Titus Livius (3): inhoud

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim drie rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.

Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45.  Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog zullen hebben.

Wat heeft Livius te vertellen? Er zijn dus maar 35 van 142 rollen over. De inhoud van de niet overgeleverde boeken (dus 11-20 en 46-142) is echter bekend uit een vierde-eeuws uittreksel, de beknopte Periochae. We kunnen bovendien iets weten over de verloren teksten omdat die door latere auteurs zijn benut. Zo is bijvoorbeeld Lucanus’ gedicht Pharsalia, een gedicht over de Romeinse burgeroorlogen waarin Pompeius de held is en Julius Caesar de schurk, vermoedelijk gebaseerd op Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad.

De vroege republiek

We weten dat het werk was georganiseerd in pentaden en decaden, groepen van vijf en tien rollen. De eerste pentade gaat over de oorsprong van Rome tot de zomer van 386 v.Chr.noot Of 390 volgens het chronologische systeem van Varro, dat Livius niet gebruikte. Anders dan sommige moderne geleerden begreep Livius de fouten daarvan. In het eerste boek vertelt hij de legendes van Rome als een koninkrijk; hij gaat verder met de oprichting van de republiek door Brutus en Valerius Publicola; en na een verslag van de moeilijke vijfde eeuw (boeken 2, 3 en 4) culmineert de eerste pentade in een adembenemend verslag van de inname van Veii, de plundering van Rome door de Galliërs, en de tweede stichting onder de auspiciën van Marcus Furius Camillus. De cirkel is gesloten.

Dit deel van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is voltooid rond 26 v.Chr. Livius vermeldt namelijk Octavianus’ titel Augustus, die dateert uit 27 v.Chr., maar weet niets van de sluiting van de tempel van Janus in 25. Livius presenteert Camillus, zegevierend in oorlog en tweede stichter van de stad, als alter ego van Augustus. Het is interessant dat hij Camillus dux noemt, een titel die ook Octavianus had gebruikt.

De volgende tien boeken hadden betrekking op de verovering van Italië. De eerste helft – de tweede pentade dus – is over en daarover wil ik nog eens bloggen. Aanvankelijk moet Rome zich nog herstellen van de crisis, maar aan het einde van boek 10 hebben de Romeinen de Etrusken, de Umbriërs, de Galliërs en de Samnieten verslagen in de slag bij Sentinum (295 v.Chr.) Hoewel het verhaal van de eenwording van het Apennijnse schiereiland daarmee nog niet voorbij is – daarvoor was de volgende pentade – was de beslissende strijd gewonnen door de zelfopoffering van enkele beroemde Romeinen, zoals Publius Decius Mus. Dit is in lijn met de propaganda van Augustus.

De derde eeuw v.Chr.

De volgende vijf boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad zijn verloren. Uit de Periochae weten we dat deze pentade de eenwording van Italië omvatte, met onder meer de oorlog tegen koning Pyrrhos van Epirus. Als Livius schreef met zijn gewone tempo van ruim drie rollen per jaar, zal hij de boeken 6-15 rond 24 v.Chr. hebben afgerond.

In de boeken 16-20 werd het eerste conflict met Karthago beschreven: de Eerste Punische Oorlog, het langste en grootste militaire conflict in de oude wereld. De Tweede Punische Oorlog, een conflict van minder grote omvang, vormt het thema van de volgende tien boeken (21-30), waarvan de helft is gewijd aan de successen van de Karthaagse generaal Hannibal en de helft aan de successen van zijn Romeinse tegenstander Publius Cornelius Scipio Africanus.

