Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Al in de negentiende eeuw stond vast dat het complexer was. De Dode Zee-rollen en de publicatie van vroegchristelijke bronnen hebben dat bevestigd. Ik verzorg over deze materie weleens een cursus, en onlangs maakte ik daarbij het schema dat u hierboven ziet. Het is in deze vorm gemaakt door Kees Huijser, die wel vaker het grafische werk voor deze blog verzorgt. Ik beweer niet dat dit overzicht correct is; er is geen verband of lijn die niet ook anders kan zijn; maar het schema helpt om de stof te ordenen.

Pluriform jodendom

Helemaal links ziet u de situatie rond het jaar 150 v.Chr. In zijn Joodse Oorlog en Joodse Oudheden gebruikt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ongeveer dit moment om de stromingen te introduceren die volgens hem het normale jodendom vertegenwoordigen: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen.

Het is plausibel dat deze drie stromingen ontstonden door het conflict dat ligt besloten in de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT, “Enige werken der Wet”. Volgens een mogelijke interpretatie richtte de auteur zich tot hogepriester Jonathan, om hem te waarschuwen voor de eerste farizeeën (“Belialsoverleg”) en te brengen tot de juiste, vroeg-sadducese opvattingen. Toen de hogepriester niet akkoord ging, splitste de groep rond de auteur van deze brief zich van de sadduceeën af en vormde de groep van de essenen. Althans, dat is een mogelijk scenario, dat is gebaseerd op de aanname dat de Dode Zee-rollen door de essenen zijn geschreven. Dat is maar de vraag.

Als deze aanname correct is, zijn er ook meerdere esseense groepen geweest; de Dode Zee-rollen documenteren verschillen in opvatting en verschillende woonplaatsen. Ook de farizeeën waren verdeeld; vanaf het begin van de jaartelling waren er twee hoofdstromingen. De sicariërs, waarvan nogal eens wordt genegeerd dat ze ook niet-joodse leden hadden, waren overigens een farizese afsplitsing. De meeste joodse stromingen overleefde de ondergang van Jeruzalem in 70 niet.

Het scheiden der wegen

De Jezusbeweging kende ook twee takken, waarvan de joodse tak is vertegenwoordigd in de Didache (al zijn er andere interpretaties) en de niet-joodse in de brieven van Paulus en de evangeliën. Die zijn geschreven rond 70 (Marcus) en in de generatie er na. Er zijn geleerden die het evangelie van Johannes dan weer heel vroeg plaatsen en beweren dat dat “een game-changer” is, maar ik geloof er helemaal niks van. Ik noem het echter om nog eens te benadrukken dat het schema ook maar een vereenvoudiging is, ja een oververeenvoudiging.

Meer oververeenvoudiging: Jochanan ben Zakkai organiseerde het rabbinaat en baseerde zich daarbij op een van de twee farizese stromingen. Helemaal onwaar is het niet, maar het rabbijnse jodendom dat zo kwam te ontstaan, heeft bredere wortels dan alleen het farizeïsme. De optekening van de Mishna, een verzameling rabbijnse wijsheid, toont dat joods leven mogelijk is in een samenleving die niet joods is. Er zijn geen Joodse machthebbers, met andere woorden – een gevolg van de opstand van Bar Kochba. Na 136 na Chr. moest men achttien eeuwen wachten voor een nieuwe Joodse staat in het land van Israël.

Die Bar Kochba-opstand had een einde gemaakt aan de joodse christenen. Althans, daarvoor zijn aanwijzingen. Het is weer niet zo zeker allemaal. Wat wél zeker is, is dat op dat moment de rabbijnse joden en de christenen al uit elkaar aan het gaan waren. De door de Romeinse keizer Domitianus met ongebruikelijke hardheid geïnde belasting die bekendstaat als Fiscus Judaicus speelde daarbij een belangrijke rol, maar er waren meer factoren, waarover discussie bestaat.

