Sallustius, Caesars handlanger

Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)

Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.

De vroege loopbaan van Sallustius

In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed met zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.

Weer twee jaar later, toen de Tweede Burgeroorlog op het punt stond uit te breken, sloot Sallustius zich aan bij Caesar en stemde hij vóór een wet waarmee Caesar in absentia kandidaat voor het consulaat kon zijn. Dat was een van de aanleidingen tot de Tweede Burgeroorlog. Als gevolg van zijn keuze ontnamen aanhangers van Pompeius Sallustius zijn positie in de Senaat.

Toen de burgeroorlog eenmaal een feit was, plaatste Caesar Sallustius aan het hoofd van een legioen in Illyricum, maar hij streed er zonder veel succes. In het jaar daarop, 48 v.Chr., was hij echter opnieuw quaestor. Rond deze tijd trouwde hij met Terentia, de ex van Cicero. In het volgende jaar, 47 v.Chr., werd hij bijna gelyncht door muitende soldaten van het Tiende Legioen, die hij namens Caesar moest vertellen dat ze nog langer moesten wachten op hun betaling. Ik vertelde er al over. En toen, na deze reeks mislukkingen, nam Sallustius’ leven ineens een positieve wending.

Praetor en propraetor

Het begon met Caesars Afrikaanse campagne. Sallustius bekleedde inmiddels het ambt van praetor en commandeerde enkele schepen. Kort na Caesar landing bij Hadrumetum (het huidige Sousse) leidde Sallustius de al genoemde foeragecampagne naar de Kerkenna-eilanden, vlak voor de Tunesische kust, waar hij de hand legde op een grote hoeveelheid graan, dat Caesars troepen hard nodig hadden. Dit was meer dan verdienstelijk, want het was winter en dan is de Middellandse Zee onrustig.

Waar Sallustius zich in de volgende weken bevond, is onduidelijk, maar hij lijkt zich opnieuw nuttig te hebben gemaakt. Na de slag bij Thapsus had koning Juba I van Numidië weten te vluchten naar het noordwesten van het huidige Tunesië, waar hij het stadje Zama bedreigde. De bewoners vroegen Caesar om bescherming en deze ijlde er naartoe, dreef Juba de dood in en annexeerde een deel van diens koninkrijk. De nieuwe provincie heette Africa Nova en de eerste gouverneur was Gaius Sallustius Crispus.

Hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine, en (met een woord van de Oost-Duitse classicus Peter Schmidt) “die Statthalterschaft erfüllte seine finanziellen Erwartungen”. Een van de zaken die hij ter hand nam, was de vestiging van veteranen in steden als Thugga.

Een luxe Romeins huis in Thugga

Proces

Eind 45 v.Chr. was Sallustius terug in Rome, en daar kwam het tot een rechtszaak. Dat is eigenlijk wel bijzonder. Aanklachten tegen provinciegouverneurs wegens corruptie waren niet ongebruikelijk, zeker als er Romeinse burgers woonden in de uitgebuite provincie. Dat die er ook in Cirta waren, staat vast, want ze lieten votiefstèles achter in het heiligdom van El-Hofra. Maar je zou van een pas onderworpen gebied hebben verwacht dat het zich wel driemaal zou bedenken voor het in Rome een klacht indiende: het zou niet voor het eerst of laatst zijn dat Rome bij wijze van antwoord de belastingsom verhoogde. En je verwacht zéker niet dat de aanklacht wordt ingediend tegen de beschermeling van een militaire potentaat die onlangs zijn laatste tegenstanders heeft verslagen.

Dat het desondanks kwam tot een rechtszaak, duidt op excessieve en onweerlegbare corruptie. Alleen door heel veel steekpenningen uit te delen en door de invloed van Julius Caesar zelf, ontkwam Sallustius aan een veroordeling.

Geschiedschrijver

Enkele maanden later was Caesar dood. Sallustius zou zich nuttig hebben kunnen maken voor een Marcus Antonius, voor een Lepidus, voor een Octavianus, of voor een andere generaal die claimde Caesar op te volgen. Maar hij bleef afzijdig. Het lijkt erop dat de rechtszaak zijn reputatie voorgoed had vernietigd. Hij trok zich terug uit de politiek en ging geschiedenisboeken schrijven. In 42 of 41, nadat de Driemannen de moordenaars van Caesar bij Filippoi hadden verslagen, publiceerde hij De samenzwering van Catilina en in het volgende jaar De oorlog tegen Jugurtha. Als oud-gouverneur van Numidië was hij over Jugurtha natuurlijk goed geïnformeerd. Later werkte hij aan zijn Historiën, waarvan alleen fragmenten over zijn die betrekking hebben op de jaren 78-67 v.Chr.

