De moord op Julius Caesar (7): de dood

Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

Caesars reactie

Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Schok

De senatoren die van niets wisten waren verbijsterd en huiverden bij het zien van die daad. Ze durfden niet te vluchten of hem te hulp te komen, of ook maar een woord te uiten.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Verdere wonden

De andere Casca gehoorzaamde hem en stak zijn zwaard in Caesars zijde. Even eerder had Cassius hem al van opzij in het gezicht gestoken. Decimus Brutus raakte hem in de dij. Cassius Longinus wilde nog eens steken maar miste en trof Marcus Brutus in de hand. Ook Minucius deed een uitval naar Caesar, maar hij raakte Rubrius op de dij. Het leek alsof ze vochten om Caesar.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar deed een poging om op te springen, maar een nieuwe verwonding maakte dit onmogelijk. Hij merkte dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Maar van degenen die zich op de moord hadden voorbereid ontblootte ieder zijn dolk en Caesar, van alle kanten omringd en waarheen hij zich ook wendde doorboord door dolksteken die op zijn gezicht en ogen gericht waren, was nu als een wild dier verstrikt in de handen van allen. Want ze moesten allemaal zijn bloed proeven en aan het offer deelnemen. Daarom bracht ook Brutus hem één steek toe, in de lies. … Veel daders verwondden elkaar bij hun pogingen om al die steken in één lichaam aan te brengen.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Terwijl hij dat deed, stak een ander hem met zijn dolk diep in zijn zij, die door de draai strakgespannen stond. En Cassius trof hem in het gezicht, Brutus raakte zijn dij en Bucolianus zijn rug, zodat Caesar zich onder woedend gebrul als een wild dier van de een naar de ander keerde, maar na een steek van Brutus [lacune] Bij dat gezwaai in het wilde weg met hun dolken verwondden ze vaak elkaar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De dood van Julius Caesar

Bedekt met wonden viel Caesar neer aan de voeten van het standbeeld van Pompeius. Er was er niet één die hem niet stak toen hij roerloos lag, als om te tonen dat ieder zijn aandeel in de daad had gehad. Pas toen hij vijfendertig wonden had opgelopen, blies hij zijn laatste adem uit.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 90.

Caesar omhulde zijn hoofd met zijn toga en trok gelijk met zijn linkerhand de plooien van zijn toga strak omlaag tot aan zijn voeten, zodat ook het onderste gedeelte van zijn lichaam bedekt zou zijn en hij er behoorlijk bij zou liggen. In deze houding werd hij drieëntwintig maal doorstoken.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Sommigen zeggen dat hij zich tegen de anderen verweerde en zich schreeuwend heen en weer wierp, maar toen hij Brutus met getrokken dolk tegenover zich zag zijn toga over zijn hoofd trok en zich liet vallen (toevallig of omdat de moordenaars hem in die richting duwden) bij het voetstuk van Pompeius’ standbeeld. Dat werd helemaal besmeurd met bloed zodat het leek alsof Pompeius zelf de leiding had bij de wraak op zijn vijand, die nu aan zijn voeten lag, stuiptrekkend van zijn vele steekwonden. Men zegt dat hij er drieëntwintig opliep.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

[lacune] of het eindelijk opgaf, zijn kleed over zijn hoofd trok en beheerst neerviel voor het beeld van Pompeius. Zelfs nu hij gevallen was, bleven ze hem mishandelen tot hij drieëntwintig keer gestoken was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De laatste woorden van Julius Caesar

Alleen bij de eerste stoot kermde hij zonder een woord, al hebben sommigen overgeleverd dat hij, toen Marcus Brutus zich op hem stortte, in het Grieks tot hem heeft gezegd: “Ook jij, mijn zoon.”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Hij trok zijn toga voor zijn gezicht terwijl hij door vele dolkstoten
dodelijk werd getroffen. Volgens mij is dit de meest betrouwbare versie, maar enkele bronnen vermelden nog dat hij, toen hij hard door Brutus werd geraakt, tegen hem gezegd zou hebben: “Jij ook, jongen.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.19; vert. Gé de Vries.

Caesars beroemde laatste woorden worden doorgaans vertaald alsof het een vraag zou zijn geweest, waaruit verbazing zou blijken dat ook Brutus aan de aanslag zou hebben deelgenomen. Dat vraagteken staat ook in de vertaling van Daan den Hengst, die ik hier citeer.

Het vraagteken is echter pas uitgevonden in de Middeleeuwen. Het kan dus met geen mogelijkheid in het verslag van Suetonius hebben gestaan. Om die reden lijkt het mij allerminst uitgesloten, ja zelfs voor de hand liggend, dat Caesars laatste woorden, “καὶ σύ τέκνον”, verwijzen naar een standaardformule die we kennen van allerlei antieke grafschriften. De woorden “καὶ σύ” zijn een herinnering dat iedereen eens zal sterven: heden ik, morgen gij, vandaag Gaius Julius Caesar en volgend jaar Marcus Junius Brutus.

