Caesar op visite bij Cicero

Een Romeins diner (Pompeii)

Het jaar dat was begonnen met alleen Julius Caesar als consul, ook wel bekend als 45 voor Christus, liep ten einde. De trouwe lezers van deze blog weten wel ongeveer wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was: legitimiteit zoeken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er weer magistraten waren, zoals de twee mannen die in de drie laatste maanden van het jaar het consulaat bekleedden, Quintus Fabius Maximus en de al eerder genoemde Gaius Trebonius. Een andere maatregel was de voorbereiding van de oorlog tegen het Parthische Rijk, die kon rekenen op ieders instemming.

De oostelijke oorlog

De biograaf Suetonius geeft over het plan de campagne een vrij gedetailleerd bericht. Caesar wilde eerst de Daciërs,

die Thracië hadden overspoeld, terugdrijven om in aansluiting daarop via Klein-Armenië in het gebied van de Parthen door te dringen. Het was zijn bedoeling met een beslissend gevecht te wachten tot hij een indruk had gekregen van hun kracht.noot Suetonius, Caesar 44; vert. Daan den Hengst.

De nieuwe buitenlandse oorlog zou dus beginnen op de Balkan. Caesar had, zoals we al zagen, zes legioenen vooruit gestuurd. (Tot de jonge officieren behoorden zijn achterneef Gaius Octavius en diens vriend Agrippa.noot Suetonius, Augustus 8.) Met de drie al aanwezige legioenen van gouverneur Publius Vatinius erbij moest het mogelijk zijn de Daciërs terug te drijven. Daarna zou Caesar oversteken naar Azië, waar hij kon rekenen op de twee legioenen die hij in 47 v.Chr. na de slag bij Zela met Marcus Caelius Vinicianus had achtergelaten in Pontus (noordelijk Turkije). We weten dat verder drie legioenen uit Bithynië en drie legioenen uit Egypte marsorders hadden richting Syrië. Daar weigerde Quintus Caecilius Bassus al twee jaar het gezag van de dictator-voor-tien-jaren te erkennen.

Bassus was echter niet Caesars voornaamste doelwit. Dat was dus het Parthische Rijk. Caesar wilde het via Armenië binnenvallen, dus ten noorden van Syrië. Het plan zou enkele jaren later door Marcus Antonius ten uitvoer worden gebracht, met meer succes dan de propaganda van diens rivaal Augustus wilde erkennen.

Problemen

De beveiliging van de Balkan en de Parthische Oorlog zouden Caesars populariteit ongetwijfeld goed hebben gedaan, maar zouden zijn problemen niet hebben opgelost. Hoe dan ook was zijn alleenheerschappij onconstitutioneel, zelfs als hij het beste voor had voor de Republiek.

Neem de bestuurlijke continuïteit. Omdat hij enige tijd niet in Rome zou zijn, wees hij alvast magistraten aan voor drie of zelfs vijf jaar.noot Drie jaar: Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.51; vijf jaar: Appianus, Burgeroorlogen 3.129. Marcus Antonius zou bijvoorbeeld in 44 v.Chr. met Caesar het consulaat bekleden en het jaar daarop gouverneur zijn op de Balkan. Maar ook al was het verstandig dat Caesar dacht aan de middellange termijn, hij kortwiekte daarmee de Senaat en de Volksvergadering. En dat was weer eens onconstitutioneel.

Het is aannemelijk dat menigeen bang was voor Caesars triomfantelijke terugkeer. Daarna zou er geen manier meer zijn om de republikeinse verhoudingen te herstellen. Er gingen geruchten dat Caesar streefde naar de koningstitel, maar zoals ik al schreef is dat niet aannemelijk. De dictator was groter dan de koningen van zijn tijd. Dat waren meer koninkjes. Er was simpelweg geen vorm waarmee Caesars macht constitutioneel viel te maken.

Hij deed echter zijn best. Hij liet bijvoorbeeld de standbeelden voor zijn verslagen tegenstanders weer oprichten, wat aan Cicero het compliment ontlokte dat Caesar daarmee ook een monument voor zichzelf had opgericht.noot Ploutarchos, Cicero 40. De situatie was echter van dien aard dat zelfs goede maatregelen verkeerd vielen. Toen consul Fabius Maximus op oudejaarsdag overleed, wees Caesar nog snel een opvolger aan – een daad die ooit geprezen zou zijn geweest als scrupuleuze trouw aan letter en geest van de wet, maar nu werd opgevat als bespotting van diezelfde wet.

