De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Kruik uit de Panagyurishte-schat (Historisch museum, Sofia)

Lysimachos’ pogingen zijn macht uit te breiden tot voorbij de Donau, liepen op niets uit. De Geten namen hem gevangen en dwongen hem om enkele veroverde gebieden af te staan. Enkele jaren later verloor Lysimachos het leven in een veldslag tegen een andere opvolger van Alexander, Seleukos I Nikator, de stichter van het Seleukidische Rijk. Omdat juist in deze tijd ook de Kelten – of, iets preciezer: de Galaten – een inval deden, was de situatie volkomen chaotisch.

Intermezzo

De Galaten werden in 277 v.Chr. verslagen door de Macedonische koning Antigonos II Gonatas. Bronnenschaarste maakt het lastig de verdere geschiedenis te beschrijven. We lezen over een Seleukidische inval in 252, en het lijkt erop dat bij die gelegenheid Seuthopolis is belegerd en verwoest. Het heeft er de schijn van dat een door Kelten gedomineerde roofstaat, aangeduid als Tylis, een tijd lang de bewoners van Thracië heeft weten af te persen. Plaatsnamen eindigend op –dava, “versterking”, documenteren Keltische nederzettingen.

De Grieks-Romeinse auteur Polybios weet dat de Thraciërs uiteindelijk een einde maakte aan dit schrikbewind, maar hij identificeert ze niet preciezer dan als “de Thraciërs”.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 4.46.4.

Keltische sieraden (Historisch Museum, Sofia)

Tegen het einde van de derde eeuw, toen vrijwel alle grote mogendheden elkaar bestreden en niemand de gelegenheid had om de Thraciërs te steunen, probeerde de Macedonische koning Filippos V zijn macht uit te breiden over de gebieden die Filippos II anderhalve eeuw had veroverd. Hij had enig succes, maar verloor de gewonnen gebieden weer toen de Romeinen, die inmiddels de Tweede Punische Oorlog hadden gewonnen, hun aandacht vestigden op de Balkan. Tien jaar na deze Tweede Macedonische Oorlog (200-197 v.Chr.) slaagde Filippos er desondanks in grote delen van Thracië te onderwerpen.

De Thracische volken herwonnen hun onafhankelijkheid weer toen de Romeinen in 168 v.Chr. Macedonië opknipten in vier republieken. Hoewel: echt onafhankelijk waren de Thraciërs niet: we lezen over gijzelaars die verblijven in Rome. De diverse Thracische groepen waren dus feitelijk vazallen.

[Wordt overmorgen vervolgd]

#AntigonosIIGonatas #FilipposV #Galaten #Geten #Lysimachos #Odrysen #Orfeus #PanagyurishteSchat #Polybios #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SeuthesIII #Seuthopolis #Thracië #ValleiVanDeThracischeKoningen

Ptolemaios III Euergetes in Babylon

Ptolemaios III Euergetes (Hessisches Landesmuseum, Kassel)

Oudheidkunde is de wetenschap van de dataschaarste. De meeste informatie uit de Oudheid is immers verloren. Aan de hand van een biologische parallel waarover ik het nog eens hebben zal, kunnen we vaststellen dat ongeveer 5% van alle antieke teksten over is. Je kunt de situatie dus vergelijken met vijf puzzelstukjes van een puzzel van honderd stukjes. En wat is het dus geweldig als er een zesde stukje blijkt te zijn. Daarom zijn bronpublicaties zo belangrijk: inscripties, papyri, kleitabletten. Waarbij ik meteen aanteken dat de publicatie van teksten (of archeologische vondsten) op zichzelf vanzelfsprekend geen wetenschap is; dataverwerving is geen wetenschap maar slechts een voorwaarde voor wetenschap.

Bronnenuitgave

Tot het materiaal dat de afgelopen kwart eeuw is ontsloten, behoren enkele Babylonische kronieken uit de hellenistische periode. Ik noemde de publicatie al eens eerder, ruim twee maanden geleden: Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period van de Nederlandse oudheidkundige Bert van der Spek (met een heel team van coauteurs, medewerkers en anderen). Het gaat om tweeëntwintig teksten met beschrijvingen van de gebeurtenissen die voor de stad Babylon belangrijk waren; alles bij elkaar ruim 160 bladzijden met de Babylonische tekst, een Engelse vertaling en commentaar. Daarnaast zo’n 850 pagina’s met de Astronomische Dagboeken die de basis vormen voor de in de kronieken samengevatte informatie. Het boek is zo zwaar als een baksteen.

Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period bevat ook nog zestig bladzijden met uitleg van het genre, van de conventies waarmee een spijkerschrifttekst wordt uitgegeven, van de chronologie en wat dies meer zij. Oudheidkundigen hebben geen enkel excuus om het boek niet te raadplegen – en ik maak dat punt met enige nadruk omdat oudheidkundigen met belangstelling voor het hellenisme zich meestal beperken tot de Griekssprekende wereld, terwijl spijkerschriftspecialisten ophouden als de Perzen komen. De Routledge History of the Ancient World, een vrij gerenommeerde reeks handboeken, laat het hellenisme in het Nabije Oosten simpelweg onbehandeld.

Vijf van de honderd puzzelstukjes zijn er, en dan komt er een zesde bij. Dat is op zich al leuk, maar het is natuurlijk nog leuker als het stukje ergens bij aansluit. Dan ontstaan verbanden, dan zijn we dus (per definitie) aan het verklaren en wordt het wetenschap. En dat is het geval met de Ptolemaios III-kroniek. Het klapstuk uit de collectie.

Seleukos II Kallinikos (Staatliches Münzkabinett, München)

De situatie

Wat was er aan de hand? In de zomer van 246 v.Chr. scheidde de Seleukidische koning Antiochos II Theos van zijn tweede echtgenote, Berenike, de dochter van de kort daarvoor overleden Ptolemaïsche koning Ptolemaios II Filadelfos. Anders gezegd: de pro-Egyptische hoffactie in het Seleukidische Rijk raakte uit de gratie, en een andere factie won aan invloed. Dat was de factie van Antiochos’ eerste echtgenote, Laodike. Zo’n volte-face was sowieso een ingrijpende beleidswisseling, maar het werd een ramp omdat koning Antiochos meteen daarna overleed.

Nu waren er twee koninginnen, elk met steun aan het hof, elk met steun in diverse buitenlanden.

  • Enerzijds was daar Laodike, de moeder van de meteen als koning erkende Seleukos II;
  • anderzijds was er Berenike, met een minderjarige zoon Antiochos.

Haar factie stond er slecht voor, maar omdat de echtscheiding zo recent was, verbleef zij nog in de hoofdstad Antiochië, terwijl de nieuwe koning Seleukos en zijn moeder Laodike ergens in het huidige Turkije verbleven. Dat bood kansen aan de aanhangers van Berenike: haar broer Ptolemaios III Euergetes, pas enkele maanden aan de macht, besloot te interveniëren.

Seleukeia

In september lanceerde hij een aanval op het Seleukidische Rijk. Zonder problemen landde hij in Seleukeia, de haven van Antiochië, waar hij enthousiast werd ontvangen. Dat lezen we althans in de papyrus die bekendstaat als FGrH 160, en het kan natuurlijk propaganda zijn. In elk geval had koning Ptolemaios zich meester gemaakt van het centrum van het Seleukidische Rijk. Zijn zus Berenike was echter zo onverstandig om in dit moment van triomf haar paleis te verlaten en werd prompt vermoord.

Oorlog

Een Egyptische inscriptie die zeker propagandistisch is, vermeldt nu:

Nadat Ptolemaios meester was geworden van het hele gebied aan deze kant van de Eufraat … stak hij de rivier over en onderwierp hij Mesopotamië, Babylonië, Sousiana, Persis, Medië en al het andere land tot Baktrië aan toe.noot OGIS 54.

Dat is ongeloofwaardig, niet alleen omdat het bizar is dat een Egyptisch leger zou kunnen oprukken door Irak en Iran tot aan het grensgebied van Afghanistan en Oezbekistan, maar ook omdat het niet in onze voornaamste andere bron staat: Appianus. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten is hij de enige geschiedschrijver uit de Oudheid met een wetenschappelijk te noemen causaliteitsbegrip. Alleen begint hij zijn zeer korte beschrijving met iets wat vrijwel zeker niet waar is:

Laodike vermoordde Antiochos en daarna ook Berenike en haar kind.noot Appianus, Syrische Oorlogen 65.

