Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Al in de negentiende eeuw stond vast dat het complexer was. De Dode Zee-rollen en de publicatie van vroegchristelijke bronnen hebben dat bevestigd. Ik verzorg over deze materie weleens een cursus, en onlangs maakte ik daarbij het schema dat u hierboven ziet. Het is in deze vorm gemaakt door Kees Huijser, die wel vaker het grafische werk voor deze blog verzorgt. Ik beweer niet dat dit overzicht correct is; er is geen verband of lijn die niet ook anders kan zijn; maar het schema helpt om de stof te ordenen.

Pluriform jodendom

Helemaal links ziet u de situatie rond het jaar 150 v.Chr. In zijn Joodse Oorlog en Joodse Oudheden gebruikt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ongeveer dit moment om de stromingen te introduceren die volgens hem het normale jodendom vertegenwoordigen: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen.

Het is plausibel dat deze drie stromingen ontstonden door het conflict dat ligt besloten in de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT, “Enige werken der Wet”. Volgens een mogelijke interpretatie richtte de auteur zich tot hogepriester Jonathan, om hem te waarschuwen voor de eerste farizeeën (“Belialsoverleg”) en te brengen tot de juiste, vroeg-sadducese opvattingen. Toen de hogepriester niet akkoord ging, splitste de groep rond de auteur van deze brief zich van de sadduceeën af en vormde de groep van de essenen. Althans, dat is een mogelijk scenario, dat is gebaseerd op de aanname dat de Dode Zee-rollen door de essenen zijn geschreven. Dat is maar de vraag.

Als deze aanname correct is, zijn er ook meerdere esseense groepen geweest; de Dode Zee-rollen documenteren verschillen in opvatting en verschillende woonplaatsen. Ook de farizeeën waren verdeeld; vanaf het begin van de jaartelling waren er twee hoofdstromingen. De sicariërs, waarvan nogal eens wordt genegeerd dat ze ook niet-joodse leden hadden, waren overigens een farizese afsplitsing. De meeste joodse stromingen overleefde de ondergang van Jeruzalem in 70 niet.

Het scheiden der wegen

De Jezusbeweging kende ook twee takken, waarvan de joodse tak is vertegenwoordigd in de Didache (al zijn er andere interpretaties) en de niet-joodse in de brieven van Paulus en de evangeliën. Die zijn geschreven rond 70 (Marcus) en in de generatie er na. Er zijn geleerden die het evangelie van Johannes dan weer heel vroeg plaatsen en beweren dat dat “een game-changer” is, maar ik geloof er helemaal niks van. Ik noem het echter om nog eens te benadrukken dat het schema ook maar een vereenvoudiging is, ja een oververeenvoudiging.

Meer oververeenvoudiging: Jochanan ben Zakkai organiseerde het rabbinaat en baseerde zich daarbij op een van de twee farizese stromingen. Helemaal onwaar is het niet, maar het rabbijnse jodendom dat zo kwam te ontstaan, heeft bredere wortels dan alleen het farizeïsme. De optekening van de Mishna, een verzameling rabbijnse wijsheid, toont dat joods leven mogelijk is in een samenleving die niet joods is. Er zijn geen Joodse machthebbers, met andere woorden – een gevolg van de opstand van Bar Kochba. Na 136 na Chr. moest men achttien eeuwen wachten voor een nieuwe Joodse staat in het land van Israël.

Die Bar Kochba-opstand had een einde gemaakt aan de joodse christenen. Althans, daarvoor zijn aanwijzingen. Het is weer niet zo zeker allemaal. Wat wél zeker is, is dat op dat moment de rabbijnse joden en de christenen al uit elkaar aan het gaan waren. De door de Romeinse keizer Domitianus met ongebruikelijke hardheid geïnde belasting die bekendstaat als Fiscus Judaicus speelde daarbij een belangrijke rol, maar er waren meer factoren, waarover discussie bestaat.

Pluriform christendom

De andere, niet-joodse christenen waren verdeeld over allerlei oriëntaties en ideeën, die ik in dit schema achterwege heb gelaten. Egypte was een fabriek aan nieuwe opvattingen. In de tweede helft van de tweede eeuw organiseerde Eirenaios van Lyon het nieuwe geloof, en zijn opvattingen staan aan het begin van de proto-orthodoxie.

Er zijn op dat moment andere opvattingen. Montanisme, die het martelaarschap verheerlijken; gnostici, met een complexe mythe en eigen teksten, bekend uit Nag Hammadi. En er zijn nog meer opvattingen, die we niet altijd even goed kennen. De meeste mensen die Christus vereerden, deden dat in combinatie met de oude goden, en de scheiding van het langzaam groeiende rabbijnse jodendom was ook niet scherp. Over deze ideeën zijn we slecht geïnformeerd omdat latere, orthodoxe kopiisten dit materiaal zelden kopieerden. Soms, zoals in een hymne waarin Christus aan Apollo wordt gelijkgesteld, schemert er iets door.

De keuze van Constantijn

De bekering van Constantijn betekende dat het exclusivistische christendom (dat stelde dat als je Jezus vereerde, je hem als enige godheid aanvaardde en dus niet, zoals in de Oudheid gewoon was, de nieuwe god combineerde met de verering van de andere goden) de wind in de zeilen kreeg. Iets preciezer: binnen dit exclusivistische christendom steunde hij de proto-orthodoxe groep. Met het Concilie van Nikaia, dit jaar zeventien eeuwen geleden, werd dit de staatskerk van het Romeinse Rijk.

Was de proto-orthodoxie de belangrijkste groep binnen het derde-eeuwse christendom, en was Constantijns specifieke keuze daarom voorspelbaar? Of was de proto-orthodoxie een van de vele christelijke oriëntaties, en was zijn keuze persoonlijk? Ik voor mij denk het laatste, maar er zijn geleerdere mensen die denken dat het proto-orthodoxe christendom dominant was, en sommigen denken dat die dominantie begon met Eirenaios, anderen denken dat het al eerder het geval was.

Wat ik maar zeggen wil: dit schema is handig voor onderwijsdoelen, en wat mij betreft mag iedereen het gebruiken. Als je er maar bij zegt dat elk aspect discutabel is.