De Saturnaliën

Vanaf 17 december vierden de Romeinen het feest van Saturnus. Een vrolijk feest: vrienden gaven elkaar cadeaus, personeel kreeg een dag vrij en niet zelden kookte de heer des huizes voor zijn slaven. Caesar verbleef in Puteoli, even ten westen van Napels, in de villa van Philippus (de stiefvader van Octavianus). De locatie, vlakbij een oorlogshaven, suggereert dat hij zich bezighield met een troepentransport voor de Parthische Oorlog.

Cicero, die eveneens een buitenhuis had in Puteoli, observeerde dat de villa van Philippus op de avond van de tweede dag van de Saturnalia zo vol zat met soldaten – het waren er tweeduizend – dat er nauwelijks ruimte voor Caesar zelf was om te dineren. De volgende ochtend, vertelt Cicero, hielden Caesar en zijn vertrouweling Lucius Cornelius Balbus zich bezig met administratieve zaken. Na een strandwandeling te hebben gemaakt naar het landhuis van Cicero, nam Caesar daar een bad en ontving hij een boodschapper.

Caesar dineert bij Cicero

Daarna liet hij zich masseren en was het tijd om met Cicero aan tafel te gaan. Over politiek sprak men niet; in plaats daarvan spraken de heren over literatuur. Een onderwerp dat Cicero, die in deze tijd werkte aan een boek over voorspellingen, na aan het hart lag. “Caesar volgt een kuur van braakmiddelen,” observeerde Cicero, “en at en dronk zonder scrupules en zoals het hem uitkwam.” Ook aan de slaven en vrijgelatenen was gedacht, maar voor de echt chique mensen had de gastheer zeldzame gerechten laten bereiden.

In feite liet ik zien dat ik iemand was. Caesar is echter geen gast tegen wie je zou zeggen: “Zoek me nog ’ns op als je weer in de buurt bent.” Eén keer is wel genoeg.noot Cicero, Brieven aan Atticus 13.52.

Alle gezelligheid ten spijt bleef Caesar, die draagvlak en legitimiteit had willen scheppen door de banden aan te halen met een invloedrijke senator, vooral angstaanjagend.

Ondertussen is de vraag of de twee mannen werkelijk alleen over literatuur hebben gesproken. Cicero zou later oordelen dat de Parthische Oorlog een vlucht vooruit was geweest om te ontkomen aan een constitutioneel probleem. Die analyse hoeft niet per se waar te zijn; we zullen in het volgende blogje zien dat Caesar misschien heeft gedacht het constitutionele probleem te hebben opgelost. Dat Caesar naar het front vluchtte, kan echter wel de indruk zijn geweest die Cicero aan een ontmoeting met Caesar kan hebben overgehouden.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #JuliusCaesar #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAntonius #MarcusCaeliusVinicianus #MarcusVipsaniusAgrippa #Octavianus #PubliusVatinius #Puteoli #QuintusCaeciliusBassus #Saturnalia #Suetonius

De Rostra

De Rostra uit de Keizertijd

Rome heeft, om er eens een cliché tegenaan te gooien, nogal wat monumenten waar een geschiedenis aan zit. Eén van die plekken is het sprekersplatform op het Forum Romanum. Of beter, op dat deel van het Forum Romanum dat het Comitium heette en dat lag voor het Senaatsgebouw. Van het oorspronkelijke platform, de zogeheten Rostra, is niets over, afgezien van een kniehoge steen voor het huidige Senaatsgebouw.

Maar die kniehoge steen hè. Daar zitten verhalen aan vast. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft hoe redenaars zich vanaf dit platform richtten tot hun toehoorders:

Wanneer ze het volk toespraken, bleef Tiberius Gracchus rustig op één plaats staan, maar Gaius was de eerste Romein die op het Sprekerspodium heen en weer liep en tijdens het spreken zijn toga van zijn schouder wierp … Bovendien intimideerde Gaius zijn gehoor met een spreekstijl die op het pathetische af hartstochtelijk was, maar hanteerde Tiberius een stijl die mild was en gericht op het wekken van mededogen. Tiberius’ woordkeuze was correct en goedverzorgd, die van Gaius meeslepend en briljant.noot Ploutarchos, Tiberius Gracchus 2.2-3; vert. F.J.A.M. Meijer en J.A. van Rossum.

Behalve de Gracchen hebben honderden anderen hier hun betogen afgestoken; hier werden gezantschappen verwelkomd; hier werden in de winter van 43/42 v.Chr. de hoofden tentoongesteld van de slachtoffers van Marcus Antonius, Lepidus en Octavianus:

Het hoofd en de hand van Cicero hingen lange tijd op het Forum aan het Sprekerspodium waar hij altijd tot het volk sprak. Er kwamen meer mensen daarop af dan er ooit naar hem waren komen luisteren.noot Appianus, Burgeroorlogen 4.20; vert. Simone Mooij.

