De terugkeer van de Valse Marius

Munt met de komeet van de Divus Julius (Teylers Museum, Haarlem)

Als ik de oude formule aanhaal met de namen van de consuls, namelijk Julius Caesar en Marcus Antonius, en als ik vertel dat we ons dus bevinden in het jaar 44 v.Chr., en als ik toevoeg dat het begin mei zal zijn geweest, dan weet u dat dit het laatste blogje moet zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat is iets heel bijzonders.

Maar eerst even terug naar de zogeheten “valse Marius”, waarover we het in augustus hebben gehad. Die avonturier had zich, toen Caesar in Spanje was, aangediend als achterneef van de dictator en had aanzienlijke steun weten te verwerven, zelfs binnen Caesars familie. Bij Caesars terugkeer was de man even luid toegejuicht als de zegevierende generaal, die hem uit Italië had weggestuurd. Ik constateerde al dat het een vorm van naïef positivisme is om het oordeel van de bronnen, dat de man een charlatan was, zomaar over te nemen. We weten het gewoon niet.

De terugkeer van de Valse Marius

Eind april, begin mei was hij terug in Rome. Appianus vertelt erover in de context van een groter verhaal, namelijk dat veel senatoren vreesden dat Marcus Antonius na het vertrek van diverse Caesar-moordenaars al te dominant aan het worden was. Terwijl de wrevel groeide, verscheen daar dus de Valse Marius.

Hij had vreselijk veel verdriet over Caesars dood en bouwde een altaar op de plek waar diens brandstapel had gestaan. Daarnaast had hij een ploeg gewelddadige types om zich heen, met wie hij een voortdurende schrik was voor de moordenaars. Sommigen van hen waren al de stad uit gevlucht.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.2; vert; Gé de Vries.

Het gerucht ging nu dat de Valse Marius, die volgens Appianus eigenlijk Amatius heette, een aanslag wilde plegen op samenzweerders die als ambtsdragers nog in de stad waren: Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus.

Marcus Antonius maakte gebruik van deze praatjes; uit hoofde van zijn consulschap arresteerde hij Amatius en liet hem zonder vorm van proces brutaalweg terechtstellen. De senatoren stonden verbijsterd over dit verregaande, onwettige optreden, maar huichelden dat het noodzakelijk was, Zonder zulk brutaal optreden zouden Brutus en Cassius volgens hen immers niet veilig zijn.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.3; vert; Gé de Vries.

Zo herwon Marcus Antonius, althans voor dit moment, de sympathie van de Senaat.

Het altaar

De rabauwen rond de Valse Marius waren echter woedend en wisten te bewerken de officiële magistraten het altaar inwijdden. Suetonius beschrijft het:

Later richtte de menigte op het Forum een zuil van bijna twintig voet op uit één blok Numidisch marmer met daarin gebeiteld: “Aan de Vader des Vaderlands”. Nog lang nadien brachten zij bij deze zuil regelmatig offers, deden geloften en beslechtten er bepaalde geschillen door een eed af te leggen op de naam van Caesar.noot Suetonius, Caesar 3 84; vert. Daan den Hengst.

Marcus Antonius liet de laatste aanhangers van de Valse Marius, als het slaven waren, aan het kruis slaan; vrije burgers liet hij vanaf de Tarpeïsche Rots naar beneden werpen.

De Tarpeïsche Rots

De erfenis van de Valse Marius was echter niet gering: op het Forum Romanum was nu een monument waar werd geofferd aan Caesar. Zoals ik al eerder aangaf, is het verhaal over de twee mannen die zorgden dat het stoffelijk overschot werd gecremeerd ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux, wellicht een echo van een andere, eerdere poging Caesar te vergoddelijken.

Komeet

De Valse Marius was nog niet van het toneel verdwenen, of het werd duidelijk dat Caesar werkelijk ten hemel was gevaren. Voor de datum moeten we even kijken in China, in de Hou Hanshu (“Het boek van de Late Han”), waarover we het al eens eerder hebben gehad.

In de vierde maand van het vijfde jaar van de regering van keizer Yuan [18 mei tot en met 16 juni] is in het noordwesten een komeet gezien. Die was rood-geel van kleur en ongeveer acht vingers lang. Na een paar dagen mat hij al tien vingers en wees hij naar het noordoosten. Hij bevond zich toen in het Huis van de Drie Sterren.noot Hou Hanshu 26.

Dit laatste is wat wij de “gordel” van Orion noemen. Het is het eenentwintigste van de achtentwintig “huizen” waarin de oosterse astronomie de ecliptica verdeelt – voor elke dag van de maanmaand één. Dezelfde informatie – vierde maand, eenentwintigste huis – is ook te vinden in een Koreaanse kroniek. De Romeinen lijken de komeet iets later te hebben waargenomen, in juli, net toen Octavianus lijkspelen voor zijn adoptiefvader organiseerde. Dat was toeval, maar het kwam Octavianus goed uit, en toen hij later een autobiografie schreef, noteerde hij vol trots dat hij, omdat Caesar als komeet naar de hemel was geschoten, een ster liet aanbrengen op een beeld van Caesar dat hij oprichtte op het forum.noot Augustus, Autobiografie fragment 6 (ed. Malcovati). Dit is niet de tekst die bekendstaat als Res Gestae. Vermoedelijk betreft dit het cultusbeeld in de tempel voor Caesar.

Julius Caesar met komeet (Musée des beaux-arts, Lyon)

De Romeinen konden deze opvallende komeet onmogelijk niet zien en wisten: Caesar was onder de goden opgenomen. Twee jaar later erkenden de Romeinse religieuze autoriteiten Divus Julius, “de vergoddelijkte Julius Caesar”, als een van de goden van de staatscultus, maar de verering was dus aanzienlijk ouder.

De vraag waarmee ik het blogje van vandaag begon, luidde wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was. Het antwoord is dat de Valse Marius hem tot god aan het maken was.

