Marcus Antonius en de Lupercalia

Marcus Antonius (Staatliche Münzsammlung, München)

Zoals ik zojuist al schreef was het 15 februari 44 v.Chr. De Romeinen vierden de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest ter ere van een vergeten godheid Lupercus. De priesters renden hierbij naakt door de straten en sloegen met riemen, gemaakt van geitenhuid, naar de omstanders. Wie werd geraakt, mocht hopen op grotere vruchtbaarheid. Verder dreven de Romeinen op deze dag met alles en iedereen de spot. Er is in de loop der eeuwen een hoop flauwekul verzonnen over dit feest; daarover leest u hier meer. Voor het moment is belangrijk dat heel Rome in een vrolijke stemming was.

Nikolaos van Damascus, de auteur van een biografie van keizer Augustus, beschrijft in groot detail wat er op die dag gebeurde. Hier is het verslag. Voor het goede begrip: Caesar was, zoals bekend, dictator; naast hem stond zijn rechterhand, Marcus Aemilius Lepidus. Wie een diadeem omdeed, kroonde zichzelf tot koning.

Marcus Antonius werd aangewezen om de Lupercalia te leiden. Gevolgd door een grote menigte marcheerde hij over het Forum, zoals de gewoonte was. Caesar zat op een gouden troon op de zogeheten Rostra, gehuld in zijn paarse mantel. Nu naderde Licinius hem als eerste, met een lauwerkrans waar een diadeem doorheen scheen. Terwijl Caesar vanaf zijn hoge positie een toespraak hield, legde Licinius, opgetild door zijn collega’s, de diadeem aan Caesars voeten.

Het volk schreeuwde dat die op zijn hoofd moest worden geplaatst en riep Lepidus op om dit te doen, maar hij aarzelde. Gaius Cassius Longinus, een van de samenzweerders, die onder de schijn van welwillendheid tegenover Caesar zijn ware bedoelingen verborg, was hem echter voor. Hij nam de diadeem en legde die op schoot. Publius Servilius Casca was ook aanwezig.

Toen Caesar een afwerend gebaar maakte, liep Marcus Antonius naar hem toe, naakt en gezalfd (zoals gebruikelijk tijdens de processie) en plaatste de diadeem op Caesars hoofd. Caesar nam die echter van zijn hoofd en gooide die in de menigte. Degenen die wat verderop stonden juichten dit gebaar toe, terwijl degenen die dichterbij stonden riepen dat hij de diadeem moest aannemen en het volk deze gunst niet moest onthouden.

Blijkbaar kwamen mensen de diadeem terugbrengen.

Toen Marcus Antonius voor de tweede keer de diadeem op Caesars hoofd zette, riep het volk in zijn eigen taal: Salve, rex! (“wees gegroet, koning”). Ook dit keer accepteerde Caesar niet en hij beval de diadeem te brengen naar de Jupitertempel op het Capitool. Opnieuw applaudisseerden degenen die eerder hadden geapplaudisseerd.

Er is een versie die luidt dat Antonius dit deed om zich geliefd te maken bij Caesar, met de heimelijke hoop door hem geadopteerd te worden. Uiteindelijk omhelsde hij echter Caesar en overhandigde hij de kroon aan enkele omstanders om het standbeeld van Caesar, dat vlakbij stond, ermee te kronen. En zo gebeurde.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 71-75.

***

Let wel: het gaat hier dus om de kroning van het standbeeld dat al eerder gekroond was geweest. Caesar was toen razend geweest, wat de vraag oproept wat Marcus Antonius kan hebben bewogen om het opnieuw te doen. Later gingen geruchten dat hij zo de moordenaars een aanleiding wilde geven om toe te slaan.noot Cicero, Tweede Philippica 84-87. Ik zou willen schrijven dat zoiets meer iets is voor een complottheorie, maar er wás natuurlijk ook een complot.

Nikolaos van Damascus weet het ook niet.

De meningen over dit incident liepen uiteen. Sommigen waren woedend omdat dit machtsvertoon de grenzen van de volksheerschappij overschreed. Anderen waren vóór een kroning omdat ze geloofden dat ze Caesar een gunst verleenden. Weer anderen verspreidden het gerucht dat Marcus Antonius niet zonder Caesars goedkeuring had gehandeld. Velen wilden dat hij zonder veel discussie koning werd. Allerlei geruchten deden onder het volk de ronde.