Het platform was voorzien van scheepsstevens, die de Romeinen ooit, in de vierde eeuw v.Chr., hadden buitgemaakt. Daarom heette het podium ook de Rostra, “stevens”.

De nieuwe Rostra

Deze curieuze vorm bleef gehandhaafd toen keizer Augustus in 29 v.Chr. een nieuw Sprekerspodium liet bouwen. Het stond wat verder naar het zuiden en de stevens puntten niet langer naar het Comitium en het Senaatsgebouw, maar naar de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De vierentwintig meter brede nieuwe Rostra was opgetrokken uit rossige tufsteen en bekleed met marmer. Het metselwerk dat tegenwoordig is te zien, dateert uit de twintigste eeuw, maar het oorspronkelijke bouwmateriaal is nog te zien aan de noordzijde.

Bij het Sprekerspodium stond de Columna rostrata, de bestevende zuil. Dit ereteken was in 260 v.Chr. opgericht voor Gaius Duillius, de consul die bij Sicilië een Karthaagse vloot had verslagen en als eerste Romein een triomftocht mocht houden wegens een overwinning ter zee. Ik blogde al eens over het nep-archaïsche Latijn van de inscriptie. Iets verderop stond een identieke pilaar. Die was aan Octavianus gewijd nadat hij en Agrippa in 36 v.Chr. in de Siciliaanse wateren een zeeslag hadden gewonnen. Volgens Appianus lag dit monument de latere keizer na aan het hart:

Van de eerbewijzen die hem waren toegekend, aanvaardde hij een kleine triomftocht, een jaarlijks dankfeest op de dagen van zijn overwinning en een gouden beeld van hemzelf in de kleren waarmee hij Rome was binnengekomen op een met de scheepsstevens versierde zuil op het Forum. Dat beeld staat er nog altijd, met de volgende inscriptie: ‘De lang verstoorde vrede heeft hij hersteld te land en ter zee.’noot Appianus, Burgeroorlogen 5.130; vert. Simone Mooij.

Orgieën

Het Sprekerspodium was ook de plaats waar de laatste en merkwaardigste uiting plaatsvond van oppositie tegen Augustus. De generatie die was opgegroeid na de burgeroorlogen vond het morele reveil dat de alleenheerser predikte hypocriet. Zijn staatsgreep was immers geen wonder van hoogstaand gedrag geweest. De opposanten probeerden daarom de wetten waarmee Augustus probeerde de huwelijksmoraal te herstellen belachelijk te maken door ’s nachts orgiën te organiseren op het Forum. Cassius Dio beschrijft ze in enigszins verbloemende termen:

Dat ridders en vrouwen van aanzien op het toneel verschenen kon Augustus allemaal niet zoveel schelen maar dat veranderde toen hij er later achter kwam dat zijn eigen dochter Julia zich ’s nachts op het Forum, zelfs op het Sprekerspodium, helemaal liet gaan, aan de zwier was en ’m daar samen met vrienden goed wist te raken. Hij was woedend. Hij vermoedde al eerder dat ze een niet helemaal ordelijk leven leidde, maar wilde dat eigenlijk niet geloven. noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 55.10.12; vert. Gé de Vries.

Conform zijn eigen strenge huwelijkswetgeving verbande Augustus Julia en vier van haar minnaars, alsof het ging om ontucht. Er was echter meer aan de hand.

Het incident – waar Lauren van Zoonen al eens over blogde – vond plaats in 2 v.Chr., vlak nadat Augustus de titel “vader des vaderlands” aanvaardde, waarmee hij het onconstitutionele karakter van zijn alleenheerschappij had willen verdoezelen. Nu Julia in opspraak was gebracht, herinnerden de Romeinen zich dat Augustus steeds zijn rol als vader ondergeschikt had gemaakt aan zijn politieke ambities. Hij had het meisje als peuter al beloofd aan de zoon van Marcus Antonius en had haar later uitgehuwelijkt aan onder meer Agrippa en Tiberius. Het was een publiek geheim dat dit laatste huwelijk was mislukt.

De boodschap die de senatorenzonen met de orgie op het Sprekerspodium afgaven was: wee degenen die vallen onder de ouderlijke macht van deze man. Waarom Julia zich ervoor leende, wat ze voor haar vader voelde, in hoeverre ze initiatiefneemster of slachtoffer was, het is onbekend.

