De begrafenis van Julius Caesar (3)

De voorkant van de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam is verbrand.

[Het laatste van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

Op de middag na de moord op Julius Caesar was diens stoffelijk overschot in een draagstoel naar zijn huis achter het Forum Romanum gebracht. De menigte had luidruchtig geklaagd en gejammerd. Er waren ook mensen geweest die de daad met instemming hadden begroet, zodat de moordenaars konden denken dat de publieke opinie op hun hand was. Een enkele magistraat sloot zich bij hen aan. Ik vertelde al dat Lucius Cornelius Cinna, zijn ambtskledij had afgelegd omdat hij zijn ambt had gekregen van de dictator.

Wat er was aan sympathie voor de moordenaars, werd deels de kop ingedrukt door de soldaten van Lepidus en door Caesars veteranen. Toen diezelfde Cinna, gehuld in de ambtskledij die hij eerder had afgelegd, naar de Senaatsvergadering in de tempel van Tellus was gekomen, had hij moeten rennen voor zijn leven. De uitvaartplechtigheid op het Forum Romanum maakte dat de stemming in de stad ronduit vijandig was voor de moordenaars.

Geweld

Direct na de verbranding begaf de volksmenigte zich met fakkels in de hand naar de huizen van Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus. noot Suetonius, Caesar 85; vert. Daan den Hengst.

Aldus Suetonius, die toevoegt dat de vandalen werden weggejaagd voor ze tot geweld hadden kunnen overgaan. Het liep niet altijd goed af. Ploutarchos biedt een nare anekdote.

Een vriend van Caesar met de naam Cinna had, naar men zegt, de nacht ervoor een vreemde droom gehad. Hij droomde dat hij door Caesar te dineren werd gevraagd en dat hij, toen hij de uitnodiging afsloeg, door hem onwillig en tegenstribbelend bij de hand werd meegevoerd. Hij hoorde dat Caesars lichaam op het Forum werd verbrand, stond op en ging erheen om hem de laatste eer te bewijzen, hoewel hij ongerust was over de droom en koorts had. Bij zijn verschijnen zei iemand uit de massa zijn naam aan een ander die ernaar vroeg, en die weer aan een ander, en meteen ging het gerucht door de hele menigte dat die man een van Caesars moordenaars was. Onder de samenzweerders bevond zich immers een man die net als hij Cinna heette. In de veronderstelling dat hij die man was, stormden ze meteen op hem af en scheurden hem ter plaatse in stukken.noot Ploutarchos, Caesar 68; vert. Hetty van Rooijen.

Julius Caesar en de Joden

Het duurde nog lang voor de stad tot rust kwam.

In dit smartelijk vertoon van openbare rouw deelden de talrijke vreemdelingen die hem met hun volksgenoten, een ieder naar zijn gewoonte, bejammerden, in het bijzonder de Joden, die zijn graf zelfs nachten aaneen in groten getale bezochten.noot Suetonius, Caesar 85; vert. Daan den Hengst.

Caesar had veel gedaan voor de Joden en een Joods leger had in Egypte veel voor Caesar gedaan. Er is weleens beweerd dat de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4Q246 en die iemand vermeldt die “zoon van god” genoemd zal worden, verwijst naar Julius Caesar. Het is niet heel aannemelijk, maar volledig uitgesloten is het niet.

De vlucht van de moordenaars

In de volgende dagen vertrokken oud-bestuurders naar de provincies die Caesar hun had toegewezen. Caesars maatregelen waren immers bekrachtigd. Decimus Junius Brutus, die enkele dagen eerder nog had gefilosofeerd over vrijwillige ballingschap, reisde af naar de Gallische gewesten. Gaius Trebonius, die een jaar eerder de eerste was geweest om een samenzwering te beginnen, vertrok naar Asia. Misschien reisde hij samen met Lucius Tillius Cimber, die dezelfde kant op moest: naar de aangrenzende provincie Bithynië.

Ook Brutus en Cassius vertrokken.noot Suetonius, Caesar 85. Zij bleven nog even in de omgeving van Rome, in de hoop steun te vinden in de kleine stadjes. Daar kregen ze weliswaar steunbetuigingen maar geen geld. Senatoren als Cicero trokken zich terug op hun landgoederen. Zo was Marcus Antonius, die in Rome bleef, de voornaamste speler in het centrum van de macht. Als het compromis van 17 maart een wapenstilstand was geweest tussen de diverse partijen, dan was die veranderd in een overwinning van de factie van Caesar. Niet alleen Julius Caesar, maar ook de Romeinse republiek is 2069 jaar geleden ten grave gedragen.

Het zou nog even duren totdat de situatie veranderde – en dat ligt buiten het bestek van deze reeks, die immers gaat over de vraag wat Julius Caesar 2069 jaar geleden deed. Niettemin: ik heb nog vier blogjes voor u klaarstaan. Morgen een evaluatie: wie was Julius Caesar?

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #4Q246 #Cicero #DecimusJuniusBrutus #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCorneliusCinnaPraetor44 #LuciusTilliusCimber #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Suetonius

Na de moord op Julius Caesar (2): de moordenaars

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik hoe drie slaven het stoffelijk overschot van Julius Caesar brachten naar zijn huis op het Forum Romanum. Ik vertelde ook dat Marcus Antonius, Caesars mede-consul, zich had verkleed als slaaf en was ondergedoken. De moordenaars waren extatisch. Ze waren de enigen niet. Of beter: ze kregen positieve reacties en verkeerden nog enkele uren in de veronderstelling dat de bevolking achter hen stond.

Ze hadden echter al zoveel fouten gemaakt dat het al onmogelijk was de republiek nog te herstellen. Cicero zou later – en niet zonder reden – oordelen dat de samenzweerders hadden gehandeld met mannenmoed en kinderverstand. noot Cicero, Brieven aan Atticus 14.21. Suetonius legt uit wat verkeerd was gedaan:

Ze hadden het voornemen gehad na de moord Caesars lijk naar de Tiber te slepen, zijn bezittingen te confisqueren en zijn verordeningen nietig te verklaren, maar uit vrees voor de consul Marcus Antonius en [Caesars adjudant] Marcus Lepidus zagen zij daarvan af.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Door Marcus Antonius in leven te laten, hadden de samenzweerders in feite hun ondergang bezegeld. Als consul was Antonius de wettige gezagsdrager. Wie voorwendde op te komen voor de republiek, moest dus naar hem luisteren. Was het niet goedschiks, dan wel door dwang, want Marcus Antonius beschikte over een staatsapparaat waarin alle ambten waren vervuld. Weliswaar door benoeming, maar Caesar had een functionerend staatsapparaat nagelaten waarvan Marcus Antonius kon profiteren. De samenzweerders hadden verdere moorden niet aangedurfd, en zodoende iemand in leven gelaten die levensgevaarlijk kon zijn.