Tot slot

Hiermee is de reeks #RealTimeCaesar echt ten einde. Het was leuk om deze blogjes te maken. Een overzicht is hier. Ik heb onlangs op een mooie lentedag op Schokland met mijn uitgeefster gesproken over een idee van verschillende lezers van deze blog: om van deze reeks een boek te maken. De gimmick van het trage tijdverloop zal wegvallen, maar we denken dat er desondanks iets moois valt te maken van een boek over het ontstaan van het Mediterrane wereldrijk. Werktitel: Caesars laatste jaren.

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CaesarsLaatsteJaren #DivusJulius #GaiusCassiusLonginus #HanDynastie #HouHanshu #JuliusCaesar #Korea #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #naïefPositivisme #OrionSterrenbeeld #Suetonius #TarpeïscheRots #ValseMarius

Het huis van Massinissa

Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

Massinissa (Musée de Cirta, Constantine)

Massinissa werd opgevolgd door drie zonen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt over hun taakverdeling:

Aan Mikipsa, de oudste en een vredelievend man, kende hij de stad Cirta en het daar gelegen koninklijk paleis toe. Gulussa, een man met een strijdlustig karakter en de op één na oudste, benoemde hij tot hoofd van de zaken die betrekking hadden op vrede en oorlog. Mastanabal, de jongste, die bedreven was in de wet, werd aangesteld als rechter om geschillen tussen hun onderdanen te beslechten.noot Appianus, Punische Oorlogen 106.

Mikipsa zou het langst leven en voedde in zijn paleis in Cirta zijn neven Gauda en Jugurtha op. De laatste – een schoonzoon van de koning van een koning uit Mauretanië, het huidige Marokko – schakelde na 118 zijn neven Adherbal en Hiempsal I uit, overspeelde zijn hand door een neef te vermoorden in Rome, en belandde in een slepende oorlog met Rome. Die verloor hij, maar het zou interessant zijn geweest als we ook zijn kant van het verhaal kenden; onze voornaamste bron, de Romeinse auteur Gaius Sallustius Crispus, doet weinig om te verklaren waarom een vorst uit een traditioneel pro-Romeinse dynastie zich tegen Rome keerde.

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

In elk geval: Jugurtha’s broer Gauda volgde hem op. Op hem volgden Hiempsal II (r.88-60) en Juba I. De laatste raakte betrokken in de Tweede Burgeroorlog en koos partij voor de Senaat. Niet zonder reden, want zoals gezegd hechtte de dynastie traditioneel aan goede banden met het Romeinse gezag. Strijdend voor de Senaat schakelde Juba een van de opstandige legers, gecommandeerd door Gaius Scribonius Curio uit. Niet veel later arriveerde een andere opstandeling, Julius Caesar, die Juba en de senatoriële troepen in de Maghreb versloeg bij Thapsus.

Vervolgens veroverde hij de Numidische hoofdstad Cirta, waar hij Sallustius tot gouverneur benoemde van oostelijk, Massylisch Numidië. Caesar wees westelijk, Masaesylisch Numidië toe aan de koningen van Mauretanië, zeg maar het huidige Marokko. Deze twee vorsten, Bogud en Bocchus II, beantwoordden Caesars geste door hem te steunen in de slotfase van de Tweede Burgeroorlog, die werd uitgevochten bij Munda in Andalusië.

Kleopatra Selene (Nieuwe museum, Cherchell)

Voor het vervolg moeten we even naar Rome, waar Julius Caesar werd vermoord. In de Derde Burgeroorlog (43-42 v.Chr.) schakelden zijn aanhangers de moordenaars uit en in de Vierde Burgeroorlog (32-30) schakelde Caesars adoptiefzoon Octavianus Caesars rechterhand Marcus Antonius uit. Die was inmiddels getrouwd met koningin Kleopatra VII Filopator van Egypte. Ook al verloor dit echtpaar de oorlog, hun kinderen waren wel prinsen van den bloede en verdienden een net huwelijk. En dus trouwde Kleopatra Selene met Juba II, de zoon van Juba I.

Ptolemaios van Mauretania (Metropolitan Museum, New York)

De tweede Juba was inmiddels koning van Mauretanië, waar Caesars bondgenoten Bogud en Bochus inmiddels niet meer in leven waren. Juba heeft een boek geschreven over de geschiedenis en topografie van het land waar hij werd geparachuteerd: Marokko en het westen van Algerije. Juba’s graf is bij Tipasa in Algerije; hij is opgevolgd door zijn zoon Ptolemaios van Mauretanië. Die werd uiteindelijk door keizer Caligula uit de weg geruimd, waarop de annexatie van Mauretanië volgde. Met Ptolemaios eindigt de dynastie die we vanaf Massinissa’s vader Gaïa kunnen volgen.

PS

Ik organiseer een (dure maar heel erg) mooie reis naar Algerije. Er zijn nog twee tot vier plaatsen beschikbaar.

#Adherbal #Appianus #BochusII #Bogud #Cirta #Gaïa #GaiusSallustiusCrispus #GaiusScriboniusCurio #Gauda #Gulussa #HiempsalI #HiempsalII #JubaI #JubaII #Jugurtha #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusAntonius #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mastanabal #Mauretanië #Mikipsa #Numidië #Octavianus #Polybios #PtolemaiosVanMauretanië #Syfax #Thapsus #TweedeBurgeroorlog

De begrafenis van Julius Caesar (2)

De ambtswoning van de hogepriester met daarvoor de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam was opgebaard.

[Het tweede van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

De menigte die vandaag 2069 jaar geleden op het Forum Romanum was al behoorlijk opgewonden toen Marcus Antonius begon te spreken: “als consul over een consul, als vriend over een vriend, als verwant over een verwant”, zoals Appianus het typeert.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143.

De korte toespraak

Onze oudste bron is Ploutarchos, die anderhalve eeuw na de uitvaart in vier verschillende biografieën op die gebeurtenis inging.

