21/03 Internationale Dag tegen Rascisme en discriminatie ✊🏾

21/03, on tour in het Federaal Parlement met Staf Aerts en (Jong)Groen(+) Duffel 💚.

De gids was niet echt interessant 😴, de architectuur, de groep en Staf waren dat zeker wel 😄

In de namiddag in Antwerpen meegedaan aan Mars tegen Rascisme ✊🏾📣
Want elke mens heeft gelijke rechten en rascisme en discriminatie zijn een gigantische misdaad! Daarom riepen we gisteren, 'STOP DE HAAT‼️'

Om de dag af te sluiten samen met fijne mensen naar Gandhi Palace 📍in Mortsel 🥘food smaakte nog nooit zo goed 🤤 thnx aan A. & T. om ons dit plekje te leren kennen 🫶

#2103 #KamervanVolksvertegenwoordigers #Senaat #JongGroen #GroenDuffel #GroenPlus #JongGroenDuffel #StafAerts #MarsTegenRascisme #StopRascisme #HandInHandTegenRascisme #Saamo #SpeakOut #Groen #JongGroenAntwerpen #GandhiPalace #Mortsel #Antwerpen #Brussel #Belgium

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Dat klinkt heel aardig, maar er staat dus feitelijk dat Lepidus’ soldaten de vergaderzaal bewaakten. Logisch dat de senatoren die op het Capitool waren, geen gehoor gaven aan de uitnodiging.

Evengoed stonden zij open voor een compromis. Van samenzweerder Decimus Junius Brutus is een brief bewaard die hij in de ochtend van die 17e maart verstuurde naar Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus op het Capitool. Hij vertelt dat hij aan Marcus Antonius had verzocht om een fatsoenlijke reden te krijgen om de stad te kunnen verlaten. Evengoed hield Decimus er rekening mee dat ze later alsnog tot staatsvijanden zouden worden verklaard. Wellicht moesten ze Italië maar verlaten en zich terugtrekken op Rhodos of een andere plaats, om naar Rome terug te keren als de situatie zou zijn verbeterd.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Een wat defaitistisch standpunt, maar het getuigde van inzicht in wat haalbaar was.

Het dilemma

Appianus biedt na dit incident een lange beschrijving van de vergadering, die ik hier niet zal samenvatten. Het springende punt is dat Marcus Antonius, die de dag ervoor met enkele leidende figuren alles had voorbereid, erop attendeerde dat als de moordaanslag zou worden goedgekeurd, Caesar bij implicatie gold als tiran en dat al zijn daden dan ook moesten worden ingetrokken – inclusief de door hem gedane benoemingen. Dat trof veel aanwezigen rechtstreeks, want ze bekleedden al bepaalde functies of hadden die in het vooruitzicht. Het was dus in hun eigen belang om de moordaanslag niet goed te praten.

Omgekeerd: als de senatoren Caesars “nieuwe orde” wilden handhaven en de moordaanslag afkeurden, zouden de samenzweerders moeten worden berecht. Het waren er ongeveer zestig plus nog wat meelopers. Ook dat was geen scenario om naar vooruit te zien. Over dit thema nam Cicero het woord. Cassius Dio last in zijn Romeinse Geschiedenis een prachtige toespraak in,noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.23-33. die Dio met wat kleine aanpassingen ook geschreven zou kunnen hebben over de moord op zijn eigen tijdgenoten Caracalla of Macrinus. Het is een hoogtepunt uit de klassieke literatuur en een reden om Dio te lezen, maar de toespraak zegt weinig over de situatie op 17 maart 44 v.Chr. Ploutarchos is zakelijker:

Cicero haalde in een lang en op de situatie afgestemd betoog de Senaat over om naar het voorbeeld van de Atheners [in 403 v.Chr.] te besluiten tot amnestie voor de samenzwering tegen Caesar en aan Cassius en Brutus provincies toe te wijzen.noot Ploutarchos, Cicero 42; vert. Hetty van Rooijen.