#4qmmt #constantijnDeGrote #didache #dodeZeeRollen #domitianus #eersteConcilieVanNikaia #eirenaiosVanLyon #essenen #exclusivistischeChristenen #farizeeen #fiscusJudaicus #flaviusJosephus #gnosis #jezusVanNazaret #jochananBenZakkai #jonathanDeMakkabeeer #messias #mishna #montanisme #nagHammadi #nietExclusivistischeChristenen #sadduceeen #scheidenDerWegen #sicariers

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Deze Jakobus zou dus een leider zijn geweest van de vroege kerk, en meer in het bijzonder: in Jeruzalem. Dat is opmerkelijk, want de familie kwam uit Galilea. De verklaring zou kunnen zijn dat men op de naderende Jongste Dag in de heilige stad wilde zijn, maar dat is hypothetiscj. De apostel Paulus ontmoette Jakobus daar enkele keren. In de Brief aan de Galaten vertelt Paulus dat hij drie jaar na zijn bekering Petrus ging opzoeken en toen ook de apostel Jakobus, de broer van de Heer, ontmoette.noot Galaten 1.17. “Apostel” betekent hier niet “een van de Twaalf”, maar verwijst naar één van de velen die door Jezus waren uitgezonden om zijn leer ook elders te verkondigen. Logisch dus dat Paulus toevoegt dat hij geen van hen was tegengekomen in Jeruzalem.

Paulus noemt in dezelfde Galatenbrief Jakobus met Petrus en Johannes “de drie zuilen van de kerk”.noot Galaten 2.9. Met hen zou hij later zijn overeengekomen dat zij de leer van Jezus zouden verkondigen aan de Joden en dat Paulus en Barnabas het zouden doen bij andere volken. Dit wordt in iets andere termen bevestigd door de Handelingen van de Apostelen, waar we lezen over een vergadering van de vroege christenen, die tot dezelfde beslissing komt.noot Handelingen 15.

Dat Jakobus zeer hoog in aanzien stond bij de eerste gelovigen, blijkt ook uit het zogeheten Evangelie van de Hebreeën, waarin de opgestane Christus als eerste verschijnt aan zijn broer. Deze tekst is weliswaar vrij jong, maar documenteert de blijvende herinnering aan het leiderschap van Jakobus.

Rechtvaardiging

De Handelingen en de brieven van Paulus hebben vooral betrekking op de prediking onder de andere volken, maar we beschikken over een Brief van Jakobus die lijkt weer te geven wat Jezus’ broer dacht over precies datgene waar Paulus iets nieuws introduceerde, namelijk de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Volgens de auteur is dat onvoldoende – echt geloof blijkt uit goede werken. Daar laat ik het verder even bij, want ik heb het er al eens over gehad.

Ik leg in dat eerdere blogje trouwens ook uit dat een van de argumenten tegen authenticiteit veronderstelt dat iemand uit Galilea niet zulk goed Grieks zou kennen. Wat een onbewezen aanname is en bovendien een tikkeltje hovaardig – alsof wij de oude taal beter zouden kennen dan de mensen uit de Oudheid. Taalkundigen kunnen héél veel, en dat schrijf ik zonder ironie, maar ik zou zelf toch niet zo stellig zijn. In elk geval: er is dus discussie over de authenticiteit van de Brief van Jakobus, en volgende week kom ik daar nog eens op terug.

Dood

De Joodse geschiedschrijvers Flavius Josephus vertelt over de dood van Jakobus in het jaar 62. Josephus zijnde Josephus gaat het verhaal natuurlijk vooral over de officiële leiders van de Joodse gemeenschap, en dus over de relatie tussen gouverneur en hogepriester. De gouverneur, Lucceius Albinus, kreeg een conflict met  hogepriester Ananos II.

Deze Ananos meende handig te kunnen profiteren van de situatie dat [de oude gouverneur Porcius] Festus dood was en [de nieuwe gouverneur] Albinus nog onderweg was. Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt — de man heette Jakobus — alsmede enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de Wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden. De groepering echter van degenen van wie iedereen in de stad vond dat ze zich precies aan de Wet hielden en die op grond daarvan zeer goed aangeschreven stonden [de farizeeën], nam de zaak hoog op. Ze stuurden in het geheim een vertegenwoordiging naar de koning [Herodes Agrippa II] om er bij hem op aan te dringen Ananos te gelasten zich voortaan van dergelijke acties te onthouden. Het was namelijk niet de eerste keer dat hij over de schreef was gegaan. … Voor koning Agrippa vormde de zaak aanleiding Ananos als hogepriester te ontslaan – hij is drie maanden in functie geweest.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.200-203; vert. Wes/Meijer.

Een latere auteur, Clemens van Alexandrië, meende dat Jakobus van de tempelmuur af was gegooid, en daarna was gedood. Dit hoeft niet per se in strijd te zijn met wat Josephus schrijft, omdat de beulen bij een steniging willen dat het slachtoffer stil blijft liggen: de ongelukkige wordt dus ingegraven of men breekt hem de benen – door hem van een tempelmuur te werpen. Ik denk overigens dat we de latere bronnen beter allemaal kunnen negeren, al heb ik, zoals u al merkte, een zwak voor Hegesippos.

Terug naar de anekdote van Josephus. Die is waanzinnig interessant. Om te beginnen vertelt ze iets over de problemen in het dagelijks bestuur van een provincie, waarin lokale gezagdragers niet altijd deden wat Rome wou. De anekdote identificeert verder de enige sadducee die we kennen, namelijk Ananos, die tijdens de Joodse Opstand leiding zou geven aan de provisorische regering in Jeruzalem. Het is verder opvallend dat Josephus, die een hekel had aan de farizeeën, weigert hen te noemen. En tot slot: de passage bewijst dat Jakobus gold als jood en dat andere joden verontwaardigd waren over de wijze waarop hij was aangepakt. In het jaar 62 was er nog geen sprake van dat de wegen van joden en christenen uiteen zouden gaan.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #Barnabas #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #ClemensVanAlexandrië #EvangelieVanDeHebreeën #farizeeën #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Hegesippos #HerodesAgrippaII #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #LucceiusAlbinus #NieuweTestament #Paulus #Petrus #PorciusFestus #steniging

De sekte van de Dode-Zee-rollen

Een van de Dode-Zee-rollen: 4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

In eerdere stukjes heb ik aangegeven dat er een joodse groep is geweest die we de essenen noemen en dat deze groep misschien wel en misschien niet iets te maken heeft met de Dode-Zee-rollen. Ook heb ik een overzicht van enkele rollen gegeven.

