De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Een Thracische vaas met afbeeldingen van wilde dieren (Metropolitan Museum, New York)

Staatsvorming

Na het midden van de vijfde eeuw krijgen we zicht op de geschiedenis van Thracië. We kennen de namen van de koningen van de Odrysen: eerst een Teres, dan een Sitalkes en vervolgens, na diens gewelddadige dood in een oorlog tegen de Triballiërs, zijn neef Seuthes I (r.424-410). Daarop volgden andere heersers, zoals Seuthes II, bij wie de Griekse huurlingenleider Xenofon de winter van 401/400 doorbracht. Dit was geen stamsamenleving meer, dit was een staat, een koninkrijk. De residentie van de koningen zal zijn geweest in het gebied dat nu bekendstaat als de Vallei van de Thracische Koningen, waar zo’n 1500 grafheuvels zijn geïdentificeerd. De meeste zijn nog niet onderzocht.

Thracische rhyton uit de Borovo-schat (Archeologisch Museum, Ruse)

Die vallei ligt aan de zuidelijke kant van het Balkangebergte. Ook aan de noordelijke zijde ontstonden vroege staten, al zijn die slechter bekend, en kan het gaan om gebieden die door de Odrysen werden beheerst. Dat laatste wordt gesuggereerd door een inscriptie op een drinkbeker uit de Borovo-schat, die is gevonden in het gebied van de Geten aan de Donau: de beker is een geschenk van de Odrysische vorst Kotys I (r.383-359) aan een Getische leider. Minimaal waren de contacten hartelijk, mogelijk was er een gezagsverhouding.

De Letnitsa-schat, feitelijk het beslag van een paard, is wat verder stroomopwaarts gevonden en heeft een wat traditionelere beeldentaal. Ze toont dat de edelsmeedkunst ook hier op een hoog niveau stond, wat suggereert dat er een vorst was die de smid in dienst kon nemen.

Paardenbeslag (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

De Macedonische overheersing

Na ruim een eeuw, waarin de Odrysische dynastie haar macht had kunnen uitbreiden over grote delen van Thracië, was er ineens een dramatische ommekeer in de geschiedenis van de regio. In het westen lag Macedonië, dat tot dan toe te verdeeld was geweest om een grote politieke rol te spelen. Dat veranderde echter met de troonsbestijging van koning Filippos II (r.359-336), die een agressieve politiek voerde ten opzichte van zijn op dat moment verdeelde oosterburen.

We kunnen drie oorlogen onderscheiden: de eerste van 357 tot 351, een tweede van 342 tot 340, met daar tussenin een korte campagne in 346 om te verhinderen dat Athene voet aan de grond kreeg. De stichting van Filippoi en Filippopolis in het gebied van de Bessers, het huidige Plovdiv, maakte duidelijk dat de Macedoniërs waren gekomen om te blijven.

Thracische helm (Archeologisch Museum, Sofia)

Filippos onderwierp ook de gebieden ten noorden van de Balkan en bereikte de Donau, waar zijn zoon en opvolger Alexander de Grote enkele jaren later, in 335, overheen trok. Als zijn tegenstanders worden Triballiërs en Geten genoemd. Alle vier grote Thracische groepen waren nu aan de Macedoniërs onderworpen, en we horen regelmatig van Thracische cavalerie tijdens Alexanders oostelijke veldtocht. Een groep Thraciërs werd achtergelaten als garnizoen in het verre Indusland.

Na de dood van Alexander had de Macedoniër Lysimachos over Thracië moeten heersen, maar inmiddels waren op allerlei plaatsen opstanden uitgebroken: India was al voor Macedonië verloren gegaan tijdens de regering van Alexander, de gedemobiliseerde soldaten in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) wilden terug naar Europa, de Griekse stadstaten rebelleerden en ook de Odrysen schudden het juk af. Lysimachos slaagde er niet in de Odrysische leider Seuthes III te overwinnen.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

