De begrafenis van Julius Caesar (3)

De voorkant van de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam is verbrand.

[Het laatste van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

Op de middag na de moord op Julius Caesar was diens stoffelijk overschot in een draagstoel naar zijn huis achter het Forum Romanum gebracht. De menigte had luidruchtig geklaagd en gejammerd. Er waren ook mensen geweest die de daad met instemming hadden begroet, zodat de moordenaars konden denken dat de publieke opinie op hun hand was. Een enkele magistraat sloot zich bij hen aan. Ik vertelde al dat Lucius Cornelius Cinna, zijn ambtskledij had afgelegd omdat hij zijn ambt had gekregen van de dictator.

Wat er was aan sympathie voor de moordenaars, werd deels de kop ingedrukt door de soldaten van Lepidus en door Caesars veteranen. Toen diezelfde Cinna, gehuld in de ambtskledij die hij eerder had afgelegd, naar de Senaatsvergadering in de tempel van Tellus was gekomen, had hij moeten rennen voor zijn leven. De uitvaartplechtigheid op het Forum Romanum maakte dat de stemming in de stad ronduit vijandig was voor de moordenaars.

Geweld

Direct na de verbranding begaf de volksmenigte zich met fakkels in de hand naar de huizen van Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus. noot Suetonius, Caesar 85; vert. Daan den Hengst.

Aldus Suetonius, die toevoegt dat de vandalen werden weggejaagd voor ze tot geweld hadden kunnen overgaan. Het liep niet altijd goed af. Ploutarchos biedt een nare anekdote.

Een vriend van Caesar met de naam Cinna had, naar men zegt, de nacht ervoor een vreemde droom gehad. Hij droomde dat hij door Caesar te dineren werd gevraagd en dat hij, toen hij de uitnodiging afsloeg, door hem onwillig en tegenstribbelend bij de hand werd meegevoerd. Hij hoorde dat Caesars lichaam op het Forum werd verbrand, stond op en ging erheen om hem de laatste eer te bewijzen, hoewel hij ongerust was over de droom en koorts had. Bij zijn verschijnen zei iemand uit de massa zijn naam aan een ander die ernaar vroeg, en die weer aan een ander, en meteen ging het gerucht door de hele menigte dat die man een van Caesars moordenaars was. Onder de samenzweerders bevond zich immers een man die net als hij Cinna heette. In de veronderstelling dat hij die man was, stormden ze meteen op hem af en scheurden hem ter plaatse in stukken.noot Ploutarchos, Caesar 68; vert. Hetty van Rooijen.

Julius Caesar en de Joden

Het duurde nog lang voor de stad tot rust kwam.

In dit smartelijk vertoon van openbare rouw deelden de talrijke vreemdelingen die hem met hun volksgenoten, een ieder naar zijn gewoonte, bejammerden, in het bijzonder de Joden, die zijn graf zelfs nachten aaneen in groten getale bezochten.noot Suetonius, Caesar 85; vert. Daan den Hengst.

Caesar had veel gedaan voor de Joden en een Joods leger had in Egypte veel voor Caesar gedaan. Er is weleens beweerd dat de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4Q246 en die iemand vermeldt die “zoon van god” genoemd zal worden, verwijst naar Julius Caesar. Het is niet heel aannemelijk, maar volledig uitgesloten is het niet.

De vlucht van de moordenaars

In de volgende dagen vertrokken oud-bestuurders naar de provincies die Caesar hun had toegewezen. Caesars maatregelen waren immers bekrachtigd. Decimus Junius Brutus, die enkele dagen eerder nog had gefilosofeerd over vrijwillige ballingschap, reisde af naar de Gallische gewesten. Gaius Trebonius, die een jaar eerder de eerste was geweest om een samenzwering te beginnen, vertrok naar Asia. Misschien reisde hij samen met Lucius Tillius Cimber, die dezelfde kant op moest: naar de aangrenzende provincie Bithynië.

Ook Brutus en Cassius vertrokken.noot Suetonius, Caesar 85. Zij bleven nog even in de omgeving van Rome, in de hoop steun te vinden in de kleine stadjes. Daar kregen ze weliswaar steunbetuigingen maar geen geld. Senatoren als Cicero trokken zich terug op hun landgoederen. Zo was Marcus Antonius, die in Rome bleef, de voornaamste speler in het centrum van de macht. Als het compromis van 17 maart een wapenstilstand was geweest tussen de diverse partijen, dan was die veranderd in een overwinning van de factie van Caesar. Niet alleen Julius Caesar, maar ook de Romeinse republiek is 2069 jaar geleden ten grave gedragen.

Het zou nog even duren totdat de situatie veranderde – en dat ligt buiten het bestek van deze reeks, die immers gaat over de vraag wat Julius Caesar 2069 jaar geleden deed. Niettemin: ik heb nog vier blogjes voor u klaarstaan. Morgen een evaluatie: wie was Julius Caesar?

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #4Q246 #Cicero #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #LuciusTilliusCimber #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Suetonius

De Senaat vergadert

Senatoren op de Ara Pacis (reliëf in de Vaticaanse Musea, Rome)

Vandaag 2069 jaar geleden, 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van Appianus lijkt het beste.

Intimidatie

Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot Appianus, De burgeroorlogen 2.126; vert. John van Nagelkerken.

Dat klinkt heel aardig, maar er staat dus feitelijk dat Lepidus’ soldaten de vergaderzaal bewaakten. Logisch dat de senatoren die op het Capitool waren, geen gehoor gaven aan de uitnodiging.

Evengoed stonden zij open voor een compromis. Van samenzweerder Decimus Junius Brutus is een brief bewaard die hij in de ochtend van die 17e maart verstuurde naar Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus op het Capitool. Hij vertelt dat hij aan Marcus Antonius had verzocht om een fatsoenlijke reden te krijgen om de stad te kunnen verlaten. Evengoed hield Decimus er rekening mee dat ze later alsnog tot staatsvijanden zouden worden verklaard. Wellicht moesten ze Italië maar verlaten en zich terugtrekken op Rhodos of een andere plaats, om naar Rome terug te keren als de situatie zou zijn verbeterd.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Een wat defaitistisch standpunt, maar het getuigde van inzicht in wat haalbaar was.