En verder: het stoffelijk overschot was er nog. Dat bood de aanhangers van Julius Caesar de gelegenheid voor een begrafenis – en dus een demonstratie.

Het Capitool

De samenzweerders hadden aanvankelijk niet in de gaten hoe slecht ze er voor stonden.

Brutus en de anderen trokken, nog verhit van de moordpartij, met de ontblote dolken in de hand in optocht van het Senaatsgebouw naar het Capitool. Ze leken niet op vluchtelingen, maar riepen stralend en vol zelfvertrouwen het volk op tot vrijheid en nodigden de aanzienlijkste mannen die hun tegemoet kwamen uit om zich bij hen aan te sluiten.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

Ze waren niet de enigen die naar het Capitool kwamen: ze namen de gladiatoren mee.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 92; Velleius Paterculus, Romeinse Geschiedenis 2.58. Brutus daalde nog af naar het Forum om daar een toespraak te houden.

Er werd een bijeenkomst van het volk belegd waarin de moordenaars lang en uitvoerig aan het woord waren, tegen Caesar en vóór de Republiek, en het volk vroegen niet de moed te verliezen of bang te zijn dat hun iets zou overkomen: “Wij hebben Caesar gedood, niet om zelf aan de macht te komen of om er op een of andere manier profijt van te trekken, maar om ervoor te zorgen dat jullie, Romeinen, geregeerd zullen worden zoals jullie verdienen, namelijk als vrije en onafhankelijke burgers.”noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21; vert. Gé de Vries.

Het was niet gelogen, maar het sprak de stadsbewoners niet aan – net zo min als vijf jaar eerder, toen de senatoren erop hadden vertrouwd dat de bevolking van Italië wel tegen Caesar en vóór de republiek zou willen vechten. Toen had dat appèl ook geen resultaat gehad. De gewone Romein had immers weinig te verwachten van aristocraten die, als ze niet ronduit corrupt waren, hun eigenbelang altijd lieten prevaleren. Men hield niet speciaal van Julius Caesar, maar men hield zeker niet van degenen die hem hadden vermoord en verantwoordelijk waren voor de onvermijdelijke nieuwe ronde burgeroorlogen. Cassius Dio typeert het:

Caesars moordenaars mochten dan verklaren dat zij, door hem uit de weg te ruimen, ook het Romeinse volk hadden bevrijd, maar in feite was hun complot een misdaad geweest en hadden ze Rome, dat eindelijk een stabiele regering had gekregen, in een diepe crisis gestort.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.1; vert. Gé de Vries.

Er zat voor de samenzweerders weinig anders op dan zich terug te trekken op het Capitool. Cassius Dio sneert dat ze het deden “om daar te bidden tot de goden”.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 44.21. De moordenaars hadden de slag om de publieke opinie verloren. En dus trok Marcus Antonius zijn slavenkleding uit en zijn toga weer aan.

Hij haalde de mannen die zich op het Capitool hadden verzameld over om naar beneden te komen en bood als onderpand zijn eigen zoon aan; bovendien vroeg hijzelf Cassius te eten en nodigde Lepidus Brutus uit.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

Het initiatief lag nu bij Marcus Antonius en hij zou het de volgende weken niet meer afstaan. Vanavond om 19:00 meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CassiusDio #DecimusJuniusBrutus #dictator #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusJuniusBrutus #Suetonius

Na de moord op Julius Caesar (1): familie

Portret van een Romeinse dame; Calpurnia zal zo’n kapsel hebben gehad (Museo Nazionale, Rome)

Het was 15 maart 44 v.Chr., Julius Caesar was dood en Marcus Antonius was de enige overlevende consul. En u wil weten wat Marcus Antonius vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was.

Dat was niet verheffend. Hij had zich door Gaius Trebonius aan de praat laten houden bij de ingang tot de zuilengalerij bij de Senaatszaal en was er dus niet bij geweest toen de samenzweerders Julius Caesar daar hadden doorgestoken. Omdat het niet onredelijk was aan te nemen dat hij zelf het volgende slachtoffer zou zijn, trok hij – althans volgens Ploutarchos – slavenkleding aan en verstopte hij zich.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14.

Paniek

Ondertussen heerste even verderop, in de Senaatszaal, enorme paniek. Ploutarchos vertelt verder:

Brutus trad naar voren om iets over de daad te zeggen, maar de senatoren hielden het niet langer uit. Ze snelden door de deur naar buiten en door hun vlucht sloeg bij het volk verwarring en radeloze angst toe. De mensen sloten hun huizen of lieten hun geldtafels en zaken in de steek. Ze renden naar de plaats des onheils om te zien wat er gebeurd was of juist weg daarvandaan, nadat ze het gezien hadden.noot Ploutarchos, Caesar 67; vert. Hetty van Rooijen.

Nikolaos van Damascus beschrijft de geruchtenstroom die, zoals te verwachten was, op dat moment losbarstte

Sommigen zeiden dat de gladiatoren bezig waren de Senaat af te slachten, anderen dat Caesar was vermoord en dat zijn manschappen waren begonnen met het plunderen van de stad. Sommigen hadden de ene indruk, anderen de andere. Niets was duidelijk, want er was een onophoudelijk tumult.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 93.

Het lichaam van Julius Caesar

Enorme chaos dus, daar in de Senaatszaal. Die na enkele minuten natuurlijk helemaal leeg was. Nikolaos van Damascus vertelt wat er gebeurde:

Het lichaam van Caesar lag precies waar het gevallen was, schandelijk bevlekt met bloed – een man die westwaarts was opgerukt tot aan Britannia en de Oceaan, en die van plan was oostwaarts op te rukken tegen de rijken van de Parthen en de Indiërs, opdat, als ook zij waren onderworpen, één rijk zou bestaan van alle land en alle zee onder het gezag van één enkele heerser. Daar lag hij echter. Niemand durfde te blijven om het lichaam te verwijderen. De vrienden die aanwezig waren geweest, waren op de vlucht geslagen, degenen die niet aanwezig waren geweest verborgen zich nu in hun huizen, of veranderden hun kleding en vluchtten naar het platteland.

