Het huis van Massinissa

Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

Massinissa (Musée de Cirta, Constantine)

Massinissa werd opgevolgd door drie zonen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt over hun taakverdeling:

Aan Mikipsa, de oudste en een vredelievend man, kende hij de stad Cirta en het daar gelegen koninklijk paleis toe. Gulussa, een man met een strijdlustig karakter en de op één na oudste, benoemde hij tot hoofd van de zaken die betrekking hadden op vrede en oorlog. Mastanabal, de jongste, die bedreven was in de wet, werd aangesteld als rechter om geschillen tussen hun onderdanen te beslechten.noot Appianus, Punische Oorlogen 106.

Mikipsa zou het langst leven en voedde in zijn paleis in Cirta zijn neven Gauda en Jugurtha op. De laatste – een schoonzoon van de koning van een koning uit Mauretanië, het huidige Marokko – schakelde na 118 zijn neven Adherbal en Hiempsal I uit, overspeelde zijn hand door een neef te vermoorden in Rome, en belandde in een slepende oorlog met Rome. Die verloor hij, maar het zou interessant zijn geweest als we ook zijn kant van het verhaal kenden; onze voornaamste bron, de Romeinse auteur Gaius Sallustius Crispus, doet weinig om te verklaren waarom een vorst uit een traditioneel pro-Romeinse dynastie zich tegen Rome keerde.

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

In elk geval: Jugurtha’s broer Gauda volgde hem op. Op hem volgden Hiempsal II (r.88-60) en Juba I. De laatste raakte betrokken in de Tweede Burgeroorlog en koos partij voor de Senaat. Niet zonder reden, want zoals gezegd hechtte de dynastie traditioneel aan goede banden met het Romeinse gezag. Strijdend voor de Senaat schakelde Juba een van de opstandige legers, gecommandeerd door Gaius Scribonius Curio uit. Niet veel later arriveerde een andere opstandeling, Julius Caesar, die Juba en de senatoriële troepen in de Maghreb versloeg bij Thapsus.

Vervolgens veroverde hij de Numidische hoofdstad Cirta, waar hij Sallustius tot gouverneur benoemde van oostelijk, Massylisch Numidië. Caesar wees westelijk, Masaesylisch Numidië toe aan de koningen van Mauretanië, zeg maar het huidige Marokko. Deze twee vorsten, Bogud en Bocchus II, beantwoordden Caesars geste door hem te steunen in de slotfase van de Tweede Burgeroorlog, die werd uitgevochten bij Munda in Andalusië.

Kleopatra Selene (Nieuwe museum, Cherchell)

Voor het vervolg moeten we even naar Rome, waar Julius Caesar werd vermoord. In de Derde Burgeroorlog (43-42 v.Chr.) schakelden zijn aanhangers de moordenaars uit en in de Vierde Burgeroorlog (32-30) schakelde Caesars adoptiefzoon Octavianus Caesars rechterhand Marcus Antonius uit. Die was inmiddels getrouwd met koningin Kleopatra VII Filopator van Egypte. Ook al verloor dit echtpaar de oorlog, hun kinderen waren wel prinsen van den bloede en verdienden een net huwelijk. En dus trouwde Kleopatra Selene met Juba II, de zoon van Juba I.

Ptolemaios van Mauretania (Metropolitan Museum, New York)

De tweede Juba was inmiddels koning van Mauretanië, waar Caesars bondgenoten Bogud en Bochus inmiddels niet meer in leven waren. Juba heeft een boek geschreven over de geschiedenis en topografie van het land waar hij werd geparachuteerd: Marokko en het westen van Algerije. Juba’s graf is bij Tipasa in Algerije; hij is opgevolgd door zijn zoon Ptolemaios van Mauretanië. Die werd uiteindelijk door keizer Caligula uit de weg geruimd, waarop de annexatie van Mauretanië volgde. Met Ptolemaios eindigt de dynastie die we vanaf Massinissa’s vader Gaïa kunnen volgen.

PS

Ik organiseer een (dure maar heel erg) mooie reis naar Algerije. Er zijn nog twee tot vier plaatsen beschikbaar.

#Adherbal #Appianus #BochusII #Bogud #Cirta #Gaïa #GaiusSallustiusCrispus #GaiusScriboniusCurio #Gauda #Gulussa #HiempsalI #HiempsalII #JubaI #JubaII #Jugurtha #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusAntonius #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mastanabal #Mauretanië #Mikipsa #Numidië #Octavianus #Polybios #PtolemaiosVanMauretanië #Syfax #Thapsus #TweedeBurgeroorlog

Wie was Julius Caesar? (1)

Wil de echte Julius Caesar opstaan?

Als ik zeg dat het 21 maart 2026 is, en als ik dat schrijf nadat ik de afgelopen dagen een reeks blogjes heb geschreven over Julius Caesar, dan weet u dat er een einde komt aan de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het is tijd de balans op te maken.

Wie was Julius Caesar?

Wie was Julius Caesar? Het antwoord is simpel. Hij was een beroemde Romein, een senator, de tegenstander van Farnakes, een tafelgast, de schoonvader van Pompeius, een generaal, een toerist, een popularis, een patiënt, de minnaar van twee koninginnen, een opportunist, de tegenstander van de Senaat, een dictator, het slachtoffer van een moordaanslag, een ruiter, de veroveraar van Gallië, een consul, een kaalkop, een opdrachtgever tot genocide, een verwant van Marius, een bouwheer, een bestuurder, een schrijver, het voorwerp van verering, de vernietiger van de republiek, een oligarch, een sadist, een stadsstichter, een propagandist, een villa-eigenaar, een putschist, de echtgenoot van Calpurnia, de drager van een lauwerkrans, een grootmeester van de Latijnse taal, een hervormer, de veroveraar van Numidië, een hogepriester, een oorlogsmisdadiger, een cynicus, een organisator, een patronus, een vluchteling, een begenadiger van tegenstanders, een alleenheerser, een officier, een ijdeltuit, de vader van Julia en Caesarion, een reiziger, een plunderaar en het onderwerp van velerlei geruchten. Hij was ook de stichter van een autocratie en iemand die, anders dan keizer Augustus, de gelegenheid niet kreeg om de misdaden te laten vergeten waarmee hij zijn regime had gevestigd.

Maar hoe beoordeel je zo iemand? Een thema dat in de reeks steeds terugkwam, is dat Julius Caesar, toen hij de republiek eenmaal had overmeesterd, begreep dat hij haar ook moest besturen. Aanvankelijk was het één grote improvisatie, maar tegen het einde van zijn leven waren alle bestuursposten bemand. Dat het niet meteen na zijn dood kwam tot een burgeroorlog, was omdat het Romeinse bestuurssysteem op dat moment functioneerde.