In de vierde eeuw is de Rostra nog eens vernieuwd. Het is afgebeeld op de Boog van Constantijn. Links en rechts zien we twee standbeelden, achteraan staan standbeeldjes op zuilen, en verder is het een drukte van belang. Middenin staat een keizer die zijn hoofd er niet helemaal bij heeft. De scheepsstevens lijken inmiddels verwijderd te zijn, maar het podium heette nog steeds Rostra.

De laatantieke Rostra

#Appianus #CassiusDio #Cicero #Comitium #ForumRomanum #GaiusDuillius #GaiusSemproniusGracchus #ItaliëInDeVierdeEeuwVChr_ #JuliaIII #MarcusVipsaniusAgrippa #Ploutarchos #Rome #Rostra #TiberiusSemproniusGracchus #TweedeDriemanschap

Gaius Octavius in Spanje

Een heel jonge Octavianus (Museo Archeologico Nazionale, Florence)

Het was juni van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde ofwel “ons” 45 v.Chr. Dus ja, u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij ontving zijn achterneef, Gaius Octavius, de latere keizer Augustus.

Gaius Octavius

Caesar had hem, toen nog een zestienjarige jongeman, al willen meenemen op zijn Afrikaanse campagne, maar Octavius’ moeder had dat verboden. Tijdens de viervoudige triomftocht had Octavius meegereden met de ruiters achter Caesars zegekar. Later was hij gastheer geweest bij een toneelvoorstelling. Hij was toen onwel geworden en had geen deel kunnen nemen aan de Spaanse Oorlog. Desondanks reisde hij, eenmaal genezen, zijn oudoom achterna. In de zomer van 45, kort voor zijn achttiende verjaardag, diende hij zich in de buurt van Gibraltar bij Caesar aan.

Caesar omhelsde hem als een zoon en verwelkomde hem, want degene die hij ziek thuis had gelaten zag hij nu veilig en wel. Hij liet hem ook niet meer gaan en onderhield hem in zijn eigen paviljoen. Caesar prees zijn ijver en intelligentie, maakte er een gewoonte van hem bij zijn gesprekken te betrekken om zo zijn verstand te beproeven. Toen Caesar merkte dat Octavius schrander en intelligent was, en dat zijn antwoorden scherp en altijd ter zake waren, nam zijn achting en genegenheid nog verder toe.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.23.

De auteur van deze woorden, Nikolaos van Damascus, is altijd erg positief over keizer Augustus, en we mogen ons afvragen of het werkelijk zo is gegaan. Een andere achterneef, Quintus Pedius, was eveneens aanwezig, had al eerder gevochten in Gallië en zou later de allerhoogste militaire eerbewijzen krijgen. Hij blijft onvermeld. Het verhaal is minimaal te eenzijdig en kan zeker in Augustus’ propaganda zijn aangedikt. Als het niet ronduit verzonnen is.

Voortekens

Neem een anekdote die Cassius Dio lijkt te hebben ontleend aan Titus Livius: Caesar meende na de slag bij Munda dat hij nog nieuwe oorlogen zou winnen.

In die hoop werd hij vooral bevestigd door het feit dat uit een palm die op de plaats van de slag stond, onmiddellijk na de overwinning een scheut was gegroeid.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.41.

Suetonius kent dat voorteken ook, maar betrekt het niet op toekomstige prestaties van Caesar. Dit keer voorspelt de scheut dat Caesar een opvolger zal vinden.

Toen Caesar bij Munda een bos liet omhakken op de plaats die hij voor een kamp had bestemd, gaf hij bevel om een daar aangetroffen palmboom te laten staan als voorteken van de overwinning. Terstond schoot daaruit een nieuwe loot op, die in enkele dagen zover uitgroeide dat hij de stam waaruit hij voortgekomen was niet alleen in lengte evenaarde, maar die zelfs overschaduwde, terwijl een menigte duiven daarin ging nestelen, hoewel deze vogelsoort hard en stekelig gebladerte in de regel vermijdt. Men vertelt dat het dit wonderteken is geweest dat Caesar ertoe bewoog de kleinzoon van zijn zuster en geen ander tot zijn opvolger te bestemmen.noot Suetonius, Augustus 94; vert. Daan den Hengst.

Uiteraard is Suetonius’ verhaal onzin, want het was pas weken na de campagne bij Munda eer Octavius zich in Spanje aandiende. Dat Suetonius’ versie slechts een latere bewerking is, wil echter niet zeggen dat Dio’s versie betrouwbaar is. Die noemt Caesar en Octavius doodleuk “strijdgenoten”. Dat is evenmin waar.

Saguntum

We weten wel dat Caesar en zijn achterneef in de loop van de zomer hun reis vervolgden naar Cartagena en Saguntum.

