De Romeinse Provence (2)

Romeinse brug in Vaison

[Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

Keizertijd

Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

Amforen (Musée d’Archéologie de Nice-Cimiez)

Zo bezien was inname in de Romeinse wereld ongunstig voor de bewoners van deze provincie, maar de legioenen aan de Rijn en Donau garandeerden het bestaan van een enorme ruimte waarin kooplieden betrekkelijk veilig konden reizen, waarin er één standaardmunt was en waarin de zeeroutes minder dan vroeger werden bedreigd door zeerovers. Verzet tegen Rome is uit de Keizertijd niet bekend, althans niet aan mij. Steeds meer bewoners van de Provence verwierven het Romeinse burgerrecht en keizer Tiberius accepteerde hen in de Senaat. De bewoners werden niet onderdrukt, want ze waren Romeinen.

Vanuit dit perspectief waren de belastingafdrachten een geringe prijs om te betalen en de steden bloeiden: Marseille mocht dan zijn overvleugeld door Nîmes, het bleef een prachtige stad; naast Nîmes waren er in de Rhônedelta Arles, Avignon en Orange. Wat verderop lagen Aix-en-Provence, Vaison-la-Romaine en Glanum, stroomopwaarts lagen Alba-la-Romaine en Vienne, en in het westen lag de hoofdstad Narbonne. Stuk voor stuk zijn het tegenwoordig toeristische bezienswaardigheden. De Pont du Gard, waarvan een Gallo-Romeinse observator destijds constateerde dat de Romeinen het landschap ermee verpestten, heeft tegenwoordig de werelderfgoedstatus.

De constructie van de Pont du Gard

Als voorbeeld van de geslaagde integratie in de groter Romeinse wereld noem ik nog de Romeinse geschiedschrijver Pompeius Trogus, die een intrigerend geschiedwerk schreef. Dat hing hij op aan twee wereldrijken: het oosterse en het westerse, en de scharnier was Macedonië. Alle volken en steden van de wereld kwamen op deze manier aan bod. Dit was geen op Jeruzalem, Athene of Rome gefocust werk, zoals er al vele waren, dit was wereldgeschiedenis – een genre dat bloeide in de Romeinse provincies. (Trogus’ geschiedwerk is in een uittreksel van Justinus bekend.)

Late Oudheid

De derde eeuw was overal een crisistijd: de grensverdediging haperde, bij wijze van antwoorden werden de Romeinse legers vergroot, dat werd inflatoir gefinancierd, het handelsvolume halveerde. Het klimaat verslechterde en er was een epidemie. Na het einde van deze Crisis van de Derde Eeuw waren er allerlei bestuurlijke hervormingen, en voor de Provence relevant is het ontstaan van een extra bestuurslaag: het diocees, een cluster van provincies. Die provincies zelf waren in de tussentijd verkleind: Gallia Narbonensis was bijvoorbeeld in tweeën gesplitst. Met vijf andere kleine provincies vormde die het diocees Viennensis. Het bestond uit Frankrijk ten zuiden van de Loire.

Baden van Constantijn, Arles

In deze tijd nam de mobiliteit van de Romeinse bevolking toe. In onder meer Marseille en Arles zijn Syrische en Joodse gemeenschappen gedocumenteerd. Deze migranten namen oosterse ideeën mee en zo won ook het christendom aan populariteit. In de kathedraal van Fréjus is nog altijd een doopkapel uit de vijfde eeuw, terwijl de abdijen van Lérins (op een eilandje bij Cannes) en Sint-Victor in Marseille even oud zijn.

Andere migranten kwamen uit het Overrijnse en dienden veelal in de Romeinse legers. Hoewel die legers officieel de Romeinse staat dienden, waren er regelmatig problemen met de soldij, en dan kon zo’n leger in opstand komen. In de keizerlijke propaganda werden de eigen manschappen dan getypeerd als barbaren of Germanen. Zulke verhalen hebben het beeld van “grote volksverhuizingen” doen ontstaan, en hoewel dat niet volledig onjuist is, was de werkelijkheid een stuk genuanceerder.

Sarcofaag met scènes uit het leven van Christus (Saint-Trophime, Arles)

Visigoten en Franken

In de loop van de vijfde eeuw nam het gezag van de Romeinse keizer af. De feitelijke macht kwam meer en meer in handen van militaire leiders. Voor de Provence relevant is Eurik, die in Toulouse resideerde. Officieel bestuurde hij de regio namens de keizer, maar die was ver weg. Na 476, toen het keizerlijk hof in Italië werd opgeheven, was de keizer nog veel verder: in Constantinopel. Uit het machtsgebied van Euric groeide toen een steeds zelfstandiger koninkrijk, het Rijk van Toulouse. Verder naar het noorden oefende de dynastie van de Merovingen het gezag uit, eveneens in een ambigue positie halverwege zelfstandigheid en dienstbaarheid aan de keizer.

