𝗭𝘂𝗶𝗱-𝗔𝗳𝗿𝗶𝗸𝗮𝗮𝗻𝘀𝗲 𝗵𝘂𝘂𝗿𝗹𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝗮𝗮𝗻 𝗳𝗿𝗼𝗻𝘁 𝗶𝗻 𝗢𝗲𝗸𝗿𝗮ï𝗻𝗲 𝘀𝗺𝗲𝗸𝗲𝗻 𝗼𝗺 𝘃𝗿𝗶𝗷𝗹𝗮𝘁𝗶𝗻𝗴

Zeventien Zuid-Afrikaanse huurlingen die vastzitten in Oekraïne smeken om naar huis te mogen komen. Dat heeft president Cyril Ramaphosa van Zuid-Afrika bekendgemaakt. Het gaat om mannen tussen de 20 en de 39 jaar. Ze willen naar huis en vragen om hulp.

https://www.rtl.nl/nieuws/buitenland/artikel/5537523/zuid-afrikaanse-huurlingen-aan-front-oekraine-smeken-om

#ZuidAfrikaanse #huurlingen #Oekraïne

Zuid-Afrikaanse huurlingen aan front in Oekraïne smeken om vrijlating

Zeventien Zuid-Afrikaanse huurlingen die vastzitten in Oekraïne smeken om naar huis te mogen komen. Dat heeft president Cyril Ramaphosa van Zuid-Afrika bekendgemaakt. Het gaat om mannen tussen de 20 en de 39 jaar. Ze willen naar huis en vragen om hulp.

RTL Nieuws

De Huurlingenoorlog (1)

Borstpantser, mogelijk gebruikt door een kleine Italische huurling in de Huurlingenoorlog (Musée national du Bardo, Tunis)

Ik heb in het verleden regelmatig geblogd over Karthago en de Punische Oorlogen tegen de Romeinen. De Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) heb ik echter nog nooit behandeld, terwijl dat een fascinerend onderwerp is. Het was een humanitaire catastrofe zonder weerga.

Eigenlijk is de naam “Huurlingenoorlog” net zo eufemistisch als de naam die de geschiedschrijver Polybios gebruikt: “de oorlog die de Verdragloze wordt genoemd”. Dat geeft weliswaar aan dat het conflict absoluut en onverzoenlijk was, maar het woord “oorlog” suggereert dat er definieerbare fronten en strijdende partijen waren. Maar zo geordend was het niet. Het was een bewapend conflict van allen tegen iedereen.

Het conflict begon in de laatste weken van de Eerste Punische Oorlog. De Romeinen hadden bij de Egadische Eilanden de Karthaagse vloot verslagen en de Karthaagse soldaten op Sicilië, vrijwel allemaal huurlingen, wisten dat ze nooit meer bevoorraad zouden worden. Ze capituleerden en mochten vertrekken naar Afrika. Daar veroorzaakten ze al snel de totale anarchie.

Ontevreden huurlingen

Geskon, de officier met de weinig benijdenswaardige taak opdracht de capitulatie te regelen, liet in de zomer van 241 v.Chr. de soldaten in groepjes laten terugkeren, opdat de Karthaagse autoriteiten hun regiment voor regiment konden betalen en demobiliseren. De voorzorgsmaatregel bevestigt dat er al problemen waren met de betaling van de soldaten, die al eerder in opstand waren gekomen.

De Karthaagse betaalmeesters gaven de manschappen een voorschot en stuurden ze door naar Sikka, 180 kilometer naar het westen, het huidige El Kef. Het is mogelijk dat ze opdracht kregen hierheen te gaan omdat de Karthagers hen het liefst zo ver mogelijk wilden hebben, maar het kan ook zijn dat oorlog dreigde met Numidië, of allebei.

Niet veel later arriveerde Hanno de Grote, een vooraanstaand politicus, om de huurlingen de situatie uit te leggen: Karthago had geen geld in kas en hoopte dat ze genoegen konden nemen met minder. Misschien zouden de manschappen, die wisten hoe slecht het ervoor stond, er enige redelijkheid in hebben kunnen herkennen en was er met rustig onderhandelen een acceptabel compromis mogelijk geweest, maar de tolken gaven de boodschap niet goed door en de Iberiërs, Kelten, Liguriërs, Balearen, Libiërs en Grieken beschouwden Hanno’s voorstel als onacceptabel. De strijdmacht rukte van Sikka op naar Tunis.