Dit zou betekenen dat Laodike de man die net voor haar had gekozen, en van wie ze het meest profiteerde, uit de weg had geruimd. Niet plausibel. Het vervolg:

Ptolemaios III nam wraak voor deze misdaden door Laodike te doden. Hij viel Syrië binnen en rukte op tot aan Babylon.

Een opmars vanuit Syrië naar Irak is niet plausibel als je vijand zich bevindt in Turkije. Kortom, wetenschappers betwijfelden of Ptolemaios wel voorbij Antiochië was opgerukt.

De voorkant van de Ptolemaios III-kroniek (British Museum, Londen)

De Ptolemaios-kroniek

Dat verandert echter met de Ptolemaios III-kroniek, die een ooggetuigenverslag uit Babylon biedt. U leest de Engelse vertaling daar. Wat we leren is dat het leger van Ptolemaios in december 246 een stad bereikt in de buurt van Babylon, vermoedelijk Sippar, waarop de Seleukidische officieren in Babylon het koninklijke paleis in staat van verdediging brengen.

Op 9 januari 245 v.Chr. slaan de Ptolemaïsche troepen, “die gekleed zijn in ijzer en die geen ontzag hebben voor de goden”, het beleg op voor Babylon. Vier dagen later vallen ze een van de fortificaties aan, waarop allerlei mensen naar het paleis vluchten. Ze worden afgeslacht door de Ptolemaïsche soldaten die de stad zijn binnengedrongen.

Op 18 januari arriveren meer troepen, en op 20 januari betreden die de voornaamste tempel van Babylon, de Esagila. Hun commandant wordt alleen geïdentificeerd als “een bekende prins” en is vermoedelijk Xanthippos. Het is zomaar denkbaar dat dat de man is die enkele jaren eerder de Romeinse generaal Regulus had verslagen.

De moeilijk in te nemen muur van Babylon

Na enkele offers te hebben gebracht, slaat “de bekende prins” het beleg op voor het koninklijk paleis. Een Seleukidische uitval mislukt en de belegering duurt voort. Op (vermoedelijk) 29 januari arriveren Seleukidische troepen, maar ze worden door de Ptolemaïsche soldaten afgeslagen. Daar breekt het kleitablet af, zodat we vooralsnog niet weten of ook het paleis in handen van de Ptolemaïsche troepen is gevallen.

Tot slot

Dat is misschien wat teleurstellend, maar we hebben dus een puzzelstukje erbij gekregen en het sluit mooi aan bij de weinige informatie waarover we al beschikten.

De oorlog – voor wie dat wil weten – staat bekend als de Derde Syrische Oorlog en werd al snel beslist doordat Seleukos II vanuit Turkije naar Syrië oprukte en het leger van Ptolemaios III tot de terugkeer dwong. In het vredesverdrag van 241 behield hij de Seleukidische havenstad Seleukeia.

#Antiochië #AntiochosITheos #Appianus #Babylon #BerenikeFerneforos #BertVanDerSpek #DerdeSyrischeOorlog #Eufraat #LaodikeI #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIIIEuergetes #SeleukeiaInPieria #SeleukidischeRijk #SeleukosIIKallinikos #Sippar #XanthipposVanLakedaimon

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Mykeens aardewerk (Archeologisch Museum, Selçuk)

Evengoed zijn de eerste eeuwen van de geschiedenis van Efese weinig duidelijk. We weten wel dat de Kimmeriërs de Griekse stad in de zevende eeuw v.Chr. brandschatten; later maakte Efese deel uit van het Lydische koninkrijk van Kroisos, die de beroemde tempel van de Efesische Artemis herbouwde. Na het midden van de zesde eeuw v.Chr. behoorde de stad tot het Perzische Rijk. Er zijn echter nauwelijks archeologische resten uit deze periode.

De Hellenistische tijd

Onze bronnen vermelden in de vijfde en vierde eeuw Efese zo nu en dan, maar de stad werd pas echt belangrijk toen een van de opvolgers van Alexander de Grote, Lysimachos, besloot Efese te maken tot zijn residentie. Hij wilde er begraven worden in het niet veel verderop gelegen Belevi-mausoleum. Na de slag op de Kyrosvlakte (281 v.Chr.), waarin Lysimachos om het leven kwam, werd de stad onderdeel het Seleukidische Rijk en – iets later – van het koninkrijk Pergamon. De Hellenistische Fontein die toeristen nog altijd kunnen zien, dateert uit deze tijd.