Sallustius bezat een park in het noorden van de stad, vlakbij de Via XX Settembre. Of beter: het was ooit een tuin van Caesar geweest, maar Sallustius verwierf het na de dood van de dictator. Een deel van de sculptuur is over: de Stervende Galliër in de Capitolijnse Musea, de Ludovisi-troon en een andere Stervende Galliër in de Palazzo Altemps, een Knielende Galliër in het Louvre, een beeld van een stervende Niobide in de Palazzo Massimo alle Terme en de obelisk die tegenwoordig staat bovenaan de Spaanse Trappen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Algerije #Cirta #CorneliaFausta #ElHofra #GaiusSallustiusCrispus #JubaI #JuliusCaesar #LuciusSergiusCatilina #Numidië #Terentia #Thugga #TitusAnniusMilo #Tunesië #XGemina

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Zoals u straks zult zien, was Gaius Trebonius zeker niet in ongenade gevallen. Zijn motief om zich tegen Caesar te keren, is dan ook onduidelijk. Feit is dat hij in de zomer van 45 v.Chr. in Zuid-Frankrijk was en daar een complot tegen Caesar begon te beramen. Hij zocht daartoe contact met Marcus Antonius. In de eerste fase van de burgeroorlog was dat Caesars rechterhand geweest, maar hij had noch aan de Afrikaanse noch aan de Spaanse Oorlog deelgenomen. Toen Caesar zich de dictatuur-voor-tien-jaar had laten toewijzen, had hij als rechterhand Lepidus geprefereerd boven Marcus Antonius. Die lijkt op een zijspoor te zijn beland en had, zo lijkt het, een motief om zich van Caesar te ontdoen. Althans, zo zag Trebonius het.

De bronnen

Uit de aard der zaak weten historici over samenzweringen doorgaans weinig. Van dit voorval weten we echter uit iets meer uit een (overigens nooit uitgesproken) redevoering van Cicero, die deze enkele maanden na de moord op Caesar schreef. Cicero geeft aan dat het op dat moment algemeen bekend was dat Marcus Antonius in Narbonne met Trebonius plannen had gemaakt, en dat de twee mannen, toen Caesar was gedood, samen hadden staan praten.noot Cicero, Tweede Philippica 34. De Grieks-Romeinse biograaf Ploutarchos bevestigt dit en citeert Trebonius zelf:

Toen ze Caesar bij diens terugkeer uit Spanje tegemoet reisden, had Marcus Antonius als reisgenoot Trebonius’ tent gedeeld, en die had toen voorzichtig zijn mening gepeild. Antonius had Trebonius begrepen, maar was niet op zijn woorden ingegaan. Hij had echter niets tegen Caesar gezegd en had trouw over het gesprek gezwegen.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 13.

Misschien zijn ook andere vroege samenzweerders te identificeren: Aulus Hirtius, de man die als Caesars ghostwriter optrad en het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, en Decimus Junius Brutus, die met Trebonius Marseille had belegerd. Hun betrokkenheid valt niet te bewijzen, maar beiden waren op dat moment in Gallië en in elk geval Decimus Brutus zou een cruciale rol spelen bij de moordaanslag.

Hoe dit alles ook zij, Trebonius’ plan kwam tot niets: Marcus Antonius verlinkte Trebonius weliswaar niet maar weigerde ook zijn medewerking, en veel meer kwam er niet van. We weten niet met wie Trebonius nog meer contact heeft opgenomen en welke reacties er waren. Motieven kennen we evenmin. Maar dit staat vast: de samenzwering begon in Caesars inner circle.

De beloning van Trebonius

Ik schreef al dat Trebonius niet in ongenade was gevallen. Caesar zocht nog steeds naar vormen om zijn macht constitutioneel te laten lijken. Dat hij in z’n eentje consul was, was een affront voor elke republikeins denkende senator, dus vanaf 1 oktober zorgde hij ervoor dat de situatie weer zo normaal mogelijk was: vanaf die dag bekleedden Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius het consulaat. Caesar zou in het najaar van 45 ook magistraten aanwijzen voor de komende tijd, en Trebonius kreeg Asia toegewezen. Van die provincie zou de Romeinse geschiedschrijver Tacitus later opmerken dat ze makkelijk viel uit te buiten. Anders gezegd: Caesar beloonde zijn partijganger.

Sterker nog, hij stelde vertrouwen in Trebonius. Asia zou namelijk heel belangrijk worden als Caesar eenmaal zou beginnen aan de inmiddels steeds waarschijnlijker wordende Parthische Oorlog. Kortom, Trebonius behoorde zeker nog tot Caesars vertrouwelingen toen hij een complot begon te beramen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #AulusHirtius #Cicero #DecimusJuniusBrutus #Fréjus #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Narbonne #Ploutarchos #VIFerrata #XGemina

De slag bij Farsalos (3)

De vlakte van Farsalos

[Derde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De wijze waarop de antieke auteurs de spanning voor opdrijven voordat ze de slag bij Farsalos beschrijven, is alleszins begrijpelijk. Het was bepaald geen uitgemaakte zaak wie het gevecht en de Tweede Burgeroorlog zou winnen. Aan de ene zijde de Senaat met als opperste generaal Pompeius. Dit leger was niet alleen getalsmatig sterker, maar had bovendien nog maar kort geleden bij Dyrrhachion de overwinning geboekt. Het was goed gemotiveerd.