Afgezien van Calvisius Sabinus en Censorinus was niet een van zijn vele vrienden bij hem – niet toen hij werd afgeslacht en niet daarna. En ook die twee moesten, hoewel ze zich verweerden toen Brutus en Cassius en hun volgelingen de aanval inzetten, vluchten voor de overmacht van tegenstanders. Alle anderen zorgden vooral voor zichzelf.

Even later legden drie slaven het lichaam in een draagstoel. Ze droegen het naar het Forum naar zijn huis. Omdat aan beide kanten de kap van de draagstoel naar achteren was gevallen, waren de slap afhangende handen en de wonden in het gezicht zichtbaar. Niemand kon bij het zien van de man die de laatste tijd als een soort god vereerd was geweest, de tranen nog bedwingen. Luid geween en geweeklaag vergezelde de slaven van alle kanten. Er stonden rouwenden op de daken, in de straten en in de portalen.

Toen ze Caesars huis naderden, hoorde ze nog luider gejammer, want zijn echtgenote Calpurnia snelde met enkele vrouwen en bedienden naar buiten, riep haar man aan en betreurde het ongeluk. Ze had hem tevergeefs aangeraden die dag niet uit te gaan en hem was een veel erger lot beschoren geweest dan ze ooit had verwacht.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 95-96.

Lijkbezorging

De drie slaven namen ook zijn papieren mee, en vonden de waarschuwing die Artemidoros van Knidos Caesar nog in de hand had gedrukt.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116. Eenmaal thuis zal men het lichaam hebben gewassen en door een arts laten onderzoeken. Ook werd een lijkmasker gemaakt.

Onder al die wonden werd er slechts één gevonden die naar het oordeel van de arts Antistius dodelijk was, de tweede, die hem was toegebracht in de borst.noot Suetonius, Caesar 82; vert. Daan den Hengst.

Tot zover de gebeurtenissen van die middag, voor zover ze Caesars familie betreffen. Maar de moordenaars hadden ook nog dingen te doen. Daarover blog ik om 14:00.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Antistius #ArtemidorosVanKnidos #Calpurnia #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #NikolaosVanDamascus #Ploutarchos

De moord op Julius Caesar (5): offers

Julius Caesar; portret uit Nijmegen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De samenzweerders hadden lang staan wachten, maar eindelijk arriveerde Julius Caesar. In zijn gezelschap was Marcus Antonius, zijn mede-consul. Veel soldaten waren er niet. Caesar had zijn lijfwacht immers ontbonden en Marcus Aemilius Lepidus, de adjudant van de dictator, was net die ochtend met wat troepen de stad uitgegaan om zich te voegen bij het leger dat al op weg was naar het oosten. De samenzweerders moeten opgelucht adem hebben gehaald: de gladiatoren die ze voor de zekerheid achter de hand hielden, zouden niet nodig hoeven zijn. Maar toen gebeurde er iets dat de aanwezigen de schrik om het hart deed slaan. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus vertelt:

Toen Caesar uit de draagstoel stapte, nam Popilius Laenas hem apart om hem over iets dringends te spreken. Wat ze zagen maakte de samenzweerders aan het schrikken, vooral toen het zo lang duurde, en ze maakten elkaar met hoofdknikken duidelijk dat ze zichzelf zouden doden voor ze gegrepen werden. Maar in de loop van het gesprek kregen ze de indruk dat Laenas geen dingen aan Caesar onthulde, maar eerder aandrong op iets wat hij van hem had gevraagd; daarop waren ze opgelucht en vatten weer moed toen ze zagen dat hij na het gesprek vriendelijk afscheid nam van Caesar.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.116; vert. John Nagelkerken.

Ondertussen wist Gaius Trebonius, die ooit had geprobeerd Marcus Antonius te winnen voor het complot, Caesars mede-consul te onderscheppen. Antonius was een potige man en ervaren vechter, die de samenzweerders liever niet tegenover zich hadden. Bij de ingang van de zuilengalerij wist Trebonius een praatje met hem aan te knopen.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.117. Ondertussen wandelde Caesar verder. Als hoogste aanwezige magistraat was het nu zijn taak om, voordat de vergadering begon, een offer te brengen. De Senaat kon immers alleen samenkomen als er goddelijke zegen op rustte. Het mocht niet zo zijn.

Caesar offerde verscheidene dieren, maar ging, toen hij geen gunstige voortekens kon krijgen, het Senaatsgebouw binnen zonder zich van dit godsdienstige bezwaar iets aan te trekken. Lachend noemde hij Spurinna een leugenprofeet, omdat de iden van maart waren aangebroken zonder dat hem iets was overkomen. Maar Spurinna antwoordde: “Aangebroken wel, nog niet voorbij.”noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

En zo betrad Julius Caesar, met slechte voortekens en zonder lijfwacht of mede-consul, de Senaatszaal. Alle aanwezigen stonden op hem te begroeten.noot Nikolaos van Damascus, Augustus 88; Ploutarchos, Caesar 66.

Over een kwartier meer.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #dictator #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #MarcusAemiliusLepidus #MarcusAntonius #NikolaosVanDamascus #offer #Ploutarchos #PopiliusLaenas #Spurinna

De moord op Julius Caesar (2): de situatie

De samenzweerders hoopten Caesar bij een verkiezingsbrug als deze te doden (© American Numismatic Society)

Vandaag is het 2069 jaar geleden dat moordenaars afrekenden met Julius Caesar en een nieuwe ronde burgeroorlogen ontketenden. Die vijftiende maart 44 v.Chr. geldt als de dag uit de oude geschiedenis waarover we het beste zijn geïnformeerd. Ik ga u meenemen, van uur tot uur. Maar eerst nog even een zeer korte situatiebepaling.

Het dilemma van Julius Caesar

Om te beginnen: Julius Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de officiële legers van de Romeinse republiek verslagen. Er waren nog verzetshaarden in Iberië en Syrië, maar die zouden vroeg of laat doven. Caesars feitelijke probleem was dat zijn macht, gebaseerd op het vernieuwde leger en een netwerk van partijgangers, te groot was om nog te passen in welke vorm van republikeins bestuur ook. Tegelijk wilde hij het imperium wel laten functioneren. Daartoe nam hij hervormingsmaatregelen en stelde hij zich verzoenend op tegenover zijn tegenstanders, waaronder competente bestuurders waren die bereid waren samen te werken met het nieuwe regime.