Het dilemma

Appianus biedt na dit incident een lange beschrijving van de vergadering, die ik hier niet zal samenvatten. Het springende punt is dat Marcus Antonius, die de dag ervoor met enkele leidende figuren alles had voorbereid, erop attendeerde dat als de moordaanslag zou worden goedgekeurd, Caesar bij implicatie gold als tiran en dat al zijn daden dan ook moesten worden ingetrokken – inclusief de door hem gedane benoemingen. Dat trof veel aanwezigen rechtstreeks, want ze bekleedden al bepaalde functies of hadden die in het vooruitzicht. Het was dus in hun eigen belang om de moordaanslag niet goed te praten.

Omgekeerd: als de senatoren Caesars “nieuwe orde” wilden handhaven en de moordaanslag afkeurden, zouden de samenzweerders moeten worden berecht. Het waren er ongeveer zestig plus nog wat meelopers. Ook dat was geen scenario om naar vooruit te zien. Over dit thema nam Cicero het woord. Cassius Dio last in zijn Romeinse Geschiedenis een prachtige toespraak in,noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.23-33. die Dio met wat kleine aanpassingen ook geschreven zou kunnen hebben over de moord op zijn eigen tijdgenoten Caracalla of Macrinus. Het is een hoogtepunt uit de klassieke literatuur en een reden om Dio te lezen, maar de toespraak zegt weinig over de situatie op 17 maart 44 v.Chr. Ploutarchos is zakelijker:

Cicero haalde in een lang en op de situatie afgestemd betoog de Senaat over om naar het voorbeeld van de Atheners [in 403 v.Chr.] te besluiten tot amnestie voor de samenzwering tegen Caesar en aan Cassius en Brutus provincies toe te wijzen.noot Ploutarchos, Cicero 42; vert. Hetty van Rooijen.

De oplossing

En zo kwam het tot een dubbel besluit: als de moordenaars de besluiten van Caesar zouden accepteren, kwam er voor hen amnestie en zouden ze worden weggepromoveerd naar gebieden buiten Italië – ruwweg wat Decimus Brutus ook had geschreven. Zo slaagde Marcus Antonius erin om tussen de Skylla en Charybdis door te varen: hij vermeed dat de moordenaars met een bloedige bestorming van het Capitool en na een lange en ingewikkelde rechtszaak zouden worden uitgeschakeld en hij vermeed dat alle maatregelen van Caesar werden afgeschaft.

Het was een uitkomst die hem na aan het hart zal hebben gelegen: een herstel van de republikeinse vormen, met hemzelf op een voorname plek, dat zeker, maar met alle groepen ruwweg in evenwicht en zonder één alles overheersende dictator. Dat Marcus Antonius later in de schoenen geschoven werd dat hij zou hebben gestreefd naar een machtspositie zoals Caesar, is net zo onverdedigbaar als dat Caesar zou hebben verlangd naar de koningstitel.

Cassius Dio vertelt nu iets wonderlijks, namelijk dat de samenzweerders op precies datzelfde moment tot hetzelfde compromis kwamen:

Terwijl dit zich in de Senaat afspeelde, beloofden de moordenaars aan de troepen [d.w.z., de veteranen en de soldaten van Lepidus] dat ze Caesars maatregelen integraal zouden uitvoeren.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.34.

Het kan waar zijn. De besprekingen die Marcus Antonius de voorafgaande dag had gevoerd, waren niet onopgemerkt gebleven. Uit de correspondentie van Cicero weten we dat Aulus Hirtius erover sprak met Decimus Brutus.noot Cicero, Brieven aan vrienden 11.1. Het kan ook zijn dat ergens in Dio’s bronnen iemand de plotseling herwonnen Romeinse eendracht extra luister wilde bijzetten door te suggereren dat het compromis door alle partijen tegelijk was bedacht. Dat iemand het verhaal iets mooier maakte dan het was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat Cassius Dio het dubbele diner van Lepidus en Brutus en van Marcus Antonius en Cassius plaatst op dit moment, hoewel het vermoedelijk op de avond na de moord plaatsvond. Zo lijkt het souper een verzoeningsmaal.

Dat de moordenaars instemden met dit compromis, was echter een blunder van Capitolijnse proporties. Door Caesars maatregelen te accepteren, zeiden ze feitelijk dat er geen reden was geweest om hem uit de weg te ruimen. Hun positie was al snel onhoudbaar.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Senaat #Suetonius

Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik hoe drie slaven het stoffelijk overschot van Julius Caesar brachten naar zijn huis op het Forum Romanum. Ik vertelde ook dat Marcus Antonius, Caesars mede-consul, zich had verkleed als slaaf en was ondergedoken. De moordenaars waren extatisch. Ze waren de enigen niet. Of beter: ze kregen positieve reacties en verkeerden nog enkele uren in de veronderstelling dat de bevolking achter hen stond.

Ze hadden echter al zoveel fouten gemaakt dat het al onmogelijk was de republiek nog te herstellen. Cicero zou later – en niet zonder reden – oordelen dat de samenzweerders hadden gehandeld met mannenmoed en kinderverstand. noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.21. Suetonius legt uit wat verkeerd was gedaan:

Ze hadden het voornemen gehad na de moord Caesars lijk naar de Tiber te slepen, zijn bezittingen te confisqueren en zijn verordeningen nietig te verklaren, maar uit vrees voor de consul Marcus Antonius en [Caesars adjudant] Marcus Lepidus zagen zij daarvan af.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Door Marcus Antonius in leven te laten, hadden de samenzweerders in feite hun ondergang bezegeld. Als consul was Antonius de wettige gezagsdrager. Wie voorwendde op te komen voor de republiek, moest dus naar hem luisteren. Was het niet goedschiks, dan wel door dwang, want Marcus Antonius beschikte over een staatsapparaat waarin alle ambten waren vervuld. Weliswaar door benoeming, maar Caesar had een functionerend staatsapparaat nagelaten waarvan Marcus Antonius kon profiteren. De samenzweerders hadden verdere moorden niet aangedurfd, en zodoende iemand in leven gelaten die levensgevaarlijk kon zijn.

