Stefanus

Stefanus (Kykkos-klooster)

Een van de opmerkelijke discussies die we tegenkomen in de Handelingen van de Apostelen, is die over de plaats van de niet-Joden in de vroege christelijke kerk. Ook de diverse brieven die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, documenteren deze kwestie. Dat erover gesproken is geweest, bewijst dat Jezus er geen standpunt over heeft ingenomen. Hij kwam om de verloren schapen van Israël te redden, maar hij lijkt niets tegen andere volken gehad te hebben. De anekdote over de Romeinse officier die verzoekt om de genezing van een knecht, lijkt dit te bevestigen: de schets van een vriendelijke verhouding tussen Joden en niet-Joden is in elk geval heel oud, aangezien ze na pakweg 40, toen de relatie op scherp kwam te staan, nauwelijks meer kan zijn verzonnen.

Diakens

Maar er was in de jonge kerk dus discussie. Een jaartal kunnen we er niet op plakken, maar het feit dat zelfs de geïdealiseerde beschrijving in Handelingen, waarin de vroege christenen alles gemeenschappelijk deden, ergernissen vermeldt, is hoogst significant. Dit was geen informatie die de auteur kon onderdrukken.

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

De Twaalf kwamen samen en besloten zeven diakens aan te stellen, die verantwoordelijk zouden zijn voor de gemeenschappelijke maaltijden. De zeven eerste diakens hebben allemaal Griekse namen, zoals Stefanos of – gelatiniseerd – Stefanus, wat zoiets betekent als “gekransd”. Hij maakte furore met “grote wonderen”, wat op zich niets ongebruikelijks was. (De voor de historicus relevante vraag is niet hoe hij welke wonderen verrichtte, maar wat mensen destijds over Stefanus geloofden.)

Dat een leer waarvan de kracht met wonderen werd onderstreept, leidde tot vragen, was evenmin ongebruikelijk. Stefanus’ tijdgenoot Apollonios van Tyana riep ook weerstand op. Handelingen meldt dat sommige joodse gelovigen Stefanus begonnen te belasteren met de aantijging dat Stefanus zich steeds weer had gekeerd tegen de Tempel en de Wet van Mozes. Hoewel de auteur van Handelingen de beschuldiging afdoet als vals, kunnen we overwegen dat er wel degelijk een aanleiding was: immers, het vroege christendom stelde noch de Tempel, noch de Wet van Mozes centraal, maar de messias. In een verhitte discussie willen de nuances nog weleens wegvallen.

Rechtszaak

Om die nuances te herstellen, vraag je iemand wat ’ie bedoelt, en dus werd Stefanus verhoord door het Sanhedrin, het hoogste joodse rechtscollege. De auteur van Handelingen leeft zich drieënvijftig verzen uit in een samenvatting van de joodse religieuze literatuur, waarin Stefanus het belang van de Tempel en de Wet van Mozes erkent en afrondt met een provocatie:

U bent halsstarrig … steeds weer verzet u zich tegen de heilige Geest, zoals uw voorouders ook al deden. Wie van de profeten hebben uw voorouders niet vervolgd? Degenen die de komst van de rechtvaardige aankondigden hebben ze gedood, en zelf hebt u nu de rechtvaardige [Jezus] verraden en vermoord, u die de Wet ontvangen hebt door tussenkomst van de engelen, maar er niet naar hebt geleefd.noot Handelingen 7.51-53; NBV21.

Onnodig te zeggen dat dit niet goed viel bij de diverse raadsleden. Toen Stefanus ook nog aangaf dat hij – blijkbaar in een soort visioen – Jezus in de hemel kon zien, en dat hij als Mensenzoon zat aan Gods rechterhand, werd Stefanus weggevoerd en gestenigd. Het was dan ook niet gering wat Stefanus had gezegd: Jezus was dood; daarvoor waren de leden van het Sanhedrin verantwoordelijk; maar Jezus was in de hemel opgenomen en zou als Mensenzoon het Laatste Oordeel vellen. Anders gezegd, hij was onschuldig geweest en de leden van het Sanhedrin zouden de prijs betalen.

Dat Jezus feitelijk door de Romeinen was geëxecuteerd, blijft onvermeld. Het automatisme waarmee christenen de joden de schuld in de schoenen schoven, dat later tot pogroms zou leiden, lijkt hier impliciet al aanwezig.

