Het scheiden der wegen

Allegorie van de Wet en Genade (Schnütgenmuseum, Keulen)

Waarom zijn joden en christenen gescheiden wegen gegaan? Het bovenstaande glas-in-lood-raam, daterend uit de zestiende eeuw en te zien in het Schnütgen-museum in Keulen, helpt het doorgronden. Het documenteert het oude antwoord, dat ik zal proberen af te zetten tegen het nieuwe. Links ziet u hoe Adam en Eva eten van de verboden vrucht, vooraan ziet u hoe Adam, als symbool voor de gehele mensheid, de keuze krijgt tussen twee wegen: links de weg van de joodse hogepriester, die wordt gesymboliseerd door de Wet van Mozes (helemaal achteraan), en rechts de weg die wordt aangegeven door Johannes de Doper, wijzend naar het Lam (Christus). Een lijk links en de wederopstanding rechts maken duidelijk welke weg de betere is. Volgens de glazenier natuurlijk.

In zijn visie sloot God tweemaal een verbond met de mensheid. Eerst deed Hij dat door de mensen via Mozes de Wet te geven. Als de Joden zich daar maar aan hielden, lag de wereld die zou komen binnen hun bereik. Het leidde – nogmaals: ik geef een zestiende-eeuwse mening weer – tot een godsdienst waarin mensen zich onzeker voelden van hun redding, nerveus probeerden zich zo nauwgezet mogelijk aan de regels te houden en uiteindelijk allemaal nieuwe regels erbij verzonnen, die zijn vastgelegd in de Mishna en de Talmoed.

Gods tweede poging, het Nieuwe Verbond, bestond uit het zenden van zijn Zoon, die met zijn kruisdood de vloek van Adam had weggenomen. Mensen hoefden zich niet neurotisch te houden aan een onderdrukkende Wet, maar waren vrij. Christus had de mensheid getoond dat God genadig was. De mensheid was “gerechtvaardigd”: het wonderlijke woord wil zeggen dat christenen, als ze op het Laatste Oordeel zouden worden beoordeeld, in principe werden gerekend tot de rechtvaardigen.

Goede werken

De middeleeuwse christenen wisten heel goed dat ze het desondanks konden verprutsen en net als de joden hadden ze daarom een leerstuk van de goede werken. “Zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood,” staat in de Brief van Jakobus 2.26. U kent de voorbeelden, zoals het Hôtel Dieu dat de Bourgondische kanselier Nicolas Rolin aan de stad Beaune schonk. Door zo’n goed werk te doen, wiste een schuldige christen als het ware zijn zonden uit. Anderen deden, zoals wij het zouden noemen, vrijwilligerswerk, en omdat niet iedereen een geboren ziekenverzorger is is, accepteerde de kerk dat mensen via een betaling een echte verpleegkundige aan het werk zetten. De gelovige werd naar betaalkracht aangeslagen en verrichtte een goed werk, maar de kerk zorgde wel voor professionele handen aan het ziekbed.

Zulke betalingen heetten “aflaat” en waren menigeen een doorn in het oog, want het had er minimaal de schijn van dat de rijken zich een plaats in het Koninkrijk konden kopen. Dat de opbrengst ging naar een prestigeproject als de bouw van de Sint-Pieter of naar de oorlog tegen de Grote Turk, vormde ook al geen aanbeveling.

Luther

Het is tegen deze achtergrond dat Luther Paulus’ Brief aan de Galaten las. Daarin zit de cruciale passage:

Omdat we weten dat de mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken der Wet maar door het geloof in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der Wet. Door de werken der Wet zal immers geen mens worden gerechtvaardigd. (Galaten 2.16)

Luther stelde de “werken der Wet” gelijk aan de “goede werken”. De mensen konden door goede werken geen plaats in het Koninkrijk verwerven. Alleen het geloof in Christus bood redding. Christus was immers God, God was almachtig, en als mensen zelf invloed kregen op hun redding, was God niet almachtig. En trouwens, wie goede werken deed, belandde vroeg of laat bij aflatenhandel. Niet doen dus.

