Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Zoals u straks zult zien, was Gaius Trebonius zeker niet in ongenade gevallen. Zijn motief om zich tegen Caesar te keren, is dan ook onduidelijk. Feit is dat hij in de zomer van 45 v.Chr. in Zuid-Frankrijk was en daar een complot tegen Caesar begon te beramen. Hij zocht daartoe contact met Marcus Antonius. In de eerste fase van de burgeroorlog was dat Caesars rechterhand geweest, maar hij had noch aan de Afrikaanse noch aan de Spaanse Oorlog deelgenomen. Toen Caesar zich de dictatuur-voor-tien-jaar had laten toewijzen, had hij als rechterhand Lepidus geprefereerd boven Marcus Antonius. Die lijkt op een zijspoor te zijn beland en had, zo lijkt het, een motief om zich van Caesar te ontdoen. Althans, zo zag Trebonius het.

De bronnen

Uit de aard der zaak weten historici over samenzweringen doorgaans weinig. Van dit voorval weten we echter uit iets meer uit een (overigens nooit uitgesproken) redevoering van Cicero, die deze enkele maanden na de moord op Caesar schreef. Cicero geeft aan dat het op dat moment algemeen bekend was dat Marcus Antonius in Narbonne met Trebonius plannen had gemaakt, en dat de twee mannen, toen Caesar was gedood, samen hadden staan praten.noot Cicero, Tweede Philippica 34. De Grieks-Romeinse biograaf Ploutarchos bevestigt dit en citeert Trebonius zelf:

Toen ze Caesar bij diens terugkeer uit Spanje tegemoet reisden, had Marcus Antonius als reisgenoot Trebonius’ tent gedeeld, en die had toen voorzichtig zijn mening gepeild. Antonius had Trebonius begrepen, maar was niet op zijn woorden ingegaan. Hij had echter niets tegen Caesar gezegd en had trouw over het gesprek gezwegen.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 13.

Misschien zijn ook andere vroege samenzweerders te identificeren: Aulus Hirtius, de man die als Caesars ghostwriter optrad en het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, en Decimus Junius Brutus, die met Trebonius Marseille had belegerd. Hun betrokkenheid valt niet te bewijzen, maar beiden waren op dat moment in Gallië en in elk geval Decimus Brutus zou een cruciale rol spelen bij de moordaanslag.

Hoe dit alles ook zij, Trebonius’ plan kwam tot niets: Marcus Antonius verlinkte Trebonius weliswaar niet maar weigerde ook zijn medewerking, en veel meer kwam er niet van. We weten niet met wie Trebonius nog meer contact heeft opgenomen en welke reacties er waren. Motieven kennen we evenmin. Maar dit staat vast: de samenzwering begon in Caesars inner circle.

De beloning van Trebonius

Ik schreef al dat Trebonius niet in ongenade was gevallen. Caesar zocht nog steeds naar vormen om zijn macht constitutioneel te laten lijken. Dat hij in z’n eentje consul was, was een affront voor elke republikeins denkende senator, dus vanaf 1 oktober zorgde hij ervoor dat de situatie weer zo normaal mogelijk was: vanaf die dag bekleedden Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius het consulaat. Caesar zou in het najaar van 45 ook magistraten aanwijzen voor de komende tijd, en Trebonius kreeg Asia toegewezen. Van die provincie zou de Romeinse geschiedschrijver Tacitus later opmerken dat ze makkelijk viel uit te buiten. Anders gezegd: Caesar beloonde zijn partijganger.

Sterker nog, hij stelde vertrouwen in Trebonius. Asia zou namelijk heel belangrijk worden als Caesar eenmaal zou beginnen aan de inmiddels steeds waarschijnlijker wordende Parthische Oorlog. Kortom, Trebonius behoorde zeker nog tot Caesars vertrouwelingen toen hij een complot begon te beramen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #AulusHirtius #Cicero #DecimusJuniusBrutus #Fréjus #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Narbonne #Ploutarchos #VIFerrata #XGemina

Caesar in Cádiz

Cádiz

Het was 12 april in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). U weet dus: u bent beland in een nieuwe aflevering van het feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals we drie weken geleden zagen, had hij na de slag bij Munda in Córdoba een bloedbad aangericht. Hij was nu echter heer en meester van de hoofdstad van Andalusië. Zijn tegenstander, garnizoenscommandant Sextus Pompeius, had met de cavalerie de stad ontruimd en probeerde nu te rendez-vousen met zijn broer, Gnaeus Pompeius. Die was bij Munda gewond geraakt en was op weg gegaan naar Carteia (bij Gibraltar). Hij raakte echter in de problemen.

