Toerist in Almería

Poort in de Alcazaba van Almería

Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

Al-Marrya

Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

Tuin in de Alcazaba

Dat woord, al-qasabah in het Arabisch, verwijst naar de citadel waar de gouverneur resideerde in een stad met eigen versterkingen. Het is dus een onderdeel van een groter geheel. Het was voor mij een enorme Aha-Erlebnis toen ik me bij de voorbereiding van deze reis realiseerde dat het Spaanse alcazaba teruggaat op hetzelfde Arabische woord als het Maghrebijnse kasbah. De versterking zelf kan alcazar heten, wat is afgeleid van qasr, wat op zijn beurt weer een verbastering is van het Latijnse castrum, “kasteel”.

Bloei en verval

Almería profiteerde van de aanwezigheid van de zeestrijdkrachten en van de handel, en groeide. In de omgeving werd marmer gewonnen, dat onder meer werd gebruikt voor de bouw van het paleis van kalief Abd al-Rahman III van Córdoba, Madinat al-Zahra. Het werd ook gebruikt voor grafstenen, waarvan we er veel hebben gezien in het museum. De stad produceerde ook zijde.

Nasridische graffito van een schip (Museo de Almería)

De eigenlijke bloeiperiode lag in de tijd van de Eerste Taifas (dus na de ondergang van het Kalifaat van Córdoba) en vooral in de tijd van de Almoraviden. Het zwaartepunt van hun macht lag immers in het huidige Marokko en de haven van Almería was cruciaal voor de contacten over de Alboránzee. Groei en bloei kwamen in 1147 echter abrupt ten einde toen keizer Alfonso VII van Castilië de stad innam. De Castiliaanse heerschappij duurde niet lang, want een nieuwe Arabische dynastie nam tien jaar later de macht over: de Almohaden. Het museum toont een enorme katapultkogel die in 1147 of 1157 moet zijn gelost.

Hoewel de stad nog steeds een rol speelde in de contacten tussen El-Andalus en de Maghreb, werd ze overvleugeld door Málaga. Ze viel in 1239 in handen van de Nasriden van Granada, had zwaar te lijden van de Pest, en viel uiteindelijk in 1489 in handen van het verenigde koninkrijk Castilië-Aragón. Toen is ook de  kathedraal gebouwd.

Bezoek

Bij ons bezoek aan de Alcazaba hadden we een beetje pech, want de wind wakkerde aan, en de zachte regen veranderde in zo’n mediterrane winterstorm als je weleens meemaakt wanneer je in de winter reist in deze contreien. De wind ging zelfs zo te keer dat mijn voortdurend opwaaiende poncho op een gegeven moment achterstevoren zat. Mijn vriendin heeft een paar hilarische foto’s gemaakt van de wandelende vlaggenmast die ik was geworden met mijn wapperende poncho. Minder grappig was dat grote delen van de Alczaba voor het publiek waren afgesloten, maar als je zag hoe steil sommige trappen waren, begreep je wel waarom. Het voordeel was dat de waterwerken in de tuinen ook werkelijk vol water stonden.

Plafond van de kathedraal van Almería

De kathedraal en het er tegenover gelegen klooster waren mooi, zeker, maar konden me niet echt boeien. Ik denk dat ik het zinnetje “mooi, maar geen Toledo” ga opnemen in mijn taaleigen, want dat vat eigenlijk wel samen hoe ik denk over de katholieke kunst in dit land. En sprekend over die mooie stad: de regenwolken vandaag deden me denken aan de donkere luchten die El Greco schilderde boven Toledo. Al kan de natuur de schilderkunst vanzelfsprekend nooit blijvend evenaren.

Het museum

We bezochten in de ochtend het Museo de Almería, dat alleen te typeren valt als een triomf. Het is in wezen een prehistorisch museum, dat zich concentreert op de Late Steentijd en de Bronstijd. Tot dat laatste tijdperk behoort de Argar-cultuur, die uitvoerig wordt toegelicht. En dat doet het museum heel, heel erg goed. Er wordt echt een maatschappij geschetst, met delen die functioneel samenhangen – en de uitleg is zó dat je ook begrijpt waarom ze zo samenhangen. Er is vaak een ongezonde spanning tussen de archeologische claim inzicht te geven in de menselijke samenlevingen en de feitelijke praktijk, waarin de nadruk ligt op vondsten, maar in Almería biedt het vakgebied wel waar voor zijn geld.