4QMMT

Luthers misvatting was dat de “werken der Wet” hetzelfde zouden zijn als “goede werken”. Dat zijn ze niet. Ik heb al vaker geblogd over de Dode Zee-rol 4QMMT, die dit heel duidelijk maakt. Wie de “werken der Wet” uitvoert, is niets anders dan iemand die valt onder de Wet van Mozes. Een Jood dus. Wat Paulus feitelijk bedoelt is dat men door een Joodse afstamming niet wordt gered, maar door geloof in Christus. Over de wenselijkheid van goede werken heeft hij zich niet uitgelaten, maar gegeven het feit dat hij in de Diaspora een collecte hield voor de gelovigen in Jeruzalem, neem ik aan dat Paulus geen bezwaar had tegen de formulering van Jakobus dat geloof zonder goede werken betekenisloos was.

Het is maar weinig overdreven om te zeggen dat de ontdekking van de Dode Zee-rollen het tapijt onder de Reformatie heeft weggetrokken. De Rooms-katholieke en de Lutherse kerk hebben de strijdbijl alweer een tijdje geleden begraven en bij de herdenking van vijf eeuwen Reformatie was de paus uitgenodigd. Hij beantwoordde de geste door in Rome een Piazza Martin Lutero in te richten. (Een reactionaire ambtenaar in het Romeinse stadhuis vond een humoristische manier om het initiatief belachelijk te maken.)

Wat doet het ertoe?

De inzet van dit alles is niet de interpretatie van een zinnetje uit de Brief aan de Galaten, het (on)gelijk van Luther of de verdienste van goede werken. Het gaat om een godsbeeld en dus om een mensbeeld. In de traditionele christelijke visie, zo mooi afgebeeld op het gebrandschilderde raam hierboven, is de God van het Oude Verbond een bonenteller en moeten de mensen punten scoren voor het hiernamaals, en is de God die zich via Christus openbaarde een God van genade.

Dit is een karikatuur van het jodendom. Een jood houdt zich immers niet aan de Wet omdat hij nog gered moet worden, maar houdt zich aan de Wet omdat hij al gered is. De oude weergave van het jodendom is misschien geen antisemitisme in de zin dat een volk als inferieur ras wordt weggezet, maar het schurkt er tegenaan. Wie Luthers anti-joodse polemieken afdoet als bijzaak, heeft domweg niet begrepen dat het de kern vormt van zijn denken.

Laatste punt: ik zal niet snel schrijven dat de oude wereld nog relevant is. Dat we ons er eindeloos mee bezig houden, is een artistieke keuze om er inspiratie aan te ontlenen, maar duidt niet op feitelijke invloed. De klassieke traditie – nooit gedemonstreerd, altijd aangenomen – is slechts de façade van een huis dat sindsdien grondig is verbouwd. Maar hier hebben we een punt waar de bestudering van een antieke tekst werkelijk betekenis heeft. De discussie die ik hier samenvat, is die over het zogenaamde Nieuwe Perspectief op Paulus en gaat dus echt ergens over.

#4QMMT #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #genade #goedeWerken #NieuwePerspectiefOpPaulus #Paulus #Schnütgenmuseum #theologie #WerkenDerWet #WetVanMozes

Wie schreef de Brief van Jakobus?

Jakobus (met brief)

Ik ben in zoverre een gezegend mens dat ik, als ik voor deze dagelijkse blogjes advies nodig heb, kan terugvallen op een stuk of wat mensen. Er is een speciale dank-je-wel-pagina, die ik bij dezen eens onder uw aandacht breng. Ik vraag de daar genoemde mensen regelmatig advies. Vorige week blogde ik bijvoorbeeld over Jakobus de Rechtvaardige, de broer van Jezus, en dus was het onvermijdelijk dat ik moest ingaan op de vraag of Jakobus ook de auteur was van de aan hem toegeschreven Brief van Jakobus. Dat is een onderwerp waarover ik goede raad wil hebben.