De slag bij Lauro

Appianus vertelt daarover:

Pompeius wist na de nederlaag met 150 man ruiterij te ontsnappen naar Carteia, waar een vloot van hem lag, en liet zich, vermomd als een gewone burger, onopgemerkt in een draagstoel naar de werf brengen. Maar toen hij zag dat de mensen ook daar wanhopig waren, werd hij bang dat men hem zou uitleveren en vluchtte opnieuw, in een klein bootje. Bij het instappen raakte zijn voet verstrikt in een meertouw. Iemand wilde met zijn zwaard het touw doorhakken, maar raakte Pompeius’ voetzool in plaats van het touw. Zo voer hij weg naar een of andere plek, waar zijn wond verzorgd werd. Maar ook daar kwamen ze hem zoeken en hij vluchtte over een moeilijk begaanbaar pad vol doornige struiken die de wond verergerden, totdat hij uitgeput onder een boom ging zitten, waar zijn achtervolgers zich op hem stortten en hem met hun zwaarden doodden, hoewel hij zich moedig verweerde.noot Appianus van Alexandrië, Burgeroorlogen 2.105; vert. John Nagelkerken.

Uit het uittreksel uit het geschiedwerk van Titus Livius dat Florus maakte, weten we dat de plaats Lauro heette. De naam “slag bij Lauro” die je weleens tegenkomt, is, voorzichtig uitgedrukt, een beetje al te grandioos. De leider van de achtervolgers was Lucius Caesennius Lento, die verder bekend is als toneelschrijver. Na de dood van Caesar zou hij zitting nemen in een commissie die land verdeelde onder de veteranen.

De Guadalquivir bij Sevilla

Caesar in Cádiz

Ondertussen was Caesar uitgenodigd door de bewoners van Sevilla – of Hispalis, zoals het destijds heette – om de stad over te nemen. Niet veel verderop lag Lusitanië, een regio waar Caesar vele jaren eerder oorlog had gevoerd. Men was in Iberië zijn genadeloze aanpak niet vergeten en de zaken liepen volledig uit de hand.

Toen Caesar bij Hispalis was aangekomen, stuurde hij zijn legaat Gaius Caninius Rebilus met troepen naar binnen en sloeg zelf zijn legerkamp bij de stad op. Er was daarbinnen een behoorlijk grote groep aanhangers van Pompeius, die verontwaardigd waren omdat het garnizoen was binnengelaten buiten medeweten van ene Philo, de vurigste voorvechter van de Pompeiaanse partij, die in heel Lusitanië goed bekend was. Deze man vertrok onopgemerkt door onze troepen naar Lusitanië en ontmoette bij Lennium de inboorling Caecilius Niger, die een behoorlijk grote troep Lusitaniërs commandeerde. Hij keerde terug naar Hispalis en werd die nacht opnieuw via de muur de stad binnengelaten. Ze maakten het garnizoen en de wachters af, sloten de poorten en hervatten de gevechten.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 35; vert. Hetty van Rooijen.

Op 3 april nam Caesar de stad definitief in en twee dagen later bereikte hij Hasta, het huidige Jerez (van de sherry). Die stad viel op 8 april in zijn handen. Weer twee dagen later was Caesar in Cádiz. Ooit, lang geleden, aan het begin van zijn carrière, had Caesar hier een standbeeld zien staan van Alexander de Grote. Die had op zijn tweeëndertigste de wereld veroverd terwijl Caesar, op dat moment ook tweeëndertig, zich verbeet omdat hij een ambt bekleedde in een uithoek van een afgelegen Romeinse provincie. Althans, dat vertelt men. In elk geval: Caesar was in Cádiz op 10 april.

Twee dagen later arriveerden in Sevilla enkele ruiters, die meenden dat Caesar hier was. Garnizoenscommandant Gaius Caninius Rebilus stond ze te woord en vernam dat Gnaeus Pompeius was gedood. De ruiters brachten het lichaam. Omdat de mensen in Sevilla nog onrustig waren, toonde men hun het hoofd van de gesneuvelde.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier. Mijn bezoek aan Andalusië werd deels gefinancierd door V-Incentive.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlexanderDeGrote #Andalusië #Appianus #Cádiz #GaiusCaniniusRebilus #Gibraltar #GnaeusPompeiusJunior #Hispalis #JuliusCaesar #Lusitanië #Sevilla #SextusPompeius #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog

Caesar bezet Córdoba

Hoe de Romeinen omgingen met de hoofden van verslagen vijanden (Detail van de Zuil van Trajanus; afgietsel in het Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Het was 22 maart in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En na die constatering weet de trouwe lezer van deze blog genoeg: het is weet tijd voor het feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En u kunt ook wel vermoeden dat we verder gaan met de gebeurtenissen na de slag bij Munda.

Caesars mannen hadden met moeite gezegevierd en hadden de nacht doorgebracht op het slagveld, niet omringd door een muur van houten staken, zoals gewoonlijk, maar door een wal van buitgemaakte wapens en de lijken van de gesneuvelden. Uit de woorden van de auteur van De Spaanse Oorlog zouden we kunnen afleiden dat Munda als geheel werd omgeven door zo’n menselijke palissade.

Bovenop werden op zwaardpunten afgehakte hoofden van vijanden gerangschikt, allemaal naar de stad gekeerd. Deze uitstalling moest door haar aanblik de vijanden angst aanjagen, en ze tegelijk door een wal insluiten. Nadat ze zo de stad hadden omringd met speren en spiesen afkomstig van de lijken van de vijanden, begonnen de Galliërs haar te bestormen.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 32; vert. Hetty van Rooijen.