Toen Livius zijn werk rond 19 v.Chr. voortzette, werd hij plotseling moe, als we althans het voorwoord van de volgende pentade mogen geloven:

Wanneer ik me realiseer dat drieënzestig jaren – want zoveel zijn het er vanaf de Eerste Punische Oorlog tot het eind van de Tweede – evenveel boeken bij mij in beslag hebben genomen als de 487 jaar vanaf de stichting van de stad tot het consulaat van Appius Claudius, die de eerste oorlog tegen de Karthagers begon, dan voorzie ik nu al wat me te wachten staat: net als iemand die zich laat verlokken door het ondiepe water langs de kust en de zee in waadt, kom ik met elke stap voorwaarts in veel grotere diepte, ja in een soort afgrond terecht, en het werk lijkt bijna toe te nemen, terwijl het door het voltooien van de eerste delen minder groot leek te worden.noot Livius 31.1.3-5; vert. Hetty van Rooijen.

Dat Livius zich realiseerde dat zijn werk eigenlijk te groot was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat zijn digressies, de korte uitweidingen waarmee auteurs aanvullende informatie geven, vanaf dit punt korter worden. Hij moest zich haasten.

De midden-Republiek

De derde groep van vijftien boeken heeft betrekking op de verovering van het oostelijke Middellandse Zeegebied in de jaren 201-167. Drie machtige hellenistische koninkrijken verzetten zich tegen Rome: Macedonië, het Seleukidische Rijk in Azië en het Ptolemaïsche Rijk van Egypte. In de boeken 31-35 lezen we hoe de Romeinen met Macedonië omgingen en Griekenland “bevrijdden”.noot Ik zet “bevrijdden” tussen aanhalingstekens omdat de vrijheid van Romes Griekse bondgenoten met naast zich het Seleukidische Rijk vanzelfsprekend net zo’n bevrijding was als wanneer Donald Trump de Europese bondgenoten had bevrijd van hun bondgenootschap. Ik ben geen voorstander van historische parallellen, want al gauw herkent men lessen uit het verleden. Maar hier helpt het heden bij het begrip van het verleden. In de volgende pentade staat de oorlog tegen de Seleukidische koning Antiochos III de Grote centraal; en in de laatste vijf boeken wordt het Macedonische koninkrijk geliquideerd na de slag van Pydna. De climax is een Romeinse ambassade in Alexandrië, waar een Romeinse diplomaat koning Antiochos IV Epifanes, die op het punt staat Egypte te veroveren, gelast naar huis terug te keren. De lezer die dit punt had bereikt, wist dat Rome een supermacht was geworden.

Het volgende tiental boeken (46-55), inmiddels verloren, markeren het keerpunt in de Romeinse geschiedenis, althans volgens Livius. Ik heb weleens gedacht dat als de reeks eigenlijk rollen had moeten tellen, dit ook precies de helft was. Rome moest zich nu gedragen als een supermacht, maar kon de verantwoordelijkheden niet aan. Aanvankelijk kon het zijn wil nog opleggen aan enkele Ptolemaïsche vorsten, maar in boek 48 begint alles te veranderen. Eerst is er een nieuwe en onnodige oorlog: de Derde Punische Oorlog, die door de Romeinen wordt uitgelokt en leidt tot de ondergang van Karthago (in boek 51). Volgens de meeste Romeinse geschiedschrijvers verviel Rome nu tot decadentie en verloren de Romeinen hun voorouderlijke kwaliteiten.

Dit is al te zien in Boek 48, waarin generaal Servius Sulpicius Galba zich in Hispania ontpopt tot een oorlogsmisdadiger, en de lokale leider Viriathus de Romeinen bezighoudt tot in Boek 54. De Romeinen veroveren intussen Griekenland (Boek 52) en staan aan het einde van Boek 55 voor het eerst bij de Oceaan: de rand van de aarde. Livius bereikte dit punt in ca.11 v.Chr.

De volgende decade (56-65) valt uiteen in twee duidelijk herkenbare pentaden. De eerste gaat over een nieuwe reeks Spaanse oorlogen, culminerend in de verovering van de Keltiberische hoofdstad Numantia. Het centrale thema is echter de strijd tegen de hervormingen van Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Het conflict waarin de laatste wordt gedood, betekent dat de Romeinen geweld beginnen te gebruiken tegen elkaar.