Er waren geruchten – in onze bronnen ook nadrukkelijk gepresenteerd als geruchten – dat Caesar verlangde naar de koninklijke waardigheid. De aanleiding zou kunnen zijn geweest dat hij koninginnen, Kleopatra van Egypte en Eunoë van Mauretanië, als maîtresses had. Die zouden hem op het idee hebben gebracht. Ik vermoed dat het inderdaad slechts geruchten waren, want Caesars macht was vele malen groter dan die van de koningen van zijn tijd. Hij koos voor de permanente dictatuur, een ambt dat ruwweg constitutioneel was, als de vorm waarin hij zijn alleenheerschappij wilde gieten.

Tegelijk nam hij zich voor om Rome te verlaten voor een oorlog tegen de Daciërs en de Parthen, waarbij hij ook Syrië tot rust wilde brengen. Ter voorbereiding had hij de legioenen marsorders gegeven en magistraten aangewezen voor de komende drie jaar. Veel senatoren zagen deze poging tot stabiel bestuur als een bedreiging. Tot dan toe had het erop geleken dat Caesars uitzonderlijke positie tijdelijk was, net zoals die van Sulla, maar de combinatie van permanente dictatuur en benoemingen voor de voorzienbare toekomst suggereerde dat de republiek nooit meer hersteld zou worden. Caesar moest worden vermoord, er was voor republikeinen geen alternatief, en omdat hij voor langere tijd afwezig zou zijn, moest de aanslag plaatsvinden vóór hij afreisde naar zijn leger.

Moordplannen

Twee groepen samenzweerders, de ene geleid door Gaius Trebonius en de andere door Gaius Cassius Longinus, hadden samen met Marcus Junius Brutus (het respectabele “gezicht” van de complotteurs) geconcludeerd dat de dictator moest sterven. Caesars biograaf Suetonius weet daar meer van.

Eerst aarzelden de samenzweerders of zij twee groepen zouden vormen, zodat op het Marsveld, wanneer Caesar bij de verkiezingen de kiezers naar de stembus riep, de ene groep hem van de brug af zou kunnen werpen en de andere hem zou opvangen en doden, of dat ze hem zouden aanvallen hetzij op de Via Sacra hetzij bij de ingang van het theater. Maar toen er een Senaatszitting werd uitgeschreven voor 15 maart in de Senaatszaal van Pompeius, gaven zij zonder bedenken aan die gelegenheid en plaats de voorkeur.noot Suetonius, Caesar 80; vert. Daan den Hengst.

De genoemde brug zorgde ervoor dat iemand ongehinderd zijn stem kon uitbrengen; zie de foto hierboven. De plek was symbolisch: door Caesar hier te doden, maakten de samenzweerders duidelijk te strijden voor een eerlijk politiek leven. Het nadeel was dat er veel mensen zouden zijn die met de dictator sympathiseerden. Dat nadeel was er niet in de door Pompeius ingerichte Senaatszaal.

Wordt om 9:30 vervolgd.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #aanleiding #CampusMartius #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #MarcusJuniusBrutus #Marsveld #Suetonius

Brutus en Cassius en de anderen

Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

Caesars aankondiging dat hij dictator perpetuo zou zijn, “permanent dictator”, overtuigde Cassius er echter van dat Caesar vermoord moest worden. “In Cassius’ natuur,” luidt Ploutarchos’ niet geheel overtuigende verklaring, “bestond van meet af aan vijandschap en haat tegen alle tirannie.”noot Ploutarchos, Brutus 9; vert. Hetty van Rooijen. Als Caesar op 18 maart zou vertrekken naar het oosten, om daar de Parthen te bestrijden, was er geen enkele kans meer dat de republiek ooit hersteld zou worden.

Cassius versus Brutus

Cassius herkende echter wel de moeilijkheden. In de eerste plaats: hij moest samenwerken met de aanhangers van Caesar, omdat zij wisten waar Caesar wanneer zou zijn. In de tweede plaats: de samenzwering moest een leider hebben van onbesproken gedrag en groot moreel gezag. Alleen zo viel na afloop de publieke opinie te overtuigen dat de moord noodzakelijk was geweest. In de derde plaats: zo’n leider was er – het was Brutus – maar met hem had Cassius nu net ruzie.

Beide mannen hadden namelijk in 45 v.Chr. gedongen naar het ambt van praetor urbanus, en Brutus had deze voorname juridische functie verworven. Dat zat Cassius niet lekker, maar hij zette zich over zijn bezwaren heen. Het zal hebben geholpen dat Cassius was getrouwd met Brutus’ zus Junia, maar over haar rol is minder bekend dan we zouden willen weten.

Cassius en Brutus

Dankzij Ploutarchos’ Brutus weten we hoe het eerste gesprek verliep.

Nadat ze zich verzoend hadden en weer vrienden waren geworden, vroeg Cassius Brutus of hij van plan was op 1 maart de Senaatszitting bij te wonen. Hij had namelijk gehoord, zo zei hij, dat Caesars vrienden dan met een voorstel zouden komen om hem koning te maken.noot Ploutarchos, Brutus 10; vert. Hetty van Rooijen.

Brutus antwoordde dat hij het gerucht kende – na het incident met de diadeem op het standbeeld was het moeilijk geen vermoedens te hebben – en dat dit voornemen hem verontrustte. Daarop attendeerde Cassius zijn gespreksgenoot op de affiches die Brutus in de stad gezien moest hebben. Allerlei voorname of in elk geval geletterde mensen riepen Brutus daarin op te leven zoals zijn voorvader, die vijf eeuwen eerder de laatste koning uit Rome had verjaagd. Brutus, die begreep dat er al plannen waren, sloot zich nu aan bij de samenzwering.

Wat wist Caesar?

Het staat vast dat Caesar op de hoogte was. Ik citeerde al de woorden van Suetonius dat hij per edict liet weten dat hij wist van de plannen en ik wees er ook al op dat hij meermalen zijn mening gaf dat zijn dood alleen maar zou leiden tot een catastrofe zonder weerga. We weten dat ook Marcus Antonius en een aanstormend talent genaamd Publius Cornelius Dolabella verzet overwogen.

Eens, toen Caesar verteld werd dat Antonius en Dolabella revolutionaire plannen hadden, zei hij dat die dikke en langharige kerels hem geen zorg baarden, maar wel die bleke en magere, waarmee hij doelde op Brutus en Cassius.noot Ploutarchos, Brutus 8; vert. Hetty van Rooijen.