Aan het eind van zijn rede zwaaide hij hoog met de bebloede, door zwaarden doorstoken kleren van de dode en noemde degenen die deze daad gepleegd hadden vervloekte moordenaars.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

De op één na oudste bron, Suetonius, vertelt dit over de redevoering van Marcus Antonius:

Bij wijze van lijkrede liet Marcus Antonius een heraut het besluit voorlezen waarbij de Senaat aan Caesar tegelijkertijd alle menselijke en goddelijke eerbewijzen had toegekend, en eveneens de eedformule waarmee allen zich garant hadden gesteld voor het leven van Caesar alleen. Slechts een enkel woord voegde Antonius hieraan toe.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Een toespraak van “een enkel woord” duurde in de Romeinse wereld al gauw een waterklok lang, wat (geloof ik) iets van twaalf minuten is.

Fictieve lijkredes

Tot zover de twee oudste bronnen. Latere geschiedschrijvers, Appianus en Cassius Dio, hebben op dit punt toespraken ingelast. Normaal gesproken zijn zulke redevoeringen de momenten waarop antieke auteurs hun creativiteit de vrije loop laten. De toespraken zijn dus weliswaar verzonnen, maar helpen de lezer begrijpen wat de personages destijds dachten (of gedacht zouden kunnen hebben), of zijn een manier om commentaar te leveren op de gebeurtenissen. Maar toch. De door Appianus geciteerde rede van Marcus Antoniusnoot Appianus, De Burgeroorlogen 2.144-146. wijkt stilistisch af van de andere redevoeringen in zijn geschiedwerk, en daarom nemen classici wel aan dat het een bewerking is van de werkelijk gehouden toespraak. Die observatie verdient heel serieus te worden genomen.

(Ik noem dit in de hoop dat reisleiders die op het Forum Romanum staan, desnoods die een of twee reisleiders dit dit toevallig lezen, eindelijk eens ophouden met dat geestdodende citeren van de redevoering die Shakespeare in zijn Julius Cæsar laat uitspreken door Mark Antony. We beschikken over een tekst die, zo ze niet authentiek is, dan toch in elk geval stamt uit de Oudheid.)

Escalatie

Kort als Marcus Antonius’ toespraak was, de spreker slaagde in zijn opzet: de situatie liep volkomen uit de hand. Suetonius opnieuw:

Magistraten en oud-magistraten droegen het praalbed het Forum op tot voor het spreekgestoelte. Sommigen wilden het verbranden in het heilige van de tempel van Jupiter Capitolinus, anderen in het Senaatsgebouw van Pompeius.

Plotseling staken echter twee personen, omgord met een zwaard en met twee speren in de hand, het praalbed aan met brandende waskaarsen. Onmiddellijk brachten de omstanders droog hout, de stoelen van de rechters, banken en al wat zij als geschenk bij zich hadden, bijeen. Daarna legden de fluitspelers en de toneelspelers de gewaden af die zij bij zijn triomftochten hadden gedragen en voor deze gelegenheid weer hadden aangetrokken, verscheurden die en wierpen ze in de vlammen. Hetzelfde deden de soldaten van de veteranenlegioenen met de wapens waarmee ze zich hadden getooid om de begrafenis luister bij te zetten. Veel vrouwen wierpen de sieraden die ze droegen in het vuur en de amuletten en de toga’s van hun kinderen.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

De vergoddelijkte Julius Caesar

Je leest er haast overheen, maar: wie waren die twee personen die, omgord met een zwaard en met twee speren in de hand, het praalbed met brandende waskaarsen aanstaken?

Ik heb daarover een theorie. Het waren Castor en Pollux. De voordrachtskunstenaars en Marcus Antonius hadden met de rug naar de ambtswoning van de hogepriester gestaan, waar Caesar en Calpurnia hadden gewoond; de sprekers hadden gestaan ter hoogte van de tempel van de Tweelingen. Toen Marcus Antonius daar alle menselijke en goddelijke eerbewijzen had opgesomd, was de situatie uit de hand gelopen, was brand ontstaan en was Caesars lichaam ter plekke gecremeerd. De plek zou later worden opgenomen in de façade van de tempel van Julius Caesar en is nog steeds herkenbaar.

Ik denk dat de aanhangers van Julius Caesar al heel snel hebben aangestuurd op ’s mans vergoddelijking. De brand op het Forum Romanum was per ongeluk ontstaan, maar door te verzinnen dat de goddelijke Tweelingen, met hun ambigue mens-goddelijke karakter, met kostbare waskaarsen waren komen aanzetten en de brand hadden aangestoken, hadden degenen die een vergoddelijking wilden, een verhaal dat de bijgelovige tijdgenoten geloofwaardig in de oren klonk. Niet veel later zou een komeet aan de hemel verschijnen en werd het verhaal nog geloofwaardiger.

Maar ik loop op mijn stof vooruit. Ik laat u even achter op het Forum Romanum, waar een krankzinnig geworden menigte Julius Caesar heeft verbrand. De woede zocht nog een uitweg.

[Wordt om 12:00 vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #CastorEnPollux #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Suetonius #WilliamShakespeare

De begrafenis van Julius Caesar (1)

Marcus Antonius (Koninklijke bibliotheek van België, Brussel)

De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden” nadert haar einde. Vandaag 2069 jaar geleden deed Caesar immers niets meer want hij was dood. De moordenaars hadden zich verscholen op het Capitool en hadden het initiatief gelaten aan de consul, Marcus Antonius, die een compromis had voorgesteld: amnestie voor de daders indien ze ermee akkoord gingen dat Caesars maatregelen van kracht blijven.

Daarmee waren de moordenaars akkoord gegaan – en zo verspeelden ze hun voornaamste troef: dat ze hadden gestreden voor de principes van de rechtsstaat. Marcus Junius Brutus had zijn best gedaan het doden van de dictator te presenteren als de executie van een crimineel en had de andere samenzweerders ervan overtuigd dat ze niet ook Marcus Antonius moesten doden. Dan zouden ze zich immers verlagen tot het principeloze niveau van de machtspolitiek. Door in te stemmen met het compromis, deden de moordenaars dat evengoed. Met wat goede wil kunnen we de Tweede Burgeroorlog nog interpreteren als een opstand van één man tegen het legitiem gezag, maar vanaf nu was het factie tegen factie. De Romeinse Republiek was in Munda strijdend ten onder gegaan, op 18 maart was ook de politieke fictie gestorven.