Het theater

De Romeinse tijd

Nadat de Romeinen het Pergameense koninkrijk in 133 v.Chr. hadden geannexeerd, maakten ze Efese tot residentie van de gouverneur van de nieuwe provincie, die ze Asia noemden. Vrijwel alles wat toeristen heden ten dage kunnen zien – en dat is heel erg veel – dateert uit de Romeinse periode. Neem het theater: hoewel het is aangelegd in de hellenistische tijd, hebben de Efesiërs het herbouwd ten tijde van de keizers Claudius (r.41-54), Nero (r. 54-68) en Trajanus (r.98-117). Een ander voorbeeld is de Agora: opnieuw een bouwwerk uit de hellenistische tijd dat in de Romeinse periode is herbouwd.

Andere monumenten uit de Romeinse tijd zijn de Poort van Mazaeus en Mithridates (de belangrijkste toegang tot de Agora), de fontein van keizer Domitianus, de Fontein van Trajanus, de Boog van keizer Hadrianus, de wereldberoemde Bibliotheek van Tiberius Julius Celsus Polemaeanus, en het zogeheten Parthenmonument. Voor dat laatste moet u overigens naar Wenen, want het is overgebracht naar het Ephesos-Museum. Ook de fenomenale terraswoningen en enkele tempels voor de keizercultus, dateren uit de Romeinse tijd. Uit de vroege vijfde eeuw na Chr. dateert de Arcadiusweg.

De bibliotheek van Celsus

Late Oudheid

Efese was een belangrijk centrum voor het vroege christendom. De apostel Paulus onderwees er in de synagoge en raakte in de problemen toen er geruchten gingen dat hij kritiek had op de cultus van Artemis – voor wie de stad, zoals gezegd, een beroemde tempel had, een van de zeven wereldwonderen. In 431 was Efese de plaats waar een concilie plaatsvond, dat besloot dat Maria de moeder was van Christus als God (en dus niet van Christus als mens). De ruïne van de kerk waar de vergadering plaatsvond, is nog steeds te bezoeken.

Het verval van Efese begon toen de haven verzandde. In de Byzantijnse tijd werd de stad verlaten, hoewel er nog altijd een fort was en verschillende kerken in gebruik bleven. De legende van de Zevenslapers van Efese dateert uit de vroege zesde eeuw.

De terraswoningen

Het wetenschappelijk onderzoek begon in de laatste jaren van de negentiende eeuw. Oostenrijkse archeologen, aanwezig sinds 1895, hebben grote delen van de oude stad blootgelegd. De prettig rustige zalen van het Ephesos-Museum in Wenen, gevestigd in het voormalige paleis van de Habsburgers, zijn voor ons Europeanen de toegankelijkste kennismaking met Efese, maar een bezoek aan de eigenlijke ruïnestad en het museum in het nabijgelegen Selçuk zijn natuurlijk nog beter.

#androklos #artemisVanEfese #asia #belevi #concilieVanEfese #darkAges #efese #ephesosMuseum #kyrosvlakte #lysimachos #miraBronstijdrijk #parthenmonument #paulus #pergamon #seleukidischeRijk #tiberiusJuliusCelsusPolemaeanus #turkije #wenen #wereldwonder #zevenWereldwonderen #zevenslapers

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

De Macedonische diademen

Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

Hellenistische diademen

Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

Romeinse diademen, kransen en kronen

In de Romeinse Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwerkrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

De IJzeren Kroon

Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

#Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #koningsideologie #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse #WagenmennerVanDelfi

Hellenistisch Lycië

Het Letoön

[Dit is het vierde van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De onafhankelijkheid van Lycië (landkaart) is eigenlijk nooit meer hersteld en de plaatselijke cultuur begon te verdwijnen in de late vierde eeuw. De jongste Lycische inscriptie is geschreven in het laatste kwart van die eeuw. Toen het Perzische Rijk na 338 v.Chr. begon te desintegreren, werden de Lyciërs niet opnieuw zelfstandig, maar onderworpen door de Macedonische koning Alexander de Grote, die in de winter van 334/333 door het land marcheerde. Er was lokaal verzet, maar Alexanders ondercommandant Nearchos maakte daaraan een einde.