Executie

Ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Terwijl Stefanus gestenigd werd, riep hij uit: “Heer Jezus, ontvang mijn geest.” Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: “Heer, reken hun deze zonde niet aan!” En na deze woorden stierf hij.noot Handelingen 7.57-60; NBV21.

Ik weet niet zoveel van stenigingen, maar mij is verzekerd dat de veroordeelde eerst immobiel wordt gemaakt, bijvoorbeeld door de benen te breken of  iemand half in een kuil te begraven. Dat het buiten de stad moest gebeuren, sprak vanzelf, aangezien de rituele reinheid van de Tempel en Jeruzalem anders zou worden gecompromitteerd. Stefanus’ laatste woorden herinneren aan de woorden die de evangelist Lukas de stervende Jezus in de mond legt.noot Lukas 23.34 en 23.46.

Handelingen vervolgt met de opmerking dat Saulus, die we later zullen leren kennen als de apostel Paulus, de executie goedkeurde, en dat de christelijke gemeenschap in Jeruzalem aan vervolging werd blootgesteld. “Vrome mannen begroeven Stefanus,” lezen we, “en hieven een luide dodenklacht over hem aan.”noot Handelingen 8.2; NBV21. Daarmee eindigt het verhaal over Stefanus – en méér weten we ook niet over. Hij was de eerste christelijke martelaar, de protomartyr.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#ApolloniosVanTyana #diaken #HandelingenVanDeApostelen #martelaarschap #NieuweTestament #Paulus #Stefanus #steniging #Tora #WetVanMozes

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Deze Jakobus zou dus een leider zijn geweest van de vroege kerk, en meer in het bijzonder: in Jeruzalem. Dat is opmerkelijk, want de familie kwam uit Galilea. De verklaring zou kunnen zijn dat men op de naderende Jongste Dag in de heilige stad wilde zijn, maar dat is hypothetiscj. De apostel Paulus ontmoette Jakobus daar enkele keren. In de Brief aan de Galaten vertelt Paulus dat hij drie jaar na zijn bekering Petrus ging opzoeken en toen ook de apostel Jakobus, de broer van de Heer, ontmoette.noot Galaten 1.17. “Apostel” betekent hier niet “een van de Twaalf”, maar verwijst naar één van de velen die door Jezus waren uitgezonden om zijn leer ook elders te verkondigen. Logisch dus dat Paulus toevoegt dat hij geen van hen was tegengekomen in Jeruzalem.

Paulus noemt in dezelfde Galatenbrief Jakobus met Petrus en Johannes “de drie zuilen van de kerk”.noot Galaten 2.9. Met hen zou hij later zijn overeengekomen dat zij de leer van Jezus zouden verkondigen aan de Joden en dat Paulus en Barnabas het zouden doen bij andere volken. Dit wordt in iets andere termen bevestigd door de Handelingen van de Apostelen, waar we lezen over een vergadering van de vroege christenen, die tot dezelfde beslissing komt.noot Handelingen 15.

Dat Jakobus zeer hoog in aanzien stond bij de eerste gelovigen, blijkt ook uit het zogeheten Evangelie van de Hebreeën, waarin de opgestane Christus als eerste verschijnt aan zijn broer. Deze tekst is weliswaar vrij jong, maar documenteert de blijvende herinnering aan het leiderschap van Jakobus.

Rechtvaardiging

De Handelingen en de brieven van Paulus hebben vooral betrekking op de prediking onder de andere volken, maar we beschikken over een Brief van Jakobus die lijkt weer te geven wat Jezus’ broer dacht over precies datgene waar Paulus iets nieuws introduceerde, namelijk de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Volgens de auteur is dat onvoldoende – echt geloof blijkt uit goede werken. Daar laat ik het verder even bij, want ik heb het er al eens over gehad.

Ik leg in dat eerdere blogje trouwens ook uit dat een van de argumenten tegen authenticiteit veronderstelt dat iemand uit Galilea niet zulk goed Grieks zou kennen. Wat een onbewezen aanname is en bovendien een tikkeltje hovaardig – alsof wij de oude taal beter zouden kennen dan de mensen uit de Oudheid. Taalkundigen kunnen héél veel, en dat schrijf ik zonder ironie, maar ik zou zelf toch niet zo stellig zijn. In elk geval: er is dus discussie over de authenticiteit van de Brief van Jakobus, en volgende week kom ik daar nog eens op terug.