En verder: het stoffelijk overschot was er nog. Dat bood de aanhangers van Julius Caesar de gelegenheid voor een begrafenis – en dus een demonstratie.

Het Capitool

De samenzweerders hadden aanvankelijk niet in de gaten hoe slecht ze er voor stonden.

Brutus en de anderen trokken, nog verhit van de moordpartij, met de ontblote dolken in de hand in optocht van het Senaatsgebouw naar het Capitool. Ze leken niet op vluchtelingen, maar riepen stralend en vol zelfvertrouwen het volk op tot vrijheid en nodigden de aanzienlijkste mannen die hun tegemoet kwamen uit om zich bij hen aan te sluiten.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

Ze waren niet de enigen die naar het Capitool kwamen: ze namen de gladiatoren mee.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 92; Velleius Paterculus, Romeinse Geschiedenis 2.58. Brutus daalde nog af naar het Forum om daar een toespraak te houden.

Er werd een bijeenkomst van het volk belegd waarin de moordenaars lang en uitvoerig aan het woord waren, tegen Caesar en vóór de Republiek, en het volk vroegen niet de moed te verliezen of bang te zijn dat hun iets zou overkomen: “Wij hebben Caesar gedood, niet om zelf aan de macht te komen of om er op een of andere manier profijt van te trekken, maar om ervoor te zorgen dat jullie, Romeinen, geregeerd zullen worden zoals jullie verdienen, namelijk als vrije en onafhankelijke burgers.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

Het was niet gelogen, maar het sprak de stadsbewoners niet aan – net zo min als vijf jaar eerder, toen de senatoren erop hadden vertrouwd dat de bevolking van Italië wel tegen Caesar en vóór de republiek zou willen vechten. Toen had dat appèl ook geen resultaat gehad. De gewone Romein had immers weinig te verwachten van aristocraten die, als ze niet ronduit corrupt waren, hun eigenbelang altijd lieten prevaleren. Men hield niet speciaal van Julius Caesar, maar men hield zeker niet van degenen die hem hadden vermoord en verantwoordelijk waren voor de onvermijdelijke nieuwe ronde burgeroorlogen. Cassius Dio typeert het:

Caesars moordenaars mochten dan verklaren dat zij, door hem uit de weg te ruimen, ook het Romeinse volk hadden bevrijd, maar in feite was hun complot een misdaad geweest en hadden ze Rome, dat eindelijk een stabiele regering had gekregen, in een diepe crisis gestort.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.1; vert. Gé de Vries.

Er zat voor de samenzweerders weinig anders op dan zich terug te trekken op het Capitool. Cassius Dio sneert dat ze het deden “om daar te bidden tot de goden”.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21. De moordenaars hadden de slag om de publieke opinie verloren. En dus trok Marcus Antonius zijn slavenkleding uit en zijn toga weer aan.

Hij haalde de mannen die zich op het Capitool hadden verzameld over om naar beneden te komen en bood als onderpand zijn eigen zoon aan; bovendien vroeg hijzelf Cassius te eten en nodigde Lepidus Brutus uit.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

Het initiatief lag nu bij Marcus Antonius en hij zou het de volgende weken niet meer afstaan. Vanavond om 19:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #Suetonius

De moord op Julius Caesar (7): de dood

Portret van Julius Caesar, gebaseerd op zijn lijkmasker (Archeologisch Museum, Palermo)

Caesars reactie

Julius Caesar sprong op om zich te verdedigen en Casca riep zijn broer. In zijn opwinding sprak hij Grieks.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar greep Casca’s arm en doorstak die met zijn schrijfstift.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar draaide zich om en greep de dolk en hield die vast. Ze slaakten ongeveer gelijktijdig een uitroep; de getroffene riep in het Latijn:  “Vervloekte Casca, wat doe je?” en de dader in het Grieks tegen zijn broer: “Broer, help!”noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar trok nu zijn kleed uit de handen van Cimber, pakte de hand van Casca vast, sprong van zijn zetel af, draaide zich om en smeet Casca met grote kracht weg.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Schok

De senatoren die van niets wisten waren verbijsterd en huiverden bij het zien van die daad. Ze durfden niet te vluchten of hem te hulp te komen, of ook maar een woord te uiten.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Verdere wonden

De andere Casca gehoorzaamde hem en stak zijn zwaard in Caesars zijde. Even eerder had Cassius hem al van opzij in het gezicht gestoken. Decimus Brutus raakte hem in de dij. Cassius Longinus wilde nog eens steken maar miste en trof Marcus Brutus in de hand. Ook Minucius deed een uitval naar Caesar, maar hij raakte Rubrius op de dij. Het leek alsof ze vochten om Caesar.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 89.

Caesar deed een poging om op te springen, maar een nieuwe verwonding maakte dit onmogelijk. Hij merkte dat hij van alle kanten met getrokken dolken werd belaagd.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Maar van degenen die zich op de moord hadden voorbereid ontblootte ieder zijn dolk en Caesar, van alle kanten omringd en waarheen hij zich ook wendde doorboord door dolksteken die op zijn gezicht en ogen gericht waren, was nu als een wild dier verstrikt in de handen van allen. Want ze moesten allemaal zijn bloed proeven en aan het offer deelnemen. Daarom bracht ook Brutus hem één steek toe, in de lies. … Veel daders verwondden elkaar bij hun pogingen om al die steken in één lichaam aan te brengen.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Terwijl hij dat deed, stak een ander hem met zijn dolk diep in zijn zij, die door de draai strakgespannen stond. En Cassius trof hem in het gezicht, Brutus raakte zijn dij en Bucolianus zijn rug, zodat Caesar zich onder woedend gebrul als een wild dier van de een naar de ander keerde, maar na een steek van Brutus [lacune] Bij dat gezwaai in het wilde weg met hun dolken verwondden ze vaak elkaar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De dood van Julius Caesar

Bedekt met wonden viel Caesar neer aan de voeten van het standbeeld van Pompeius. Er was er niet één die hem niet stak toen hij roerloos lag, als om te tonen dat ieder zijn aandeel in de daad had gehad. Pas toen hij vijfendertig wonden had opgelopen, blies hij zijn laatste adem uit.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 90.

