Een diadeem voor Julius Caesar

Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:

Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.

Een diadeem voor Caesar

De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.

Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.

Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.

Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Paranoia

Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.

Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:

Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Moi ou le chaos

Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.

En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten  zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.

Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius

De Rostra

De Rostra uit de Keizertijd

Rome heeft, om er eens een cliché tegenaan te gooien, nogal wat monumenten waar een geschiedenis aan zit. Eén van die plekken is het sprekersplatform op het Forum Romanum. Of beter, op dat deel van het Forum Romanum dat het Comitium heette en dat lag voor het Senaatsgebouw. Van het oorspronkelijke platform, de zogeheten Rostra, is niets over, afgezien van een kniehoge steen voor het huidige Senaatsgebouw.

Maar die kniehoge steen hè. Daar zitten verhalen aan vast. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos beschrijft hoe redenaars zich vanaf dit platform richtten tot hun toehoorders:

Wanneer ze het volk toespraken, bleef Tiberius Gracchus rustig op één plaats staan, maar Gaius was de eerste Romein die op het Sprekerspodium heen en weer liep en tijdens het spreken zijn toga van zijn schouder wierp … Bovendien intimideerde Gaius zijn gehoor met een spreekstijl die op het pathetische af hartstochtelijk was, maar hanteerde Tiberius een stijl die mild was en gericht op het wekken van mededogen. Tiberius’ woordkeuze was correct en goedverzorgd, die van Gaius meeslepend en briljant.noot Ploutarchos, Tiberius Gracchus 2.2-3; vert. F.J.A.M. Meijer en J.A. van Rossum.

Behalve de Gracchen hebben honderden anderen hier hun betogen afgestoken; hier werden gezantschappen verwelkomd; hier werden in de winter van 43/42 v.Chr. de hoofden tentoongesteld van de slachtoffers van Marcus Antonius, Lepidus en Octavianus:

Het hoofd en de hand van Cicero hingen lange tijd op het Forum aan het Sprekerspodium waar hij altijd tot het volk sprak. Er kwamen meer mensen daarop af dan er ooit naar hem waren komen luisteren.noot Appianus, Burgeroorlogen 4.20; vert. Simone Mooij.

Het platform was voorzien van scheepsstevens, die de Romeinen ooit, in de vierde eeuw v.Chr., hadden buitgemaakt. Daarom heette het podium ook de Rostra, “stevens”.

De nieuwe Rostra

Deze curieuze vorm bleef gehandhaafd toen keizer Augustus in 29 v.Chr. een nieuw Sprekerspodium liet bouwen. Het stond wat verder naar het zuiden en de stevens puntten niet langer naar het Comitium en het Senaatsgebouw, maar naar de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De vierentwintig meter brede nieuwe Rostra was opgetrokken uit rossige tufsteen en bekleed met marmer. Het metselwerk dat tegenwoordig is te zien, dateert uit de twintigste eeuw, maar het oorspronkelijke bouwmateriaal is nog te zien aan de noordzijde.

Bij het Sprekerspodium stond de Columna rostrata, de bestevende zuil. Dit ereteken was in 260 v.Chr. opgericht voor Gaius Duillius, de consul die bij Sicilië een Karthaagse vloot had verslagen en als eerste Romein een triomftocht mocht houden wegens een overwinning ter zee. Ik blogde al eens over het nep-archaïsche Latijn van de inscriptie. Iets verderop stond een identieke pilaar. Die was aan Octavianus gewijd nadat hij en Agrippa in 36 v.Chr. in de Siciliaanse wateren een zeeslag hadden gewonnen. Volgens Appianus lag dit monument de latere keizer na aan het hart:

Van de eerbewijzen die hem waren toegekend, aanvaardde hij een kleine triomftocht, een jaarlijks dankfeest op de dagen van zijn overwinning en een gouden beeld van hemzelf in de kleren waarmee hij Rome was binnengekomen op een met de scheepsstevens versierde zuil op het Forum. Dat beeld staat er nog altijd, met de volgende inscriptie: ‘De lang verstoorde vrede heeft hij hersteld te land en ter zee.’noot Appianus, Burgeroorlogen 5.130; vert. Simone Mooij.

