) en de Kimbren bij de Po (101) verslaan. Om deze overwinning te herdenken bouwde Marius’ medeconsul een tempel voor het Geluk van deze Dag en offerde de opgeluchte bevolking aan de goden en aan Marius.

Ondertussen was zo’n beroepsleger gevaarlijk. De soldaten eisten dat ze aan het eind van hun diensttijd land zouden krijgen en waren daarom trouw aan hun generaal. Niet aan Rome. En er was nog een probleem: het nieuwe leger was duur. Ik had me dat niet zo gerealiseerd, maar De Blois en Van der Spek schrijven:

De nieuwe lasten die op de staatskas drukten, bevorderden het Romeinse imperialisme. Rome ging op zoek naar nieuwe belastbare gebieden.

Saturninus

Al eerder had Marius gebruikgemaakt van de diensten van volkstribuun Lucius Appuleius Saturninus, die een wet door de Volksvergadering had geloodst om land in het huidige Tunesië ter beschikking te stellen aan Marius’ veteranen. In 100 werkten de twee mannen samen aan een soortgelijke wet.

Appuleius, de politieke erfgenaam van de gebroeders Gracchus, had geconcludeerd dat zijn hervormingsmaatregelen alleen succes konden hebben als hij beschikte over militaire steun. Toen Marius in de gaten kreeg dat Appuleius land zocht voor de veteranen om zo een privéleger te creëren, was het te laat. Met geweld herstelde Marius de orde waarvoor hij als consul verantwoordelijk was. Appuleius werd vermoord in het Senaatsgebouw.

Inscriptie ter ere van Marius (afgietsel; Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Dit was het voorlopige einde van Marius’ rol in de Romeinse politiek. Hij had zich gekeerd tegen de Volksvergadering waaraan hij zijn carrière dankte. Voor een popularis was dit politieke zelfmoord. In de Senaat raakte hij eveneens geïsoleerd. Hij had een beroep kunnen doen op zijn veteranen, maar zag daarvan af. Zijn loopbaan had meer dan eens op gespannen voet gestaan met het Romeinse staatsrecht, maar Gaius Marius was in zijn hart geen revolutionair.

Al snel zou Rome echter een revolutie én een contrarevolutie aanschouwen. Daarover volgende week.

[Een overzicht van deze reeks over het handboek oude geschiedenis is hier.]

#DeBloisEnVanDerSpek #GaiusMarius #GaiusSemproniusGracchus #handboek #Jugurtha #JuliaI #Kimbren #LuciusAppuleiusSaturninus #LuciusOpimius #Numantia #Orange #populares #RomeinseRevolutie #Teutonen #TiberiusSemproniusGracchus #volksvergadering

Het Senaatsgebouw in Rome (1)

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.

Senaat en Volksvergadering

Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.

Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.

De Volksvergadering daarentegen was vanaf de regering van de eerste keizers – en eigenlijk al vanaf de laatste drie, vier jaar van Julius Caesar – echter monddood. Het is terug te zien in het ontwerp van dit deel van het Forum: het door Caesar gebouwde Senaatsgebouw stond deels over het Comitium, dat zo een stuk kleiner en overeenkomstig onbeduidender werd.

Ontstaan

De oudste vergaderzaal van de Senaat, de door koning Tullus Hostilius in legendarische tijden gebouwde Curia Hostilia, verrees op de plaats waar nu de SS. Luca e Martina staat, of beter: tien meter daaronder. Toen Sulla het aantal senatoren uitbreidde, liet hij ook die vergaderzaal vergroten. De nieuwbouw brandde echter af tijdens een rel in 52 v.Chr., wat Caesar de mogelijkheid bood zijn naam te verbinden aan de nieuwbouw: de Curia Julia. De vergaderzaal kreeg dezelfde oriëntatie als het Caesarforum en werd door Octavianus ingewijd in augustus 29 v.Chr., de maand waarin hij ook de tempel van de vergoddelijkte Caesar en een nieuw Sprekerspodium in gebruik nam.