Met de Galliërs zijn door Caesar in Gallië gerekruteerde soldaten bedoeld. Dat kunnen ruiters zijn, maar ook de legionairs van V Alaudae en VI Ferrata. De ontering van afgehakte hoofden kwam in het Romeinse leger vaker voor, zie het plaatje hierboven.

De vlakte van Munda

De gebroeders Pompeius

Ondertussen reisde Gnaeus Pompeius Junior, de aanvoerder van het verslagen leger, naar Carteia (bij Gibraltar), waar hij rond 24 maart aankwam. Hij was gewond en moest zich laten verplaatsen in een draagkoets. Zijn aanwezigheid betekende dat Caesar ook naar het zuiden zou komen.

Sextus Pompeius, de broer van Gnaeus, was de commandant geweest van twee legioenen in Córdoba. Hij had inmiddels vernomen van de nederlaag van zijn broer en vertrok uit de Andalusische hoofdstad aan het hoofd van de cavalerie. Hij zal hebben gehoopt zich bij zijn broer Gnaeus te kunnen voegen, maar dat zou anders lopen.

Córdoba

De door Sextus Pompeius achtergelaten stad was verdeeld tussen een bevolking die vóór Caesar was en twee legioenen die van hem niets te verwachten hadden. Wie ook niets van Caesar mocht verwachten was Titus Quinctius Scapula die, zoals we al zagen, Caesars gouverneur Gaius Trebonius had verdreven.

Scapula riep zijn slaven en vrijgelatenen bijeen, liet voor zichzelf een brandstapel oprichten, de meest uitgelezen maaltijd serveren en de fraaiste kleden uitspreiden. Zijn slaven schonk hij ter plaatse geld en zilver. Zelf gebruikte hij daarop de maaltijd en begoot zich herhaaldelijk met hars en nardus. Op het allerlaatste moment gaf hij orders aan een slaaf en de vrijgelatene die zijn minnaar was geweest: de een moest zijn keel doorsnijden en de ander moest de brandstapel aansteken.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 33; vert. Hetty van Rooijen.

Caesar arriveerde op 21 maart bij Córdoba, vond de brug over de Guadalquivir bezet door soldaten van het leiderloze garnizoen, stak de rivier dus maar ergens anders over en sloeg het kamp op. In de stad braken gevechten uit tussen de achtergelaten legionairs en de stedelijke bevolking, die Caesars mannen binnenliet. De wanhopige garnizoenssoldaten wisten niet beter dan de stad in brand te steken maar werden overmeesterd en afgeslacht.

Krijgsgevangenen (Landesmuseum, Mainz)

Er zouden 22.000 doden zijn gevallen, vooral onder de door Sextus Pompeius vrijgelaten slaven. Zij wisten dat hun het kruis wachtte: de normale straf voor een opstandige slaaf. Caesar liet inderdaad alle bewapende vrijgelatenen doden en verkocht de rest. In de middag van 22 maart, vandaag 2069 jaar geleden, was hij meester van de Andalusische hoofdstad.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Córdoba #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #SextusPompeius #slagBijMunda #slavernij #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog #VAlaudae #VIFerrata

Gaius Julius Caesar (1): consul - Mainzer Beobachter

Het was onvermijdelijk dat ik een keer een overzichtsblog over Julius Caesar zou schrijven. Vandaag is het zover: deel één.

Mainzer Beobachter

De slag bij Munda (5)

Een trofee (Altes Museum, Berlijn) (denk ik)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten zege boekte op zijn republikeinse tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik hoe Caesars mannen na een urenlange strijd uiteindelijk de overhand kregen.

Een antieke veldslag, doorgaans gevochten met blanke wapens, kon ongelooflijk bloedig zijn. Als we lezen over rivieren die van het vergoten bloed rood kleurden, is dat niet altijd een hyperbool. De verslagen partij leed meestal enorme verliezen en dat was bij Munda niet anders.

De doden

De auteur van De Spaanse Oorlog schrijft:

Zo werden ze totaal verslagen en ze zouden de slag niet hebben overleefd, als ze hun toevlucht niet hadden gezocht in hun uitvalsbasis. In dit gevecht sneuvelden ongeveer dertigduizend man, zo niet meer, evenals Titus Labienus en Publius Attius Varus, die beiden meteen na hun dood begraven werden. Ook kwamen drieduizend Romeinse ridders om, zowel uit Rome als uit de provincie. Onze troepen verloren ongeveer duizend man, deels ruiters deels infanteristen; ongeveer vijfhonderd man werden gewond. Van de vijanden werden dertien adelaars buitgemaakt.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

Hoe deze body count tot stand is gekomen, is onbekend, maar er is geen reden te betwijfelen dat de veldslag eindigde in een bloedbad. De auteur van De Spaanse Oorlog, Appianus en Cassius Dio weten alle drie te melden dat Caesars soldaten de lijken van hun vijanden gebruikten als bouwmateriaal toen ze die avond een wal moesten aanleggen om hun op het slagveld aangelegde kamp. Het was te laat op de dag om nog naar het eigen kamp terug te marcheren, acht kilometer verderop.