#AlexanderDeGrote #Athene #Bessers #BorovoSchat #DariusIDeGrote #Filippoi #FilipposII #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #KotysI #LetnitsaSchat #Lysimachos #Odrysen #Persepolis #Plovdiv #SeuthesI #SeuthesII #SeuthesIII #Sitalkes #TeresI #Thracië #Triballiërs #ValleiVanDeThracischeKoningen #Xenofon

Alexander de Grote in Alexandrië

Alexander als stichter van Alexandrië (Louvre, Parijs)

Vorige maand blogde ik over het bezoek dat Alexander de Grote bracht aan de oase van Siwa, waar hij het orakel van Ammon bezocht en ongevraagd vernam dat hij de zoon van Zeus was. Na deze gebeurtenis keerde hij naar de kust terug, naar de plek waar hij een stad wilde stichten.

Alexandrië

De stedenbouwkundige Deinokrates van Rhodos had voorbereidingen getroffen en op 7 april 331 v.Chr. voltrok Alexander het stichtingsritueel van de nieuwe stad, die wel eens wordt getypeerd als zijn meest duurzame erfenis. Voor het moment was Alexandrië echter vooral een instrument om de graanhandel met de Griekse wereld te controleren, en uit verschillende contemporaine teksten blijkt dat de administrateur van Egypte, Kleomenes, de Grieken inderdaad fikse bedragen liet betalen voor het Egyptische graan.noot Aristoteles, Oikonomikos 1352a17ff en 1352b13ff; Demosthenes, Redevoering 56.7-8.

Na de stichting van Alexandrië voer Alexander de Nijl op voor een laatste bezoek aan de Egyptische hoofdstad Memfis, waar versterkingen bleken te zijn aangekomen.

De door Alexander gebouwde muur om Alexandrië

Nieuws uit Griekenland

Er waren ook ambassadeurs, die sensationeel nieuws meebrachten, dat we kennen uit een fragment uit het boek Alexanders daden, geschreven door ’s konings hofpropagandist Kallisthenes. In de tempel van Didyma bij Milete

zou de bron weer zijn gaan vloeien, hoewel Apollo het orakel had verlaten sinds de tempel ten tijde van Xerxes was geplunderd. … Ook zouden gezanten uit Milete veel uitspraken van orakels naar Memfis hebben overbracht, over Alexanders afstamming van Zeus, zijn toekomstige overwinning bij Gaugamela, de dood van Darius en de opstandige bewegingen in Sparta. … Verder zou de profetes van Erythrai een uitspraak hebben gedaan over de hoge geboorte van Alexander.noot Kallisthenes, FGrH 124 fr.14; vert. Simone Mooij.

Hoewel tijdgenoten anders wilden geloven, was dit helemaal zo wonderbaarlijk niet. Er waren ruim drie maanden verstreken sinds Alexander in Memfis voor het eerst was erkend als zoon van Ra, en dat liet genoeg tijd om het nieuws te verspreiden naar Milete en het daar vlakbij gelegen Erythrai. Toen de door de Macedoniërs in het zadel geholpen autoriteiten begrepen dat Alexander niet onwelwillend stond tegenover de adoptie van een extra vader, hadden zij de gewenste voorspellingen “geregeld”.

Vanaf dit moment moeten allerlei verhalen de ronde zijn gaan doen, want op een of andere manier moest toch het dubbele vaderschap worden verklaard. De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vertelt dus dat Filippos na zijn huwelijk met Olympias in een droom de geboorte van een zoon met de aard van een leeuw was voorspeld, en dat iemand had gezien dat Olympias sliep met een slang, die een manifestatie van de Egyptische god zou zijn. Volgens een ander gerucht was de Macedonische koning naar Siwa gegaan omdat zijn voorouders Herakles en Perseus dit ook hadden gedaan, en had hij ontdekt dat zij zijn halfbroers waren. Wat Alexander ervan dacht is onbekend maar hij sprak de geruchten niet tegen.

Sparta

De gezanten die meldden dat de Griekse orakels Alexander hadden erkend als zoon van Zeus, vertelden tevens dat de Spartaanse koning Agis III, die Kreta had bezet met hulp van de Griekse huurlingen die bij Issos voor Darius hadden gevochten, inmiddels was begonnen met de voorbereiding van een grotere rebellie. Daarvoor had hij Perzisch goud aangenomen. Omdat nog onduidelijk was waar dit op zou uitdraaien, kon Alexander geen tegenmaatregelen nemen, maar hij stuurde wel enorme bedragen naar Macedonië, waar zijn gouverneur ter plekke, Antipatros, huurlingen begon te werven.

