De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Weergave van onthoofde vijanden uit Le Cailar (Musée de la romanité, Nîmes)

De aard van de hartelijke contacten met Marseille is niet helemaal duidelijk, maar het staat vast dat toen de Romeinen rond 386 v.Chr. (390 Varroniaans) een wijgeschenk stuurden naar Delfi, dit stond opgesteld in het schathuis van de Massilioten. Ook staat vast dat de Romeinen “Massiliotisch burgerrecht” kenden, dat vermoedelijk een soort Latijns burgerrecht was voor niet-Italische steden. De anekdote over de stichting van Marseille die ik onlangs aanhaalde, veronderstelt dat er al in de zesde eeuw v.Chr. contacten waren, maar dat kan terugprojectie zijn.

De Romeinen raakten pas echt in Gallia Transalpina geïnteresseerd tijdens de Tweede Punische Oorlog, dus na 218 v.Chr. Ze vielen toen de Karthaagse bezittingen op het Iberische Schiereiland aan, en ineens was de Provence van groot strategisch belang. Er lag al een oude handelsweg, waar de Romeinen in de loop van de tweede eeuw steeds meer vat op kregen door verdragen te sluiten met de volken in het achterland. Die weg stond bekend als de Weg van Herakles, omdat – zo dachten de Romeinen – de halfgod deze weg had genomen toen hij terugkwam uit Spanje met de runderen van Geryon. (Dat in het Spaanse deel van de kustweg tal van havensteden lagen die Melqart, de Herakles van de Feniciërs, als stadsgod hadden, suggereert een pre-Romeinse mythe.)

Gallo-Romeinse cavalerie in actie (Glanum)

Gallia Narbonensis

Wat verder naar het noorden vond ondertussen het staatsvormingsproces plaats, en met name de Arverniërs werden machtiger en machtiger. Dat bedreigde de Romeinse allianties met de volken langs de Weg van Hercules. Verder leefden in het achterland van Marseille de Salyes, die voor de aloude Romeinse bondgenoot steeds gevaarlijker werden. In 125 brak een oorlog uit, die al snel escaleerde. De Massilioten vroegen steun in Rome en de Salyes vroegen hulp van de Allobrogen, die leefden tussen Rhône en Alpen, en later voegden ook de Arverniërs zich bij deze coalitie. Na vier jaar won Rome deze oorlog, met vérstrekkende gevolgen: de legioenen waren vér naar het noorden opgerukt en er waren diplomatieke contacten met de Gallische staten rond de Arverniërs.

Rome moest gaan denken over een Transalpijnse politiek en die begon met de annexatie van de kuststrook. De hoofdstad was Narbonne en daarom heette de provincie Gallia Narbonensis, of kortweg “de provincie”: de Provence, zoals wij zeggen. Heel belangrijk was het plaveien van de Weg van Herakles, die vanaf 118 bekendstaat als Via Domitia. Een tweede route liep door Aquitanië en verbond Narbonne met Toulouse, Bordeaux en de Atlantische Oceaan, en een derde grote route leidden stroomopwaarts langs de Rhône richting Vienne en Lyon. Dit waren belangrijke handelscentra. Uit de jaren waarin Gallia Narbonensis ontstond, dateren ook de stichting van Aix-en-Provence, bestuurlijke wijzigingen in Glanum, en vermoedelijk nog veel meer maatregelen waarover we geen informatie hebben.

De Via Domitia in Narbonne

De organisatie van de provincie wierp haar vruchten af toen tegen het einde van de tweede eeuw v.Chr. de Kimbren en Teutonen arriveerden. Dit waren op drift geraakte groepen, grotendeels Germaans, waar de Romeinen het nog moeilijk mee hadden. Uiteindelijk wisten ze er in de Provence en op de Povlakte, gebieden waar de Romeinen hun eigen infrastructuur hadden opgebouwd, mee af te rekenen.

Caesar

In 58 v.Chr. trad Julius Caesar aan als gouverneur van Gallia Narbonensis en de Povlakte. Zoals bekend annexeerde hij de al bestaande Romeinse invloedssfeer ten noorden van Gallia Narbonensis, die destijds Gallia Comata heette, “langharig Gallië”. Het was een cultureel heel diverse regio, die door Caesar gemakshalve in drieën werd gedeeld (Aquitanië, het midden, Belgica) en voorzien van een volslagen kunstmatige oostgrens, de Rijn. Nadat hij deze regio “tot rust had gebracht” (namelijk de rust van een kerkhof) brak de Tweede Burgeroorlog uit, waarin Marseille het hard te verduren kreeg. Nîmes zou de oude havenstad overvleugelen.