Voorbereidingen

Wat resteerde, was een reeks burgeroorlogen en het startschot viel op 20 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden. De aanhangers van Caesar begroeven hun generaal. Moordenaar Gaius Cassius Longinus herkende het probleem en probeerde nog te verhinderen dat Marcus Antonius de uitvaart zou leiden,noot Ploutarchos, Brutus 20. maar Brutus meende dat Caesars familie in haar recht stond toen ze de consul verzocht om de grafrede uit te spreken. Marcus Antonius zou dus spreken en daarmee was de uitvaart een politieke demonstratie.

Het oudst overgeleverde verslag van de begrafenis van Julius Caesar is dat van zijn biograaf Suetonius. Het volgende moet zijn gebeurd op 18 of op zijn laatst 19 maart. Op het Marsveld, buiten de stad …

… was een brandstapel opgericht en voor het Spreekgestoelte [op het Forum Romanum] plaatste men een verguld model van de tempel van Venus Genetrix. Daarbinnen werd een ivoren praalbed opgesteld, bekleed met goudbrokaat en purper, met aan het hoofdeinde een standaard met het gewaad waarin hij was vermoord. Omdat men wel inzag dat voor de stoet van mensen die geschenken wilden aanbieden één dag niet toereikend zou zijn, werd hun opdracht gegeven de stoet te ontbinden en de geschenken langs een zelfgekozen route naar het Marsveld te brengen.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Appianus beschrijft de stemming in de ochtend van 20 maart, toen Caesars

schoonvader Lucius Calpurnius Piso het lichaam naar het Forum bracht. Er verzamelde zich een zeer omvangrijke, bewapende menigte om hem te beschermen, en onder luide kreten werd het lichaam met veel pracht en praal op het spreekgestoelte opgebaard. Zeer lang klonken jammerklachten en klaagzangen, waarbij degenen die gewapend waren op hun schild sloegen, en langzamerhand kregen ze spijt van de amnestie.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143; vert. John van Nagelkerken.

De uitvaart van Julius Caesar

De plechtigheid begon. Suetonius vertelt:

Tijdens de lijkspelen werden enkele verzen gedeclameerd, waarmee men beoogde medelijden met Caesar te wekken en haat jegens zijn moordenaars: uit Pacuvius’ Wapengericht de regel “Heb ik hen dan gered, opdat zij mij verdierven?” en enkele passages van gelijke strekking uit de Electra van Atilius.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Degenen die de declamaties deden, stonden niet op het Sprekersplatform, waar immers het lichaam lag opgebaard in een verguld model van de tempel van Venus Genetrix. Vrijwel zeker stonden de voordrachtskunstenaars met de rug naar het huis van de hogepriester, waar Caesar en Calpurnia woonden, ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux. Toen de poëziedeclamatie was afgerond, nam Marcus Antonius het woord.

[Wordt om 10:00  vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #Calpurnia #GaiusAcilius #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #MarcusPacuvius #Ploutarchos #slagBijMunda #Suetonius #VenusGenetrix

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Dat klinkt heel aardig, maar er staat dus feitelijk dat Lepidus’ soldaten de vergaderzaal bewaakten. Logisch dat de senatoren die op het Capitool waren, geen gehoor gaven aan de uitnodiging.

Evengoed stonden zij open voor een compromis. Van samenzweerder Decimus Junius Brutus is een brief bewaard die hij in de ochtend van die 17e maart verstuurde naar Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus op het Capitool. Hij vertelt dat hij aan Marcus Antonius had verzocht om een fatsoenlijke reden te krijgen om de stad te kunnen verlaten. Evengoed hield Decimus er rekening mee dat ze later alsnog tot staatsvijanden zouden worden verklaard. Wellicht moesten ze Italië maar verlaten en zich terugtrekken op Rhodos of een andere plaats, om naar Rome terug te keren als de situatie zou zijn verbeterd.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Een wat defaitistisch standpunt, maar het getuigde van inzicht in wat haalbaar was.

Het dilemma

Appianus biedt na dit incident een lange beschrijving van de vergadering, die ik hier niet zal samenvatten. Het springende punt is dat Marcus Antonius, die de dag ervoor met enkele leidende figuren alles had voorbereid, erop attendeerde dat als de moordaanslag zou worden goedgekeurd, Caesar bij implicatie gold als tiran en dat al zijn daden dan ook moesten worden ingetrokken – inclusief de door hem gedane benoemingen. Dat trof veel aanwezigen rechtstreeks, want ze bekleedden al bepaalde functies of hadden die in het vooruitzicht. Het was dus in hun eigen belang om de moordaanslag niet goed te praten.

Omgekeerd: als de senatoren Caesars “nieuwe orde” wilden handhaven en de moordaanslag afkeurden, zouden de samenzweerders moeten worden berecht. Het waren er ongeveer zestig plus nog wat meelopers. Ook dat was geen scenario om naar vooruit te zien. Over dit thema nam Cicero het woord. Cassius Dio last in zijn Romeinse Geschiedenis een prachtige toespraak in,noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.23-33. die Dio met wat kleine aanpassingen ook geschreven zou kunnen hebben over de moord op zijn eigen tijdgenoten Caracalla of Macrinus. Het is een hoogtepunt uit de klassieke literatuur en een reden om Dio te lezen, maar de toespraak zegt weinig over de situatie op 17 maart 44 v.Chr. Ploutarchos is zakelijker:

Cicero haalde in een lang en op de situatie afgestemd betoog de Senaat over om naar het voorbeeld van de Atheners [in 403 v.Chr.] te besluiten tot amnestie voor de samenzwering tegen Caesar en aan Cassius en Brutus provincies toe te wijzen.noot Ploutarchos, Cicero 42; vert. Hetty van Rooijen.