De oplossing

En zo kwam het tot een dubbel besluit: als de moordenaars de besluiten van Caesar zouden accepteren, kwam er voor hen amnestie en zouden ze worden weggepromoveerd naar gebieden buiten Italië – ruwweg wat Decimus Brutus ook had geschreven. Zo slaagde Marcus Antonius erin om tussen de Skylla en Charybdis door te varen: hij vermeed dat de moordenaars met een bloedige bestorming van het Capitool en na een lange en ingewikkelde rechtszaak zouden worden uitgeschakeld en hij vermeed dat alle maatregelen van Caesar werden afgeschaft.

Het was een uitkomst die hem na aan het hart zal hebben gelegen: een herstel van de republikeinse vormen, met hemzelf op een voorname plek, dat zeker, maar met alle groepen ruwweg in evenwicht en zonder één alles overheersende dictator. Dat Marcus Antonius later in de schoenen geschoven werd dat hij zou hebben gestreefd naar een machtspositie zoals Caesar, is net zo onverdedigbaar als dat Caesar zou hebben verlangd naar de koningstitel.

Cassius Dio vertelt nu iets wonderlijks, namelijk dat de samenzweerders op precies datzelfde moment tot hetzelfde compromis kwamen:

Terwijl dit zich in de Senaat afspeelde, beloofden de moordenaars aan de troepen [d.w.z., de veteranen en de soldaten van Lepidus] dat ze Caesars maatregelen integraal zouden uitvoeren.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34.

Het kan waar zijn. De besprekingen die Marcus Antonius de voorafgaande dag had gevoerd, waren niet onopgemerkt gebleven. Uit de correspondentie van Cicero weten we dat Aulus Hirtius erover sprak met Decimus Brutus.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Het kan ook zijn dat ergens in Dio’s bronnen iemand de plotseling herwonnen Romeinse eendracht extra luister wilde bijzetten door te suggereren dat het compromis door alle partijen tegelijk was bedacht. Dat iemand het verhaal iets mooier maakte dan het was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat Cassius Dio het dubbele diner van Lepidus en Brutus en van Marcus Antonius en Cassius plaatst op dit moment, hoewel het vermoedelijk op de avond na de moord plaatsvond. Zo lijkt het souper een verzoeningsmaal.

Dat de moordenaars instemden met dit compromis, was echter een blunder van Capitolijnse proporties. Door Caesars maatregelen te accepteren, zeiden ze feitelijk dat er geen reden was geweest om hem uit de weg te ruimen. Hun positie was al snel onhoudbaar.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Senaat #Suetonius

Lees tip -> Democraten favoriet voor Huis in midterms VS | Markten en peilingen wijzen op winstkansen voor Democraten bij de Amerikaanse midterms van 2026. | #democraten #HuisvanAfgevaardigden #Kalshi #midterms2026 #peilingen #Polymarket #republikeinen #Senaat #VerenigdeStaten |

https://hbpmedia.nl/democraten-favoriet-voor-huis-in-midterms-vs/

Het vierkinderenrecht

Reconstructie van het beeld van keizer Augustus uit Primaporta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

De huwelijkswetgeving lag keizer Augustus na aan het hart. We weten niet waarom precies, maar zijn hele regering lang heeft hij geprobeerd de relaties tussen man en vrouw te reguleren. Uit het jaar 18 v.Chr. dateert de Lex Julia de maritandis ordinibus, die bepaalde wie met wie konden trouwen. Vermoedelijk uit hetzelfde jaar dateert de Lex Julia de adulteriis coercendis, ofwel een wet tegen overspel. Wellicht hingen deze wetten samen met de afkondiging van een “nieuwe era” in het daaropvolgende jaar.  We lezen verder over wetgeving de pudicitia, betreffende de openbare zeden.