Bestuurlijke maatregelen

Alvorens Alexander naar Azië kon terugkeren om de strijd tegen Darius te hernemen, moest hij het bestuur van Egypte regelen. De nieuwe bestuurders waren, zoals we al zagen, de Pers Doloaspis en de Egyptenaar Petosiris, maar met een staf zó vol Europeanen dat hun feitelijke gezag beperkt was. Het lijkt erop dat toen Petosiris aftrad, Kleomenes grotere bevoegdheden kreeg om te voorkomen dat een niet-Europeaan werkelijk macht zou krijgen.

Desondanks waren de benoemingen van de Pers en de Egyptenaar belangrijk. Dat Alexander Doloaspis een bestuursfunctie toekende, bewijst dat hij al bereid was Perzen in het bestuur op te nemen. Tijdens de tweede helft van zijn regering zou dit op grote schaal gebeuren. Voor het moment was het echter niet meer dan een tactisch signaal aan de Perzische adel: als ze Darius in de steek zouden laten en naar Alexander overliepen, wachtte hun geen slecht lot. Het is overigens de vraag of het signaal overkwam. In elk geval leidde de aanstelling van Doloaspis niet tot massale desertie.

Zo eindigde het bezoek aan Egypte zonder dat de veroveraars veel nieuws hadden ontdekt. Ze moeten in de tempels de mythen hebben gehoord waar ze benieuwd naar waren geweest, maar lieten zich er verder weinig aan gelegen liggen, zelfs als zo’n verhaal raakvlakken had met de Griekse filosofie. Het was voorbehouden aan een van Alexanders officieren, Hekataios van Abdera, om de oude beschaving de komende jaren grondiger te onderzoeken en de nieuwsgierige Europeanen op de hoogte te stellen van de Egyptische godenverhalen.

Maar ook al was de kennismaking met Egypte oppervlakkig geweest, Alexanders bezoek aan het land van de Nijl was van belang. Hij beheerste nu het oostelijk Middellandse-Zeebekken tussen Donau, Sahara en Eufraat, en tot de opkomst van de islam, een millennium later, zou het gebied worden bestuurd door een Griekssprekende overheid. Alexandrië zou nog eeuwen hét culturele centrum zijn.

Samaria

Het leger maakte zich al op voor de terugweg toen Alexander vernam dat de bewoners van Samaria in opstand waren gekomen. Een mars door de Sinaï moest echter worden uitgesteld vanwege een persoonlijk drama aan het Macedonische hof. Parmenions zoon Hektor, een dierbare vriend van Alexander, verdronk in de snelstromende Nijl toen zijn boot kapseisde. Pas nadat hij was begraven op een wijze die in overeenstemming was met de status van zijn vader, werd de opmars hervat.

Tot dit moment kunnen Alexanders acties worden getypeerd als een vorm van voorwaartse verdediging en dus, in wezen, als defensief. Door de Fenicische havensteden te veroveren had hij een Perzische vlootexpeditie naar het Egeïsche-Zeegebied onmogelijk gemaakt, terwijl de annexatie van Samaria en Juda noodzakelijk was geweest om Fenicië te beveiligen. Alexander maakte zich nu op om het Perzische Rijk zélf aan te vallen. Dat was een keerpunt in de oorlog. De Macedoniërs waren vanaf nu in het offensief.

[Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

#AgisIII #AlexanderDeGrote #Alexandrië #Antipatros #Didyma #Doloaspis #FilipposII #HekataiosVanAbdera #Herakles #Kallisthenes #KleomenesSatraap #Memfis #Milete #Nijl #Perseus #Petosiris #Ploutarchos #Ra #Siwa #Sparta

Het graf van Filippos II

De grafheuvel van Vergina

Daar stond ik ineens met mijn waanwijsheid. Ik meende dat ik de puzzel rond het graf van de Macedonische koning Filippos II (de vader van Alexander de Grote) wel kende. Ik blogde er al eens over. Maar ik vergiste me. Terwijl er eigenlijk best wel iets nieuws over te vertellen valt.