Vóór de Curia stond een kleine zuilenhal, het Chalcidicum, die ruimte bood aan een standbeeld van de godin Minerva. Bezoekers van de Senaat, zelfs koningen, moesten hier even wachten voor ze werden binnengelaten. (Dat koningen moesten antichambreren, is een van de argumenten waarom Caesar vermoedelijk niet naar het koningschap verlangde: hij was daarvoor veel te verheven.) Het gebouw zelf was bekleed met wit marmer en beschilderd stucwerk, terwijl op de nok een gevleugelde Victoria leek neer te strijken. De twee godinnen symboliseerden de wijsheid van de senatoren en de kracht van het imperium.

De plaats waar de consuls (en de keizer) zaten

De inrichting

In de vergaderzaal zelf stonden driehonderd zetels, voldoende om de helft van de senatoren een plaats te geven. (Als er meer aanwezigen waren, vergaderde de Senaat in de tempel van de Eendracht.) De muren van de tegenwoordig nogal donkere ruimte waren in de Oudheid deels versierd met gekleurd marmer, mozaïeken en stucwerk, terwijl het houten dak schitterde van het goudbeslag. Achterin de zaal stonden de zetels van de consuls en de keizer en een ander beeld van Victoria. Vanuit de zaal gezien leek die godin neer te dalen op de keizer. Volgens de derde-eeuwse geschiedschrijver Herodianos vond keizer Heliogabalus, die tevens priester was van de Syrische zonnegod Elagabal, dat boven Victoria een afbeelding van een hogere godheid moest hangen:

Daarom liet hij een groot schilderstuk maken ten voeten uit zoals hij placht op te treden bij de vervulling van zijn priesterambt. Hij werd geschilderd terwijl hij offerde aan zijn god, die hij tevens op het schilderij liet afbeelden. Dit stuurde hij naar Rome met de opdracht het op te hangen in het midden van een wand van de Senaatszaal, heel hoog, boven het hoofd van Victoria, waarvoor de senatoren bij hun bijeenkomsten wierook offeren en wijn plengen.noot Herodianos, Geschiedenis 5.5.7.

Vanzelfsprekend viel dit niet in goede aarde. De senatoren konden ermee leven dat een oppergod stond boven Victoria, maar niet met het feit dat de keizer zich presenteerde op gelijke hoogte met het Opperwezen. Onnodig te zeggen dat het schilderij na de dood van de priester-keizer prompt werd verwijderd.

[Wordt vervolgd]

#Augustus #Comitium #Curia #Elagabal #ForumRomanum #Heliogabalus #Herodianos #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #Minerva #Octavianus #Rome #Senaat #TullusHostilius #Victoria #volksvergadering

De Archidamische Oorlog (2)

Sfakteria, waar Kleon de Spartanen gevangen nam

 [Tweede deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

Hoewel de Atheners hun kasboek niet op orde hadden en werden geconfronteerd met een tyfusepidemie en opstandige bondgenoten op Lesbos, zodat het er al met al niet goed voorstond, bleken de Spartanen niet in staat Lesbos hulp te bieden. Daarna durfden de Atheense bondgenoten niet meer aan opstand te denken. De Atheense staatsman Kleon kon daardoor het tribuut verhogen. Tegelijkertijd boekten capabele generaals als Nikias en Demosthenes goedkope maar spectaculaire overwinningen die veel deden om het Atheense prestige te herstellen.

Athene kreeg zelfs de overhand toen Demosthenes een fort bouwde in het zuidwesten van de Peloponnesos. Talloze Spartaanse staatshorigen (“heloten”) konden nu weglopen van het platteland, wat de economie van Sparta grote schade toebracht. Bovendien slaagde Kleon er in 425 in een Spartaans legertje tot overgave te dwingen. Het dreigement de krijgsgevangenen te doden was voldoende om Athenes vijanden te doen besluiten het platteland rond de stad niet meer te plunderen.