Caesar omhulde zijn hoofd met zijn toga en trok gelijk met zijn linkerhand de plooien van zijn toga strak omlaag tot aan zijn voeten, zodat ook het onderste gedeelte van zijn lichaam bedekt zou zijn en hij er behoorlijk bij zou liggen. In deze houding werd hij drieëntwintig maal doorstoken.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Sommigen zeggen dat hij zich tegen de anderen verweerde en zich schreeuwend heen en weer wierp, maar toen hij Brutus met getrokken dolk tegenover zich zag zijn toga over zijn hoofd trok en zich liet vallen (toevallig of omdat de moordenaars hem in die richting duwden) bij het voetstuk van Pompeius’ standbeeld. Dat werd helemaal besmeurd met bloed zodat het leek alsof Pompeius zelf de leiding had bij de wraak op zijn vijand, die nu aan zijn voeten lag, stuiptrekkend van zijn vele steekwonden. Men zegt dat hij er drieëntwintig opliep.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

[lacune] of het eindelijk opgaf, zijn kleed over zijn hoofd trok en beheerst neerviel voor het beeld van Pompeius. Zelfs nu hij gevallen was, bleven ze hem mishandelen tot hij drieëntwintig keer gestoken was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De laatste woorden van Julius Caesar

Alleen bij de eerste stoot kermde hij zonder een woord, al hebben sommigen overgeleverd dat hij, toen Marcus Brutus zich op hem stortte, in het Grieks tot hem heeft gezegd: “Ook jij, mijn zoon.”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Hij trok zijn toga voor zijn gezicht terwijl hij door vele dolkstoten
dodelijk werd getroffen. Volgens mij is dit de meest betrouwbare versie, maar enkele bronnen vermelden nog dat hij, toen hij hard door Brutus werd geraakt, tegen hem gezegd zou hebben: “Jij ook, jongen.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.19; vert. Gé de Vries.

Caesars beroemde laatste woorden worden doorgaans vertaald alsof het een vraag zou zijn geweest, waaruit verbazing zou blijken dat ook Brutus aan de aanslag zou hebben deelgenomen. Dat vraagteken staat ook in de vertaling van Daan den Hengst, die ik hier citeer.

Het vraagteken is echter pas uitgevonden in de Middeleeuwen. Het kan dus met geen mogelijkheid in het verslag van Suetonius hebben gestaan. Om die reden lijkt het mij allerminst uitgesloten, ja zelfs voor de hand liggend, dat Caesars laatste woorden, “καὶ σύ τέκνον”, verwijzen naar een standaardformule die we kennen van allerlei antieke grafschriften. De woorden “καὶ σύ” zijn een herinnering dat iedereen eens zal sterven: heden ik, morgen gij, vandaag Gaius Julius Caesar en volgend jaar Marcus Junius Brutus.

De standaardformule καὶ σύ op een mozaïek uit Antiochië

Dat de stervende de dood van Brutus aankondigde hoeft niet historisch waar te zijn; Suetonius en Dio kennen andere overleveringen. Maar het zou goed passen bij Caesars herhaalde aankondiging dat als hij zou sterven, het imperium opnieuw in chaos zou worden gedompeld.

Om 13:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #MarcusVelleiusPaterculus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #vraagteken

De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Tullius Cimber

Degenen die hem wilden doden, gingen rondom hem staan. De eerste die op hem toekwam, was Tillius Cimber, wiens broer door Caesar was verbannen. Hij stapte op hem af alsof hij een smeekbede wilde doen namens zijn broer.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

Terwijl hij plaats nam, kwamen de samenzweerders om hem heen staan, zogenaamd om hem te begroeten, en direct trad Tillius Cimber, die de leidersrol op zich had genomen, op hem toe als om iets te vragen.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Toen Caesar binnenkwam, stond de Senaat eerbiedig op, en enkele vrienden van Brutus gingen achter hem staan, rondom zijn zetel. Andere gingen hem tegemoet om het verzoek te steunen van Tillius Cimber, die hem benaderde over zijn verbannen broer, en begeleidden hem zo tot aan zijn zetel. Caesar nam plaats.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Tillius Cimber, een van hen, kwam voor hem staan en vroeg hem zijn verbannen broer toe te staan terug te keren.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Weigering

Tillius Cimber greep Caesars toga, zogenaamd als smekeling maar feitelijk om te verhinderen dat hij op zou staan en om zijn handen kon gebruiken. Caesar reageerde vol kwaadheid.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88.

Toen Caesar hem terugwees en met een gebaar beduidde dat hij met zijn verzoek moest wachten, greep Cimber zijn toga bij beide schouders vast. Caesar riep uit: “Maar dit is geweld!”noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Caesar wees hun verzoeken af, en sloeg bij hun aandringen tegen ieder van hen een barsere toon aan, waarop Tillius met beide handen Caesars toga vastgreep en haar wegtrok van zijn hals. Dat was het sein voor de aanslag.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Toen Caesar daarop simpelweg antwoordde dat die zaak een andere keer aan de orde moest komen, pakte Cimber hem bij zijn purperen gewaad alsof hij er nog verder op aan wilde dringen en trok het kleed weg, zodat zijn hals bloot lag, terwijl hij uitriep: “Waar wachten jullie nog op, vrienden?”noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

De eerste steek

De samenzweerders, vastberaden, trokken snel hun dolken en sprongen op Caesar af. Eerst stak Servilius Casca hem in de linkerschouder, vlak boven het sleutelbeen, maar door zijn nervositeit miste hij zijn doel.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88-89.

Op hetzelfde ogenblik bracht een van de gebroeders Casca hem van achteren een wond toe, even onder de keel.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Eerst bracht Casca hem met zijn dolk een steek toe in zijn nek die niet diep of dodelijk was. Hij was natuurlijk te nerveus bij het begin van zo’n waagstuk.noot Ploutarchos, Caesar 66; vert. Hetty van Rooijen.