Vrijwel alle bekende maatregelen waren gericht op stabilisering van wat we, afhankelijk van ons perspectief, moeten aanduiden als “de situatie” of “het regime”. Om te beginnen de Clementia Caesaris. Ook iemand die met een gewelddadige staatsgreep aan de macht is gekomen, heeft behoefte aan capabele medewerkers. Julius Caesar wist zich met zijn tegenstanders te verzoenen. Hij zag af van de beruchte proscripties. Hoewel sommige van de tegenstanders met wie hij zich had verzoend, zich aansloten bij de samenzweringen, waren er ook veel die hem trouw bleven.

In het verlengde daarvan: Caesar had oog voor talent. We zien in zijn omgeving verschillende jonge mensen met grote verantwoordelijkheden: Octavianus natuurlijk, maar ook Gaius Scribonius Curio.

Hervormingen

Caesar initieerde allerlei stabiliserend bedoelde wet- en regelgeving, waarvan de kalenderhervorming het bekendst is. Die verhinderde verdere manipulatie van de aflossingstermijnen op de op het Italische platteland hoog opgelopen schulden. Er waren ook andere nieuwe regels om de schuldenproblematiek te regelen, en verder waren er regels om verraders – uiteraard een rekbaar begrip – te verbannen en om geweldplegers te straffen. Tot de economische maatregelen behoorde bijvoorbeeld de Lex Rhodia de iactu, die bepalingen bevatte voor de compensatie van schippers die tijdens een storm hun koopwaar overboord hadden moeten werpen: een nuttige wet uit hellenistisch Griekenland, die nu gold voor de gehele Romeinse wereld.

Hij reorganiseerde het leger en de provincies in Gallië, Syrië, Anatolië, Africa en het Iberische Schiereiland. Om soldaten land te geven, (her)stichtte hij tal van steden: Arles, Fréjus, Karthago, Korinthe, Lyon, Narbonne, Nîmes, Orange, Sevilla en Vienne. Hieruit valt af te leiden dat hij een breed perspectief had op het Romeinse imperium: overal zouden mensen wonen met het Romeinse burgerrecht, niet alleen in Italië. Het Romeinse Rijk was niet langer Italië met wat wingewesten. Om er ook ’ns een gevleugeld woord tegenaan te gooien: Rome n’est plus dans Rome; elle est toute où je suis.

Dit moet ook de reden zijn waarom Caesar geen moeite had met de Lex Roscia, die de verspreiding van het burgerrecht naar mensen buiten Italië vereenvoudigde. Weliswaar was dit een oorlogsmaatregel, omdat hij zo aan meer soldaten kon komen, maar hij zette de stap in elk geval en daarmee zette hij de toon. Marcus Antonius en Octavianus gingen ermee verder. Er kwam ruimte voor bestuurders uit de provincie; het aantal magistraten werd vergroot; er kwamen daardoor meer oud-magistraten en daarom vergrootte Caesar de Senaat.

Niet dat Caesar Rome vergat. In Rome legde hij een nieuw forum aan en vernieuwde hij het terrein waar de Volksvergadering samenkwam (de Saepta Julia) en het Senaatsgebouw (de Curia Julia). Zijn vertrouwelingen namen andere nieuwbouwprojecten voor hun rekening. Zo herbouwde Lucius Munatius Plancus de tempel van Saturnus op het Forum Romanum. De graanvoorziening van de stad werd eveneens verbeterd.

[Wordt vervolgd]

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #clementiaCaesaris #dictator #ForumVanCaesar #hogepriesterschap #JuliusCaesar #LexRhodiaDeIactu #LexRoscia #MarcusAntonius #Octavianus #proscriptie #schuldenproblematiek #volksvergadering

Caesars erfgenaam: Octavianus

Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

De aanwezigen verbraken de zegels van het testament op 18 maart 44 v.Chr., drie dagen nadat Caesar was vermoord, vandaag 2069 jaar geleden. Het was de dag waarop hij had zullen vertrekken naar de al een half jaar voorbereide oorlog tegen de Parthen. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio vertelt:

Vervolgens werd Caesars testament voorgelezen en zo kwam het volk te weten dat hij Octavianus als zoon had geadopteerd en Marcus Antonius, samen met Decimus Junius Brutus en enkele andere samenzweerders, tot voogd over hem had aangesteld, en tevens tot zijn erfgenamen had benoemd voor het geval Octavianus de erfenis niet zou kunnen aanvaarden. Verder bleek dat Caesar niet alleen iets had nagelaten aan een aantal privépersonen, maar dat hij ook zijn park aan de Tiber aan de stad had vermaakt. Toen bovendien bekend werd dat elke burger, volgens Octavianus’ memoires, 120 sestertiën kreeg, 300 volgens andere bronnen, leidde dit tot opstootjes.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.35; vert. Gé de Vries.

Het “park aan de Tiber” was de villa waar Kleopatra op dat moment woonde. Ze zal nog wel even in het complex hebben verbleven. Je zet niet zomaar een koningin uit haar paleis, ook als je het zojuist blijkt te hebben geërfd, ook als je de stad Rome bent. Ergens in april of mei, toen het vaarseizoen gunstig was, zal Kleopatra echter naar Alexandrië zijn teruggekeerd. In Rome had zij niets meer te zoeken nu haar beschermheer was overleden. Trouwens, haar zoon Caesarion was in die stad zijn leven niet zeker.

Interessanter dan een Egyptische koningin, die voor de Romeinse politici alweer nieuws-van-gisteren was, was de geadopteerde zoon van Julius Caesar. We kwamen hem vorig jaar al tegen tijdens Caesars Spaanse campagne. Octavianus heette eigenlijk Octavius maar heette voortaan, door adoptie, Gaius Julius Caesar. Een naam met magie, die er al snel voor zou zorgen dat hij de beschikking kreeg over een eigen leger, bestaand uit veteranen van Caesar Senior. Ik heb al vaker verteld dat Caesar Junior ofwel Octavianus ofwel keizer Augustus zichzelf nooit, geen dag zelfs, heeft aangeduid als “Gaius Julius Caesar Octavianus” ofwel “de Gaius Julius Caesar uit de familie Octavius”.

Dat gezegd zijnde: de jongeman, die in maart 44 v.Chr. nog in Apollonia (in het huidige Albanië) was bij het leger dat Julius Caesar vooruit had gestuurd voor de campagne tegen de Daciërs en de Parthen, had een grootse toekomst. Maar voor het moment was hij – althans voor Marcus Antonius – een quantité négligeable.

[Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #ApolloniaBijEpidamnos #Calpurnia #CassiusDio #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCalpurniusPiso #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #Suetonius #VestaalseMaagden

Marcus Antonius in actie

Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

Onderhandelingen

Op die 16e maart vertegenwoordigde Marcus Antonius het wettelijk gezag, dat van alle kanten onder druk stond. Van de moordenaars op het Capitool, om te beginnen, en van Dolabella, die claimde consul te zijn. Verder waren er de veteranen, die wilden dat Caesars toezegging dat ze land zouden krijgen, zou worden nageleefd. Tot slot van Lepidus, die in de vroege ochtend op het Forum Romanum een toespraak hield waarin hij de moord veroordeelde.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Cassius Dio is vernietigend in zijn oordeel.

Lepidus wilde zogenaamd Caesar wreken, maar was in werkelijkheid uit op burgeroorlog. En omdat hij enkele legioenen onder zich had, was hij ervan overtuigd Caesars machtspositie te kunnen overnemen en zo aan de macht te komen. Om dat te bereiken was hij bereid een oorlog te beginnen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.34; vert. Gé de Vries.

Lepidus stond inderdaad sterk. Hij behoorde tot Caesars inner circle – het diner op 14 maart was in zijn huis geweest – en hij had een goed netwerk, terwijl zijn leger Rome beheerste. Dat wil echter niet zeggen dat Marcus Antonius zwak stond. Er waren voldoende veteranen in de stad die wisten dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered en die hem vertrouwden. Zeker niet allemaal, maar hij beschikte over eigen soldaten én de officiële ordediensten. En ook hij had een netwerk, waaronder bijvoorbeeld Aulus Hirtius was, door Caesar aangewezen als consul voor het jaar 43, en Lucius Cornelius Balbus, Caesars secretaris.

Bovendien had Marcus Antonius, als hoofd van de staat, wisselgeld te bieden. In ruil voor het hogepriesterschap, dat met de dood van Caesar was vrijgekomen, stemde Lepidus ermee in de wraak op de moordenaars nog even uit te stellen. Door Dolabella te erkennen als mede-consul, kon Marcus Antonius ook hem voor zich winnen. De consul moet ook overlegd hebben met Cicero. In de loop van die 16e maart wist hij consensus te scheppen over een compromis.

Brutus

De samenzweerders waren minder initiatiefrijk. Een maand na de gebeurtenissen herinnerde Cicero eraan wat ze hadden behoren te doen: een Senaatsvergadering beleggen in de tempel van Jupiter op het Capitool.noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.10. In plaats van zo het initiatief te grijpen, hadden de moordenaars het aan Marcus Antonius overgelaten. Wel kwam Marcus Junius Brutus die dag met een groep gladiatoren en bewapende slaven van het Capitool naar beneden. Ergens op de oostelijke helling hield hij een toespraak, die volgens Nikolaos van Damascus was bedoeld om de publieke opinie te testen. Werden ze gezien als bevrijders die een tirannie hadden beëindigd, of als moordenaars?

Er heerste een diepe stilte vanwege de ongewone aard van de situatie. De geesten van de mensen waren verward. Iedereen verwachtte dat iemand in deze crisis een stoutmoedige zet zou doen die richting zou gaan geven aan de revolutie. Terwijl het volk in afwachting was op wat zou gaan gebeuren, hield Brutus (die zijn hele leven geëerd was geweest vanwege zijn discretie, vanwege de roem van zijn voorouders en vanwege de hem toegeschreven eerlijkheid) een toespraak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 100.

Helaas breekt Nikolaos’ verslag, het oudste dat we hebben, juist op dit punt af, maar we weten dat het publiek niet enthousiast reageerde. Logisch: op het Forum lagen de troepen van Lepidus, die weliswaar zullen hebben gehoord dat ze hun wraak moesten uitstellen tot het hun commandant beter uitkwam, maar die daarom niet minder kwaad waren. Vermoedelijk was Brutus, als redenaar, die dag echter ook niet op z’n best. Dat weten we omdat hij enkele weken later aan Cicero vroeg om commentaar op zijn redevoering. Diens oordeel is overgeleverd.

Onze vriend Brutus heeft me de toespraak gestuurd die hij heeft gehouden in de vergadering op het Capitool, en hij vroeg me om die, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, voor publicatie te corrigeren. Het is, mag ik wel zeggen, een toespraak die perfect aan de emoties appelleert en die in taalgebruik niet valt te overtreffen. Maar toch, als ik die zaak had moeten behandelen, had ik met meer vuur geschreven.noot Cicero, Brieven aan Atticus 15.1.

Het einde van de impasse

De zon was al ondergegaan toen aan de impasse een einde kwam. Marcus Antonius deed de eerste, stoutmoedige zet. Hij had in de voorgaande uren met Hirtius, Balbus, Lepidus, Dolabella en Cicero gesproken en liet de senatoren weten dat de Senaat de volgende dag zou vergaderen in de tempel van Tellus.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Dit was toevallig vlakbij zijn eigen huis.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.126. Mocht u willen waar die tempel stond: bij het huidige metrostation Colosseo.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De Spaanse triomf van Caesar

oktober 3, 2025
VIII Augusta op de Balkan

juli 6, 2024
De paleografie van 4QBéatitudes

juni 27, 2021 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #Cicero #consul #hogepriesterschap #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Octavianus #PubliusCorneliusDolabella

Romeins Thracië en Moesië

De Via Egnatia in Filippoi

[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Romeinse Republiek

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.

Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.

Romeins cavaleriemasker (Archeologisch museum, Stara Zagora)

Er ging geen decennium voorbij zonder gevechten. In de jaren tachtig van de eerste eeuw was het dus de oorlog tegen Mithridates; in de jaren zeventig bereikten de legioenen de Donau; in de jaren zestig leden ze een nederlaag tegen de Geten. Julius Caesar wilde de regio in de jaren vijftig pacificeren maar koos voor Gallië, en werd vermoord voordat hij in 44 v.Chr. alsnog naar Thracië kon komen – verschillende legioenen waren al vooruitgestuurd.

Na ongeveer 40 v.Chr. was duidelijk dat twee mannen zouden vechten om de erfenis van Julius Caesar: Octavianus, gestationeerd in Italië, en Marcus Antonius, gestationeerd in het oosten. Het was even duidelijk dat de confrontatie zou plaatsvinden op de Balkan, en dus veroverde Octavianus in de jaren dertig Illyricum, zodat hij altijd over het land naar Macedonië, Griekenland en Thracië zou kunnen. Zo naderden de Romeinen Noord-Thracië niet alleen vanaf de Egeïsche Zee, maar ook vanaf de Adriatische Zee. Omdat de Odrysen inmiddels een vriendelijk, pro-Romeins koninkrijk vormden, werden ze niet geannexeerd, maar het gebied langs de Beneden-Donau werd in 12 v.Chr. wel onderworpen: de provincie Moesia. De afstammelingen van de Triballiërs en de Geten leefden nu in het Romeinse Rijk.