Aan de hand van die teksten kunnen we wél een geschiedenis van de sekte schetsen, al zijn er nog veel onduidelijkheden. We weten echter zeker dat ze is ontstaan door het optreden van een geleerde die wordt aangeduid als de Leraar der Gerechtigheid. We hebben diverse teksten over deze beginfase, maar helaas niet over de verdere ontwikkeling. Om het complex te maken, zijn de teksten vaak cryptisch geformuleerd. We hebben bijvoorbeeld geen idee wie worden bedoeld met de Spotter en de Man van de Leugen, twee tegenstanders van de Leraar der Gerechtigheid. Alleen de identificatie van de Goddeloze Priester met Jonathan de Makkabeeër is plausibel, maar ook niet meer dan dat.

Het ontstaan van de sekte van de Dode-Zee-rollen

Een geschiedenis zou kunnen beginnen met de wortels van de beweging, ergens aan het begin van de tweede eeuw: het moment waarop er volgens het Damascusgeschrift “een rest” was die haar zondigheid inzag. Mogelijk is deze groep te identificeren met degenen voor wie de Tempelrol is geschreven. Twintig jaar later – en dan zouden we ergens rond 168 v.Chr. zijn, toen er inderdaad een crisis in de tempelcultus was – verscheen de Leraar der Gerechtigheid, een priester die claimde de profeten beter dan wie ook te doorgronden. Hij had een conflict met de Spotter, over wie we in het Damascusgeschrift lezen dat hij “over Israël wateren van leugen uitgoot” en de Joden “liet afwijken van de paden der gerechtigheid”, waarna God hen “overleverde aan het wrekende zwaard”. De jaren 160 waren inderdaad bloedig door de onderdrukking van de Makkabeeënopstand.

We weten niet wie de Spotter was, maar lezen wel dat hij aanhangers had. Wellicht waren dat de eerste farizeeën, want Enige werken der Wet, dat geschreven lijkt te zijn door de Leraar de Gerechtigheid, veronderstelt onenigheid met deze groep. Het conflict, dat ging over enkele halachische kwesties en de juiste kalender, lijkt serieus te zijn geweest, zeker als de Spotter identiek is aan de in de commentaren op Psalmen, Micha en Habakuk genoemde “man van de leugen”. Diens biografie lijkt op wat in het Damascusgeschrift wordt gezegd over de tegenstander van de Leraar der Gerechtigheid: hij misleidde velen en had aanhangers.

Het lijkt erop dat deze tegenstander erin is geslaagd de Leraar door een raadscollege veroordeeld te krijgen en dat deze daarop Jeruzalem verliet, zijn tegenstanders toevoegend dat hun addergif en valsheid opspoten tot aan de sterren. Het staat vast dat de balling vervolgens met zijn aanhangers het Verbond vernieuwde in “het land van Damascus”. Of we deze topografische aanduiding letterlijk mogen nemen, weten we weer eens niet, maar niets pleit ertegen dat de Leraar en zijn leerlingen zich vestigden in een nabijgelegen deel van het Seleukidische Rijk.

Verdere geschiedenis

Was de Leraar der Gerechtigheid nog in ballingschap toen hij Enige werken der Wet schreef? Misschien. Richtte hij zich tot de eerste, in 152 aan de macht gekomen, Hasmonese hogepriester, Jonathan de Makkabeeër? Wellicht. Was dat de tegenstander die wordt aangeduid als de Goddeloze Priester? Het lijkt erop.

Deze tegenstander van de Leraar der Gerechtigheid leek aanvankelijk een bondgenoot, zo lezen we in de Pesher Habakuk, en kreeg de macht over Israël. Hij keerde zich echter tegen de Leraar en probeerde hem zelfs te doden op de dag die in de sektarische kalender gold als Grote Verzoendag – misschien zelfs met succes. Wegens deze wandaden en omdat hij de tempel had verontreinigd, leverde God de Goddeloze Priester uit aan zijn vijanden. Wat de Habakukcommentator zegt past bij Jonathan, maar de identificatie blijft hypothetisch.

De aanhangers van de Leraar der Gerechtigheid behielden enorme eerbied voor hun meester. Ze vereenzelvigden hem met de “lijdende dienstknecht” waarover de profeet Jesaja had geschreven. Deze was weliswaar verguisd, onrechtvaardig veroordeeld en verbannen om een graf te vinden tussen de misdadigers, maar had daardoor wel het lijden van anderen gedragen. Volgens het Damascusgeschrift en de Pesher Micha verwachtten de sektariërs dat de Leraar zou terugkeren om zijn vijanden te berechten. De goddelozen zouden voor immer worden uitgeroeid, de wandaden van de Goddeloze Priester werden dan vergolden en de aanhangers van de Man van de Leugen zouden branden.

Zoekgeraakte eeuwen

Na de dood van de Leraar der Gerechtigheid, over wiens loopbaan we zo weinig weten, wordt het nog moeilijker om een geschiedenis van de sekte te schrijven. In feite is een eeuw of twee gewoon zoek, al moeten zijn volgelingen op een gegeven moment uit ballingschap zijn teruggekeerd naar Judea. Het Damascusgeschrift documenteert een pluriformer wordende groepering. Later werd de ideologie van de sekte vastgelegd in de Pesher Habakuk, de Pesher Psalmen en de Oorlogsrol: ook een eeuw na het ontstaan van de sekte geloofden de leden dat ze leefden in de Eindtijd en snel zouden zien hoe de goddelozen werden bestraft.

We zouden graag meer weten over deze Joodse groepering, maar de bronnen – hoe talrijk ook – zijn domweg ontoereikend. Alleen over het einde van de sekte hebben we weer wat informatie. Toen de Romeinen vanaf 66 na Chr. probeerden de Joodse Opstand te onderdrukken, brachten sommige sektariërs hun boekrollen in veiligheid bij Qumran.

Josephus vermeldt nog dat de essenen door de Romeinen hard zijn aangepakt en dat ze, ook als ze werden gemarteld, geen krimp gaven. Dat kan waarheid of idealisering zijn, maar in elk geval overleefde het essenisme de crisis niet. En ook dat lijkt een overeenkomst met de sekte van de Dode Zee-rollen: geen van de sektariërs keerde naar Qumran terug om de kostbare boekrollen op te halen.

#4QTestimonia #Damascusgeschrift #DodeZeeRollen #Eindtijd #EnigeWerkenDerWet #eschatologie #essenen #farizeeën #FilonVanAlexandrië #GroteVerzoendag #halacha #JonathanDeMakkabeeër #LeraarDerGerechtigheid #LijdendeDienstknecht #Oorlogsrol #PesherHabakuk #Qumran #Tempelrol #verzoeningTheologie_

Muggenziften

Een zeef om te muggenziften

Het antieke jodendom kende diverse stromingen, waarvan we er sommige bij naam kennen. De sadduceeën, de essenen, de farizeeën, de sicariërs en de christenen zijn bekend uit de geschriften van Flavius Josephus; het Nieuwe Testament voegt de mysterieuze Herodianen toe; we kennen verder de sekte van de Dode Zee-rollen; en kort voor de verwoesting van de Tempel duiken de zeloten op. Over de farizeeën en de sekte van de Dode Zee-rollen weten we voldoende om te weten dat het ging om meer dan één groep. Van de christenen en sicariërs is bekend dat ze ook niet-Joodse leden hadden.