In 507 kwam het tot oorlog tussen deze twee laat-Romeinse rijken-in-wording. De afstammelingen van Eurik, die inmiddels ook heersten in grote delen van het huidige Spanje, verloren de strijd en trokken zich naar Toledo terug, maar behielden het westelijke deel van de Provence, dat destijds bekendstond als Septimania en tegenwoordig als Languedoc. Het gebied langs de Rhône zou uiteindelijk in Merovingische handen komen. Ik rond af met de constatering dat eind zesde eeuw, toen het proces van staatsvorming was voltooid, nieuwe namen in zwang kwamen: de Merovingen stonden vanaf toen aan het hoofd van een Frankisch koninkrijk, de rijken van Toulouse en Toledo worden wel aangeduid als de koninkrijken van de Visigoten.

Laatantieke ceintuurgesp (Musée de la romanité, Nîmes)

Voor de gewone mensen in de Provence veranderde er ondertussen minder dan je zou denken. De Laat-Romeinse cultuur, gebaseerd op een agrarische economie en overzeese handel, bleef bestaan; het christendom bleef bestaan; en het Latijn evolueerde heel, heel langzaam naar het Frans.

#AixEnProvence #AlbaLaRomaine #Arles #Avignon #CrisisVanDeDerdeEeuw #diocees #Eurik #Franken #GalliaNarbonensis #Glanum #Justinus #Languedoc #Latijn #Lérins #Marseille #Merovingen #Narbonne #Nîmes #Orange #PompeiusTrogus #Provence #Rhône #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #Septimania #VaisonLaRomaine #Vienne #Visigoten

De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Weergave van onthoofde vijanden uit Le Cailar (Musée de la romanité, Nîmes)

De aard van de hartelijke contacten met Marseille is niet helemaal duidelijk, maar het staat vast dat toen de Romeinen rond 386 v.Chr. (390 Varroniaans) een wijgeschenk stuurden naar Delfi, dit stond opgesteld in het schathuis van de Massilioten. Ook staat vast dat de Romeinen “Massiliotisch burgerrecht” kenden, dat vermoedelijk een soort Latijns burgerrecht was voor niet-Italische steden. De anekdote over de stichting van Marseille die ik onlangs aanhaalde, veronderstelt dat er al in de zesde eeuw v.Chr. contacten waren, maar dat kan terugprojectie zijn.

De Romeinen raakten pas echt in Gallia Transalpina geïnteresseerd tijdens de Tweede Punische Oorlog, dus na 218 v.Chr. Ze vielen toen de Karthaagse bezittingen op het Iberische Schiereiland aan, en ineens was de Provence van groot strategisch belang. Er lag al een oude handelsweg, waar de Romeinen in de loop van de tweede eeuw steeds meer vat op kregen door verdragen te sluiten met de volken in het achterland. Die weg stond bekend als de Weg van Herakles, omdat – zo dachten de Romeinen – de halfgod deze weg had genomen toen hij terugkwam uit Spanje met de runderen van Geryon. (Dat in het Spaanse deel van de kustweg tal van havensteden lagen die Melqart, de Herakles van de Feniciërs, als stadsgod hadden, suggereert een pre-Romeinse mythe.)

Gallo-Romeinse cavalerie in actie (Glanum)

Gallia Narbonensis

Wat verder naar het noorden vond ondertussen het staatsvormingsproces plaats, en met name de Arverniërs werden machtiger en machtiger. Dat bedreigde de Romeinse allianties met de volken langs de Weg van Hercules. Verder leefden in het achterland van Marseille de Salyes, die voor de aloude Romeinse bondgenoot steeds gevaarlijker werden. In 125 brak een oorlog uit, die al snel escaleerde. De Massilioten vroegen steun in Rome en de Salyes vroegen hulp van de Allobrogen, die leefden tussen Rhône en Alpen, en later voegden ook de Arverniërs zich bij deze coalitie. Na vier jaar won Rome deze oorlog, met vérstrekkende gevolgen: de legioenen waren vér naar het noorden opgerukt en er waren diplomatieke contacten met de Gallische staten rond de Arverniërs.