De Saguntijnen kwamen Octavius om hulp vragen, want tegen hen liepen enkele aanklachten. Hij trad op als hun vertegenwoordier en wist bij Caesar het intrekken van de klachten te bewerkstelligen. Toen Caesar de verheugde Saguntijnen naar huis stuurde, prees hij Octavius en noemde hem hun redder. Daarna benaderden veel andere mensen Octavius met verzoeken om bijstand, en hij bleek voor hen van grote waarde te zijn.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.26.

Met andere woorden: Octavius was begonnen een eigen patronage-netwerk op te bouwen. Het zou hem later van pas komen. Voor zover ik kan zien, zouden de Iberische gewesten tijdens de latere burgeroorlogen nooit een ander dan hem steunen.

Laster (of niet)

Ondertussen is er ook een andere traditie over de wijze waarop Octavius omhoog viel. Het is namelijk wel wonderlijk dat Caesar enkele maanden later Octavius zou aanwijzen als voornaamste erfgenaam. Natuurlijk, Sextus Julius Caesar was inmiddels dood en Caesar moest denken aan een opvolger als familiehoofd. Maar het is vreemd dat hij daarbij Quintus Pedius, die veel meer ervaring had, zo opvallend passeerde. Er circuleerden allerlei roddelpraatjes.

In zijn vroegste jeugd werden hem allerlei schanddaden aangewreven. Sextus Pompeius maakte hem uit voor verwijfd, Marcus Antonius beweerde dat hij zijn adoptie verdiend had door zich door zijn oudoom te laten misbruiken.noot Suetonius, Augustus 68; vert. Daan den Hengst.

Dit mag dan roddel zijn, het is niet per se onwaar, net zo min als de officiële versie vol palmscheuten, strijdgenoten en scherpzinnige tafelgesprekken per se waar is. Feit is dat we het eigenlijk niet goed weten. Zoals zo vaak. Het is immers oudheidkunde.

Agrippa

Tot slot een hypothese. Caesar had oog voor talent. Hij begreep wat zijn mensen konden en herkende wat ze niet konden. Het is opvallend dat Caesar aan Octavius iemand toevoegde, Marcus Vipsanius Agrippa. Ze zouden hun leven lang bevriend blijven. Ik heb me weleens afgevraagd of Caesar niet heeft herkend dat Octavius geen talent had voor het krijgsbedrijf en hem daarom voorstelde aan iemand met meer militair inzicht.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Augustus #CassiusDio #GaiusOctavius #Gibraltar #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusVipsaniusAgrippa #NikolaosVanDamascus #Octavianus #palmboom #QuintusPedius #Saguntum #SextusJuliusCaesar #SextusPompeius #Spanje #Suetonius

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Romeinse verovering

De Romeinen veroverden de vallei van de Rhône vanuit het zuiden en onderwierpen rond 120 v.Chr. de Allobrogen. Toen ze het gebied onder controle hadden, stichtten de Romeinen eerst de stad Vienna, het huidige Vienne. Dit werd het centrum waar kooplieden elkaar ontmoetten, maar na een Allobrogische opstand in (ik meen) 61 v.Chr. verplaatsten de Italische kooplieden hun kantoren van Vienne naar Lugdunum. In het volgende jaar, 60 v.Chr., kondigden de Helvetiërs aan dat ze stroomafwaarts langs de Rhône zouden trekken om zich in Aquitanië te vestigen. Ze zouden dus langs Lyon komen. Dat was voldoende voor de Romeinse generaal Julius Caesar om in te grijpen. In 58 veroverde hij de heuvel Fourvière, die verder een van zijn bases zou zijn tijdens de daaropvolgende oorlog in Gallië.

Lucius Munatius Plancus (Lugdunum musée, Lyon)

De stad werd in 43, na de dood van Caesar, door Lucius Munatius Plancus formeel georganiseerd als een colonia, een volksplanting. De nieuwe inwoners moeten veteranen uit de legioenen van Caesar zijn geweest. Lyon had enige tijd het privilege om zilveren munten te slaan, wat het noodzakelijk maakte om de stad te te voorzien van een garnizoen dat haar tegen overvallers beschermde. De Cohors XIII urbana zou twee eeuwen lang in Lyon blijven.

In de jaren dertig van de eerste eeuw v.Chr. reorganiseerden de Romeinen de Gallische gebieden die Caesar had veroverd. Ze maakten er drie provincies van en legden een netwerk van wegen aan. Generaal Agrippa, de rechterhand van Caesars opvolger Octavianus, legde belangrijke wegen aan: één van Lyon naar Bordeaux in het westen, één van Lyon naar Genève en Augst in het noordoosten, en één van Lyon naar het noorden. Deze laatste route splitst in een weg naar Reims in het noordwesten en een weg naar Trier en Keulen in het noordnoordoosten.