De standaardformule καὶ σύ op een mozaïek uit Antiochië

Dat de stervende de dood van Brutus aankondigde hoeft niet historisch waar te zijn; Suetonius en Dio kennen andere overleveringen. Maar het zou goed passen bij Caesars herhaalde aankondiging dat als hij zou sterven, het imperium opnieuw in chaos zou worden gedompeld.

Om 13:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #vraagteken

De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Tullius Cimber

Degenen die hem wilden doden, gingen rondom hem staan. De eerste die op hem toekwam, was Tillius Cimber, wiens broer door Caesar was verbannen. Hij stapte op hem af alsof hij een smeekbede wilde doen namens zijn broer.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

Terwijl hij plaats nam, kwamen de samenzweerders om hem heen staan, zogenaamd om hem te begroeten, en direct trad Tillius Cimber, die de leidersrol op zich had genomen, op hem toe als om iets te vragen.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Toen Caesar binnenkwam, stond de Senaat eerbiedig op, en enkele vrienden van Brutus gingen achter hem staan, rondom zijn zetel. Andere gingen hem tegemoet om het verzoek te steunen van Tillius Cimber, die hem benaderde over zijn verbannen broer, en begeleidden hem zo tot aan zijn zetel. Caesar nam plaats.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Tillius Cimber, een van hen, kwam voor hem staan en vroeg hem zijn verbannen broer toe te staan terug te keren.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Weigering

Tillius Cimber greep Caesars toga, zogenaamd als smekeling maar feitelijk om te verhinderen dat hij op zou staan en om zijn handen kon gebruiken. Caesar reageerde vol kwaadheid.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

Toen Caesar hem terugwees en met een gebaar beduidde dat hij met zijn verzoek moest wachten, greep Cimber zijn toga bij beide schouders vast. Caesar riep uit: “Maar dit is geweld!”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar wees hun verzoeken af, en sloeg bij hun aandringen tegen ieder van hen een barsere toon aan, waarop Tillius met beide handen Caesars toga vastgreep en haar wegtrok van zijn hals. Dat was het sein voor de aanslag.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Toen Caesar daarop simpelweg antwoordde dat die zaak een andere keer aan de orde moest komen, pakte Cimber hem bij zijn purperen gewaad alsof hij er nog verder op aan wilde dringen en trok het kleed weg, zodat zijn hals bloot lag, terwijl hij uitriep: “Waar wachten jullie nog op, vrienden?”noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De eerste steek

De samenzweerders, vastberaden, trokken snel hun dolken en sprongen op Caesar af. Eerst stak Servilius Casca hem in de linkerschouder, vlak boven het sleutelbeen, maar door zijn nervositeit miste hij zijn doel.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88-89.

Op hetzelfde ogenblik bracht een van de gebroeders Casca hem van achteren een wond toe, even onder de keel.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Eerst bracht Casca hem met zijn dolk een steek toe in zijn nek die niet diep of dodelijk was. Hij was natuurlijk te nerveus bij het begin van zo’n waagstuk.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Casca, die boven Caesars hoofd uittorende, stootte als eerste zijn dolk in diens keel, maar die ketste weg en raakte zijn borst.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Over vijf minuten meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #DecimusJuniusBrutus #dictator #JuliusCaesar #LuciusTilliusCimber #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #toga

De moord op Julius Caesar (4): vertrek

Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

Dromen

Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Dit moeten wel verzinsels achteraf zijn. Caesars droom, waarin we het artistieke motief herkennen van de dexiosis, de hierboven afgebeelde handdruk, komt te precies overeen met zijn latere vergoddelijking. Wat Calpurnia droomde, past ook iets te netjes bij de latere gebeurtenissen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt nog een andere, al even ongeloofwaardige droom:

Aan Caesars huis was bij Senaatsbesluit als sieraad en ereteken een gevelornament bevestigd … Calpurnia droomde dat ze dit in stukken zag vallen en dat ze daarom jammerde en huilde. In elk geval vroeg ze Caesar, toen het dag was geworden, om als het mogelijk was niet uit te gaan, maar de Senaatsvergadering uit te stellen of, als hij zich niets wilde aantrekken van haar dromen, door andere vormen van zienerskunst en offers de toekomst te onderzoeken. Ook Caesar zelf koesterde, naar het schijnt, een zekere argwaan en angst. Want hij had bij Calpurnia nooit eerder de bijgelovige angst waargenomen die vrouwen eigen is, maar hij zag dat zij daar nu hevig aan leed.noot Geciteerd door Ploutarchos, Caesar 63; vert. Hetty van Rooijen.