Eerst even dit. In de Noord-Griekse stad Vergina, het antieke Aigai of Aigeai, is een grote grafheuvel met daarin drie graven en een heiligdom. Die heuvel is in 1977 onderzocht en op dat moment waarschuwde archeoloog Manolis Andronikos tegen al te snelle identificaties van Graf II als het graf van Filippos II. Enkele jaren later was die aarzeling verdwenen. Daar waren twee redenen voor. Om te beginnen was Graf III gevonden, dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid toebehoort aan Alexander IV, het enfant du miracle van Roxane en Alexander de Grote. Dat maakte het plausibel dat de twee andere graven in de heuvel ook aan leden van de dynastie toebehoorden. De andere reden was dat Joegoslavië uiteen was gespat en een van de voormalige deelrepublieken aanspraken deed op de Macedonische erfenis. De Grieken, woedend, deden alles om te tonen dat Macedonië Grieks was.

Filippos of Arridaios?

Maar was Graf II werkelijk de laatste rustplaats van Filippos II (r.360-336)? Of was het, zoals al snel werd opgemerkt, feitelijk het graf van Alexanders broer Arridaios (r.323-316)? Dateert het graf uit 336 v.Chr. of uit 316 v.Chr.?

Er zijn hier drie soorten argumenten. Het fysisch antropologisch onderzoek spreekt het meest tot de verbeelding: corresponderen de botten die zijn gevonden, met de wonden die Filippos heeft? Daar is een heleboel over te zeggen, maar feitelijk weten we dat niet. Wat de ene analist beschouwt als onmiskenbare aanwijzing voor een oogbeschadiging, is volgens een ander een gevolg van de crematietechniek. En de leeftijd van de overleden man, tussen de vijfendertig en vijfenvijftig, staat eigenlijk alles toe.

Dan is er de vorm van het graf: een tongewelf. Tongewelven kwamen in de Griekse wereld pas in het laatste kwart van de vierde eeuw v.Chr. in zwang, wellicht nadat Alexanders mannen ze in het oosten hadden gezien. Dat zou erop duiden dat Arridaios in Graf II ligt begraven. Andronikos meende dat het tongewelf een autonome Macedonische ontwikkeling is. Hij wees op een ander graf in Vergina, het Graf van Eurydike, dat aan de hand van een zogeheten Panathenaïsche Amfoor te dateren viel. Het probleem is hier dat dit soort amforen echt pronkstukken waren, die mensen enkele decennia bewaarden. Dat maakt het mogelijk dat het Graf van Eurydike toch wat jonger is.

Nog een argument: Graf II wekt de indruk snel te zijn afgewerkt. Waar je muurschilderingen verwacht, zijn ze niet. Het stucwerk is slordig. De voorhal lijkt snel er tegenaan gebouwd. Kortom: een haastklus. Misschien een aanwijzing voor een onverwacht vroeg gekomen uitvaart, zoals na de moord op Filippos. Probleem: we weten de begrafenisomstandigheden van Arridaios niet.

Dierenjacht (koninklijk graf, Vergina)

Een ander bekend argument is dat er aan de voorzijde van Graf II een jacht op een leeuw is afgebeeld, en dat is een oeroud oosters motief. Dat duidt op een datering ná Alexanders veldtocht en dus op Arridaios. Het probleem is nu dat op dezelfde schilderingen ook op andere dieren wordt gejaagd, wat weer géén oosters thema is. En je kunt best bedenken dat een schilder een hinde, een everzwijn, een leeuw en een beer wilde combineren.