Zoals dat gaat: de aanhangers van deze groepen respecteerden elkaar en scholden elkaar uit. Zolang de Tempel er was, was er iets dat hen verbond. Maar in 70 gaf Titus opdracht die te verwoesten (het was geen toeval, zoals Josephus insinueert). Met de Fiscus Judaicus zette de Romeinse overheid vervolgens druk op de joodse gemeenschappen, en het jodendom raakte gepolariseerd tussen twee stromingen.

Enerzijds waren er de farizeeën en met hen verwante groepen, die het leiderschap erkenden van de rabbijnen; anderzijds waren er de christenen. Er zijn (mijns inziens: voldoende sterke) aanwijzingen dat het leiderschap aanvankelijk was in handen van Jezus’ familie. Erg belangrijk is het niet – het gaat erom dat de late farizeeën ofwel vroeg-rabbijnse joden zich afzetten tegen de christenen en dat de christenen zich afzetten tegen de farizese, vroeg-rabbijnse joden.

Deze polarisatie vormt de context waarin Matteüs de redevoering tegen de farizeeën samenstelde. Het gebruikte materiaal is ouder, maar de intern-joodse polemiek van de oorspronkelijke woorden is, doordat van de vele stromingen er maar twee waren overgebleven, veranderd in een christelijk-joodse polemiek. Wat ooit bedoeld was geweest als het soort verwijt aan een andere joodse stroming, het soort verwijt waarvan er destijds dertien in een dozijn gingen, was nu een verwijt aan het leiderschap van alle niet-christelijke joden. Anders gezegd, leiders die niet hadden gezien dat Jezus de messias was geweest en te verblind waren om de christelijke leiders erkennen.

Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten. Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.noot Matteus 23.23-24; NBV21.

Het laatste beeld spreekt tot de verbeelding. Je ziet zo iemand z’n drank zeven om te verhinderen dat er een mug in zit die hij zou kunnen opdrinken. Ik vraag me echter af welk verbod hieraan ten grondslag ligt. Het is niet iets dat ik meteen herken uit de joodse spijswetten.

De farizese canon van de geïnspireerde literatuur komt overeen met wat wij kennen als de joodse Bijbel; ik weet niet welke regel voorschrijft dat je je drank moet filteren. Leviticus 11.44 komt in de beurt (“verontreinig je keel niet met dieren die op de grond rondkruipen”), en de uitleg maakt duidelijk dat daar allerlei soorten dieren mee zijn bedoeld, maar eigenlijk kruipen muggen niet zoveel over de grond. Het door Matteüs geciteerde verwijt is dus dat men bij het vervullen van een gebod verder gaat dan noodzakelijk. Eigenlijk verwijst ons woord muggenziften dus niet naar iemand die zich druk maakt over trivialiteiten, maar naar iemand die roomser is dan de paus.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#EvangelieVanMatteüs #farizeeën #FlaviusJosephus #Leviticus #mug #muggenziften #NieuweTestament #spijswetten

Sadduceeën (1) - Mainzer Beobachter

Wie waren de sadduceeën? Dat is eigenlijk zo duidelijk niet. De informatie die Flavius Josephus biedt is in elk geval misleidend.

Mainzer Beobachter

Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Als we alleen dit wisten, wisten we dat Gamaliël een geleerde was van naam en faam, die geen nadere introductie behoefde. Dat is alvast iets. De tweede passage gaat over een vergadering van het Sanhedrin, waarin het hoogste Joodse raadsorgaan, nadat Petrus een opruiend geachte toespraak heeft gehouden, zijn beleid moet bepalen inzake de christenen. Een deel van het Sanhedrin overweegt executies.

Maar toen stond een van hen op, een farizeeër die Gamaliël heette en die als wetsleraar bij het hele volk in aanzien stond.noot Handelingen 5.34; NBV21.

In zijn toespraak bepleit hij een terughoudend oordeel over de christenen:

“Laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten.”noot Handelingen 5.38; NBV21.

Dat overtuigt de vergadering en zo bezien is Gamaliël de jood die het christendom redde.

Joods bewijs

De farizese leraar wordt ook genoemd in de Tosefta, een derde-eeuwse verzameling rabbijnse wijsheid. Die vermeldt dat Gamaliël, samen met andere wijzen, enkele keren in briefvorm advies heeft gegeven aan Joden buiten Judea. Dat betrof onder andere de tienden en het invoegen van de schrikkeldag. Dat laatste was een heel belangrijke kwestie, want de Joden kenden destijds, naast de gangbare kalender, een kalender van 364 dagen, waarin de voorbereidingen van de feestdagen nooit vielen op de sabbat. De kalenderkwestie lijkt destijds echt heel belangrijk te zijn geweest.

Gamaliël lijkt ook eens geconfronteerd te zijn geweest met de vraag of een vrouw mocht gelden als weduwe als maar één iemand had gezien dat haar echtgenoot was overleden. Hij oordeelde dat één getuige voldoende was en dat zo’n weduwe mocht hertrouwen.

De Babylonische Talmoed kent nog een anekdote over Gamaliëls oordeel.

Op een keer werd in het slachthuis van de Tempel een hagedis gevonden en men wilde het hele offer onrein verklaren. Ze vroegen om advies aan de koning, die hun antwoordde: “Ga en vraag het de koningin.” Toen ze het de koningin gingen vragen, zei zij tegen hen: “Ga het Gamaliël vragen.”

Dus vroegen ze het hem. Hij zei tegen hen: “Was het slachthuis heet of koud?”

“Het was heet,” antwoordden ze.

“Ga dan terug en giet een glas koud water over die hagedis”, zei hij. Ze goten er dus een glas koud water overheen, en het dier bewoog [en was dus niet dood], waarop Rabbi Gamaliël het offer rein verklaarde. Zo was de koning afhankelijk van de koningin en de koningin van Rabbi Gamaliël: vandaar dat het hele offer afhankelijk was van Rabbi Gamaliël.noot Babylonisch Talmoed, Pesachim 88b.