Het onderwerp op zich is typisch zo’n kwestie die wetenschappers meer bezighoudt dan gelovigen. Als God de Bijbel senkrecht von oben heeft afgegeven, is het eigenlijk niet zo belangrijk of dat via de broer van Jezus, een naamgenoot of iemand anders is gegaan. Voor de gelovige zijn andere zaken belangrijker.

Aannames, aannames

Het is ook zo’n onderwerp waarbij de discussie is gebaseerd op moeilijk bewijsbare aannames. Zo is er de aanname dat een timmermanszoon uit Galilea nooit zo goed Grieks zou kunnen als de auteur van de Jakobusbrief. Ik zou echter niet weten waarom mensen op het platteland, antiek of modern, minder taalvaardig zouden zijn dan anderen. (En trouwens, Jakobus woonde een groot deel van zijn leven in Jeruzalem.) Bedenk bovendien dat op een timmermanswerkplaats behoorlijk wat geld rondging, zodat het prima denkbaar is dat een Jakobus een behoorlijke scholing kreeg. Begrijp me niet verkeerd: dat ik niet overtuigd ben van de geldigheid van het taal-argument, wil niet zeggen dat ik denk dat de Brief van Jakobus wél door de broer van Jezus is geschreven. Ik weet het gewoon niet.

Maar goed. Ik kan dan wel benadrukken dat het slechts een aanname is dat men op het platteland slecht Grieks beheerste, maar dat is net zo goed een aanname. En ik ben geen taalkundige. Tijd om een van de zojuist aangekondigde kenners te vragen: de Gert Knepper die ook wel eens op deze blog schrijft. Hij noemde een reeks argumenten voor een andere auteur dan Jakobus de Rechtvaardige.

Auteurschap

Om te beginnen veronderstelt de brief een soort christendom dat pas na de dood van Jakobus (zoals gezegd: in 62 na Chr.) is ontstaan. Zo is er sprake van “oudsten” en “leraren”, en zij gaan pas later een rol spelen in de nog jonge kerk. Een ander argument is dat je van een Jakobus, van wie we meestal aannemen (!) dat hij zijn broer bleef zien als grondlegger van een eigen stroming bij de uitleg van de Wet van Mozes, andere thema’s zouden hebben verwacht: denk aan de sabbat, de reinheidswetten, de besnijdenis, het belang van de Tempel.

Je zou ook verwachten dat een Jakobus zich zou laten voorstaan op het feit dat hij een broer van Jezus was, maar daar blijkt niet zo veel van. Terwijl dat voor Jakobus de Rechtvaardige toch zijn bron van autoriteit was. Nog zoiets: de auteur benadrukt dat niet het geloof alléén mensen redt, maar dat het geloof moet blijken uit goede daden. Dat is een reactie op Paulus, wat opnieuw een wat latere datering suggereert. De auteur van de Brief van Jakobus lijkt ook de Eerste Brief van Petrus te kennen – opnieuw een aanwijzing dat de tekst wat jonger is.

En dan is er nog het simpele gegeven dat men de vraag wie de Brief van Jakobus heeft geschreven, al in de Oudheid stelde. Het stond dus ook destijds niet in steen gehouwen welke Jakobus de auteur was van deze brief. Kortom: hoewel menig argument is gebaseerd op moeilijk bewijsbare aannames, pleit er nogal wat tegen Jakobus de Rechtvaardige als de schrijver van deze brief. Het was een naamgenoot.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#BriefVanJakobus #GertKnepper #JakobusDeRechtvaardige #NieuweTestament

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Deze Jakobus zou dus een leider zijn geweest van de vroege kerk, en meer in het bijzonder: in Jeruzalem. Dat is opmerkelijk, want de familie kwam uit Galilea. De verklaring zou kunnen zijn dat men op de naderende Jongste Dag in de heilige stad wilde zijn, maar dat is hypothetiscj. De apostel Paulus ontmoette Jakobus daar enkele keren. In de Brief aan de Galaten vertelt Paulus dat hij drie jaar na zijn bekering Petrus ging opzoeken en toen ook de apostel Jakobus, de broer van de Heer, ontmoette.noot Galaten 1.17. “Apostel” betekent hier niet “een van de Twaalf”, maar verwijst naar één van de velen die door Jezus waren uitgezonden om zijn leer ook elders te verkondigen. Logisch dus dat Paulus toevoegt dat hij geen van hen was tegengekomen in Jeruzalem.