Hoe belangrijk dit thema was voor Augustus, blijkt wel uit het feit dat hij niet alleen het burgerlijk recht maar ook het strafrecht inzette. Bovendien bleef hij erop terugkomen: alsof drie wetten nog niet genoeg waren, herhaalde hij de wetgeving het in 9 na Chr., al liet hij het indienen toen over aan de twee consuls. Deze wet staat bekend als de Lex Papia et Poppaea, die de maatregelen uit de eerstgenoemde wet aanvulde en aanscherpte.

Het doel van zowel de Lex Julia de maritandis ordinibus als de Lex Papia et Poppaea was om mensen te laten trouwen. Liefst ook met de juiste mensen: senatoren en hun kinderen konden niet al te ver beneden hun stand trouwen, en zeker niet met vrijgelatenen. Dat aspect was vermoedelijk voor de standsbewuste Romeinen het belangrijkste, maar ik ben in dit blogje meer geïnteresseerd in de wettelijke prikkels om te trouwen. Ongetrouwde mensen mochten bijvoorbeeld bepaalde voorstellingen niet bijwonen. Ook legden deze wetten straffen op bij celibaat en kinderloosheid. Wie zijn of haar partner verloor en niet snel hertrouwde, kreeg te maken met beperkingen in het erfrecht.

Vierkinderenrecht

Het bestraffen van kinderloosheid was harteloos. Het trof immers ook mensen die dolgraag kinderen wilden maar ze niet krijgen konden. Zulke mensen ook nog eens straffen was oneerlijk en daarom schafte de Lex Papia et Poppaea de straffen af en verving ze door beloningen voor wie wel kinderen had: het ius III vel IIII liberorum, “het recht van de drie of vier kinderen”. Een man met vier kinderen kreeg voorrang als hij zich kandidaat stelde voor een ambt en de moeder van vier kinderen mocht haar eigen bezittingen zonder voogd beheren. Behoorden de ouders tot de senatoriële stand, dan kreeg zo iemand deze privileges als ze drie kinderen hadden.

Tot zover het principe: extra rechten bij vier kinderen, en voor the happy few al bij drie. En toen kwamen de complicaties. De Romeinse rechtsgeleerde Julius Paulus, die u moet plaatsen aan het begin van de derde eeuw na Chr. biedt een overzicht.noot Paulus, Sententiae 4.9. Als een kind later overleed, telde het niet mee. Een echtpaar kon het vierkinderenrecht dus weer verliezen. In feite werd het principe hier dus aangescherpt: “een kind” werd “een levend kind”. Dat een echtpaar een miskraam niet mocht laten meetellen lag hierna voor de hand. Als een vrouw beviel van een monstruosus, dus een kind met een wonderlijk uiterlijk, telde het niet mee. Opnieuw een aanscherping: het gaat dus niet meer om “een kind” maar om “een normaal kind”.

Versoepeling versus verscherping

Er zijn ook een paar bepalingen waar een zekere soepelheid uit blijkt. Dezelfde Paulus noemt bijvoorbeeld dat de kinderen uit verschillende huwelijken afkomstig mogen zijn.noot Paulus, Sententiae 16.3.4. (Het kon dus zijn dat de ene partner een recht had dat de andere niet bezat.) Maar over het algemeen lijkt de jurisprudentie de bepalingen vooral te hebben aangescherpt.

Deze interpretatierichting, in de richting van steeds grotere scherpte, heeft een verklaring. Daarover binnenkort meer.

#Augustus #huwelijkswetgeving #interpretatierichting #JuliusPaulus #LexJuliaDeAdulteriisCoercendis #LexJuliaDeMaritandisOrdinibus #LexPapiaEtPoppaea #RomeinsRecht #Senaat #vierkinderenrecht