De oorlog had op dit moment kunnen eindigen. Sparta bood onderhandelingen aan, maar Kleon overtuigde de Volksvergadering ervan dat de agressor strategische garanties moest bieden dat hij Athene niet opnieuw zou aanvallen. Het bezit van de stad Megara zou zo’n garantie kunnen zijn, want daarmee zou Athene een buffer hebben tegen het gehate Korinthe en bovendien de weg tussen Sparta en zijn bondgenoot Thebe beheersen. Dat Athene in 424 Megara trachtte te bezetten, kan worden beschouwd als een poging de voorwaarden te scheppen om een vredesverdrag te sluiten.

Maar het plan mislukte en de krijgskansen keerden toen de Spartaanse generaal Brasidas doorstootte naar Macedonië, waar hij de steden van een reeks Atheense bondgenoten bezette. (Een van de Atheense generaals die zich liet verrassen was Thoukydides, die zijn geschiedwerk schreef in ballingschap.) Toen Kleon naar het noorden trok om Brasidas te bestrijden, sneuvelden beide commandanten.

Beide partijen waren nu uitgeput en in 421 volgde het verdrag dat naar de Atheense generaal “Vrede van Nikias” wordt genoemd. Sparta, dat ooit ten strijde was getrokken om de Delische Zeebond te ontbinden en de Grieken te bevrijden, had zijn doelen niet bereikt en de oorlog verloren. Dat zou betekenen dat Athene de oorlog had gewonnen, maar de stad had immense verliezen geleden en geen garanties verworven die zijn veiligheid vergrootten. De frustratie werd nog aangewakkerd doordat Sparta weigerde zijn belofte na te komen de veroverde stad Amfipolis terug te geven.

[Wordt vervolgd]

#ArchidamischeOorlog #Athene #heloten #PeloponnesischeOorlog #strategie #tyfus #volksvergadering

Misverstand: Perikles’ strategie

Perikles (Altes Museum, Berlijn)

Misverstand: Perikles had de Peloponnesische Oorlog goed voorbereid

In 431 v.Chr. verklaarde Sparta de oorlog aan Athene, vrezend dat die stad te machtig zou worden en teveel invloed zou gaan uitoefenen, met name in de Griekse heiligdommen. Het beloofde een lange oorlog te worden, en de Spartanen stuurden meteen gezanten naar Perzië om daar hulp te vragen. De grote koning had echter geen belangstelling voor een conflict met Athene, dat zich al een generatie lang onthield van inmenging in de Perzische aangelegenheden.

Zoals destijds te doen gebruikelijk, probeerden de strijdende partijen elkaar schade toe te brengen door het platteland te brandschatten. De belegering van steden was een vaardigheid die men in Griekenland op dat moment nog slecht beheerste, maar het was mogelijk de tegenpartij de toegang tot haar akkers te ontzeggen en zo uit te hongeren. Het brandschatten bracht de Spartanen echter geen stap verder, aangezien de Atheners als enigen een vloot bezaten en hun voedsel konden aanvoeren van overzee. Ondertussen konden zij vanaf zee wel het land van de Spartanen en hun bondgenoten naar hartenlust plunderen. Zo hoefden ze het niet te laten aankomen op een veldslag met de geduchte Spartaanse troepen. Bovendien beschikte Athene over een met 6000 talenten zilver gevulde krijgskas, waar in vredestijd jaarlijks zo’n 1000 talenten bij kwamen. De Atheense generaal-politicus “Perikles had de oorlog goed voorbereid”, schrijven twee Nederlandse oudhistorici in een veelgebruikt handboek voor eerstejaarsstudenten.

In 421 gooide Sparta de handdoek in de ring en kwam er een einde aan de eerste helft van deze Peloponnesische Oorlog. Dat was echter niet het gevolg van Perikles’ goede voorbereiding. Je hoeft geen boekhouddiploma te hebben om te begrijpen dat zijn strategie om met vlootoperaties de vijand te verzwakken rampzalig was. Een oorlogsschip had een bemanning van zo’n tweehonderd koppen, die elk een drachme per dag betaald kregen. Dat maakt 6000 drachmen per schip per maand ofwel één talent. Hier is het Atheense kasboek voor het eerste oorlogsjaar:

een vloot van honderd schepen, acht maanden in de vaart800 talenteneen vloot van dertig schepen, acht maanden in de vaart240 talenteneen vloot van zeventig schepen, het hele jaar840 talenteneen leger bij de stad Potideia420 talenten+totaal2300 talenten

Optimistisch aannemend dat de inkomsten gelijk bleven, kunnen er na het eerste oorlogsjaar niet meer dan 4700 talenten in kas zijn geweest. Athene zou de oorlog nooit langer dan vier jaar hebben kunnen volhouden.