Ontevreden boeren

Er was nog meer ontevredenheid. De boeren waren de voorgaande jaren gedwongen geweest de helft van hun oogst af te staan aan Karthago, wat in elke voorindustriële samenleving absurd veel is. Ook de steden in het Karthaagse achterland hadden reden tot kwaadheid, want ze hadden dubbel tribuut moeten betalen. De onvrede greep om zich heen, en toen de 20.000 man sterke huurlingenschare was aangekomen in Tunis, wist de Karthaagse Raad van Ouden niet beter dan in te stemmen met de eis tot onmiddellijke betaling.

Nu roken de huurlingen bloed, en ze bedachten meteen enkele aanvullende kostenposten. Generaal Hamilkar Barka bleek als onderhandelaar onacceptabel – hij had in Sicilië betalingen toegezegd die nooit waren gedaan – maar Geskon had meer succes. Hij betaalde de eerste regimenten en begon soldaten naar huis te sturen.

Naar een Huurlingenoorlog

Sommige mannen hadden echter geen belang bij een oplossing. Zo was daar Spendius, een weggelopen slaaf uit Italië die niets te winnen had bij demobilisatie. Hij zou dan immers terug moeten naar zijn meester. Verder was er de Libiër Matho, die als een van de leiders van het oproer de aandacht al had getrokken en wist dat als het huurlingenleger eenmaal ontbonden was, niets hem zou beschermen wanneer de Karthagers een prijs op zijn hoofd zouden zetten. Door hun gestook – althans, zo presenteert Polybios het – liep Geskons poging de gemoederen tot bedaren te brengen uit op niets.

De opstandelingen namen de Karthaagse officier gevangen, en toen duidelijk was dat ze Karthago zouden aanvallen, kregen ze de steun van de uitgebuite Libische boeren. “De mannen hadden geen aansporing nodig,” noteert Polybios, die ook het oncontroleerbare aantal van 70.000 opstandige boeren vermeldt.

Even oncontroleerbaar is dat de vrouwen hun sieraden afstonden om soldij te betalen. Misschien gebeurde het echt, maar het is wel een cliché in de antieke literatuur. De munten uit deze jaren suggereren dat de huurlingen in dienst traden van de verenigde steden in het Karthaagse achterland, die een eigen leider hadden, Zarzas. Dat zal althans de officiële fictie zijn geweest in een tijd waarin het recht van de sterkste bepalend was.

[Wordt vervolgd; dit blogje was gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn boek De vergeten oorlog. Wat mij betreft bestelt u het en doet u het iemand cadeau met Sint-Nikolaas. Maar u kunt natuurlijk ook mijn nieuwe boek bestellen, Oudheidkunde is een wetenschap. Mijn uitgever is goed voor me geweest en wil ook wel eens een bestseller hebben.]

#ElKef #Geskon #HamilkarBarka #HannoDeGrote #huurlingen #Huurlingenoorlog #Karthago #Matho #Polybios #soldij #Spendius #Tunesië #Tunis #Zarzas

𝗙𝗲𝘆𝗲𝗻𝗼𝗼𝗿𝗱 𝗻𝗲𝗲𝗺𝘁 𝗮𝗳𝘀𝗰𝗵𝗲𝗶𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝘂𝘂𝗿𝗹𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝗕𝘂𝗲𝗻𝗼, 𝗚𝗼𝗻𝘇á𝗹𝗲𝘇 𝗲𝗻 𝗢𝘀𝗺𝗮𝗻

Feyenoord heeft afscheid genomen van de huurlingen Hugo Bueno, Facundo González en Ibrahim Osman. In het geval van González werd de optie tot koop in de huurovereenkomst niet gelicht.

https://www.rtl.nl/nieuws/sport/artikel/5509796/feyenoord-neemt-afscheid-van-huurlingen-bueno-gonzalez-en-osman

#Feyenoord #huurlingen #afscheid

Feyenoord neemt afscheid van huurlingen Bueno, González en Osman

Feyenoord heeft afscheid genomen van de huurlingen Hugo Bueno, Facundo González en Ibrahim Osman. In het geval van González werd de optie tot koop in de huurovereenkomst niet gelicht.