Het graf in Karanovo

Het Romeinse Keizerrijk

De annexatie van het Odrysische Rijk volgde ten tijde van keizer Claudius, in het jaar 46 na Chr. Hun gebied zou bekend komen staan als de Romeinse provincie Thracia. De hoofdstad was Perinthos. Het graf van de laatste heerser van een onafhankelijk deel van Thracië, Rhoemetalces III, is geïdentificeerd in een grafheuvel in Karanovo. Voor het eerst sinds de regering van koning Filippos II van Macedonië, vier eeuwen eerder, leefden alle Thraciërs weer in hetzelfde rijk – en opnieuw werden ze bestuurd door een vorst die ergens in het verre westen leefde.

Onomstreden was de Romeinse heerschappij niet. De Romeinen bouwden weliswaar een reeks forten langs de Donau, waaronder het fort Novae voor legioen VIII Augusta, maar keizer Domitianus moest in de jaren 85-89 aanvallen afweren van de Daciërs. Zij leefden in wat nu Roemenië is en de oorlogssituatie dwong de Romeinen tot een provinciale herindeling: Moesia werd gesplitst in Moesia Superior en Moesia Inferior, wat je kan vertalen als het stroomopwaarts en het stroomafwaarts gebied langs de Donau. Het werd in Thracië pas echt rustig toen keizer Trajanus het koninkrijk Dacië binnenviel (101-102) en daarna definitief annexeerde (105-106). Ik schreef al eens over zijn enorme overwinningsmonument bij Adamclisi.

Adamclisi

Pax Romana

Het verhaal van de provincies Thracia en Moesia Inferior is feitelijk dat van alle andere Romeinse provincies. Er kwamen nieuwe wegen, zoals die van Belgrado over Niš, Sofia, Plovdiv, Edirne naar Byzantion (Istanbul) aan de Bosporus. In het archeologisch potjeslatijn heet die wel Via Diagonalis, omdat die als een scheve lijn van noordwest- naar zuidoost-Bulgarije gaat.

De steden groeiden – niet zelden worden verstedelijking en romanisering beschouwd als twee namen voor hetzelfde proces – en dat kwam niet alleen door natuurlijke bevolkingsgroei, maar ook door migratie. (Ik zou niet goed weten hoe de voorouders van de joodse vrouw waarover ik eens blogde, anders dan door migratie in Bulgarije kunnen zijn aangekomen.)

Een speciale groep migranten waren de legionairs die hier land kregen. In de provincie Thracië lagen, behalve de hoofdstad Perinthos, onder meer ook de havensteden Byzantion en Mesembria (Nesebar), en in het binnenland Hadrianopolis (Edirne), Filippopolis (Plovdiv), Serdica (Sofia) en Pautalia (Kyustendil). In Moesia Inferior lagen de havensteden Histria, Tomis (Constanza), Odessos (Varna) en langs de stroom Troesmis, Durostorum, de legioensbasis Novae en de hoofdstad Oescus. Na Trajanus’ overwinning stichtte hij Nikopolis.

De oude Thracische godin Bendis en een Romeins gezin (Archeologisch museum, Sofia)

Mannen uit deze steden deden dienst in de Romeinse hulptroepen en, als ze het burgerrecht hadden gekregen, in de legioenen. Het Thracisch raakte overvleugeld door het Grieks, al zijn er opvallend veel Latijnse inscripties bekend uit het huidige Bulgarije, en bleven aloude grafgebruiken bestaan. En zoals overal maakte de provinciale adel carrière in het Romeinse Rijk: in 235 trad keizer Maximinus Thrax aan, wiens bijnaam aangeeft dat hij uit Thracië stamde.

Zijn korte regering – van 235 tot 238 – markeert het einde van de betrekkelijke rust en het begin van de Crisis van de Derde Eeuw.

[Wordt straks vervolgd]

#Adamclisi #Bessers #Claudius #Dacië #Domitianus #Geten #Karanovo #MarcusAntonius #MaximinusThrax #MithridatesVIEupator #Moesia #Nesebar #NikopolisAanDeDonau #Novae #Octavianus #Odrysen #Perinthos #RhoemetalcesIII #Serdica #Sofia #Spartacus #Thracië #Trajanus #Triballiërs #ViaDiagonalis #ViaEgnatia #VIIIAugusta

Toerist in Elche

Het centrum van Alcudia

In de vorige aflevering van mijn narcistische winterfeuilleton vertelde ik over Alicante, een havenplaats van het Iberische volk der Contestaniërs. Even landinwaarts lag een belangrijke nederzetting, die destijds Ilici heette en tegenwoordig Elche. De eigenlijke ruïnes liggen op een lage heuvel ten zuiden van het stadje, Alcudia (van het Arabische Al-Kudia, “de heuvel”). Hier is het beroemde beeld van de Dame van Elche gevonden. De beheerders van het terrein zijn bezig een soort gedenkteken te bouwen op de plek.

Work in progress

En daarmee is een voornaam punt al genoemd: Alcudia is heel erg work in progress. Er vinden al een eeuw opgravingen plaats, die Iberische en Romeinse huizen aan het daglicht hebben gebracht, plus een stadsmuur, talloze waterwerken, een Iberisch heiligdom, een Visigotische basiliek en een enorme hoeveelheid aardewerk. Het onderzoek is nog in volle gang, de diverse opgegraven gebouwen liggen op enige afstand van elkaar en zijn niet allemaal even makkelijk “leesbaar”. Ze zijn wel interessant, zoals de opstapeling van Iberische, Romeinse en laatantieke huizen, of de van complexe waterleidingen voorziene Romeinse huizen, of de centrale sector van nog niet voldoende geïnterpreteerde representatieve gebouwen.

Iberische beker

Het ingangsgebouw, waar je een kaartje koopt, heeft een expositieruimte met enkele mooie stukken, maar het eigenlijke museum is even verderop. Het is drie zalen groot, maar zeker het Iberische deel is erg de moeite waard. Het Romeinse deel is vrij voorspelbaar en de zaal die is gewijd aan de Late Oudheid is ook geen omweg waard, maar zoals gezegd: het Iberische deel is prachtig, met heel veel aardwerk. Er zijn ook mooie stukken in het Archeologisch Museum in Elche zelf. Hier is ook Iberische grafsculptuur te zien die vlakbij is aangetroffen, in een park in het stadje.