In 12 v.Chr. wijdden de Romeinen een altaar aan Roma en Augustus op de heuvel Croix-Rousse.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis 54.32.1. Elk jaar kwamen Gallische leiders hier samen om zaken te bespreken. De verovering was voorbij; Lyon was de hoofdstad van de Drie Galliës geworden.

De matres (Lugdunum musée, Lyon)

De Romeinse stad

Hoewel Lyon een belangrijk centrum van het Romeinse bestuur was, werd het nooit een stad zoals Karthago, Efese, Antiochië of Alexandrië. Toch besloeg het ongeveer 350 hectare en had het meer dan 30.000 inwoners (twee keer zo groot als Pompeii en ongeveer evenveel als Keulen), en werd het beschouwd als de grootste stad in Gallië na Narbo.noot Strabon, Geografie 4.3.2. Lyon had een forum, een tempel van Roma en Augustus, een heiligdom voor Kybele, een aquaduct, een theater, een odeon, een amfitheater en een circus voor wagenrennen. Het was echter vooral de plek waar allerlei handelaren en kooplieden elkaar ontmoetten.

Verschillende keizers en prinsen bezochten de stad. Toen Drusus de stad bezocht in 10 v.Chr., beviel zijn vrouw Antonia van een zoon, Claudius (de toekomstige keizer). Keizer Caligula verbleef in Lyon tijdens zijn noordelijke rondreis. In 68 na Chr. was de stad het centrum van de opstand van Vindex, die werd onderdrukt maar leidde tot de val van keizer Nero. Trajanus en Hadrianus, die de stad in 119 bezocht, bouwden monumenten. In 185 werd de toekomstige keizer Caracalla in Lyon geboren.

Het odeon

Een internationale stad als Lyon trok immigranten. Soms onvrijwillig, zoals Herodes Antipas, de Romeinse vazalvorst in Galilea, die hier in ballingschap moest. Van anderen weten we niet waarom ze zich vestigden in Lyon, al zal handel een reden zijn geweest. De christelijke gemeenschap, in 177 wreed vervolgd, was voor een groot deel Griekstalig.

Na de ongelukkige regering van Publius Helvius Pertinax (in de eerste maanden van 193) en de coup van Didius Julianus, was er de tegencoup van Septimius Severus, die een rivaal had in het westen, Clodius Albinus. Severus versloeg Albinus in een veldslag bij Lyon. Omdat het garnizoen van Lyon, de Cohors XIII urbana, de kant van de laatste had gekozen, beval Septimius Severus onderafdelingen van twee legioenen (VIII Augusta en XXII Primigenia) om voortaan als garnizoen van Lyon te dienen.

Christelijke grafsteen (Lugdunum musée, Lyon)

Late Oudheid

Na het midden van de derde eeuw werd de Rijngrens bedreigd en werd de zetel van de Romeinse regering verplaatst naar het noordoosten, waar Keulen, Mainz en Trier steeds belangrijker werden. Voor Lyon was dit het begin van een gestage neergang. Er was geen geld om het aquaduct, dat zo belangrijk was voor een grote stad, te herstellen. Toch werd de stad nog steeds bezocht door keizers (bijv. Constantijn de Grote) en usurpatoren (bijv. Magnentius, die in Lyon zelfmoord pleegde). Vienne overvleugelde Lyon.

Lyon groeide uit tot een belangrijk christelijk centrum, met een bisschoppelijk paleis aan de oevers van de Saône, een doopkapel en een kerk die was gewijd aan Johannes de Doper (de huidige kathedraal). Op de oude begraafplaatsen buiten de muren werden verschillende grafbasilieken gebouwd.

In 460 werd Lyon de residentie van de Bourgondiërs, die uiteindelijk in 532 door de Franken werden veroverd. Maar dat is een ander verhaal.

#Allobrogen #Augustus #Bourgondiërs #Caracalla #Claudius #ConstantijnDeGrote #Gallië #Helvetiërs #Kybele #LuciusMunatiusPlancus #LugdunumLyon_ #Lyon #Magnentius #MarcusVipsaniusAgrippa #martelarenVanLyon

Romeins Nîmes

Maison Carrée, Nîmes

Omdat ik een reis aan het voorbereiden ben naar de Provence, fris ik vandaag mijn kennis eens op van een stad die ik hoop aan te doen: Nîmes, het antieke Nemausus. De stad lag in het zuiden van de vallei van de Rhône, aan de rand van de Cevennen, en was de hoofdstad van de Gallische stam van de Volcae. De stad was vernoemd naar een oude godheid die dus ook Nemausus heette en werd vereerd bij een heilige bron in de stad. De tempel functioneerde ook nog in de Romeinse tijd.