Casca, die boven Caesars hoofd uittorende, stootte als eerste zijn dolk in diens keel, maar die ketste weg en raakte zijn borst.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117; vert. John Nagelkerken.

Over vijf minuten meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #DecimusJuniusBrutus #dictator #JuliusCaesar #LuciusTilliusCimber #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos #ServiliusCasca #Suetonius #TitusLivius #toga

De moord op Julius Caesar (4): vertrek

Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

Dromen

Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Dit moeten wel verzinsels achteraf zijn. Caesars droom, waarin we het artistieke motief herkennen van de dexiosis, de hierboven afgebeelde handdruk, komt te precies overeen met zijn latere vergoddelijking. Wat Calpurnia droomde, past ook iets te netjes bij de latere gebeurtenissen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt nog een andere, al even ongeloofwaardige droom:

Aan Caesars huis was bij Senaatsbesluit als sieraad en ereteken een gevelornament bevestigd … Calpurnia droomde dat ze dit in stukken zag vallen en dat ze daarom jammerde en huilde. In elk geval vroeg ze Caesar, toen het dag was geworden, om als het mogelijk was niet uit te gaan, maar de Senaatsvergadering uit te stellen of, als hij zich niets wilde aantrekken van haar dromen, door andere vormen van zienerskunst en offers de toekomst te onderzoeken. Ook Caesar zelf koesterde, naar het schijnt, een zekere argwaan en angst. Want hij had bij Calpurnia nooit eerder de bijgelovige angst waargenomen die vrouwen eigen is, maar hij zag dat zij daar nu hevig aan leed.noot Geciteerd door Ploutarchos, Caesar 63; vert. Hetty van Rooijen.

Nog meer voortekens

Vermoedelijk iets serieuzer is de in verschillende bronnen genoemde voorspelling van Spurinna:

De ingewandschouwer Spurinna waarschuwde hem, toen hij een offer bracht, op zijn hoede te zijn voor een gevaar dat niet langer dan tot de iden van maart zou wachten.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Ingewandschouw gold als serieuze, officiële vorm van futurologie en de zieners hadden politieke netwerken. Niet de lever van een offerdier, maar Spurinna’s kennis van de situatie zal hem tot zijn waarschuwing hebben gebracht. Kortom, Caesar was een gewaarschuwd man. En hij handelde ernaar. Hij liet de Senaat weten dat hij niet goed in orde was – wat men een diplomatiek verkoudheidje noemt. Zijn mede-consul Marcus Antonius zou de honneurs waarnemen en de vergadering voorzitten.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Ten slotte ging hij toch omstreeks het vijfde uur [rond 11:00] op weg, omdat Decimus Brutus er bij hem op aandrong de talrijke senatoren, die al geruime tijd wachtten, niet teleur te stellen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst; vgl. Appianus, Burgeroorlogen 2.115.

Decimus Junius Brutus was een van Caesars persoonlijke vrienden. Toen Caesar zijn testament maakte, stond Decimus bij de erfgenamen.

Waarschuwingen

Per draagstoelnoot Appianus, Burgeroorlogen 2.115. ging Caesar nu naar het Senaatsgebouw van Pompeius. Het was, als we aannemen dat Caesar vertrok van zijn ambtswoning als hogepriester op het Forum Romanum, een tochtje van een klein half uur.

In het voorbijgaan overhandigde iemand hem een schrijven waarin de aanslag werd verraden, maar hij legde het bij de andere stukken die hij in de linkerhand hield, om het later te lezen.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

We weten dat deze man Artemidoros van Knidos heette en een Griekse geleerde was.noot Ploutarchos, Caesar 65. Dat was niet de enige waarschuwing. Appianus kent nog een ander verhaal.

Caesar was al in de draagstoel onderweg naar de Senaat, toen een van zijn eigen mensen, die op de hoogte was gesteld van de aanslag, naar zijn huis rende om hem te vertellen wat hij te weten was gekomen. Toen hij daar Calpurnia tegenkwam, vertelde hij haar alleen dat hij Caesar wilde spreken over dringende aangelegenheden en bleef hij wachten tot Caesar terugkwam van de Senaat; hij was niet tot in details bekend met wat er gaande was.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

We zullen hierna nog twee keer horen over Caesars echtgenote: namelijk hoe ze het stoffelijk overschot in ontvangst nam en Caesars archief afstond. We zouden graag méér weten van haar gevoelens en wederwaardigheden. Ze was pas achtendertig. Ik neem aan dat haar vader Lucius Calpurnius Piso, die de komende dagen een cruciale rol zou spelen, voor bescherming gezorgd zal hebben. In de volgende jaren was Italië in handen van de aanhangers van Julius Caesar; ik neem aan dat ook die ervoor hebben gezorgd dat de echtgenote van hun god in leven bleef. Maar dit alles blijft speculatie. Calpurnia’s verdere leven blijft onbekend, ja zelfs het weinige dat we wél weten over haar leven – zoals haar droom in de nacht van 14 op 15 maart – riekt naar fictie.

Over een half uur meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #dexiosis #droom #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusPiso #Spurinna #Suetonius #TitusLivius

Brutus en Cassius en de anderen

Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

Caesars aankondiging dat hij dictator perpetuo zou zijn, “permanent dictator”, overtuigde Cassius er echter van dat Caesar vermoord moest worden. “In Cassius’ natuur,” luidt Ploutarchos’ niet geheel overtuigende verklaring, “bestond van meet af aan vijandschap en haat tegen alle tirannie.”noot Ploutarchos, Brutus 9; vert. Hetty van Rooijen. Als Caesar op 18 maart zou vertrekken naar het oosten, om daar de Parthen te bestrijden, was er geen enkele kans meer dat de republiek ooit hersteld zou worden.