De Middeleeuwen

Even verderop zijn twee monumenten uit de tijd dat Arabischsprekende heersers de scepter zwaaiden: de Torre de la Calahorra en de Baños Árabes. Het eerste is een enorme stadstoren, daterend uit de tijd van de Almohaden (eerste helft dertiende eeuw), waar later een stadspaleis tegenaan is gebouwd. Daar is een niet heel bijzondere collectie schilderijen te zien, maar je kunt klimmen naar het dak en dan sta je even in de Volle Middeleeuwen.

Almohadische stadstoren

Het andere monument uit de Arabische tijd is een badhuis: belangrijk in een cultuur waar iemand voor het moskeebezoek zijn armen, gezicht en voeten moet wassen. In Elche kende het badhuis drie afdelingen, die als twee druppels leken op een Romeins badhuis: een koudwaterbad, een lauwwaterbad en een warmwaterbad met vloerverwarming. Toen christelijke heersers de macht overnamen, werd het badhuis in gebruik genomen als kerkje en onderdeel van een klooster.

Niet veel later brak de verering van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming door in Elche. Veel hoefde men er niet voor te doen, want de het cultusbeeld was volgens de legende op de kust aangespoeld. Naast de basiliek van Santa Maria is een klein museum gewijd aan de verering van de beschermvrouwe van de stad. Ook het archeologisch museum besteedt er aandacht aan. De opvallendste erfenis uit de Middeleeuwen is echter een andere.

Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming

Palmen

Een tijdje geleden vertelde ik dat de Romeinen het opschieten van een palmboom, kort nadat Julius Caesar bij Munda zijn laatste tegenstanders had verslagen, uitlegden als een voorteken van de opkomst van Caesars achterneef Octavianus. Ik realiseerde me toen nog niet goed dat dit werkelijk een bijzondere gebeurtenis was, want de palmboom was toen nog heel zeldzaam in Spanje. Sterker nog, dat was ze acht eeuwen later nog. In een bekend gedichtje vergelijkt Abd al-Rahman I, gevlucht vanuit Damascus en stichter van het Emiraat van Córdoba, zijn vrijwillige ballingschap met een palmboom die hij zag in de tuin van zijn paleis Ar-Rusafa:

Ik zag een palmboom in Ar-Rusafa,
ver in het westen, ver van het land van de palmbomen,
en ik zei “Jij bent, net als ik, ver weg, in een vreemd land.
Hoe lang ben ik al ver weg van mijn volk!
Jij bent opgegroeid in een land waar je een vreemdeling bent,
en net als ik woon je in de verste uithoek van de aarde.
Mogen de ochtendwolken je op deze afstand verfrissen,
en moge overvloedige regen je voor altijd troosten!”

Het zou niet lang zo blijven. De Arabische meesters van El-Andalus cultiveerden de palmbomen en er ontstonden hele wouden. In de omgeving van Elche zouden er nu nog meer dan 200.000 staan. Dat hebben we niet nageteld.

El Palmeral, Elche

Het deed me zo nu en dan denken aan de oase van Siwa. El Palmeral, zoals de palmboomgaarden heten, vormen werelderfgoed. Nu is die categorie inmiddels zó ver verwaterd dat ze in vrijwel betekenisloos is, maar terwijl we terugwandelden naar het busstation had ik iets van: dit is toch wel heel bijzonder tijdens een heel bijzondere reis.

Morgen: Cartagena.

#AbdAlRahmanIVanCórdoba #Alcudia #Alicante #badhuis #Contestaniërs #DameVanElche #Elche #Ilici #JuliusCaesar #Octavianus #palmboom

Eerbewijzen voor Julius Caesar

Imperator Julius Caesar met lauwerkrans (Bode-museum, Berlijn)

Het was 1 januari 44 v.Chr. en dat was ook bij de Romeinen nieuwjaar. Julius Caesar en Marcus Antonius traden aan als consuls. De eerste deed het voor de alweer vijfde keer, de tweede voor het eerst. Caesar had zijn kolonel, die hem tijdens zijn Balkancampagne had gered, enige tijd op afstand gehouden, maar Marcus Antonius was inmiddels weer een van zijn vertrouwelingen.

Enfin, we zijn weer beland in ons naar een climax lopende feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Zijn biograaf Suetonius noemt een aantal positieve én negatieve daden.noot Suetonius, Caesar 75-76; vert. Daan den Hengst. Eerst de positieve.

Clementie

Tegen het einde van zijn leven gaf hij aan allen, ook aan diegenen die hij nog geen vergiffenis had geschonken, toestemming terug te keren naar Italië en burgerlijke en militaire ambten te bekleden. Ook liet hij de beelden van Sulla en Pompeius, die door het volk van hun voetstuk waren gestoten, weer oprichten.

Logisch: Caesar had ervaren bestuurders nodig voor het wereldrijk dat hij nu in zijn macht had. De Clementia Caesaris was slechts één middel.

Werden er nadien nog aanslagen beraamd of vijandige opmerkingen gemaakt, dan strafte hij de schuldigen niet, maar maakte het hun onmogelijk handelend op te treden. Zo stelde hij, wanneer samenzweringen of nachtelijke bijeenkomsten ontdekt waren, verder geen rechtsvervolging in, maar gaf alleen bij edict te kennen dat hij ervan op de hoogte was. Hij volstond ermee personen die hem fel bekritiseerden in de Volksvergadering te waarschuwen daar niet mee door te gaan.

Samenzweringen, meervoud. Wat zouden we daar graag meer over weten!

Buitensporige eerbewijzen

We zullen nog meer voorbeelden van die roekeloze tolerantie tegenkomen. Daar stonden negatieve daden tegenover.

Toch wegen andere daden en uitspraken van hem zo zwaar, dat men meent dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en dat hij terecht is vermoord. Het was hem immers niet genoeg buitensporige eerbewijzen te aanvaarden (het consulaat gedurende meerdere jaren aaneen, de functie van dictator voor het leven, het toezicht op de zeden, daarbij de voornaam Imperator, de titel Vader des Vaderlands, de plaatsing van zijn standbeeld tussen die van de koningen …), hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de menselijke maat te boven gaan: een gouden zetel in het Senaatsgebouw en op de rechtbank, een wagen en een draagbaar voor gebruik bij de processie naar het Circus Maximus, tempels, beelden naast die van de goden … en de vernoeming van een maand naar hem.