Een lijst van buitenlandse heersers geeft een beeld van de volgende, chaotische fase van de Lycische geschiedenis. Na de dood van Alexander in 323 werd het gebied achtereenvolgens geregeerd door zijn generaal Antigonos, door Ptolemaios I Soter (vanuit Egypte), door een broer van Kassandros van Macedonië, en vanaf 275 door de zoon van Ptolemaios, Ptolemaios II. De Ptolemaiën regeerden bijna een eeuw lang over Lycië, maar in 197, tijdens de Vijfde Syrische Oorlog, nam de Seleukidische koning Antiochos III de Grote de macht over. Die verloor hij echter weer tijdens de Syrische Oorlog tegen de Romeinen, die in 188 de regio toewezen aan hun bondgenoot Rhodos.

De Lyciërs haatten hun nieuwe heerser en verenigden zich in de Lycische Bond. Volgens de geograaf Artemidoros van Efese (die van de beruchte papyrus), waren drieëntwintig steden lid. Kleine steden hadden elk één stem; de grotere steden konden er twee stemmen krijgen; en de grootste (steden Pinara, Tlos, Xanthos, Patara, Myra en Olympos) hadden drie stemmen. Rechters en andere ambtenaren werden in dezelfde verhouding gekozen uit de steden.noot Strabon, Geografie 14.3.3. De bondgenoten hadden ook gezamenlijke culten, zoals de verering van Leto.

De Romeinen hadden na twintig jaar alweer redenen om de zaken anders te organiseren. Ze verleenden Lycië in 168 zijn onafhankelijkheid, maar de Bond bleef bestaan. Voor het eerst in anderhalve eeuw was het gebied weer zelfstandig. Onder Romeinse auspiciën, althans.

[wordt vervolgd]

#AlexanderDeGrote #AntigonosEénoog #AntiochosIIIDeGrote #ArtemidorosVanEfese #Artemidorospapyrus #Kassandros #Leto #Letoön #Limyra #Lycië #Myra #Nearchos #Olympos #Patara #Pinara #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #Rhodos #SeleukidischeRijk #SyrischeOorlog #Telmessos #Tlos #VijfdeSyrischeOorlog #Xanthos

Lycië in de Bronstijd - Mainzer Beobachter

In het zuidoosten van het huidige Turkije ligt het bergachtige Lycië, dat een heel eigen verleden heeft. We kennen het al uit de Bronstijd.

Mainzer Beobachter

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Tijdens de regering van Cyrus’ zoon en opvolger Kambyses (r.530-522) beheerde Oroitos westelijk Anatolië. Een verantwoordelijke positie, want de koning zelf was bezig met een oorlog in Egypte, dat hij annexeerde. In de chaotische periode na de dood van Kambyses veroverde Oroitos het Griekse eiland Samos. De lokale heerser, Polykrates, was een bondgenoot geweest van Egypte en dat bekocht hij met de dood.

Oroitos heeft vermoedelijk gewoon zijn plicht gedaan, maar met de annexatie van Samos was hij gevaarlijk machtig. Hij beheerde immers én het goud van Lydië én de vloot van Samos. Dat maakte hem tot een potentiële bedreiging van Kambyses’ opvolger Darius de Grote (r.522-486). Een moordenaar ruimde het probleem op. De satrapie kwam uiteindelijk in 513 v.Chr. in handen van Darius’ jongere broer Artafernes.

Cultuurcontact

Ten westen van Lydië lagen enkele grote Griekse havensteden, talloze Griekse eilanden en het Griekse vasteland. Dat betekende dat Lydië in de frontlijn lag toen de Griekse havensteden in 499 v.Chr. in opstand kwamen tegen de Perzen (de zogeheten Ionische Opstand). De Grieken plunderden de benedenstad van Sardes en hielden het, toen koning Darius eenmaal legers had gestuurd, nog vijf jaar vol. Artafernes verraste de Griekse wereld vervolgens door zijn milde behandeling van de verslagen rebellen, maar het lijkt er ook op dat rijke Perzische aristocraten allerlei geconfisqueerde landgoederen in handen hebben gekregen.