Cassius versus Brutus

Cassius herkende echter wel de moeilijkheden. In de eerste plaats: hij moest samenwerken met de aanhangers van Caesar, omdat zij wisten waar Caesar wanneer zou zijn. In de tweede plaats: de samenzwering moest een leider hebben van onbesproken gedrag en groot moreel gezag. Alleen zo viel na afloop de publieke opinie te overtuigen dat de moord noodzakelijk was geweest. In de derde plaats: zo’n leider was er – het was Brutus – maar met hem had Cassius nu net ruzie.

Beide mannen hadden namelijk in 45 v.Chr. gedongen naar het ambt van praetor urbanus, en Brutus had deze voorname juridische functie verworven. Dat zat Cassius niet lekker, maar hij zette zich over zijn bezwaren heen. Het zal hebben geholpen dat Cassius was getrouwd met Brutus’ zus Junia, maar over haar rol is minder bekend dan we zouden willen weten.

Cassius en Brutus

Dankzij Ploutarchos’ Brutus weten we hoe het eerste gesprek verliep.

Nadat ze zich verzoend hadden en weer vrienden waren geworden, vroeg Cassius Brutus of hij van plan was op 1 maart de Senaatszitting bij te wonen. Hij had namelijk gehoord, zo zei hij, dat Caesars vrienden dan met een voorstel zouden komen om hem koning te maken.noot Ploutarchos, Brutus 10; vert. Hetty van Rooijen.

Brutus antwoordde dat hij het gerucht kende – na het incident met de diadeem op het standbeeld was het moeilijk geen vermoedens te hebben – en dat dit voornemen hem verontrustte. Daarop attendeerde Cassius zijn gespreksgenoot op de affiches die Brutus in de stad gezien moest hebben. Allerlei voorname of in elk geval geletterde mensen riepen Brutus daarin op te leven zoals zijn voorvader, die vijf eeuwen eerder de laatste koning uit Rome had verjaagd. Brutus, die begreep dat er al plannen waren, sloot zich nu aan bij de samenzwering.

Wat wist Caesar?

Het staat vast dat Caesar op de hoogte was. Ik citeerde al de woorden van Suetonius dat hij per edict liet weten dat hij wist van de plannen en ik wees er ook al op dat hij meermalen zijn mening gaf dat zijn dood alleen maar zou leiden tot een catastrofe zonder weerga. We weten dat ook Marcus Antonius en een aanstormend talent genaamd Publius Cornelius Dolabella verzet overwogen.

Eens, toen Caesar verteld werd dat Antonius en Dolabella revolutionaire plannen hadden, zei hij dat die dikke en langharige kerels hem geen zorg baarden, maar wel die bleke en magere, waarmee hij doelde op Brutus en Cassius.noot Ploutarchos, Brutus 8; vert. Hetty van Rooijen.

Desondanks ontbond Caesar zijn Spaanse lijfwacht. Hij had immers van de Senaat een eed van trouw gekregen, vertrouwde erop dat iedereen voldoende gezond verstand had om te weten dat moord niets zou oplossen, en betoonde zich verder zo constitutioneel als onder de omstandigheden mogelijk was. Het koningschap was geen optie; als er überhaupt al waarheid heeft gescholen in het gerucht over een vergadering op 1 maart om hem die titel te geven, is die bijeenkomst niet doorgegaan.

Het netwerk

Ondertussen zochten Brutus, Cassius en Trebonius naar steun.

Ze  peilden heimelijk bekende mannen die ze vertrouwden en betrokken die bij hun plan. Ze kozen niet alleen intieme vrienden, maar iedereen van wie ze de durf, moed en doodsverachting kenden. Daarom hielden ze hun plan verborgen voor Cicero. Ze kenden hem weliswaar als de betrouwbaarste en grootste voorstander van hun zaak, maar het ontbrak hem van nature aan durf en met de jaren had hij bovendien de behoedzaamheid van een oude man gekregen, zodat hij alles tot in  details berekende met het oog op de uiterste veiligheid. noot Ploutarchos, Brutus 12; vert. Hetty van Rooijen.

Het netwerk groeide. Oude aanhangers van Caesar voelden zich, nu Brutus meedeed, vrij mee te doen. Behalve Gaius Trebonius waren dat Decimus Junius Brutus, Lucius Tillius Cimber, de twee broers Servilius Casca en nog anderen. Daarnaast waren er de oude tegenstanders van Caesar, zoals Brutus en Cassius en Porcia. En tot slot waren er opportunisten, zoals de Quintus Ligarius over wie ik het al eens had.

Ondanks aller hulp had het complot ook tot niets kunnen leiden. Weliswaar broeide het in de stad en was menigeen op de hoogte, maar de meeste senatoren zaten niet in het complot. Caesar mocht erop hopen dat iedereen zou begrijpen dat een moord alleen maar zou leiden tot nieuwe burgeroorlogen. Het was dus nog steeds mogelijk dat Caesar, zoals hij van plan was, kon afreizen naar het oosten en de gevaarlijke situatie in Rome achter zich zou laten.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #DecimusJuniusBrutus #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusTilliusCimber #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia #praetorUrbanus #PubliusCorneliusDolabella #QuintusLigarius #ServiliusCasca #Suetonius

De samenzweringen tegen Julius Caesar

Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

Samenzwering één: Cassius

Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

Zo waren vele senatoren: eigenlijk tegen Caesar, maar vooral vóór de eigen loopbaan. Cicero was ook zo iemand. Deze mannen waren die tijdens de Tweede Burgeroorlog tegen Caesar geweest, hadden begrepen dat ze die oorlog hadden verloren en hadden zich geschikt in de nieuwe situatie. Omdat Caesar het imperium wilde besturen en senatoren wilden profiteren van bestuursfuncties, vielen de belangen samen. Deze senatoren zullen ontevreden zijn geweest, maar zullen ook hebben gedacht dat Caesar, net als Sulla voor hem, niet eeuwig dictator zou zijn. In de eerste weken van 44 v.Chr. bleek dat dat een misrekening was geweest: Caesar koos immers wél voor de permanente dictatuur.