De Romeinse geschiedschijver Titus Livius noemde dit incident als derde aanleiding tot de samenzwering en vrijwel zeker is ook het bon mot dat Caesar werd versierd als een offerdier dat werd klaargemaakt voor zijn dood,noot Florus, Epitome 2.92. afkomstig uit zijn geschiedwerk. Maar feitelijk begrijpen we het voorval gewoon niet goed. Of beter, we begrijpen wél dat Caesar hierop niet zat te wachten, maar we begrijpen niet wat Marcus Antonius kan hebben bezield. En we begrijpen ook al niet waarom Caesar, als hij dit soort gênante vertoningen wilde vermijden, het gespeculeer over koningstitels niet simpelweg aan zijn naaste medewerkers verbood.

Enfin. We naderen de climax van deze reeks. Op 14 maart ben ik er weer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #diadeem #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #Lupercalia #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #Periochae #ServiliusCasca #TitusLivius

Een diadeem voor Julius Caesar

Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:

Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.

Een diadeem voor Caesar

De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.

Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.

Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.

Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Paranoia

Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.

Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.

Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:

Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Moi ou le chaos

Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.

En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten  zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.

Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.

Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius

De Wagenmenner van Delfi

De Wagenmenner van Delfi (Archeologisch Museum, Delfi)

Een bezoek aan het oud-Griekse heiligdom Delfi vergt voorbereiding. Je moet er vroeg in de ochtend zijn, vóór de toeristenbussen aankomen uit Athene, dus een hotel ter plekke is aanbevolen; en de opgraving maakt het meeste indruk als de toeristen, rond lunchtijd, weer zijn vertrokken. Dan is het heet, de cicaden zijn stil, en je staat alleen onder de brandende stralen die de zonnegod op je laat neerdalen. Ik weet het: de gelijkstelling van de orakelgod Apollo aan de zonnegod Helios is niet klassiek Grieks, maar wie rond een uur of drie op een middag in augustus door Delfi dwaalt, ervaart de identificatie als volkomen logisch.

De Wagenmenner van Delfi

Het museum ligt even verderop. Het beste moment om er naartoe te gaan, is als de toeristen net zijn aangekomen en op de eigenlijke opgravingen rondlopen. Het museum is nooit echt rustig, maar je kunt er volop genieten: de reliëfs van het schathuis van de Sifniërs, de beelden van – naar men zegt – Kleobis en Biton – en de Romeinse sculptuur. En uiteraard het pronkstuk: de Wagenmenner. Ik denk dat het beeld bij mij in mijn top-tien staat van voorwerpen die ik ronduit mooi vind.

De Wagenmenner van Delfi (Archeologisch Museum, Delfi)

Een groot deel van de faam van het levensgrote beeld is te danken aan het feit dat niet zo heel veel bronzen standbeelden uit de klassieke Griekse tijd bekend waren toen Franse archeologen de Wagenmenner in 1896 opgroeven. Het maakte verpletterende indruk; zo begon een Italiaans modehuis lange gewaden te produceren, geïnspireerd door de chiton van de Wagenmenner. Inmiddels zijn er allerlei beelden, maar het beeld, gevonden tussen de Apollotempel en het theater, blijft de eerste onder zijn gelijken.

Overwinningsmonument

Er is een hoop over te vertellen. Om te beginnen vermeldt een inscriptie dat het beeld is vervaardigd in opdracht van de alleenheerser Polyzalos van Gela, wiens paarden in 478 en 474 v.Chr. de vierspanrace wonnen tijdens de Pythische Spelen. Bij een van deze twee gelegenheden heeft Polyzalos, die het mennen overliet aan een jockey, een standbeeld ter ere van de jongeman en de paarden. (Van de vier paarden zijn fragmenten over.) Het beeld is vrijwel zeker gewijd geweest aan Apollo – het idee dat het gewijd kan zijn geweest aan een andere god dan de god van Delfi, is ronduit absurd.

De locatie van de Wagenmenner van Delfi

We zien dus de jockey, maar het is evident geen scène uit de race zelf, want dan zou hij er minder sereen uitzien. Nu ontbreekt alle dynamiek; de plooien van de chiton vallen perfect recht naar beneden, en zijn wel vergeleken met de groeven van een slanke Ionische zuil. Vrijwel zeker zien we dus niet een moment uit de wagenrace, maar de man tijdens z’n ererondje, rustig en trots op het feit dat hij de snelle paarden van Polyzalos naar de overwinning had mogen leiden. De verdwenen diadeem, waarvan nog zichtbaar is waar die aangebracht is geweest, duidt ook op een behaalde en door de jury erkende overwinning. De gouden medaille diadeem is binnen.