Perikles had de oorlog catastrofaal slecht voorbereid. Gelukkig stierf hij kort na het uitbreken ervan, waarna de staatsman Kleon grote invloed kreeg op de Atheense volksvergadering. Hij slaagde erin enerzijds de inkomsten te verhogen en anderzijds goedkopere operaties te laten uitvoeren. In 425 wist hij de Spartanen te dwingen hun jaarlijkse invasie te staken. Die verplaatsten daarop de oorlog naar de periferie van het Atheense rijk, waar ze de belangrijke stad Amfipolis veroverden, de plaats waar de Atheners hun scheepshout vandaan haalden en een zilvermijn exploiteerden. Nu hadden de Spartanen een onderpand om in 421 een niet al te vernederend vredesverdrag te bedingen.

Hoe komt het dat historici desondanks schrijven dat Perikles de oorlog goed had voorbereid? Het heeft er alles mee te maken dat we voor de Peloponnesische Oorlog maar één echte bron hebben. Dat is het geschiedwerk van de Atheense officier Thoukydides, een van de indrukwekkendste teksten uit de oude wereld. De auteur was verantwoordelijk geweest voor de verdediging van Amfipolis, maar had die stad niet naar behoren beschermd. Hij was dus verantwoordelijk voor de belangrijkste Atheense nederlaag, en Kleon had hem om die reden laten verbannen. Thoukydides schildert in zijn boek een genadeloos portret van de man die Athene redde. Tegelijk portretteert hij Perikles als wijze staatsman. En dit alles deed hij zo briljant, dat eeuwenlang iedereen zijn beoordeling accepteerde.

Zouden we meer dan één bron hebben gehad, dan zouden we eerder vraagtekens bij Thoukydides’ verhaal hebben geplaatst. Het is voor historici beter twee tegenstrijdige bronnen te hebben dan één bron, hoe betrouwbaar deze ook lijkt. Nu is, in veel boeken over het oude Griekenland, de beschrijving van de Peloponnesische Oorlog vaak weinig meer dan een samenvatting van Thoukydides.

Literatuur

D. Kagan, The Peloponnesian War. Athens and Sparta in Savage Conflict, 431-404 BC (2003) en S. Hornblower, The Greek World, 479-323 BC (2002³) blz. 103-209.

Nu u hier toch bent…

Door de coronacrisis ben ook ik aan huis gebonden. Terwijl ik graag wat had gedaan om mijn boek te promoten over de wedloop tussen papyrusvervalsers en wetenschappers, Bedrieglijk echt. Dat de oudheidkunde wordt gebruikt om de winst van zwarthandelaren op te drijven, vond (en vind) ik voldoende verontrustend om het wat meer onder de aandacht te hebben willen brengen. Dus bestel, lees en bespreek dat boek. Of bekijk dit filmpje. Ik ben trouwens ook beschikbaar voor betaald schrijfwerk.

[Oorspronkelijk verschenen in mijn boekje Spijkers op laag water (2009)]

#antiekeGeschiedschrijving #ArchidamischeOorlog #DonaldKagan #PeloponnesischeOorlog #Perikles #SpijkersOpLaagWater #strategie #Thoukydides #volksvergadering

Gaius Julius Caesar (1): consul

Vroeg portret van Julius Caesar (Museum van Korinthe)

In de donderdagse reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stukje dat ik vreesde: Julius Caesar. Over hem – of beter: over de door hem ontketende Tweede Burgeroorlog – heb ik het immers al zo vaak in mijn reeks #RealTimeCaesar. En over zijn Gallische Oorlog heb ik het ook al vaker gehad, zoals hier en hier en hier en hier en daar. Maar vandaag dan toch: wat ging vooraf aan de Gallische Oorlog en de Tweede Burgeroorlog?