Executies

Na de opmerking over de dertien buitgemaakte adelaars bevat de tekst van De Spaanse Oorlog een paar losse woorden waar geen chocola van te maken valt. We herkennen woorden als “standaards”, “roedenbundels” en “behandelde hen”. De twee eerste laten zich nog wel duiden: Caesars mannen maakten standaards en roedenbundels buit, waarbij aantallen genoemd zullen zijn geweest. De vraag is wie er hoe werden behandeld. De frase “behandelde hen als vijanden” komt echter vaker voor en past bij het gegeven dat nogal wat mannen hun claim op de Clementia Caesaris hadden verspeeld. Hoeveel mensen er zo om het leven zijn gebracht, is niet duidelijk.

In elk geval zal een deel van de manschappen van Pompeius die nacht op de vlucht zijn gegaan, richting Carmona en Sevilla. Anderen vonden hun toevlucht in Munda.

De legende van Munda

En zo had Caesar het bloedigste gevecht uit de Tweede Burgeroorlog gewonnen. Het had erom gehangen. Appianus vertelt

Uiteindelijk behaalde Caesar tegen de avond met grote moeite de zege. Toen heeft hij, zegt men, opgemerkt dat hij vaak voor de overwinning had gevochten, maar nu ook voor zijn leven.noot Appianus van Alexandrië, Burgeroorlogen 2.104; vert. John Nagelkerken.

Het “zegt men” betekent dat Appianus zich er niet aan wil committeren dat Caesar dit werkelijk heeft gezegd. Er was in zijn tijd inderdaad nogal wat legendevorming over de slag bij Munda. Publius Annius Florus, de auteur van een overzicht van de Romeinse oorlogen, insinueert dat Caesar tijdens de veldslag zelfmoord zou hebben overwogen. Het lijkt literaire dramatisering, maar niemand betwijfelt dat de dag van Munda inderdaad een drama is geweest.

En ik vraag me af: wat als de dichter Lucanus zijn gedicht over de Tweede Burgeroorlog zou hebben voltooid? We noemen het nu Pharsalia, maar dat is niet de titel die hij eraan gaf. Het heette vermoedelijk gewoon De burgeroorlog. Maar Lucanus kwam uit Córdoba en de slag bij Munda was de grootste én beslissende veldslag van de Tweede Burgeroorlog. Het zou het logische einde van zijn gedicht zijn geweest en als het voltooid was geweest, hadden we veel meer geweten.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Appianus #Carmona #CassiusDio #clementiaCaesaris #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAnnaeusLucanus #Munda #PubliusAnniusFlorus #PubliusAttiusVarus #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TitusLabienus #TweedeBurgeroorlog

De slag bij Munda (4)

Een zegevierende Numidische ruiter, zoals in Munda (Bardomuseum, Tunis)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar zijn republikeinse tegenstanders beslissend versloeg. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen zich moeizaam een weg omhoog vochten, tegen een heuvel op. De strijd ging urenlang gelijk op.

De generaals

Cassius Dio concentreert zijn verslag op de twee commandanten. Die konden allebei niet langer aanzien dat de strijd nu eens gunstig verliep voor de eigen partij, dan weer voor de tegenpartij. Daarom sprongen ze van hun paarden om te voet deel te nemen aan de strijd, hopend door hun fysieke aanwezigheid de balans te kunnen laten doorslaan in het voordeel van de eigen troepen.

De generaals namen dus zelf deel aan de strijd, maar dat leverde voor geen van beide legers voordeel op. Integendeel, toen de manschappen zagen dat hun aanvoerders deelden in het gevaar, overvielen ze elkaar met een nog grotere minachting voor de eigen dood en een nog groter verlangen tegenstanders te vernietigen. En dus sloeg geen van beide partijen op de vlucht. Ze waren zowel in vastberadenheid als fysieke kracht tegen elkaar opgewassen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.38.

De ommekeer: de rechtervleugel

Wat ervoor zorgde dat Caesars manschappen uiteindelijk als overwinnaars uit deze strijd kwamen, is moeilijk te zeggen. Onze bronnen spreken elkaar tegen. Hier is wat de auteur van De Spaanse Oorlog heeft te melden.

Hoewel ze even grote kracht bezaten, werden de vijanden door onze salvo’s massaal doorboord en sneuvelden ze bij hopen. Op de rechtervleugel stonden, zoals gezegd, de soldaten van het Tiende. Hoewel die met weinigen waren, joegen ze hun tegenstanders door hun moed en energie grote angst aan. Ze begonnen de vijand met kracht van zijn stelling te verdringen, zodat Pompeius daar ter versterking een legioen naartoe begon over te brengen, om te voorkomen dat onze mannen hen van opzij insloten. Zodra dit legioen in beweging kwam, begon ook Caesars ruiterij de vijandelijke linkervleugel te bestoken; daardoor konden de mannen van het Tiende onverschrokken vechten en kreeg de vijand geen kans om zijn linie te versterken.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

Kortom, volgens de auteur van De Spaanse Oorlog, die erbij was, kregen Caesars mannen de overhand doordat het Tiende Legioen een ommekeer forceerde op Caesars rechtervleugel. Misschien kunnen we toevoegen dat de legionairs inspiratie kregen toen Caesar met hen mee begon te vechten, al beweert Dio dat de fysieke aanwezigheid van de generaals geen rol speelde.