RTL Nieuws

Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Dat stond vijf jaar geleden eveneens op het bordje met toelichting in het museum van Constantine: het gaat om een vijfregelige, in Griekse letters geschreven Punischtalige wijding aan Baäl-Hammon en Dame Tanit, aangezicht van Baäl. Ik vermoed dat degene die het bordje opstelde, de tekst niet begreep en de toelichtende woorden van de Roberts verkeerd heeft uitgelegd, want het gaat feitelijk om een grafschrift dat is gevonden bij dat heiligdom. En het gaat om een doodnormale Griekse tekst, al bevat die wel enkele Punische namen.

Μυθυνιβαλ Ἁμμιλ-
καρος σEεραλις ἔστησε
τὸ μνημεῖον τοῦτο
Ἀπολλοθέμιδι Θρᾳκὶ
Ἀσκληπιοδώρου

Mattanbaäl, zoon van Hammil-
kar sEeralis richtte
deze grafstèle op voor
Apollothemis de Thraciër,
zoon van Asklepiodoros.

Een Thracische huurling dus, in dienst van de Numidische koning Massinissa of een van zijn zonen, of misschien Jugurtha. En de inscriptie is dus opgericht door een vriend met een Punische naam: Mattanbaäl, “geschenk van Baäl”. Die naam is nog eeuwen populair gebleven in de regio, zij het in vertaling. Augustinus noemde zijn zoon Adeodatus.

Het probleem waarvan je hoopt dat er eens iemand naar gaat kijken, is het tweede woord in de tweede regel: σEεραλις. Ik heb de Latijnse hoofdletter E maar ingevoegd omdat het tweede teken daar nog het meeste op lijkt.

Tweede regel: -καρος σEεραλις ἔστησε (klik=groot)

We hebben geen idee wat σEεραλις betekenen kan. Is het de achternaam van Hamilkar? Dat kan. Het kan ook een functie zijn. Het woord kan Punisch zijn, maar – gegeven de vindplaats niet onwaarschijnlijk – eveneens het slecht begrepen Numidisch. Zolang we de tweede letter niet kennen, tasten we in het duister en weten we alleen dat het geen Grieks is.

Daar zou eens iemand naar moeten kijken. Eventueel met scan-apparatuur en de AI-techniek waarmee een paar jaar geleden ook de Mesha-stèle is onderzocht. Dat leverde destijds een onverwachte tweede vermelding op van koning David. Zo’n verrassing ligt nu natuurlijk niet in het verschiet, maar er zijn specialisten die heel blij worden als er een extra woord wordt ontcijferd in de vrijwel onbekende Numidische taal.

In elk geval: we hebben te maken met een Thraciër in Numidische dienst, bevriend met een Karthager die schreef in het Grieks. Alles loopt weer eens vrolijk door elkaar en dat is eigenlijk wel zo leuk.

[Dit was het 494e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Adeodatus #BaälHammon #Constantine #ElHofra #epigrafie #huurlingen #inscriptie #JeanneRobertVanseveren #LouisRobert #Numidië #StéphaneGsell #Tanit #Thracië

De slag aan de Granikos (1)

De Granikos

Het was nieuws over de Oudheid, eind december, en dus overdreven of op een andere manier twijfelachtig. Het is immers oudheidkunde. En ja hoor. De archeologen die eind december bekend maakten dat ze de plek hadden gevonden waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning op de Perzen had behaald, hadden niets te melden dat we niet al heel, heel lang wisten. Het riviertje, de Granikos van toen ofwel de huidige Biga, is allang geïdentificeerd, Alexanders route eveneens, net als de vlakte waar is gevochten.

We hadden, kortom, weer eens een gevalletje oudheidkundige desinformatie bij de hand: archeologen die, op het moment dat journalisten hun aandacht hadden bij kerstmis en niet kritisch waren, zaten te hengelen naar aandacht. Dat getuigt niet alleen van een abnormaal lage professionele standaard, maar is in dit geval bovendien gewoon ronduit dom. Er zijn namelijk nogal wat mensen die weleens een boek over Alexander hebben gelezen. Als je de kluit belazeren wil, doe het dan niet waar iedereen (behalve journalisten) het herkent. De archeologen schoten dus weer eens fijn in hun eigen voet.