De koning kan eigenlijk alleen Herodes Antipas zijn geweest, die in 37 de koningstitel verwierf en weleens in Jeruzalem kwam. Hij was getrouwd met Herodias, over wie ook de evangelist Marcus weet dat ze grote invloed had op haar echtgenoot. Ik blogde er al eens over.

Dit is niet de enige anekdote die Gamaliël presenteert als gezaghebbend. De Mishna, een andere optekening van rabbijnse wijsheid uit de derde eeuw, bevat een lijstje van dertien vooraanstaande rabbijnen met wier dood de mensheid belangrijke deugden verloor.

Toen Rabbi Gamaliël de Oudere stierf, kwam de glorie van de Wet ten einde en vergingen zuiverheid en heiligheid.noot Mishna, Sotah 9.15.

Van verschillende van deze rabbijnen weten we dat ze een conflict hadden met de Romeinen, en de context van het lijstje is die van de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. Het is niet ondenkbaar dat ook Gamaliël een conflict met de Romeinen niet heeft overleefd.

Familie

Gamaliël de Oudere was de vader van Simeon, die ooit protesteerde tegen een verhoging van de Tempelbelasting en die eveneens in het lijstje van dertien rabbijnen is opgenomen:

Toen Rabbi Simeon, de zoon van Gamaliël stierf, kwamen de sprinkhanen en groeiden de problemen.”noot Mishna, Sotah 9.15.

Deze Simeon stierf tijdens de Joodse Opstand en het is niet moeilijk te zien wie de sprinkhanen zijn. Zijn zoon was Gamaliël II, die rond het jaar 100 leiding zou geven aan de Academie van Javne, waar rabbijnen werden opgeleid. Over hem en de Birkat haMinim had ik het al eens eerder. Voor het moment rond ik af dat uit de familie nog verschillende andere belangrijke joodse leiders zijn voortgekomen; Gamaliël VI is de laatste – hij overleed in 425.

De familie stamde af van de Hillel die zeven regels voor de uitleg van de Wet opstelde, maar het is onduidelijk of hij de vader of de grootvader was van Gamaliël de Oudere. Hoe dat ook zijn: Gamaliël I was, zoals we al vermoedden, een geleerde van naam en faam, die voor de lezers van de Handelingen geen nadere introductie behoefde.

#BirkatHaMinim #farizeeën #GamaliëlI #GamaliëlII #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAntipas #Herodias #Javne #kalender #Mishna #NieuweTestament #Paulus #Petrus #Sanhedrin #schriftgeleerde #schrikkeldag #SimeonBenGamaliël #sprinkhaan #tienden #Tosefta

Nieuwe Testament - Mainzer Beobachter

In 2019 ben ik begonnen met een (bijna) wekelijks blogje over het Nieuwe Testament. Dat lees ik zonder al te veel aandacht te besteden aan latere christelijke uitleg, maar met de nadruk op de joodse context. Die reeks kan nog jaren duren. Hier is een overzicht van de stukjes. Matteüs Marcus Lukas Johannes Handelingen Romeinen … Meer lezen over Nieuwe Testament

Mainzer Beobachter

Farizeeër: een lelijk scheldwoord

“Laten we niet op farizeïsche wijze uitleg willen geven aan alles achter elke komma”: met die woorden probeerde minister van Justitie Piet Hein Donner ooit een discussie kort te sluiten die zijns inziens dreigde te verzanden in detailkwesties (bron). Hij was niet de enige die de farizeeën, de erflaters van het hedendaagse jodendom, negatief typeerde. Een liedje uit de Tweede Wereldoorlog typeerde NSB-ers als farizeeërs die hun vaderland verkochten voor zes centen. De online-versie van het Van Dale-woordenboek omschrijft de farizeeër als “schijnheilige, huichelaar”.

Er staat niet bij dat het een scheldwoord is. Maar dat is het wel. En we weten zelfs wie het die betekenis heeft gegeven. Daarvoor moeten we bijna tweeduizend jaar terug.

Vreugde der Wet

De Joden beschouwden zich als het uitverkoren volk en reageerden op die genade door zich te houden aan de Wet van Mozes. En omdat ze dat goed wilden doen, debatteerden ze over de precieze betekenis. De neerslag van die discussies is te vinden in de Dode Zee-rollen en een traktatenbundel, de Mishna, die op zijn beurt onderdeel is van de Talmoed. Er is geen detail van het dagelijks leven waarover de joodse wijzen niet hebben nagedacht.

Dat kun je makkelijk verkeerd uitleggen: de jood die punten moest scoren om in de hemel te komen en daarom het leven dood reguleerde. Maar het is andersom: de jood was al zeker van zijn plaats in de wereld die zou komen en wilde tonen dat God aanwezig was in elk aspect van het menselijk bestaan. Niet voor niets is er een joods feest “Vreugde der Wet”.

De farizeeën

Als het ging om het uitleggen van de Wet waren de farizeeën beroemd om hun nauwkeurigheid. Ze pakten het niet intuïtief aan, maar hielden zich aan precieze regels. Ook wisten ze dat er niet zoiets bestaat als een letterlijke betekenis die de auteur de wereld inzendt, maar erkenden ze dat ook de lezer een rol speelt bij de constructie van betekenis. Geen tekst bestaat in isolement. Naast het woord van God erkenden de farizeeën daarom een (officieel mondelinge maar in de praktijk opgeschreven) traditie van menselijke uitleg.

Die uitleg was vrij humaan. Ze interpreteerden bijvoorbeeld het rechtsprincipe “oog om oog, tand om tand” als ultimum remedium: in de praktijk moest een schadevergoeding de oplossing zijn. Heel liberaal eigenlijk. Schriftgeleerden die de Wet letterlijker namen, beschuldigden de farizeeën echter van laksheid. Een van de Dode Zee-rollen typeert hen als “mensen met arglistige lippen en een leugentong”.

En daarmee komen we ter zake. De kritiek tussen de stromingen was snoeihard. Witgepleisterde graven, adderengebroed, dat werk.

Muggenziften

Het drieëntwintigste hoofdstuk van het Evangelie van Matteüs is een scheldredevoering op de farizeeën. Jezus haalt vernietigend uit. De farizeeën hebben weliswaar plaatsgenomen op de stoel van Mozes – een erkenning dat hun uitleg geldig is – maar gedragen zich er niet naar. Het zijn huichelaars en slangen. “Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden.” De farizeeën “versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel”. Het zijn “blinde leiders, die uit hun drank de muggen ziften, maar een dromedaris wegslikken”. En zo voort, en zo verder.