Aan de andere zijde stond Caesar, met een kleiner leger, nog onlangs verslagen. Het bestond echter uit veteranen, die bovendien wisten dat het er vandaag op aan zou komen. Als ze opnieuw zouden verliezen, was er geen enkele hoop – niet op een eindzege, zelfs niet op een rustige oude dag. Pompeius’ ondercommandanten, zoals Titus Labienus, hadden immers krijgsgevangenen laten executeren. Dat zullen wel mensen zijn geweest die het burgerrecht hadden verworven onder de Lex Roscia, maar ook voor “oude” Romeinse burgers leek capitulatie levensgevaarlijk. Men moest winnen, zo simpel.

Caesars eigen woorden

We zullen vandaag Julius Caesar zelf zoveel mogelijk aan het woord laten. Hij is onze uitgebreidste bron, hij was ooggetuige, en latere bronnen volgen hem. Ook moest hij, eenmaal alleenheerser, samenwerken met zijn voormalige tegenstanders. Hij kon ze niet typeren als laf of oneervol. Caesar zal als bron niet 101% betrouwbaar zijn, maar bij zijn verslag wist hij zich gehouden aan grenzen aan zijn vertekening.

Er zijn andere verslagen geweest, en het is belangrijk te constateren dat een Titus Livius pompeiaanse sympathieën zou hebben gehad, maar dit deel van Livius’ geschiedwerk is verloren gegaan, net als zijn bronnen. Wat latere auteurs hebben te melden, kan heel goed via een Livius teruggaan op een door hem geraadpleegd pompeiaans ooggetuigenverslag, maar we kunnen dat niet langer weten. Caesar schrijft (in de vertaling van Hetty van Rooijen):

Toen Caesar zijn troepen volgens krijgsgebruik tot de strijd aanspoorde, legde hij de nadruk op alles wat hij voor hen had gedaan. Hij wees er vooral op dat de soldaten voor hem konden getuigen hoe hardnekkig hij naar vrede had gestreefd … Nooit had hij nodeloos bloed van soldaten vergoten en evenmin had hij de staat van een van beide legers willen beroven. (Burgeroorlog 3.90)

Wat ik uit dit citaat heb weggelaten (op de …) is de vermelding van de diverse pogingen tot onderhandeling. Ik denk dat Caesar die alleen opnam in zijn verslag om zijn senatoriële lezers eraan te herinneren. Op de dag van Farsalos zal hij beknopter zijn geweest, want hij moet zijn praatje enkele keren hebben afgestoken, vier keer bij de vier cohorten die van elk van de negen legioenen de eerste linie vormden. Zesendertig toespraken dus, en ook nog een praatje bij de ruiterij op de rechtervleugel.

Crastinus

In Caesars verslag komen diverse officieren voor, die vaak woorden in de mond gelegd krijgen waarmee Caesar zichzelf indirect lof toezwaait. Die woorden kunnen heel goed werkelijk gesproken zijn, maar Caesar selecteert ze natuurlijk niet zonder reden.

In Caesars leger bevond zich de vrijwillig opgekomen veteraan Crastinus, die het jaar ervoor bij hem eerste centurio van het Tiende Legioen was geweest, een buitengewoon moedig man. Hij zei, toen het signaal was gegeven: “Mannen …, volg mij, en zet je in voor je bevelhebber, zoals je beloofd hebt! Alleen dit gevecht is nog over; daarna zal hij zijn oude aanzien terugkrijgen en wij onze vrijheid!”

En met een blik naar Caesar zei hij: “Bevelhebber, vandaag zal ik ervoor zorgen dat u mij bij leven of na mijn dood dankbaar kunt zijn!” Na deze woorden stormde hij als eerste uit de rechtervleugel vooruit, gevolgd door ongeveer honderdtwintig keursoldaten van de vrijwilligers. (Burgeroorlog 3.91)

Voor wie het nog niet door mocht hebben: als Caesar zegt dat iemand “buitengewoon moedig” was, heeft hij het meestal ook over loyaliteit.

[De strijd barst over een uur los. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #GaiusCrastinus #GnaeusPompeiusMagnus #Griekenland #JuliusCaesar #slagBijFarsalos #Thessalië #TweedeBurgeroorlog #XGemina

Het vernieuwde leger van Caesar

Romeinse standaarddrager (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Ik zeg niet dat de legionairs van Julius Caesar, aan wie ik zojuist een blogje wijdde, voortaan alleen nog maar vriendelijke heren waren. Ik noemde het bloedbad in de Griekse stad Gomfoi al eens. Evenmin beweer ik dat Caesar op een humanitaire missie was. Het disciplineren van de soldaten was noodzakelijk omdat verdere plundering schadelijk was voor het door Caesar verworven Romeinse Rijk.

Het ontstaan van een beroepsleger

Maar toch. Er veranderde nóg iets. Een Romeinse man mocht zesmaal worden opgeroepen voor een veldtocht. De proletariërs die het leger waren gaan vormen, dienden zes jaren aaneen. Het leger dat Caesar in Gallië inzette, diende langer, veel langer. Uiteraard waren er protesten en muiterijen, maar gaandeweg groeide een beroepsleger. Ten tijde van keizer Augustus diende een legionair twintig jaar, waarna hij nog vijf jaar beschikbaar moest blijven. De soldij en de afzwaaipremie (aanvankelijk een boerderij, later een betaling) waren gereguleerd. De officieren kregen fors meer betaald, opdat ze loyaal zouden zijn en geen leiding zouden geven aan muiterijen.

