Marcus Antonius in actie

Marcus Antonius (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Het was 16 maart 44 v.Chr., vandaag 2069 jaar geleden, in een jaar dat was begonnen met Julius Caesar en Marcus Antonius als consuls, en dat sinds de moord op eerstgenoemde alleen nog laatstgenoemde had als consul.

Het proces waarmee antieke informatie tot ons is gekomen, is niet goed geweest voor de reputatie Marcus Antonius. Om te beginnen haalde Cicero hem door het slijk, vervolgens Octavianus. Die twee hebben nogal wat invloed gehad: eerst op de Romeinse en Griekse bronnen en via die teksten op de latere geschiedschrijving. Eeuwenlang hebben geschiedschrijvers dus nogal negatief over Marcus Antonius geoordeeld. Toen in de achttiende eeuw tragische liefdesverhalen in de mode kwamen, werd hij gereduceerd tot geliefde van Kleopatra. De simpele waarheid is echter dat hij een competente en meestal succesvolle generaal was en dat hij er in de weken na de moord op Caesar in slaagde een burgeroorlog te vermijden. Hij had uiteindelijk de pech dat Octavianus opdook – maar dat is een ander verhaal.

Onderhandelingen

Op die 16e maart vertegenwoordigde Marcus Antonius het wettelijk gezag, dat van alle kanten onder druk stond. Van de moordenaars op het Capitool, om te beginnen, en van Dolabella, die claimde consul te zijn. Verder waren er de veteranen, die wilden dat Caesars toezegging dat ze land zouden krijgen, zou worden nageleefd. Tot slot van Lepidus, die in de vroege ochtend op het Forum Romanum een toespraak hield waarin hij de moord veroordeelde.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Cassius Dio is vernietigend in zijn oordeel.

Lepidus wilde zogenaamd Caesar wreken, maar was in werkelijkheid uit op burgeroorlog. En omdat hij enkele legioenen onder zich had, was hij ervan overtuigd Caesars machtspositie te kunnen overnemen en zo aan de macht te komen. Om dat te bereiken was hij bereid een oorlog te beginnen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.34; vert. Gé de Vries.

Lepidus stond inderdaad sterk. Hij behoorde tot Caesars inner circle – het diner op 14 maart was in zijn huis geweest – en hij had een goed netwerk, terwijl zijn leger Rome beheerste. Dat wil echter niet zeggen dat Marcus Antonius zwak stond. Er waren voldoende veteranen in de stad die wisten dat hij Caesar in Dyrrhachion had gered en die hem vertrouwden. Zeker niet allemaal, maar hij beschikte over eigen soldaten én de officiële ordediensten. En ook hij had een netwerk, waaronder bijvoorbeeld Aulus Hirtius was, door Caesar aangewezen als consul voor het jaar 43, en Lucius Cornelius Balbus, Caesars secretaris.

Bovendien had Marcus Antonius, als hoofd van de staat, wisselgeld te bieden. In ruil voor het hogepriesterschap, dat met de dood van Caesar was vrijgekomen, stemde Lepidus ermee in de wraak op de moordenaars nog even uit te stellen. Door Dolabella te erkennen als mede-consul, kon Marcus Antonius ook hem voor zich winnen. De consul moet ook overlegd hebben met Cicero. In de loop van die 16e maart wist hij consensus te scheppen over een compromis.

Brutus

De samenzweerders waren minder initiatiefrijk. Een maand na de gebeurtenissen herinnerde Cicero eraan wat ze hadden behoren te doen: een Senaatsvergadering beleggen in de tempel van Jupiter op het Capitool.noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.10. In plaats van zo het initiatief te grijpen, hadden de moordenaars het aan Marcus Antonius overgelaten. Wel kwam Marcus Junius Brutus die dag met een groep gladiatoren en bewapende slaven van het Capitool naar beneden. Ergens op de oostelijke helling hield hij een toespraak, die volgens Nikolaos van Damascus was bedoeld om de publieke opinie te testen. Werden ze gezien als bevrijders die een tirannie hadden beëindigd, of als moordenaars?

Er heerste een diepe stilte vanwege de ongewone aard van de situatie. De geesten van de mensen waren verward. Iedereen verwachtte dat iemand in deze crisis een stoutmoedige zet zou doen die richting zou gaan geven aan de revolutie. Terwijl het volk in afwachting was op wat zou gaan gebeuren, hield Brutus (die zijn hele leven geëerd was geweest vanwege zijn discretie, vanwege de roem van zijn voorouders en vanwege de hem toegeschreven eerlijkheid) een toespraak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 100.