Grafgiften

En dan zijn er de grafgiften. Er is ontzettend veel gemaakt van de scheenbeschermers die zijn gevonden in de voorkamer van Graf II, die erop duiden dat iemand niet even lange benen had. En jawel, Filippos had een beenwond en liep mank. Probleem één: Arridaios kan ook mank hebben gelopen. Probleem twee: in de hoofdkamer van Graf II lagen nog drie paar scheenbeschermers, en die waren even lang. In de voorkamer lag een vrouw begraven. Ik zie, zeker nu we wat anders zijn gaan denken over gender-rollen, geen reden om niet minimaal te overwegen dat deze scheenbeschermers door een prinses gedragen zijn.

Kunnen we het aardewerk dateren? Ja. En dat lijkt aan de jonge kant te zijn. 336 of 316 is natuurlijk niet heel veel uit elkaar, en de datering van het aardewerk sluit Filippos niet helemaal uit, maar het past veel beter bij Arridaios. Ook opvallend is dat de zilveren voorwerpen een gewicht hebben dat beter past bij een eind vierde eeuw in omloop gekomen gewichtenstelsel.

Maar nu!

Kortom, het is misschien vervelend voor de Grieken, maar het heeft er toch de schijn van dat in Graf II Arridaios ligt begraven, de broer van Alexander de Grote. In Graf III ligt vrijwel zeker de twaalfjarige zoon van Roxane en Alexander de Grote, Alexander IV. Wat betekent dat Filippos ligt begraven in Graf I. Daar is ook een heiligdom gevonden en we weten dat Filippos goddelijke eerbewijzen heeft gevonden.

De zaak leek gesloten. Graf II was Arridaios.

En ik dacht dat ik het allemaal begreep toen ik las dat er fysisch antropologisch onderzoek was gedaan naar Graf I. Ik verdiepte me er eigenlijk niet in, en dat was dom, want inmiddels staat vast dat daar iemand begraven lag die tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud is geworden. Het kan onmogelijk Filippos II zijn. En het botmateriaal lijkt eigenlijk ook een halve eeuw te oud.

De zaak ligt dus weer open. En ik attendeer erop dat er in de omgeving nog niet onderzochte grafheuvels zijn. Ik zou er niet van opkijken als het eigenlijke graf van Filippos II, van Arridaios en van Alexander IV nog steeds gevonden moet worden. Alexander de Grote zelf heeft natuurlijk begraven gelegen in Memfis en Alexandrië, en ik behoor tot degenen die in overweging willen nemen dat de mummie uiteindelijk in de San Marco in Venetië is terechtgekomen. Maar dat is een heel ander verhaal.

#Aigai #AlexanderDeGrote #AlexanderIV #FilipposII #FilipposIIIArridaios #ManolisAndronikos

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

De Macedonische diademen

Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

Hellenistische diademen

Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

Romeinse diademen, kransen en kronen

In de Romeinse Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwerkrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

De IJzeren Kroon

Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

#Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #koningsideologie #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse #WagenmennerVanDelfi

Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Inhoud

Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

Diodoros boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

Beoordeling

De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

De vertaling

Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

Het grote publiek

Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon

Parmenion versus Memnon

Macedonische helm (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nu ik werkende weg ben beland in een soort van geschiedenis van Alexander de Grote – een overzichtspagina is inmiddels hier – is het geen slecht idee eens te vertellen hoe de oorlog tussen Macedonië en het Achaimenidische Rijk eigenlijk begon. Over de aanleiding heb ik het al eerder gehad: dat was het Perinthos-incident. Filippos II consolideerde zijn koninklijke macht in Macedonië door externe expansie, die hem het goud opleverde waarmee hij machtige aristocraten voor zich won. Die expansie moest vroeg of laat stuiten op Perzische vitale belangen – zoals de doorvaart van de Zwarte naar de Egeïsche Zee. De inname van Perinthos in 340 v.Chr. was voor de Perzische koning Artaxerxes III Ochos onacceptabel en dus stuurde hij troepen naar Europa. Voor het eerst, lijkt het, sinds de dagen van Xerxes. In elk geval: na die vernedering besloot Filippos het Perzische Rijk aan te vallen.