Nog meer voortekens

Vermoedelijk iets serieuzer is de in verschillende bronnen genoemde voorspelling van Spurinna:

De ingewandschouwer Spurinna waarschuwde hem, toen hij een offer bracht, op zijn hoede te zijn voor een gevaar dat niet langer dan tot de iden van maart zou wachten.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Ingewandschouw gold als serieuze, officiële vorm van futurologie en de zieners hadden politieke netwerken. Niet de lever van een offerdier, maar Spurinna’s kennis van de situatie zal hem tot zijn waarschuwing hebben gebracht. Kortom, Caesar was een gewaarschuwd man. En hij handelde ernaar. Hij liet de Senaat weten dat hij niet goed in orde was – wat men een diplomatiek verkoudheidje noemt. Zijn mede-consul Marcus Antonius zou de honneurs waarnemen en de vergadering voorzitten.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Ten slotte ging hij toch omstreeks het vijfde uur [rond 11:00] op weg, omdat Decimus Brutus er bij hem op aandrong de talrijke senatoren, die al geruime tijd wachtten, niet teleur te stellen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst; vgl. Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Decimus Junius Brutus was een van Caesars persoonlijke vrienden. Toen Caesar zijn testament maakte, stond Decimus bij de erfgenamen.

Waarschuwingen

Per draagstoelnoot Appianus, Burgeroorlogen 2.115. ging Caesar nu naar het Senaatsgebouw van Pompeius. Het was, als we aannemen dat Caesar vertrok van zijn ambtswoning als hogepriester op het Forum Romanum, een tochtje van een klein half uur.

In het voorbijgaan overhandigde iemand hem een schrijven waarin de aanslag werd verraden, maar hij legde het bij de andere stukken die hij in de linkerhand hield, om het later te lezen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

We weten dat deze man Artemidoros van Knidos heette en een Griekse geleerde was.noot Ploutarchos, Caesar 65. Dat was niet de enige waarschuwing. Appianus kent nog een ander verhaal.

Caesar was al in de draagstoel onderweg naar de Senaat, toen een van zijn eigen mensen, die op de hoogte was gesteld van de aanslag, naar zijn huis rende om hem te vertellen wat hij te weten was gekomen. Toen hij daar Calpurnia tegenkwam, vertelde hij haar alleen dat hij Caesar wilde spreken over dringende aangelegenheden en bleef hij wachten tot Caesar terugkwam van de Senaat; hij was niet tot in details bekend met wat er gaande was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

We zullen hierna nog twee keer horen over Caesars echtgenote: namelijk hoe ze het stoffelijk overschot in ontvangst nam en Caesars archief afstond. We zouden graag méér weten van haar gevoelens en wederwaardigheden. Ze was pas achtendertig. Ik neem aan dat haar vader Lucius Calpurnius Piso, die de komende dagen een cruciale rol zou spelen, voor bescherming gezorgd zal hebben. In de volgende jaren was Italië in handen van de aanhangers van Julius Caesar; ik neem aan dat ook die ervoor hebben gezorgd dat de echtgenote van hun god in leven bleef. Maar dit alles blijft speculatie. Calpurnia’s verdere leven blijft onbekend, ja zelfs het weinige dat we wél weten over haar leven – zoals haar droom in de nacht van 14 op 15 maart – riekt naar fictie.

Over een half uur meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #dexiosis #droom #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #Spurinna #Suetonius #TitusLivius

Marcus Antonius en de Lupercalia

Marcus Antonius (Staatliche Münzsammlung, München)

Zoals ik zojuist al schreef was het 15 februari 44 v.Chr. De Romeinen vierden de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest ter ere van een vergeten godheid Lupercus. De priesters renden hierbij naakt door de straten en sloegen met riemen, gemaakt van geitenhuid, naar de omstanders. Wie werd geraakt, mocht hopen op grotere vruchtbaarheid. Verder dreven de Romeinen op deze dag met alles en iedereen de spot. Er is in de loop der eeuwen een hoop flauwekul verzonnen over dit feest; daarover leest u hier meer. Voor het moment is belangrijk dat heel Rome in een vrolijke stemming was.

Nikolaos van Damascus, de auteur van een biografie van keizer Augustus, beschrijft in groot detail wat er op die dag gebeurde. Hier is het verslag. Voor het goede begrip: Caesar was, zoals bekend, dictator; naast hem stond zijn rechterhand, Marcus Aemilius Lepidus. Wie een diadeem omdeed, kroonde zichzelf tot koning.

Marcus Antonius werd aangewezen om de Lupercalia te leiden. Gevolgd door een grote menigte marcheerde hij over het Forum, zoals de gewoonte was. Caesar zat op een gouden troon op de zogeheten Rostra, gehuld in zijn paarse mantel. Nu naderde Licinius hem als eerste, met een lauwerkrans waar een diadeem doorheen scheen. Terwijl Caesar vanaf zijn hoge positie een toespraak hield, legde Licinius, opgetild door zijn collega’s, de diadeem aan Caesars voeten.