Maar wie is hier aan het woord? Het Matteüsevangelie, geschreven rond het jaar 80 na Chr., is gebaseerd op twee bronnen: het Evangelie van Marcus, geschreven rond het jaar 70, en een verzameling uitspraken van Jezus die onderzoekers aanduiden als Q. (Hoe geleerden die uitsprakencollectie reconstrueren, leest u desgewenst hier.) Q bestaat uit vermoedelijk authentieke uitspraken van Jezus, die door Matteüs in toespraken zijn gereorganiseerd. Daarvan is de Bergrede het bekendste voorbeeld, en de scheldredevoering op de farizeeërs een ander.

Het is dus feitelijk de auteur van het Matteüsevangelie die de fiolen van zijn toorn uitgiet over de farizeeën. Niet onbegrijpelijk. Hij schreef nadat de Romeinen de joodse tempel hadden verwoest. De meeste joodse stromingen konden op die ramp geen antwoord formuleren. Alleen de farizeeën, met hun nadruk op wat we nu lernen noemen, en de volgelingen van Jezus, met hun nadruk op de messias, hadden accenten gelegd die hen in staat stelden zonder offercultus verder te gaan. De twee groepen, die in het oude Marcusevangelie bevriend lijken, concurreerden in Matteüs’ tijd om als enigen de erfenis van het oudere Tempeljodendom te mogen beheren.

In die context componeerde Matteüs een scheldredevoering. Algemene verwijten aan schriftgeleerden veranderden daarin in verwijten aan de concurrentie. Zo werden de farizeeën, die de brug vormen tussen het Tempeljodendom en het huidige rabbijnse jodendom, ineens schijnheiligen, huichelaars en mensen die achter elke komma uitleg willen geven.

Tot slot

Minister Donner kreeg een rabbijnse reprimande, maakte excuus en heeft de voorouders van het huidige jodendom nooit meer negatief getypeerd. Hoe minder we zeggen over het spotliedje uit de Tweede Wereldoorlog, hoe beter. Het is al verontrustend genoeg dat de auteur denkt NSB-ers te kunnen uitschelden door ze uit te maken voor joden. Maar het zou de woordenboekmakers van Van Dale sieren als ze het lemma “farizeeër” voorzagen van “(scheldwoord)”.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #farizeeën #NSB #PietHeinDonner #scheldwoord #schriftgeleerde #VanDale

Piet Hein Donner - Wikipedia

De hippodroom van Caesarea Maritima

In het vorige blogje legde ik uit hoe de politieke landkaart van Judea en omgeving er in de nieuwtestamentische tijd uitzag. Wat van mensen woonden hier nu? Ik denk dat wij dat eigenlijk niet goed begrijpen kunnen. Dat komt ten dele doordat niet iedere gemeenschap een politieke chroniqueur had als Flavius Josephus, of religieuze literatuur als het Nieuwe Testament, de Dode Zee-rollen of de Mishna. Maar even wezenlijk is dat wij zijn geconditioneerd door de nationale staat:noot Ik krijg dat lelijke anglicisme “natie-staat” dat de laatste jaren zo populair aan het worden is, almaar niet uit mijn pen. het idee dat in één land één door zijn taal gedefinieerd volk woonde met één min of meer dezelfde cultuur. Wij zijn slecht voorbereid op de pluriformiteit van de toenmalige wereld.

Tegenstellingen

Binnen de Herodiaanse rijken waren bijvoorbeeld joodse delen, met Jeruzalem als bekendste voorbeeld, maar ook hellenistische steden als Caesarea, Samaria, Sepforis, Tiberias en Panias. Op het platteland lijken mensen waarde te hebben gehecht aan joodse gebruiken, maar dat wilde niet zeggen dat ze geen kritiek hadden op de Tempel. (Het wil ook niet zeggen, trouwens, dat wij moeten denken dat we ze kunnen begrijpen vanuit het latere rabbijnse jodendom – een fout die nogal eens wordt gemaakt.) Omgekeerd leefden er joodse groeperingen buiten wat wij instinctief geneigd zijn te beschouwen als een joods gebied. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat Jeruzalem, welke pretenties de stad ook had, niet de enige tempel voor Jahweh was.

Joods grafschrift uit Hegra

Er waren ook talige variaties. Ik noemde in het vorige blogje dat Beiroet een Latijnse enclave was. We moeten de rest van de regio als Aramees en Grieks beschouwen, waarbij de ene taal thuis werd gesproken en de ander bij officiële gelegenheden. Naarmate je oostelijker kwam, waren er meer Arabisch- en Safaïtischsprekenden. Ik blogde al eens over Alchaudonios.

Ook cultureel was het gebied veelkleurig: nomaden, boeren en stedelingen; Griekse, Romeinse en traditionele vormen; en ook mensen die voorwendden traditionele verhalen te vertellen en zich daarbij bedienden van Griekse concepten. Ik ben steeds meer geïntrigeerd door Filon van Byblos, die een Fenicische identiteit wil beschrijven – maar “Fenicië” was nou net géén Fenicisch concept. Het was een Griekse naam voor een verzameling mensen die zichzelf beschouwden als bewoners van Akko, Tyrus, Sidon, Beiroet, Byblos of Arwad. Het is vermoedelijk geen toeval dat noch Filon zelf, noch iemand anders hem aanduidt als “Filon van Fenicië”. Dat maakt hem een mooi voorbeeld van de complexiteit van de toenmalige identiteit.

Panias, de grot van Pan met de bron van de Jordaan

Wat is een jood?

En dan is er de welbekende vraag wat een jood eigenlijk is. Er bestaan verkeerde antwoorden. Het ideologische gedram van Flavius Josephus over de drie “echte” filosofieën (farizeeën, sadduceeën, essenen) hoeven we niet eens te overwegen. Joden zijn evenmin de ingezetenen van de staat van de koning der Joden, Herodes de Grote, want daarbinnen leefden volop polytheïsten. De samaritaanse geloofsgemeenschap – die niet dominant was in Samaria en die ook daarbuiten leden had – is dan nog een onderwerp dat ik oversla.

Joden zijn ook al niet degenen die alleen Jahweh vereren, want je kon prima jezelf identificeren als jood en toch Pan vereren of Jahweh gelijkstellen aan de Allerhoogste God of aan Dionysos. Verder was Jahweh voor menige niet-jood toch een reële god, erkend tot in Tongeren aan toe. Het goede antwoord is vermoedelijk dat een jood offerde aan Jahweh en alleen aan Jahweh. Het belang van het offer is voor ons, niet gewend aan zulke rituelen, een makkelijk te onderschatten factor.