Parmenion valt aan

De oorlog begon serieus in het voorjaar van 336, toen een Macedonisch leger, aangevoerd door generaals Parmenion en Attalos, overstak naar Azië. De expeditie leek eenvoudig. Artaxerxes III Ochos was in september 338 opgevolgd door Artaxerxes IV Arses en het Perzische imperium was verscheurd door troonstrijd. Terwijl de rebellen Chababash en Nidin-Bel de macht grepen in Egypte en Babylonië, trok een derde rebel, de Perzische edelman Artašata, vanuit Armenië op naar de Perzische hoofdsteden. Alsof de chaos nog niet groot genoeg was, had het rijk na de dood van de betrouwbare generaal Mentor van Rhodos ook geen onomstreden militaire leider. De satrapen in Klein-Azië waren verdeeld over de vraag wie hem zou opvolgen.

Terwijl het wereldrijk verzwakt was, landden de tienduizend soldaten van het leger van Parmenion en Attalos. Belangrijke havens aan de Hellespont als Abydos en Kyzikos vielen zonder slag of stoot in Macedonische handen. Tegelijkertijd werd Artaxerxes IV vermoord en beklom Artašata de troon, onder de naam Darius III. Wat zijn (alleen in Latijnse bronnen genoemde) bijnaam Codomannus betekent, is niet bekend, al kan het in het Perzisch zoiets betekenen als “de krijgslustige”.

De Griekse steden

Met een Macedonisch leger in de buurt, en terwijl het Perzische centrale gezag een speelbal leek van diverse partijen, kwamen verschillende Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen hun koning. Al sinds mensenheugenis werden die steden, net als de meeste stadstaten ten westen van de Egeïsche Zee, geregeerd door een kongsi van rijke oligarchen of een niet minder vermogende alleenheerser. Aangezien kapitaal in de Oudheid vrijwel uitsluitend werd belegd in land, en grootgrondbezitters nooit ver van hun bezittingen verbleven, hadden de Perzische bestuurders deze groep altijd eenvoudig kunnen controleren. De opstandelingen waren minder rijk, en waar ze aan de macht kwamen moesten ze op zoek naar steun. Vaak vestigden ze een democratie om de bevolking voor zich te winnen.

Ze knoopten in de zomer van 336 ook vriendschapsbetrekkingen aan met Filippos van Macedonië, die als enige hun onafhankelijkheid kon beschermen. De Efesiërs eerden hem met een standbeeld in de beroemde Artemistempel. Het leger van Parmenion en Attalos werd overal met open armen ontvangen en kon snel oprukken naar het zuiden. In het najaar bereikte het de stad Magnesia, die de weg beheerste naar het voornaamste Perzische bestuurscentrum in de regio, Sardes.

Darius III slaat terug

Tot daar verliep alles zonder problemen, maar plotseling stokte de Macedonische opmars. Niet alleen de moord op Filippos in het najaar van 336 gooide roet in het eten. Minstens even belangrijk was dat de Perzen ongewoon snel hun eenheid herwonnen. Darius III maakte eerst een einde aan het bewind van de Babyloniër Nidin-Bel, zond goud en zilver naar de Griekse stadstaten om ze tegen Alexander in opstand te laten komen, en liet bovendien in de havensteden van Cyprus en Fenicië een oorlogsvloot klaarmaken om Chababash te verdrijven uit Egypte.

Voor het front in Klein-Azië wees Darius een capabele generaal aan: Memnon van Rhodos, de broer van de onlangs overleden Mentor. Memnon had een deel van zijn leven doorgebracht aan het Macedonische hof en was daarom in Perzië niet geheel onomstreden, maar hij had zijn positie versterkt door te trouwen met een Perzische aristocrate, Barsine, de weduwe van zijn broer. Ik blogde al eens over haar. Voortaan gold Memnon als een van Darius’ meest loyale volgelingen en vanaf de herfst van 336 commandeerde hij de Griekse huurlingen van de grote koning.

Bij de stad Magnesia kwam het tot een treffen waarin voor het eerst in lange tijd een Grieks leger (zij het in vreemde dienst) superieur bleek aan een strijdmacht uit Macedonië. De gebeurtenis was des te opmerkelijker omdat Memnons huurlingen in de minderheid waren. Het Macedonische moreel kreeg geen gelegenheid zich te herstellen, want enkele dagen na de nederlaag ruimde Parmenion zijn collega Attalos uit de weg – de man was een persoonlijke vijand van Alexander. Parmenion voerde het leger terug naar het noorden, maar werd op de hielen gezeten en zelfs ingehaald door Memnon.