Het volk schreeuwde dat die op zijn hoofd moest worden geplaatst en riep Lepidus op om dit te doen, maar hij aarzelde. Gaius Cassius Longinus, een van de samenzweerders, die onder de schijn van welwillendheid tegenover Caesar zijn ware bedoelingen verborg, was hem echter voor. Hij nam de diadeem en legde die op schoot. Publius Servilius Casca was ook aanwezig.

Toen Caesar een afwerend gebaar maakte, liep Marcus Antonius naar hem toe, naakt en gezalfd (zoals gebruikelijk tijdens de processie) en plaatste de diadeem op Caesars hoofd. Caesar nam die echter van zijn hoofd en gooide die in de menigte. Degenen die wat verderop stonden juichten dit gebaar toe, terwijl degenen die dichterbij stonden riepen dat hij de diadeem moest aannemen en het volk deze gunst niet moest onthouden.

Blijkbaar kwamen mensen de diadeem terugbrengen.

Toen Marcus Antonius voor de tweede keer de diadeem op Caesars hoofd zette, riep het volk in zijn eigen taal: Salve, rex! (“wees gegroet, koning”). Ook dit keer accepteerde Caesar niet en hij beval de diadeem te brengen naar de Jupitertempel op het Capitool. Opnieuw applaudisseerden degenen die eerder hadden geapplaudisseerd.

Er is een versie die luidt dat Antonius dit deed om zich geliefd te maken bij Caesar, met de heimelijke hoop door hem geadopteerd te worden. Uiteindelijk omhelsde hij echter Caesar en overhandigde hij de kroon aan enkele omstanders om het standbeeld van Caesar, dat vlakbij stond, ermee te kronen. En zo gebeurde.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 71-75.

***

Let wel: het gaat hier dus om de kroning van het standbeeld dat al eerder gekroond was geweest. Caesar was toen razend geweest, wat de vraag oproept wat Marcus Antonius kan hebben bewogen om het opnieuw te doen. Later gingen geruchten dat hij zo de moordenaars een aanleiding wilde geven om toe te slaan.noot Cicero, Tweede Philippica 84-87. Ik zou willen schrijven dat zoiets meer iets is voor een complottheorie, maar er wás natuurlijk ook een complot.

Nikolaos van Damascus weet het ook niet.

De meningen over dit incident liepen uiteen. Sommigen waren woedend omdat dit machtsvertoon de grenzen van de volksheerschappij overschreed. Anderen waren vóór een kroning omdat ze geloofden dat ze Caesar een gunst verleenden. Weer anderen verspreidden het gerucht dat Marcus Antonius niet zonder Caesars goedkeuring had gehandeld. Velen wilden dat hij zonder veel discussie koning werd. Allerlei geruchten deden onder het volk de ronde.

De Romeinse geschiedschijver Titus Livius noemde dit incident als derde aanleiding tot de samenzwering en vrijwel zeker is ook het bon mot dat Caesar werd versierd als een offerdier dat werd klaargemaakt voor zijn dood,noot Florus, Epitome 2.92. afkomstig uit zijn geschiedwerk. Maar feitelijk begrijpen we het voorval gewoon niet goed. Of beter, we begrijpen wél dat Caesar hierop niet zat te wachten, maar we begrijpen niet wat Marcus Antonius kan hebben bezield. En we begrijpen ook al niet waarom Caesar, als hij dit soort gênante vertoningen wilde vermijden, het gespeculeer over koningstitels niet simpelweg aan zijn naaste medewerkers verbood.

Enfin. We naderen de climax van deze reeks. Op 14 maart ben ik er weer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #diadeem #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #Lupercalia #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #Periochae #ServiliusCasca #TitusLivius

De val van Cartagena (2)

Cartagena nu en toen

De stad Cartagena, waarover ik zojuist al blogde, was gebouwd op een schiereiland dat een grote baai in tweeën deelde. De zuidelijke helft staat nog altijd in verbinding met de zee en wordt nog altijd als haven gebruikt. Hier legde Scipio’s vloot aan. De noordelijke helft van de baai was een soort lagune, gevoed met zoet water vanuit een riviertje en van de zee gescheiden door het schiereiland met de eigenlijke stad. Toen het riviertje in de Nieuwe Tijd opdroogde, is deze lagune verzand; er ligt een moderne stadswijk die Ensanche heet, “de uitbreiding”.

Scipio sloeg zijn kamp op tegenover de plek ten oosten van het schiereiland, waar de stad met het land was verbonden. Hier ligt een hoge heuvel, de Cerro de los Moros, voorzien van een fort uit de Nieuwe Tijd. De volgende dag liet hij zijn mannen oprukken in de richting van de muren, die zijn opgegraven.