De ommekeer: de linkervleugel

Het verslag van Dio plaatst de ommekeer op de linkervleugel, waar de ruiters stonden van Caesars bondgenoot, koning Bogud.

Allen zouden zijn omgekomen of bij het vallen van de avond uiteen zijn gegaan zonder beslissing, ware het niet dat Bogud, die zich wat buiten het directe strijdtoneel bevond, zich begaf naar Pompeius’ kamp. Toen Titus Labienus dit zag, verliet hij zijn post om hem aan te vallen. De mannen van Pompeius veronderstelden nu dat Labienus op de vlucht sloeg en verloren de moed. Hoewel ze al snel de waarheid begrepen, wisten ze zich niet meer herstellen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.38.

Het is mogelijk dat beide verslagen betrekking hebben op dezelfde gebeurtenis, omdat het Latijn van De Spaanse Oorlog wat onduidelijk is. Dan is de cavaleriecharge die de vijandelijke druk op het Tiende Legioen pareerde, feitelijk Boguds aanval vanaf de eigen linkervleugel geweest op een verzwakte plek in Pompeius’ linies.

Feit is: Caesars manschappen wisten uiteindelijk meer druk op hun vijanden uit te oefenen dan zij op hen. En dus won Caesar de slag bij Munda.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Bogud #CassiusDio #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TitusLabienus #TweedeBurgeroorlog #XGemina

RealTimeCaesar - Mainzer Beobachter

De laatste jaren van Julius Caesar, van dag tot dag te volgen: steeds als er iets gebeurt, is er een blogje.

Mainzer Beobachter

De slag bij Munda (3)

Caesar (Museum van Korinthe)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten overwinning behaalde op zijn laatste republikeinse tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen, na tijdens een kilometerslange opmars een rivier te zijn overgestoken, zich hadden opgesteld aan de voet van een heuvelrug. Daarboven stonden de mannen van Gnaeus Pompeius Magnus, klaar om de aanval op te vangen.

Burgers tegen medeburgers

De auteur van De Spaanse Oorlog beschrijft het gevecht.

Aan onze kant stonden de mannen van het Tiende opgesteld op hun vaste plaats, de rechtervleugel, en die van het Derde en Vijfde met de rest, hulptroepen en ruiterij, op de linker. De strijdkreet werd aangeheven en het gevecht begon.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 30; vert. Hetty van Rooijen.

Cassius Dio last op dit punt een interessante observatie in: “ze voelden geen enkele wroeging meer om elkaar te doden, omdat ze al zo vaak tegenover elkaar hadden gestaan in de strijd”. Dat burgers hun medeburgers doodden, schokte Dio. De auteur van De Spaanse Oorlog, die deelgenomen had aan het gevecht, lijkt dit aspect van de burgeroorlog minder vermeldenswaard te hebben gevonden.

De strijd bij Munda

Hoewel onze mannen moediger waren, verdedigden de vijanden zich uit alle macht van bovenaf. Van weerskanten kwam luid geschreeuw en viel men aan met een regen van werptuigen, zodat onze mannen bijna hun vertrouwen op de overwinning verloren.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

De strijd bij Munda ging gelijk op: voor Caesar een ongebruikelijke situatie. In de gevechten in Farsalos, Zela en Thapsus hadden zijn mannen hun tegenstanders vanaf het begin van de strijd overweldigd. Cassius Dio noemt details die hij aan elke veldslag zou kunnen hebben ontleend.

Niemand wilde zich gewonnen geven. Ze bleven op hun plaats, strijdend of stervend, alsof ieder voor zich verantwoordelijk was voor de zege of nederlaag. Daarom zagen ze niet hoe hun bondgenoten vochten, maar streden ze alsof ze de enigen waren. Niemand slaakte een zucht of kreet, maar beide partijen riepen slechts “Sla ze! Dood ze!”, waarbij hun daden hun woorden overtroffen.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 43.37.

Dit moet uren hebben geduurd en de lijken stapelden zich op, letterlijk.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #CassiusDio #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog

RealTimeCaesar - Mainzer Beobachter

De laatste jaren van Julius Caesar, van dag tot dag te volgen: steeds als er iets gebeurt, is er een blogje.

Mainzer Beobachter

De slag bij Munda (2)

De soldaten die bij Munda vochten droegen zware schilden en pantserhemden, zoals deze re-enactors.

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten, beslissende overwinning behaalde op zijn tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik dat de soldaten aan beide zijden er niet gerust op waren. Gnaeus Pompeius Junior had zijn manschappen in de nacht opgesteld op een heuvelrug achter een rivier. En de voortekens voor Caesar waren slecht: het dier dat hij voor de strijd wilde offeren, bleek geen ingewanden te hebben.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116.

De opmars

Terwijl onze mannen in rustig tempo de stroom dichter naderden, bleven de vijanden consequent in de verdediging,

schrijft de auteur van De Spaanse Oorlog, die daarmee aangeeft dat Pompeius’ mannen op de heuvelrug afwachtten hoe hun vijanden de afstand van zeven, acht kilometer van hun kamp aflegden en de rivier overstaken.