Helaas breekt Nikolaos’ verslag, het oudste dat we hebben, juist op dit punt af, maar we weten dat het publiek niet enthousiast reageerde. Logisch: op het Forum lagen de troepen van Lepidus, die weliswaar zullen hebben gehoord dat ze hun wraak moesten uitstellen tot het hun commandant beter uitkwam, maar die daarom niet minder kwaad waren. Vermoedelijk was Brutus, als redenaar, die dag echter ook niet op z’n best. Dat weten we omdat hij enkele weken later aan Cicero vroeg om commentaar op zijn redevoering. Diens oordeel is overgeleverd.

Onze vriend Brutus heeft me de toespraak gestuurd die hij heeft gehouden in de vergadering op het Capitool, en hij vroeg me om die, zonder rekening te houden met zijn gevoelens, voor publicatie te corrigeren. Het is, mag ik wel zeggen, een toespraak die perfect aan de emoties appelleert en die in taalgebruik niet valt te overtreffen. Maar toch, als ik die zaak had moeten behandelen, had ik met meer vuur geschreven.noot Cicero, Brieven aan Atticus 15.1.

Het einde van de impasse

De zon was al ondergegaan toen aan de impasse een einde kwam. Marcus Antonius deed de eerste, stoutmoedige zet. Hij had in de voorgaande uren met Hirtius, Balbus, Lepidus, Dolabella en Cicero gesproken en liet de senatoren weten dat de Senaat de volgende dag zou vergaderen in de tempel van Tellus.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 14.22. Dit was toevallig vlakbij zijn eigen huis.noot Appianus, De Burgeroorlogen 2.126. Mocht u willen waar die tempel stond: bij het huidige metrostation Colosseo.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De Spaanse triomf van Caesar

oktober 3, 2025
VIII Augusta op de Balkan

juli 6, 2024
De paleografie van 4QBéatitudes

juni 27, 2021 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #Cicero #consul #hogepriesterschap #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Octavianus #PubliusCorneliusDolabella

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Naar Africa Proconsularis

Het Derde Legioen bleef blij hem. Mogelijk was het aanwezig tijdens de dubbele slag bij Filippi (42), waarin Octavianus, inmiddels samenwerkend met Marcus Antonius, de moordenaars van Caesar versloeg. Later nam het Derde Legioen deel aan de oorlog om Sicilië, waar Octavianus afrekende met de laatste zoon van Pompeius, Sextus. Octavianus’ bondgenoot was het leger van Marcus Aemilius Lepidus, dat uit Tunesië was gekomen en na de overwinning zijn generaal in de steek liet. Octavianus nam dat leger over en stuurde het Derde Legioen naar Tunesië. En daar is het gebleven.

Inscriptie voor Gavius Macer van III Augusta (Lepcis Magna)

Het is niet helemaal duidelijk waar het legioen zich aanvankelijk bevond. Het gebied, dat Africa Proconsularis heette, was vrij rustig en misschien zette Octavianus de soldaten in bij de herbouw van Karthago. Dan zal de eerste basis wel in de buurt van die stad zijn geweest, maar bewijs ontbreekt. In elk geval documenteert een inscriptie uit 14 na Chr. soldaten die een weg aanleggen van Tacape (Gabès in zuidelijk Tunesië) naar hun basis. Die bevond zich wellicht in Theveste, vanuit Tunesië bezien nét over de grens met Algerije.

Tacfarinas

III Augusta bewaakte de 3000 kilometer lange grens van de Atlantische Oceaan tot en met Tripolitana. Dus Marokko, Algerije, Tunesië en half Libië. Hoewel dit een doorgaans rustig deel was van het Romeinse Rijk, kreeg III Augusta het hard te verduren in de jaren 17-24, toen het de strijd moest aanbinden tegen Tacfarinas, die een anti-Romeinse coalitie had gevormd uit Numidische en Mauretaanse stammen. Misschien vormde deze oorlog de aanleiding tot de overplaatsing van het legioen naar Ammaedara, het huidige Haïdra.