Beker, Argar-cultuur

De verdiepingen van het museum zijn van onder naar boven chronologisch geordend. Dat zie je meteen als je binnenkomt, want het trappenhuis is gebouwd rond een metershoog profiel, dat van de Steentijd omhoog loopt naar het heden. Dus op de bovenste verdieping zie je de eeuwen na Chr. Het Romeinse deel is voorspelbaar en de uitleg is minimaal. Dit heeft evident de belangstelling van de conservatoren niet. De periode nadat kalief Abd al-Rahman hier een vlootbasis had aangelegd, krijgt daarentegen alle aandacht – en dit is weer heel erg goed gedaan.

Almería was overigens de eerste stad waar we geen Nederlands hebben horen spreken, zodat we vandaag genoten van de roes van een nimmer verstoord vakantiegevoel. En op die noot eindig ik, zittend in de bus naar Málaga, deze negende aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton.

#AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Alboránzee #AlfonsoVIIVanCastilië #Almería #Almohaden #Almoraviden #ArgarCultuur #EersteTaifas #Nasriden

Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Het stoort me als historici zaken die al bekend zijn, brengen als innovatie. Dat versterkt het voze vooroordeel dat ze geen nieuwe ideeën hebben en subsidiënten zand in de ogen strooien. En het triestgrappige is: het is helemaal niet nodig. Het boek van Catlos, dat begint met de overbodige constatering dat El-Andalus noch een Fremdkörper in de Spaanse geschiedenis noch een verloren paradijs van tolerantie is geweest, kan uitstekend zonder hype. De auteur biedt, net als Hitchock, een overzicht van de middeleeuwse geschiedenis van Iberië. Hij presenteert weliswaar geen nieuwe vergezichten maar neemt het laatste onderzoek mee, illustreert zijn betoog met fatsoenlijk kaartmateriaal en helpt de lezer met een beredeneerd overzicht van vervolgliteratuur. Dat is wat we van een geschiedenisboek verwachten. Dat is verdienstelijk genoeg.

Al-Mansur en de taifas

Het boek is niet alleen zeven jaar jonger dan dat van Hichcock, het is ook eens zo dik, dus het was onvermijdelijk dat ik er veel van heb opgestoken. Catlos neemt de tijd om de diversiteit van de islam te verklaren vanuit de voorgeschiedenis, en deze pluriformiteit keert regelmatig terug. Daardoor is vooral zijn beschrijving van de elfde en twaalfde eeuw, toen de Marokkaanse Almoraviden en Almohaden zich legitimeerden met oorlogen in Iberië, heel verhelderend.

Wat ik prettig vond, is dat Catlos de geschiedenis van de diverse deelstaten die volgden op het Kalifaat van Córdoba (de taifas) in enig detail vertelt. In de boeken die ik eerder las, bleef het verleden van de door machtige families bestuurde steden Sevilla, Toledo, Zaragoza, Badajoz en Granada wat onderbelicht. Dat het betoog door het grote aantal Muhammads, Hishams en Abdelrahmans wat onoverzichtelijk is, neem ik bij deze rijkdom aan detail op de koop toe.

Daarvóór heeft Catlos in even groot detail verteld over de periode van Al-Mansur, de generalissimo die rond 1000 na Chr. de laatste kaliefen van Córdoba onder curatele stelde en vervolgens de ene campagne naar de andere voerde. Hij schakelde alle andere machtscentra in El-Andalus uit, waardoor er na zijn dood eigenlijk niemand was met voldoende gezag. Dat bood in de loop van de elfde eeuw de noordelijke koninkrijkjes, bestuurd door christelijke koningen, een kans om hun gezag uit te breiden in de richting van Toledo. El Cid krijgt een mooie behandeling: een condottiere, geen proto-kruisvaarder. In deze hoofdstukken is overigens een veelvoud aan Fernando’s en Alfonso’s aanwezig.

Kennisopbouw

Ik noem die, omdat Catlos, zoals zo veel Engelstalige auteurs, alleen aan individuen agency toeschrijft. Geschiedenis wordt dan gemaakt door mensen. Maar zo eenvoudig is het niet. Klimaatverandering komt terloops langs, economische veranderingen eveneens, maar de nadruk ligt bij Catlos op “grote mannen”. Dat is een keuze. Een keuze waarover te discussiëren valt, maar die in elk geval leidt tot een toegankelijk narratief.