Het beeld is gemaakt in de zogeheten “strenge stijl”. De contrapposto was inmiddels bekend, zodat het beeld een stuk naturalistischer oogt dan de nogal stijve kouroi uit de Archaïsche Tijd. Tegelijkertijd moest de echte dynamiek van de klassieke stijl nog ontstaan.

Aërodynamica

In het hoofd zijn de glazen ogen nog aanwezig, maar het roodkoper op de lippen, het zilver op de wimpers en het bladgoud op de diadeem zijn verwijderd. Dat suggereert vandalisme, maar dat hoeft niet per se. De Griekse heiligdommen dienden als bank, waar een koning of een generaals edelmetaal kon rekwireren om daarmee soldaten te betalen; na de overwinning stortte hij dan een van de buit in de kas van het heiligdom. Het is heel goed mogelijk dat de Wagenmenner op deze manier zijn diadeem, wimpers en lippen is verloren, vóór het bij een aardbeving in 373 v.Chr. onder het puin verdween – en bewaard bleef voor de Franse archeologen.

De diadeem en de kruisbanden

Een laatste detail: aan de achterkant zien we leren banden, kruislings over de rug. Tijdens de race moesten die verhinderen dat de chiton wind ving en ging wapperen. Het is bij mijn weten het oudste voorbeeld van aerodynamisch ontwerp.

U merkt: ik kan wat weetjes opsommen, maar verder komt het eigenlijk niet. Dit beeld is móói en de schoonheid is, in elk geval voor deze blogger, niet te vangen in woorden.

[Dit was het 510e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Apollo #contrapposto #Delfi #diadeem #Griekenland #PolyzalosVanGela #WagenmennerVanDelfi

Dood in Babylon (4)

Marduk

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Gelukkig wisten de chaldeeën ook wat hun koning moest doen om te voorkomen dat het onheil hem zou treffen. Zoals gezegd kon de oppergod Marduk Alexander met goed fatsoen niet met onheil slaan als de vorst de tempeltoren Etemenanki zou restaureren. Hoewel de historicus Arrianus anders beweert en de chaldeeën van bouwfraude beticht, was wel degelijk gewerkt aan de toren. Momenteel zijn drie kleitabletten bekend die het ongelijk van Arrianus bewijzen en de chaldeeën rehabiliteren.

Het gaat om bankafschriften – misschien niet de meest literaire vorm van historische informatie maar wel een buitengewoon nuttige. Hieruit blijkt dat in januari 325 ene Rumahat-Bel een som overmaakte waarmee 31 arbeiders een maand aan het werk konden worden gezet. Twee  jaar daarvoor had de Babyloniër Iddin-Bel, zoon van Bagaparta (een Perzische naam), een bedrag gestort namens zijn zonen, waarvan er een wordt aangeduid als “de perkamentschrijver van Theodosios”, een Griek. Dit is een leuke illustratie van het internationale karakter van het heiligdom en we mogen aannemen dat in Babylon mensen van diverse etnische en religieuze groepen deelnamen aan elkaars feesten. Een derde donateur heet Baruqa, wat sterk doet vermoeden dat het gaat om een Jood met de naam Baruch.

Niet veel later, vermoedelijk in mei, vond een vreemde gebeurtenis plaats, waarvan drie Griekse auteurs verslag doen. Weliswaar leefden Diodoros, Arrianus en Ploutarchos eeuwen later, maar het kan worden bewezen dat hun beschrijvingen teruggaan op de verhalen van drie officieren die in mei 323 in Babylon verbleven: Kleitarchos, Aristoboulos en Ptolemaios. Over de eerste twee is vrij weinig bekend, maar de laatste behoorde tot de vriendenkring van Alexander en zou het na diens dood nog brengen tot farao van Egypte. De drie schrijvers spreken elkaar in de details tegen, maar de hoofdlijn is duidelijk.

Op een dag verliet Alexander zijn troon en liet zijn mantel liggen. Volgens Diodoros/Kleitarchos deed hij dat om zich te laten masseren, volgens Ploutarchos/Ptolemaios ging hij sporten, volgens Arrianus/Aristoboulos nam de koning een militaire parade af.

Over het vervolg zijn de drie bronnen het eens. Een ontsnapte gevangene wist het paleis binnen te dringen, trok de koninklijke mantel aan, zette de diadeem op het hoofd en nam zwijgend plaats op de troon. Toen hem werd gevraagd wat dit te betekenen had, gaf hij geen antwoord (volgens Kleitarchos en Aristoboulos) of zei hij dat een Griek was die Dionysios heette en zojuist door de oppergod was vrijgelaten (volgens Ptolemaios). Alexander raadpleegde zijn zieners, die het als een zeer slecht voorteken beschouwden dat iemand de koning op zijn troon verving, en Alexander daarom, zoals Diodoros schrijft, “adviseerden de man ter dood te brengen, opdat het voorspelde onheil op hem zou worden afgewenteld”.