Dit laatste is een verwijzing naar de maand die ook wij nog juli noemen. Schrijvend in de derde eeuw na Chr. noemt Cassius Dio dat Caesar zich behalve Imperator “bevelhebber”, ook Liberator mocht noemen. Het kan waar zijn. Dio noemt verder dat Caesar een huis cadeau kreeg, zodat hij op staatskosten mocht leven. Als hogepriester bezat Caesar echter al zoiets, wat ons aan de betrouwbaarheid van de informatie doet twijfelen. Wat Dio schrijft, kan zijn geïnspireerd door de paleizen van de latere keizers. Het door hem genoemde recht op eerbewijzen als Romeinen een overwinning zouden boeken waarbij hij niet aanwezig was, lijkt evenmin reëel: ook dit was een gebruik uit de keizertijd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.44-45.

We weten met meer zekerheid dat Caesar het recht kreeg de gewaden te dragen die iemand alleen tijdens een triomftocht dragen mocht. Schoenen met plateauzolen maakten dat hij boven andere mensen uitstak. Het recht in het openbaar een lauwerkrans te dragen, deed hem veel plezier omdat hij zo zijn kaalheid kon verbergen.

Permanent dictator

Het venijn zit in de titel “dictator voor het leven”, die op 14 februari werd geformaliseerd maar toen al een tijdje in de lucht hing. Caesar kan hebben gedacht dat hij een vorm had gevonden om de alleenheerschappij een constitutioneel tintje te geven. Immers, dictator perpetuo, “permanent dictator”, klonk minder onaantrekkelijk dan rex, “koning”. De nieuwe, volkomen constitutionele titel moet anderen echter de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Het eerdere “dictator voor tien jaar” had nog de schijn gewekt dat het tijdelijk zou zijn, of althans met een machtigingswet moest worden verlengd. Als dictator perpetuo was Caesar een absoluut heerser.

Het beste commentaar op de eerbewijzen voor de permanente dictator is dat van de tweede-eeuwse auteur Florus, die een uittreksel maakte van het geschiedwerk van Titus Livius. Vermoedelijk is het uit diens pen dat de opmerking komt dat alle eerbewijzen waren als de decoratie van een offerdier dat wordt klaargemaakt om te sterven.noot Florus, Epitome 2.92. U weet al wat er op komst was. Samenzweringen, meervoud. En er hoefde er maar één succes te hebben.

Een versierd offerdier met zijn beul

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #clementiaCaesaris #dictator #imperator #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Octavianus #PubliusAnniusFlorus #Suetonius #TitusLivius

Caesar op visite bij Cicero

Een Romeins diner (Pompeii)

Het jaar dat was begonnen met alleen Julius Caesar als consul, ook wel bekend als 45 voor Christus, liep ten einde. De trouwe lezers van deze blog weten wel ongeveer wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was: legitimiteit zoeken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er weer magistraten waren, zoals de twee mannen die in de drie laatste maanden van het jaar het consulaat bekleedden, Quintus Fabius Maximus en de al eerder genoemde Gaius Trebonius. Een andere maatregel was de voorbereiding van de oorlog tegen het Parthische Rijk, die kon rekenen op ieders instemming.

De oostelijke oorlog

De biograaf Suetonius geeft over het plan de campagne een vrij gedetailleerd bericht. Caesar wilde eerst de Daciërs,

die Thracië hadden overspoeld, terugdrijven om in aansluiting daarop via Klein-Armenië in het gebied van de Parthen door te dringen. Het was zijn bedoeling met een beslissend gevecht te wachten tot hij een indruk had gekregen van hun kracht.noot Suetonius, Caesar 44; vert. Daan den Hengst.

De nieuwe buitenlandse oorlog zou dus beginnen op de Balkan. Caesar had, zoals we al zagen, zes legioenen vooruit gestuurd. (Tot de jonge officieren behoorden zijn achterneef Gaius Octavius en diens vriend Agrippa.noot Suetonius, Augustus 8.) Met de drie al aanwezige legioenen van gouverneur Publius Vatinius erbij moest het mogelijk zijn de Daciërs terug te drijven. Daarna zou Caesar oversteken naar Azië, waar hij kon rekenen op de twee legioenen die hij in 47 v.Chr. na de slag bij Zela met Marcus Caelius Vinicianus had achtergelaten in Pontus (noordelijk Turkije). We weten dat verder drie legioenen uit Bithynië en drie legioenen uit Egypte marsorders hadden richting Syrië. Daar weigerde Quintus Caecilius Bassus al twee jaar het gezag van de dictator-voor-tien-jaren te erkennen.

Bassus was echter niet Caesars voornaamste doelwit. Dat was dus het Parthische Rijk. Caesar wilde het via Armenië binnenvallen, dus ten noorden van Syrië. Het plan zou enkele jaren later door Marcus Antonius ten uitvoer worden gebracht, met meer succes dan de propaganda van diens rivaal Augustus wilde erkennen.

Problemen

De beveiliging van de Balkan en de Parthische Oorlog zouden Caesars populariteit ongetwijfeld goed hebben gedaan, maar zouden zijn problemen niet hebben opgelost. Hoe dan ook was zijn alleenheerschappij onconstitutioneel, zelfs als hij het beste voor had voor de Republiek.

Neem de bestuurlijke continuïteit. Omdat hij enige tijd niet in Rome zou zijn, wees hij alvast magistraten aan voor drie of zelfs vijf jaar.noot Drie jaar: Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.51; vijf jaar: Appianus, Burgeroorlogen 3.129. Marcus Antonius zou bijvoorbeeld in 44 v.Chr. met Caesar het consulaat bekleden en het jaar daarop gouverneur zijn op de Balkan. Maar ook al was het verstandig dat Caesar dacht aan de middellange termijn, hij kortwiekte daarmee de Senaat en de Volksvergadering. En dat was weer eens onconstitutioneel.

Het is aannemelijk dat menigeen bang was voor Caesars triomfantelijke terugkeer. Daarna zou er geen manier meer zijn om de republikeinse verhoudingen te herstellen. Er gingen geruchten dat Caesar streefde naar de koningstitel, maar zoals ik al schreef is dat niet aannemelijk. De dictator was groter dan de koningen van zijn tijd. Dat waren meer koninkjes. Er was simpelweg geen vorm waarmee Caesars macht constitutioneel viel te maken.

Hij deed echter zijn best. Hij liet bijvoorbeeld de standbeelden voor zijn verslagen tegenstanders weer oprichten, wat aan Cicero het compliment ontlokte dat Caesar daarmee ook een monument voor zichzelf had opgericht.noot Ploutarchos, Cicero 40. De situatie was echter van dien aard dat zelfs goede maatregelen verkeerd vielen. Toen consul Fabius Maximus op oudejaarsdag overleed, wees Caesar nog snel een opvolger aan – een daad die ooit geprezen zou zijn geweest als scrupuleuze trouw aan letter en geest van de wet, maar nu werd opgevat als bespotting van diezelfde wet.