Pluriform christendom

De andere, niet-joodse christenen waren verdeeld over allerlei oriëntaties en ideeën, die ik in dit schema achterwege heb gelaten. Egypte was een fabriek aan nieuwe opvattingen. In de tweede helft van de tweede eeuw organiseerde Eirenaios van Lyon het nieuwe geloof, en zijn opvattingen staan aan het begin van de proto-orthodoxie.

Er zijn op dat moment andere opvattingen. Montanisme, dat het martelaarschap verheerlijkte; de gnosis, met een complexe mythe en eigen teksten, bekend uit Nag Hammadi. En er zijn nog meer opvattingen, die we niet altijd even goed kennen. De meeste mensen die Christus vereerden, deden dat in combinatie met de oude goden, en de scheiding van het langzaam groeiende rabbijnse jodendom was ook niet scherp. Over deze ideeën zijn we slecht geïnformeerd omdat latere, orthodoxe kopiisten dit materiaal zelden kopieerden. Soms, zoals in een hymne waarin Christus aan Apollo wordt gelijkgesteld, schemert er iets door.

De keuze van Constantijn

De bekering van Constantijn betekende dat het exclusivistische christendom (dat stelde dat als je Jezus vereerde, je hem als enige godheid aanvaardde en dus niet, zoals in de Oudheid gewoon was, de nieuwe god combineerde met de verering van de andere goden) de wind in de zeilen kreeg. Iets preciezer: binnen dit exclusivistische christendom steunde hij de proto-orthodoxe groep. Met het Concilie van Nikaia, dit jaar zeventien eeuwen geleden, werd dit de staatskerk van het Romeinse Rijk.

Was de proto-orthodoxie de belangrijkste groep binnen het derde-eeuwse christendom, en was Constantijns specifieke keuze daarom voorspelbaar? Of was de proto-orthodoxie een van de vele christelijke oriëntaties, en was zijn keuze persoonlijk? Ik voor mij denk het laatste, maar er zijn geleerdere mensen die denken dat het proto-orthodoxe christendom dominant was, en sommigen denken dat die dominantie begon met Eirenaios, anderen denken dat het al eerder het geval was.

Wat ik maar zeggen wil: dit schema is handig voor onderwijsdoelen, en wat mij betreft mag iedereen het gebruiken. Als je er maar bij zegt dat elk aspect discutabel is.

#4QMMT #ConstantijnDeGrote #Didache #DodeZeeRollen #Domitianus #EersteConcilieVanNikaia #EirenaiosVanLyon #essenen #exclusivistischeChristenen #farizeeën #FiscusJudaicus #FlaviusJosephus #gnosis #JezusVanNazaret #JochananBenZakkai #JonathanDeMakkabeeër #messias #Mishna #montanisme #NagHammadi #nietExclusivistischeChristenen #pluriformiteit #protoOrthodoxie #sadduceeën #scheidenDerWegen #sicariërs

De Brief van Jakobus

Jakobus de Rechtvaardige (fresco uit de Mar Saba-kerk in Eddé)

Het christendom, zo beweerde men tot in de jaren tachtig, is ontstaan doordat Paulus het joodse geloof van Jezus verving door een geloof in Jezus, waardoor ook niet-joden op de naderende dag des oordeels konden worden gered. De publicatie van de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT en het Nieuwe Perspectief op Paulus weerlegden deze visie. We zoeken de oorzaak van het scheiden der wegen nu eerder bij Domitianus’ harde toepassing van de Fiscus Judaicus.

Feit blijft dat Paulus niet-joden uitnodigde bij het Verbondsvolk. Niet iedereen dacht daar zo over en ook hun stemmen klinken in het Nieuwe Testament, zoals in de Brief van Jakobus. Er is wel geopperd dat de auteur de broer van Jezus is geweest, de Jakobus de Rechtvaardige die in 62 in opdracht van hogepriester Ananos II is gestenigd. Als het waar is, hebben we meteen terminus ante quem voor de brief.