Cerro de los Moros

De Karthaagse verdedigers probeerden de Romeinen in het open veld tegen te houden, maar werden teruggedreven tot bij de stadspoort. Die is er niet meer, maar een deel van de Punische muur, gelegen tussen twee hoge heuvels die in de Oudheid met tempels waren bekroond, is er nog wel. Vervolgens plaatsten Scipio’s mannen stormladders tegen de muur, maar toen deze aanval geen succes had, liet Scipio zijn mannen terugtrekken.

Karthaagse stadsmuur

De aanval had namelijk zijn doel gediend: de Karthaagse soldaten weg lokken naar de oostelijke stadspoort. De rest van de stadsmuren was nu slecht verdedigd.

Inmiddels was het eb geworden. Een groep van zo’n 500 soldaten waadde nu door de lagune en bereikte de noordelijke stadsmuur. Had Neptunus niet beloofd de Romeinen te helpen? De Griekse geschiedschrijver Polybios, een vertrouweling van Scipio die de situatie ter plekke kende, noteerde:

De mannen die via de lagune de muur naderden en de borstweringen onbemand aantroffen, zetten niet alleen hun ladders ongehinderd overeind, maar klommen ook zonder strijd omhoog en bezetten de muur. De verdedigers moesten immers hun aandacht op andere punten richten, speciaal degenen die bij de landengte en de poort stonden.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.14; vert. Kassies.

Tegelijk voer de vloot de haven binnen en viel vanuit het zuiden de stad aan. Dit bewijst dat er verraad in het spel was, want midden in de baai lag een vrijwel onzichtbaar rif; alleen als Scipio beschikte over inside information, kon de vloot met succes de baai binnenvaren. De ondiepte is tegenwoordig een klein eilandje, zichtbaar middenin de foto hieronder, verbonden met het vasteland door een pier (links). Toen beide aanvallen succes hadden, gelastte Scipio zijn eigen mannen om de oostelijke poort opnieuw te bestormen.

De haven van Cartagena

Terreur

Toen Scipio schatte dat er voldoende Romeinen de stad waren binnengekomen, stuurde hij de meesten van hen, zoals dat bij de Romeinen de gewoonte is, op de inwoners van de stad af met het bevel iedereen die ze tegenkwamen te doden en niemand te sparen, maar niet te gaan plunderen voordat het signaal daartoe werd gegeven.

De Romeinen doen dit naar mijn mening om de mensen schrik aan te jagen. Bij de inname van een stad door de Romeinen kan men dan ook dikwijls niet alleen de lijken van gedode mensen zien, maar ook in tweeën gehakte honden en andere zwaar verminkte dieren. Door het grote aantal inwoners kwam dit soort dingen bij deze gelegenheid op grote schaal voor.

Zelf rukte Scipio met ongeveer duizend man op naar de burcht. Bij zijn nadering maakte [de Karthaagse commandant] Mago eerst aanstalten zich te verdedigen, maar toen hij eenmaal begreep dat de stad al volledig in handen van de vijand was, stuurde hij afgevaardigden om te spreken over een vrije aftocht voor hemzelf en gaf de burcht over. Pas daarna werd het signaal gegeven, waarop men het moorden staakte en begon aan de plundering.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.15; vert. Kassies.

Gecalculeerde terreur. Zoals ik al opmerkte, wil je de inname van een stad door een Romeins leger niet meemaken. De buit was enorm: de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius noemt 120 grote katapulten, 231 kleinere, drieëntwintig grote blijden, tweeënvijftig kleinere, goud, zilver, graan, slaven, drieënzestig schepen, brons, ijzer, zeilen… De voornaamste winst was echter diplomatiek: de drie Karthaagse commandanten zagen hun Iberische bondgenoten opnieuw deserteren, en dit keer voorgoed.

Baecula

In 209 of 208 viel Scipio, met een veel groter leger dan het jaar ervoor, Andalusië binnen, waar zijn vader en zijn oom twee jaar eerder waren gesneuveld. Aan de bovenloop van de Guadalquivir, zo’n honderd kilometer ten oosten van Córdoba, stuitte hij op Hasdrubal Barka, de broer van Hannibal, die numeriek superieur was en een sterke positie op een heuvel had ingenomen bij Baecula (het huidige Bailén), om daar te wachten op de twee andere legers.

Scipio redeneerde dat elk uur dat hij wachtte, door de Karthager zou worden benut om zijn stellingen te verbeteren, tot het moment kwam dat de andere generaals arriveerden. Hij liet meteen aanvallen en de Romeinse bestorming verliep succesvol. Dat blijkt niet alleen uit de bronnen, maar ook uit het opgegraven slagveld, waarover ik al eens blogde. Het hielp natuurlijk wel dat Hasdrubals olifanten schichtig werden en zich keerden tegen hun eigen troepen. De Karthager zelf wist te ontkomen en voegde zich bij de twee andere generaals. Ze spraken af dat Hasdrubal de Pyreneeën en Alpen zou overtrekken om Hannibal bij te staan in Italië, en dat de twee andere generaals zouden proberen de nu onvermijdelijk geworden Romeinse overname van Andalusië zoveel mogelijk zouden vertragen.