Macedonische krijgsdoelen

Hoe zat het ook alweer, met die slag aan de Granikos? Het Macedonische leger was al met een voorhoede in Azië, en Alexander sloot zich daar in Troje bij aan. Van verkenners wisten de Macedoniërs dat de Perzische generaals hun troepenmacht verder naar het oosten hadden geconcentreerd. Dat was een lelijke tegenvaller, want het eerste Macedonische aanvalsdoel was het gebied in het zuiden, waar Griekse steden lagen die er, zoals we al zagen, blijk van hadden gegeven te sympathiseren met de Macedonische zaak.

Het veroveren of (als men waarde hecht aan de propaganda die de Macedoniërs serveerden voor consumptie in Griekenland) “bevrijden” van deze steden had als voordeel dat de Perzische vloot de toegang tot enkele havens verloor, zodat een overzeese aanval op Macedonië werd bemoeilijkt. Nu het Perzische leger zich ten oosten van Troje bevond, was een rechtstreekse Macedonische opmars naar het zuiden uitgesloten. De Perzen zouden dan het gebied rond Troje bezetten en het Macedonische leger van zijn basis afsnijden. De Macedoniërs waren gedwongen eerst op te rukken naar het oosten. Zugzwang. Zonder er veel moeite voor te hebben hoeven doen, hadden de Perzen hun tegenstanders gedwongen tot actie op Perzische voorwaarden.

De Macedoniërs hadden nog een probleem. Hun voedselvoorraden waren toereikend voor een maand. Het Perzische leger moest niet alleen onder ongunstige omstandigheden worden bestreden, het moest ook snel gebeuren om op weg te kunnen gaan naar het graanrijke zuiden. Veel keus was er niet en dus rukten de soldaten zo snel als ze konden naar het oosten.

Perzische discussies

Ondertussen discussieerden de Perzische commandanten over de wijze waarop ze de strijd zouden voortzetten. Arrianus weet wat er zoal werd gezegd:

[Huurlingenleider] Memnon van Rhodos waarschuwde hen geen risico te nemen met de Macedoniërs. Hun infanterie was immers veel talrijker en Alexander was er zelf bij, terwijl [de Perzische koning] Darius dat aan hun kant niet was. Hij adviseerde hen om bij het verder trekken alle groenvoer voor de paarden te laten plattrappen door de ruiterij, het gewas op de velden te verbranden en zelfs de steden niet te sparen, want bij gebrek aan de nodige levensmiddelen zou Alexander niet in het land blijven. Maar Arsites [een gouverneur] heeft volgens het verhaal in de vergadering van de Perzen gezegd dat hij niet zou dulden dat ook maar één huis van zijn onderdanen in brand gestoken zou worden.noot Arrianus, Anabasis 1.12.9-10; vert. Simone Mooij.

Memnons voorstel werd verworpen en de Perzen zochten een voor hen gunstig gelegen strijdtoneel uit bij de Granikos. En dat is dus de huidige Biga, zoals we al jaren weten maar wat archeologen graag claimen als een nieuwe ontdekking. Begin juni 334 kwam het daar tot een veldslag.

[wordt vervolgd; een overzicht van alle Alexanderblogs is hier.]

#AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #falanx #huurlingen #MemnonVanRhodos #slagAanDeGranikos #Turkije

Location of Alexander the Great’s Granicus battlefield identified

After decades of study, archaeologists have pinpointed the Battle of Granicus site, a key victory of Alexander the Great.

Archaeology News Online Magazine

𝗧𝗶𝗲𝗻𝘁𝗮𝗹𝗹𝗲𝗻 𝗪𝗮𝗴𝗻𝗲𝗿-𝗵𝘂𝘂𝗿𝗹𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝗴𝗲𝗱𝗼𝗼𝗱 𝗶𝗻 𝗠𝗮𝗹𝗶

Tientallen huurlingen van de Russische Wagner Groep zijn in Mali om het leven gekomen bij gevechten met Touareg-rebellen. Het Russische huurlingenleger vecht daar in een bloedige burgeroorlog mee met het leger van de militaire junta.

https://www.rtl.nl/nieuws/artikel/5462774/tientallen-wagner-huurlingen-gedood-mali

#Wagner #huurlingen #Mali

Tientallen Wagner-huurlingen gedood in Mali

Tientallen huurlingen van de Russische Wagner Groep zijn in Mali om het leven gekomen bij gevechten met Touareg-rebellen. Het Russische huurlingenleger vecht daar in een bloedige burgeroorlog mee met het leger van de militaire junta.