Lees tip -> Democraten zien opening in Senaatsrace Alaska | De kandidatuur van Mary Peltola maakt de Senaatsrace in Alaska mogelijk beslissend voor 2026. | #Alaska #DanSullivan #democraten #MaryPeltola #Senaat #tussentijdseverkiezingen2026 |

https://hbpmedia.nl/democraten-zien-opening-in-senaatsrace-alaska/

Lees tip -> BBB schaf Eerste Kamer af: 'wilde westen' van overstappers | oor veel overstappers en afsplitsers binnen de BBB-fractie in de Eerste Kamer, overweegt de partij nu het afschaffen van de Senaat, een idee van hoogleraar Beerten Bogaard. | #afschaffen #BBB #BeertenBogaard #EersteKamer #FvD #grondwet #overstappers #politiekehervorming #Senaat #zetelroof |

https://hbpmedia.nl/bbb-eerste-kamer-afschaffen-overstappers/

𝗦𝗲𝗻𝗮𝗮𝘁 𝗩𝗦 𝘀𝘁𝗲𝗺𝘁 𝗶𝗻 𝗺𝗲𝘁 𝘄𝗲𝘁𝘀𝘃𝗼𝗼𝗿𝘀𝘁𝗲𝗹 𝗼𝗺 𝗲𝗶𝗻𝗱𝗲 𝘁𝗲 𝗺𝗮𝗸𝗲𝗻 𝗮𝗮𝗻 𝘀𝗵𝘂𝘁𝗱𝗼𝘄𝗻

Na een 41 dagen durende shutdown heeft de Amerikaanse Senaat ingestemd met een wetsvoorstel waarmee een einde aan de shutdown van de overheid gemaakt kan worden. Het wetsvoorstel moet nu eerst nog worden goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden.

https://www.rtl.nl/nieuws/buitenland/artikel/5538221/shutdown-vs-voorbij-na-41-dagen

#Senaat #wetsvoorstel #shutdown

Senaat VS stemt in met wetsvoorstel om einde te maken aan shutdown

Na een 41 dagen durende shutdown heeft de Amerikaanse Senaat ingestemd met een wetsvoorstel waarmee een einde aan de shutdown van de overheid gemaakt kan worden. Het wetsvoorstel moet nu eerst nog worden goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden.

RTL Nieuws

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Aan een ander standbeeld was een bekend verhaal verbonden, dat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius met smaak opdist:

Attus Navius, destijds een beroemd ziener, verklaarde dat er niets mocht worden veranderd en ook niets nieuws mocht worden ingesteld tenzij de vogels het gunstig hadden geduid. Hierover ontstak koning Tarquinius Priscus in woede en men zegt dat hij, spottend met de zienersgave, uitriep: “Vooruit dan, goddelijke ziener, raadpleeg de vlucht van de vogels en zeg dan of datgene waaraan ik op dit ogenblik denk, kan gebeuren!”

Toen Attus, na de voortekenen te hebben waargenomen, verklaarde dat het inderdaad zou gebeuren, zei de koning: “Nee maar! Waar ik aan zat te denken was dat jij met een scheermes een slijpsteen zou kloven. Hier, pak die dingen en zie voor elkaar te krijgen wat volgens de verkondiging van je vogels mogelijk is!”

Toen kloofde – zegt men – de priester zonder aarzelen de slijpsteen. Vroeger stond er een standbeeld van Attus, met bedekt hoofd, op de plaats waar dit is voorgevallen, op het Comitium, op de treden links van het Senaatsgebouw. Volgens de overlevering werd daar ook de slijpsteen geplaatst, om het nageslacht aan dit wonder te herinneren.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 1.36.3-5; vert. Katwijk-Knapp.

Na de nieuwbouw ten tijde van Augustus zijn enkele van deze oude standbeelden verplaatst naar het naar hem vernoemde forum, maar al snel kwamen er nieuwe voor in de plaats.

Volcanal

Een deel van het Comitium was vernoemd naar de vuurgod Vulcanus en heette Volcanal. In de keizertijd lag daar een afgebakende ruimte, geplaveid met zwart marmer en ommuurd door een hek van wit marmer. Om haar kleur heette de plek ook Lapis Niger, “Zwarte Steen”. Eronder lag een zeer oud heiligdom: archeologen troffen er een altaar aan uit de vierde eeuw v.Chr., de sokkel van een standbeeld en een stenen kubus met een inscriptie die aan de hand van de lettervormen is gedateerd tussen 650 en 600.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Omdat in de Griekse wereld stadstichters een monument kregen op de markt van de door hen gestichte steden, schrijft de Grieks-Romeinse auteur Dionysios van Halikarnassos dit monument toe aan de stichter van Rome:

Romulus wijdde een bronzen vierspan aan Vulcanus en richtte daarnaast een beeld op van zichzelf met een inscriptie in Griekse letters waarin hij zijn eigen daden vermeldde.noot Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 2.54.2; vert. Simone Mooij.