III Augusta, gecommandeerd door de gouverneur van Afrika, Marcus Furius Camillus, wist Tacfarinas in 17 in een geregelde veldslag te verslaan, maar deze begon een guerrilla: het soort oorlog waar de Romeinen het minst van begrepen. In 18 versloeg hij zo een onderafdeling van III Augusta. De nieuwe commandant, Lucius Apronius, strafte de legioensoldaten met decimatie, d.w.z. het doden van elke tiende soldaat. In 21 kreeg het Derde versterking van VIIII Hispana, maar de oorlog duurde nog voort. In 24 wist gouverneur Junius Blaesus de rebel te verslaan en mocht het Negende weer vertrekken, maar Tacfarinas keerde onmiddellijk terug. III Augusta was nu echter in staat hem te isoleren en tot zelfmoord te drijven.

Stempel van III Augusta (Annaba)

Senatorieel legioen

In deze tijd was het Derde het enige legioen dat onder bevel stond van een senator, namelijk de proconsul (gouverneur) van Africa Proconsularis. Eén van hen zou Velleius Paterculus geweest kunnen zijn, de auteur van een korte Romeinse Geschiedenis. Dit feitje is gebaseerd op de interpretatie van een inscriptie die echter ook anders te lezen is. Onmogelijk is het echter niet.

Keizer Caligula (r.37-41) vond het riskant om een ​​legioen in handen te laten van een senator, die immers voldoende waardigheid bezat om een gooi naar het keizerschap te doe. Hij koos ervoor zelf de commandant van III Augusta aan te wijzen – het was niet langer een senatorieel ambt. Caligula’s opvolgers Claudius en Nero zetten dit beleid doorgaans voort.

Het Vierkeizerjaar

Tijdens de verwarde laatste jaren van Nero kwam Lucius Clodius Macer in opstand tegen de tirannieke despoot. Hij formeerde in 68 een ander legioen, I Macriana Liberatrix, en steunde Sulpicius Galba, die vanuit Spanje naar Italië kwam en het keizerschap bekleedde. De nieuwe heerser wantrouwde Macer echter en beval een officier genaamd Trebonius Garutianus om de commandant van de twee legioenen te doden.

In januari 69 verloor Galba de controle over de situatie. Hij werd gedood en er brak een burgeroorlog uit tussen Otho en Vitellius, een voormalige gouverneur van Africa die inmiddels aan het hoofd stond van het Rijnleger. III Augusta koos de zijde van Vitellius, maar mengde zich niet in de strijd. Uiteindelijk wist weer een andere pretendent, Vespasianus, de macht te grijpen en een dynastie te stichten. Deze keizer was ook verantwoordelijk voor de overplaatsing van het legioen van Ammaedara terug naar Theveste (75).

Zes jaar later volgde een nieuwe overplaatsing, nu naar Lambaesis in Numidië. Veteranen vestigden zich in de omgeving: in Djemila (Cuicul), Sétif (Setifis) en Timgad (Thammugadi). De Romeinen ontgonnen en koloniseerden de Algerijnse Hautes Plaines werden in hoog tempo.

[Wordt vervolgd.]

#africaProconsularis #algerije #ammaedara #aulusHirtius #caligula #claudius #decimatie #djemila #gabes #gaiusVibiusPansa #galba #haidra #iMacrianaLiberatrix #iiiAugusta #juliusCaesar #juniusBlaesus #lambaesis #legioen #luciusApronius #luciusClodiusMacer #marcusAemiliusLepidus #marcusAntonius #marcusFuriusCamillusAfricanus #marcusVelleiusPaterculus #mauretanie #nero #numidie #otho #romeinsLeger #setif #sextusPompeius #slagBijFilippoi #tacape #tacfarinas #theveste #timgad #treboniusGarutianus #tunesie #vespasianus #vierkeizerjaar #viiiiHispana #vitellius

Caesars Anti-Cato

Cato de Jongere (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als ik schreef dat het augustus was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr., dan weet de trouwe volger van deze blog dat dit weer een aflevering zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was nog steeds in de Provence en dicteerde een nieuw boek: de Anti-Cato. Zoals u al vermoedde, is het een schotschrift tegen Cato de Jongere, die, liever dan door Caesar in genade te worden opgenomen, zelfmoord had gepleegd in Utica. Caesars boek moet een flinke boekrol zijn geweest, want de dichter Martialis Juvenalis heeft het ergens over “een pik zo dik als de Anti-Cato”.