Een en ander veronderstelde een herziening van het muntstelsel. De soldaten namen immers niet zelf wat ze wilden hebben, maar kregen betaald. En dat geld moest komen van de muntmeester. Er was zoveel edelmetaal mee gemoeid dat Caesar en zijn tijdgenoten kozen voor het aanmunten van goud. Augustus was blij toen hij de beschikking kreeg over de schatten van Egypte.

Het ongelijk van Mommsen

De grootste oudhistoricus aller tijden, Theodor Mommsen, meende dat het augusteïsche leger een nieuwe schepping was, maar dat is onjuist gebleken. Er zijn sinds de late negentiende eeuw honderden inscripties bij gekomen die documenteren waar latere generaals hun soldaten demobiliseerden. Daardoor weten we nu dat na de moord op Caesar zijn legionairs terugkeerden onder de vaandels, sommigen voor zijn collega-consul Marcus Antonius, anderen voor Caesars achterneef Gaius Octavius. Dit verklaart waarom de nummers van Caesars legioenen in het latere keizerlijke leger tweemaal voorkomen. Naast V Alaudae was er ook V Macedonica, naast VI Ferrata was er VI Victrix en naast X Equestris (later: Gemina) was er X Fretensis.

Het leger was niet langer primair een plundermachine waarmee legionairs investeerden in zichzelf. De legioenen beschermden de bezittingen van de keizer: het Romeinse Rijk. Het was een bijeffect van Caesars optreden.

De hemel laten neerstorten

De onbekende auteur van De Spaanse Oorlog last tegen het einde van zijn werkje de toespraak in die Caesar zou hebben gehouden op de landdag in Sevilla. Hij zou de aanwezigen hebben herinnerd aan de weldaden die hij hun had bewezen en zou hun hebben beschuldigd van trouweloosheid. Een trouweloosheid die des te dommer zou zijn omdat de Andalusiërs wisten hoe verschrikkelijk goed Caesars leger was:

Realiseerden jullie je dan niet dat het Romeinse volk legioenen heeft die jullie nooit zouden kunnen weerstaan en die desnoods de hemel kunnen laten neerstorten?

Deze hyperbool aan het einde van De Spaanse Oorlog komt uit de pen van een van Caesars officieren, die een ongezochte manier zag om zichzelf een compliment te geven. Maar de passage snijdt hout. Caesar had een leger gevormd dat gedisciplineerd was, goed werd betaald, bereid was te vechten in plaats van te plunderen – kortom, dat voor een Caesar of voor een keizer desnoods de hemel kon laten neerstorten.

Of ermee op te rukken naar de Parthen. De beslissing tot die oorlog hing in de lucht en Caesar zal 2069 jaar geleden druk zijn geweest met de voorbereidingen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Augustus #GaiusOctavius #Gomfoi #JuliusCaesar #krijgsgeschiedenis #legioen #muntgeld #SpaanseOorlog #Suetonius #VAlaudae #VMacedonica #VIFerrata #VIVictrix #XFretensis #XGemina #XIIFulminata

Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Dus was het Romeinse leger in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr. niets anders dan een roofmachine. Toen Caesar in 61-60 v.Chr. oorlog voerde in wat nu Portugal is, plunderden zijn manschappen ook bevriende steden. De legionairs waren ieders vijand, of het nu ging om Iberiërs, Africanen, Syriërs of Romeinen. Mensen die hun bezittingen niet afstonden, werden zonder onderscheid over de kling gejaagd. Commandanten die niet snel genoeg met buit over de brug kwamen, waren hun leven ook al niet zeker.

Een tijdgenoot observeerde dat “de Romeinen werden gedreven door één, eeuwenoud motief: een diepgeworteld verlangen naar macht en rijkdom”.noot Sallustius, Historiën; ik heb dut fragment niet kunnen terugvinden. Vanzelfsprekend is dit van alle tijden, maar de legionairs waarover ik het heb werden uitsluitend gemotiveerd door investering in zichzelf. Daarom waren ze eerder loyaal aan hun generaal, die hun kon laten plunderen, dan aan de republiek. En er waren generaals die de losgeslagen hordes gebruikten om in Italië hun politieke tegenstanders onder druk te zetten.

Caesar

Caesar was niet anders dan zijn collega’s. Na zijn beschrijving van de plundering van bevriende steden in Portugal vertelt Suetonius over de Gallische Oorlog:

In Gallië roofde hij de heiligdommen en de tempels van de goden leeg, die vol waren van offergaven. Steden verwoestte hij vaker met het oog op buit dan als strafmaatregel. Dit had tot gevolg dat hij een overvloed aan goud kreeg.noot Suetonius, Caesar 54; vert. Daan den Hengst.