Ereboog in Orange

Na de Tweede Burgeroorlog demobiliseerde Caesar zijn oudgedienden in enkele gereorganiseerde steden: in Narbonne vestigde hij veteranen van X Equestris, de oeroude Keltische stad Arles kreeg nieuwe burgers die hadden gediend in VI Ferrata, en ook in Fréjus vestigde hij voormalige soldaten, misschien oudgedienden van VIIII Hispana. De veteranen, afkomstig uit Italië en van de Povlakte, namen hun taal mee, zodat het Latijn nu snel won aan populariteit. Een generatie na Caesar zijn nog Latijns-Gallische namen als “Lucius Servilius Excingomarus” gedocumenteerd, maar in de Keizertijd was Latijn volkomen dominant en droeg iedere vrijgeboren man een Romeinse naam.

Parallel aan de talige romanisering veranderde ook het nederzettingenpatroon. Steeds minder mensen woonden in de aloude heuvelforten, steeds meer mensen in de Romeinse steden. Daartussen waren talloze grote, middelgrote en kleine boerderijen.

[Wordt morgenochtend vervolgd, maar eerst verneemt u hoe u mij aanstaande donderdagmiddag kunt zien optreden als banaan.]

#AixEnProvence #Allobrogen #Arles #Arverniërs #Bordeaux #Ensérune #Fréjus #GalliaNarbonensis #GallischeTaal #Geryon #Glanum #JuliusCaesar #Kimbren #Latijn #LeCailar #Lyon #Marseille #Narbonne #Nîmes #Provence #Rhône #Salyes #Teutonen #Toulouse #TweedeBurgeroorlog #TweedePunischeOorlog #VIFerrata #ViaDomitia #Vienne #VIIIIHispana #WegVanHerakles #XGemina

Was Hannibal bij Rochefort?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, heb ik de coronacrisis gebruikt om twee boeken over Karthago te schrijven. Het tweede – chronologisch het eerste – verschijnt in maart, heet De vergeten oorlog en gaat over de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.). Het eerste boek – chronologisch het tweede – heet Hannibal in de Alpen en gaat over de onmogelijkheid vast te stellen waar de Karthaagse generaal met z’n olifanten de Alpen is overgestoken. Het verschijnt min of meer nu.

Voor het goede begrip: de vraag waar Hannibal de Alpen overstak, is irrelevant. Het heeft desondanks niet aan wetenschappers ontbroken die beweerden de locatie van Hannibals Kraftakt te kennen. Meestal hadden ze al vastgesteld welke pas het moest wezen, en bogen ze daarna de weinige data zo dat die bij hun hypothese paste. Men redeneerde dus naar een conclusie toe. Aangezien de data niet alleen schaars zijn maar ook ambigu, passen ze bij elke hypothese en is er dus nul bewijs voor wat dan ook. Dit is gewoon slechte wetenschap.

In juli reisde ik met mijn zakenpartner door de Franse Alpen om nog een keer de diverse locaties te bekijken. Gekleed in een Tunesisch gewaad maakte ik zeven filmpjes, die er dankzij Kees Huijser ook nog een leuk uitzien. Eén ervan presenteerde ik al. Daarin leg ik uit dat we niet weten waar Hannibal de Rhône overstak, wat jammer is, omdat een noordelijke oversteekplek een sterk argument zou zijn tegen de hypothese dat hij altijd langs de Durance heeft willen trekken.

Vandaag een tweede filmpje, opgenomen bij Rochefort. Onze auteurs, Polybios en Livius, noemen allebei de stam der Allobrogen. Maar waar woonde die in 218 v.Chr.? Als we het heel zeker wisten konden we misschien concluderen dat Hannibals mannen langs de Isère en Arc naar de Mt Cenis zijn gegaan, Maar we hebben zoveel zekerheid niet.

U bestelt Hannibal in de Alpen hier.

[Wordt vervolgd]

#Allobrogen #boek #Durance #filmpje #Frankrijk #Hannibal #HannibalInDeAlpen #Isère #Polybios #Rochefort #TitusLivius #TweedePunischeOorlog

Vienne

De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)

In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.

Gallisch oppidum

Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.

Het heuvelfort was echter niet vergeten. Het oppidum bleek nuttig toen enkele jaren later de Kimbren en de Teutonen, twee Germaanse stammen, verschenen in de Provence. Toen generaal Marius deze Germaanse stammen had verslagen, werd de orde hersteld.

In 61 v.Chr. kwamen de Allobrogen, geleid door een zekere Catugnatus, in opstand. De inwoners van Vienne verdreven de Romeinen in hun stad; de ballingen vestigden zich in Lyon en keerden niet terug toen de Romeinen de orde voor de tweede keer herstelden.