Een “meesteres der dieren” (Louvre, Parijs)

Er woonden al veel Iraniërs in Lydië, bijvoorbeeld als gedemobiliseerde soldaten. Er zijn legio aanwijzingen voor de verering van oosterse goden (bijvoorbeeld Anahita) en de “Iranificatie” van de oude Lydische goden. Zo stond de priester van de moedergodin Artimus/Artemis in Efese nog eeuwen bekend met de Perzische titel megabyxus, “degene die is vrijgemaakt voor de cultus van de god”, terwijl de bewoners van deze satrapie de Lydische god Pldans gelijkstelden aan de Perzische Ahuramazda – en ook aan de Griekse Apollo, want het was een smeltkroes van culturen.

Lydië bleef een frontlijngebied, want het was de vanzelfsprekende Perzische basis tijdens de militaire expedities die in 492, 490 en 480-479 plaatsvonden naar het westen. De eerste eindigde met de onderwerping van Macedonië, de tweede met verovering van Delos en het debacle bij Marathon, en de derde… het gangbare beeld is dat de Grieken de Perzen versloegen bij de zeeslag bij Salamis, maar de werkelijkheid is genuanceerder. Ik blogde er al eens over, namelijk hier, en laat de materie nu rusten. Feit is dat de Grieken uit het moederland de Griekse havensteden in Anatolië veroverden en dat de satraap van Lydië er weinig meer te zeggen had.

Lydië en Athene

Over het Lydië van de vier decennia na 480 is weinig bekend. De meeste Griekse bronnen zijn gericht op Athene, dat door een cordon sanitaire van Griekse havensteden in Azië was afgeschermd van Lydië en er weinig mee van doen had. Pas in 440 lezen we weer over Lydië, toen de satraap Pissouthnes probeerde het eiland Samos te heroveren, dat in opstand was gekomen tegen Athene. Het liep op niets uit. Toen Athene een decennium later verzeild raakte in de Archidamische Oorlog tegen Sparta (431-421 v.Chr.), probeerde Pissouthnes zijn invloed uit te breiden door vrijwel elke opstandige lidstaat van de Atheense alliantie, zoals Kolofon en Lesbos, te ondersteunen.

Een Perzische gouden armband uit Sardes (Neues Museum, Berlijn)

In 420 kwam Pissouthnes zelf in opstand tegen koning Darius II Nothos. We weten niet waarom. De koning stuurde een edelman genaamd Tissafernes naar Lydië, die hem uit de weg ruimde en als satraap opvolgde. Gedurende zijn eerste jaren in functie moest hij echter vechten tegen Pissouthnes’ zoon Amorges, die de opstand van zijn vader voortzette met hulp uit Athene.

Het was deze Atheense interventie in Lydië die koning Darius deed besluiten Sparta te steunen in de Dekeleïsche of Ionische Oorlog (413-404). De onderhandelingen werden gevoerd door zijn zoon Cyrus, die later eveneens in opstand kwam. Sparta stemde ermee in de Griekse havensteden in westelijk Klein-Azië niet te beschermen als Perzië zich er meester van maakte en kreeg in ruil de gevraagde steun tegen Athene.

De vierde eeuw

Sparta versloeg Athene en achtte zich, nu het de leider van de Griekse wereld was, aan zijn stand verplicht in te grijpen in Azië. Dit was in feite niet de afspraak, maar koning Darius was dood en de nieuwe koning, Artaxerxes II Mnemon, had andere zaken aan zijn hoofd: zijn broer Cyrus rukte tegen hem op. Ik blogde daar al eens over. De Spartaanse koning Agesilaos intervenieerde dus in Lydië. Een door de Perzen gesubsidieerde anti-Spartaanse coalitie dwong hem terug te keren (de Korinthische Oorlog).

Tempel van Artemis, Sardes

De volgende ons bekende satraap was Autofradates, een loyale dienaar van Artaxerxes toen die werd geconfronteerd met een reeks opstanden in het westen. Weer een andere satraap was Spithridates, die om het leven kwam toen de Macedonische koning Alexander in het voorjaar van 334 een inval deed in Klein-Azië. In de zomer van dat jaar gaf Sardes zich over. Voortaan werd Lydië bestuurd door Griekstalige gouverneurs, eerst als onderdeel van het rijk van Alexander, later door zijn opvolgers, nog later als onderdeel van het Seleukidische Rijk.

Doordat de vorsten vaak direct zaken deden met de steden, raakte de bestuurslaag waar Lydië bij hoorde, de satrapieën dus, grotendeels achterhaald. Van Lydië vernemen we weinig meer, maar het bleef toch bestaan als het kerngebied van het latere Pergameense Rijk en de – nog latere – Romeinse provincie Asia.