Allerlei bijbelwetenschappers denken echter dat het Grieks van de schrijver te goed is voor een timmermanskind uit Galilea. Het is uiteraard slechts een hypothese dat mensen op het platteland geen talen zouden kunnen leren, zoals het ook een hypothese is dat een Arameessprekende Jakobus zijn brief kan hebben laten redigeren door iemand die de Griekse taal op dit niveau beheerste. Ik zal u de discussie besparen en meteen verklappen wat de conclusie is: we weten niet zeker wie de Brief van Jakobus heeft geschreven.

De Wet

Wat we wel weten is dat de auteur een andere selectie uit de joodse geloofspraktijken maakte dan Paulus. Terwijl die het geloof in de messias belangrijker vond dan het offer in de tempel of de Wet van Mozes, benadrukt Jakobus de Wet juist wel.

Wie zich spiegelt in de volmaakte Wet, die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist in wat hij doet. (1.25; NBV21)

Even verderop:

Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de Wet en veroordeelt de Wet. En als u de Wet veroordeelt, handelt u niet naar de Wet, maar treedt u op als rechter. (4.11)

Universaliteit

Als het gaat om het leven naar de Wet, gaat het Jakobus niet om specifieke halachische details, maar om de Wet als algemene basis voor moreel leven.

Wanneer u het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: “Heb uw naaste lief als uzelf”, dan handelt u juist. (2.8)

Het gaat erom dat je niet hebzuchtig bent, dat je gedisciplineerd leeft, dat je geen eden aflegt en dat je zo leeft dat je het Laatste Oordeel niet hoeft te vrezen.

Zorg ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet, die vrijheid brengt. Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel. (2.12-13)

Jakobus biedt ook algemene adviezen:

Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. (1.19)

Dit is het soort wijsheid dat we ook aantreffen in het Mishna-traktaat Abot (1.15, 5.11). Dat zal geen toeval zijn. Het gaat immers om een universele waarheid, die je ook bij de Griekse en Romeinse filosofen of in een Perzische koningsinscriptie kunt aantreffen.

Jakobus versus Paulus?

Waar Jezus zich nog verdiepte in allerlei halachische kwesties, zoals de vraag of je tienden moest afdragen over munt, dille en komijn (Matteüs 23.23), zien we dus dat de Wet voor Jakobus een meer algemene strekking heeft gekregen. Hij deelt met Paulus een gevoel van onbehagen over de halachische discussies van hun tijd.

Paulus lost dit dilemma op door niet de Wet maar de messias centraal te stellen; Jakobus koos ervoor de Wet algemener te lezen. Over het offer, dat voor de tempelautoriteiten de kern van het geloof vormde, spreken ze allebei niet veel.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AnanosII #BriefVanJakobus #hogepriesterschap #JakobusDeRechtvaardige #NieuweTestament #Paulus #scheidenDerWegen #steniging #tienden #WetVanMozes

Domitianus en de Fiscus Judaicus

Domitianus, die met de harde toepassing van de Fiscus Judaicus het scheiden der wegen van joden en christenen bewerkstelligde (Capitolijnse Musea, Rome)

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament en ik was blijven steken bij de Bergrede. Ineens realiseerde ik me dat in mijn reeks iets ontbreekt. Ik neem steeds aan dat u weet dat de evangeliën zijn geschreven tussen pakweg 65 en 95 na Chr. Over de datering van het Marcusevangelie is overigens wat discussie. Volgens Europese geleerden kort voor de verwoesting van de tempel in 70, volgens Amerikaanse geleerden kort daarna. De evangeliën van Matteüs, Lukas en Johannes ontstonden ergens in de jaren tachtig of negentig. Ze zijn geschreven tegen de achtergrond van de regering van keizer Domitianus, die in 81 onverwacht aan de macht kwam en vijftien jaar later werd vermoord.