#Baecula #Cartagena #CarthagoNova #HasdrubalBarka #Polybios #ScipioAfricanus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog

Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Tossal de Manises, gezien vanaf Castell de Santa Bàrbara

Er zijn echter twee complicaties. Om te beginnen dat we voor dezelfde plek nu twee Latijnse namen hebben, namelijk Lucentum en Castrum Album. En verder is er de complicatie dat in de middeleeuwse handschriften geen Castrum Album staat, maar Castrum Altum, “de hoge burcht”. Dat suggereert dat dit de naam was van het fort boven het huidige Alicante, het Castell de Santa Bàrbara dus.

Museum

Aan de voet van het fort ligt een interessant archeologisch museum, dat bestaat uit drie grote zalen waarin archeologie wordt uitgelegd: je ziet een opgraving op ware grootte, onderzoek aan een middeleeuwse kerk op ware grootte en een scheepswrak op ware grootte. Aan weerszijden van die drie zalen liggen twee gangen, waarvan de linker loopt langs vier zalen voor de tijdelijke expositie (momenteel gewijd aan de havenstad Denia), terwijl de rechter loopt langs de permanente opstelling.

Een deel van de opgraving op ware grootte (NB: archeologen werken bij daglicht)

Deze rechtergang dient om uitleg te geven van wat archeologen doen en kan met recht voorbeeldig worden genoemd: schrijvend op mijn hotelkamer herinner ik me geologie, pollenonderzoek, archeozoölogie, dendrochronologie, koolstofdateringen, thermoluminescentie, mineralogie, het onderzoek naar gewassen, fysische antropologie, etnografie, metallurgie, de bestudering van keramiek en glas en ook de filologie, de numismatiek en de epigrafie.

De eerste van de vier zalen van de permanente opstelling toonde het prehistorische materiaal en de tweede behandelde de Iberiërs, die in Alicante en omgeving de Contestaniërs heetten. In deze zaal stond het beeld van de Dame van Cabezo Lucero, die een tikje ouder lijkt dan de Dame van Elche. Er was ook interessant aardewerk. De derde zaal bevatte Romeinse vondsten, die niet heel spectaculair waren, en tot slot was er een zaal gewijd aan de Middeleeuwen.

Dame van Cabezo Lucero

Ook in Alicante is de Arabische tijd niet heel spectaculair getoond. Zoals zo vaak krijg je wat aardewerk te zien, maar worden daarmee minder verhalen verteld dan met het Griekse aardwerk; je krijgt wat sculptuurfragmenten te zien, maar zelden vertellen die iets groters; je verneemt weer eens dat de Arabieren de islam meebrachten, maar daar blijft het bij. Het is – en dat geldt voor alle musea die ik bezocht – alsof er geen geëigende vorm is om het materiaal te tonen. Dat komt natuurlijk deels doordat de bestudering van de Middeleeuwen vaak is gebaseerd op teksten en de archeologie pas aan bod komt als teksten ontbreken (hoewel het vak, zoals ik al aangaf, heel belangrijke informatie heeft te bieden). De archeologie van El-Andalus komt mede daardoor slecht uit de verf. Er zijn meer factoren, maar daarover hebben we het nog eens.

In elk geval is het museum in Alicante, ondanks de niet heel spectaculaire collectie, een bezoek meer dan waard. Ook omwille van het goede boekhandeltje, trouwens.

Monument voor de evacuatie van Alicante

Alicante

We zijn naar het fort gewandeld, Livius’ Castrum Altum, waar diverse bouwfasen zijn te herkennen. Het hoogste deel dateert uit de Arabische tijd, al is daarvan weinig te herkennen, en daarna is het uitgebreid met drie steeds lagere terrassen. Aan de voet van het fort is een basiliek voor Sint-Nikolaas, die u met gerust hart kunt overslaan, tenzij u een reliekhouder wil zien met een haar van paus Johannes Paulus II. Katholieken bezitten doorgaans enig relativeringsvermogen maar ik ben er niet helemaal zeker van dat dit een poging was tot humor.

In de Spaanse Burgeroorlog was Alicante de laatste stad die nog weerstand bood aan de troepen van generalísimo Francisco Franco. De havenstad viel op 1 april 1939. Italiaanse fascisten, Franco’s bondgenoten, namen 15.000 verdedigers van de Spaanse republiek gevangen, en 3000 mensen werden gered dankzij vissersboten en een Britse stoomboot die hen overzette naar Oran in Frans Algerije. Bij de haven van Alicante staat tegenwoordig een bescheiden borstbeeld van de kapitein van het Britse schip, Archibald Dickson, en een deel van de boulevard is gewijd aan de “martelaren voor de vrijheid”.

Morgen: Elche.