Rome moest gaan denken over een Transalpijnse politiek en die begon met de annexatie van de kuststrook. De hoofdstad was Narbonne en daarom heette de provincie Gallia Narbonensis, of kortweg “de provincie”: de Provence, zoals wij zeggen. Heel belangrijk was het plaveien van de Weg van Herakles, die vanaf 118 bekendstaat als Via Domitia. Een tweede route liep door Aquitanië en verbond Narbonne met Toulouse, Bordeaux en de Atlantische Oceaan, en een derde grote route leidden stroomopwaarts langs de Rhône richting Vienne en Lyon. Dit waren belangrijke handelscentra. Uit de jaren waarin Gallia Narbonensis ontstond, dateren ook de stichting van Aix-en-Provence, bestuurlijke wijzigingen in Glanum, en vermoedelijk nog veel meer maatregelen waarover we geen informatie hebben.

De Via Domitia in Narbonne

De organisatie van de provincie wierp haar vruchten af toen tegen het einde van de tweede eeuw v.Chr. de Kimbren en Teutonen arriveerden. Dit waren op drift geraakte groepen, grotendeels Germaans, waar de Romeinen het nog moeilijk mee hadden. Uiteindelijk wisten ze er in de Provence en op de Povlakte, gebieden waar de Romeinen hun eigen infrastructuur hadden opgebouwd, mee af te rekenen.

Caesar

In 58 v.Chr. trad Julius Caesar aan als gouverneur van Gallia Narbonensis en de Povlakte. Zoals bekend annexeerde hij de al bestaande Romeinse invloedssfeer ten noorden van Gallia Narbonensis, die destijds Gallia Comata heette, “langharig Gallië”. Het was een cultureel heel diverse regio, die door Caesar gemakshalve in drieën werd gedeeld (Aquitanië, het midden, Belgica) en voorzien van een volslagen kunstmatige oostgrens, de Rijn. Nadat hij deze regio “tot rust had gebracht” (namelijk de rust van een kerkhof) brak de Tweede Burgeroorlog uit, waarin Marseille het hard te verduren kreeg. Nîmes zou de oude havenstad overvleugelen.

Ereboog in Orange

Na de Tweede Burgeroorlog demobiliseerde Caesar zijn oudgedienden in enkele gereorganiseerde steden: in Narbonne vestigde hij veteranen van X Equestris, de oeroude Keltische stad Arles kreeg nieuwe burgers die hadden gediend in VI Ferrata, en ook in Fréjus vestigde hij voormalige soldaten, misschien oudgedienden van VIIII Hispana. De veteranen, afkomstig uit Italië en van de Povlakte, namen hun taal mee, zodat het Latijn nu snel won aan populariteit. Een generatie na Caesar zijn nog Latijns-Gallische namen als “Lucius Servilius Excingomarus” gedocumenteerd, maar in de Keizertijd was Latijn volkomen dominant en droeg iedere vrijgeboren man een Romeinse naam.

Parallel aan de talige romanisering veranderde ook het nederzettingenpatroon. Steeds minder mensen woonden in de aloude heuvelforten, steeds meer mensen in de Romeinse steden. Daartussen waren talloze grote, middelgrote en kleine boerderijen.

[Wordt morgenochtend vervolgd, maar eerst verneemt u hoe u mij aanstaande donderdagmiddag kunt zien optreden als banaan.]

#AixEnProvence #Allobrogen #Arles #Arverniërs #Bordeaux #Ensérune #Fréjus #GalliaNarbonensis #GallischeTaal #Geryon #Glanum #JuliusCaesar #Kimbren #Latijn #LeCailar #Lyon #Marseille #Narbonne #Nîmes #Provence #Rhône #Salyes #Teutonen #Toulouse #TweedeBurgeroorlog #TweedePunischeOorlog #VIFerrata #ViaDomitia #Vienne #VIIIIHispana #WegVanHerakles #XGemina
☀️ A question ❓️ post. These are two major finds from #Glanum, now in the Hotel de Sade museum. Initially attributed as portraits of Octavia and Julia, these two wonderful marble busts are now labeled as "Bust of a princess" and "Bust of Livia". 🤔 I am not an expert, but the initial attribution seems by far more likely to me. I would be curious to know what you think. Do you think it is Octavia and Julia ? 📸 Own photos.
@archaeodons.a.gup.pe #romanarchaeology #archaeology #antiquity #ancientart

☀️ As I was visiting the ancient #Glanum, so did Michel Gybels - a longstanding contributor to the TimeTravelRome blog. Michel wrote a great text about Glanum site & its 2500 years history. Thank you Michel for your great contribution ! Here is the post 👉

https://www.timetravelrome.com/2023/08/09/visiting-the-ancient-glanum-and-saint-remy-en-provence/
#ancienthistory #archaeology

Visiting the ancient Glanum and Saint-Rémy-en-Provence – Time Travel Rome