Toen onze mannen het oplopende terrein aan de rand van de vlakte bereikten, stond de vijand boven hen gereed, zodat het zeer gevaarlijk was verder te gaan, de hoogte in. Caesar besefte dat en hij begon het terrein van hun opmars te beperken, om fouten door roekeloosheid te voorkomen.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 30; vert. Hetty van Rooijen.

Met “het terrein beperken”, locum definire, gebruikt de auteur een militaire jargonterm die we verder niet kennen. Vermoedelijk is bedoeld dat Caesar aangaf tot welk punt zijn manschappen mochten oprukken. Het kan zijn dat dit betekent dat zijn troepen niet recht op hun tegenstanders af kwamen marcheren, maar onder een hoek, zodat ze niet allemaal tegelijk aankwamen. In dat geval was het zinvol een lijn aan te wijzen tot waar iedereen mocht komen alvorens gelijktijdig de aanval in te zetten. Een andere interpretatie is dat Caesar pretendeerde bang te zijn en hoopte een aanval uit te lokken, zodat zijn tegenstanders hun gunstige positie verlieten.

Begin van het gevecht

Appianus lijkt te verwijzen naar Caesars pogingen de linie te ordenen of Pompeius’ manschappen neerwaarts te lokken, als hij het begin van de strijd beschrijft.

Caesar vertraagde zijn activiteit totdat Pompeius op een plek waar Caesar de situatie verkende, dichterbij kwam en hem uitschold voor een lafaard. Dat kon Caesar niet over zijn kant laten gaan en hij stelde zijn leger in slagorde. Hij gaf als wachtwoord weer “Venus” door, Pompeius koos “Eerbied”. Zodra ze slaags raakten, werd Caesars leger door vrees bevangen en bij die angst kwam ook nog aarzeling. Daarop hief Caesar zijn handen ten hemel, riep alle goden smekend aan ervoor te zorgen dat zijn vele indrukwekkende prestaties niet bezoedeld werden door deze eenmalige beproeving, en rende op de vijand af.

Hij vroeg zijn soldaten om steun, trok de helm van zijn hoofd, bezorgde hun door onder hun ogen tot die actie over te gaan een gevoel van schaamte en spoorde hen aan. Desondanks raakten zij hun vrees niet kwijt, totdat Caesar zelf het schild van  iemand greep en tegen de aanvoerders in zijn buurt zei: “Dit wordt voor mij het einde van mijn leven en voor jullie van jullie diensttijd.”noot Appianus, Burgeroorlogen 2.104; vert. John Nagelkerken.

Het oogt niet heel plausibel, maar het klinkt niet onwaarschijnlijk dat de soldaten aarzelden. Ze hadden met een kilo of vijfentwintig aan wapens en bepantsering al ruim zeven kilometer gelopen en hadden een rivier moeten oversteken. Nu moesten ze een heuvel op, terwijl ze met allerlei projectielen konden worden bestookt. Het is zeker niet onmogelijk dat Caesar, die de afgelopen weken zijn tegenstanders was gaan onderschatten, optimistischer was over het succes van de operatie dan zijn manschappen. Hij besloot dus het goede voorbeeld te geven.

In elk geval: de strijd begon. Het zal een uur of negen zijn geweest en het gevecht zou acht uur duren.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Appianus #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog

RealTimeCaesar - Mainzer Beobachter

De laatste jaren van Julius Caesar, van dag tot dag te volgen: steeds als er iets gebeurt, is er een blogje.

Mainzer Beobachter

De slag bij Munda (1)

De heuvelrug bij Munda

Het was de zeventiende maart van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En met die constatering weet u te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Na het blogstukje van eergisteren zal het u niet verbazen dat het de dag was van de slag bij Munda. Het is een van de grootste gevechten uit de Romeinse geschiedenis, groter dan bijvoorbeeld de slag bij Farsalos, maar minder beroemd. Dat heeft alles te maken met de bronnen. Die focussen op het conflict tussen Caesar en Pompeius Senior, dat in Farsalos werd beslist. Antieke bronnen gaan altijd vooral over personen. Voor de latere fasen van de Tweede Burgeroorlog was daarom minder aandacht.

Voor de slag

Onze voornaamste bron is bovendien weinig aantrekkelijk: het ooggetuigenverslag van de auteur van De Spaanse Oorlog. Geen groot auteur. Hij vertelt dat Gnaeus Pompeius Junior zijn troepen had opgesteld op de hoogte waarop ook Munda lag. “Vanaf de stad”, lezen we, “strekte zich een vlakte uit. Deze liep af naar een stroom, die het terrein voor hun nadering uiterst moeilijk maakte; want de grond bij de oever aan onze rechterflank was moerassig en vol modderkolken.” Het komt niet als een verrassing dat de auteur toevoegt dat sommige van Caesars manschappen bang waren, “omdat ze allemaal in een situatie waren beland waarin het onzeker was wat een uur later hun lot zou zijn”.