De Romeinen verwierven dit deel van Gallië tijdens de Tweede Punische Oorlog, maar ontwikkelden het gebied pas een kleine eeuw later, rond 118 v.Chr. Toen verhardden en verbeterden ze de weg naar Spanje, de Via Domitia. Volgens de Grieks-Romeinse geograaf Strabon was de weg “makkelijk te bereizen in de zomer, maar in de winter en lente erg modderig door rivierwater”. Dit kan betrekking hebben op allerlei delen van de weg, en ook op de weg bij Nîmes, waar de wateroverlast van de Rhône een geducht probleem vormde.

De Keizertijd

In 27 v.Chr. vestigde keizer Augustus de veteranen van zijn Egyptische veldtocht in Nîmes, en gaf de stad de rang van colonia. Ze zou nog lange tijd munten slaan waarop een Egyptische krokodil stond met een palmboom.

Munt uit Nîmes

Nîmes kreeg een zes kilometer lange, negen meter hoge stadsmuur, waarin oudere monumenten werden opgenomen, zoals het Gallische gebouw dat bekendstaat als de Tour Magne. De oorspronkelijke functie van dit monument is onbekend.

Een ander deel van de stadsmuur was de poort die tegenwoordig Porte d’Auguste heet. In het Latijn heette ze Porta Arelatensis (“poort naar Arles”). Het gaat om een dubbele poort: de twee hoofdbogen zijn waarschijnlijk ontworpen om het verkeer te scheiden en de eigen rijstrook te laten behouden. Het is een van de eerste aanwijzingen voor zoiets als verkeersregulering. Twee kleine bogen links en rechts waren bedoeld voor voetgangers.

Een ander monument uit de vroege keizertijd is de tempel van Augustus en Roma, het Maison Carrée. In 20 v.Chr. gebouwd door Marcus Vipsanius Agrippa, een goede vriend en schoonzoon van keizer Augustus, staat dit bouwwerk er na twee millennia nog altijd piekfijn bij. Toen de achttiende-eeuwse Amerikaanse reiziger Thomas Jefferson (de latere president) het Maison Carrée zag, maakte hij er meteen een tekening van, die hij later gebruikte toen hij het Capitool ontwierp voor de hoofdstad van Virginia, Richmond.

Het bekendste met Nîmes verbonden monument staat niet in Nîmes: dat is het ten tijde van keizer Nero (r.54-68) aangelegde aquaduct. Iets preciezer: de overspanning over de rivier de Gard. Er is een museum waaraan ik goede herinneringen heb. Het is niet overdreven deze 275 meter lange waterbrug te typeren als hét klassieke voorbeeld van een aquaduct. De waterleiding eindigde in een nog altijd te bezoeken verdeelstation (chateau d’eau).

Het klassieke aquaduct

In de tweede helft van de eerste eeuw kreeg Nîmes zijn amfitheater, dat nog steeds in gebruik is voor stierengevechten en een capaciteit heeft van ongeveer 16.000 mensen. De stad zelf zal toen ongeveer 50.000 tot 60.000 bewoners hebben gehad, wat ongeveer evenveel was als in de negentiende eeuw. Het Romeinse Nîmes moet een vrij kosmopolitische stad zijn geweest, waar mensen bijvoorbeeld Jupiter Heliopolitanus vereerden, de god van Baalbek in Libanon.

Verval

Het verval van deze stad zette wat eerder in dan elders in Gallië, en dat had geen dramatischere reden dan dat de stad werd overschaduwd door Arles, dat wat dichter bij de Middellandse Zee lag. Dat was in de vierde eeuw de grootste stad in de Provence. Wie handel wilde drijven, of een product vervaardigde dat viel te verhandelen, vestigde zich dus in Arles. De leegloop van Nîmes verklaart waarom we pas in de zesde eeuw horen van een christelijke gemeenschap.

Grafschrift van een boer

Het Romeinse Rijk was op dat moment gekerstend, althans officieel, dus de tempels stonden leeg, en de Visigotische heersers integreerden het Maison Carrée in hun paleis. Iets soortgelijks gebeurde met het amfitheater, dat in de Middeleeuwen diende als fort van de burggraaf van Nîmes.

Ik heb hierboven al enkele relevante antieke monumenten genoemd, en rond af met het Musée de la romanité, waarover Han Borg al eens blogde.