Zijn regering markeert het scheiden der wegen (the parting of ways) van christendom en rabbijns jodendom. Een misleidende naam overigens, aangezien er ook veel is geweest dat de twee bleef verbinden. Het valt echter niet te ontkennen dat eind eerste eeuw het Joodse volk transformeerde in twee gescheiden religies. Enerzijds waren er Joden die het leiderschap aanvaardden van in Yavne opgeleide rabbijnen, die (onder meer) de farizese traditie voorzetten; anderzijds waren er volgers van een christelijk leiderschap, waarvan het karakter niet helemaal duidelijk is. Over de Twaalf horen we niets meer en de apostelen waren zo niet dood dan toch oud en der dagen zat.

In elk geval: nu de tempel in Jeruzalem de Joden niet langer verenigde, resteerden twee rivaliserende groepen. Hun wedijver vormt de achtergrond waartegen de evangeliën zijn geschreven. Matteüs 23 is bijvoorbeeld opvallend negatief over de farizeeën en het Johannesevangelie lijkt geschreven na een pijnlijke breuk met een joodse gemeenschap.

Fiscus Judaicus

Wat extra scherpte gaf aan de rivaliteit, was de Fiscus Judaicus. Joden hadden eeuwenlang een tempelbelasting betaald die de Romeinse overheid, nu de joodse tempel er niet langer was, gebruikte voor haar eigen doelen. Aanvankelijk was de opbrengst geoormerkt voor de herbouw van de Jupitertempel op het Capitool, die enkele maanden vóór het heiligdom in Jeruzalem was afgebrand. Je zou kunnen zeggen dat de belasting een manier was om de Joden te dwingen tot aanvaarding van de staatscultus. Een gedwongen vorm van integratie dus. Dit, én een tekort op de rijksbegroting dat was veroorzaakt door aanhoudende oorlogvoering aan de Rijn en Beneden-Donau, verklaart waarom keizer Domitianus ook na de voltooiing van de tempel de belasting handhaafde. Ze bestond mogelijk tot in de vierde eeuw.

Domitianus paste de regels met buitengewone hardheid toe. Domitianus’ biograaf Suetonius schrijft:

De belasting voor Joden werd geïnd met nietsontziende striktheid, meer dan andere belastingen. Iedereen werd ervoor opgegeven die leefde als Jood, al dan niet volgens eigen verklaring, of die zijn oorsprong verheimelijkte om de aan dat volk opgelegde heffingen niet te hoeven betalen. Als jongeman heb ik zelf een keer meegemaakt, herinner ik me, hoe een oude man van negentig werd onderzocht door een procurator met een uitgebreide adviesraad, om te zien of hij besneden was.

Deze vertaling is afkomstig uit Wreed en pervers, een nog te verschijnen boek van Vincent Hunink en Olivier Hekster met daarin Suetonius’ en Cassius Dio’s beschrijvingen van Domitianus’ regeringsjaren.

De vervolgden

Suetonius noemt twee groepen die in het vizier kwamen van de Romeinse rechter. Om te beginnen Joden die hun oorsprong verheimelijkten: mensen dus die waren geboren als Joden maar andere goden waren gaan vereren. Domitianus vond dat ze evengoed de Fiscus Judaicus moesten betalen en strafte ze met inbeslagname van hun goederen. Dit kunnen gewone afvalligen zijn geweest maar hierbij behoorden ook de christenen-uit-het-jodendom.

De andere groep betreft degenen die leefden als Joden. Proselieten dus. Het is niet helemaal duidelijk wat hier problematisch aan is, maar Domitianus, die zichzelf aanduidde als heer en god (dominus et deus) kan aanvaarding van het jodendom hebben uitgelegd als een truc om hem niet te hoeven vereren. Overigens hoeven we hem niet zoiets in de schoenen te schuiven zolang geldgebrek voldoende verklaart. Hoe dit ook zij: ze moesten betalen.

Deze groep valt onder meer te identificeren als de zogeheten godvrezenden en de christenen-uit-het-heidendom. En er waren aangevers die degenen die leefden als Joden rapporteerden bij de autoriteiten. Blijkbaar groeide dit uit tot een exces, want toen Domitianus was vermoord en vervangen door Nerva, was de hervorming van de Fiscus Judaicus een van zijn eerste regeringsdaden.