Aan de overzijde moeten soortgelijke afwegingen hebben bestaan. De voortdurende desertie van zijn manschappen had Pompeius gedwongen tot het aangaan van een gevecht dat hij liever zou hebben uitgesteld tot Caesars mannen door foerageproblemen uitgeput zouden zijn geraakt. Die zeventiende maart was nog niet het ideale moment voor een gevecht. Pompeius’ soldaten wisten dat het erop of eronder was: velen hadden, zoals we al constateerden, hun claim op de Clementia Caesaris verspeeld en wisten dat ze geen tweede kans zouden krijgen. Ze moesten op deze dag winnen en putten vertrouwen uit hun aantallen.

Pompeius’ slaglinie bestond uit dertien legioenen en werd op de flanken beschermd door ruiterij en zesduizend lichtbewapenden, aangevuld met bijna evenveel hulptroepen. Caesars troepen bestonden uit tachtig cohorten en achtduizend ruiters.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 30; vert. Hetty van Rooijen.

Dertien legioenen op volle sterkte waren 52.000 zwaarbewapenden. Caesars leger bestond uit de legioenen II, III Gallica, V Alaudae, VI Ferrata, X Equestris, XXI, XXVIII en XXX. Hun tachtig cohorten telden op tot 32.000 man. De aantallen waren duidelijk in het voordeel van Pompeius. Het zal echter niet hebben geholpen dat hij zijn leger in de nacht had opgesteld. De mannen hadden geslapen, maar minder dan Caesars manschappen. Terwijl laatstgenoemden het fanatisme van Pompeius’ soldaten vreesden, hadden ook die redenen om niet vooruit te zien naar het komende gevecht.

[Wordt vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier. Mijn bezoek aan Andalusië werd deels gefinancierd door V-Incentive.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #clementiaCaesaris #GnaeusPompeiusJunior #IIIGallica #JuliusCaesar #LegioXXI #LegioXXVIII #LegioXXX #Munda #ooggetuige #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog #VAlaudae #VIFerrata #XGemina

Gaius Julius Caesar (1): consul - Mainzer Beobachter

Het was onvermijdelijk dat ik een keer een overzichtsblog over Julius Caesar zou schrijven. Vandaag is het zover: deel één.

Mainzer Beobachter

Pompeius en Caesar bij Munda

De campagne bij Munda volgens Kromayer

Als ik u zeg dat het de idus van maart was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.), dan weet u dat dit een nieuwe aflevering is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In de voorgaande weken had Caesar zijn tegenstanders, die je kunt aanduiden als republikeinen die stand hielden in Spanje, of als Pompeianen die geen alternatieven meer hadden, overwonnen in verschillende gevechten. Hij had eerst Ulia ontzet. Een overval op Córdoba was niet gelukt, maar Ategua was bezet zonder al te veel gevechten. Zijn tegenstander Pompeius Junior had slechts enkele nauwelijks serieuze tegenaanvallen gedaan. Ucubis was op last van Pompeius in brand gestoken. Ventipo was zonder noemenswaardige problemen in Caesars handen gevallen. Carruca was door Pompeius zelf achtergelaten en in brand gestoken. Steeds meer soldaten liepen over naar Caesar en dat dwong Pompeius tot actie.

Waar lag Munda?

Op 16 maart, morgen 2069 jaar geleden, sloeg Pompeius onder de muren van het stadje Munda zijn kamp op. En hier is ons probleem: niemand weet waar Munda heeft gelegen. Na de veldslag verloor het aan betekenis en wordt het stadje vrijwel niet meer vermeld. In een opsomming van Andalusische coloniae spreekt Plinius de Oudere er al over in de verleden tijd. Ik heb de discussie vorig jaar uitgelegd.

Er zijn twee mogelijkheden voor de locatie. De ene optie is Montilla, wat betekent dat de afstanden tussen Ulia, Ategua en Munda korter zijn dan je zou verwachten op basis van de lengte van de campagne. De andere optie is westelijker, tussen Écija en Osuna. Op beide plekken zijn slingerkogels gevonden, en in het westen is een inscriptie die wat mij betreft de discussie in het voordeel van die locatie doet kantelen.

Het kamp van Caesar, als de westelijke locatie de juiste is

We weten eigenlijk alleen zeker dat er een rivier is geweest die de twee legers scheidde en dat Pompeius zijn mannen kon opstellen op een heuvelrug.

Caesars overmoed

De topografie is een probleem voor ons. Caesar had een ander probleem, al wist hij dat niet. Pompeius Junior had zich de voorgaande weken geen al te groot veldheer betoond. Caesar meende dat hij, met als tegenstander een mindere generaal, bij Munda extra risico’s kon nemen en zijn mannen niet alleen de rivier kon laten oversteken maar ook heuvelopwaarts hun vijanden kon laten aanvallen. C’était magnifique, mais ce n’était pas la guerre.

[Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier. Mijn bezoek aan Munda werd deels gefinancierd door V-Incentive.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Ategua #Écija #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #Montilla #Munda #Osuna #slagBijMunda #SpaanseOorlog #Spanje #TweedeBurgeroorlog

Gaius Julius Caesar (1): consul - Mainzer Beobachter

Het was onvermijdelijk dat ik een keer een overzichtsblog over Julius Caesar zou schrijven. Vandaag is het zover: deel één.