Desondanks ontbond Caesar zijn Spaanse lijfwacht. Hij had immers van de Senaat een eed van trouw gekregen, vertrouwde erop dat iedereen voldoende gezond verstand had om te weten dat moord niets zou oplossen, en betoonde zich verder zo constitutioneel als onder de omstandigheden mogelijk was. Het koningschap was geen optie; als er überhaupt al waarheid heeft gescholen in het gerucht over een vergadering op 1 maart om hem die titel te geven, is die bijeenkomst niet doorgegaan.

Het netwerk

Ondertussen zochten Brutus, Cassius en Trebonius naar steun.

Ze  peilden heimelijk bekende mannen die ze vertrouwden en betrokken die bij hun plan. Ze kozen niet alleen intieme vrienden, maar iedereen van wie ze de durf, moed en doodsverachting kenden. Daarom hielden ze hun plan verborgen voor Cicero. Ze kenden hem weliswaar als de betrouwbaarste en grootste voorstander van hun zaak, maar het ontbrak hem van nature aan durf en met de jaren had hij bovendien de behoedzaamheid van een oude man gekregen, zodat hij alles tot in  details berekende met het oog op de uiterste veiligheid. noot Ploutarchos, Brutus 12; vert. Hetty van Rooijen.

Het netwerk groeide. Oude aanhangers van Caesar voelden zich, nu Brutus meedeed, vrij mee te doen. Behalve Gaius Trebonius waren dat Decimus Junius Brutus, Lucius Tillius Cimber, de twee broers Servilius Casca en nog anderen. Daarnaast waren er de oude tegenstanders van Caesar, zoals Brutus en Cassius en Porcia. En tot slot waren er opportunisten, zoals de Quintus Ligarius over wie ik het al eens had.

Ondanks aller hulp had het complot ook tot niets kunnen leiden. Weliswaar broeide het in de stad en was menigeen op de hoogte, maar de meeste senatoren zaten niet in het complot. Caesar mocht erop hopen dat iedereen zou begrijpen dat een moord alleen maar zou leiden tot nieuwe burgeroorlogen. Het was dus nog steeds mogelijk dat Caesar, zoals hij van plan was, kon afreizen naar het oosten en de gevaarlijke situatie in Rome achter zich zou laten.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Cicero #DecimusJuniusBrutus #dictator #Eunoë #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusTilliusCimber #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia #praetorUrbanus #PubliusCorneliusDolabella #QuintusLigarius #ServiliusCasca #Suetonius

De samenzweringen tegen Julius Caesar

Brutus, een van de moordenaars van Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het was 44 v.Chr. In Rome bekleedden Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat. En met die mededeling vermoeden de trouwe lezers van deze blog dat ik hun zal vertellen wat Julius Caesar 2069 jaar geleden aan het doen was. Normaal gesproken zou dat ook zo zijn, al was het maar omdat dit het honderdvijftigste blogje is in deze reeks. Vandaag verleg ik echter de aandacht naar de samenzweerders. We weten namelijk vrij veel over de wijze waarop ze een complot aan het smeden waren.

Samenzwering één: Cassius

Drie jaar eerder was in Tarsos al een moordaanslag mislukt. Gaius Cassius Longinus, oudgediende in de legers van Crassus en Pompeius, had aan de monding van de rivier de Kydnos klaar gestaan om Caesar, die per schip zou arriveren, bij aankomst te doden. Het beoogde slachtoffer was echter aan de overzijde van de rivier van boord gegaan. Daarna had Cassius loyaal met Caesar mee gevochten in de slag bij Zela en zijn carrière verder voortgezet.

Zo waren vele senatoren: eigenlijk tegen Caesar, maar vooral vóór de eigen loopbaan. Cicero was ook zo iemand. Deze mannen waren die tijdens de Tweede Burgeroorlog tegen Caesar geweest, hadden begrepen dat ze die oorlog hadden verloren en hadden zich geschikt in de nieuwe situatie. Omdat Caesar het imperium wilde besturen en senatoren wilden profiteren van bestuursfuncties, vielen de belangen samen. Deze senatoren zullen ontevreden zijn geweest, maar zullen ook hebben gedacht dat Caesar, net als Sulla voor hem, niet eeuwig dictator zou zijn. In de eerste weken van 44 v.Chr. bleek dat dat een misrekening was geweest: Caesar koos immers wél voor de permanente dictatuur.

Samenzwering twee: Trebonius

We weten ook dat in de zomer van 45 v.Chr. een trouwe aanhanger van Caesar, Gaius Trebonius, de tijdelijk in ongenade gevallen Marcus Antonius had gepolst. Deze had geweigerd mee te doen maar had ook geweigerd het aan Caesar te rapporteren. Wie Trebonius nog meer wist te werven, is onbekend, maar Decimus Junius Brutus is een plausibele gok: hij en Trebonius hadden samen Marseille belegerd en waren in de zomer van 45 v.Chr. allebei in Gallië. In elk geval: er was onder Caesars eigen partijgangers een netwerk waar men sprak over een aanslag.

Vermoedelijk waren deze senatoren ontevreden met de situatie, maar ze kwamen niet in actie. Ze zouden immers niet gelden als bevrijders of tirannenmoordenaars, maar als verraders van de leider van hun eigen factie. Ik stel me voor dat ook zij zichzelf voorhielden dat de weinig ideale situatie niet eeuwig zou duren en dat het een kwestie was van afwachten tot Caesar zijn ambt zou neerleggen. Ook deze groep zal geschokt hebben gereageerd toen Caesar liet merken dat de permanente dictatuur zijn oplossing was voor het constitutionele probleem en dat hij naar het Parthische front zou vertrekken.

Brutus

Wie ik tot nu toe niet noemde, was de misschien wel bekendste samenzweerder: Marcus Junius Brutus. Zijn vader was in opdracht van Pompeius uit de weg geruimd, maar dat had hem niet belet in de Tweede Burgeroorlog partij te kiezen tegen Caesar.

Brutus achtte het zijn plicht het algemeen belang boven zijn persoonlijke gevoelens te stellen, en omdat hij geloofde dat Pompeius een beter motief voor de oorlog had dan Caesar sloot hij zich bij hem aan. Toch had hij voor die tijd zelfs niet tegen Pompeius gesproken wanneer hij hem tegenkwam, omdat het hem een gruwelijke misdaad leek te spreken met de moordenaar van zijn vader.noot Ploutarchos, Brutus 6; vert. Hetty van Rooijen.