De Saturnaliën

Vanaf 17 december vierden de Romeinen het feest van Saturnus. Een vrolijk feest: vrienden gaven elkaar cadeaus, personeel kreeg een dag vrij en niet zelden kookte de heer des huizes voor zijn slaven. Caesar verbleef in Puteoli, even ten westen van Napels, in de villa van Philippus (de stiefvader van Octavianus). De locatie, vlakbij een oorlogshaven, suggereert dat hij zich bezighield met een troepentransport voor de Parthische Oorlog.

Cicero, die eveneens een buitenhuis had in Puteoli, observeerde dat de villa van Philippus op de avond van de tweede dag van de Saturnalia zo vol zat met soldaten – het waren er tweeduizend – dat er nauwelijks ruimte voor Caesar zelf was om te dineren. De volgende ochtend, vertelt Cicero, hielden Caesar en zijn vertrouweling Lucius Cornelius Balbus zich bezig met administratieve zaken. Na een strandwandeling te hebben gemaakt naar het landhuis van Cicero, nam Caesar daar een bad en ontving hij een boodschapper.

Caesar dineert bij Cicero

Daarna liet hij zich masseren en was het tijd om met Cicero aan tafel te gaan. Over politiek sprak men niet; in plaats daarvan spraken de heren over literatuur. Een onderwerp dat Cicero, die in deze tijd werkte aan een boek over voorspellingen, na aan het hart lag. “Caesar volgt een kuur van braakmiddelen,” observeerde Cicero, “en at en dronk zonder scrupules en zoals het hem uitkwam.” Ook aan de slaven en vrijgelatenen was gedacht, maar voor de echt chique mensen had de gastheer zeldzame gerechten laten bereiden.

In feite liet ik zien dat ik iemand was. Caesar is echter geen gast tegen wie je zou zeggen: “Zoek me nog ’ns op als je weer in de buurt bent.” Eén keer is wel genoeg.noot Cicero, Brieven aan Atticus 13.52.

Alle gezelligheid ten spijt bleef Caesar, die draagvlak en legitimiteit had willen scheppen door de banden aan te halen met een invloedrijke senator, vooral angstaanjagend.

Ondertussen is de vraag of de twee mannen werkelijk alleen over literatuur hebben gesproken. Cicero zou later oordelen dat de Parthische Oorlog een vlucht vooruit was geweest om te ontkomen aan een constitutioneel probleem. Die analyse hoeft niet per se waar te zijn; we zullen in het volgende blogje zien dat Caesar misschien heeft gedacht het constitutionele probleem te hebben opgelost. Dat Caesar naar het front vluchtte, kan echter wel de indruk zijn geweest die Cicero aan een ontmoeting met Caesar kan hebben overgehouden.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #JuliusCaesar #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAntonius #MarcusCaeliusVinicianus #MarcusVipsaniusAgrippa #Octavianus #PubliusVatinius #Puteoli #QuintusCaeciliusBassus #Saturnalia #Suetonius

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Aan een ander standbeeld was een bekend verhaal verbonden, dat de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius met smaak opdist:

Attus Navius, destijds een beroemd ziener, verklaarde dat er niets mocht worden veranderd en ook niets nieuws mocht worden ingesteld tenzij de vogels het gunstig hadden geduid. Hierover ontstak koning Tarquinius Priscus in woede en men zegt dat hij, spottend met de zienersgave, uitriep: “Vooruit dan, goddelijke ziener, raadpleeg de vlucht van de vogels en zeg dan of datgene waaraan ik op dit ogenblik denk, kan gebeuren!”

Toen Attus, na de voortekenen te hebben waargenomen, verklaarde dat het inderdaad zou gebeuren, zei de koning: “Nee maar! Waar ik aan zat te denken was dat jij met een scheermes een slijpsteen zou kloven. Hier, pak die dingen en zie voor elkaar te krijgen wat volgens de verkondiging van je vogels mogelijk is!”

Toen kloofde – zegt men – de priester zonder aarzelen de slijpsteen. Vroeger stond er een standbeeld van Attus, met bedekt hoofd, op de plaats waar dit is voorgevallen, op het Comitium, op de treden links van het Senaatsgebouw. Volgens de overlevering werd daar ook de slijpsteen geplaatst, om het nageslacht aan dit wonder te herinneren.noot Titus Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 1.36.3-5; vert. Katwijk-Knapp.

Na de nieuwbouw ten tijde van Augustus zijn enkele van deze oude standbeelden verplaatst naar het naar hem vernoemde forum, maar al snel kwamen er nieuwe voor in de plaats.

Volcanal

Een deel van het Comitium was vernoemd naar de vuurgod Vulcanus en heette Volcanal. In de keizertijd lag daar een afgebakende ruimte, geplaveid met zwart marmer en ommuurd door een hek van wit marmer. Om haar kleur heette de plek ook Lapis Niger, “Zwarte Steen”. Eronder lag een zeer oud heiligdom: archeologen troffen er een altaar aan uit de vierde eeuw v.Chr., de sokkel van een standbeeld en een stenen kubus met een inscriptie die aan de hand van de lettervormen is gedateerd tussen 650 en 600.

Inscriptie, in oeroud Latijn, gevonden onder de Zwarte Steen (Nationaal Museum, Rome)

Omdat in de Griekse wereld stadstichters een monument kregen op de markt van de door hen gestichte steden, schrijft de Grieks-Romeinse auteur Dionysios van Halikarnassos dit monument toe aan de stichter van Rome:

Romulus wijdde een bronzen vierspan aan Vulcanus en richtte daarnaast een beeld op van zichzelf met een inscriptie in Griekse letters waarin hij zijn eigen daden vermeldde.noot Dionysios van Halikarnassos, Romeinse Oudheden 2.54.2; vert. Simone Mooij.

Met “Griekse letters” bedoelt Dionysios waarschijnlijk het archaïsche schrift van de inscriptie, dat inderdaad lijkt op het alfabet van de in Italië gevestigde Grieken. Hoewel we de inscriptie dus kunnen lezen, is ze onbegrijpelijk. Daarvoor is het Latijn te oud. Een mogelijke interpretatie is dat degene die een heilige plaats schendt ter dood zal worden gebracht, dat de heraut van de koning iets afkondigt en de koning een reinigingsoffer moet brengen.

Ook al blijft de inscriptie een mysterie, het is duidelijk wat het monument onder de Zwarte Steen was: een cultusplaats voor Romulus, die volgens een oeroude traditie afstamde van een vuurgod.noot FGrH 817F1.