Paulus noemt in dezelfde Galatenbrief Jakobus met Petrus en Johannes “de drie zuilen van de kerk”.noot Galaten 2.9. Met hen zou hij later zijn overeengekomen dat zij de leer van Jezus zouden verkondigen aan de Joden en dat Paulus en Barnabas het zouden doen bij andere volken. Dit wordt in iets andere termen bevestigd door de Handelingen van de Apostelen, waar we lezen over een vergadering van de vroege christenen, die tot dezelfde beslissing komt.noot Handelingen 15.

Dat Jakobus zeer hoog in aanzien stond bij de eerste gelovigen, blijkt ook uit het zogeheten Evangelie van de Hebreeën, waarin de opgestane Christus als eerste verschijnt aan zijn broer. Deze tekst is weliswaar vrij jong, maar documenteert de blijvende herinnering aan het leiderschap van Jakobus.

Rechtvaardiging

De Handelingen en de brieven van Paulus hebben vooral betrekking op de prediking onder de andere volken, maar we beschikken over een Brief van Jakobus die lijkt weer te geven wat Jezus’ broer dacht over precies datgene waar Paulus iets nieuws introduceerde, namelijk de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Volgens de auteur is dat onvoldoende – echt geloof blijkt uit goede werken. Daar laat ik het verder even bij, want ik heb het er al eens over gehad.

Ik leg in dat eerdere blogje trouwens ook uit dat een van de argumenten tegen authenticiteit veronderstelt dat iemand uit Galilea niet zulk goed Grieks zou kennen. Wat een onbewezen aanname is en bovendien een tikkeltje hovaardig – alsof wij de oude taal beter zouden kennen dan de mensen uit de Oudheid. Taalkundigen kunnen héél veel, en dat schrijf ik zonder ironie, maar ik zou zelf toch niet zo stellig zijn. In elk geval: er is dus discussie over de authenticiteit van de Brief van Jakobus, en volgende week kom ik daar nog eens op terug.

Dood

De Joodse geschiedschrijvers Flavius Josephus vertelt over de dood van Jakobus in het jaar 62. Josephus zijnde Josephus gaat het verhaal natuurlijk vooral over de officiële leiders van de Joodse gemeenschap, en dus over de relatie tussen gouverneur en hogepriester. De gouverneur, Lucceius Albinus, kreeg een conflict met  hogepriester Ananos II.

Deze Ananos meende handig te kunnen profiteren van de situatie dat [de oude gouverneur Porcius] Festus dood was en [de nieuwe gouverneur] Albinus nog onderweg was. Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt — de man heette Jakobus — alsmede enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de Wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden. De groepering echter van degenen van wie iedereen in de stad vond dat ze zich precies aan de Wet hielden en die op grond daarvan zeer goed aangeschreven stonden [de farizeeën], nam de zaak hoog op. Ze stuurden in het geheim een vertegenwoordiging naar de koning [Herodes Agrippa II] om er bij hem op aan te dringen Ananos te gelasten zich voortaan van dergelijke acties te onthouden. Het was namelijk niet de eerste keer dat hij over de schreef was gegaan. … Voor koning Agrippa vormde de zaak aanleiding Ananos als hogepriester te ontslaan – hij is drie maanden in functie geweest.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.200-203; vert. Wes/Meijer.

Een latere auteur, Clemens van Alexandrië, meende dat Jakobus van de tempelmuur af was gegooid, en daarna was gedood. Dit hoeft niet per se in strijd te zijn met wat Josephus schrijft, omdat de beulen bij een steniging willen dat het slachtoffer stil blijft liggen: de ongelukkige wordt dus ingegraven of men breekt hem de benen – door hem van een tempelmuur te werpen. Ik denk overigens dat we de latere bronnen beter allemaal kunnen negeren, al heb ik, zoals u al merkte, een zwak voor Hegesippos.