De Anti-Cato was een reactie op de teksten die in de weken na de dood van de filosofisch ingestelde republikeinse senator waren verschenen. We weten dat Cicero een Laus Catonis schreef, waarin hij betoogde dat de man nog groter was geweest dan zijn reputatie. Cicero voltooide deze tekst in de maand vóór Caesars terugkeer uit de Afrikaanse Oorlog. We weten ook dat de dictator een afschrift van die tekst bij zich had tijdens zijn Spaanse veldtocht. Volgens Suetonius zou hij ongeveer ten tijde van de slag bij Munda een begin hebben gemaakt met het schrijven van een weerlegging.

Scheldpartij

Die was, althans volgens Caesar, hard nodig. De auteur van de Afrikaanse Oorlog had Cato nog getypeerd als hoogstaand. Caesars protegé Marcus Junius Brutus had een vriendelijk geschrift aan Cato gewijd. Ook Aulus Hirtius, die voor Caesar het achtste boek van de Gallische Oorlog had geschreven, had zich in een antwoord op Cicero’s lofrede genuanceerd over Cato uitgelaten. Caesar vond het allemaal te vriendelijk voor de dode senator. Hij besloot hem volledig af te branden.

De tekst is verloren, maar het schijnt een ordinaire scheldpartij te zijn geweest, waarin Cato de Jongere onder meer werd getypeerd als dronkaard. Dit soort teksten kennen we wel meer uit de Oudheid: eindeloze verzamelingen invectieven, doorgaans nog niet eens voor een kwart waar. Scheldpartijen als die van Caesar dienden, zoals Cicero in een van zijn brieven observeert, echter vooral om Cato’s verheven karakter nog beter te laten uitkomen.

Caesars haat

De vraag is waarom Caesar zich bij het schijven van de Anti-Cato door zijn blinde, contraproductieve haat heeft laten leiden. Ik ga eens wat speculeren over wat Caesar zoal zal hebben gedacht.

Ik denk dan dat het antwoord is dat het feitelijk ging over de vraag wat een Romeinse man behoorde te zijn. De hele geschiedenis van de republiek was opgehangen aan traditionele helden, die onkreukbaar en dapper waren, die verantwoordelijkheid namen en geen duimbreed toegaven aan geweld of despotie. Cato was de belichaming van die aloude Romeinse virtus, een woord dat we niet goed kunnen vertalen maar waarvan de betekenis min of meer die is van deugd, ruggengraat, karakter, fatsoen. De man die in Utica de republiek had verdedigd, stond voor alles wat de republiek groot had gemaakt.

Het recht van de sterkste

Een Pompeius had naast verdiensten ook duidelijke fouten gehad. Een Caesar kon zo iemand minachten. Vrijwel alle senatoren in Rome waren óf Caesars eigen creaturen en dus opportunisten, óf zijn tegenstanders, die hij had verslagen. Ook daarvoor hoefde Caesar geen respect te voelen. Maar Cato was onverslagen ten onder gegaan, trouw aan zijn principes en aan de deugden van de republiek. Op hem viel niets aan te merken. Dat maakte hem mateloos irritant.

Misschien moet ik het anders formuleren. Caesar baseerde zijn macht op geweld, terwijl Cato natuurlijk gezag had bezeten. Wie Cato’s karakter prees, impliceerde tegelijk dat Caesar geen deugden bezat. In feite belichaamde Cato Caesars eigen gebrek aan legitimiteit. Daarom was er Caesar veel aan gelegen de reputatie van de man te vernietigen. Dus schreef hij een Anti-Cato. Feitelijk verdedigde Caesar een wereld zonder moreel gezag, waarin hij wilde regeren met het recht van de sterkste.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AulusHirtius #CatoDeJongere #Cicero #JuliusCaesar #Juvenalis #MarcusJuniusBrutus #Suetonius #virtus

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Zoals u straks zult zien, was Gaius Trebonius zeker niet in ongenade gevallen. Zijn motief om zich tegen Caesar te keren, is dan ook onduidelijk. Feit is dat hij in de zomer van 45 v.Chr. in Zuid-Frankrijk was en daar een complot tegen Caesar begon te beramen. Hij zocht daartoe contact met Marcus Antonius. In de eerste fase van de burgeroorlog was dat Caesars rechterhand geweest, maar hij had noch aan de Afrikaanse noch aan de Spaanse Oorlog deelgenomen. Toen Caesar zich de dictatuur-voor-tien-jaar had laten toewijzen, had hij als rechterhand Lepidus geprefereerd boven Marcus Antonius. Die lijkt op een zijspoor te zijn beland en had, zo lijkt het, een motief om zich van Caesar te ontdoen. Althans, zo zag Trebonius het.