De uitgaven aan het Forum van Caesar bewijzen hoe correct dit is. Er is bovendien archeologisch bewijs voor de plundering van Gallische heiligdommen. En ook Caesar gebruikte zijn losgeslagen horde, vol gevechtservaring in Gallië, om in Italië tegenstanders onder druk te zetten. Dat is het wezen van de Tweede Burgeroorlog.

Maar er veranderde iets. Zoals ik al vaker observeerde, moest de man die de Tweede Burgeroorlog zegevierend beëindigde, daarna ook het Romeinse Rijk besturen. Dat betekende, om te beginnen, dat hij zich moest verzoenen met zijn tegenstanders, omdat dit ervaren bestuurders waren. Van de Clementia Caesaris heb ik al verteld dat ze voortkwam uit welbegrepen eigenbelang. Hetzelfde geldt voor Caesars omgang met de legers. Hij verdubbelde de soldij en bewerkte zo dat een einde kwam aan de massale plunderingen. Ook de pensionering werd geregeld: een veteraan kreeg land. Tijdens zijn terugreis vanuit Spanje naar Italië, dus nu 2069 jaar geleden, regelde de dictator-voor-tien-jaar landverdelingen in Narbonne (mogelijk voor X Equestris), Arles (speciaal voor VI Ferrata) en vermoedelijk ook de oorlogshaven Fréjus. Er zijn verder landtoewijzingen bekend uit de omgeving van Parma, aan legionairs van het Twaalfde, en in Bovianum in Midden-Italië voor het Elfde.

[wordt vervolgd; een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #clementiaCaesaris #Fréjus #GallischeOorlog #goud #JuliusCaesar #krijgsgeschiedenis #legioen #Narbonne #Parma #soldij #Suetonius #TweedeBurgeroorlog #VIFerrata #WimDeetman #XGemina #XIClaudia #XIIFulminata

Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

De Burgeroorlogen

Tijdens de Tweede Burgeroorlog – Caesar versus de Senaat – streed het Zevende eerst in Hispania, tijdens de gevechten rond Ilerda waarover ik al blogde. De eenheid wordt ook vermeld tijdens de gevechten bij Dyrrhachion en Farsalos (48). Daarna werden de soldaten, die in hun twaalfde dienstjaar waren, teruggestuurd naar Italië om te worden gedemobiliseerd, maar evengoed vinden we het Zevende in Africa tijdens de slag bij Thapsus (46). Dit toont hoe een leger van beroepssoldaten aan het groeien was.

In het volgende jaar ontvingen de veteranen land in de buurt van Capua en Luca, maar in 44, toen Caesar was vermoord, sloten velen zich aan bij Octavianus, die dit legioen in de herfst opnieuw samenstelde (samen met het Achtste) en vervolgens gebruikte om zijn eigen machts​​positie te versterken. Het vocht bij Modena in 43 en bij Filippoi in 42, waarna het met Octavianus terugkeerde naar Italië. Het was actief tijdens het beleg van Perugia in 41.

In 36 vestigden veteranen zich in Zuid-Gallië. Het legioen was waarschijnlijk actief tijdens de oorlogen van Octavianus tegen Sextus Pompeius, die Sicilië had bezet, en was mogelijk aanwezig toen Octavianus bij Aktion in botsing kwam met Marcus Antonius (31). Later vestigden zich ook veteranen in Mauretanië.

Octavianus werd de eerste keizer van Rome en lijkt het Zevende Legioen naar Galatië te hebben overgebracht, Centraal-Turkije, hoewel een verblijf op de Balkan net zo waarschijnlijk is. Het heette tenslotte ook wel Macedonica.

De erenaam: VII Claudia

In de verwarde jaren van de Pannonische Opstand (6-9 n.Chr.) werd het opnieuw verplaatst, dit keer naar Tilurium in Dalmatië, een provincie die samen met het Elfde Legioen werd bezet. (Waarschijnlijk deelden beide legioenen de basis bij Burnum, het huidige Kistanje.) Verschillende inscripties documenteren dat officieren van het Zevende Legioen bemiddelden in de geschillen tussen plaatselijke steden en stammen.

Het Zevende was nog in Dalmatië toen in 42 de gouverneur van deze provincie, Lucius Arruntius Camillus Scribonianus, in opstand kwam tegen keizer Claudius, die pas kort daarvoor aan de macht was gekomen. De soldaten van het Zevende en het Elfde maakten snel een einde aan de opstand. Ze ontvingen de eretitel Claudia Pia Fidelis, “het Claudische legioen, loyaal en trouw”.

Toen IIII Scythica werd overgebracht van de Midden-Donau naar de Eufraat om te vechten in de oostelijke campagnes van generaal Corbulo (circa 58), verving VII Claudia Pia Fidelis het. De exacte locatie van de nieuwe basis is niet bekend, maar het kan Viminacium zijn geweest, het moderne Kostolac ten oosten van Belgrado, waar de eenheid in elk geval later verbleef.