RTL Nieuws

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Een offerende Ptolemaïsche koning (Louvre, Parijs)

En dus ging Alexander naar Egypte. Hij stelde een gouverneur aan, vereerde de Apis, bezocht het afgelegen orakel van Ammon in Siwa en herorganiseerde een paar dorpjes aan de westelijke mondig van de Nijl: Alexandrië. En toen was het weer tijd om te gaan.

Ptolemaios

Alexander overleed op 11 juni 323 v.Chr. in Babylon, en zijn officieren verdeelden het wereldrijk. Al hielden ze de schijn op dat het een eenheid was. Perdikkas gold als regent van Alexanders zwakbegaafde broer en opvolger, Filippos Arridaios. Een van de officieren, Ptolemaios, begon zich echter steeds onafhankelijker te gedragen en provoceerde de anderen door het stoffelijk overschot van Alexander, dat naar Macedonië werd getransporteerd, te laten roven. Perdikkas kon niet anders dan de oorlog verklaren, maar toen hij in 320 arriveerde, werd hij verslagen en vermoord.

De gebeurtenis markeert het begin van de onafhankelijkheid van Egypte onder een nieuwe dynastie, die van de Ptolemaiën. In 306 v.Chr. liet Ptolemaios zich kronen volgens het oud-Egyptische ritueel. Een Egyptenaar herkende hem nu als de god op aarde die de gehele mensheid vertegenwoordigde vis-à-vis de grote kosmische goden. Een Macedoniër of Griek herkende het idee van de kosmokrator, “wereldheerser”, een van de titels van Alexander.

Arsinoë II (Metropolitan Museum, New York)

In deze jaren breidde Ptolemaios ook zijn macht gestaag uit. Naar het westen, naar Cyrenaica; naar het noordwesten, richting Griekenland; naar noorden, naar Cyprus; en naar het noordoosten, naar het huidige Israël en Libanon. Later zou Ptolemaios’ zoon Ptolemaios II Filadelfos nog het gebied tussen het Eerste en het Tweede Cataract toevoegen. Deze uitbreidingen betroffen precies die gebieden waar een leger zich zou kunnen verzamelen voor een aanval op Egypte. Een soort voorwaartse verdediging dus.

De Ptolemaiën

De veertien koningen van deze dynastie heetten allemaal Ptolemaios. Men onderscheidde ze met hun bijnamen, zoals Soter (redder”), Euergetes (“weldoener”) of Auletes (“fluitspeler”). Moderne historici nummeren ze van I tot en met XV.noot Ptolemaios VII heeft nooit geregeerd. Een voor de oude wereld opmerkelijke kant van deze Ptolemaïsche monarchie was dat vrouwen een prominente rol konden spelen. Er waren zeven koninginnen genaamd Kleopatra, vier Berenikes en evenveel Arsinoës. Zij regeerden voor minderjarige zonen of broers. Dit was redelijk uniek in de Oudheid.

Een papyrus uit het archief van Zenon, een hoge Ptolemaïsche ambtenaar (Nationaal archeologisch museum, Athene)

Een ander intrigerend aspect was de bereidheid van de Ptolemaiën, vooral de wat latere, om zich te presenteren als Egyptische farao’s. Dit was minder uniek. Ook de Seleukiden in de Aziatische delen van het voormalige Alexanderrijk presenteerden zich regelmatig als bijvoorbeeld de koning van Babylonië.

Een rode draad in het buitenlandse beleid is de strijd om “Hol Syrië”, d.w.z. het Aziatische deel van het Ptolemaïsche Rijk. Daarop maakten ook de Seleukiden namelijk aanspraak. Tijdens de “Syrische Oorlogen” moesten beide partijen hun middelen herorganiseren. Dit lijkt wel wat op het Europese staatsvormingsproces in de Nieuwe Tijd.

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

Crisis

In de derde eeuw was het Ptolemaïsche Rijk oppermachtig. De multi-etnische hoofdstad Alexandrië was een cultureel centrum zonder weerga, met de beroemde bibliotheek en vuurtoren, een bloeiend literair leven, innovatieve architectuur en talloze grote wetenschappers.