Tegelijkertijd braken burgertwisten uit in de steden die zich nog maar zo kort geleden aan Macedonische zijde hadden geschaard. In Efese maakte Memnon een einde aan de prille democratie en kregen de oligarchen de macht weer in handen. Zoals bij dergelijke omwentelingen te doen gebruikelijk is, leefde de bevolking zich uit op de standbeelden van de oude machthebbers: het beeld van Filippos in de beroemde Artemistempel werd van zijn sokkel getrokken.

Het jaar 335

In de loop van het volgende jaar – het jaar waarin Alexander trok door Thracië en Illyrië en Thebe verwoestte; het jaar waarin de Perzen de opstandige satrapie Egypte heroverden – streden Parmenion en Memnon met wisselend succes. Tegelijkertijd mobiliseerden de satrapen van Lydië en Hellespontijns Frygië, Spithridates en Arsites, hun troepen om Memnon te helpen het binnenvallende leger te verdrijven. De Grieks-Romeinse auteur Diodoros somt Memnons successen op:

Hij trok over het Idagebergte, overviel onverwachts de stad Kyzikos en het scheelde weinig of hij had haar ingenomen. Toen hij niet in die opzet slaagde, verwoestte hij het omliggende land en sleepte een grote buit weg. In dezelfde tijd veroverde Parmenion stormenderhand de stad Gryneion en verkocht de bewoners als slaven. Maar toen hij Pitane belegerde, kwam Memnon opdagen. Hij verjoeg de Macedoniërs en maakte een eind aan het beleg. Later heeft [de Macedonische ruitercommandant] Kalas nog in de buurt van Troje met een leger van Macedoniërs en huurlingen slag geleverd tegen een grote Perzische overmacht, maar toen bleek dat hij die niet aankon, trok hij zich terug op het schiereiland Roiteion.

Zo liep het jaar 335 ten einde. Memnon had de Macedoniërs geïsoleerd in het noorden, waar Parmenion alleen de bruggenhoofden Kyzikos, Abydos en Roiteion kon behouden. Er resteerde weinig van het optimisme waarmee het expeditieleger anderhalf jaar eerder Azië was binnengevallen. Toch had Parmenion veel bereikt. De drie havensteden waren verdedigbaar en Memnon kon ze onmogelijk heroveren zolang hij de wateren van de Hellespont niet beheerste. Gedurende de winter konden de Macedoniërs enorme voedselvoorraden naar deze bases overbrengen en begin mei 334 stak Alexander zonder problemen over naar Azië. Daarover een andere keer.

#AbydosAzië_ #AlexanderDeGrote #Arsites #ArtaxerxesIIIOchos #ArtaxerxesIVArses #Attalos #Barsine #Chababash #DariusIIICodomannus #democratie #DiodorosVanSicilië #FilipposII #Hellespont #Kyzikos #MagnesiaAanDeSipylos #MemnonVanRhodos #MentorVanRhodos #NidinBel #oligarchie #Parmenion #PerinthosIncident #Spithridates

Alexander de Grote in context - Mainzer Beobachter

De presentatie van Alexander de Grote als breuk tussen de klassieke en hellenistische tijd maakt hem belangrijker dan hij was.

Mainzer Beobachter

Het eerste regeringsjaar van Alexander

Demosthenes, die niet aan Alexander werd uitgeleverd (Glyptothek, München)

Ik heb de afgelopen maanden een paar keer geblogd over het eerste regeringsjaar van Alexander de Grote. Hij kwam aan de macht na de moord op zijn vader, Filippos II, en toonde vervolgens aan de bewoners van Thracië, Illyrië en Griekenland dat hij als generaal even snel en gewelddadig was. Misschien nog wel gevaarlijker: Alexander maakte Thebe vrijwel volledig met de grond gelijk, iets wat Filippos vermoedelijk nooit zo hebben gedaan.