Ondertussen worden buitenlandse vijanden, zoals de  Numidische koning Jugurtha en enkele Germaanse stammen, onverwacht gevaarlijk. Titus Livius heeft hun successen waarschijnlijk gepresenteerd als gevolg van de morele ineenstorting van Rome. (Een verwijzing naar een toespraak over het huwelijk, in 9 v.Chr. gehouden door keizer Augustus, bewijst dat Boek 59 nadien is voltooid.) Boek 65 was, als de Periochae betrouwbaar is, een litanie van Romeinse rampen.

[wordt vanmiddag vervolgd]

#antiekeGeschiedschrijving #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #DerdePunischeOorlog #digressie #EerstePunischeOorlog #GaiusSemproniusGracchus #Hannibal #Jugurtha #KlassiekeGeschiedschrijvers #MarcusFuriusCamillus #Periochae #Pydna #PyrrhosVanEpirus #ScipioAfricanus #Sentinum #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog #Viriathus

Hellenistisch Lycië

Het Letoön

[Dit is het vierde van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De onafhankelijkheid van Lycië (landkaart) is eigenlijk nooit meer hersteld en de plaatselijke cultuur begon te verdwijnen in de late vierde eeuw. De jongste Lycische inscriptie is geschreven in het laatste kwart van die eeuw. Toen het Perzische Rijk na 338 v.Chr. begon te desintegreren, werden de Lyciërs niet opnieuw zelfstandig, maar onderworpen door de Macedonische koning Alexander de Grote, die in de winter van 334/333 door het land marcheerde. Er was lokaal verzet, maar Alexanders ondercommandant Nearchos maakte daaraan een einde.

Een lijst van buitenlandse heersers geeft een beeld van de volgende, chaotische fase van de Lycische geschiedenis. Na de dood van Alexander in 323 werd het gebied achtereenvolgens geregeerd door zijn generaal Antigonos, door Ptolemaios I Soter (vanuit Egypte), door een broer van Kassandros van Macedonië, en vanaf 275 door de zoon van Ptolemaios, Ptolemaios II. De Ptolemaiën regeerden bijna een eeuw lang over Lycië, maar in 197, tijdens de Vijfde Syrische Oorlog, nam de Seleukidische koning Antiochos III de Grote de macht over. Die verloor hij echter weer tijdens de Syrische Oorlog tegen de Romeinen, die in 188 de regio toewezen aan hun bondgenoot Rhodos.

De Lyciërs haatten hun nieuwe heerser en verenigden zich in de Lycische Bond. Volgens de geograaf Artemidoros van Efese (die van de beruchte papyrus), waren drieëntwintig steden lid. Kleine steden hadden elk één stem; de grotere steden konden er twee stemmen krijgen; en de grootste (steden Pinara, Tlos, Xanthos, Patara, Myra en Olympos) hadden drie stemmen. Rechters en andere ambtenaren werden in dezelfde verhouding gekozen uit de steden.noot Strabon, Geografie 14.3.3. De bondgenoten hadden ook gezamenlijke culten, zoals de verering van Leto.

De Romeinen hadden na twintig jaar alweer redenen om de zaken anders te organiseren. Ze verleenden Lycië in 168 zijn onafhankelijkheid, maar de Bond bleef bestaan. Voor het eerst in anderhalve eeuw was het gebied weer zelfstandig. Onder Romeinse auspiciën, althans.

[wordt vervolgd]

#AlexanderDeGrote #AntigonosEénoog #AntiochosIIIDeGrote #ArtemidorosVanEfese #Artemidorospapyrus #Kassandros #Leto #Letoön #Limyra #Lycië #Myra #Nearchos #Olympos #Patara #Pinara #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #Rhodos #SeleukidischeRijk #SyrischeOorlog #Telmessos #Tlos #VijfdeSyrischeOorlog #Xanthos

Lycië in de Bronstijd - Mainzer Beobachter

In het zuidoosten van het huidige Turkije ligt het bergachtige Lycië, dat een heel eigen verleden heeft. We kennen het al uit de Bronstijd.