Inscriptie door VII Claudia (Archeologisch Museum, Zagreb)

Vierkeizerjaar

Tijdens de burgeroorlogen na de zelfmoord van keizer Nero, het Vierkeizerjaar, koos VII Claudia aanvankelijk de zijde van keizer Otho, maar in de eerste slag bij Cremona (69) kon Otho’s leger de overwinning van diens rivaal Vitellius niet voorkomen – een groot deel van Otho’s leger arriveerde te laat voor de strijd. Vitellius bestrafte de verslagen legionairs echter niet en stuurde ze terug naar de Balkan.

Ze stonden open voor de propaganda van een andere troonpretendent, Vespasianus. VII Claudia haastte zich later in hetzelfde jaar opnieuw naar het westen en behoorde in de tweede slag bij Cremona wel tot de overwinnaars. Vespasianus dankte zijn troon aan onder meer het Zevende Claudische Legioen.

[Zo meteen meer]

#Augustus #Bellovaci #Burnum #Claudius #Dalmatië #EersteSlagBijCremona #IIIIScythica #Ilerda #JuliusCaesar #legioen #LuciusArruntiusCamillusScribonianus #Lutetia #MarcusAntonius #Mauretanië #Modena #Nero #Nerviërs #Otho #Perugia #RomeinsLeger #Servië #slagAanDeSabis #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #Thapsus #TweedeBurgeroorlog #TweedeSlagBijCremona #Veneten #Vespasianus #Vierkeizerjaar #VIIClaudia #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Viminacium #Vitellius #XGemina #XIClaudia #zeeslagBijAktion

VIII Augusta op de Balkan - Mainzer Beobachter

Na omzwervingen tijdens de Romeinse burgeroorlogen belandde legioen VIII Augusta op de Balkan, waar het decennia lang verbleef.

Mainzer Beobachter

De slag bij Munda (4)

Een zegevierende Numidische ruiter, zoals in Munda (Bardomuseum, Tunis)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar zijn republikeinse tegenstanders beslissend versloeg. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen zich moeizaam een weg omhoog vochten, tegen een heuvel op. De strijd ging urenlang gelijk op.

De generaals

Cassius Dio concentreert zijn verslag op de twee commandanten. Die konden allebei niet langer aanzien dat de strijd nu eens gunstig verliep voor de eigen partij, dan weer voor de tegenpartij. Daarom sprongen ze van hun paarden om te voet deel te nemen aan de strijd, hopend door hun fysieke aanwezigheid de balans te kunnen laten doorslaan in het voordeel van de eigen troepen.

De generaals namen dus zelf deel aan de strijd, maar dat leverde voor geen van beide legers voordeel op. Integendeel, toen de manschappen zagen dat hun aanvoerders deelden in het gevaar, overvielen ze elkaar met een nog grotere minachting voor de eigen dood en een nog groter verlangen tegenstanders te vernietigen. En dus sloeg geen van beide partijen op de vlucht. Ze waren zowel in vastberadenheid als fysieke kracht tegen elkaar opgewassen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.38.

De ommekeer: de rechtervleugel

Wat ervoor zorgde dat Caesars manschappen uiteindelijk als overwinnaars uit deze strijd kwamen, is moeilijk te zeggen. Onze bronnen spreken elkaar tegen. Hier is wat de auteur van De Spaanse Oorlog heeft te melden.

Hoewel ze even grote kracht bezaten, werden de vijanden door onze salvo’s massaal doorboord en sneuvelden ze bij hopen. Op de rechtervleugel stonden, zoals gezegd, de soldaten van het Tiende. Hoewel die met weinigen waren, joegen ze hun tegenstanders door hun moed en energie grote angst aan. Ze begonnen de vijand met kracht van zijn stelling te verdringen, zodat Pompeius daar ter versterking een legioen naartoe begon over te brengen, om te voorkomen dat onze mannen hen van opzij insloten. Zodra dit legioen in beweging kwam, begon ook Caesars ruiterij de vijandelijke linkervleugel te bestoken; daardoor konden de mannen van het Tiende onverschrokken vechten en kreeg de vijand geen kans om zijn linie te versterken.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

Kortom, volgens de auteur van De Spaanse Oorlog, die erbij was, kregen Caesars mannen de overhand doordat het Tiende Legioen een ommekeer forceerde op Caesars rechtervleugel. Misschien kunnen we toevoegen dat de legionairs inspiratie kregen toen Caesar met hen mee begon te vechten, al beweert Dio dat de fysieke aanwezigheid van de generaals geen rol speelde.

De ommekeer: de linkervleugel

Het verslag van Dio plaatst de ommekeer op de linkervleugel, waar de ruiters stonden van Caesars bondgenoot, koning Bogud.

Allen zouden zijn omgekomen of bij het vallen van de avond uiteen zijn gegaan zonder beslissing, ware het niet dat Bogud, die zich wat buiten het directe strijdtoneel bevond, zich begaf naar Pompeius’ kamp. Toen Titus Labienus dit zag, verliet hij zijn post om hem aan te vallen. De mannen van Pompeius veronderstelden nu dat Labienus op de vlucht sloeg en verloren de moed. Hoewel ze al snel de waarheid begrepen, wisten ze zich niet meer herstellen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.38.