Athene

Na de ondergang van Thebe leek het alsof de Grieken nooit aan opstand hadden gedacht. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Arrianus beschrijft de stemming in Athene:

Het volk kwam in vergadering bijeen en op voorstel van Demades werden tien Atheense burgers, van wie bekend was dat ze op zeer goede voet stonden met Alexander, gekozen en als gezanten naar hem toe gezonden om hem te laten weten – wel een beetje laat – dat het Atheense volk zich verheugde dat hij behouden uit het land van de Illyriërs en Triballiërs was teruggekeerd en dat hij de Thebanen had gestraft voor hun opstandigheid.noot Arrianus, Anabasis 1.10.3; vert. Simone Mooij.

Alexander nam deze felicitaties welwillend in ontvangst maar eiste tegelijk de uitlevering van de democratische leider Demosthenes en negen anderen die hij “verantwoordelijk hield voor het beledigend gedrag tegenover hemzelf en Filippos bij diens dood”. Toen de Atheners dat weigerden, zag hij er verder maar van af. Zolang Athene een vloot had en kon rekenen op Perzische steun, was een belegering onbegonnen werk en er waren belangrijker zaken dan de uitlevering van Demosthenes en zijn kompanen – bijvoorbeeld dat het leger dat Filippos naar Azië vooruit had gezonden, inmiddels grote moeilijkheden ondervond.

Het werd tijd serieus werk te maken van de oorlog met Perzië. Daarom keerde Alexander terug naar Macedonië en begon hij met de voorbereidingen van de overzeese expeditie.

Balans

Hij was nu een jaar aan de macht en had drie volledige campagnes afgerond. Daarbij had hij vrijwel elk aspect van het krijgsbedrijf te land beoefend: hij had drie veldslagen gewonnen, had stormenderhand een bergpas veroverd, had nachtelijke gevechten gevoerd, was een grote rivier overgestoken, had vechtend een leger teruggetrokken en had minstens twee nederzettingen ingenomen door middel van een bestorming. Zijn positie als vorst van Macedonië en leider van de Korinthische Bond was inmiddels onomstreden.

Hij had bovendien de oppositie thuis het zwijgen opgelegd en de loyaliteit van het leger verworven, de Thracische, Triballische, Getische en Illyrische barbaren getoond met wie ze te maken hadden, en de Grieken duidelijk gemaakt wat de consequenties waren als ze niet toegewijd deden wat de leider van de Korinthische Bond van hen vroeg. Het eerste regeringsjaar was vervuld geweest van bloedvergieten, maar hij had zijn thuisbasis veiliggesteld en kon nu vertrekken naar het oosten.

Leren van fouten

Alexander had bewezen als aanvoerder de gelijke van zijn vader te zijn en op dezelfde wijze oorlog te kunnen voeren. Hij was in staat zeer snel op te trekken en vijanden compleet te overrompelen. Bij Pellion was hij zelfs té snel geweest, maar hij had er tevens blijk van gegeven te beschikken over de belangrijkste generaalskwaliteit die er is: het vermogen te leren van zijn eigen fouten. Vóór hij Thebe liet bestormen, laste hij een pauze in. Alles duidde erop dat Alexander minstens evenveel aanleg had voor het krijgsbedrijf als Filippos.

Als hij in de winter van 335/334 was overleden, zouden zijn tijdgenoten hem hebben herdacht als evenknie van zijn vader, en zouden ze zich hebben afgevraagd wat hij had bereikt als hij het plan zou hebben uitgevoerd Perzië aan te vallen. Maar niemand zou zich hebben kunnen voorstellen dat Alexander binnen negen jaar aan de oevers van de Indus zou staan.

Daarover een andere keer meer.

#AlexanderDeGrote #Arrianus #Athene #DemosthenesRedenaar #FilipposII #KorinthischeBond
Wie was Aristoteles? - Sargasso

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts, en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest: eerst via zijn eigen school, later op het neoplatonisme, toen op de Arabische filosofie, en via deze route weer op de scholastiek in West-Europa en daar voorbij. In de vandaag beginnende vijftiendelige reeks bekijken we hem […]

Sargasso