#Frankrijk #MaisonCarrée #MarcusVipsaniusAgrippa #MuséeDeLaRomanité #Nîmes #NemaususGod_ #Provence #ThomasJefferson #ViaDomitia #Visigoten #VolcaeArecomici

Nemausus (mythologie) — Wikipédia

Romeinse wegen

Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je onder verdenking een bevriende schrijver een handje te willen helpen; als je iets negatiefs zegt, heb je de auteur een rotstreek geleverd door niet tijdig te waarschuwen. Dat weerhoudt me er niet van uw aandacht te vragen voor een net verschenen boek van Robert Nouwen, die alles weet over het Romeinse erfgoed in Haspengouw, dus zeg maar de omgeving van Tongeren. Zijn nieuwste boek heet De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen.

Via Vipsania

Die oudste weg is die van de Romeinse havensteden aan het Kanaal via Kassel, Velzeke, Asse, Tienen, Tongeren, Maastricht, Heerlen en Jülich naar Keulen. Je moet je een Romeinse weg niet voorstellen als alleen maar een al dan niet geplaveide straat. Het is een brede corridor door het landschap, met aan weerszijden de uitgestrekte landgoederen van grootgrondbezitters. Daar tussenin waren kleine en middelgrote boerderijen, dorpjes, stations om paarden te wisselen, herbergen en wat dies meer zij. En ook: compleet nieuwe steden op plaatsen waar voordien weinig mensen woonden. Het was dus niet alleen een weg, maar een complete streep romanisering dwars door iets dat aanvankelijk valt te typeren als een IJzertijdlandschap.

Later kwamen er ook andere wegen, zoals de bekende Chaussée Brunehaut die van Boulogne via Atrecht, Cambrai, Bavay, Liberchies naar Tongeren liep en zich daar verenigde met bovenstaande route. Een andere weg liep langs de Maas naar Cuijk en Nijmegen. De mensen legden doorsteekjes aan tussen de steden en dorpen, die op hun beurt weer belangrijk werden. Het is een cliché dat het Romeinse Rijk groot werd door zijn wegen, maar daarom is het nog wel waar.

Maar in de Lage Landen begon het dus met de weg die Marcus Vipsanius Agrippa heeft aangelegd van de Kanaalkust naar Keulen. Nouwen stelt voor die de Via Vipsania te noemen. De Romeinen noemden hun wegen immers naar degene die ze bouwden, zoals de Via Appia, de Via Domitia en de Strata Diocletiana.

Romeinse grafheuvel bij Tongeren

Na de Oudheid

In het met mooie foto’s van Sofie Nouwen geïllustreerde boek lezen we niet alleen over de aanleg en de geschiedenis van de Via Vipsania, maar ook over de romanisering en over de invloed van de weg op het latere landschap. De heerbanen speelden nog een rol in de Guerre d’Hollande en de Oostenrijkse Successieoorlog. Ze zijn er zelfs nog steeds en op vrij veel plekken is nog het een en ander te zien. Toen ik onlangs in Tongeren was, ben ik langs enkele antieke wegen wezen fietsen. Niet alleen zie je dan de grafheuvels die de Romeinse grootgrondbezitters langs de weg hebben laten oprichten, maar je rijdt zo nu en dan ook over paden van twee millennia oud.

Dat is ook het punt dat misschien de meeste aandacht verdient. Delen van het oude wegennetwerk zijn er nog, maar door grote infrastructurele projecten verdwijnen ze in een steeds hoger tempo. Ten oosten van Tongeren is het landschap echt volledig op de schop gegaan. Nouwen is realist genoeg om te weten dat je niet alles kunt beschermen, maar datzelfde realisme maakt hem bezorgd over de toekomst van het historische landschap. Met zijn boek publiceerde hij daarom ook een erfgoeddossier. Je hoopt dat het effect sorteert, want je hoeft als toerist niet eens bovenmatig geïnteresseerd te zijn in Romeins België om Nouwens bezorgdheid te delen om de infrastructurele werken in Haspengouw.

***

Behalve het boek De Romeinse heerbaan en het erfgoeddossier, maakte Nouwen ook veel informatie online beschikbaar: hier.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


Caesar bezet Córdoba

maart 22, 2025
Caesar in Rome: de “Rechtsfrage”

maart 3, 2021
Hoezo monotheïsme? (3)

november 25, 2013 Deel dit:

#Bavay #België #boeken #Boulogne #Cambrai #castellum #ChausséeBrunehaut #GuerreDeHollande #Haspengouw #Jülich #Kassel #Liberchies #MarcusVipsaniusAgrippa #OostenrijkseSuccessieoorlog #RobertNouwen #RomeinseWegen #Tongeren #topografie #ViaBelgica #ViaVipsania #wegen