De oplossing

En zo kwam het tot een dubbel besluit: als de moordenaars de besluiten van Caesar zouden accepteren, kwam er voor hen amnestie en zouden ze worden weggepromoveerd naar gebieden buiten Italië – ruwweg wat Decimus Brutus ook had geschreven. Zo slaagde Marcus Antonius erin om tussen de Skylla en Charybdis door te varen: hij vermeed dat de moordenaars met een bloedige bestorming van het Capitool en na een lange en ingewikkelde rechtszaak zouden worden uitgeschakeld en hij vermeed dat alle maatregelen van Caesar werden afgeschaft.

Het was een uitkomst die hem na aan het hart zal hebben gelegen: een herstel van de republikeinse vormen, met hemzelf op een voorname plek, dat zeker, maar met alle groepen ruwweg in evenwicht en zonder één alles overheersende dictator. Dat Marcus Antonius later in de schoenen geschoven werd dat hij zou hebben gestreefd naar een machtspositie zoals Caesar, is net zo onverdedigbaar als dat Caesar zou hebben verlangd naar de koningstitel.

Cassius Dio vertelt nu iets wonderlijks, namelijk dat de samenzweerders op precies datzelfde moment tot hetzelfde compromis kwamen:

Terwijl dit zich in de Senaat afspeelde, beloofden de moordenaars aan de troepen [d.w.z., de veteranen en de soldaten van Lepidus] dat ze Caesars maatregelen integraal zouden uitvoeren.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34.

Het kan waar zijn. De besprekingen die Marcus Antonius de voorafgaande dag had gevoerd, waren niet onopgemerkt gebleven. Uit de correspondentie van Cicero weten we dat Aulus Hirtius erover sprak met Decimus Brutus.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Het kan ook zijn dat ergens in Dio’s bronnen iemand de plotseling herwonnen Romeinse eendracht extra luister wilde bijzetten door te suggereren dat het compromis door alle partijen tegelijk was bedacht. Dat iemand het verhaal iets mooier maakte dan het was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat Cassius Dio het dubbele diner van Lepidus en Brutus en van Marcus Antonius en Cassius plaatst op dit moment, hoewel het vermoedelijk op de avond na de moord plaatsvond. Zo lijkt het souper een verzoeningsmaal.

Dat de moordenaars instemden met dit compromis, was echter een blunder van Capitolijnse proporties. Door Caesars maatregelen te accepteren, zeiden ze feitelijk dat er geen reden was geweest om hem uit de weg te ruimen. Hun positie was al snel onhoudbaar.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Senaat #Suetonius

De nacht na de moord op Julius Caesar

Lepidus, de adjudant van Julius Caesar (British Museum, Londen)

Het was de nacht van 15 op 16 maart 44 v.Chr., nu 2069 jaar geleden, en de situatie in Rome was nog steeds verward. De moordenaars van Julius Caesar hadden zich teruggetrokken op het Capitool, beschermd door een schare gladiatoren. Ze hadden op straat toejuichingen gehoord en verkeerden in de veronderstelling dat velen sympathie voor hen voelden. Dat ze met steekpenningen links en rechts extra steunbetuigingen hadden gekocht, zal hen zelf niet van de wijs hebben gebracht, maar sommige senatoren hadden dat niet door. Cassius Dio vertelt:

Diezelfde avond voegden zich nog meer prominenten bij hen. Zij hadden dan wel niet aan het complot deelgenomen maar wilden toch ook hun aandeel hebben in de te verwachten roem (én de verder te behalen voordelen), want ze hadden gezien hoe de samenzweerders werden toegejuicht. Het liep echter heel anders af dan ze verwacht hadden (en dat was hun verdiende loon): ze konden geen prestige ontlenen aan de aanslag omdat ze er op geen enkele manier aan hadden meegewerkt, maar ze liepen wél hetzelfde risico als de samenzweerders, alsof ze er persoonlijk aan hadden deelgenomen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

Een enkele magistraat deed afstand van zijn waardigheid, omdat een dictator die aan hem had verleend. Een zo iemand was Lucius Cornelius Cinna, die demonstratief zijn ambtsgewaad uittrok en een scheldredevoering hield op Julius Caesar, die toch zijn weldoener was geweest. Zijn broer zou enkele dagen later de rekening gepresenteerd krijgen.

De consuls in actie

Op dat moment verscheen ook Publius Cornelius Dolabella, een jongeman uit een roemrijke familie, die door Caesar zelf was uitgekozen om de rest van het jaar consul te zijn zodra Caesar zelf uit de stad zou zijn vertrokken. Hij had de consulaire ambtskleding aangetrokken en zich bekleed met de andere onderscheidingstekenen van het ambt en was nu de tweede die de man beschimpte die hem dat alles geschonken had. Hij deed alsof hij behoorde tot degenen die tegen Caesar gecomplotteerd hadden en helaas alleen niet aan de actie had kunnen deelnemen (volgens sommigen heeft hij zelfs voorgesteld die dag uit te roepen tot de geboortedag van de staat).noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.122; vert. John Nagelkerken.

Marcus Antonius, de enige echte consul, had – zoals we zagen – die middag Gaius Cassius Longinus uitgenodigd voor een diner, terwijl Caesars adjudant Marcus Aemilius Lepidus het avondmaal zou nuttigen met Marcus Junius Brutus. Het wantrouwen was groot en de twee aanhangers van Julius Caesar hadden hun kinderen als gijzelaars naar het Capitool moeten sturen. De gesprekken verliepen in een ijzige sfeer.

En tijdens een gezamenlijk diner waarbij ze, zoals te verwachten valt bij zo’n gelegenheid, allerlei onderwerpen bespraken, vroeg Antonius aan Cassius: “Heb je zelfs op dit moment misschien een dolk onder je kleren?”

Cassius antwoordde: “Ja, en een hele grote ook, voor het geval jij je als tiran gaat gedragen!”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34; vert. Gé de Vries.

De verdeelde stad

Ook elders in de stad heerste een gespannen sfeer. De kolonisten waarvan in onderstaand fragment sprake is, zijn veteranen uit het leger van Julius Caesar, aan wie land was toegezegd en die, nu de grote man dood was, bang waren dat ze hun pensioen mis liepen. Appianus schetst de sfeer.