Mainzer Beobachter

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Een offerende Ptolemaïsche koning (Louvre, Parijs)

En dus ging Alexander naar Egypte. Hij stelde een gouverneur aan, vereerde de Apis, bezocht het afgelegen orakel van Ammon in Siwa en herorganiseerde een paar dorpjes aan de westelijke mondig van de Nijl: Alexandrië. En toen was het weer tijd om te gaan.

Ptolemaios

Alexander overleed op 11 juni 323 v.Chr. in Babylon, en zijn officieren verdeelden het wereldrijk. Al hielden ze de schijn op dat het een eenheid was. Perdikkas gold als regent van Alexanders zwakbegaafde broer en opvolger, Filippos Arridaios. Een van de officieren, Ptolemaios, begon zich echter steeds onafhankelijker te gedragen en provoceerde de anderen door het stoffelijk overschot van Alexander, dat naar Macedonië werd getransporteerd, te laten roven. Perdikkas kon niet anders dan de oorlog verklaren, maar toen hij in 320 arriveerde, werd hij verslagen en vermoord.

De gebeurtenis markeert het begin van de onafhankelijkheid van Egypte onder een nieuwe dynastie, die van de Ptolemaiën. In 306 v.Chr. liet Ptolemaios zich kronen volgens het oud-Egyptische ritueel. Een Egyptenaar herkende hem nu als de god op aarde die de gehele mensheid vertegenwoordigde vis-à-vis de grote kosmische goden. Een Macedoniër of Griek herkende het idee van de kosmokrator, “wereldheerser”, een van de titels van Alexander.

Arsinoë II (Metropolitan Museum, New York)

In deze jaren breidde Ptolemaios ook zijn macht gestaag uit. Naar het westen, naar Cyrenaica; naar het noordwesten, richting Griekenland; naar noorden, naar Cyprus; en naar het noordoosten, naar het huidige Israël en Libanon. Later zou Ptolemaios’ zoon Ptolemaios II Filadelfos nog het gebied tussen het Eerste en het Tweede Cataract toevoegen. Deze uitbreidingen betroffen precies die gebieden waar een leger zich zou kunnen verzamelen voor een aanval op Egypte. Een soort voorwaartse verdediging dus.

De Ptolemaiën

De veertien koningen van deze dynastie heetten allemaal Ptolemaios. Men onderscheidde ze met hun bijnamen, zoals Soter (redder”), Euergetes (“weldoener”) of Auletes (“fluitspeler”). Moderne historici nummeren ze van I tot en met XV.noot Ptolemaios VII heeft nooit geregeerd. Een voor de oude wereld opmerkelijke kant van deze Ptolemaïsche monarchie was dat vrouwen een prominente rol konden spelen. Er waren zeven koninginnen genaamd Kleopatra, vier Berenikes en evenveel Arsinoës. Zij regeerden voor minderjarige zonen of broers. Dit was redelijk uniek in de Oudheid.

Een papyrus uit het archief van Zenon, een hoge Ptolemaïsche ambtenaar (Nationaal archeologisch museum, Athene)

Een ander intrigerend aspect was de bereidheid van de Ptolemaiën, vooral de wat latere, om zich te presenteren als Egyptische farao’s. Dit was minder uniek. Ook de Seleukiden in de Aziatische delen van het voormalige Alexanderrijk presenteerden zich regelmatig als bijvoorbeeld de koning van Babylonië.

Een rode draad in het buitenlandse beleid is de strijd om “Hol Syrië”, d.w.z. het Aziatische deel van het Ptolemaïsche Rijk. Daarop maakten ook de Seleukiden namelijk aanspraak. Tijdens de “Syrische Oorlogen” moesten beide partijen hun middelen herorganiseren. Dit lijkt wel wat op het Europese staatsvormingsproces in de Nieuwe Tijd.