Diodoros vervolgt met een opmerking dat Alexander later zeer hoog opgaf van de vaardigheden van de chaldeeën en kwaad was op de filosofen die hem hadden overreed naar Babylon te gaan. Ptolemaios rondt zijn verhaal af met de ontroerende opmerking dat de koning “gedeprimeerd bleef, geen vertrouwen in de goden meer had en zich achterdochtig tegenover zijn vrienden gedroeg”. Het moet voor die vrienden moeilijk zijn geweest te zien dat Alexander onder groot verdriet gebukt ging zonder dat ze in staat waren hem te troosten.

[wordt om drie uur nog een keer vervolgd, en u weet al hoe het afloopt]

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #AristoboulosAlexanderhistoricus #Arrianus #AstronomischeDagboeken #Babylon #BabylonischeAstronomie #Chaldeeën #diadeem #DiodorosVanSicilië #Etemenanki #Kleitarchos #PtolemaiosISoter #sterrenkunde #voortekens

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

De Macedonische diademen

Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

Hellenistische diademen

Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

Romeinse diademen, kransen en kronen

In de Romeinse Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwerkrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

De IJzeren Kroon

Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

#Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #koningsideologie #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse #WagenmennerVanDelfi

De verwachte messias

Kindermoord te Betlehem (Codex Egberti)

Ik blogde twee weken geleden over de vlucht naar Egypte na de Kindermoord in Betlehem. Het hartverscheurende verhaal over de vermoorde baby’s en peuters veronderstelt dat koning Herodes wist dat er een kind geboren zou worden dat ooit als koning zou regeren over de Joden. Volgens de evangelist Matteüs vernam Herodes dat van de oosterse wijzen, die een wonderbaarlijke ster hadden gevolgd.noot Matteüs 2.2-3.

Omdat het schokkende verhaal een bovennatuurlijk teken bevat en bovendien aan elkaar hangt van de citaten uit de oudere joodse religieuze literatuur, kun je redeneren dat het allemaal is verzonnen. Misschien is dat ook wel zo. Van de andere kant: het uitmoorden van alle baby’s en peuters uit een klein stadje was niet beneden koning Herodes, die ook zijn eigen zoon uit de weg liet ruimen. Hij was volkomen scrupuleloos. De Kindermoord mag dan niet zijn vermeld in een andere bron, de gebeurtenis past verdraaid goed bij wat we weten over de paranoïde heerser.

De voorspelde messias

En er is nog iets. We weten dat er destijds voorspellingen circuleerden over het einde der tijden, messiassen, afstammelingen van David, herstel van Israël en meer eschatologisch fraais. Eén zo’n voorspelling is te vinden in de Henochitische literatuur, een destijds – vóór de joodse Bijbel in de tweede eeuw na Chr. werd samengesteld – belangrijk joods literair genre. De auteur schrijft dat het einde der tijden zal plaatsvinden in de zeventigste generatie na Henoch. Aangezien die zelf behoorde tot de zevende menselijke generatie, wisten joodse lezers dat de beslissende wending in de wereldgeschiedenis zou plaatsvinden in de zevenenzeventigste generatie. U mag in het evangelie van Lukas het aantal namen in de geslachtslijst van Jezus nalezen om te zien hoe de auteur het rekensommetje toepaste op de door hem gebiografeerde messias.noot Lukas 3.23-38.

Toen Herodes overleed – vermoedelijk in het najaar van 5 v.Chr., misschien in de eerste weken van 4 v.Chr. – waren er enkele opstanden. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus besteedt er veel aandacht aan, omdat deze opstanden in zijn analyse het begin vormden van een traditie van opstandigheid die uiteindelijk leidde tot het einde van het dagelijks offer in de tempel, de tempelcultus en de Verbondsrelatie tussen de joden en hun God. Als die rebellen de toon niet hadden gezet, aldus Josephus, zou iedereen netjes zijn blijven luisteren naar de Joodse leiders en had iedereen deel kunnen nemen aan de Pax Romana. (Voor het goede begrip: moderne historici delen deze analyse niet omdat de Romeinse annexatie het begin vormde van zo’n veertig jaar betrekkelijke rust.)