Mainzer Beobachter

Julius Caesar neemt Ategua

Reliëf van een Iberische ruiter, zoals Julius Caesar ontving uit Saguntum (Archeologisch Museum van Catalonië, Barcelona)

Als ik u zeg dat het 1984 was en als ik vertel dat de Tweede Kamer overwoog de dienstplichtigen vervelingstoeslag te geven, dan weet u dat bent beland in een blogje over een van Lenderings grootste frustraties: een jaar van je leven verspillen omdat de Russen mogelijk zouden komen. Iets plezierigs of voordeligs heb ik aan mijn soldatenbestaan nooit, nooit, nooit ontdekt. Nou ja, misschien één voordeel: ik denk te begrijpen wat er door de soldaten van Julius Caesar heenging toen ze 2069 jaar geleden het Iberische heuvelfort Ategua belegerden.

Ategua

De blokkade begon op 21 januari. Caesars mannen legden eerst belegeringswerken aan rond het stadje en vervolgens een reeks schansen om het eigen kamp te verdedigen. Grachten graven, wallen opwerpen, bomen kappen, takken verwijderen, palissades oprichten, dammen bouwen, schutdaken maken: het soldatenleven was in 45 v.Chr. bijna even saai als in 1984. Het verschil was natuurlijk dat Caesars manschappen wisten dat Gnaeus Pompeius Junior in de omgeving was.

Maar die deed hoegenaamd niets. Hij sloeg zijn kamp op in het zicht van de stad en toonde de adelaars van dertien legioenen, maar schoot Ategua niet te hulp. Een halve maand verstreek en pas op de vijftiende dag deed Pompeius een halfslachtige aanval op een afgelegen versterking.

Er werd bericht gestuurd aan Caesar in de hoofdbasis, waarop deze met drie legioenen uitrukte om zijn mannen in nood hulp te brengen. Bij zijn nadering vluchtten de vijanden in paniek, en velen werden gedood en niet weinigen gevangen genomen, onder wie twee centurio’s; bovendien vluchtten velen zonder hun wapens, en van hen werden tachtig schilden meegebracht.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 9; vert. Hetty van Rooijen.

De volgende dag, 5 februari, ontving Caesar versterkingen uit Italië en Saguntum, waarop Pompeius de aftocht liet blazen. Hij trok zich terug richting Córdoba. De auteur van De Spaanse Oorlog vertelt over de alledaagse dingen.

De volgende dag werden door onze soldaten twee soldaten uit Pompeius’ Inheemse Legioen gevangen genomen, die zeiden dat ze slaven waren. Bij hun komst werden ze herkend door soldaten die vroeger onder Fabius en Pedius hadden gediend … Men liet hun geen kans op vergiffenis en ze werden door onze soldaten gedood. In dezelfde tijd werden koeriers gevangengenomen die uit Córdoba naar Pompeius waren gestuurd en per ongeluk naar ons legerkamp waren gekomen. Men hakte hun de handen af en liet ze gaan. noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 10; vert. Hetty van Rooijen.

Er waren pogingen tot verraad, Pompeius probeerde nog even te interveniëren maar uiteindelijk liet hij Ategua wat het was. De stad capituleerde.

Op hetzelfde moment kwamen de stadsbewoners die al eerder als afgezanten naar buiten waren gekomen naar Caesar toe. Ze zeiden dat ze de stad de volgende dag zouden overgeven, als hij hun leven zou sparen. Hij antwoordde hun dat hij Caesar was en woord zou houden. Zo kreeg hij op 19 februari de stad in handen.noot Ps.Caesar, De Spaanse Oorlog 19; vert. Hetty van Rooijen.

De weg naar Málaga

Er zouden in de omgeving nog meer gevechten volgen, vrijwel allemaal om stadjes en dorpen langs de weg naar Málaga. Om een stadje dat Ucubis heette bijvoorbeeld, waar Pompeius burgers liet doden die hij ervan verdacht met Caesar te sympathiseren. Hij bereikte daarmee dat enkele van zijn eigen manschappen besloten naar Caesar over te lopen. De gevechten waren doorgaans kleinschalig, verliepen meestal in het voordeel van Caesar, werden afgewisseld met deserties en gingen aan de overgrote meerderheid van de soldaten voorbij. De meest opmerkelijke gebeurtenis was een ouderwets duel tussen twee kampioenen, dat eindigde door een cavaleriegevecht.

Gaandeweg kreeg Caesar meer vat op de weg naar Málaga. De auteur van De Spaanse Oorlog, die vooral belangstelling heeft voor de alledaagse gevechten en de persoonlijke moed van deze of gene, vermeldt niet dat langs die weg versterkingen arriveerden. Suetonius, die een goede roddel niet onvermeld zal laten, weet er echter meer van. Hij vertelt althans dat koning Bogud van Mauretanië zijn koningin Eunoë meenam, die een verhouding begon met de Romeinse dictator. Voor sommige mannen was de oorlog niet saai.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Andalusië #Ategua #Bogud #Eunoë #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #SpaanseOorlog #TweedeBurgeroorlog #Ucubis