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

Crisis

In de derde eeuw was het Ptolemaïsche Rijk oppermachtig. De multi-etnische hoofdstad Alexandrië was een cultureel centrum zonder weerga, met de beroemde bibliotheek en vuurtoren, een bloeiend literair leven, innovatieve architectuur en talloze grote wetenschappers.

Tegen het einde van die eeuw werden echter Egyptische soldaten opgenomen in het leger, dat voordien had bestaan uit Griekse huurlingen en soldaten van Macedonische afkomst. De geschiedschrijver Polybios meende dat de Egyptische troepen het begin van het einde vormden. Dat is vermoedelijk een schoolvoorbeeld van de redenatiefout die bekendstaat als post hoc ergo propter hoc, want er is geen mogelijkheid de emancipatie van de Egyptische bevolking te zien als oorzaak van het verval in de tweede eeuw.

Een mummie-kartonnage uit de Ptolemaïsche tijd (Archeologisch Museum, Zagreb)

Maar het verval was er. Na de dood van Ptolemaios IV Filopator in 204 was zijn zoon Ptolemaios V Epifanes nog te jong om te regeren. Bovendien werd zijn moeder Arsinoë III vermoord. Tijdens deze crisis besloten de Seleukidische koning Antiochos III de Grote en de Antigonidische koning Filippos V van Macedonië het Ptolemaïsche Rijk aan te vallen en de buit te verdelen. Toen in 195 een vredesverdrag tot stand kwam, had Egypte Hol Syrië en alle overzeese bezittingen verloren, behalve Cyprus. In de daaropvolgende jaren waren er verschillende opstanden in Egypte.

In 169 en 168 viel de Seleukidische koning Antiochus IV Epifanes Egypte binnen. Hij veroverde de Delta en belegerde Alexandrië. De Romeinen kwamen echter tussenbeide en dwongen hem terug te keren. Vanaf nu was het Ptolemaïsche Rijk feitelijk een Romeins protectoraat.

Het odeon van Alexandrië

Het einde

De eerste Romeinse plannen om Egypte te annexeren dateren uit de jaren 140, maar het fameus welvarende koninkrijk was een te grote prijs om door één man te worden bemachtigd. Zo’n veroveraar zou het Romeinse staatsbestel destabiliseren.

Egypte werd dus met rust gelaten tot 47 v.Chr., totdat Julius Caesar – die op dat moment alle andere senatoren al had verslagen – aankwam in Egypte. Na de Alexandrijnse Oorlog, waarover ik al heb geblogd, benoemde hij Kleopatra VII en haar twaalfjarige broer Ptolemaios XIV tot heersers. Zeventien jaar later dreef Caesars adoptiefzoon Octavianus Kleopatra tot zelfmoord. Haar zoon Ptolemaios XV werd vermoord en het Ptolemaiënrijk werd een provincie van het Romeinse keizerrijk. Pas negen eeuwen eeuwen later zou Egypte zijn onafhankelijkheid herwinnen.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

april 9, 2025
De synagoge

april 28, 2024
M2 | Filippos II van Macedonië

november 3, 2023 Deel dit:

#AlexanderDeGrote #Alexandrië #AlexandrijnseOorlog #Antigoniden #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #ArsinoëIII #bibliotheekVanAlexandrië #Diadochen #EersteCataract #FilipposIIIArridaios #FilipposV #Gaza #HolSyrië #huurlingen #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #Nijl #Octavianus #Perdikkas #Polybios #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosISoter #PtolemaiosIIFiladelfos #PtolemaiosIVFilopator #PtolemaiosVEpifanes #PtolemaiosXIV #PtolemaiosXVCaesarion #SeleukidischeRijk #SyrischeOorlogen #TweedeCataract #VuurtorenVanAlexandrië #Zenonpapyri