Dood

De Joodse geschiedschrijvers Flavius Josephus vertelt over de dood van Jakobus in het jaar 62. Josephus zijnde Josephus gaat het verhaal natuurlijk vooral over de officiële leiders van de Joodse gemeenschap, en dus over de relatie tussen gouverneur en hogepriester. De gouverneur, Lucceius Albinus, kreeg een conflict met  hogepriester Ananos II.

Deze Ananos meende handig te kunnen profiteren van de situatie dat [de oude gouverneur Porcius] Festus dood was en [de nieuwe gouverneur] Albinus nog onderweg was. Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt — de man heette Jakobus — alsmede enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de Wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden. De groepering echter van degenen van wie iedereen in de stad vond dat ze zich precies aan de Wet hielden en die op grond daarvan zeer goed aangeschreven stonden [de farizeeën], nam de zaak hoog op. Ze stuurden in het geheim een vertegenwoordiging naar de koning [Herodes Agrippa II] om er bij hem op aan te dringen Ananos te gelasten zich voortaan van dergelijke acties te onthouden. Het was namelijk niet de eerste keer dat hij over de schreef was gegaan. … Voor koning Agrippa vormde de zaak aanleiding Ananos als hogepriester te ontslaan – hij is drie maanden in functie geweest.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.200-203; vert. Wes/Meijer.

Een latere auteur, Clemens van Alexandrië, meende dat Jakobus van de tempelmuur af was gegooid, en daarna was gedood. Dit hoeft niet per se in strijd te zijn met wat Josephus schrijft, omdat de beulen bij een steniging willen dat het slachtoffer stil blijft liggen: de ongelukkige wordt dus ingegraven of men breekt hem de benen – door hem van een tempelmuur te werpen. Ik denk overigens dat we de latere bronnen beter allemaal kunnen negeren, al heb ik, zoals u al merkte, een zwak voor Hegesippos.

Terug naar de anekdote van Josephus. Die is waanzinnig interessant. Om te beginnen vertelt ze iets over de problemen in het dagelijks bestuur van een provincie, waarin lokale gezagdragers niet altijd deden wat Rome wou. De anekdote identificeert verder de enige sadducee die we kennen, namelijk Ananos, die tijdens de Joodse Opstand leiding zou geven aan de provisorische regering in Jeruzalem. Het is verder opvallend dat Josephus, die een hekel had aan de farizeeën, weigert hen te noemen. En tot slot: de passage bewijst dat Jakobus gold als jood en dat andere joden verontwaardigd waren over de wijze waarop hij was aangepakt. In het jaar 62 was er nog geen sprake van dat de wegen van joden en christenen uiteen zouden gaan.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #Barnabas #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #ClemensVanAlexandrië #EvangelieVanDeHebreeën #farizeeën #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Hegesippos #HerodesAgrippaII #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #LucceiusAlbinus #NieuweTestament #Paulus #Petrus #PorciusFestus #steniging

Islamitisch recht (4) Al-Shafi’i

Het mausoleum van Al-Shafi’i in Cairo (© Wikimedia Commons | gebruiker PaFra)

[Dit is het vierde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de vorige blogjes vertelde ik dat de moslims begin achtste eeuw begonnen met het ontwerpen van een islamitisch rechtstelsel, gebaseerd op de hadith, de tradities over het voorbeeldige leven van de profeet Mohammed en de eerste moslims. De relatie tussen de hadith, de Koran en de plicht van de rechter om goed na te denken, was echter niet uitgekristalliseerd. De algemene theorie van het islamitisch recht werd ontworpen door Muhammad al-Shafi’i (767-820).

Al-Shafi’i over Koran en hadith

In zijn Risala (“Verhandeling”) stelt hij dat de Koran de onfeilbare bron van recht is, en dat deze het gezag van de hadith legitimeert: er stond immers geschreven – en dat verschillende keren – “Gehoorzaamt God en zijn gezant”, en dat kon niets anders betekenen dan dat men zich niet alleen moest laten inspireren door Gods eigen woord, de Koran, maar ook door de anekdotes over de Profeet. Beide openbaarden de juiste levenswijze. Een ander argument was gebaseerd op de regel:

Maakt niet Gods tekenen tot bespotting
en gedenkt Gods weldaad aan u:
dat Hij de Schrift en de Wijsheid
op u heeft nedergezonden
om u daarmede te vermanen.noot Koran 2.231; vert. Kramers.