De bronnen

Over de rol van Brutus is heel erg veel bekend omdat Ploutarchos een biografie aan hem heeft gewijd. Daarin is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de wijze waarop Brutus betrokken raakte bij het complot. En die beschrijving is vrijwel zeker heel betrouwbaar.

Ze gaat namelijk terug op twee eerdere bronnen. De eerste is geschreven door een huisgenoot van Brutus, een zekere Empylos, die een tekst had geschreven over de moord op Caesar. Ploutarchos typeert deze bron als kort maar voortreffelijk. De tweede bron van Ploutarchos’ Brutus is een biografie, geschreven door Brutus’ stiefzoon Lucius Calpurnius Bibulus. Dit was de zoon van de Bibulus die in 59 v.Chr. met Julius Caesar consul was geweest en die in de Tweede Burgeroorlog de vloot van de Senaat had gecommandeerd. Na de dood van Bibulus Senior – ik blogde er over – was zijn echtgenote Porcia getrouwd met Brutus.

Bibulus Junior schreef dus Ploutarchos’ tweede bron. Hij en Empylos hadden redenen de gebiografeerde in een gunstig daglicht te plaatsen, wat misschien niet pleit voor hun objectiviteit. Ze hadden echter ook gewoond in zijn huis en wisten wat hem bewoog toen Brutus inging op Cassius’ uitnodiging. De twee auteurs waren bevooroordeeld, zeker, maar kenden de feiten zoals weinig anderen.

Voor ik dit stukje afrond nog even een woord over Porcia: ze was de dochter van Cato de Jongere, de man die in Utica zelfmoord had gepleegd. Ook Porcia was betrokken bij de samenzwering. Ze zou het hard voor haar kiezen krijgen op de beruchte vijftiende maart 44 v.Chr.

[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #CatoDeJongere #DecimusJuniusBrutus #dictator #Empylos #GaiusCassiusLonginus #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #LuciusCalpurniusBibulus #MarcusCalpurniusBibulus #MarcusJuniusBrutus #Ploutarchos #Porcia

De Spaanse triomf van Caesar

Beeldje van de overwinningsgodin (Archeologisch Museum van Catalonië, Barcelona)

Het was oktober in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En het was een feestmaand. Op 13 oktober trok Quintus Fabius Maximus de stad Rome in triomf binnen. Hij had de Spaanse Oorlog immers afgerond met de inname van Munda en Osuna. Ook Quintus Pedius, Caesars achterneef, mocht een triomftocht houden. Hij had deelgenomen aan de verovering van Gallië, had de praetuur bekleed en had eveneens gevochten in de Spaanse Oorlog. Caesar lijkt echter niet onder de indruk geweest te zijn geweest van de man, want enkele weken eerder had hij hem de facto onterfd ten gunste van de veel jongere Gaius Octavius (Octavianus).

Opnieuw: de valse Marius

Voordat Caesars eigen triomftocht kon beginnen, was er nog een ontluisterend voorval. Een triomfator mocht de stad niet betreden vóór zijn jour de gloire. Caesar verbleef dus in zijn villa aan de overzijde van de Tiber. De Romeinse auteur Valerius Maximus vertelt dat Caesar zich daar in de tuin liet toejuichen door de menigte. Even verderop stond echter de “valse Marius” over wie ik al eerder blogde, die zich liet begroeten “door een bijna even enthousiaste menigte”.noot Valerius Maximus, Opmerkelijke daden en gezegden 9.15.2. Dit was niet helemaal de terugkeer die Caesar voor ogen had gehad. Hij gelastte de man om Italië te verlaten.

De Spaanse triomf van Caesar

Terug naar de triomftocht. Caesar feest was, volgens de Romeinse auteur Quintilianus, een paar dagen voor dat van Quintus Fabius Maximus. Hoeveel dagen weten we niet, maar het zal vandaag plus of min een paar dagen 2069 jaar geleden zijn geweest.

Waarom ook Fabius en Pedius de stad in triomf mochten binnenkomen, weten we eigenlijk niet. Het was onconstitutioneel dat een niet-oppercommandant een triomftocht hield, maar blijkbaar beschouwde Caesar het als een door hem te verlenen beloning. Hij plaatste zichzelf boven de wet. Eigenlijk blijkt dat ook wel uit zijn eigen triomf, want hij had een burgeroorlog beëindigd en geen buitenlandse oorlog, wat een voorwaarde was voor een triomftocht. Maar Caesar wilde zich het feestje niet ontzeggen en liet munten slaan met afbeeldingen van Spaanse krijgsgevangen. Zo leek het nog wat.

Spaanse krijgsgevangenen (Musée de la romanité, Nîmes)

Dat zette kwaad bloed. Als Caesar nog niet wist dat er inmiddels oppositie was, moet hij het in deze dagen hebben ontdekt. Suetonius vermeldt een incident dat plaatsvond tijdens zijn feestelijke intocht.

Toen hij in triomf langs de banken van de tribunen reed en Lucius Pontius Aquila als enige van dit college niet opstond, is Caesar zo razend geworden dat hij uitriep: “Zie dan, tribuun Aquila, dat je mij de staat weer afneemt.” En dagenlang nog deed hij geen enkele toezegging zonder het voorbehoud te maken: “Als het tenminste de goedkeuring van Pontius Aquila kan wegdragen.”noot Suetonius, Caesar 77; vert. Daan den Hengst.

Alleenheerschappij

Het is denkbaar dat Caesar inmiddels overwoog te regeren als alleenheerser. Het constitutionele probleem was simpel te benoemen – hij was te machtig voor een republikeins bestel – maar leek onoplosbaar. Zeker, nu hij terug was in Rome benoemde hij de magistraten voor het lopende jaar, zoals de twee consuls Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius (de man die was begonnen het complot tegen Caesar te vormen). Ze traden aan op 1 oktober. De dictator-voor-tien-jaar begreep dat hij de schijn van constitutionaliteit moest ophouden. Maar hij zou inmiddels geconcludeerd kunnen hebben dat zijn pogingen tot verzoening, gemeend of niet, onvoldoende waren geweest om efficiënt bestuur te herstellen. Hij zou moeten besturen zoals een koning het deed. Zijn geliefde Kleopatra kan het voorbeeld zijn geweest.