Terug naar de anekdote van Josephus. Die is waanzinnig interessant. Om te beginnen vertelt ze iets over de problemen in het dagelijks bestuur van een provincie, waarin lokale gezagdragers niet altijd deden wat Rome wou. De anekdote identificeert verder de enige sadducee die we kennen, namelijk Ananos, die tijdens de Joodse Opstand leiding zou geven aan de provisorische regering in Jeruzalem. Het is verder opvallend dat Josephus, die een hekel had aan de farizeeën, weigert hen te noemen. En tot slot: de passage bewijst dat Jakobus gold als jood en dat andere joden verontwaardigd waren over de wijze waarop hij was aangepakt. In het jaar 62 was er nog geen sprake van dat de wegen van joden en christenen uiteen zouden gaan.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #Barnabas #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #ClemensVanAlexandrië #EvangelieVanDeHebreeën #farizeeën #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Hegesippos #HerodesAgrippaII #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #LucceiusAlbinus #NieuweTestament #Paulus #Petrus #PorciusFestus #steniging

Bijbelse zoetigheden

Dadelpalmen in Khuzestan

Suiker wordt doorgaans gemaakt van suikerbieten, van suikerriet of van het sap van de dadelpalm. De suikerbiet kenden ze in de Oudheid niet, maar de Perzen brachten het suikerriet van India naar de Mediterrane kusten, terwijl palmsuiker viel te produceren waar dadelpalmen groeiden – zoals in Palmyra en eigenlijk overal rond de Middellandse Zee. De Romeinse auteur Plinius de Oudere was ermee vertrouwd.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 12.17.

Je zou dus zeker niet hebben opgekeken als de Bijbel, die redelijk wat botanische vermeldingen bevat, ook een verwijzing had bevat naar suiker. Maar die is er niet. Geen joods Suikerfeest dus.

De Bijbel weet echter wel degelijk wat zoet is. Er zijn tientallen vermeldingen van honing (zoals verondersteld in het raadsel van Samson), van vijgen, van kaneel en van andere specerijen. Het land van Israël is zelfs een land waar het wemelt van de zoetigheden: “een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing”.noot Deuteronomium 8.8. Het laatste product is niet per se bijenhoning, overigens; het kan ook dadelhoning zijn.

In de Handelingen van de apostelen staat dat de mensen die, vervuld door de Heilige Geest, met Pinksteren in alle talen begonnen te spreken, werden bespot met de beschuldiging dat ze vast zoete wijn hadden gedronken.noot Handelingen 2.13. De auteur van de Brief van Jakobus spreekt zijn verbazing uit dat mensen met een en dezelfde mond zowel lelijke als mooie dingen kunnen zeggen – alsof uit een bron zowel bitter als zoet water zou opwellen.noot Jakobus 3.11.

Het zijn geen spectaculaire beelden en ze zijn niet wezenlijk anders dan de manier waarop in de klassieke literatuur over zoetigheid wordt gesproken. Meteen aan het begin van de Ilias spreekt de Griekse held Nestor honingzoete woorden.noot Ilias 1.247-253. Voor zover er, qua zoetigheid, iets unieks is te ontdekken aan de joodse literatuur, zijn het passages waarin de Wet van Mozes zoet wordt genoemd.noot Bijv. Psalm 119.103.

Speciaal voor minister Eppo Bruins, die evangelisch christelijk is en momenteel de Nederlandse kennisinfrastructuur kapot aan het maken is, wijs ik erop dat wijsheid de honing is van het leven.noot Spreuken 24.13. En als hij zo doorgaat zal er, om een andere christendemocraat te parafraseren, na dit zuur denkelijk geen zoets meer komen.