De woorden “de Schrift en de Wijsheid” gaven, volgens Al-Shafi’i, eveneens aan dat de hadith als rechtsbron even belangrijk was als de Koran zelf. Of, beter gezegd: even belangrijk zou kunnen zijn. De tradities konden namelijk in de praktijk niet helemaal dezelfde status hebben, omdat de overlevering mensenwerk was en de rechtsgeleerden dus minder zekerheid hadden over de betrouwbaarheid. Maar als de overleveringsketen in orde was, meende Al-Shafi’i, kon een hadith veilig worden aanvaard.

Regel en uitzondering

Onderlinge tegenspraken konden alleen schijnbaar zijn, bijvoorbeeld doordat de ene anekdote de algemene regel weergaf en de andere de uitzondering, of doordat Mohammed een regel had vervangen. Neem bijvoorbeeld de volgende Koranpassage, die de straf op overspel noemt:

De ontuchtige vrouw en de ontuchtige man,
geselt een ieder hunner met honderd geselslagen.noot Koran 24.2.

In de praktijk werd een overspelige echter niet gegeseld maar gestenigd. De volgende overlevering lijkt bedacht om de discrepantie op te heffen:

Een man uit Bani Aslam [in Jemen] kwam in de moskee naar Gods profeet en riep naar hem: “Profeet van God, ik heb ongeoorloofd geslachtsverkeer gehad.”
De Profeet wendde zich af, waarop de man zich voor hem plaatste en nogmaals zei: “Profeet van God, ik heb ongeoorloofd geslachtsverkeer gehad.”
Hierop wendde de Profeet zich opnieuw af, maar de man plaatste zich weer voor hem en herhaalde zijn bewering. Nogmaals wendde de Profeet zich af, nogmaals plaatste de man zich voor hem, nogmaals herhaalde hij zijn woorden. Toen de man zo viermaal tegen zichzelf had getuigd, sprak de Profeet hem aan en zei: “Ben je krankzinnig?”
Hij zei van niet, waarop de Profeet tegen zijn gezellen zei: “Ga heen en stenig hem.”
Deze man was getrouwd. Jabir ibn Abdallah zei: “Ik was een van degenen die hem stenigden. We doodden hem bij de gebedsplaats van Medina. Toen de scherpgerande stenen hem raakten, probeerde hij nog te vluchten maar we haalden hem in en wierpen stenen naar hem tot hij dood was.”noot Al-Buchari, Authentieke verzameling 63.161.

In deze anekdote wordt expliciet vermeld dat de man was getrouwd, met als implicatie dat voor hem een andere straf zou gelden dan als hij nog vrijgezel was geweest. Een getrouwde die met een getrouwde overspel pleegde werd, conform de hadith, gestenigd, terwijl een vrijgezel die iemand deed echtbreken de Koranische zweepslagen kreeg.

(Tussen haakjes: dit verschil zou als het onderscheid tussen dubbel en enkel overspel opduiken in de boeteboeken van de christenen, hoewel de Bijbel geen onderscheid maakt en in alle gevallen steniging voorschrijft.noot Leviticus 20.10. De ontlening is niet zo vreemd, omdat de samenstellers van de boeteboeken niet zelden tevens geïnteresseerd waren in de verspreiding van het geloof onder moslims, en vertrouwd waren met islamitische ideeën.)

Consensus

Na de Koran en de hadith was voor al-Shafi’i de consensus der geleerden (ijma’) de derde bron van recht. Dit criterium, dat we ook kennen uit het Sassanidische recht, was niet zonder problemen. In de eerste plaats moest worden vastgesteld wie geleerd genoeg waren, een kwestie waarop we nog zullen terugkomen. Een tweede probleem was dat de wereld van de islam inmiddels te groot was om alle bevoegde rechtsgeleerden (de ulama) te consulteren. Daarom definieerden latere rechtsgeleerden de kwestie iets anders: een lokale traditie die niet was gebaseerd op betrouwbare hadith, moest wijken als overal een andere mening werd verkondigd. In feite werd consensus hiermee, naast het voorbeeld van de Profeet, een tweede unificerend principe.

[wordt zondag vervolgd]

#hadith #ijma #islamisering #islamitischRecht #Koran #Mohammed #MuhammadAlShafiI #sharia #steniging #ulama

De Brief van Jakobus

Jakobus de Rechtvaardige (fresco uit de Mar Saba-kerk in Eddé)

Het christendom, zo beweerde men tot in de jaren tachtig, is ontstaan doordat Paulus het joodse geloof van Jezus verving door een geloof in Jezus, waardoor ook niet-joden op de naderende dag des oordeels konden worden gered. De publicatie van de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT en het Nieuwe Perspectief op Paulus weerlegden deze visie. We zoeken de oorzaak van het scheiden der wegen nu eerder bij Domitianus’ harde toepassing van de Fiscus Judaicus.