Er zijn echter voldoende aanwijzingen dat Caesar het koningschap niet nastreefde. Want laten we eerlijk zijn: de Ptolemaiossen, de Hyrkanossen, de Farnakessen, de Juba’s, de Bochussen en de Boguds stelden weinig voor. Caesar was inmiddels groter dan het koningschap. En het kan geen kwaad erop te wijzen dat in het Romeinse Senaatsgebouw koningen dienden te wachten in het voorportaal. Het koningschap zou een demotie zijn geweest.

Venus Genetrix

Kort voor de Spaanse triomftocht had Caesar het feest gevierd van Venus Genetrix, de stammoeder van de familie Julius. Zij was de moeder van de Trojaanse held Aeneas en dus de grootmoeder van diens zoontje Ascanius, dat ook wel Ilus zou zijn genoemd naar zijn geboortestad. Troje heette immers ook Ilios. Dat de naam “Julius” was afgeleid van “Ilus”, trok niemand in twijfel. Althans in het openbaar.

Venus Genetrix (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In elk geval had Caesar op het naar hem vernoemde forum een heiligdom opgericht voor de stammoeder die hij had geadopteerd. De toegang naar het tempelterras was niet aan de voorzijde, zoals in een Romeinse tempel gebruikelijk, maar aan de zijkanten, waardoor redenaars de voorkant konden gebruiken als podium. Tijdens het feest van Venus Genetrix verwelkomde Caesar daar zijn gasten.

Toen de voltallige Senaat zich met een groot aantal eerbewijzen tot hem wendde, ontving hij de senatoren voor de tempel van Venus Genetrix zonder zich van zijn zetel te verheffen. Sommigen menen dat Lucius Cornelius Balbus hem heeft tegengehouden toen hij wilde opstaan, anderen dat hij daartoe in het geheel geen aanstalten heeft gemaakt, maar integendeel Gaius Trebatius Testa, die hem ried op te staan, een niet al te vriendelijke blik heeft toegeworpen.noot Suetonius, Caesar 77; vert. Daan den Hengst.

Het was tactloos. Titus Livius noemde het als eerste van drie aanleidingen tot de samenzwering die uiteindelijk een einde aan Caesars leven zou maken. De eigenlijke oorzaak was, zoals gezegd, dat zijn macht te groot was voor de republiek.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Augustus #GaiusOctavius #GaiusTrebatiusTesta #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusCorneliusBalbusMaior #LuciusPontiusAquila #MarcusFabiusQuintilianus #Munda #Periochae #QuintusFabiusMaximus #QuintusPedius #Rome #SpaanseOorlog #Suetonius #triomf #ValeriusMaximus #ValseMarius #VenusGenetrix

Het testament van Caesar

Vestaalse Maagden bewaarden het testament van Caesar (Antiquarium del Palatino, Rome)

Het was 13 september in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr. U weet, na dit intro, dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En het antwoord is dat hij zijn testament maakte.

Het is verleidelijk te denken dat hij zich realiseerde dat hij nog maar een half jaar te leven had. Het is zelfs niet uitgesloten. Wellicht had hij lucht gekregen van het complot van Gaius Trebonius. Caesar zal zeker hebben begrepen dat hij zijn tegenstanders weliswaar had verslagen, maar ze zelden voor zich had gewonnen. Ook moet hij hebben geweten dat veel van zijn partijgangers opportunisten waren. Anders gezegd, hij had de macht gegrepen maar slaagde er niet in een vorm te vinden waarin dat acceptabel was. De dictator-voor-tien-jaren was realist genoeg om te weten dat macht een morele fundering moest hebben. En daar schortte het aan. Suetonius vermeldt dat Caesar Spaanse bodyguards had “die hem overal met getrokken zwaard begeleidden”. Dat zegt voldoende. Het is goed mogelijk dat Caesar wist dat hij rekening moest houden met een moordaanslag.

Testament

Tegelijk is het mogelijk teveel te lezen in het opstellen van een testament. Een verstandig mens heeft zijn laatste wil immers ergens op papier staan. Dat was destijds niet anders dan nu. Het document dat Caesar in september 45 v.Chr. liet opstellen, was dan ook niet zijn eerste testament. Suetonius weet althans dat de dictator in 59 v.Chr. Pompeius tot erfgenaam had benoemd. Nu de Tweede Burgeroorlog voorbij was, had Caesar de gelegenheid om persoonlijke zaken als deze in alle rust te regelen in zijn buitenverblijf op de Albaanse Berg.

In zijn laatste testament noemde hij drie erfgenamen, de kleinzoons van zijn zusters. Aan Gaius Octavius vermaakte hij driekwart van zijn vermogen, aan Lucius Pinarius en Quintus Pedius samen het resterende vierde deel. Aan het eind van zijn testament regelde hij de adoptie van Gaius Octavius in de familie der Julii en schonk hij hem zijn naam.noot Suetonius, Caesar 83; vert. Daan den Hengst.

Dit laatste wil zeggen dat Gaius Octavius zich Gaius Julius Caesar mocht noemen. In de Late Oudheid zijn geschiedschrijvers de jongere Julius Caesar gaan aanduiden als Octavianus, en dat vermindert inderdaad de kans op misverstanden, zodat moderne historici die naam ook gebruiken. Vanzelfsprekend heeft Gaius Octavius dat niet gedaan. De magische naam die hij verwierf, was een nog groter geschenk dan driekwart van Caesars vermogen.

Een zoon van Caesar?

Caesar wees voogden aan voor het geval er een zoon van hem zou worden geboren, onder wie verscheidene van zijn moordenaars. Decimus Junius Brutus noemde hij zelfs onder de erfgenamen in tweede instantie. Aan het volk als geheel vermaakte hij zijn park aan de Tiber en aan iedere burger afzonderlijk driehonderd sestertiën.

Het zou interessant zijn te weten wat Caesar op het oog heeft gehad toen hij voogden aanwees voor het geval hem een zoon geboren zou worden. Misschien moeten we denken aan Caesarion, van wie Kleopatra claimde dat het Caesars zoon was. Maar die was al geboren en Suetonius zou Caesarion wel hebben genoemd. Of misschien gaat het om een kind waarvan Caesars echtgenote Calpurnia of de eerder genoemde Eunoë zwanger was. We weten het weer eens niet.

Monarchie?