Samenzwering twee: Trebonius

We weten ook dat in de zomer van 45 v.Chr. een trouwe aanhanger van Caesar, Gaius Trebonius, de tijdelijk in ongenade gevallen Marcus Antonius had gepolst. Deze had geweigerd mee te doen maar had ook geweigerd het aan Caesar te rapporteren. Wie Trebonius nog meer wist te werven, is onbekend, maar Decimus Junius Brutus is een plausibele gok: hij en Trebonius hadden samen Marseille belegerd en waren in de zomer van 45 v.Chr. allebei in Gallië. In elk geval: er was onder Caesars eigen partijgangers een netwerk waar men sprak over een aanslag.

Vermoedelijk waren deze senatoren ontevreden met de situatie, maar ze kwamen niet in actie. Ze zouden immers niet gelden als bevrijders of tirannenmoordenaars, maar als verraders van de leider van hun eigen factie. Ik stel me voor dat ook zij zichzelf voorhielden dat de weinig ideale situatie niet eeuwig zou duren en dat het een kwestie was van afwachten tot Caesar zijn ambt zou neerleggen. Ook deze groep zal geschokt hebben gereageerd toen Caesar liet merken dat de permanente dictatuur zijn oplossing was voor het constitutionele probleem en dat hij naar het Parthische front zou vertrekken.

Brutus

Wie ik tot nu toe niet noemde, was de misschien wel bekendste samenzweerder: Marcus Junius Brutus. Zijn vader was in opdracht van Pompeius uit de weg geruimd, maar dat had hem niet belet in de Tweede Burgeroorlog partij te kiezen tegen Caesar.

Brutus achtte het zijn plicht het algemeen belang boven zijn persoonlijke gevoelens te stellen, en omdat hij geloofde dat Pompeius een beter motief voor de oorlog had dan Caesar sloot hij zich bij hem aan. Toch had hij voor die tijd zelfs niet tegen Pompeius gesproken wanneer hij hem tegenkwam, omdat het hem een gruwelijke misdaad leek te spreken met de moordenaar van zijn vader.noot Ploutarchos, Brutus 6; vert. Hetty van Rooijen.

De bronnen

Over de rol van Brutus is heel erg veel bekend omdat Ploutarchos een biografie aan hem heeft gewijd. Daarin is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de wijze waarop Brutus betrokken raakte bij het complot. En die beschrijving is vrijwel zeker heel betrouwbaar.

Ze gaat namelijk terug op twee eerdere bronnen. De eerste is geschreven door een huisgenoot van Brutus, een zekere Empylos, die een tekst had geschreven over de moord op Caesar. Ploutarchos typeert deze bron als kort maar voortreffelijk. De tweede bron van Ploutarchos’ Brutus is een biografie, geschreven door Brutus’ stiefzoon Lucius Calpurnius Bibulus. Dit was de zoon van de Bibulus die in 59 v.Chr. met Julius Caesar consul was geweest en die in de Tweede Burgeroorlog de vloot van de Senaat had gecommandeerd. Na de dood van Bibulus Senior – ik blogde er over – was zijn echtgenote Porcia getrouwd met Brutus.

Bibulus Junior schreef dus Ploutarchos’ tweede bron. Hij en Empylos hadden redenen de gebiografeerde in een gunstig daglicht te plaatsen, wat misschien niet pleit voor hun objectiviteit. Ze hadden echter ook gewoond in zijn huis en wisten wat hem bewoog toen Brutus inging op Cassius’ uitnodiging. De twee auteurs waren bevooroordeeld, zeker, maar kenden de feiten zoals weinig anderen.

Voor ik dit stukje afrond nog even een woord over Porcia: ze was de dochter van Cato de Jongere, de man die in Utica zelfmoord had gepleegd. Ook Porcia was betrokken bij de samenzwering. Ze zou het hard voor haar kiezen krijgen op de beruchte vijftiende maart 44 v.Chr.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CatoDeJongere #DecimusJuniusBrutus #dictator #Empylos #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusBibulus #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia

Het testament van Caesar

Vestaalse Maagden bewaarden het testament van Caesar (Antiquarium del Palatino, Rome)

Het was 13 september in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr. U weet, na dit intro, dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En het antwoord is dat hij zijn testament maakte.

Het is verleidelijk te denken dat hij zich realiseerde dat hij nog maar een half jaar te leven had. Het is zelfs niet uitgesloten. Wellicht had hij lucht gekregen van het complot van Gaius Trebonius. Caesar zal zeker hebben begrepen dat hij zijn tegenstanders weliswaar had verslagen, maar ze zelden voor zich had gewonnen. Ook moet hij hebben geweten dat veel van zijn partijgangers opportunisten waren. Anders gezegd, hij had de macht gegrepen maar slaagde er niet in een vorm te vinden waarin dat acceptabel was. De dictator-voor-tien-jaren was realist genoeg om te weten dat macht een morele fundering moest hebben. En daar schortte het aan. Suetonius vermeldt dat Caesar Spaanse bodyguards had “die hem overal met getrokken zwaard begeleidden”. Dat zegt voldoende. Het is goed mogelijk dat Caesar wist dat hij rekening moest houden met een moordaanslag.

Testament

Tegelijk is het mogelijk teveel te lezen in het opstellen van een testament. Een verstandig mens heeft zijn laatste wil immers ergens op papier staan. Dat was destijds niet anders dan nu. Het document dat Caesar in september 45 v.Chr. liet opstellen, was dan ook niet zijn eerste testament. Suetonius weet althans dat de dictator in 59 v.Chr. Pompeius tot erfgenaam had benoemd. Nu de Tweede Burgeroorlog voorbij was, had Caesar de gelegenheid om persoonlijke zaken als deze in alle rust te regelen in zijn buitenverblijf op de Albaanse Berg.

In zijn laatste testament noemde hij drie erfgenamen, de kleinzoons van zijn zusters. Aan Gaius Octavius vermaakte hij driekwart van zijn vermogen, aan Lucius Pinarius en Quintus Pedius samen het resterende vierde deel. Aan het eind van zijn testament regelde hij de adoptie van Gaius Octavius in de familie der Julii en schonk hij hem zijn naam.noot Suetonius, Caesar 83; vert. Daan den Hengst.