Met “Griekse letters” bedoelt Dionysios waarschijnlijk het archaïsche schrift van de inscriptie, dat inderdaad lijkt op het alfabet van de in Italië gevestigde Grieken. Hoewel we de inscriptie dus kunnen lezen, is ze onbegrijpelijk. Daarvoor is het Latijn te oud. Een mogelijke interpretatie is dat degene die een heilige plaats schendt ter dood zal worden gebracht, dat de heraut van de koning iets afkondigt en de koning een reinigingsoffer moet brengen.

Ook al blijft de inscriptie een mysterie, het is duidelijk wat het monument onder de Zwarte Steen was: een cultusplaats voor Romulus, die volgens een oeroude traditie afstamde van een vuurgod.noot FGrH 817F1.

#Alkibiades #AttusNavius #Augustus #Comitium #DionysiosVanHalikarnassos #ForumRomanum #JuliusCaesar #LapisNiger #LuciusCorneliusSulla #Octavianus #PliniusDeOudere #Pythagoras #Rome #Romulus #Senaat #sibille #Sokrates #TarquiniusPriscus #Themistokles #TitusLivius #Volcanal #volksvergadering #Vulcanus

Het Senaatsgebouw in Rome (2)

De vloer van het Senaatsgebouw

Ten tijde van de Republiek werden in het Senaatsgebouw zaken gedaan, maar in de Keizertijd was dat afgelopen. Toch waren de zittingen belangrijk. Als de Senaat niet met reces was (bijvoorbeeld tijdens de wijnoogst), kon de keizer hier aan de rijkste Romeinen meedelen wat hij had besloten. Door hen als eersten op de hoogte te brengen, liet hij zijn waardering blijken. Zo werd steeds opnieuw de loyaliteit bewerkstelligd van het college dat nog altijd legitimiteit verleende.

Verder fungeerde de Senaat als rechtbank voor gouverneurs die van wanbeheer waren beschuldigd. Hoewel de meeste gouverneurs zelf senator waren, kwamen veroordelingen wel degelijk voor, zodat een rechtszaak vaak spannend was. Al in de eerste fase, waarin de precieze aanklacht werd geformuleerd, kon het er heet aan toegaan. Senator Plinius de Jongere beschrijft hoe een advocaat optrad in een afpersingszaak:

Daar hij een geroutineerd meester is in het wekken van tranen, zette hij alle zeilen van zijn retoriek bij en hij blies ze bol met een heuse storm van medelijden. Heftige discussies, heftige kreten van weerskanten: hier riepen ze dat de rechtspraak van de Senaat wettelijk was beperkt, daar dat die vrij en ongelimiteerd was en dat alles wat de verdachte had misdreven, moest worden berecht.noot Plinius de Jongere, Brief 2.11.3-4; vert. Ton Peters.

Andere bijeenkomsten waren minder rumoerig, om niet te zeggen saai. Het feit dat er zitruimte was voor de helft der senatoren zegt genoeg over de presentiecijfers. Veel tijd werd besteed aan het luisteren naar redevoeringen waarin met veel woorden weinig werd gezegd. Gelukkig werd de tijd van de spreker beperkt door een waterklok. Illustratief is de toespraak waarmee Plinius de Jongere keizer Trajanus bedankte voor het consulaat dat hij in het jaar 100 mocht bekleden: gedurende enkele uren uitte hij alleen obligate complimenten, die hij gelukkig boeiend wist te formuleren. Over een andere redevoering zei hij met de hem kenmerkende bescheidenheid:

De rede is wel lang, toch ben ik niet pessimistisch dat hij de charme van een heel korte kan evenaren. Want door de rijke materie, de ingenieuze indeling, de vele korte anekdotes en de afwisseling in stijl heeft hij iets verrassends.noot Plinius de Jongere, Brief 6.33.7-8; vert. Ton Peters.