#AgesilaosII #Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Amorges #Anahita #ArchidamischeOorlog #ArtafernesI #ArtaxerxesIIMnemon #ArtemisVanEfese #Asia #Athene #Autofradates #CyrusDeGrote #CyrusDeJongere #DariusIDeGrote #DariusIINothos #DekeleïscheOorlog #Efese #Gordion #Harpagos #IonischeOorlog #IonischeOpstand #KambysesII #Kolofon #KoninklijkeWeg #KorinthischeOorlog #Lesbos #Lydië #Marathon #Oroitos #Pissouthnes #Pldans #PolykratesVanSamos #Samos #Sardes #satrapie #SeleukidischeRijk #Sparta #Spithridates #Tissafernes #zeeslagBijSalamis

Het rijk van de Lydiërs - Mainzer Beobachter

Lydië was een schatrijk koninkrijk uit de IJzertijd. Koning Kroisos was spreekwoordelijk rijk - maar ging uiteindelijk ten onder.

Mainzer Beobachter

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Een offerende Ptolemaïsche koning (Louvre, Parijs)

En dus ging Alexander naar Egypte. Hij stelde een gouverneur aan, vereerde de Apis, bezocht het afgelegen orakel van Ammon in Siwa en herorganiseerde een paar dorpjes aan de westelijke mondig van de Nijl: Alexandrië. En toen was het weer tijd om te gaan.

Ptolemaios

Alexander overleed op 11 juni 323 v.Chr. in Babylon, en zijn officieren verdeelden het wereldrijk. Al hielden ze de schijn op dat het een eenheid was. Perdikkas gold als regent van Alexanders zwakbegaafde broer en opvolger, Filippos Arridaios. Een van de officieren, Ptolemaios, begon zich echter steeds onafhankelijker te gedragen en provoceerde de anderen door het stoffelijk overschot van Alexander, dat naar Macedonië werd getransporteerd, te laten roven. Perdikkas kon niet anders dan de oorlog verklaren, maar toen hij in 320 arriveerde, werd hij verslagen en vermoord.

De gebeurtenis markeert het begin van de onafhankelijkheid van Egypte onder een nieuwe dynastie, die van de Ptolemaiën. In 306 v.Chr. liet Ptolemaios zich kronen volgens het oud-Egyptische ritueel. Een Egyptenaar herkende hem nu als de god op aarde die de gehele mensheid vertegenwoordigde vis-à-vis de grote kosmische goden. Een Macedoniër of Griek herkende het idee van de kosmokrator, “wereldheerser”, een van de titels van Alexander.

Arsinoë II (Metropolitan Museum, New York)

In deze jaren breidde Ptolemaios ook zijn macht gestaag uit. Naar het westen, naar Cyrenaica; naar het noordwesten, richting Griekenland; naar noorden, naar Cyprus; en naar het noordoosten, naar het huidige Israël en Libanon. Later zou Ptolemaios’ zoon Ptolemaios II Filadelfos nog het gebied tussen het Eerste en het Tweede Cataract toevoegen. Deze uitbreidingen betroffen precies die gebieden waar een leger zich zou kunnen verzamelen voor een aanval op Egypte. Een soort voorwaartse verdediging dus.

De Ptolemaiën

De veertien koningen van deze dynastie heetten allemaal Ptolemaios. Men onderscheidde ze met hun bijnamen, zoals Soter (redder”), Euergetes (“weldoener”) of Auletes (“fluitspeler”). Moderne historici nummeren ze van I tot en met XV.noot Ptolemaios VII heeft nooit geregeerd. Een voor de oude wereld opmerkelijke kant van deze Ptolemaïsche monarchie was dat vrouwen een prominente rol konden spelen. Er waren zeven koninginnen genaamd Kleopatra, vier Berenikes en evenveel Arsinoës. Zij regeerden voor minderjarige zonen of broers. Dit was redelijk uniek in de Oudheid.

Een papyrus uit het archief van Zenon, een hoge Ptolemaïsche ambtenaar (Nationaal archeologisch museum, Athene)

Een ander intrigerend aspect was de bereidheid van de Ptolemaiën, vooral de wat latere, om zich te presenteren als Egyptische farao’s. Dit was minder uniek. Ook de Seleukiden in de Aziatische delen van het voormalige Alexanderrijk presenteerden zich regelmatig als bijvoorbeeld de koning van Babylonië.