Skythopolis, met midden de tempel voor Dionysos

Betsaïda

Ik keer nog even terug naar de nieuwe stad Betsaïda. Er woonden joden, dat staat vast. De evangelist Johannes noemt bijvoorbeeld Jezus’ vroege leerling Filippos, een van de Twaalf.noot Johannes 1.45. Zijn naam is Grieks, wat misschien wel en misschien geen aanwijzing is voor zijn achtergrond.

Betsaïda zal vanouds bewoners hebben gehad die leefden van de visserij, landbouw en jacht. Dat wil vrijwel zeker zeggen dat ze redelijk praktisch dachten. Als een schaap in een put was gevallen, haalde je het er uit, ook op sabbat.noot Matteüs 12.11. Misschien was die groep verder wat conservatief en moest ze niet teveel hebben van vernieuwingen.

Het stadje kende echter ook nieuwkomers. Josephus noemt ze en het is leuk dat de archeologen in El-Araj niet alleen Romeins aardewerk hebben gevonden, maar ook bakstenen. Zoals ik al eens vertelde, is baksteen in het Nabije Oosten een “ethnic marker” die suggereert dat mensen zich als Romein hebben willen presenteren.

In elk geval: als de oude bewoners conservatief waren en als de nieuwkomers zich als Romeins presenteerden, zal er weinig belangstelling zijn geweest voor een messias. Dat geeft mogelijk wat context aan de uitspraak die de Q-bron Jezus in de mond legt:

“Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, dan zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed gehuld en met stof bedekt hebben en tot inkeer gekomen zijn.”noot Matteüs 11.21 ||Lukas 10.13.

Een dramatische passage, maar het past bij wat we denken te weten over de bevolking van Betsaïda.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

https://mainzerbeobachter.com/2024/09/15/judea-en-zijn-buren-cultuur/

#Alchaudonios #Aramees #Betsaïda #CaesareaMaritima #Chorazin #Dionysos #ElAraj #essenen #ethnicMarker #EvangelieVanJohannes #farizeeën #FilipposTwaalf_ #FilonVanByblos #HerodesDeGrote #identiteit #Jeruzalem #Judea #messias #nationaleStaat #NieuweTestament #offer #Pan #Panias #QBron #sadduceeën #Safaïtisch #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sepforis #Tiberias #Tongeren

Judea en zijn buren: politiek - Mainzer Beobachter

Judea, het land waar het Nieuwe Testament zich afspeelt, maakte deel uit van een grotere, Romeinse wereld. In dit stuk: de politiek.

Mainzer Beobachter

Het woord "farizeeër" heeft geen gunstige bijklank. Maar wie waren de #farizeeën nu echt? (PS: zoals Jezus de beroemdste Jood aller tijden is, zo is Paulus de beroemdste van alle farizeeën.)

https://mainzerbeobachter.com/2023/10/22/de-ideeen-van-de-farizeeen/

De ideeën van de farizeeën - Mainzer Beobachter

De joodse stroming van de farizeeën vormt de brug tussen het Tempeljodendom en het rabbijns jodendom. Dat maakt analyse mogelijk én lastig.

Mainzer Beobachter

Een geschiedenis van de farizeeën

Een geleerde met een boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

In het Nederlands is “farizeeër” een scheldwoord. Dat komt door een donderpreek in het Evangelie van Matteüs 23, waarin Jezus uithaalt naar de farizeeën en schriftgeleerden van zijn tijd, die hij typeert als obstakels, hypocrieten, muggenzifters en huichelaars. Laat “adderengebroed” even op u inwerken om te realiseren hoe beledigend die term is.

Het is al sinds de negentiende eeuw bekend dat de scheldkanonnade nooit in deze vorm kan zijn uitgesproken. Het is materiaal uit Matteüs’ bewerking van de bron-Q. De erop gebaseerde beeldvorming is echter blijven bestaan. De Joodse auteur Flavius Josephus helpt ook al niet: de man had een diepe afkeer van alles wat vies, voos en farizees was en hij laat zich in zijn Joodse Oorlog eigenlijk systematisch negatief over hen uit. Pas later, toen hem duidelijk moet zijn geworden dat het toekomstige jodendom een farizees karakter zou krijgen, konden er een paar aardige woorden vanaf, zoals de opmerking dat hij zich liet inspireren door de farizese voorschriften (Uit mijn leven 12). Hier staat het tegengestelde van wat er lijkt te staan: hij zegt hier dat hij een sadducee was, want zoals Josephus zelf ergens laat vallen volgden de sadduceeën doorgaans de farizese halacha.

Gelukkig hebben we bij de farizeeën, anders dan bij de in onze bronnen eveneens onheus behandelde sadduceeën, het geluk dat er teksten zijn die de standpunten van de betrokkenen zelf weergeven. Over de farizese opvattingen zal ik het later hebben. Vandaag eerst een woord over de geschiedenis van de farizeeën.

Twee eeuwen farizeeën

Die brengt ons naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT ofwel Enige werken der Wet. De auteur probeerde, vermoedelijk rond het midden van de tweede eeuw v.Chr., een hogepriester, vermoedelijk Jonathan de Makkabeeër, ervan te overtuigen de dingen anders te doen dan de farizeeën. De Aramese naam pĕrîšayyā’, “separatisten”, bevestigt dat er een conflict is geweest.

Het feit dat de auteur van 4QMMT meende de hogepriester te moeten schrijven, bewijst dat de farizeeën invloed hadden. Later, ten tijde van hogepriester Hyrkanos I (r.134-104) en koning Alexandros Yannai (r.103-76), lijken ze in de oppositie te zijn geweest. Zeker de laatste trad hard tegen ze op. De farizeeën keerden terug in de koninklijke gunst ten tijde van koningin Alexandra Salome. Haar broer Simeon ben Shetah was een van de leiders van de beweging. In de burgeroorlog tussen Aristoboulos II en Hyrkanos II steunden de farizeeën de laatste. Ze behielden hun invloed.

In de eeuw vóór de val van Jeruzalem kende het farizeïsme twee hoofdstromingen:

  • het strenge huis van rabbi Shammai
  • het wat soepelere huis van rabbi Hillel

Dit is dezelfde Hillel wiens zeven regels ik al eens behandelde. Dit laatste zou na de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. de basis vormen voor een nieuw soort jodendom, waarin niet langer de priesters maar de rabbijnen centraal stonden. Zo is bijvoorbeeld de canon van de Bijbel zoals het latere jodendom die kent, de farizese canon. De selectie van religieuze literatuur die de sadduceeën en de sekte van de Dode-Zee-rollen maakten, zijn vrijwel vergeten.