Drie jaar later besloot Julius Caesar het gebied voorgoed te pacificeren, wat, zoals bekend, leidde tot de verovering van heel Gallië. Vienne bleef een belangrijke stad, die een gebied beheerste dat zich uitstrekte tot Genève. Lyon was echter belangrijker en de relaties tussen de twee steden waren slecht. Nog in 69 na Christus vroeg de bevolking van Lyon aan keizer Vitellius om Vienne te vernietigen, waar deze wijselijk niet op inging.

Romeinse stad

Keizer Augustus gaf Vienne, inmiddels de voornaamste stad van de grotendeels geromaniseerde Allobrogen, de rang van colonia. Dit betekende dat alle vrijgeboren mannelijke inwoners vanaf nu het Romeins burgerrecht bezaten. In 35 na Chr. bereikte de eerste bewoner van Vienne, Decimus Valerius Asiaticus, het consulaat.

Als colonia heette de stad nu Colonia Julia Augusta Florentia Viennensium. Zoals gebruikelijk wijdden de dankbare tot Romein gemaakten een heiligdom aan de keizer, de tempel van de divus Augustus et diva Roma, “de vergoddelijkte Augustus en de godin Roma”. (De tempel wordt tegenwoordig ook wel de tempel van Augustus en Livia genoemd.) Keizer Claudius noemde de stad “elegant versierd en sterk” en de dichter Martialis zegt hetzelfde in een van zijn epigrammen. Misschien was de elegantie een troost voor de ballingen die naar Vienne werden gestuurd, zoals de Joodse koning Herodes Archelaos, die vanaf 6 na Chr. hier zijn dagen sleet.

Late Oudheid

De stadsmuur vertelt iets over haar geschiedenis. Vienne had oorspronkelijk een muur met een lengte van zeven kilometer, maar in de derde eeuw – u weet wel, een crisistijd – werd een nieuwe muur gebouwd, slechts twee kilometer lang. Deze doorstond de invallen van de Germaanse Alamannen.

In het begin van de vierde eeuw, toen de keizers Diocletianus en Maximianus grote provincies opsplitsten in kleinere, werd Vienne de hoofdstad van de provincie Viennensis. De stad overvleugelde nu de aloude rivaal Lyon. Alleen Trier was in vierde-eeuws Gallië belangrijker. Keizer Valentinianus II woonde in Vienne en in de vijfde eeuw trok de relatieve welvaart de Bourgondiërs aan, die zich in dit gebied vestigden nadat hun hoofdstad Worms in 435 was ingenomen door Aetius en de Hunnen.

De Piramide van Vienne

Er zijn nog altijd wat monumenten te zien, zoals het theater, de tempel van Augustus en Roma/Livia en de Tuin van Cybele. Een ander monument staat bekend als De Piramide en markeerde ooit een keerpunt in de hippodroom. Volgens een plaatselijk verhaal was dit het graf van Pontius Pilatus, die in ballingschap naar Gallië zou zijn gestuurd. Dit is natuurlijk niets anders dan een vrome legende, maar de verwarring met Herodes Archelaos is begrijpelijk. Nederlandse fietsers ontmoeten hier weleens Françaises met een plastic tas vol lekkernijen.

#Allobrogen #Bourgondiërs #Claudius #GaiusMarius #HerodesArchelaos #JuliusCaesar #Kimbren #Martialis #PontiusPilatus #Rhône #Teutonen #ValentinianusII #Vienne #Vitellius

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Romeinse verovering

De Romeinen veroverden de vallei van de Rhône vanuit het zuiden en onderwierpen rond 120 v.Chr. de Allobrogen. Toen ze het gebied onder controle hadden, stichtten de Romeinen eerst de stad Vienna, het huidige Vienne. Dit werd het centrum waar kooplieden elkaar ontmoetten, maar na een Allobrogische opstand in (ik meen) 61 v.Chr. verplaatsten de Italische kooplieden hun kantoren van Vienne naar Lugdunum. In het volgende jaar, 60 v.Chr., kondigden de Helvetiërs aan dat ze stroomafwaarts langs de Rhône zouden trekken om zich in Aquitanië te vestigen. Ze zouden dus langs Lyon komen. Dat was voldoende voor de Romeinse generaal Julius Caesar om in te grijpen. In 58 veroverde hij de heuvel Fourvière, die verder een van zijn bases zou zijn tijdens de daaropvolgende oorlog in Gallië.

Lucius Munatius Plancus (Lugdunum musée, Lyon)

De stad werd in 43, na de dood van Caesar, door Lucius Munatius Plancus formeel georganiseerd als een colonia, een volksplanting. De nieuwe inwoners moeten veteranen uit de legioenen van Caesar zijn geweest. Lyon had enige tijd het privilege om zilveren munten te slaan, wat het noodzakelijk maakte om de stad te te voorzien van een garnizoen dat haar tegen overvallers beschermde. De Cohors XIII urbana zou twee eeuwen lang in Lyon blijven.