Marcus Antonius gaf de magistraten opdracht de stad ’s nachts te laten bewaken door met vaste tussenruimtes bewakers te stationeren, zoals overdag; en overal in de stad brandden vuren, waardoor de vrienden van de moordenaars de hele nacht door zich naar de huizen van de senatoren konden reppen om hen aan te sporen zich te bekommeren om zichzelf en om het staatsbestel van hun voorouders. Maar ook de leiders van de kolonisten aan wie land was toegezegd gingen rond om dreigementen uit te spreken als men hun het voor hen beschikbare land, dat al was toegezegd of beloofd, niet garandeerde. Nu kregen ook de eerzamere burgers weer moed, omdat ze merkten dat de moordenaars maar een kleine groep vormden.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.125; vert. John Nagelkerken.

Zo verstreek de nacht. Onrustig, maar het kwam in elk geval niet tot geweldsuitbarstingen. Dat was mede doordat Lepidus de manschappen waarmee hij op 15 maart was uitgemarcheerd, rechtsomkeert had laten maken. Midden in de nacht bereikten ze Rome en maakten bivak op het Forum Romanum. Feitelijk was Rome nu een bezette stad – niet alleen de facto, maar ook de iure. Lepidus had namelijk geen mandaat. Hij was de adjudant geweest van de dictator, maar op het moment waarop Julius Caesar was vermoord, was dat mandaat ten einde gekomen. Maar Lepidus’ mannen gehoorzaamden hem – en dat was op dit moment het enige dat telde.

Calpurnia

Nog een laatste detail.

In diezelfde nacht werd ook het geld van Julius Caesar en zijn ambtsarchief overgebracht naar Antonius, omdat de vrouw van Caesar die vanuit het op dat moment onveilige huis over liet brengen naar het veiligere huis van Antonius, mogelijk omdat Antonius dat had opgedragen.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.125; vert. John Nagelkerken.

Suetonius zegt dat het gebeurde op verzoek van Calpurnia’s vader, Lucius Calpurnius Piso.noot Suetonius, Caesar 83. Wellicht wilde hij zijn dochter in de luwte houden. In elk geval nemen we op dit punt afscheid van Calpurnia.

[Morgenochtend meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #Calpurnia #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #PubliusCorneliusDolabella #Suetonius

De moord op Julius Caesar (7): de dood

Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

Caesars reactie

Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Schok

De senatoren die van niets wisten waren verbijsterd en huiverden bij het zien van die daad. Ze durfden niet te vluchten of hem te hulp te komen, of ook maar een woord te uiten.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Verdere wonden

De andere Casca gehoorzaamde hem en stak zijn zwaard in Caesars zijde. Even eerder had Cassius hem al van opzij in het gezicht gestoken. Decimus Brutus raakte hem in de dij. Cassius Longinus wilde nog eens steken maar miste en trof Marcus Brutus in de hand. Ook Minucius deed een uitval naar Caesar, maar hij raakte Rubrius op de dij. Het leek alsof ze vochten om Caesar.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar deed een poging om op te springen, maar een nieuwe verwonding maakte dit onmogelijk. Hij merkte dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Maar van degenen die zich op de moord hadden voorbereid ontblootte ieder zijn dolk en Caesar, van alle kanten omringd en waarheen hij zich ook wendde doorboord door dolksteken die op zijn gezicht en ogen gericht waren, was nu als een wild dier verstrikt in de handen van allen. Want ze moesten allemaal zijn bloed proeven en aan het offer deelnemen. Daarom bracht ook Brutus hem één steek toe, in de lies. … Veel daders verwondden elkaar bij hun pogingen om al die steken in één lichaam aan te brengen.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Terwijl hij dat deed, stak een ander hem met zijn dolk diep in zijn zij, die door de draai strakgespannen stond. En Cassius trof hem in het gezicht, Brutus raakte zijn dij en Bucolianus zijn rug, zodat Caesar zich onder woedend gebrul als een wild dier van de een naar de ander keerde, maar na een steek van Brutus [lacune] Bij dat gezwaai in het wilde weg met hun dolken verwondden ze vaak elkaar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De dood van Julius Caesar

Bedekt met wonden viel Caesar neer aan de voeten van het standbeeld van Pompeius. Er was er niet één die hem niet stak toen hij roerloos lag, als om te tonen dat ieder zijn aandeel in de daad had gehad. Pas toen hij vijfendertig wonden had opgelopen, blies hij zijn laatste adem uit.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 90.

Caesar omhulde zijn hoofd met zijn toga en trok gelijk met zijn linkerhand de plooien van zijn toga strak omlaag tot aan zijn voeten, zodat ook het onderste gedeelte van zijn lichaam bedekt zou zijn en hij er behoorlijk bij zou liggen. In deze houding werd hij drieëntwintig maal doorstoken.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Sommigen zeggen dat hij zich tegen de anderen verweerde en zich schreeuwend heen en weer wierp, maar toen hij Brutus met getrokken dolk tegenover zich zag zijn toga over zijn hoofd trok en zich liet vallen (toevallig of omdat de moordenaars hem in die richting duwden) bij het voetstuk van Pompeius’ standbeeld. Dat werd helemaal besmeurd met bloed zodat het leek alsof Pompeius zelf de leiding had bij de wraak op zijn vijand, die nu aan zijn voeten lag, stuiptrekkend van zijn vele steekwonden. Men zegt dat hij er drieëntwintig opliep.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

[lacune] of het eindelijk opgaf, zijn kleed over zijn hoofd trok en beheerst neerviel voor het beeld van Pompeius. Zelfs nu hij gevallen was, bleven ze hem mishandelen tot hij drieëntwintig keer gestoken was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De laatste woorden van Julius Caesar

Alleen bij de eerste stoot kermde hij zonder een woord, al hebben sommigen overgeleverd dat hij, toen Marcus Brutus zich op hem stortte, in het Grieks tot hem heeft gezegd: “Ook jij, mijn zoon.”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Hij trok zijn toga voor zijn gezicht terwijl hij door vele dolkstoten
dodelijk werd getroffen. Volgens mij is dit de meest betrouwbare versie, maar enkele bronnen vermelden nog dat hij, toen hij hard door Brutus werd geraakt, tegen hem gezegd zou hebben: “Jij ook, jongen.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.19; vert. Gé de Vries.