Orgieën

Het Sprekerspodium was ook de plaats waar de laatste en merkwaardigste uiting plaatsvond van oppositie tegen Augustus. De generatie die was opgegroeid na de burgeroorlogen vond het morele reveil dat de alleenheerser predikte hypocriet. Zijn staatsgreep was immers geen wonder van hoogstaand gedrag geweest. De opposanten probeerden daarom de wetten waarmee Augustus probeerde de huwelijksmoraal te herstellen belachelijk te maken door ’s nachts orgiën te organiseren op het Forum. Cassius Dio beschrijft ze in enigszins verbloemende termen:

Dat ridders en vrouwen van aanzien op het toneel verschenen kon Augustus allemaal niet zoveel schelen maar dat veranderde toen hij er later achter kwam dat zijn eigen dochter Julia zich ’s nachts op het Forum, zelfs op het Sprekerspodium, helemaal liet gaan, aan de zwier was en ’m daar samen met vrienden goed wist te raken. Hij was woedend. Hij vermoedde al eerder dat ze een niet helemaal ordelijk leven leidde, maar wilde dat eigenlijk niet geloven. noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 55.10.12; vert. Gé de Vries.

Conform zijn eigen strenge huwelijkswetgeving verbande Augustus Julia en vier van haar minnaars, alsof het ging om ontucht. Er was echter meer aan de hand.

Het incident – waar Lauren van Zoonen al eens over blogde – vond plaats in 2 v.Chr., vlak nadat Augustus de titel “vader des vaderlands” aanvaardde, waarmee hij het onconstitutionele karakter van zijn alleenheerschappij had willen verdoezelen. Nu Julia in opspraak was gebracht, herinnerden de Romeinen zich dat Augustus steeds zijn rol als vader ondergeschikt had gemaakt aan zijn politieke ambities. Hij had het meisje als peuter al beloofd aan de zoon van Marcus Antonius en had haar later uitgehuwelijkt aan onder meer Agrippa en Tiberius. Het was een publiek geheim dat dit laatste huwelijk was mislukt.

De boodschap die de senatorenzonen met de orgie op het Sprekerspodium afgaven was: wee degenen die vallen onder de ouderlijke macht van deze man. Waarom Julia zich ervoor leende, wat ze voor haar vader voelde, in hoeverre ze initiatiefneemster of slachtoffer was, het is onbekend.

In de vierde eeuw is de Rostra nog eens vernieuwd. Het is afgebeeld op de Boog van Constantijn. Links en rechts zien we twee standbeelden, achteraan staan standbeeldjes op zuilen, en verder is het een drukte van belang. Middenin staat een keizer die zijn hoofd er niet helemaal bij heeft. De scheepsstevens lijken inmiddels verwijderd te zijn, maar het podium heette nog steeds Rostra.

De laatantieke Rostra

#Appianus #CassiusDio #Cicero #Comitium #ForumRomanum #GaiusDuillius #GaiusSemproniusGracchus #ItaliëInDeVierdeEeuwVChr_ #JuliaIII #MarcusVipsaniusAgrippa #Ploutarchos #Rome #Rostra #TiberiusSemproniusGracchus #TweedeDriemanschap

Het Forum Romanum

Het Forum Romanum, gezien vanaf de Palatijn

Ik ken maar weinig plaatsen waar zoveel lieux de mémoire bij elkaar zijn te vinden als op het Forum Romanum: het centrale plein van de stad Rome.

De vorige zin is wat paradoxaal, want het woord forum betekent eigenlijk zoiets als “buiten” (vgl. ons woord forens) en verwijst dus allerminst naar iets middenin een stad. De verklaring is dat het alleroudste Rome lag op de heuvel Palatijn en dat het latere Forum Romanum inderdaad daar buiten lag. Het was de drassige vallei, die afwaterde naar de Tiber door het dal tussen Palatijn en Capitool. Archeoloog Giacomo Boni vond in dit dal allerlei archaïsche graven.

Maquette van de begraafplaats op het forum (Anrtiquarium forense, Rome)

Koningstijd

Later clusterden de diverse heuvels rond de vallei samen tot één stad, zodat wat ooit buiten had gelegen het centrum werd. Rond 600 v.Chr. draineerden de Romeinen het moeras en maakten er een echt plein van. Dat was sindsdien het politieke, religieuze en zakelijke stadshart.

In het westen waren het Comitium, waar de Volksvergadering samenkwam, en de Curia, de vergaderplaats van de Senaat, het adviescollege van de koning. Wat verderop diende het plein als markt. In het oosten verrezen de Regia (de residentie van de koning), de tempel van Vesta en het huis van haar priesteressen.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Nog eeuwen wees men de cultusplaatsen uit de oudste tijd aan. Hier was de Zwarte Steen, daar een gewijde vijgenboom, even verderop een tweetal beelden ter ere van Venus Cloacina en het houten tempeltje van Janus. In later tijden wisten de Romeinen al niet meer waarom ze deze plaatsen vereerden.

Republiek

Toen Rome kort voor 500 v.Chr. een republiek werd, veranderde er weinig. Een deel van de Regia diende voortaan als heiligdom, andere delen werden toegewezen aan de opperpriester, de Saturnustempel werd voltooid, en na een overwinning op de Latijnen kwam er een tempel voor Castor en Pollux.

De tempel van Saturnus

Na pakweg 490 v.Chr. werd er een eeuw niets vermeldenswaardigs bijgebouwd. Het ging Rome in deze tijd bepaald niet voor de wind. Ook in de vierde eeuw werd maar sporadisch iets toegevoegd. Er verrees wel een tempel voor Concordia, het Sprekerspodium (rostra) werd voorzien van scheepsstevens (en een inscriptie in potjeslatijn) en aan de zuid- en noordzijde van het Forum kwamen galerijen die bekendstonden als Oude en Nieuwe Winkels. Daarboven waren balkons van waaruit mensen konden kijken naar processies, wedstrijden en gladiatorengevechten op het plein.

Griekse bezoekers in de derde eeuw waren getroffen door het contrast tussen het sobere plein en de Romeinse macht. Toen Pyrrhos van Epirus een gezant naar Rome stuurde, keerde die terug met de constatering dat het karige Senaatsgebouw een vergaderplaats van koningen was. In de komedie Curculio van de toneelschrijver Plautus (ca. 250-184) is een beschrijving opgenomen van de gebouwen en mensen die te zien waren op het Forum. Tot die laatsten behoorden meinedigen, leugenaars, bluffers, geldverkwisters, hoeren, patsers, knapen, praatjesmakers, lasteraars, woekeraars en pooiers.

Het sprekersplatform (rostra)

Pas na 200 v.Chr. verrezen de openbare gebouwen die het Forum Romanum veranderden in het plein dat eeuwenlang op elke bezoeker een verpletterende indruk maakte. Succesvolle politici stichtten dan basilieken die ze financierden uit de buit van hun veldtocht. Het oudste voorbeeld is de Basilica Porcia, die Cato de Oudere in 184 v.Chr. bouwde naast het Senaatsgebouw. Die verving een van de winkelrijen. De andere winkelrij werd vijf jaar later vervangen door wat bekendstaat als de Basilica Aemilia. Tiberius Sempronius Gracchus, de vader van Tiberius en Gaius, bouwde daar in 169 de Basilica Sempronia tegenover: hier kwam de rechtbank samen. Lucius Opimius, de tegenstander van de Gracchen, kon na de dood van Gaius Gracchus in 121 niet achterblijven en bouwde de Basilica Opimia. Ironisch genoeg stond die naast de tempel van Concordia.

Burgeroorlogen

Rome was nu onmiskenbaar op weg de hoofdstad te worden van een wereldrijk. Het moet een drukte van belang zijn geweest. Sulla verving het oude Senaatsgebouw en uit deze tijd dateert ook de herbouw van de Basilica Aemilia.

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Het was echter vooral Julius Caesar die het oude plein renoveerde. De Basilica Sempronia werd vernieuwd en heet sindsdien Basilica Julia. Met de buit van de Gallische Oorlog bouwde hij een tweede forum naast het eerste, en toen hij Pompeius had verslagen, vernieuwde hij ook het Comitium en het Senaatsgebouw. Pas zijn adoptiefzoon Octavianus zou deze projecten afronden (in 29 v.Chr.). Hij wijdde ook de tempel in van de vergoddelijkte Caesar, een gebouw dat vóór de Regia was geplaatst en het Forum aanzienlijk verkleinde

In deze tijd werd het plein opnieuw bestraat met het plaveisel dat ook nu nog is te zien. Tevens werd de herbouw van de Basilica Aemilia afgerond, zodat het Forum werd begrensd door twee monumentale hallen: deze basiliek in het noorden en de Basilica Julia in het zuiden. Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen hoe hoog deze gebouwen ooit zijn geweest, maar het Forum Romanum moet hebben geleken op de Brusselse Grote Markt: een groot plein dat klein lijkt doordat de omliggende gebouwen zo hoog zijn.

Niet het meest opvallende monument: de fundering van wat traditioneel wordt beschouwd als de sokkel van het Ruiterstandbeeld van Domitianus. De inscriptie vermeldde zijn bezoek aan de splitsing van Rijn en Waal.

Keizertijd

Net als Caesar bouwde Augustus een eigen forum. Het nam enkele functies over van het Forum Romanum, dat daardoor sterk inboette aan betekenis. De luxe winkels die ooit in de galerijen gevestigd waren geweest, verhuisden naar het Forum van Caesar en het oude forum werd nu een toeristenstek, waar de bezoeker werd onderwezen in de zegeningen van het keizerlijk bestuur. Illustratief is het lot van de Concordiatempel, die in 10 na Chr. werd herdoopt tot tempel van de door de keizer verwezenlijkte Eendracht (Concordia Augusta). Om de amusementswaarde te vergroten werd hij ingericht als museum voor Griekse beeldhouwkunst. Kortom, het Forum was het domein van dagjesmensen en we mogen ons de overgebleven winkels voorstellen als souvenirstalletjes.

De ereboog voor Septimius Severus

Augustus’ opvolgers lieten het Forum Romanum zo veel mogelijk zoals het was en beperkten zich ertoe de bestaande gebouwen te restaureren. Tot het einde van de derde eeuw zijn slechts een paar bouwwerken toegevoegd, waarvan er maar drie echt opvallend zijn. Vespasianus en zijn zoon Titus kregen een tempel, Antoninus Pius en zijn vrouw Faustina eveneens, en bij het Senaatsgebouw verrees het eerste monument dat de bezoeker zag als hij het Capitool afdaalde: de ereboog van Septimius Severus. Het is wat ironisch dat dit monument, dat de eenheid van het Forum Romanum het meeste doorbrak, nu het opvallendste bouwwerk is.

#AntoninusPius #Augustus #BasilicaAemilia #BasilicaJulia #CatoDeOudere #Comitium #Curia #FaustinaI #ForumRomanum #GaiusSemproniusGracchus #GiacomoBoni #JuliusCaesar #lieuDeMémoire #LuciusCorneliusSulla #LuciusOpimius #Octavianus #Palatijn #rechtbank #Regia #Rome #Rostra #TiberiusSemproniusGracchus #Titus #TitusMacciusPlautus #VenusCloacina #Vespasianus #Vesta

Neplatijn

Inscriptie ter ere van Gaius Duillius (Capitolijnse musea, Rome)

De Eerste Punische Oorlog was de langste en (volgens historicus Polybios) grootste oorlog uit de oude geschiedenis. Zonder onderbreking duurde het conflict van 264 tot 241 v.Chr., een lengte die te verklaren is door het feit dat de Romeinen op land superieur waren en de Karthagers op het water. Een landmacht tegen een zeemacht: dat moet wel een ingewikkeld conflict zijn. Door gebruik te maken van enterbruggen slaagden de Romeinen er echter in de strijd op zee zó te veranderen dat ze leek op een landslag en konden ze de gevechten naar hun hand te zetten.

De Romeinse historicus Titus Livius schreef over de zeeslag bij Mylae, die plaatsvond in het jaar dat wij 260 v.Chr. noemen:

Consul Gaius Duillius vocht met succes tegen de Karthaagse vloot en vierde als eerste Romeinse veldheer een triomf na een overwinning ter zee. Om deze reden werd hem ook een blijvend eerbewijs toegekend: wanneer hij terugkeerde van een maaltijd werd hij voorafgegaan door een fakkeldrager en begeleid door fluitspel. (Periochae 17.2)

Neplatijn

Twee-en-halve eeuw later liet keizer Augustus het Forum Romanum renoveren en omdat hij ook eens een overwinning had geboekt in de Siciliaanse wateren, wilde hij naast het sprekersplatform (Rostra) een leuke erezuil voor zichzelf. Augustus zijnde Augustus wilde hij echter niets doen waarvoor niet een republikeins precedent bestond, zelfs als dat moest worden verzonnen. In dit geval was Gaius Duillius’ gewonnen zeeslag een erkend historisch feit, waar Augustus maar wat graag een erezuil voor oprichtte. Zo kon hij zijn staatsgreep wat meer presenteren als herstel van een in wezen republikeins stelsel.

Het probleem was dat er geen inscriptie was uit de derde eeuw. Die moest dus worden verzonnen en dus ontstond er iets in fake-Latijn. Dit is het Romeinse equivalent van kapperszaken in onze tijd die dan “In den ouden haerwinckel” heten. Tekst en vertaling van het eerbetoon aan Gaius Duillius vindt u hier.

De inscriptie is te zien in de Capitolijnse Musea in Rome.

Boekpresentatie

Mijn boek over de Eerste Punische Oorlog, De vergeten oorlog, bestelt u hier. De boekpresentatie is aanstaande dinsdagmiddag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U kunt er gewoon naartoe komen.

#Augustus #CapitolijnseMusea #EerstePunischeOorlog #ForumRomanum #GaiusDuillius #inscriptie #Italië #Rome #Rostra #zeeslagBijMylae

Vu sur #Nostr un réseau social en P2P : #Rostra
mon id : rs4xfq8sa3sagiuepa4gmpm9hhxc5tkhr7a7ztza1ynaer3pw87rey
https://github.com/dpc/rostra
#rust
GitHub - dpc/rostra: Rostra is a p2p (f2f) social network.

Rostra is a p2p (f2f) social network. Contribute to dpc/rostra development by creating an account on GitHub.

GitHub

Caesar bevrijdt Ulia

Twee Romeinse soldaten (Archeologisch museum van Sevilla)

Als ik u zeg dat het 8 januari was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.), dan vermoedt u al wat er komt: een antwoord op de vraag wat Julius Caesar 2069 jaar geleden liep te doen.

U zult zich wellicht herinneren dat Caesar in Obulco troepen aan het samentrekken was. Het ging langzaam. Toen verraders aanboden hem Córdoba, de hoofdstad van Andalusië, te overhandigen, had hij de troepen nog niet voor een snelle operatie. Ook het door Gnaeus Pompeius Junior belegerde Ulia kon Caesar niet ontzetten. Dat daar werd gevochten, is in 2020 archeologisch bevestigd. Hoewel de stad was afgesneden van de buitenwereld, was men wel op de hoogte van Caesars aankomst.

Ulia versterkt

De auteur van De Spaanse Oorlog vertelt:

Onopgemerkt door Pompeius’ posten kwamen afgezanten naar Caesar toe met het verzoek Ulia zo snel mogelijk versterking te sturen. De stad had het Romeinse volk altijd uitstekende diensten bewezen, en Caesar gaf zes cohorten en een even groot aantal ruiters snel bevel om in de tweede nachtwake uit te rukken. Als commandant gaf hij hun een man mee die de provincie kende en niet weinig deskundig was, Lucius Vibius Paciaecus.

Juist op het moment dat deze de posten van Gnaeus Pompeius bereikte, werd het land overvallen door noodweer en krachtige wind. Door het hevige noodweer was de toegang tot de stad zó duister dat men nauwelijks zijn buurman kon herkennen. Dit ongemak was voor Caesars mannen van het grootste nut. Toen ze daar aankwamen, gaf Vibius de ruiters opdracht de paarden met twee man te bestijgen, en zo galoppeerden ze tussen de vijandelijke posten door recht op de stad af. Toen ze midden tussen de posten waren, vroeg een van de vijanden wie ze waren, waarop een van onze mannen zei dat hij zijn mond moest houden, want ze probeerden op dat moment de muur te naderen om de stad in te nemen. De wachters konden door het noodweer hun taak toch al niet oplettend genoeg vervullen, en bovendien werden ze door dit antwoord afgeschrikt.

Toen onze mannen de poort naderden, werden ze na een afgesproken teken door de stadsbewoners binnengelaten. De infanteristen betrokken posten in alle delen van de stad en de ruiters deden onder geschreeuw een uitval naar het legerkamp van de vijanden.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 3; vert. Hetty van Rooijen.

Naar Córdoba

Dat was 8 januari. Het was niet het enige dat Caesar voor de belegerde stad deed. Zelf rukte hij op naar Córdoba, waar hij op 10 januari aankwam. Hij hoopte Pompeius zo te dwingen de belegering van Ulia op te heffen. Op 12 januari gebeurde dat inderdaad: Pompeius brak de blokkade af en rukte op naar Córdoba.

Ulia zelf mag vergeten zijn, het was voor Caesar een belangrijke overwinning. Het stadje beheerste de weg van Córdoba naar de haven van Málaga. Caesar opende zo een tweede aanvoerlijn, die met een lengte an 130 kilometer substantieel korter was dan de 450 kilometer naar Saguntum. De versterkingen van de Mauretanische koning Bogud die niet veel later zouden aankomen, arriveerden vrijwel zeker over deze weg. Bovendien had Caesar getoond dat hij zijn bondgenoten niet in de steek liet. Daarmee maakte hij het voor steden die aarzelden of ze Pompeius of Caesar moesten steunen, eenvoudiger zijn zijde te kiezen.

Munt van Marcus Lollius Palikanus (Bodemuseum, Berlijn)

Ondertussen was in Rome een nieuwe muntmeester actief: Marcus Lollius Palikanus. Op zijn munten herkennen we het spreekgestoelte op het Forum Romanum, de zogeheten Rostra, met daarboven het bankje van de volkstribunen. Op de keerzijde van deze munten stond de Vrijheid. Je kunt dit op twee manieren interpreteren: als een teken van oppositie of als een teken van steun aan een dictator die de vrijheid garandeerde. Ik denk dat die ambiguïteit ook destijds is ervaren.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Bogud #Córdoba #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #LuciusVibiusPaciaecus #MarcusLolliusPalikanus #Rostra #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog #Ulia

Gaius Julius Caesar (1): consul - Mainzer Beobachter

Het was onvermijdelijk dat ik een keer een overzichtsblog over Julius Caesar zou schrijven. Vandaag is het zover: deel één.

Mainzer Beobachter

Ik vond het best een bijzondere plek, toen we daar stonden. Op de een of andere manier voel je de geschiedenis. En dat in 1993 al. (M'n foto uit dat jaar.)

"De Rostra"

---> "Behalve de Gracchen hebben honderden anderen hier hun betogen afgestoken; hier werden gezantschappen verwelkomd; hier werden in de winter van 43/42 v.Chr. de hoofden tentoongesteld van de slachtoffers van Marcus Antonius, Lepidus en Octavianus."

(Van Jona Lendering @JonaLendering ) #rome #rostra
https://mainzerbeobachter.com/2024/07/12/de-rostra/

De Rostra - Mainzer Beobachter

"Rostra" was de naam van het sprekerspodium tegenover het Senaatsgebouw in het oude Rome. Een plek vol historische anekdotes.

Mainzer Beobachter