In de jaren dertig van de eerste eeuw v.Chr. reorganiseerden de Romeinen de Gallische gebieden die Caesar had veroverd. Ze maakten er drie provincies van en legden een netwerk van wegen aan. Generaal Agrippa, de rechterhand van Caesars opvolger Octavianus, legde belangrijke wegen aan: één van Lyon naar Bordeaux in het westen, één van Lyon naar Genève en Augst in het noordoosten, en één van Lyon naar het noorden. Deze laatste route splitst in een weg naar Reims in het noordwesten en een weg naar Trier en Keulen in het noordnoordoosten.

In 12 v.Chr. wijdden de Romeinen een altaar aan Roma en Augustus op de heuvel Croix-Rousse.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis 54.32.1. Elk jaar kwamen Gallische leiders hier samen om zaken te bespreken. De verovering was voorbij; Lyon was de hoofdstad van de Drie Galliës geworden.

De matres (Lugdunum musée, Lyon)

De Romeinse stad

Hoewel Lyon een belangrijk centrum van het Romeinse bestuur was, werd het nooit een stad zoals Karthago, Efese, Antiochië of Alexandrië. Toch besloeg het ongeveer 350 hectare en had het meer dan 30.000 inwoners (twee keer zo groot als Pompeii en ongeveer evenveel als Keulen), en werd het beschouwd als de grootste stad in Gallië na Narbo.noot Strabon, Geografie 4.3.2. Lyon had een forum, een tempel van Roma en Augustus, een heiligdom voor Kybele, een aquaduct, een theater, een odeon, een amfitheater en een circus voor wagenrennen. Het was echter vooral de plek waar allerlei handelaren en kooplieden elkaar ontmoetten.

Verschillende keizers en prinsen bezochten de stad. Toen Drusus de stad bezocht in 10 v.Chr., beviel zijn vrouw Antonia van een zoon, Claudius (de toekomstige keizer). Keizer Caligula verbleef in Lyon tijdens zijn noordelijke rondreis. In 68 na Chr. was de stad het centrum van de opstand van Vindex, die werd onderdrukt maar leidde tot de val van keizer Nero. Trajanus en Hadrianus, die de stad in 119 bezocht, bouwden monumenten. In 185 werd de toekomstige keizer Caracalla in Lyon geboren.

Het odeon

Een internationale stad als Lyon trok immigranten. Soms onvrijwillig, zoals Herodes Antipas, de Romeinse vazalvorst in Galilea, die hier in ballingschap moest. Van anderen weten we niet waarom ze zich vestigden in Lyon, al zal handel een reden zijn geweest. De christelijke gemeenschap, in 177 wreed vervolgd, was voor een groot deel Griekstalig.

Na de ongelukkige regering van Publius Helvius Pertinax (in de eerste maanden van 193) en de coup van Didius Julianus, was er de tegencoup van Septimius Severus, die een rivaal had in het westen, Clodius Albinus. Severus versloeg Albinus in een veldslag bij Lyon. Omdat het garnizoen van Lyon, de Cohors XIII urbana, de kant van de laatste had gekozen, beval Septimius Severus onderafdelingen van twee legioenen (VIII Augusta en XXII Primigenia) om voortaan als garnizoen van Lyon te dienen.

Christelijke grafsteen (Lugdunum musée, Lyon)

Late Oudheid

Na het midden van de derde eeuw werd de Rijngrens bedreigd en werd de zetel van de Romeinse regering verplaatst naar het noordoosten, waar Keulen, Mainz en Trier steeds belangrijker werden. Voor Lyon was dit het begin van een gestage neergang. Er was geen geld om het aquaduct, dat zo belangrijk was voor een grote stad, te herstellen. Toch werd de stad nog steeds bezocht door keizers (bijv. Constantijn de Grote) en usurpatoren (bijv. Magnentius, die in Lyon zelfmoord pleegde). Vienne overvleugelde Lyon.

Lyon groeide uit tot een belangrijk christelijk centrum, met een bisschoppelijk paleis aan de oevers van de Saône, een doopkapel en een kerk die was gewijd aan Johannes de Doper (de huidige kathedraal). Op de oude begraafplaatsen buiten de muren werden verschillende grafbasilieken gebouwd.

In 460 werd Lyon de residentie van de Bourgondiërs, die uiteindelijk in 532 door de Franken werden veroverd. Maar dat is een ander verhaal.

#Allobrogen #Augustus #Bourgondiërs #Caracalla #Claudius #ConstantijnDeGrote #Gallië #Helvetiërs #Kybele #LuciusMunatiusPlancus #LugdunumLyon_ #Lyon #Magnentius #MarcusVipsaniusAgrippa #martelarenVanLyon