Het is mogelijk dat beide verslagen betrekking hebben op dezelfde gebeurtenis, omdat het Latijn van De Spaanse Oorlog wat onduidelijk is. Dan is de cavaleriecharge die de vijandelijke druk op het Tiende Legioen pareerde, feitelijk Boguds aanval vanaf de eigen linkervleugel geweest op een verzwakte plek in Pompeius’ linies.

Feit is: Caesars manschappen wisten uiteindelijk meer druk op hun vijanden uit te oefenen dan zij op hen. En dus won Caesar de slag bij Munda.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Bogud #CassiusDio #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TitusLabienus #TweedeBurgeroorlog #XGemina

RealTimeCaesar - Mainzer Beobachter

De laatste jaren van Julius Caesar, van dag tot dag te volgen: steeds als er iets gebeurt, is er een blogje.

Mainzer Beobachter

De slag bij Munda (1)

De heuvelrug bij Munda

Het was de zeventiende maart van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En met die constatering weet u te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Na het blogstukje van eergisteren zal het u niet verbazen dat het de dag was van de slag bij Munda. Het is een van de grootste gevechten uit de Romeinse geschiedenis, groter dan bijvoorbeeld de slag bij Farsalos, maar minder beroemd. Dat heeft alles te maken met de bronnen. Die focussen op het conflict tussen Caesar en Pompeius Senior, dat in Farsalos werd beslist. Antieke bronnen gaan altijd vooral over personen. Voor de latere fasen van de Tweede Burgeroorlog was daarom minder aandacht.

Voor de slag

Onze voornaamste bron is bovendien weinig aantrekkelijk: het ooggetuigenverslag van de auteur van De Spaanse Oorlog. Geen groot auteur. Hij vertelt dat Gnaeus Pompeius Junior zijn troepen had opgesteld op de hoogte waarop ook Munda lag. “Vanaf de stad”, lezen we, “strekte zich een vlakte uit. Deze liep af naar een stroom, die het terrein voor hun nadering uiterst moeilijk maakte; want de grond bij de oever aan onze rechterflank was moerassig en vol modderkolken.” Het komt niet als een verrassing dat de auteur toevoegt dat sommige van Caesars manschappen bang waren, “omdat ze allemaal in een situatie waren beland waarin het onzeker was wat een uur later hun lot zou zijn”.

Aan de overzijde moeten soortgelijke afwegingen hebben bestaan. De voortdurende desertie van zijn manschappen had Pompeius gedwongen tot het aangaan van een gevecht dat hij liever zou hebben uitgesteld tot Caesars mannen door foerageproblemen uitgeput zouden zijn geraakt. Die zeventiende maart was nog niet het ideale moment voor een gevecht. Pompeius’ soldaten wisten dat het erop of eronder was: velen hadden, zoals we al constateerden, hun claim op de Clementia Caesaris verspeeld en wisten dat ze geen tweede kans zouden krijgen. Ze moesten op deze dag winnen en putten vertrouwen uit hun aantallen.

Pompeius’ slaglinie bestond uit dertien legioenen en werd op de flanken beschermd door ruiterij en zesduizend lichtbewapenden, aangevuld met bijna evenveel hulptroepen. Caesars troepen bestonden uit tachtig cohorten en achtduizend ruiters.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 30; vert. Hetty van Rooijen.

Dertien legioenen op volle sterkte waren 52.000 zwaarbewapenden. Caesars leger bestond uit de legioenen II, III Gallica, V Alaudae, VI Ferrata, X Equestris, XXI, XXVIII en XXX. Hun tachtig cohorten telden op tot 32.000 man. De aantallen waren duidelijk in het voordeel van Pompeius. Het zal echter niet hebben geholpen dat hij zijn leger in de nacht had opgesteld. De mannen hadden geslapen, maar minder dan Caesars manschappen. Terwijl laatstgenoemden het fanatisme van Pompeius’ soldaten vreesden, hadden ook die redenen om niet vooruit te zien naar het komende gevecht.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier. Mijn bezoek aan Andalusië werd deels gefinancierd door V-Incentive.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #clementiaCaesaris #GnaeusPompeiusJunior #IIIGallica #JuliusCaesar #LegioXXI #LegioXXVIII #LegioXXX #Munda #ooggetuige #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog #VAlaudae #VIFerrata #XGemina

Gaius Julius Caesar (1): consul - Mainzer Beobachter

Het was onvermijdelijk dat ik een keer een overzichtsblog over Julius Caesar zou schrijven. Vandaag is het zover: deel één.

Mainzer Beobachter

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Heen en weer naar Macedonië daarna. In 42 vocht IIII Macedonica in de dubbele slag bij Filippoi voor het Tweede Driemanschap tegen de moordenaars van Caesar, en na dit bezoek aan Macedonië keerde het met Octavianus weer terug naar Italië, waar het deelnam aan de gevechten tegen Marcus Antonius’ broer Lucius. Slingerkogels bewijzen de aanwezigheid van het Vierde bij het beleg van Perugia.