Feit blijft dat Paulus niet-joden uitnodigde bij het Verbondsvolk. Niet iedereen dacht daar zo over en ook hun stemmen klinken in het Nieuwe Testament, zoals in de Brief van Jakobus. Er is wel geopperd dat de auteur de broer van Jezus is geweest, de Jakobus de Rechtvaardige die in 62 in opdracht van hogepriester Ananos II is gestenigd. Als het waar is, hebben we meteen terminus ante quem voor de brief.

Allerlei bijbelwetenschappers denken echter dat het Grieks van de schrijver te goed is voor een timmermanskind uit Galilea. Het is uiteraard slechts een hypothese dat mensen op het platteland geen talen zouden kunnen leren, zoals het ook een hypothese is dat een Arameessprekende Jakobus zijn brief kan hebben laten redigeren door iemand die de Griekse taal op dit niveau beheerste. Ik zal u de discussie besparen en meteen verklappen wat de conclusie is: we weten niet zeker wie de Brief van Jakobus heeft geschreven.

De Wet

Wat we wel weten is dat de auteur een andere selectie uit de joodse geloofspraktijken maakte dan Paulus. Terwijl die het geloof in de messias belangrijker vond dan het offer in de tempel of de Wet van Mozes, benadrukt Jakobus de Wet juist wel.

Wie zich spiegelt in de volmaakte Wet, die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist in wat hij doet. (1.25; NBV21)

Even verderop:

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de Wet en veroordeelt de Wet. En als u de Wet veroordeelt, handelt u niet naar de Wet, maar treedt u op als rechter. (4.11)

Universaliteit

Als het gaat om het leven naar de Wet, gaat het Jakobus niet om specifieke halachische details, maar om de Wet als algemene basis voor moreel leven.

Wanneer u het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: “Heb uw naaste lief als uzelf”, dan handelt u juist. (2.8)

Het gaat erom dat je niet hebzuchtig bent, dat je gedisciplineerd leeft, dat je geen eden aflegt en dat je zo leeft dat je het Laatste Oordeel niet hoeft te vrezen.

Zorg ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet, die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel. (2.12-13)

Jakobus biedt ook algemene adviezen:

Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. (1.19)

Dit is het soort wijsheid dat we ook aantreffen in het Mishna-traktaat Abot (1.15, 5.11). Dat zal geen toeval zijn. Het gaat immers om een universele waarheid, die je ook bij de Griekse en Romeinse filosofen of in een Perzische koningsinscriptie kunt aantreffen.

Jakobus versus Paulus?

Waar Jezus zich nog verdiepte in allerlei halachische kwesties, zoals de vraag of je tienden moest afdragen over munt, dille en komijn (Matteüs 23.23), zien we dus dat de Wet voor Jakobus een meer algemene strekking heeft gekregen. Hij deelt met Paulus een gevoel van onbehagen over de halachische discussies van hun tijd.

Paulus lost dit dilemma op door niet de Wet maar de messias centraal te stellen; Jakobus koos ervoor de Wet algemener te lezen. Over het offer, dat voor de tempelautoriteiten de kern van het geloof vormde, spreken ze allebei niet veel.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #BriefVanJakobus #hogepriesterschap #JakobusDeRechtvaardige #NieuweTestament #Paulus #scheidenDerWegen #steniging #tienden #WetVanMozes

Sadduceeën (1)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een Jood behoorde tot het uitverkoren volk; in dank daarvoor hield hij zich aan de Wet van Mozes; om dat zo goed mogelijk te doen, bediscussieerden schriftgeleerden de details. We spreken van halacha. Zo ontstonden diverse stromingen, waarvan de farizeeën de bekendste zijn. Je hoort ook over zeloten, sicariërs, essenen. Daarnaast was er de sekte die bekend is van de Dode-Zee-rollen uit Grot 1 bij Qumran. Volgens verouderd onderzoek is die sekte dezelfde als die van de essenen, maar dat is bepaald niet onomstreden. We lezen verder over herodianen, die misschien ook al gelijk zijn aan de essenen. En dan zijn er nog sadduceeën. Daarover wil ik het vandaag hebben.