#Alicante #ArchibaldDickson #Contestaniërs #DameVanCabezoLucero #FranciscoFranco #HamilkarBarka #Lucentum #SintNikolaas #SpaanseBurgeroorlog #TitusLivius #TossalDeManises

Een diadeem voor Julius Caesar

Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:

Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.

Een diadeem voor Caesar

De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.

Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.

Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.

Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Paranoia

Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.

Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:

Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Moi ou le chaos

Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.

En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten  zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.

Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius

Eerbewijzen voor Julius Caesar

Imperator Julius Caesar met lauwerkrans (Bode-museum, Berlijn)

Het was 1 januari 44 v.Chr. en dat was ook bij de Romeinen nieuwjaar. Julius Caesar en Marcus Antonius traden aan als consuls. De eerste deed het voor de alweer vijfde keer, de tweede voor het eerst. Caesar had zijn kolonel, die hem tijdens zijn Balkancampagne had gered, enige tijd op afstand gehouden, maar Marcus Antonius was inmiddels weer een van zijn vertrouwelingen.

Enfin, we zijn weer beland in ons naar een climax lopende feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Zijn biograaf Suetonius noemt een aantal positieve én negatieve daden.noot Suetonius, Caesar 75-76; vert. Daan den Hengst. Eerst de positieve.

Clementie

Tegen het einde van zijn leven gaf hij aan allen, ook aan diegenen die hij nog geen vergiffenis had geschonken, toestemming terug te keren naar Italië en burgerlijke en militaire ambten te bekleden. Ook liet hij de beelden van Sulla en Pompeius, die door het volk van hun voetstuk waren gestoten, weer oprichten.

Logisch: Caesar had ervaren bestuurders nodig voor het wereldrijk dat hij nu in zijn macht had. De Clementia Caesaris was slechts één middel.

Werden er nadien nog aanslagen beraamd of vijandige opmerkingen gemaakt, dan strafte hij de schuldigen niet, maar maakte het hun onmogelijk handelend op te treden. Zo stelde hij, wanneer samenzweringen of nachtelijke bijeenkomsten ontdekt waren, verder geen rechtsvervolging in, maar gaf alleen bij edict te kennen dat hij ervan op de hoogte was. Hij volstond ermee personen die hem fel bekritiseerden in de Volksvergadering te waarschuwen daar niet mee door te gaan.

Samenzweringen, meervoud. Wat zouden we daar graag meer over weten!

Buitensporige eerbewijzen

We zullen nog meer voorbeelden van die roekeloze tolerantie tegenkomen. Daar stonden negatieve daden tegenover.

Toch wegen andere daden en uitspraken van hem zo zwaar, dat men meent dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en dat hij terecht is vermoord. Het was hem immers niet genoeg buitensporige eerbewijzen te aanvaarden (het consulaat gedurende meerdere jaren aaneen, de functie van dictator voor het leven, het toezicht op de zeden, daarbij de voornaam Imperator, de titel Vader des Vaderlands, de plaatsing van zijn standbeeld tussen die van de koningen …), hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de menselijke maat te boven gaan: een gouden zetel in het Senaatsgebouw en op de rechtbank, een wagen en een draagbaar voor gebruik bij de processie naar het Circus Maximus, tempels, beelden naast die van de goden … en de vernoeming van een maand naar hem.

Dit laatste is een verwijzing naar de maand die ook wij nog juli noemen. Schrijvend in de derde eeuw na Chr. noemt Cassius Dio dat Caesar zich behalve Imperator “bevelhebber”, ook Liberator mocht noemen. Het kan waar zijn. Dio noemt verder dat Caesar een huis cadeau kreeg, zodat hij op staatskosten mocht leven. Als hogepriester bezat Caesar echter al zoiets, wat ons aan de betrouwbaarheid van de informatie doet twijfelen. Wat Dio schrijft, kan zijn geïnspireerd door de paleizen van de latere keizers. Het door hem genoemde recht op eerbewijzen als Romeinen een overwinning zouden boeken waarbij hij niet aanwezig was, lijkt evenmin reëel: ook dit was een gebruik uit de keizertijd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.44-45.

We weten met meer zekerheid dat Caesar het recht kreeg de gewaden te dragen die iemand alleen tijdens een triomftocht dragen mocht. Schoenen met plateauzolen maakten dat hij boven andere mensen uitstak. Het recht in het openbaar een lauwerkrans te dragen, deed hem veel plezier omdat hij zo zijn kaalheid kon verbergen.

Permanent dictator

Het venijn zit in de titel “dictator voor het leven”, die op 14 februari werd geformaliseerd maar toen al een tijdje in de lucht hing. Caesar kan hebben gedacht dat hij een vorm had gevonden om de alleenheerschappij een constitutioneel tintje te geven. Immers, dictator perpetuo, “permanent dictator”, klonk minder onaantrekkelijk dan rex, “koning”. De nieuwe titel moet anderen echter de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Het eerdere “dictator voor tien jaar” had nog de schijn gewekt dat het tijdelijk zou zijn, of althans met een machtigingswet moest worden verlengd. Als dictator perpetuo was Caesar een absoluut heerser.