Toch kon ook een getraind spreker zijn gehoor vervelen. Enkele maanden voordat hij de lofrede op Trajanus uitsprak, klaagde Plinius een oud-gouverneur aan, en werd onderbroken door de keizer, die hem tactvol vroeg het kort te houden:

Ik sprak ongeveer vijf uur, want aan de twaalf extra lange waterklokken die ik had gekregen, zijn er nog vier toegevoegd. … De keizer van zijn kant toonde tegenover mij zoveel aandacht en zo’n grote zorg (ongerustheid zou te veel gezegd zijn) dat hij mijn vrijgelatene, die achter me stond, verschillende malen waarschuwde dat ik om mijn stem en mijn longen moest denken.noot Plinius de Jongere, Brief 2.11.15; vert. Ton Peters.]

Mannelijkheid

Wie in het openbaar het woord nam, betoonde zich een echte man: niet zozeer omdat hij moest beschikken over een sonore basstem, maar vooral doordat hij toonde zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap. Bovendien had elke aanwezige een lange redenaarsopleiding achter de rug, zodat de spreker niet alleen werd beoordeeld op de inhoud van zijn toespraak maar ook op zijn beheersing van de kunst der welsprekendheid. Wie het woord nam, liep risico. In een cultuur waarin gezichtsverlies het ergste was wat iemand kon overkomen, moest een redenaar over minstens evenveel moed beschikken als een soldaat.

Senatoren (Vaticaanse Musea, Rome)

Onnodig te zeggen dat waar mannen toonden wie ze waren, haantjesgedrag aan de orde van de dag was. Iedereen wilde gelden als de beste spreker. Het geschiedwerk van Cassius Dio bevat een treffend voorbeeld:

Keizer Caligula vond altijd dat hij de beste redenaar van zijn tijd was, maar omdat hij wist dat [de door hem aangeklaagde senator] Gnaeus Domitius Afer een zeer gerenommeerd spreker was, deed hij zijn best hem op dat punt te verslaan. Hij zou Afer zeker ter dood hebben laten brengen als die ook maar enigszins geprobeerd had het tegen hem op te nemen in welsprekendheid. Maar Afer sprak hem juist níét tegen en verdedigde zich ook helemaal niet: hij deed alsof hij volkomen overdonderd was door Caligula’s indrukwekkende speech. Hij herhaalde de aanklacht punt voor punt en had er alle lof voor, alsof hij niet meer dan een toehoorder was en niet de verdachte. En toen hij formeel het woord kreeg, nam hij zijn toevlucht tot smeekbeden en klaagzangen. Tenslotte liet hij zich op de grond vallen, bleef daar als een smekeling liggen en beweerde dat hij banger was voor Caligula als redenaar dan als keizer. Toen Caligula hem zo zag en aanhoorde, verdween zijn boosheid als sneeuw voor de zon, want hij was ervan overtuigd dat zijn ingenieuze redevoering Afer had verpletterd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 59.19.3-5; vert. Gé de Vries.

Verschillende auteurs meenden dat in de keizertijd de retorica in verval was geraakt omdat de Senaat geen politiek meer bedreef. Dat was overdreven. Er was nog alle gelegenheid voor gerechtsredevoeringen en feestredes. Maar toch, de politieke welsprekendheid was, samen met het debat in de Senaat, verstomd.

[Wordt vervolgd]

#Caligula #CassiusDio #Curia #ForumRomanum #GnaeusDomitiusAfer #Octavianus #PliniusDeJongere #Rome #RomeinsKeizerschap #Senaat #Trajanus #waterklok #welsprekendheid

Het Senaatsgebouw in Rome (1)

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.