De bronnen

Uit de aard der zaak weten historici over samenzweringen doorgaans weinig. Van dit voorval weten we echter uit iets meer uit een (overigens nooit uitgesproken) redevoering van Cicero, die deze enkele maanden na de moord op Caesar schreef. Cicero geeft aan dat het op dat moment algemeen bekend was dat Marcus Antonius in Narbonne met Trebonius plannen had gemaakt, en dat de twee mannen, toen Caesar was gedood, samen hadden staan praten.noot Cicero, Tweede Philippica 34. De Grieks-Romeinse biograaf Ploutarchos bevestigt dit en citeert Trebonius zelf:

Toen ze Caesar bij diens terugkeer uit Spanje tegemoet reisden, had Marcus Antonius als reisgenoot Trebonius’ tent gedeeld, en die had toen voorzichtig zijn mening gepeild. Antonius had Trebonius begrepen, maar was niet op zijn woorden ingegaan. Hij had echter niets tegen Caesar gezegd en had trouw over het gesprek gezwegen.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 13.

Misschien zijn ook andere vroege samenzweerders te identificeren: Aulus Hirtius, de man die als Caesars ghostwriter optrad en het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, en Decimus Junius Brutus, die met Trebonius Marseille had belegerd. Hun betrokkenheid valt niet te bewijzen, maar beiden waren op dat moment in Gallië en in elk geval Decimus Brutus zou een cruciale rol spelen bij de moordaanslag.

Hoe dit alles ook zij, Trebonius’ plan kwam tot niets: Marcus Antonius verlinkte Trebonius weliswaar niet maar weigerde ook zijn medewerking, en veel meer kwam er niet van. We weten niet met wie Trebonius nog meer contact heeft opgenomen en welke reacties er waren. Motieven kennen we evenmin. Maar dit staat vast: de samenzwering begon in Caesars inner circle.

De beloning van Trebonius

Ik schreef al dat Trebonius niet in ongenade was gevallen. Caesar zocht nog steeds naar vormen om zijn macht constitutioneel te laten lijken. Dat hij in z’n eentje consul was, was een affront voor elke republikeins denkende senator, dus vanaf 1 oktober zorgde hij ervoor dat de situatie weer zo normaal mogelijk was: vanaf die dag bekleedden Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius het consulaat. Caesar zou in het najaar van 45 ook magistraten aanwijzen voor de komende tijd, en Trebonius kreeg Asia toegewezen. Van die provincie zou de Romeinse geschiedschrijver Tacitus later opmerken dat ze makkelijk viel uit te buiten. Anders gezegd: Caesar beloonde zijn partijganger.

Sterker nog, hij stelde vertrouwen in Trebonius. Asia zou namelijk heel belangrijk worden als Caesar eenmaal zou beginnen aan de inmiddels steeds waarschijnlijker wordende Parthische Oorlog. Kortom, Trebonius behoorde zeker nog tot Caesars vertrouwelingen toen hij een complot begon te beramen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #AulusHirtius #Cicero #DecimusJuniusBrutus #Fréjus #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Narbonne #Ploutarchos #VIFerrata #XGemina

Brand in Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek zoals die in Alexandrië (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Als ik u zeg dat het 11 november was en daaraan toevoeg dat het was toen Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dit omreken naar 28 september 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Vechten.

Scheepsbrand

Zoals we eergisteren zagen, had de Ptolemaïsche generaal Achillas de aanval gelast op het koninklijk paleis in Alexandrië, waar Caesar zich had verschanst, samen met de koninklijke familie. De bestorming had weinig opgeleverd maar in de haven, naast het paleis, lagen twee eskaders van samen tweeënzeventig schepen waarmee Caesar volledig viel af te sluiten van de buitenwereld. Een logisch gevechtsdoel.