De opkomst van Julius Caesar

Caesar werd een bekende Romein in het jaar 69 v.Chr., toen zijn tante Julia overleed, de weduwe van Gaius Marius. Het jaar daarvoor hadden Pompeius en Crassus de rechten van de door Sulla gekortwiekte Volksvergadering hersteld. Daarover blogde ik al eens. In zijn grafrede bracht Caesar de aanwezigen Marius’ verdiensten in herinnering. Zo verwierf Caesar, die al een reputatie had als oorlogsheld, vrij eenvoudig een eigen achterban. Het betekende ook dat hij voor zijn verdere politieke loopbaan veroordeeld was tot een bestaan als popularis.

En hij werd almaar populairder. In 65 organiseerde indrukwekkende spelen, werd gekozen in 63 tot opperpriester, bepleitte steeds opnieuw de zaken van het stedelijke proletariaat, en kreeg daardoor in de Volksvergadering alles gedaan. Zijn schulden waren echter astronomisch en brachten hem in de sfeer van de schatrijke maar weinig geliefde Marcus Licinius Crassus, die instond voor Caesars financiën, maar politieke steun eiste.

In 61 was Caesar gouverneur in Andalusië. Daar heerste onrust en onder het mom van het herstel van de orde bezette Caesar verschillende steden, plunderde die en leidde vervolgens een bliksemcampagne langs de westkust van het Iberische Schiereiland naar de zilvermijnen van Galicië. Wanneer een belegerde stad – of het nu in Portugal was of in Romeins Andalusië – zich overgaf, liet Caesar die toch plunderen en verwoesten. Dit maakte hem tot een oorlogsmisdadiger, ook naar antieke begrippen, en vanaf nu moest Caesar permanent een ambt bekleden om onschendbaar te zijn.

Consul

De oorlog op het Iberische Schiereiland maakte Caesar gevaarlijk rijk. Behoudende senatoren als Marcus Porcius Cato probeerden hem te isoleren. Caesar kon weliswaar lobby’s financieren voor zowel het consulaat als een triomftocht, maar moest nu kiezen. De triomf zou hem de meeste populariteit opleveren, maar kon alleen plaatsvinden als hij nog aan het hoofd stond van een leger. Maar dan kon hij geen kandidaat zijn voor het consulaat, dat hij nodig had om een rechtszaak te vermijden. Caesar koos er dus voor om voor het consulaat te lobbyen. Zijn tegenstanders wisten te bereiken dat de populaire politicus in elk geval een tegenstander als collega kreeg: Marcus Calpurnius Bibulus.

Het jaar 59 verliep dramatisch. De twee consuls spraken niet met elkaar en op een gegeven moment zou Caesar zijn partner zelfs van het Forum hebben laten wegsturen. De volgende dag zou deze zijn beklag hebben gedaan in de Senaat, maar Caesars gewapende lijfwacht zorgde ervoor dat niemand de arme consul durfde te steunen. De berichten over dit incident kunnen wat overdreven zijn, maar het is zeker dat Caesar meer invloed had dan zijn collega. Mensen grapten dat dit het jaar was waarin Julius en Caesar consuls waren. Desondanks kwamen Caesar en Bibulus ook tot positieve resultaten, zoals een reorganisatie van sommige belastingen, een wet tegen afpersing en de regel dat de handelingen van de Senaat openbaar moesten zijn.

[Wordt vervolgd; een overzicht van deze reeks over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Leuke migranten: flora en fauna

april 5, 2019
Maës, de antieke Marco Polo (3)

september 7, 2022
B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

juni 9, 2024 Deel dit: #RealTimeCaesar #CatoDeJongere #DeBloisEnVanDerSpek #GaiusMarius #handboek #JuliaI #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusLiciniusCrassus #populares #RomeinseRevolutie #volksvergadering