Senaat en Volksvergadering

Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.

Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.

De Volksvergadering daarentegen was vanaf de regering van de eerste keizers – en eigenlijk al vanaf de laatste drie, vier jaar van Julius Caesar – echter monddood. Het is terug te zien in het ontwerp van dit deel van het Forum: het door Caesar gebouwde Senaatsgebouw stond deels over het Comitium, dat zo een stuk kleiner en overeenkomstig onbeduidender werd.

Ontstaan

De oudste vergaderzaal van de Senaat, de door koning Tullus Hostilius in legendarische tijden gebouwde Curia Hostilia, verrees op de plaats waar nu de SS. Luca e Martina staat, of beter: tien meter daaronder. Toen Sulla het aantal senatoren uitbreidde, liet hij ook die vergaderzaal vergroten. De nieuwbouw brandde echter af tijdens een rel in 52 v.Chr., wat Caesar de mogelijkheid bood zijn naam te verbinden aan de nieuwbouw: de Curia Julia. De vergaderzaal kreeg dezelfde oriëntatie als het Caesarforum en werd door Octavianus ingewijd in augustus 29 v.Chr., de maand waarin hij ook de tempel van de vergoddelijkte Caesar en een nieuw Sprekerspodium in gebruik nam.

Vóór de Curia stond een kleine zuilenhal, het Chalcidicum, die ruimte bood aan een standbeeld van de godin Minerva. Bezoekers van de Senaat, zelfs koningen, moesten hier even wachten voor ze werden binnengelaten. (Dat koningen moesten antichambreren, is een van de argumenten waarom Caesar vermoedelijk niet naar het koningschap verlangde: hij was daarvoor veel te verheven.) Het gebouw zelf was bekleed met wit marmer en beschilderd stucwerk, terwijl op de nok een gevleugelde Victoria leek neer te strijken. De twee godinnen symboliseerden de wijsheid van de senatoren en de kracht van het imperium.

De plaats waar de consuls (en de keizer) zaten

De inrichting

In de vergaderzaal zelf stonden driehonderd zetels, voldoende om de helft van de senatoren een plaats te geven. (Als er meer aanwezigen waren, vergaderde de Senaat in de tempel van de Eendracht.) De muren van de tegenwoordig nogal donkere ruimte waren in de Oudheid deels versierd met gekleurd marmer, mozaïeken en stucwerk, terwijl het houten dak schitterde van het goudbeslag. Achterin de zaal stonden de zetels van de consuls en de keizer en een ander beeld van Victoria. Vanuit de zaal gezien leek die godin neer te dalen op de keizer. Volgens de derde-eeuwse geschiedschrijver Herodianos vond keizer Heliogabalus, die tevens priester was van de Syrische zonnegod Elagabal, dat boven Victoria een afbeelding van een hogere godheid moest hangen:

Daarom liet hij een groot schilderstuk maken ten voeten uit zoals hij placht op te treden bij de vervulling van zijn priesterambt. Hij werd geschilderd terwijl hij offerde aan zijn god, die hij tevens op het schilderij liet afbeelden. Dit stuurde hij naar Rome met de opdracht het op te hangen in het midden van een wand van de Senaatszaal, heel hoog, boven het hoofd van Victoria, waarvoor de senatoren bij hun bijeenkomsten wierook offeren en wijn plengen.noot Herodianos, Geschiedenis 5.5.7.

Vanzelfsprekend viel dit niet in goede aarde. De senatoren konden ermee leven dat een oppergod stond boven Victoria, maar niet met het feit dat de keizer zich presenteerde op gelijke hoogte met het Opperwezen. Onnodig te zeggen dat het schilderij na de dood van de priester-keizer prompt werd verwijderd.

[Wordt vervolgd]

#Augustus #Comitium #Curia #Elagabal #ForumRomanum #Heliogabalus #Herodianos #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #Minerva #Octavianus #Rome #Senaat #TullusHostilius #Victoria #volksvergadering