Tegen het einde van die eeuw werden echter Egyptische soldaten opgenomen in het leger, dat voordien had bestaan uit Griekse huurlingen en soldaten van Macedonische afkomst. De geschiedschrijver Polybios meende dat de Egyptische troepen het begin van het einde vormden. Dat is vermoedelijk een schoolvoorbeeld van de redenatiefout die bekendstaat als post hoc ergo propter hoc, want er is geen mogelijkheid de emancipatie van de Egyptische bevolking te zien als oorzaak van het verval in de tweede eeuw.

Een mummie-kartonnage uit de Ptolemaïsche tijd (Archeologisch Museum, Zagreb)

Maar het verval was er. Na de dood van Ptolemaios IV Filopator in 204 was zijn zoon Ptolemaios V Epifanes nog te jong om te regeren. Bovendien werd zijn moeder Arsinoë III vermoord. Tijdens deze crisis besloten de Seleukidische koning Antiochos III de Grote en de Antigonidische koning Filippos V van Macedonië het Ptolemaïsche Rijk aan te vallen en de buit te verdelen. Toen in 195 een vredesverdrag tot stand kwam, had Egypte Hol Syrië en alle overzeese bezittingen verloren, behalve Cyprus. In de daaropvolgende jaren waren er verschillende opstanden in Egypte.

In 169 en 168 viel de Seleukidische koning Antiochus IV Epifanes Egypte binnen. Hij veroverde de Delta en belegerde Alexandrië. De Romeinen kwamen echter tussenbeide en dwongen hem terug te keren. Vanaf nu was het Ptolemaïsche Rijk feitelijk een Romeins protectoraat.

Het odeon van Alexandrië

Het einde

De eerste Romeinse plannen om Egypte te annexeren dateren uit de jaren 140, maar het fameus welvarende koninkrijk was een te grote prijs om door één man te worden bemachtigd. Zo’n veroveraar zou het Romeinse staatsbestel destabiliseren.

Egypte werd dus met rust gelaten tot 47 v.Chr., totdat Julius Caesar – die op dat moment alle andere senatoren al had verslagen – aankwam in Egypte. Na de Alexandrijnse Oorlog, waarover ik al heb geblogd, benoemde hij Kleopatra VII en haar twaalfjarige broer Ptolemaios XIV tot heersers. Zeventien jaar later dreef Caesars adoptiefzoon Octavianus Kleopatra tot zelfmoord. Haar zoon Ptolemaios XV werd vermoord en het Ptolemaiënrijk werd een provincie van het Romeinse keizerrijk. Pas negen eeuwen eeuwen later zou Egypte zijn onafhankelijkheid herwinnen.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

april 9, 2025
De synagoge

april 28, 2024
M2 | Filippos II van Macedonië

november 3, 2023 Deel dit:

#AlexanderDeGrote #Alexandrië #AlexandrijnseOorlog #Antigoniden #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #ArsinoëIII #bibliotheekVanAlexandrië #Diadochen #EersteCataract #FilipposIIIArridaios #FilipposV #Gaza #HolSyrië #huurlingen #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #Nijl #Octavianus #Perdikkas #Polybios #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #PtolemaiosIVFilopator #PtolemaiosVEpifanes #PtolemaiosXIV #PtolemaiosXVCaesarion #SeleukidischeRijk #SyrischeOorlogen #TweedeCataract #VuurtorenVanAlexandrië #Zenonpapyri

𝗣𝗼𝗲𝘁𝗶𝗻 𝗯𝗲𝘃𝗲𝗲𝗹𝘁 𝗵𝘂𝘂𝗿𝗹𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝗼𝗺 𝗲𝗲𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝘁𝗿𝗼𝘂𝘄 𝗮𝗳 𝘁𝗲 𝗹𝗲𝗴𝗴𝗲𝗻

De Russische president  Poetin heeft een decreet ondertekend waarin paramilitaire strijders worden gedwongen een eed van trouw af te leggen aan Rusland, zoals reguliere militairen dat ook moeten doen.

https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/5403899/poetin-huurlingen-wagner-prigozjin-vrijwilligers-trouw-zweren

#Poetin #huurlingen #eedvantrouw

Poetin beveelt huurlingen om eed van trouw af te leggen

De Russische president  Poetin heeft een decreet ondertekend waarin paramilitaire strijders worden gedwongen een eed van trouw af te leggen aan Rusland, zoals reguliere militairen dat ook moeten doen.

RTL Nieuws