Nog een punt: uit niets blijkt dat Caesar streefde naar het koningschap. Het was een gewoon testament, waarin een Romein een nieuw familiehoofd aanwees. Het lijkt er niet op dat Caesar in Octavianus een nieuwe dictator-voor-tien-jaren of iets dergelijks aanwees.

In ieder geval werd het testament in bewaring gegeven bij de Vestaalse Maagden. Niet zo vreemd. Hun huis grensde in Rome aan het huis waar Caesar, als hogepriester, gewoonlijk de nacht doorbracht. Het document lag dus in een kluis bij de buren.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Augustus #Calpurnia #DecimusJuniusBrutus #Eunoë #GaiusOctavius #GaiusTrebonius #JuliusCaesar #KleopatraVIIFilopator #LuciusPinarius #Octavianus #PtolemaiosXVCaesarion #QuintusPedius #Suetonius #Vesta #VestaalseMaagden

Het complot tegen Caesar

Portret van een tijdgenoot van Caesar (Metropiltan Museum, New York)

In de zomer van 45 v.Chr. of, zoals de Romeinen het noemden, het jaar dat begon met Julius Caesar als enige consul, reisde Romes hoogste magistraat in het zuiden van het huidige Frankrijk. Op de vraag wat hij daar vandaag 2069 jaar geleden deed, luidt het antwoord dat hij koloniën stichtte voor zijn veteranen. Ik noemde ze al: in Narbonne vestigde hij legionairs van X Equestris, hij richtte de stad Arles in voor de mannen van VI Ferrata en organiseerde tevens de oorlogshaven Fréjus. Al eerder had hij wat verder stroomopwaarts langs de Rhône veteranenkolonies gesticht.

Het begin van een samenzwering

Het was in deze tijd dat de samenzwering begon te groeien die Caesar het leven zou kosten. De aanstichter was Gaius Trebonius en ik kan me voorstellen dat u even niet meer meteen paraat hebt wie dat ook alweer was. Het was een trouwe partijganger van Caesar, die zich had onderscheiden in de Gallische Oorlog. Hij had in het eerste jaar van de Tweede Burgeroorlog leiding gegeven aan de belegering van Marseille (een, twee, drie) en was daarna gouverneur geweest in Andalusië. Daar had hij echter de orde niet weten te handhaven en hij was zelfs verdreven uit zijn residentie Córdoba. Daarna was Gnaeus Pompeius Junior in het gebied geland.

Zoals u straks zult zien, was Gaius Trebonius zeker niet in ongenade gevallen. Zijn motief om zich tegen Caesar te keren, is dan ook onduidelijk. Feit is dat hij in de zomer van 45 v.Chr. in Zuid-Frankrijk was en daar een complot tegen Caesar begon te beramen. Hij zocht daartoe contact met Marcus Antonius. In de eerste fase van de burgeroorlog was dat Caesars rechterhand geweest, maar hij had noch aan de Afrikaanse noch aan de Spaanse Oorlog deelgenomen. Toen Caesar zich de dictatuur-voor-tien-jaar had laten toewijzen, had hij als rechterhand Lepidus geprefereerd boven Marcus Antonius. Die lijkt op een zijspoor te zijn beland en had, zo lijkt het, een motief om zich van Caesar te ontdoen. Althans, zo zag Trebonius het.

De bronnen

Uit de aard der zaak weten historici over samenzweringen doorgaans weinig. Van dit voorval weten we echter uit iets meer uit een (overigens nooit uitgesproken) redevoering van Cicero, die deze enkele maanden na de moord op Caesar schreef. Cicero geeft aan dat het op dat moment algemeen bekend was dat Marcus Antonius in Narbonne met Trebonius plannen had gemaakt, en dat de twee mannen, toen Caesar was gedood, samen hadden staan praten.noot Cicero, Tweede Philippica 34. De Grieks-Romeinse biograaf Ploutarchos bevestigt dit en citeert Trebonius zelf:

Toen ze Caesar bij diens terugkeer uit Spanje tegemoet reisden, had Marcus Antonius als reisgenoot Trebonius’ tent gedeeld, en die had toen voorzichtig zijn mening gepeild. Antonius had Trebonius begrepen, maar was niet op zijn woorden ingegaan. Hij had echter niets tegen Caesar gezegd en had trouw over het gesprek gezwegen.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 13.

Misschien zijn ook andere vroege samenzweerders te identificeren: Aulus Hirtius, de man die als Caesars ghostwriter optrad en het achtste boek van De Gallische Oorlog schreef, en Decimus Junius Brutus, die met Trebonius Marseille had belegerd. Hun betrokkenheid valt niet te bewijzen, maar beiden waren op dat moment in Gallië en in elk geval Decimus Brutus zou een cruciale rol spelen bij de moordaanslag.

Hoe dit alles ook zij, Trebonius’ plan kwam tot niets: Marcus Antonius verlinkte Trebonius weliswaar niet maar weigerde ook zijn medewerking, en veel meer kwam er niet van. We weten niet met wie Trebonius nog meer contact heeft opgenomen en welke reacties er waren. Motieven kennen we evenmin. Maar dit staat vast: de samenzwering begon in Caesars inner circle.

De beloning van Trebonius

Ik schreef al dat Trebonius niet in ongenade was gevallen. Caesar zocht nog steeds naar vormen om zijn macht constitutioneel te laten lijken. Dat hij in z’n eentje consul was, was een affront voor elke republikeins denkende senator, dus vanaf 1 oktober zorgde hij ervoor dat de situatie weer zo normaal mogelijk was: vanaf die dag bekleedden Quintus Fabius Maximus en Gaius Trebonius het consulaat. Caesar zou in het najaar van 45 ook magistraten aanwijzen voor de komende tijd, en Trebonius kreeg Asia toegewezen. Van die provincie zou de Romeinse geschiedschrijver Tacitus later opmerken dat ze makkelijk viel uit te buiten. Anders gezegd: Caesar beloonde zijn partijganger.

Sterker nog, hij stelde vertrouwen in Trebonius. Asia zou namelijk heel belangrijk worden als Caesar eenmaal zou beginnen aan de inmiddels steeds waarschijnlijker wordende Parthische Oorlog. Kortom, Trebonius behoorde zeker nog tot Caesars vertrouwelingen toen hij een complot begon te beramen.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.] 

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #AulusHirtius #Cicero #DecimusJuniusBrutus #Fréjus #GaiusTrebonius #GnaeusPompeiusJunior #JuliusCaesar #MarcusAntonius #Narbonne #Ploutarchos #VIFerrata #XGemina