Aanrader? Ja, zeker. Maar misschien niet als eerste boek. Lees eerst een algemeen overzicht, zoals dat van Hitchcock. Ik denk dat Catlos dat met me eens zou zijn. Zijn boek eindigt namelijk niet met een eindeloze lijst van titels achter betaalmuren (zoals we in de oudheidkundige disciplines gewend zijn), maar met een overzicht dat de lezer werkelijk op weg helpt naar vervolgliteratuur. Het nawerk is er in een historische synthese immers niet om je tegenover professionele historici te verantwoorden, maar om de lezer te laten klimmen naar het door hem gewenste kennisniveau. Catlos begrijpt dus hoe kennisopbouw werkt en weet dat op dat laddertje de Wikipedia de eerste tree vormt, een boek als dat van Hitchcock de tweede tree en een boek als Kingdoms of Faith de derde tree, vóór je verder omhoog klimt naar de grenzen van het historisch onderzoek. Kortom, een fijn boek.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

Zelfde tijdvak


3500 jaar Sint-Joris (1)

december 2, 2023
Nobel streven (3)

november 9, 2017
Ibn al-Haytham

april 11, 2015 Deel dit:

#alMansurGrootvizier #almohaden #almoraviden #brianACatlos #eersteTaifas #elAndalus #emiraatVanCordoba #granada #kalifaatVanCordoba #portugal #spanje #toledo #tweedeTaifas

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Arabische cultuur in El-Andalus

Wat ik heel sterk vind in Hitchcocks boek, is de ruime aandacht die hij besteedt aan het culturele leven. Allerlei Arabische dichters – de bekendste is Ibn Hazm – worden geïntroduceerd en gecontextualiseerd. Hitchcock attendeert ook op de invloed van El-Andalus op de rest van Europa. Nu hoort dat bij het genre, maar hij heeft nieuwe aanwijzingen. Een fascinerend en voor mij nieuw detail is dat de graaf van Barcelona in 971 naar kalief Al-Hakam II reisde met als geschenk dertig krijgsgevangen én twintig “heren van stand”. Dit lijken geleerden te zijn geweest die zich kwamen verdiepen in de Arabische cultuur. Drie jaar later, toen een gezantschap namens de graaf van Barcelona en keizer Otto II in Córdoba aankwam, reisden de geleerden weer terug, vrijwel zeker met in hun reistassen nieuw gemaakte vertalingen.

Ik werd verder herinnerd aan het belang van Slavische huurlingen, die in de late elfde eeuw, volledig gearabiseerd, leiding gaven aan verschillende deelrijkjes (taifas). Nieuw was voor mij dat de Leeuwenfontein uit het Alhambra in Granada helemaal niet is ontworpen voor de laatste Arabische dynastie van El-Andalus, maar stamt uit het elfde-eeuwse paleis van een zeer voorname joodse hoveling en een kopie is van een soortgelijk waterwerk uit de Tempel van Salomo.

Granada

En nu ik het toch heb over Granada: de laatste vorst, Mohammed XII Boabdil, was niet de schlemiel van de historische traditie. Hij zal wel voor eeuwig geassocieerd blijven worden met de aan sultana Aïcha toegeschreven uitspraak dat hij huilde als een vrouw om datgene wat hij niet had verdedigd als man, maar Hitchcock beschrijft de ondergang van Granada in groot detail, en de waarheid is dat de Castiliaans-Aragonese coalitie tegenover hem eenvoudigweg te sterk was. Er is nog behoorlijk gevochten, Granada raakte na de val van Gibraltar afgesneden van Marokkaanse versterkingen, Boabdil heeft nog geprobeerd steun te verwerven in Egypte. Anders gezegd: hij deed alles wat de leider van een gedoemd koninkrijk doen moest.

Kortom, ik heb Muslim Spain Reconsidered met vrucht en met plezier gelezen. Ik kan het u aanraden. Maar historici moeten eens ophouden om interpretaties die al een kwart eeuw gangbaar zijn, aan te duiden als reconsideration, revisie of nieuw inzicht. Iets meer vaktrots mag best.

#AïchaAlHorra #AlHakamIIVanCórdoba #AlfonsoVIIIVanCastilië #Alhambra #Almoraviden #boek #Cluny #EersteTaifas #Granada #IbnHazm #KalifaatVanCórdoba #LasNavasDeTolosa #MohammedXIIBoabdil #MuhammadAnNasir #OttoII #RichardHitchcock

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

Toledo

Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

De Almoraviden

Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

De Kruistochtgedachte

Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

[Wordt vervolgd]

#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

Het Kalifaat van Córdoba

De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

[Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

Het Kalifaat van Córdoba

Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Hier leefden geleerden als Ibn Firnas, die als eerste een zweefvliegtuig bouwde. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

Al-Mansur

Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

Crisis

Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

[Wordt dus vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnFirnas #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela