De Romeinse Provence (2)

Romeinse brug in Vaison

[Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

Keizertijd

Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

Amforen (Musée d’Archéologie de Nice-Cimiez)

Zo bezien was inname in de Romeinse wereld ongunstig voor de bewoners van deze provincie, maar de legioenen aan de Rijn en Donau garandeerden het bestaan van een enorme ruimte waarin kooplieden betrekkelijk veilig konden reizen, waarin er één standaardmunt was en waarin de zeeroutes minder dan vroeger werden bedreigd door zeerovers. Verzet tegen Rome is uit de Keizertijd niet bekend, althans niet aan mij. Steeds meer bewoners van de Provence verwierven het Romeinse burgerrecht en keizer Tiberius accepteerde hen in de Senaat. De bewoners werden niet onderdrukt, want ze waren Romeinen.

Vanuit dit perspectief waren de belastingafdrachten een geringe prijs om te betalen en de steden bloeiden: Marseille mocht dan zijn overvleugeld door Nîmes, het bleef een prachtige stad; naast Nîmes waren er in de Rhônedelta Arles, Avignon en Orange. Wat verderop lagen Aix-en-Provence, Vaison-la-Romaine en Glanum, stroomopwaarts lagen Alba-la-Romaine en Vienne, en in het westen lag de hoofdstad Narbonne. Stuk voor stuk zijn het tegenwoordig toeristische bezienswaardigheden. De Pont du Gard, waarvan een Gallo-Romeinse observator destijds constateerde dat de Romeinen het landschap ermee verpestten, heeft tegenwoordig de werelderfgoedstatus.

De constructie van de Pont du Gard

Als voorbeeld van de geslaagde integratie in de groter Romeinse wereld noem ik nog de Romeinse geschiedschrijver Pompeius Trogus, die een intrigerend geschiedwerk schreef. Dat hing hij op aan twee wereldrijken: het oosterse en het westerse, en de scharnier was Macedonië. Alle volken en steden van de wereld kwamen op deze manier aan bod. Dit was geen op Jeruzalem, Athene of Rome gefocust werk, zoals er al vele waren, dit was wereldgeschiedenis – een genre dat bloeide in de Romeinse provincies. (Trogus’ geschiedwerk is in een uittreksel van Justinus bekend.)

Late Oudheid

De derde eeuw was overal een crisistijd: de grensverdediging haperde, bij wijze van antwoorden werden de Romeinse legers vergroot, dat werd inflatoir gefinancierd, het handelsvolume halveerde. Het klimaat verslechterde en er was een epidemie. Na het einde van deze Crisis van de Derde Eeuw waren er allerlei bestuurlijke hervormingen, en voor de Provence relevant is het ontstaan van een extra bestuurslaag: het diocees, een cluster van provincies. Die provincies zelf waren in de tussentijd verkleind: Gallia Narbonensis was bijvoorbeeld in tweeën gesplitst. Met vijf andere kleine provincies vormde die het diocees Viennensis. Het bestond uit Frankrijk ten zuiden van de Loire.

Baden van Constantijn, Arles

In deze tijd nam de mobiliteit van de Romeinse bevolking toe. In onder meer Marseille en Arles zijn Syrische en Joodse gemeenschappen gedocumenteerd. Deze migranten namen oosterse ideeën mee en zo won ook het christendom aan populariteit. In de kathedraal van Fréjus is nog altijd een doopkapel uit de vijfde eeuw, terwijl de abdijen van Lérins (op een eilandje bij Cannes) en Sint-Victor in Marseille even oud zijn.

Andere migranten kwamen uit het Overrijnse en dienden veelal in de Romeinse legers. Hoewel die legers officieel de Romeinse staat dienden, waren er regelmatig problemen met de soldij, en dan kon zo’n leger in opstand komen. In de keizerlijke propaganda werden de eigen manschappen dan getypeerd als barbaren of Germanen. Zulke verhalen hebben het beeld van “grote volksverhuizingen” doen ontstaan, en hoewel dat niet volledig onjuist is, was de werkelijkheid een stuk genuanceerder.

Sarcofaag met scènes uit het leven van Christus (Saint-Trophime, Arles)

Visigoten en Franken

In de loop van de vijfde eeuw nam het gezag van de Romeinse keizer af. De feitelijke macht kwam meer en meer in handen van militaire leiders. Voor de Provence relevant is Eurik, die in Toulouse resideerde. Officieel bestuurde hij de regio namens de keizer, maar die was ver weg. Na 476, toen het keizerlijk hof in Italië werd opgeheven, was de keizer nog veel verder: in Constantinopel. Uit het machtsgebied van Euric groeide toen een steeds zelfstandiger koninkrijk, het Rijk van Toulouse. Verder naar het noorden oefende de dynastie van de Merovingen het gezag uit, eveneens in een ambigue positie halverwege zelfstandigheid en dienstbaarheid aan de keizer.

In 507 kwam het tot oorlog tussen deze twee laat-Romeinse rijken-in-wording. De afstammelingen van Eurik, die inmiddels ook heersten in grote delen van het huidige Spanje, verloren de strijd en trokken zich naar Toledo terug, maar behielden het westelijke deel van de Provence, dat destijds bekendstond als Septimania en tegenwoordig als Languedoc. Het gebied langs de Rhône zou uiteindelijk in Merovingische handen komen. Ik rond af met de constatering dat eind zesde eeuw, toen het proces van staatsvorming was voltooid, nieuwe namen in zwang kwamen: de Merovingen stonden vanaf toen aan het hoofd van een Frankisch koninkrijk, de rijken van Toulouse en Toledo worden wel aangeduid als de koninkrijken van de Visigoten.

Laatantieke ceintuurgesp (Musée de la romanité, Nîmes)

Voor de gewone mensen in de Provence veranderde er ondertussen minder dan je zou denken. De Laat-Romeinse cultuur, gebaseerd op een agrarische economie en overzeese handel, bleef bestaan; het christendom bleef bestaan; en het Latijn evolueerde heel, heel langzaam naar het Frans.

#AixEnProvence #AlbaLaRomaine #Arles #Avignon #CrisisVanDeDerdeEeuw #diocees #Eurik #Franken #GalliaNarbonensis #Glanum #Justinus #Languedoc #Latijn #Lérins #Marseille #Merovingen #Narbonne #Nîmes #Orange #PompeiusTrogus #Provence #Rhône #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #Septimania #VaisonLaRomaine #Vienne #Visigoten

De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Weergave van onthoofde vijanden uit Le Cailar (Musée de la romanité, Nîmes)

De aard van de hartelijke contacten met Marseille is niet helemaal duidelijk, maar het staat vast dat toen de Romeinen rond 386 v.Chr. (390 Varroniaans) een wijgeschenk stuurden naar Delfi, dit stond opgesteld in het schathuis van de Massilioten. Ook staat vast dat de Romeinen “Massiliotisch burgerrecht” kenden, dat vermoedelijk een soort Latijns burgerrecht was voor niet-Italische steden. De anekdote over de stichting van Marseille die ik onlangs aanhaalde, veronderstelt dat er al in de zesde eeuw v.Chr. contacten waren, maar dat kan terugprojectie zijn.

De Romeinen raakten pas echt in Gallia Transalpina geïnteresseerd tijdens de Tweede Punische Oorlog, dus na 218 v.Chr. Ze vielen toen de Karthaagse bezittingen op het Iberische Schiereiland aan, en ineens was de Provence van groot strategisch belang. Er lag al een oude handelsweg, waar de Romeinen in de loop van de tweede eeuw steeds meer vat op kregen door verdragen te sluiten met de volken in het achterland. Die weg stond bekend als de Weg van Herakles, omdat – zo dachten de Romeinen – de halfgod deze weg had genomen toen hij terugkwam uit Spanje met de runderen van Geryon. (Dat in het Spaanse deel van de kustweg tal van havensteden lagen die Melqart, de Herakles van de Feniciërs, als stadsgod hadden, suggereert een pre-Romeinse mythe.)

Gallo-Romeinse cavalerie in actie (Glanum)

Gallia Narbonensis

Wat verder naar het noorden vond ondertussen het staatsvormingsproces plaats, en met name de Arverniërs werden machtiger en machtiger. Dat bedreigde de Romeinse allianties met de volken langs de Weg van Hercules. Verder leefden in het achterland van Marseille de Salyes, die voor de aloude Romeinse bondgenoot steeds gevaarlijker werden. In 125 brak een oorlog uit, die al snel escaleerde. De Massilioten vroegen steun in Rome en de Salyes vroegen hulp van de Allobrogen, die leefden tussen Rhône en Alpen, en later voegden ook de Arverniërs zich bij deze coalitie. Na vier jaar won Rome deze oorlog, met vérstrekkende gevolgen: de legioenen waren vér naar het noorden opgerukt en er waren diplomatieke contacten met de Gallische staten rond de Arverniërs.

Rome moest gaan denken over een Transalpijnse politiek en die begon met de annexatie van de kuststrook. De hoofdstad was Narbonne en daarom heette de provincie Gallia Narbonensis, of kortweg “de provincie”: de Provence, zoals wij zeggen. Heel belangrijk was het plaveien van de Weg van Herakles, die vanaf 118 bekendstaat als Via Domitia. Een tweede route liep door Aquitanië en verbond Narbonne met Toulouse, Bordeaux en de Atlantische Oceaan, en een derde grote route leidden stroomopwaarts langs de Rhône richting Vienne en Lyon. Dit waren belangrijke handelscentra. Uit de jaren waarin Gallia Narbonensis ontstond, dateren ook de stichting van Aix-en-Provence, bestuurlijke wijzigingen in Glanum, en vermoedelijk nog veel meer maatregelen waarover we geen informatie hebben.

De Via Domitia in Narbonne

De organisatie van de provincie wierp haar vruchten af toen tegen het einde van de tweede eeuw v.Chr. de Kimbren en Teutonen arriveerden. Dit waren op drift geraakte groepen, grotendeels Germaans, waar de Romeinen het nog moeilijk mee hadden. Uiteindelijk wisten ze er in de Provence en op de Povlakte, gebieden waar de Romeinen hun eigen infrastructuur hadden opgebouwd, mee af te rekenen.

Caesar

In 58 v.Chr. trad Julius Caesar aan als gouverneur van Gallia Narbonensis en de Povlakte. Zoals bekend annexeerde hij de al bestaande Romeinse invloedssfeer ten noorden van Gallia Narbonensis, die destijds Gallia Comata heette, “langharig Gallië”. Het was een cultureel heel diverse regio, die door Caesar gemakshalve in drieën werd gedeeld (Aquitanië, het midden, Belgica) en voorzien van een volslagen kunstmatige oostgrens, de Rijn. Nadat hij deze regio “tot rust had gebracht” (namelijk de rust van een kerkhof) brak de Tweede Burgeroorlog uit, waarin Marseille het hard te verduren kreeg. Nîmes zou de oude havenstad overvleugelen.

Ereboog in Orange

Na de Tweede Burgeroorlog demobiliseerde Caesar zijn oudgedienden in enkele gereorganiseerde steden: in Narbonne vestigde hij veteranen van X Equestris, de oeroude Keltische stad Arles kreeg nieuwe burgers die hadden gediend in VI Ferrata, en ook in Fréjus vestigde hij voormalige soldaten, misschien oudgedienden van VIIII Hispana. De veteranen, afkomstig uit Italië en van de Povlakte, namen hun taal mee, zodat het Latijn nu snel won aan populariteit. Een generatie na Caesar zijn nog Latijns-Gallische namen als “Lucius Servilius Excingomarus” gedocumenteerd, maar in de Keizertijd was Latijn volkomen dominant en droeg iedere vrijgeboren man een Romeinse naam.

Parallel aan de talige romanisering veranderde ook het nederzettingenpatroon. Steeds minder mensen woonden in de aloude heuvelforten, steeds meer mensen in de Romeinse steden. Daartussen waren talloze grote, middelgrote en kleine boerderijen.

[Wordt morgenochtend vervolgd, maar eerst verneemt u hoe u mij aanstaande donderdagmiddag kunt zien optreden als banaan.]

#AixEnProvence #Allobrogen #Arles #Arverniërs #Bordeaux #Ensérune #Fréjus #GalliaNarbonensis #GallischeTaal #Geryon #Glanum #JuliusCaesar #Kimbren #Latijn #LeCailar #Lyon #Marseille #Narbonne #Nîmes #Provence #Rhône #Salyes #Teutonen #Toulouse #TweedeBurgeroorlog #TweedePunischeOorlog #VIFerrata #ViaDomitia #Vienne #VIIIIHispana #WegVanHerakles #XGemina
Welke Latijnse naamval vind jij het lastigst? 🤔
In deze video leggen we de 1e klasse stap voor stap uit – en geven we tips om ze eindelijk foutloos te leren!
👉 https://youtu.be/F30pkF5H8bU?utm_source=mastodon&utm_medium=social&utm_campaign=fedica-videos-NL
Reageer met jouw struikelblok!
#Latijn #studietips #begrepen #onderwijs #eersteklasse
De verbuigingen van de eerste klasse in het Latijn: vorming en instuderen van de naamvallen.

YouTube

De Iberiërs (3)

Iberisch grafmonument (Archeologisch museum, Madrid)

[Laatste van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Rijk en arm

Een van de manieren waarop de rijke Iberiërs zich van hun arme landgenoten onderscheidden, was de monumentale grafsculptuur. Vanaf het begin, dus zeg maar vanaf pakweg 550 v.Chr., toonden voorname families hun welvaart met opvallende gedenktekens langs de toegangswegen tot de Iberische steden. Ze hadden allerlei vormen en zijn opgegraven in alle delen van de huidige regio’s Valencia en Murcia. Gaandeweg ontstonden ware dodensteden, keurig geordend, alsof het de steden waren van de levenden. Er was dan een hoofdstraat voor de graven van de voornaamste mensen, met haaks daarop zijstraten voor de bijzettingen van minder vermogende stedelingen.

De voornaamste graven – te zien in bijvoorbeeld de musea van Madrid en Elche – zijn werkelijk fantastisch. Er zijn torens en pilaren, er zijn afbeeldingen van wilde dieren en mythologische figuren. Misschien moesten die tevens tonen hoe de mensheid de natuur had overmeesterd en was gaan beheren. Zeker is dat niet, maar ik noem het omdat het ook een mogelijke interpretatie is van oudere stèles, waarover ik binnenkort eens zal bloggen.

Beeld van een godin, afgebeeld als Astarte (Alcudia)

Religie

De meest welvarende Iberiërs maakten ook het meest deel uit van de internationale cultuur die we aanduiden als hellenisme. Ze maten zich bijvoorbeeld nieuwe soorten kleding aan. Dat geldt ook voor broches, mantelspelden en kralenkettingen: de Dame van Elche is een voorbeeld. Deze veranderingen zijn tevens gedocumenteerd in de steeds internationalere wijze waarop de traditionele godheden werden afgebeeld. De goden zélf bleven echter dezelfde.

Helaas begrijpen we die niet heel goed, aangezien we geen begrijpelijke geschreven religieuze teksten hebben. Ik zou u graag wat Iberische mythen vertellen, maar die kennen we dus gewoon niet.

Wat we wel weten is dat we steeds vaker afbeeldingen vinden van vrouwen, dat militaire afbeeldingen het goed blijven doen (wat de verering van een oorlogsgod suggereert) en dat de afbeeldingen steeds Grieks-Romeinser aandoen. We zien dus een op Ceres lijkende godin, waarvan we aannemen dat het dan wel een graan-, vegetatie- of vruchtbaarheidsgodin zal zijn geweest. Lijkt een godheid op Jupiter? Dan zal het de oppergod of de dondergod zijn. Is het Venus? Dan zal ze gelijkgesteld zijn geweest aan de Fenicische godin Astarte of de Karthaagse Tanit. Niets bijzonders, zulke gelijkstellingen; elke oude cultuur deed eraan mee; het verschijnsel heet syncretisme. Maar we weten dus maar weinig over de eigenlijke Iberische goden, mythen en eredienst.

Wierookbrander (Archeologisch museum, Alicante)

Romanisering

Na de Tweede Punische Oorlog namen de Romeinen de macht over in Iberië. Zoals te verwachten was, zien we in de tweede en eerste eeuw meer en meer importen uit Italië, en ook voorwerpen die lijken te zijn geproduceerd in de Romeinse stad Italica (bij Sevilla). Het kan gaan om verschillende soorten aardewerk, olielampjes, edelsmeedwerk en ook wijnamforen – blijkbaar gold Italiaanse wijn als een delicatesse. Het Saguntum waar Julius Caesar eind 46 v.Chr. aan land ging, was door alle veranderingen een totaal andere stad dan de stad die een rol had gespeeld aan het begin van de Tweede Punische Oorlog.

Een belangrijke aanpassing was de overname van het Romeinse alfabet, dat begon in de stedelijke administratie en daarna zijn weg vond naar de huishoudens van de rijke, schrijvende elite. Vrijwel zeker hield de latinisering van het schrift gelijke pas met de vervanging van de Iberische taal (of talen) door de taal der Romeinen. Vanaf het laatste kwart van de eerste eeuw v.Chr., dus ten tijde van keizer Augustus, kwamen er bovendien steeds meer immigranten: oud-legionairs die na militaire dienst in Cantabrië bij wijze van pensioen een boerderij kregen in een al deels geromaniseerde regio. Afgezwaaide officieren namen Italiaanse frescoschilders en mozaïekleggers in dienst om Italiaans ogende huizen te bouwen.

Daarmee zette de romanisering van het zuidoosten van het Iberische Schiereiland zich definitief door. En zo begon een nieuwe fase in de geschiedenis: de door de legioenen gegarandeerde pax romana. Maar dat is een ander verhaal.

[Iberiërs zijn zó interessant dat ik volgend jaar een reis naar de regio organiseer, lees maar hier.]

#alfabet #Astarte #DameVanElche #grafmonument #IberischeTalen #Latijn #Murcia #romanisering #Saguntum #syncretisme #Tanit #Valencia

Viatorinus

Grafsteen van VIatorinus (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Een kleine zeven jaar geleden blogde ik over de romaanse kerken van Keulen. Tot de noordelijke godshuizen behoren de Sint-Ursula en de even verderop gelegen Sint-Gereon, beide gewijd aan laatantieke martelaren en beide gebouwd over een laatantiek grafveld. Ursula, die met een paar duizend maagden tegelijk de marteldood stierf, behoeft geen nadere discussie; het verhaal zal zijn ingegeven door de vondst van vele, vele skeletten. Gereon is een ander paar mouwen: de aan hem gewijde kerk lijkt in de vierde eeuw te zijn gebouwd op de plek waar een Romeinse soldaat is begraven. Dat hier inderdaad een soldatenkerkhof was, lijkt  te zijn bevestigd door bovenstaande inscriptie,noot EDCS-01200112. die op het kerkterrein is gevonden.

VIATORINVS PROT
ECTOR MITAVIT AN
NOS TRIGINTA O
CCISVS IN BAR
BARICO IVXTA D
IVITIA A FRANCO
VICARIVS DIVITESIM

Dit is niet helemaal het Latijn dat een hooggeletterde Romein zou hebben geschreven. Er zijn een paar letters weggevallen en een purist zou aan het einde nog een woord hebben verwacht. Als we dat alles toevoegen, staat er:

Viatorinus prot-
ector mi(li)tavit an-
nos triginta o-
ccisus in Bar-
barico iuxta D-
ivitia(m) a Franco
vicarius Divite(n)si(u)m (posuit)

Viatorinus de pro-
tector diende
dertig jaar en is
gedood in het Bar-
barenland bij Di-
vitia door een Frank.
De ondercommandant van het garnizoen van Divitia plaatste dit.

Een protector was oorspronkelijk een lijfwacht, maar het woord verwees in de late vierde eeuw naar een officier. Vermoedelijk was het de oppercommandant van het fort Divitia, ofwel het huidige Deutz. Dat lag tegenover Keulen en was met de stad verbonden door een beroemde brug. Op de oostelijke Rijnoever is Viatorinus dus door een Frank gedood. We proeven iets van de verontwaardiging, want de Franken waren in de tweede helft van de vierde eeuw meestal Romeinse bondgenoten.

Terug naar de ontbrekende letters. Het wonderlijke is dat het getal 30 niet is weergegeven als XXX, zoals in vrijwel alle Romeinse inscripties, maar is genoteerd als woord. De maker van dit monumentje wilde alles voluit schrijven. De vraag is dus waarom hij mitavit schreef en niet militavit, Divitia in plaats van Divitiam, en Divitesim in plaats van Divitensium. Hoewel het mogelijk is dat de steenwerker zijn dag niet had – en echt regelmatig zijn de letters natuurlijk niet – is het ook mogelijk dat de spelling de Rijnlandse uitspraak van het Latijn documenteert.

Het wegvallen van de slot-m bij Divitiam is bijvoorbeeld goed bekend: het Latijnse woord septem, “zeven”, werd (zoals hier is te lezen) in de Late Oudheid bijvoorbeeld geschreven als septe, wat de eerste stap is in de richting van het Franse sept. Ook het wegvallen van de /n/ voor de /s/ in Divitensium is een vrij normaal verschijnsel, net als de samentrekking van /iu/ tot /i/.

Viatorinus werd niet bij zijn fort in Barbarico begraven, maar ten noorden van Keulen, waar allerlei graven waren. En misschien was zijn laatste rustplaats een ereveld voor degenen die waren gesneuveld tijdens een gevecht, en leeft de herinnering aan die militaire graven voort in de verering van Sint-Gereon.

[Dit was het 521e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Deutz #Franken #Keulen #Latijn #SintGereon #UrsulaVanKeulen #Viatorinus

Heel oud Latijn

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Het Romeinse forum is een van de interessantste opgravingen die ik ken. De vondsten dateren vanuit de IJzertijd tot en met de huidige dag en de opgraver moet er rekening mee houden dat er – zoals overal natuurlijk – ook nog moedwillig dingen zijn weggehaald. Het Senaatsgebouw, dat er tegenwoordig uitziet als een bakstenen schoenendoos, had een eeuw geleden nog een decoratie van marmer en stucwerk die in opdracht van Mussolini is verwijderd: hij wilde een zakelijk gebouw, passend bij de geest van het fascisme.

Een andere complicatie is dat er allerlei teksten zijn, die enerzijds waardevolle informatie bieden, maar die we anderzijds niet kunnen evalueren. Aan het begin van de jaartelling wisten de Romeinen dat bepaalde huizen stonden op de plek waar ooit het koninklijke paleis had gestaan en archeologen hebben op die plek grote, oeroude woningen gevonden uit de Koningstijd (zevende tot en met zesde eeuw v.Chr.), maar we hebben geen idee of de herinnering een half millennium later correct was. Was dit een paleis? We weten het niet.

En dan zijn er nog vondsten die vooral puzzels zijn, zoals de inscriptie hierboven, in 1899 gevonden onder de zogeheten Zwarte Steen, niet ver van het Senaatsgebouw. Die zwarte steen zat in het uit de Keizertijd daterende plaveisel en markeerde vermoedelijk een heilige plaats, het Volcanal, waarvan de Romeinen al tijdens de Republiek niet goed meer wist wat die precies betekende. Men speculeerde dat het een graf was maar wist niet van wie.

Bij de opgravingen troffen de archeologen onder dat zwarte plaveisel een u-vormig altaar en een zuilbasis aan, samen met de oeroude inscriptie die u hierboven ziet. De steen is ongeveer een halve meter hoog en te zien in het Nationaal Museum in de Thermen van Diocletianus.

De tekst is bustrophedon geschreven, wat een jargonterm is om aan te geven dat de regels afwisselend van links naar rechts en van rechts naar links zijn geschreven. Dit is een heel oude manier van schrijven, maar veel preciezer kunnen we niet zijn: de tekst biedt weinig duidelijkheid en kan zeer oud en gewoon oud zijn. Het woord recei, “voor de koning”, kán betekenen dat de tekst stamt uit de Koningstijd (de zevende of de zesde eeuw v.Chr.), maar kan evengoed slaan op de republikeinse magistraat die bekendstaat als offerkoning. Dan stamt de tekst uit de vijfde of misschien wel vierde eeuw. De vondsten in de buurt van de inscriptie suggereren eerder een zesde- dan een vijfde-eeuwse datering, maar meer dan een suggestie is het niet.

Het Latijn vertoont oude trekken maar omdat dit een van de weinige voorbeelden is, en omdat de tekst vol gaten zit, konwn we niwt verder. Hier is de tekst. Puntjes geven aan wat niet te reconstrueren is.

  • QUOI HON…
  • … SAKROS ES-
  • SORD…
  • … A HAS
  • RECEI IO…
  • …EVAM
  • QUOS RE…
  • …M KALATO-
  • REM HAB…
  • …TOD IOUXMEN-
  • TA KAPIA DUO TAU…
  • AM ITER PE…
  • …M QUOI HA-
  • VELOD NEQ F…
  • …IOD OVESTOD
  • LOUQUIOD QO…
  • Veel valt er niet van te maken, maar interessant blijft het wel, dit moeilijk te begrijpen debuut van een wereldtaal.

    [De Lapis Niger was de 315e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

    #Comitium #ForumRomanum #LapisNiger #Latijn #Rome #Volcanal

    Welke Latijnse naamval vind jij het lastigst? 🤔
    In deze video leggen we de 1ste klasse stap voor stap uit – en geven we tips om ze eindelijk foutloos te leren!
    👉 https://youtu.be/F30pkF5H8bU?utm_source=mastodon&utm_medium=social&utm_campaign=fedica-videos-NL
    Reageer met jouw struikelblok!
    #Latijn #studietips #begrepen #onderwijs #eersteklasse
    De verbuigingen van de eerste klasse in het Latijn: vorming en instuderen van de naamvallen.

    YouTube
    In #Argus nr. 207 haalt Nop Maas herinneringen op aan het Rijke Roomse Leven: hoe hij als #misdienaar werktuigelijk #Latijn gebruikte en uit #bedelen werd gestuurd - en hoe volstrekt #normaal hij 't allemaal vond. Deze bijdrage is ook te lezen op https://arguspers.nl/gratis-artikel/het-rijke-roomse-bedelleven/

    Het Rijk van Toledo (2)

    Halssnoer uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

    [Tweede van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]

    In 586 besteeg Leovigilds zoon Reccared de troon en omdat zijn vader had gefaald in het apaiseren van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, besloot de nieuwe koning zich maar bij hen aan te sluiten. Daarmee aanvaardde het Rijk van Toledo het christendom zoals het ook in het Byzantijnse Rijk bestond.

    De kerk profiteerde ervan. Opgravingen (zoals deze recente) documenteren dat de kerkgebouwen bepaald geen nederige stulpjes waren. Tegelijk werd de kerk nu meer dan ooit een bestuursinstrument. Tot 704 vonden in Toledo achttien synodes plaats, die zijn te beschouwen als zowel kerkelijke als bestuurlijke landdagen. De vergaderingen hadden vérgaande wetgevende taken en de hier vastgestelde wetten lijken ook merendeels te zijn uitgevoerd. Ze beschrijven dus meestal reële situaties.

    Tiende-eeuwse afbeelding van een Synode van Toledo

    Checks and balances

    Zo werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het bezit van de koning als privépersoon en als vertegenwoordiger van de overheid. Deze laatste categorie, de kroondomeinen dus, was extreem belangrijk. De koning van Toledo beheerde niet alleen de domeinen die de Romeinse keizer Theodosius I al had bezeten, maar confisqueerde ook nog het een en ander, zodat de pachtopbrengsten een forse bijdrage vormden aan de staatsschatkist. Tegelijk had de vorst minder mogelijkheden om belasting op te leggen dan de keizer had gehad. Grootgrondbezitters ontsprongen sowieso de dans. Om het anders te zeggen: de grote omvang van de domeinen maakte dat de belastingen in het Rijk van Toledo lager konden zijn dan in de Romeinse wereld. Of om het nog anders te zeggen: doordat de rijken niet belast konden worden, moest de koning grote domeinen aanhouden.

    Belangrijk is verder dat de koningen van Toledo weliswaar golden als bron van recht, maar niet boven de wet stonden. Net als bij het onderscheid tussen kroondomeinen en ’s konings privébezit, kun je zeggen dat de Synodes de macht van de koning inperkten. Je zou de relatie tussen Synodes en vorst misschien, met een anachronisme, kunnen aanduiden als checks and balances.

    Kruis uit de zesde of zevende eeuw (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

    Antisemitisme

    Ik schreef dat de meeste wetten ook werden uitgevoerd. Het voornaamste terrein waarop dat niet het geval was, was de bestrijding van judaïserende christenen. Er waren op het Iberische Schiereiland veel joden; dat onlangs van een vierde-eeuwse kerk in Jaén werd vastgesteld dat het feitelijk een synagoge was, suggereert dat de joodse aanwezigheid nog wordt onderschat. Christenen hadden dagelijks contact met de joden, die daardoor aanzienlijke invloed hadden op hun stads- en dorpsgenoten. Een voorbeeld is het vasthouden de joodse paasdatum, een praktijk die is gedocumenteerd in diverse herderlijke brieven. Het cruciale punt is nu niet dat allerlei christenen niet zuiver waren in wat de geestelijkheid beschouwde als de enige juiste leer, maar dat de gelovigen zich konden beroepen op passages uit de Wet van Mozes. Ze bezaten dus boeken en deze mensen waren dus geen dagloners of slaven die niet beter wisten, maar rijke mensen. Dat maakte judaïsering een voor de kerk belangrijke kwestie.

    De Synodes van Toledo kondigden allerlei anti-joodse decreten af. De eerste aanzet was via het Breviarum Alaricianum geïmporteerd uit de Byzantijnse Codex Theodosianus, maar met het oog op de rijkseenheid bekrachtigden de Synodes deze maatregelen steeds opnieuw. De herhaling bewijst echter dat de maatregelen niet werden uitgevoerd. De decreten worden na 650 steeds feller en scherper, de straffen op ontduiking werden steeds inhumaner (o.a. scalperen als straf voor besnijden), en waar de wetgevende Synode zich ooit alleen maar had geërgerd aan de joodse religie, werden de decreten uiteindelijk ronduit racistisch.

    Laatantiek grafschrift van iemand die aan het hoofd stond van twee synagogen (Archeologisch museum, Mérida)

    In 654 vaardigde koning Recceswinth (r.649-672) het Liber Iudiciorum uit, dat was gebaseerd op de Codex Justinianus en, net als deze, verdeeld in twaalf boeken. Het laatste was geheel gewijd aan de bestrijding van jodendom, en er werd uiteindelijk bepaald dat alle joden een afschrift op zak dienden te hebben – wat overigens een aanwijzing is voor de graad van geletterdheid. Uiteindelijk werden door de Zeventiende Synode van Toledo (694) alle joden tot staatsslaaf verklaard. Opmerkelijk is overigens dat een elders gangbare anti-joodse wet, namelijk het verbod land te bezitten, in het Rijk van Toledo nooit is uitgevaardigd.

    [wordt vervolgd]

    #antisemitisme #arianisme #belastingen #BreviariumAlaricianum #CodexJustinianus #ConcilieVanChalkedon #Jaén #Latijn #LiberIudiciorum #paasdatum #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #SynodesVanToledo #Visigoten

    Het Rijk van Toledo (1)

    Decoratie uit Mérida

    Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

    Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

    De grenzen van het Rijk van Toledo

    De grenzen van het Rijk van Toledo lagen min of meer vast. In het noorden vormden de Pyreneeën de grens met het rijk van de Franken, waarbij Narbonne een Visigotische exclave was in de Languedoc. In het noordwesten, in Galicië, regeerde een dynastie die we doorgaans Suebisch noemen. De rest van Iberië werd bestuurd vanuit Toledo, met één uitzondering: rond het midden van de zesde eeuw wisten de Byzantijnen, profiterend van een Visigotische opvolgingsconflict, de havensteden aan de zuidkust te veroveren.

    Het Byzantijnse gezag zou echter gestaag afbrokkelen; het laatste Byzantijnse leger is kort voor 700 geattesteerd. Maar zolang het er was, had het Rijk van Toledo een eenvoudig contact met Italië, de Maghreb en Constantinopel. We lezen ook over pelgrims naar Jeruzalem, over Spaanse bisschoppen bij kerkelijke vergaderingen, over kooplieden, over internationale huwelijken en over ballingen: allemaal personenverkeer dat documenteert dat het Rijk van Toledo volop was geïntegreerd in de Mediterrane wereld.

    Leovigild

    In 568 herstelde koning Leovigild het centrale gezag én het internationaal aanzien. Via zijn nichten Brunhilde en Galswintha, getrouwd met de Frankische vorsten Sigebert I en Chilperik I, was hij verzekerd van rust in het noorden. Hij richtte zich tegen zijn tegenstanders op het Iberische Schiereiland: hij begon met de annexatie van de Byzantijnse havensteden in Andalusië en wist in 585 de Sueben te onderwerpen.

    Leovigild (Staatliche Münzsammlung, München)

    Meer dan eerdere vorsten presenteerde hij zich als soeverein heerser, onder meer door het gebruik van keizerlijke regalia. Toch was het Rijk van Toledo geen klein Romeins Rijk. Het bestuur was vereenvoudigd en voor een deel zelfs uitbesteed: de gemeentelijke administratie kwam steeds meer in handen van de geestelijkheid.

    We lezen ook weer ’ns over de ariaanse kwestie. Om de eenheid van het Rijk van Toledo te versterken trachtte Leovigild zijn onderdanen te overtuigen van een gematigd arianisme. Soortgelijke compromissen hingen in de Late Oudheid ook elders in de lucht: er is hier al eens geblogd over het monotheletisme dat in het Byzantijnse Rijk werd voorgesteld als voor iedereen aanvaardbaar compromis. Dat strandde op weerstand van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, en zoiets gebeurde ook in het Rijk van Toledo. De Chalkedoniërs uit het rijk van de Vandalen in Africa hadden zich met succes verzet tegen hun overheid, en dat maakte dat ook de Chalkedoniërs in Iberië geen duimbreed toegaven.

    [wordt vervolgd]

    #arianisme #BreviariumAlaricianum #Brunhilde #ChilperikI #ConcilieVanChalkedon #Galswintha #hospitalitas #Languedoc #Latijn #Leovigild #monotheletisme #Narbonne #RijkVanToledo #SigebertI #Sueben #Visigoten