Caesar zelf schrijft:

Er werd zo hevig gevochten als te verwachten was. De ene partij zag daarin de weg naar een snelle overwinning, de andere naar redding. Caesar kreeg de overhand. Hij stak al die schepen én de schepen op de werven in brand, omdat hij met zijn kleine troep niet zo’n uitgestrekt terrein kon beschermen. (Burgeroorlog 3.112; vert. Hetty van Rooijen)

Ook Ploutarchos beschrijft de gevechten:

In deze oorlog liep hij eerst gevaar van water te worden afgesloten, doordat zijn vijanden de waterkanalen afgedamd hadden. Vervolgens dreigde de vijand hem van zijn vloot af te snijden en werd hij gedwongen het gevaar af te wenden met vuur, dat vanuit de scheepswerven om zich heen greep en de grote bibliotheek verwoestte. (Caesar 49; vert. Hetty van Rooijen)

We zullen over drie weken zien dat de waterleidingen pas later werden afgesneden.

Bibliotheekbrand

De opmerking over de bibliotheek is aanleiding geweest voor een van de bekendste misverstanden over de oude wereld: dat de bibliotheek van Alexandrië tijdens deze oorlog zou zijn vernietigd. Cassius Dio vertelt het ook:

Veel plaatsen werden in brand gestoken, met als gevolg dat onder andere de dokken en de graanopslagplaatsen in vlammen opgingen, alsmede de bibliotheek, waarvan men zegt dat de boeken in aantal enorm en van de beste kwaliteit waren. (42.38.2)

Behalve dat het verhaal niet waar is. In Boek 112 van zijn grote geschiedwerk beschreef Titus Livius de gebeurtenissen in meer detail. Veertigduizend boekrollen brandden in dit verheven monument van goede koninklijke smaak en visie. We zouden meer willen weten, maar Boek 112 is verloren gegaan, op een uittreksel én dit door Seneca overgeleverde citaat na. Het genoemde aantal is voldoende om te weten dat dit een bijgebouw moet zijn geweest van de bibliotheek, die ergens anders in de stad stond. Over de feitelijke verdwijning schreef ik hier.

Stadsbrand

De dichter Lucanus weet meer: de Romeinse soldaten schoten ook fakkels af naar de huizen van de burgers. De noordenwind wakkerden de vlammen aan en het vuur verspreidde zich, schrijft Lucanus, over de daken zoals wanneer een meteoor langs de hemel scheert. De ramp die zich zo voltrok, dwong de menigte om de stad te redden vóór ze de aanval op het gebarricadeerde paleis voortzette. Zo was Caesar, althans volgens Lucanus, belegerde en belegeraar tegelijk.

In de daarop volgende dagen versterkten Caesars manschappen het paleis. Op nog wat slotopmerkingen na vormt dit het einde van Caesars Commentaar op de Burgeroorlog. Het vervolg staat bekend als De Alexandrijnse Oorlog. De auteur is onbekend. Men heeft wel gedacht aan Aulus Hirtius, die ook het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, maar dit recente artikel suggereert anders. In elk geval constateert de anonieme auteur dat er weinig hout zat in de huizen van Alexandrië, waardoor ze niet lekker branden wilden. De tegenspraak met de andere bronnen is evident.

Het laatste woord is vandaag aan onze anonymus, die vertelt dat Caesar, nu hij de toegang tot de zee had behouden,

alle vlooteskaders opriep uit Rhodos, Syrië en Cilicië. Hij liet boogschutters komen uit Kreta en ruiters van Malchus, de koning van de Nabateeërs. Hij gaf orders om van alle kanten geschut te verzamelen, graan te laten sturen en hulptroepen te laten komen.

De admiraal die van Rhodos kwam, heette Eufranor. We zullen hem in november nog tegenkomen bij een zeeslag in de Alexandrijnse haven en in december tijdens een gevecht bij Kanopos. De man die Caesars versterkingen uit Syrië en Cilicië haalde, heette Mithridates van Pergamon, en ook over hem zullen we in januari te spreken komen. Voor het moment constateren we dat Caesar zich voorbereidde op wat een lange belegering dreigde te gaan worden.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Achillas #Alexandrië #AlexandrijnseOorlog #AulusHirtius #bibliotheekVanAlexandrië #CassiusDio #Egypte #EufranorVanRhodos #JuliusCaesar #LuciusAnnaeusSeneca #MarcusAnnaeusLucanus #MithridatesVanPergamon #Ploutarchos #PtolemaïscheRijk #TitusLivius