De tradities van de farizese en rabbijnse geleerden werden rond 200 opgetekend in de Mishna, die een generatie later werd aangevuld met de Tosefta. Er zouden nog twee optekeningen van rabbijnse wijsheid volgen: de Palestijnse Talmoed lijkt in het eerste kwart van de vijfde eeuw te zijn samengesteld en de Babylonische Talmoed in de eerste helft van de zevende eeuw.

Deze vier werken bieden informatie over het farizese gedachtegoed. Daarop kom ik later terug.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

#4QMMT #AlexandrosYannai #AristoboulosII #BabylonischeTalmoed #EnigeWerkenDerWet #EvangelieVanMatteüs #farizeeën #FlaviusJosephus #Hillel #HyrkanosI #HyrkanosII #JonathanDeMakkabeeër #Mishna #NieuweTestament #PalestijnseTalmoed #QBron #SalomeAlexandra #schriftgeleerde #Shammai #SimeonBenShetah #Talmoed #Tosefta

Farizeeër: een lelijk scheldwoord - Mainzer Beobachter

De farizeeën waren een joodse stroming uit de Romeinse tijd. Het is niet fijn dat "farizeeër" een scheldwoord is.

Mainzer Beobachter

Sadduceeën (1)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een Jood behoorde tot het uitverkoren volk; in dank daarvoor hield hij zich aan de Wet van Mozes; om dat zo goed mogelijk te doen, bediscussieerden schriftgeleerden de details. We spreken van halacha. Zo ontstonden diverse stromingen, waarvan de farizeeën de bekendste zijn. Je hoort ook over zeloten, sicariërs, essenen. Daarnaast was er de sekte die bekend is van de Dode-Zee-rollen uit Grot 1 bij Qumran. Volgens verouderd onderzoek is die sekte dezelfde als die van de essenen, maar dat is bepaald niet onomstreden. We lezen verder over herodianen, die misschien ook al gelijk zijn aan de essenen. En dan zijn er nog sadduceeën. Daarover wil ik het vandaag hebben.

De sadduceeën worden vaak gepresenteerd als rijke, pro-Romeinse joden, met veel invloed op de tempelcultus. Dit laatste lijkt in eerste instantie te zijn gebaseerd op weinig meer dan een terloopse opmerking uit de Handelingen van de apostelen (5.17), waarin staat dat hogepriester Ananos I medestanders had onder de sadduceeën. Inhoudelijker is de typering van Flavius Josephus dat de sadduceeën naast de Wet geen normatieve boeken hadden. Daarin verschilden ze van de andere halachische stromingen. De lijst van normatieve boeken van de farizeeën was bijvoorbeeld veel langer: min of meer wat nog altijd de joodse Bijbel is. De sekte van de Dode-Zee-rollen erkende naast de Wet en enkele profeten ook eigen geschriften (zoals 4QMMT), maar lijkt bijvoorbeeld Ester niet te hebben erkend.

Het dwaalspoor Josephus

Flavius Josephus helpt ons traditiegetrouw van de wal in de sloot. Hij reduceert de halachische veelkleurigheid tot drie stromingen – farizeeën, sadduceeën en essenen – en alsof die kaalslag nog niet voldoende is, presenteert hij de stromingen zó dat een Griekse of Romeinse lezer er stoïcijnen, epicureeërs en pythagoreeërs in herkent. Voor de sadduceeën geldt dan de epicurese visie dat God weliswaar de wereld heeft geschapen, maar zich er verder niet mee bezighoudt, zodat noch Noodlot noch Voorzienigheid bestaan. Dat laat mensen de vrijheid hun leven in te richten volgens hun eigen noties van goed en kwaad. Omdat de ziel met het lichaam sterft, is er geen hiernamaals en zijn er geen helse straffen of hemelse beloningen.

Helemáál uit de lucht gegrepen is dit niet. Dat de sadduceeën niet geloofden in het leven na de dood, vinden we ook bij Marcus 12.18-27 en in Handelingen 23.8.

Toch biedt Josephus een misrepresentatie. Die dient om een vierde stroming te delegitimeren: de armen die vanaf het midden van de eerste eeuw in toenemende mate geweld kozen en van Josephus de schuld krijgen van de ondergang van Jeruzalem en het einde van de tempelcultus in 70. Deze vierde stroming zou volgens Josephus aan het jodendom vreemd zijn geweest. Anders gezegd, als de armen erin hadden berust dat de elite de Romeinse belastingdruk op hen afwentelde, dan was alles pais en vree gebleven.

Dit is evident vooringenomen. De misrepresentatie roept de vraag op wat de diverse stromingen dan wel waren. Wat waren de sadduceeën?

Namen

Misschien is de naam afgeleid van şaddûqîn, wat dan zou betekenen dat de sadduceeën zouden afstammen van Sadok, de hogepriester van de koningen David en Salomo. De profeet Ezechiël (40.46) had gezegd dat Sadoks nageslacht zou voorgaan in de tempel en het kan zijn dat de sadduceeën zich via hun naam associeerden met het hogepriesterschap en de cultus in het heiligdom. Een tweede mogelijkheid is echter dat de naam het Hebreeuwse woord voor “rechtvaardige” weergeeft en dat de sadduceeën zich dus aanduidden als “de rechtvaardigen”. Verder komen we niet.

Een andere benadering zou zijn te kijken wie sadducee wordt genoemd. En hier blijkt Josephus weer onontkoombaar. Hoe misleidend hij ook te werk gaat, hij is wel een voorname bron. En hij is de enige die met naam en toenaam mensen identificeert als farizee, esseen of sadducee.

Welnu, het totale aantal geïdentificeerde sadduceeën bedraagt precies één: de hogepriester Ananos II. Josephus vertelt in de Joodse Oudheden 20.197 dat deze in 62 na Chr. opdracht gaf tot de steniging van Jezus’ broer Jakobus de Rechtvaardige en prompt daarna zijn biezen kon pakken. Hij zou, zoals ik al eens vertelde, later leiding geven aan het verzet tegen de Romeinen, dus voorlopig wil ik even van niemand horen dat de sadduceeën pro-Romeins waren.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Zware cavalerie

mei 22, 2020
Masada

augustus 8, 2015
M10 | Jonathan de Makkabeeër

december 21, 2022 Deel dit:

#ananosI #ananosIi #essenen #farizeeen #flaviusJosephus #halacha #herodianen #hogepriesterschap #jakobusDeRechtvaardige #nieuweTestament #priesterschap #qumran #sadduceeen #steniging