Flavius Josephus noemt een Judas, zoon van Hizkia, die opereerde rond Sepforis. Josephus noemt ook een Simon van Peraia, die zichzelf kroonde met een diadeem. Hij noemt Athronges, die als herder nogal leek op koning David. Het gevaarlijkst was Judas de Galileeër, de grondlegger van de sicariërs. Rationeel als Josephus is, en rationeel als hij het jodendom wil presenteren aan zijn heidense lezers, houdt hij zich op de vlakte voor wat betreft de eschatologische ideeën die circuleerden. Maar ze waren er. En koning Herodes moet dat hebben geweten.

De historische kern?

Wat ik zelf denk dat er is gebeurd: Herodes wist van de smeulende onrust, kende de profetieën over de messias en wist dat zijn dood de vonk in een kruitvat zou zijn. Hij regelde zijn opvolging zó als het hem het beste leek. Hij maakte een nieuw testament. Hij ruimde een zoon uit de weg die hij incompetent achtte. En hij gaf zijn Germaanse lijfwacht, wellicht Bataven, opdracht de baby’s en peuters in de Davidsstad Betlehem uit de weg te ruimen. Matteüs hoorde ervan en betrok het op zijn eigen messias. Hij sloeg de plank niet ver mis.

Zulke preventieve moorden waren in de oude wereld niet uniek. Kort voor zijn dood liet keizer Hadrianus enkele senatoren uit de weg ruimen die de troonsbestijging van Antoninus Pius zouden hebben kunnen belemmeren. Hadrianus deed dus gewoon alvast het vuile werk van Antoninus Pius. Misschien niet sympathiek, maar zo werkte het in de oude wereld.

In het geval van koning Herodes pakte het echter verkeerd uit. Bij zijn overlijden ontplofte het kruitvat. Er waren opstanden en uiteindelijk moest de gouverneur van Syrië, Publius Quinctilius Varus (die van de slag in het Teutoburgerwoud), met de legioenen interveniëren.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#AntoninusPius #Athronges #diadeem #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #FlaviusJosephus #geslachtslijstVanJezus #Hadrianus #HenochitischeLiteratuur #HerodesDeGrote #JudasDeGalileeër #JudasZoonVanHizkia #KindermoordVanBetlehem #messias #NieuweTestament #sicariërs #SimonVanPeraia #SterVanBetlehem

De Diadoumenos van Polykleitos

Hellenistische kopie van de Dioadoumenos van Polykleitos (Nationaal Museum, Athene)

Het zal u verbazen, maar van de klassieke Griekse sculptuur is niet zo heel veel over. Die was namelijk gemaakt van brons en daarvan kun je natuurlijk ook nuttiger dingen maken. Vrijwel alle antieke bronzen beelden zijn omgesmolten, bijvoorbeeld tot wapentuig. Wat u in de musea ziet, zijn doorgaans marmeren kopieën uit de hellenistische of Romeinse tijd. Het bovenstaande beeld is vermoedelijk rond 100 v.Chr. gemaakt en is een kopie van een bronzen beeld uit de jaren twintig van de vijfde eeuw v.Chr.

De originele Diadoumenos is gemaakt door Polykleitos van Sikyon, een van de voornaamste beeldhouwers uit de Griekse wereld. Het stelt een atleet voor die zichzelf een diadeem ombindt, ten teken van een overwinning in een sportwedstrijd. Het origineel zal daarom wel hebben gestaan in een van de grote heiligdommen waar de Grieken samenkwamen voor atletiekwedstrijden, zoals Olympia, Delfi, Isthmia of Nemea.

Het beeld, dat een voorbeeldige anatomie heeft, was waanzinnig populair. Er zijn ruim veertig marmeren versies van, die overigens niet allemaal compleet zijn. In het Louvre is bijvoorbeeld alleen een marmeren hoofd te zien.

De hierboven afgebeelde kopie is te zien in het Nationaal Museum in Athene. Ze is gevonden op het Griekse eiland Delos in een gebouw dat de opgravers, heel origineel, hebben aangeduid als het Huis van de Diadoumenos. Ze is niet helemaal perfect: de boomstam die we links zien, met een mantel er overheen, is een toevoeging. Deze dient om het gewicht van het marmer beter te verdelen. Zou die er niet zijn, dan braken de benen onder het gewicht van de torso.

De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere weet te melden dat het originele bronzen beeld ooit is verkocht voor het lieve sommetje van honderd talenten. Helaas vertelt hij er niet bij wie dit ervoor kon neertellen.

[Dit was het 453e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Delos #diadeem #Diadoumenos #GriekseSculptuur #PolykleitosVanSikyon

Het hellenisme - Mainzer Beobachter

Het hellenisme was een nieuwe tijd. De Griekse cultuur verspreidde zich. Maar we moeten het ook weer niet overdrijven.

Mainzer Beobachter