De sadduceeën worden vaak gepresenteerd als rijke, pro-Romeinse joden, met veel invloed op de tempelcultus. Dit laatste lijkt in eerste instantie te zijn gebaseerd op weinig meer dan een terloopse opmerking uit de Handelingen van de apostelen (5.17), waarin staat dat hogepriester Ananos I medestanders had onder de sadduceeën. Inhoudelijker is de typering van Flavius Josephus dat de sadduceeën naast de Wet geen normatieve boeken hadden. Daarin verschilden ze van de andere halachische stromingen. De lijst van normatieve boeken van de farizeeën was bijvoorbeeld veel langer: min of meer wat nog altijd de joodse Bijbel is. De sekte van de Dode-Zee-rollen erkende naast de Wet en enkele profeten ook eigen geschriften (zoals 4QMMT), maar lijkt bijvoorbeeld Ester niet te hebben erkend.

Het dwaalspoor Josephus

Flavius Josephus helpt ons traditiegetrouw van de wal in de sloot. Hij reduceert de halachische veelkleurigheid tot drie stromingen – farizeeën, sadduceeën en essenen – en alsof die kaalslag nog niet voldoende is, presenteert hij de stromingen zó dat een Griekse of Romeinse lezer er stoïcijnen, epicureeërs en pythagoreeërs in herkent. Voor de sadduceeën geldt dan de epicurese visie dat God weliswaar de wereld heeft geschapen, maar zich er verder niet mee bezighoudt, zodat noch Noodlot noch Voorzienigheid bestaan. Dat laat mensen de vrijheid hun leven in te richten volgens hun eigen noties van goed en kwaad. Omdat de ziel met het lichaam sterft, is er geen hiernamaals en zijn er geen helse straffen of hemelse beloningen.

Helemáál uit de lucht gegrepen is dit niet. Dat de sadduceeën niet geloofden in het leven na de dood, vinden we ook bij Marcus 12.18-27 en in Handelingen 23.8.

Toch biedt Josephus een misrepresentatie. Die dient om een vierde stroming te delegitimeren: de armen die vanaf het midden van de eerste eeuw in toenemende mate geweld kozen en van Josephus de schuld krijgen van de ondergang van Jeruzalem en het einde van de tempelcultus in 70. Deze vierde stroming zou volgens Josephus aan het jodendom vreemd zijn geweest. Anders gezegd, als de armen erin hadden berust dat de elite de Romeinse belastingdruk op hen afwentelde, dan was alles pais en vree gebleven.

Dit is evident vooringenomen. De misrepresentatie roept de vraag op wat de diverse stromingen dan wel waren. Wat waren de sadduceeën?

Namen

Misschien is de naam afgeleid van şaddûqîn, wat dan zou betekenen dat de sadduceeën zouden afstammen van Sadok, de hogepriester van de koningen David en Salomo. De profeet Ezechiël (40.46) had gezegd dat Sadoks nageslacht zou voorgaan in de tempel en het kan zijn dat de sadduceeën zich via hun naam associeerden met het hogepriesterschap en de cultus in het heiligdom. Een tweede mogelijkheid is echter dat de naam het Hebreeuwse woord voor “rechtvaardige” weergeeft en dat de sadduceeën zich dus aanduidden als “de rechtvaardigen”. Verder komen we niet.

Een andere benadering zou zijn te kijken wie sadducee wordt genoemd. En hier blijkt Josephus weer onontkoombaar. Hoe misleidend hij ook te werk gaat, hij is wel een voorname bron. En hij is de enige die met naam en toenaam mensen identificeert als farizee, esseen of sadducee.

Welnu, het totale aantal geïdentificeerde sadduceeën bedraagt precies één: de hogepriester Ananos II. Josephus vertelt in de Joodse Oudheden 20.197 dat deze in 62 na Chr. opdracht gaf tot de steniging van Jezus’ broer Jakobus de Rechtvaardige en prompt daarna zijn biezen kon pakken. Hij zou, zoals ik al eens vertelde, later leiding geven aan het verzet tegen de Romeinen, dus voorlopig wil ik even van niemand horen dat de sadduceeën pro-Romeins waren.

[Wordt vervolgd]

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Zware cavalerie

mei 22, 2020
Masada

augustus 8, 2015
M10 | Jonathan de Makkabeeër

december 21, 2022 Deel dit:

#ananosI #ananosIi #essenen #farizeeen #flaviusJosephus #halacha #herodianen #hogepriesterschap #jakobusDeRechtvaardige #nieuweTestament #priesterschap #qumran #sadduceeen #steniging