Dit laatste wil zeggen dat Gaius Octavius zich Gaius Julius Caesar mocht noemen. In de Late Oudheid zijn geschiedschrijvers de jongere Julius Caesar gaan aanduiden als Octavianus, en dat vermindert inderdaad de kans op misverstanden, zodat moderne historici die naam ook gebruiken. Vanzelfsprekend heeft Gaius Octavius dat niet gedaan. De magische naam die hij verwierf, was een nog groter geschenk dan driekwart van Caesars vermogen.

Een zoon van Caesar?

Caesar wees voogden aan voor het geval er een zoon van hem zou worden geboren, onder wie verscheidene van zijn moordenaars. Decimus Junius Brutus noemde hij zelfs onder de erfgenamen in tweede instantie. Aan het volk als geheel vermaakte hij zijn park aan de Tiber en aan iedere burger afzonderlijk driehonderd sestertiën.

Het zou interessant zijn te weten wat Caesar op het oog heeft gehad toen hij voogden aanwees voor het geval hem een zoon geboren zou worden. Misschien moeten we denken aan Caesarion, van wie Kleopatra claimde dat het Caesars zoon was. Maar die was al geboren en Suetonius zou Caesarion wel hebben genoemd. Of misschien gaat het om een kind waarvan Caesars echtgenote Calpurnia of de eerder genoemde Eunoë zwanger was. We weten het weer eens niet.

Monarchie?

Nog een punt: uit niets blijkt dat Caesar streefde naar het koningschap. Het was een gewoon testament, waarin een Romein een nieuw familiehoofd aanwees. Het lijkt er niet op dat Caesar in Octavianus een nieuwe dictator-voor-tien-jaren of iets dergelijks aanwees.

In ieder geval werd het testament in bewaring gegeven bij de Vestaalse Maagden. Niet zo vreemd. Hun huis grensde in Rome aan het huis waar Caesar, als hogepriester, gewoonlijk de nacht doorbracht. Het document lag dus in een kluis bij de buren.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Augustus #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #Eunoë #GaiusOctavius #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusPinarius #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #QuintusPedius #Suetonius #Vesta #VestaalseMaagden

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Zoals u straks zult zien, was Gaius Trebonius zeker niet in ongenade gevallen. Zijn motief om zich tegen Caesar te keren, is dan ook onduidelijk. Feit is dat hij in de zomer van 45 v.Chr. in Zuid-Frankrijk was en daar een complot tegen Caesar begon te beramen. Hij zocht daartoe contact met Marcus Antonius. In de eerste fase van de burgeroorlog was dat Caesars rechterhand geweest, maar hij had noch aan de Afrikaanse noch aan de Spaanse Oorlog deelgenomen. Toen Caesar zich de dictatuur-voor-tien-jaar had laten toewijzen, had hij als rechterhand Lepidus geprefereerd boven Marcus Antonius. Die lijkt op een zijspoor te zijn beland en had, zo lijkt het, een motief om zich van Caesar te ontdoen. Althans, zo zag Trebonius het.

De bronnen

Uit de aard der zaak weten historici over samenzweringen doorgaans weinig. Van dit voorval weten we echter uit iets meer uit een (overigens nooit uitgesproken) redevoering van Cicero, die deze enkele maanden na de moord op Caesar schreef. Cicero geeft aan dat het op dat moment algemeen bekend was dat Marcus Antonius in Narbonne met Trebonius plannen had gemaakt, en dat de twee mannen, toen Caesar was gedood, samen hadden staan praten.noot Cicero, Tweede Philippica 34. De Grieks-Romeinse biograaf Ploutarchos bevestigt dit en citeert Trebonius zelf:

Toen ze Caesar bij diens terugkeer uit Spanje tegemoet reisden, had Marcus Antonius als reisgenoot Trebonius’ tent gedeeld, en die had toen voorzichtig zijn mening gepeild. Antonius had Trebonius begrepen, maar was niet op zijn woorden ingegaan. Hij had echter niets tegen Caesar gezegd en had trouw over het gesprek gezwegen.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 13.

Misschien zijn ook andere vroege samenzweerders te identificeren: Aulus Hirtius, de man die als Caesars ghostwriter optrad en het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, en Decimus Junius Brutus, die met Trebonius Marseille had belegerd. Hun betrokkenheid valt niet te bewijzen, maar beiden waren op dat moment in Gallië en in elk geval Decimus Brutus zou een cruciale rol spelen bij de moordaanslag.

Hoe dit alles ook zij, Trebonius’ plan kwam tot niets: Marcus Antonius verlinkte Trebonius weliswaar niet maar weigerde ook zijn medewerking, en veel meer kwam er niet van. We weten niet met wie Trebonius nog meer contact heeft opgenomen en welke reacties er waren. Motieven kennen we evenmin. Maar dit staat vast: de samenzwering begon in Caesars inner circle.

De beloning van Trebonius

Ik schreef al dat Trebonius niet in ongenade was gevallen. Caesar zocht nog steeds naar vormen om zijn macht constitutioneel te laten lijken. Dat hij in z’n eentje consul was, was een affront voor elke republikeins denkende senator, dus vanaf 1 oktober zorgde hij ervoor dat de situatie weer zo normaal mogelijk was: vanaf die dag bekleedden Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius het consulaat. Caesar zou in het najaar van 45 ook magistraten aanwijzen voor de komende tijd, en Trebonius kreeg Asia toegewezen. Van die provincie zou de Romeinse geschiedschrijver Tacitus later opmerken dat ze makkelijk viel uit te buiten. Anders gezegd: Caesar beloonde zijn partijganger.

Sterker nog, hij stelde vertrouwen in Trebonius. Asia zou namelijk heel belangrijk worden als Caesar eenmaal zou beginnen aan de inmiddels steeds waarschijnlijker wordende Parthische Oorlog. Kortom, Trebonius behoorde zeker nog tot Caesars vertrouwelingen toen hij een complot begon te beramen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #AulusHirtius #Cicero #DecimusJuniusBrutus #Fréjus #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Narbonne #Ploutarchos #VIFerrata #XGemina