Caesars beroemde laatste woorden worden doorgaans vertaald alsof het een vraag zou zijn geweest, waaruit verbazing zou blijken dat ook Brutus aan de aanslag zou hebben deelgenomen. Dat vraagteken staat ook in de vertaling van Daan den Hengst, die ik hier citeer.

Het vraagteken is echter pas uitgevonden in de Middeleeuwen. Het kan dus met geen mogelijkheid in het verslag van Suetonius hebben gestaan. Om die reden lijkt het mij allerminst uitgesloten, ja zelfs voor de hand liggend, dat Caesars laatste woorden, “καὶ σύ τέκνον”, verwijzen naar een standaardformule die we kennen van allerlei antieke grafschriften. De woorden “καὶ σύ” zijn een herinnering dat iedereen eens zal sterven: heden ik, morgen gij, vandaag Gaius Julius Caesar en volgend jaar Marcus Junius Brutus.

De standaardformule καὶ σύ op een mozaïek uit Antiochië

Dat de stervende de dood van Brutus aankondigde hoeft niet historisch waar te zijn; Suetonius en Dio kennen andere overleveringen. Maar het zou goed passen bij Caesars herhaalde aankondiging dat als hij zou sterven, het imperium opnieuw in chaos zou worden gedompeld.

Om 13:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #vraagteken

De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Tullius Cimber

Degenen die hem wilden doden, gingen rondom hem staan. De eerste die op hem toekwam, was Tillius Cimber, wiens broer door Caesar was verbannen. Hij stapte op hem af alsof hij een smeekbede wilde doen namens zijn broer.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

Terwijl hij plaats nam, kwamen de samenzweerders om hem heen staan, zogenaamd om hem te begroeten, en direct trad Tillius Cimber, die de leidersrol op zich had genomen, op hem toe als om iets te vragen.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Toen Caesar binnenkwam, stond de Senaat eerbiedig op, en enkele vrienden van Brutus gingen achter hem staan, rondom zijn zetel. Andere gingen hem tegemoet om het verzoek te steunen van Tillius Cimber, die hem benaderde over zijn verbannen broer, en begeleidden hem zo tot aan zijn zetel. Caesar nam plaats.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Tillius Cimber, een van hen, kwam voor hem staan en vroeg hem zijn verbannen broer toe te staan terug te keren.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Weigering

Tillius Cimber greep Caesars toga, zogenaamd als smekeling maar feitelijk om te verhinderen dat hij op zou staan en om zijn handen kon gebruiken. Caesar reageerde vol kwaadheid.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

Toen Caesar hem terugwees en met een gebaar beduidde dat hij met zijn verzoek moest wachten, greep Cimber zijn toga bij beide schouders vast. Caesar riep uit: “Maar dit is geweld!”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar wees hun verzoeken af, en sloeg bij hun aandringen tegen ieder van hen een barsere toon aan, waarop Tillius met beide handen Caesars toga vastgreep en haar wegtrok van zijn hals. Dat was het sein voor de aanslag.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Toen Caesar daarop simpelweg antwoordde dat die zaak een andere keer aan de orde moest komen, pakte Cimber hem bij zijn purperen gewaad alsof hij er nog verder op aan wilde dringen en trok het kleed weg, zodat zijn hals bloot lag, terwijl hij uitriep: “Waar wachten jullie nog op, vrienden?”noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De eerste steek

De samenzweerders, vastberaden, trokken snel hun dolken en sprongen op Caesar af. Eerst stak Servilius Casca hem in de linkerschouder, vlak boven het sleutelbeen, maar door zijn nervositeit miste hij zijn doel.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88-89.

Op hetzelfde ogenblik bracht een van de gebroeders Casca hem van achteren een wond toe, even onder de keel.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Eerst bracht Casca hem met zijn dolk een steek toe in zijn nek die niet diep of dodelijk was. Hij was natuurlijk te nerveus bij het begin van zo’n waagstuk.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Casca, die boven Caesars hoofd uittorende, stootte als eerste zijn dolk in diens keel, maar die ketste weg en raakte zijn borst.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Over vijf minuten meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #DecimusJuniusBrutus #dictator #JuliusCaesar #LuciusTilliusCimber #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #toga

De moord op Julius Caesar (5): offers

Julius Caesar; portret uit Nijmegen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De samenzweerders hadden lang staan wachten, maar eindelijk arriveerde Julius Caesar. In zijn gezelschap was Marcus Antonius, zijn mede-consul. Veel soldaten waren er niet. Caesar had zijn lijfwacht immers ontbonden en Marcus Aemilius Lepidus, de adjudant van de dictator, was net die ochtend met wat troepen de stad uitgegaan om zich te voegen bij het leger dat al op weg was naar het oosten. De samenzweerders moeten opgelucht adem hebben gehaald: de gladiatoren die ze voor de zekerheid achter de hand hielden, zouden niet nodig hoeven zijn. Maar toen gebeurde er iets dat de aanwezigen de schrik om het hart deed slaan. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt:

Toen Caesar uit de draagstoel stapte, nam Popilius Laenas hem apart om hem over iets dringends te spreken. Wat ze zagen maakte de samenzweerders aan het schrikken, vooral toen het zo lang duurde, en ze maakten elkaar met hoofdknikken duidelijk dat ze zichzelf zouden doden voor ze gegrepen werden. Maar in de loop van het gesprek kregen ze de indruk dat Laenas geen dingen aan Caesar onthulde, maar eerder aandrong op iets wat hij van hem had gevraagd; daarop waren ze opgelucht en vatten weer moed toen ze zagen dat hij na het gesprek vriendelijk afscheid nam van Caesar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

Ondertussen wist Gaius Trebonius, die ooit had geprobeerd Marcus Antonius te winnen voor het complot, Caesars mede-consul te onderscheppen. Antonius was een potige man en ervaren vechter, die de samenzweerders liever niet tegenover zich hadden. Bij de ingang van de zuilengalerij wist Trebonius een praatje met hem aan te knopen.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117. Ondertussen wandelde Caesar verder. Als hoogste aanwezige magistraat was het nu zijn taak om, voordat de vergadering begon, een offer te brengen. De Senaat kon immers alleen samenkomen als er goddelijke zegen op rustte. Het mocht niet zo zijn.