#botanie #BriefVanJakobus #dadel #EppoBruins #HandelingenVanDeApostelen #Ilias #kaneel #Nestor #Pinksteren #PliniusDeOudere #suiker #Suikerfeest #suikerriet #vijgen #WetVanMozes

De Brief van Jakobus

Jakobus de Rechtvaardige (fresco uit de Mar Saba-kerk in Eddé)

Het christendom, zo beweerde men tot in de jaren tachtig, is ontstaan doordat Paulus het joodse geloof van Jezus verving door een geloof in Jezus, waardoor ook niet-joden op de naderende dag des oordeels konden worden gered. De publicatie van de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT en het Nieuwe Perspectief op Paulus weerlegden deze visie. We zoeken de oorzaak van het scheiden der wegen nu eerder bij Domitianus’ harde toepassing van de Fiscus Judaicus.

Feit blijft dat Paulus niet-joden uitnodigde bij het Verbondsvolk. Niet iedereen dacht daar zo over en ook hun stemmen klinken in het Nieuwe Testament, zoals in de Brief van Jakobus. Er is wel geopperd dat de auteur de broer van Jezus is geweest, de Jakobus de Rechtvaardige die in 62 in opdracht van hogepriester Ananos II is gestenigd. Als het waar is, hebben we meteen terminus ante quem voor de brief.

Allerlei bijbelwetenschappers denken echter dat het Grieks van de schrijver te goed is voor een timmermanskind uit Galilea. Het is uiteraard slechts een hypothese dat mensen op het platteland geen talen zouden kunnen leren, zoals het ook een hypothese is dat een Arameessprekende Jakobus zijn brief kan hebben laten redigeren door iemand die de Griekse taal op dit niveau beheerste. Ik zal u de discussie besparen en meteen verklappen wat de conclusie is: we weten niet zeker wie de Brief van Jakobus heeft geschreven.

De Wet

Wat we wel weten is dat de auteur een andere selectie uit de joodse geloofspraktijken maakte dan Paulus. Terwijl die het geloof in de messias belangrijker vond dan het offer in de tempel of de Wet van Mozes, benadrukt Jakobus de Wet juist wel.

Wie zich spiegelt in de volmaakte Wet, die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist in wat hij doet. (1.25; NBV21)

Even verderop:

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de Wet en veroordeelt de Wet. En als u de Wet veroordeelt, handelt u niet naar de Wet, maar treedt u op als rechter. (4.11)

Universaliteit

Als het gaat om het leven naar de Wet, gaat het Jakobus niet om specifieke halachische details, maar om de Wet als algemene basis voor moreel leven.

Wanneer u het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: “Heb uw naaste lief als uzelf”, dan handelt u juist. (2.8)

Het gaat erom dat je niet hebzuchtig bent, dat je gedisciplineerd leeft, dat je geen eden aflegt en dat je zo leeft dat je het Laatste Oordeel niet hoeft te vrezen.

Zorg ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet, die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel. (2.12-13)

Jakobus biedt ook algemene adviezen:

Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. (1.19)

Dit is het soort wijsheid dat we ook aantreffen in het Mishna-traktaat Abot (1.15, 5.11). Dat zal geen toeval zijn. Het gaat immers om een universele waarheid, die je ook bij de Griekse en Romeinse filosofen of in een Perzische koningsinscriptie kunt aantreffen.

Jakobus versus Paulus?

Waar Jezus zich nog verdiepte in allerlei halachische kwesties, zoals de vraag of je tienden moest afdragen over munt, dille en komijn (Matteüs 23.23), zien we dus dat de Wet voor Jakobus een meer algemene strekking heeft gekregen. Hij deelt met Paulus een gevoel van onbehagen over de halachische discussies van hun tijd.

Paulus lost dit dilemma op door niet de Wet maar de messias centraal te stellen; Jakobus koos ervoor de Wet algemener te lezen. Over het offer, dat voor de tempelautoriteiten de kern van het geloof vormde, spreken ze allebei niet veel.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #BriefVanJakobus #hogepriesterschap #JakobusDeRechtvaardige #NieuweTestament #Paulus #scheidenDerWegen #steniging #tienden #WetVanMozes