Institutioneel antimonotheïsme

De Fiscus Judaicus had voor diverse groepen dus verschillende gevolgen. Voor degenen die het rabbijnse leiderschap aanvaardden, bleef de zaak als vanouds. Min of meer dan. Ze betaalden dezelfde belasting als altijd, al kwam die nu ergens anders uit. Die vernedering was nieuw (volgende week meer). Joden bleven echter vrijgesteld van de keizercultus. De Fiscus Judaicus functioneerde dus onbedoeld als betaling om monotheïst te mogen zijn.

Voor volgelingen van Jezus lag het anders. Kwamen ze uit een Joodse familie, dan riskeerden ze inbeslagname van hun goederen als ze zich voor de belastinginspecteur niet langer identificeerden als Joods. Kwamen ze uit een niet-Joodse familie, dan beschouwde Domitianus hen niet alleen als belastingontduikers maar wellicht ook als opstandelingen. Ze weigerden immers te offeren aan de keizer, wat gold als serieus vergrijp.

Of we Domitianus’ beleid moeten typeren als jodenvervolging, als christenvervolging of als strenge wetshandhaving, is een kwestie van definitie. Ikzelf neig er altijd toe om voor de eerste eeuwen niet al te snel te spreken van vervolging, maar in dit geval is er sprake van beleid waarvan je op z’n minst kunt zeggen dat het erop was gericht bepaalde godsdienstige opvattingen te belemmeren, dat dit beleid vermoedelijk imperium-wijd werd uitgevoerd (zij het met de in de Romeinse wereld gebruikelijke lokale variaties) en dat er een zekere strengheid was. We moeten een en ander zeker niet bagatelliseren. Er was sprake van iets dat we institutioneel antimonotheïsme zouden kunnen noemen en het bracht mensen in levensgevaar.

Het belang

Het punt is dat de synagogen tijdens Domitianus redenen hadden zich te distantiëren van al wie Jezus zag als messias. Degenen die betaalden om monotheïst te zijn en die in deze jaren begonnen het gezag van de rabbijnen uit Yavne te aanvaarden, konden op zich vermoedelijk wel vrede hebben met geloofsgenoten met een afwijkende mening. Het jodendom kende vanouds veel variatie. De synagoge-oudsten wilden echter niet meegesleept worden nu de overheid de volgelingen aanpakte van een terdoodveroordeelde crimineel. Afgaand op de Talmoed (Berakhot 28b-29a) is in deze tijd de Birkat haMinim geformuleerd, de sarcastisch “zegening van de ketters” genoemde vervloeking van sektariërs. Lees: christenen.

Over deze materie bestaat discussie, zoals over alle aspecten van het scheiden der wegen. Het is echter duidelijk dat Domitianus’ harde beleid de afstand vergrootte tussen de eerste christelijke groepen en de joodse groepen. Dit is de achtergrond van de woorden van Mattheüs’ Jezus: “Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten”. Ik blogde er al over.

Doordat Domitianus de scheiding van wegen afdwong, is hij een van de voor ons relevantste Romeinse keizers. Er zijn immers maar weinig keizerlijke beleidsdaden die na ruim negentien eeuwen nog steeds gevolgen hebben. Er is immers (en dat is vrij uniek) sprake van een documenteerbare institutionalisering. Over Domitianus begint op 17 december een expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

[Volgende week meer]

Literatuur

Deze materie is behandeld in twee recente Nederlandse proefschriften, namelijk Marius Heemstra’s Fiscus Judaicus (2011) en Renske Janssens Religio illicita (2020; ik ben het nog aan het lezen).

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Latijnse, heidense literatuur

mei 1, 2021
Kara Tepe

oktober 3, 2015
Domitianus (38): De blozende keizer

februari 22, 2022 Deel dit: #christenvervolging #Domitianus #FiscusJudaicus #godvrezenden #jodenvervolging #keizercultus #MariusHeemstra #scheidenDerWegen