Het beste commentaar op de eerbewijzen voor de permanente dictator is dat van de tweede-eeuwse auteur Florus, die een uittreksel maakte van het geschiedwerk van Titus Livius. Vermoedelijk is het uit diens pen dat de opmerking komt dat alle eerbewijzen waren als de decoratie van een offerdier dat wordt klaargemaakt om te sterven.noot Florus, Epitome 2.92. U weet al wat er op komst was. Samenzweringen, meervoud. En er hoefde er maar één succes te hebben.

Een versierd offerdier met zijn beul

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #clementiaCaesaris #dictator #imperator #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Octavianus #PubliusAnniusFlorus #Suetonius #TitusLivius
Cabiria (Giovanni Pastrone, 1914)

Cabiria (Giovanni Pastrone, 1914) Dec 5 .png) The gigantic entrance to the Temple of Moloch in Carthage. Like the entrance to Luna ...

settima

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Aan een ander standbeeld was een bekend verhaal verbonden, dat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius met smaak opdist:

Attus Navius, destijds een beroemd ziener, verklaarde dat er niets mocht worden veranderd en ook niets nieuws mocht worden ingesteld tenzij de vogels het gunstig hadden geduid. Hierover ontstak koning Tarquinius Priscus in woede en men zegt dat hij, spottend met de zienersgave, uitriep: “Vooruit dan, goddelijke ziener, raadpleeg de vlucht van de vogels en zeg dan of datgene waaraan ik op dit ogenblik denk, kan gebeuren!”

Toen Attus, na de voortekenen te hebben waargenomen, verklaarde dat het inderdaad zou gebeuren, zei de koning: “Nee maar! Waar ik aan zat te denken was dat jij met een scheermes een slijpsteen zou kloven. Hier, pak die dingen en zie voor elkaar te krijgen wat volgens de verkondiging van je vogels mogelijk is!”

Toen kloofde – zegt men – de priester zonder aarzelen de slijpsteen. Vroeger stond er een standbeeld van Attus, met bedekt hoofd, op de plaats waar dit is voorgevallen, op het Comitium, op de treden links van het Senaatsgebouw. Volgens de overlevering werd daar ook de slijpsteen geplaatst, om het nageslacht aan dit wonder te herinneren.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 1.36.3-5; vert. Katwijk-Knapp.

Na de nieuwbouw ten tijde van Augustus zijn enkele van deze oude standbeelden verplaatst naar het naar hem vernoemde forum, maar al snel kwamen er nieuwe voor in de plaats.

Volcanal

Een deel van het Comitium was vernoemd naar de vuurgod Vulcanus en heette Volcanal. In de keizertijd lag daar een afgebakende ruimte, geplaveid met zwart marmer en ommuurd door een hek van wit marmer. Om haar kleur heette de plek ook Lapis Niger, “Zwarte Steen”. Eronder lag een zeer oud heiligdom: archeologen troffen er een altaar aan uit de vierde eeuw v.Chr., de sokkel van een standbeeld en een stenen kubus met een inscriptie die aan de hand van de lettervormen is gedateerd tussen 650 en 600.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Omdat in de Griekse wereld stadstichters een monument kregen op de markt van de door hen gestichte steden, schrijft de Grieks-Romeinse auteur Dionysios van Halikarnassos dit monument toe aan de stichter van Rome:

Romulus wijdde een bronzen vierspan aan Vulcanus en richtte daarnaast een beeld op van zichzelf met een inscriptie in Griekse letters waarin hij zijn eigen daden vermeldde.noot Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 2.54.2; vert. Simone Mooij.

Met “Griekse letters” bedoelt Dionysios waarschijnlijk het archaïsche schrift van de inscriptie, dat inderdaad lijkt op het alfabet van de in Italië gevestigde Grieken. Hoewel we de inscriptie dus kunnen lezen, is ze onbegrijpelijk. Daarvoor is het Latijn te oud. Een mogelijke interpretatie is dat degene die een heilige plaats schendt ter dood zal worden gebracht, dat de heraut van de koning iets afkondigt en de koning een reinigingsoffer moet brengen.

Ook al blijft de inscriptie een mysterie, het is duidelijk wat het monument onder de Zwarte Steen was: een cultusplaats voor Romulus, die volgens een oeroude traditie afstamde van een vuurgod.noot FGrH 817F1.

#Alkibiades #AttusNavius #Augustus #Comitium #DionysiosVanHalikarnassos #ForumRomanum #JuliusCaesar #LapisNiger #LuciusCorneliusSulla #Octavianus #PliniusDeOudere #Pythagoras #Rome #Romulus #Senaat #sibille #Sokrates #TarquiniusPriscus #Themistokles #TitusLivius #Volcanal #volksvergadering #Vulcanus