Caesar offerde verscheidene dieren, maar ging, toen hij geen gunstige voortekens kon krijgen, het Senaatsgebouw binnen zonder zich van dit godsdienstige bezwaar iets aan te trekken. Lachend noemde hij Spurinna een leugenprofeet, omdat de iden van maart waren aangebroken zonder dat hem iets was overkomen. Maar Spurinna antwoordde: “Aangebroken wel, nog niet voorbij.”noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

En zo betrad Julius Caesar, met slechte voortekens en zonder lijfwacht of mede-consul, de Senaatszaal. Alle aanwezigen stonden op hem te begroeten.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88; Ploutarchos, Caesar 66.

Over een kwartier meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #dictator #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #offer #Ploutarchos #PopiliusLaenas #Spurinna

De moord op Julius Caesar (4): vertrek

Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

Dromen

Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Dit moeten wel verzinsels achteraf zijn. Caesars droom, waarin we het artistieke motief herkennen van de dexiosis, de hierboven afgebeelde handdruk, komt te precies overeen met zijn latere vergoddelijking. Wat Calpurnia droomde, past ook iets te netjes bij de latere gebeurtenissen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt nog een andere, al even ongeloofwaardige droom:

Aan Caesars huis was bij Senaatsbesluit als sieraad en ereteken een gevelornament bevestigd … Calpurnia droomde dat ze dit in stukken zag vallen en dat ze daarom jammerde en huilde. In elk geval vroeg ze Caesar, toen het dag was geworden, om als het mogelijk was niet uit te gaan, maar de Senaatsvergadering uit te stellen of, als hij zich niets wilde aantrekken van haar dromen, door andere vormen van zienerskunst en offers de toekomst te onderzoeken. Ook Caesar zelf koesterde, naar het schijnt, een zekere argwaan en angst. Want hij had bij Calpurnia nooit eerder de bijgelovige angst waargenomen die vrouwen eigen is, maar hij zag dat zij daar nu hevig aan leed.noot Geciteerd door Ploutarchos, Caesar 63; vert. Hetty van Rooijen.

Nog meer voortekens

Vermoedelijk iets serieuzer is de in verschillende bronnen genoemde voorspelling van Spurinna:

De ingewandschouwer Spurinna waarschuwde hem, toen hij een offer bracht, op zijn hoede te zijn voor een gevaar dat niet langer dan tot de iden van maart zou wachten.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Ingewandschouw gold als serieuze, officiële vorm van futurologie en de zieners hadden politieke netwerken. Niet de lever van een offerdier, maar Spurinna’s kennis van de situatie zal hem tot zijn waarschuwing hebben gebracht. Kortom, Caesar was een gewaarschuwd man. En hij handelde ernaar. Hij liet de Senaat weten dat hij niet goed in orde was – wat men een diplomatiek verkoudheidje noemt. Zijn mede-consul Marcus Antonius zou de honneurs waarnemen en de vergadering voorzitten.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Ten slotte ging hij toch omstreeks het vijfde uur [rond 11:00] op weg, omdat Decimus Brutus er bij hem op aandrong de talrijke senatoren, die al geruime tijd wachtten, niet teleur te stellen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst; vgl. Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Decimus Junius Brutus was een van Caesars persoonlijke vrienden. Toen Caesar zijn testament maakte, stond Decimus bij de erfgenamen.

Waarschuwingen

Per draagstoelnoot Appianus, Burgeroorlogen 2.115. ging Caesar nu naar het Senaatsgebouw van Pompeius. Het was, als we aannemen dat Caesar vertrok van zijn ambtswoning als hogepriester op het Forum Romanum, een tochtje van een klein half uur.

In het voorbijgaan overhandigde iemand hem een schrijven waarin de aanslag werd verraden, maar hij legde het bij de andere stukken die hij in de linkerhand hield, om het later te lezen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

We weten dat deze man Artemidoros van Knidos heette en een Griekse geleerde was.noot Ploutarchos, Caesar 65. Dat was niet de enige waarschuwing. Appianus kent nog een ander verhaal.

Caesar was al in de draagstoel onderweg naar de Senaat, toen een van zijn eigen mensen, die op de hoogte was gesteld van de aanslag, naar zijn huis rende om hem te vertellen wat hij te weten was gekomen. Toen hij daar Calpurnia tegenkwam, vertelde hij haar alleen dat hij Caesar wilde spreken over dringende aangelegenheden en bleef hij wachten tot Caesar terugkwam van de Senaat; hij was niet tot in details bekend met wat er gaande was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

We zullen hierna nog twee keer horen over Caesars echtgenote: namelijk hoe ze het stoffelijk overschot in ontvangst nam en Caesars archief afstond. We zouden graag méér weten van haar gevoelens en wederwaardigheden. Ze was pas achtendertig. Ik neem aan dat haar vader Lucius Calpurnius Piso, die de komende dagen een cruciale rol zou spelen, voor bescherming gezorgd zal hebben. In de volgende jaren was Italië in handen van de aanhangers van Julius Caesar; ik neem aan dat ook die ervoor hebben gezorgd dat de echtgenote van hun god in leven bleef. Maar dit alles blijft speculatie. Calpurnia’s verdere leven blijft onbekend, ja zelfs het weinige dat we wél weten over haar leven – zoals haar droom in de nacht van 14 op 15 maart – riekt naar fictie.

Over een half uur meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #dexiosis #droom #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #Spurinna #Suetonius #TitusLivius