Een rode draad in het buitenlandse beleid is de strijd om “Hol Syrië”, d.w.z. het Aziatische deel van het Ptolemaïsche Rijk. Daarop maakten ook de Seleukiden namelijk aanspraak. Tijdens de “Syrische Oorlogen” moesten beide partijen hun middelen herorganiseren. Dit lijkt wel wat op het Europese staatsvormingsproces in de Nieuwe Tijd.

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

Crisis

In de derde eeuw was het Ptolemaïsche Rijk oppermachtig. De multi-etnische hoofdstad Alexandrië was een cultureel centrum zonder weerga, met de beroemde bibliotheek en vuurtoren, een bloeiend literair leven, innovatieve architectuur en talloze grote wetenschappers.

Tegen het einde van die eeuw werden echter Egyptische soldaten opgenomen in het leger, dat voordien had bestaan uit Griekse huurlingen en soldaten van Macedonische afkomst. De geschiedschrijver Polybios meende dat de Egyptische troepen het begin van het einde vormden. Dat is vermoedelijk een schoolvoorbeeld van de redenatiefout die bekendstaat als post hoc ergo propter hoc, want er is geen mogelijkheid de emancipatie van de Egyptische bevolking te zien als oorzaak van het verval in de tweede eeuw.

Een mummie-kartonnage uit de Ptolemaïsche tijd (Archeologisch Museum, Zagreb)

Maar het verval was er. Na de dood van Ptolemaios IV Filopator in 204 was zijn zoon Ptolemaios V Epifanes nog te jong om te regeren. Bovendien werd zijn moeder Arsinoë III vermoord. Tijdens deze crisis besloten de Seleukidische koning Antiochos III de Grote en de Antigonidische koning Filippos V van Macedonië het Ptolemaïsche Rijk aan te vallen en de buit te verdelen. Toen in 195 een vredesverdrag tot stand kwam, had Egypte Hol Syrië en alle overzeese bezittingen verloren, behalve Cyprus. In de daaropvolgende jaren waren er verschillende opstanden in Egypte.

In 169 en 168 viel de Seleukidische koning Antiochus IV Epifanes Egypte binnen. Hij veroverde de Delta en belegerde Alexandrië. De Romeinen kwamen echter tussenbeide en dwongen hem terug te keren. Vanaf nu was het Ptolemaïsche Rijk feitelijk een Romeins protectoraat.

Het odeon van Alexandrië

Het einde

De eerste Romeinse plannen om Egypte te annexeren dateren uit de jaren 140, maar het fameus welvarende koninkrijk was een te grote prijs om door één man te worden bemachtigd. Zo’n veroveraar zou het Romeinse staatsbestel destabiliseren.

Egypte werd dus met rust gelaten tot 47 v.Chr., totdat Julius Caesar – die op dat moment alle andere senatoren al had verslagen – aankwam in Egypte. Na de Alexandrijnse Oorlog, waarover ik al heb geblogd, benoemde hij Kleopatra VII en haar twaalfjarige broer Ptolemaios XIV tot heersers. Zeventien jaar later dreef Caesars adoptiefzoon Octavianus Kleopatra tot zelfmoord. Haar zoon Ptolemaios XV werd vermoord en het Ptolemaiënrijk werd een provincie van het Romeinse keizerrijk. Pas negen eeuwen eeuwen later zou Egypte zijn onafhankelijkheid herwinnen.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

april 9, 2025
De synagoge

april 28, 2024
M2 | Filippos II van Macedonië

november 3, 2023 Deel dit:

#AlexanderDeGrote #Alexandrië #AlexandrijnseOorlog #Antigoniden #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #ArsinoëIII #bibliotheekVanAlexandrië #Diadochen #EersteCataract #FilipposIIIArridaios #FilipposV #Gaza #HolSyrië #huurlingen #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #Nijl #Octavianus #Perdikkas #Polybios #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #PtolemaiosIVFilopator #PtolemaiosVEpifanes #PtolemaiosXIV #PtolemaiosXVCaesarion #SeleukidischeRijk #SyrischeOorlogen #TweedeCataract #VuurtorenVanAlexandrië #Zenonpapyri