#Alkibiades #AttusNavius #Augustus #Comitium #DionysiosVanHalikarnassos #ForumRomanum #JuliusCaesar #LapisNiger #LuciusCorneliusSulla #Octavianus #PliniusDeOudere #Pythagoras #Rome #Romulus #Senaat #sibille #Sokrates #TarquiniusPriscus #Themistokles #TitusLivius #Volcanal #volksvergadering #Vulcanus

Het Senaatsgebouw in Rome (2)

De vloer van het Senaatsgebouw

Ten tijde van de Republiek werden in het Senaatsgebouw zaken gedaan, maar in de Keizertijd was dat afgelopen. Toch waren de zittingen belangrijk. Als de Senaat niet met reces was (bijvoorbeeld tijdens de wijnoogst), kon de keizer hier aan de rijkste Romeinen meedelen wat hij had besloten. Door hen als eersten op de hoogte te brengen, liet hij zijn waardering blijken. Zo werd steeds opnieuw de loyaliteit bewerkstelligd van het college dat nog altijd legitimiteit verleende.

Verder fungeerde de Senaat als rechtbank voor gouverneurs die van wanbeheer waren beschuldigd. Hoewel de meeste gouverneurs zelf senator waren, kwamen veroordelingen wel degelijk voor, zodat een rechtszaak vaak spannend was. Al in de eerste fase, waarin de precieze aanklacht werd geformuleerd, kon het er heet aan toegaan. Senator Plinius de Jongere beschrijft hoe een advocaat optrad in een afpersingszaak:

Daar hij een geroutineerd meester is in het wekken van tranen, zette hij alle zeilen van zijn retoriek bij en hij blies ze bol met een heuse storm van medelijden. Heftige discussies, heftige kreten van weerskanten: hier riepen ze dat de rechtspraak van de Senaat wettelijk was beperkt, daar dat die vrij en ongelimiteerd was en dat alles wat de verdachte had misdreven, moest worden berecht.noot Plinius de Jongere, Brief 2.11.3-4; vert. Ton Peters.

Andere bijeenkomsten waren minder rumoerig, om niet te zeggen saai. Het feit dat er zitruimte was voor de helft der senatoren zegt genoeg over de presentiecijfers. Veel tijd werd besteed aan het luisteren naar redevoeringen waarin met veel woorden weinig werd gezegd. Gelukkig werd de tijd van de spreker beperkt door een waterklok. Illustratief is de toespraak waarmee Plinius de Jongere keizer Trajanus bedankte voor het consulaat dat hij in het jaar 100 mocht bekleden: gedurende enkele uren uitte hij alleen obligate complimenten, die hij gelukkig boeiend wist te formuleren. Over een andere redevoering zei hij met de hem kenmerkende bescheidenheid:

De rede is wel lang, toch ben ik niet pessimistisch dat hij de charme van een heel korte kan evenaren. Want door de rijke materie, de ingenieuze indeling, de vele korte anekdotes en de afwisseling in stijl heeft hij iets verrassends.noot Plinius de Jongere, Brief 6.33.7-8; vert. Ton Peters.

Toch kon ook een getraind spreker zijn gehoor vervelen. Enkele maanden voordat hij de lofrede op Trajanus uitsprak, klaagde Plinius een oud-gouverneur aan, en werd onderbroken door de keizer, die hem tactvol vroeg het kort te houden:

Ik sprak ongeveer vijf uur, want aan de twaalf extra lange waterklokken die ik had gekregen, zijn er nog vier toegevoegd. … De keizer van zijn kant toonde tegenover mij zoveel aandacht en zo’n grote zorg (ongerustheid zou te veel gezegd zijn) dat hij mijn vrijgelatene, die achter me stond, verschillende malen waarschuwde dat ik om mijn stem en mijn longen moest denken.noot Plinius de Jongere, Brief 2.11.15; vert. Ton Peters.]

Mannelijkheid

Wie in het openbaar het woord nam, betoonde zich een echte man: niet zozeer omdat hij moest beschikken over een sonore basstem, maar vooral doordat hij toonde zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de gemeenschap. Bovendien had elke aanwezige een lange redenaarsopleiding achter de rug, zodat de spreker niet alleen werd beoordeeld op de inhoud van zijn toespraak maar ook op zijn beheersing van de kunst der welsprekendheid. Wie het woord nam, liep risico. In een cultuur waarin gezichtsverlies het ergste was wat iemand kon overkomen, moest een redenaar over minstens evenveel moed beschikken als een soldaat.

Senatoren (Vaticaanse Musea, Rome)

Onnodig te zeggen dat waar mannen toonden wie ze waren, haantjesgedrag aan de orde van de dag was. Iedereen wilde gelden als de beste spreker. Het geschiedwerk van Cassius Dio bevat een treffend voorbeeld:

Keizer Caligula vond altijd dat hij de beste redenaar van zijn tijd was, maar omdat hij wist dat [de door hem aangeklaagde senator] Gnaeus Domitius Afer een zeer gerenommeerd spreker was, deed hij zijn best hem op dat punt te verslaan. Hij zou Afer zeker ter dood hebben laten brengen als die ook maar enigszins geprobeerd had het tegen hem op te nemen in welsprekendheid. Maar Afer sprak hem juist níét tegen en verdedigde zich ook helemaal niet: hij deed alsof hij volkomen overdonderd was door Caligula’s indrukwekkende speech. Hij herhaalde de aanklacht punt voor punt en had er alle lof voor, alsof hij niet meer dan een toehoorder was en niet de verdachte. En toen hij formeel het woord kreeg, nam hij zijn toevlucht tot smeekbeden en klaagzangen. Tenslotte liet hij zich op de grond vallen, bleef daar als een smekeling liggen en beweerde dat hij banger was voor Caligula als redenaar dan als keizer. Toen Caligula hem zo zag en aanhoorde, verdween zijn boosheid als sneeuw voor de zon, want hij was ervan overtuigd dat zijn ingenieuze redevoering Afer had verpletterd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 59.19.3-5; vert. Gé de Vries.

Verschillende auteurs meenden dat in de keizertijd de retorica in verval was geraakt omdat de Senaat geen politiek meer bedreef. Dat was overdreven. Er was nog alle gelegenheid voor gerechtsredevoeringen en feestredes. Maar toch, de politieke welsprekendheid was, samen met het debat in de Senaat, verstomd.

[Wordt vervolgd]

#Caligula #CassiusDio #Curia #ForumRomanum #GnaeusDomitiusAfer #Octavianus #PliniusDeJongere #Rome #RomeinsKeizerschap #Senaat #Trajanus #waterklok #welsprekendheid