In 31 v.Chr. namen de legionairs van IIII Macedonica deel aan de gevechten die culmineerden in de zeeslag bij Aktion. De eerste veteranen zwaaiden in deze jaren af: na ruim twaalf dienstjaren vestigden ze zich in de Veneto.

Hispania

Octavianus, die zich inmiddels Augustus noemde, stationeerde het legioen na 30 v.Chr. in Hispania Tarraconensis, waar het deelnam aan campagnes tegen de Cantabriërs, die duurden van 25 tot 13. Naast IIII Macedonica waren I Germanica, II Augusta, V Alaudae, VI Victrix, VIIII Hispana, X Gemina, XX Valeria Victrix en misschien VIII Augusta erbij betrokken. Het Vierde was gestationeerd in Herrera de Pisuerga. Er is wel geopperd dat sommige veteranen zich hebben gevestigd in een nabijgelegen stad die tegenwoordig in het Baskisch Kuartango heet (van quattuor, “vier”).

Na het jaar 13 v.Chr. werd het rustiger op het Iberische Schiereiland. Dat de soldaten overal actief waren in ambtelijke functies, kan worden afgeleid uit inscripties die tot in het zuiden van Andalusië zijn aangetroffen.

Grafsteen van een legionair van IIII Macedonica (Landesmuseum, Mainz)

Het Rijnland

Het was waarschijnlijk keizer Claudius die het Vierde Macedonische Legioen overplaatste naar Mainz in Germania Superior, waarschijnlijk in 41 na Chr. Hier verving het XIV Gemina, dat was vertrokken naar Brittannië. Het is echter ook mogelijk dat de overplaatsing al plaatsvond in 39, toen Caligula oorlog voerde tegen de Germaanse Chatten. Hoe dat ook zij, het Vierde kwam in Mainz en deelde daar het fort met het onlangs geformeerde XXII Primigenia. De jongere eenheid bezette de minder eervolle linkerkant, terwijl IIII Macedonica aan de rechterkant verbleef.

Het was nog steeds in Mainz toen Claudius’ opvolger Nero zelfmoord pleegde (juni 68) en er een burgeroorlog uitbrak (januari 69). Het Vierde en het Tweeëntwintigste waren de eerste legioenen die de kant van Vitellius kozen en een grote onderafdeling nam deel aan diens opmars richting Italië. Het brak daarbij de weg dwars door Zwitserland open, vocht bij Cremona tegen de troepen van keizer Otho en bereikte uiteindelijk Rome. Verschillende soldaten werden beloond voor hun diensten en overgeplaatst naar de keizerlijke garde.

Ondergang

Terwijl grote delen va de Rijnlegioenen waren afgemarcheerd naar Italië, waren de garnizoenen van de Rijnprovincies niet op sterkte. Dat was tot daar aan toe, maar de bewoners hadden redenen om kwaad te zijn. De Bataven voelden zich beledigd omdat keizer Galba zijn Bataafse lijfwacht had ontslagen; ook ergerden ze zich aan Vitellius’ rekruteringspraktijken; ze kwamen in opstand.

Een Romeins expeditieleger, bestaande uit de overblijfselen van V Alaudae en XV Primigenia, werd verslagen bij Nijmegen, en niet veel later sloegen de Bataven het beleg op voor Xanten. Hoewel I Germanica, XVI Gallica en het andere legioen uit Mainz, XXII Primigenia, hen probeerden te redden, was Xanten in maart 70 gedwongen zich over te geven. Niet veel later capituleerden ook I Germanica en XVI Gallica.

Dakpan van IIII Macedonica (Isistempel, Mainz)

Het duurde enkele maanden voordat de nieuwe keizer Vespasianus een sterk leger kon sturen om het Rijnland te heroveren om de Bataafse opstand te onderdrukken. Daarna reorganiseerden de Romeinen hun leger.

IIII Macedonica had Mainz bewaakt tegen aanvallen van Germaanse plunderaars. Hoewel het succesvol en dapper had gevochten, was de reputatie van het Rijnleger te slecht om dit legioen te laten voortbestaan. Het kreeg een nieuwe naam, IIII Flavia, en werd overgeplaatst naar de Eufraat. En u kunt al raden waar het blogje van vanmiddag over zal gaan.

#Augustus #BataafseOpstand #Caligula #CantabrischeOorlog #Chatten #Claudius #EersteSlagBijCremona #Galba #GermaniaSuperior #GnaeusPompeiusMagnus #HispaniaTarraconensis #IGermanica #IIAugusta #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #JuliusCaesar #legioen #Mainz #MarcusAntonius #Nero #Nijmegen #Octavianus #Otho #Perugia #RomeinsLeger #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #TweedeDriemanschap #VAlaudae #Vespasianus #VIVictrix #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Vitellius #XGemina #Xanten #XIVGemina #XVPrimigenia #XVIGallica #XXValeriaVictrix #XXIIPrimigenia #zeeslagBijAktion

De slag bij Dyrrhachion - Mainzer Beobachter

In de slag bij Dyrrhachion wist Pompeius een aanval van Caesar af te slaan, maar hij wist zijn overwinning niet uit te buiten.

Mainzer Beobachter