Het leger van Caesar

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar.

Ik zou dit blogje kunnen aankondigen met “Het was quintilis in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde”. En ik zou dit traditiegetrouw kunnen omrekenen naar juli 45 v.Chr., zodat u wist te zijn beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Ik zou dan kunnen vertellen dat hij op weg was naar noordelijk Italië en ik zou kunnen speculeren over zijn route. Dat zou allemaal kunnen, maar liever behandel ik een algemener onderwerp dat niet precies valt te koppelen aan een kalenderdatum: het leger.

Investeren in jezelf

Het Romeinse leger had ooit bestaan uit dienstplichtige boeren. Die waren rijk genoeg om een wapenrusting te betalen. In de loop van de tweede eeuw v.Chr. waren de soldaten echter steeds vaker gerekruteerd uit het proletariaat. Hierdoor was het leger van karakter veranderd. De militaire dienst was niet langer een dienst aan de staat, maar een manier om jezelf te verrijken. Wat ooit een eervolle taak voor de gemeenschap was geweest, verwerd, om de beruchte woorden van Wim Deetman te parafraseren, tot slechts “een investering in jezelf”.

Dus was het Romeinse leger in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr. niets anders dan een roofmachine. Toen Caesar in 61-60 v.Chr. oorlog voerde in wat nu Portugal is, plunderden zijn manschappen ook bevriende steden. De legionairs waren ieders vijand, of het nu ging om Iberiërs, Africanen, Syriërs of Romeinen. Mensen die hun bezittingen niet afstonden, werden zonder onderscheid over de kling gejaagd. Commandanten die niet snel genoeg met buit over de brug kwamen, waren hun leven ook al niet zeker.

Een tijdgenoot observeerde dat “de Romeinen werden gedreven door één, eeuwenoud motief: een diepgeworteld verlangen naar macht en rijkdom”.noot Sallustius, Historiën; ik heb dut fragment niet kunnen terugvinden. Vanzelfsprekend is dit van alle tijden, maar de legionairs waarover ik het heb werden uitsluitend gemotiveerd door investering in zichzelf. Daarom waren ze eerder loyaal aan hun generaal, die hun kon laten plunderen, dan aan de republiek. En er waren generaals die de losgeslagen hordes gebruikten om in Italië hun politieke tegenstanders onder druk te zetten.

Caesar

Caesar was niet anders dan zijn collega’s. Na zijn beschrijving van de plundering van bevriende steden in Portugal vertelt Suetonius over de Gallische Oorlog:

In Gallië roofde hij de heiligdommen en de tempels van de goden leeg, die vol waren van offergaven. Steden verwoestte hij vaker met het oog op buit dan als strafmaatregel. Dit had tot gevolg dat hij een overvloed aan goud kreeg.noot Suetonius, Caesar 54; vert. Daan den Hengst.

De uitgaven aan het Forum van Caesar bewijzen hoe correct dit is. Er is bovendien archeologisch bewijs voor de plundering van Gallische heiligdommen. En ook Caesar gebruikte zijn losgeslagen horde, vol gevechtservaring in Gallië, om in Italië tegenstanders onder druk te zetten. Dat is het wezen van de Tweede Burgeroorlog.

Maar er veranderde iets. Zoals ik al vaker observeerde, moest de man die de Tweede Burgeroorlog zegevierend beëindigde, daarna ook het Romeinse Rijk besturen. Dat betekende, om te beginnen, dat hij zich moest verzoenen met zijn tegenstanders, omdat dit ervaren bestuurders waren. Van de Clementia Caesaris heb ik al verteld dat ze voortkwam uit welbegrepen eigenbelang. Hetzelfde geldt voor Caesars omgang met de legers. Hij verdubbelde de soldij en bewerkte zo dat een einde kwam aan de massale plunderingen. Ook de pensionering werd geregeld: een veteraan kreeg land. Tijdens zijn terugreis vanuit Spanje naar Italië, dus nu 2069 jaar geleden, regelde de dictator-voor-tien-jaar landverdelingen in Narbonne (mogelijk voor X Equestris), Arles (speciaal voor VI Ferrata) en vermoedelijk ook de oorlogshaven Fréjus. Er zijn verder landtoewijzingen bekend uit de omgeving van Parma, aan legionairs van het Twaalfde, en in Bovianum in Midden-Italië voor het Elfde.

[wordt vervolgd; een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Arles #clementiaCaesaris #Fréjus #GallischeOorlog #goud #JuliusCaesar #krijgsgeschiedenis #legioen #Narbonne #Parma #soldij #Suetonius #TweedeBurgeroorlog #VIFerrata #WimDeetman #XGemina #XIClaudia #XIIFulminata

Wat is archeologie? (3) De media

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

[Dit is het derde van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Ik kan me voorstellen dat u na mijn vorige blogje dacht dat mijn schets van de archeologie nogal abstract was en niet overeenkomt met uw beeld van dat mooie vak. Een vak dat hands on is, heel concreet, heel positief, sterk gebaseerd op het tastbare. Zo komt het immers in het nieuws en zo presenteren archeologen het ook. Vraag een archeoloog maar eens wat archeologie is en in vier van de vijf gevallen vertelt hij over vondsten. Dit is al zo sinds de jaren zeventig, maar zoals gezegd is dataverwerving slechts een voorwaarde voor wetenschap en geen wetenschap.

Archeologie in het nieuws

Archeologie gaat over het toetsen van hypothesen om de mensheid beter te begrijpen (“zeigen wie Menschen ticken”) en onvermoede aannames op te sporen (“unbekannte Werte messen”). Daar horen we echter weinig over. Het gaat vaker over bijvoorbeeld een ontdekt Romeins kamp, waarbij als bijzonderheid geldt dat het benoorden de limes lag – alsof dat belangwekkend zou zijn.noot De limes was geen ijzeren gordijn en kampen als Ermelo waren al bekend. Of het gaat over een monumentaal gebouw in Nijmegen, waarbij als bijzonderheid geldt dat zo dicht bij de Waal resten van de antieke stad bewaard zijn gebleven. Leuk als zulke nieuwtjes zijn, tonen ze niet hoe wezenlijk de feitelijke bijdrage is van de archeologie. Ze trekken wel de aandacht maar niet tot iets.

Dit geldt niet alleen voor Nederland of Vlaanderen. Een internationaal overzicht vindt u hier en het nieuws blijft veelal beperkt tot vondsten en feiten. En het rare is: deze zelftrivialisering vind je niet bij andere wetenschappen. Het is bijvoorbeeld ondenkbaar dat pakweg een biograaf van Gerard ’t Hooft zou verzuimen te vertellen wat renormalisatie is. En zoals ik al constateerde: als archeologen niet uitleggen wat archeologie is, kan niemand het belang ervan ontdekken. Dan moet je er niet van opkijken als elke negenendertig dagen ergens een museum of wetenschappelijke instituut wordt bedreigd, of dat het voor politici electoraal aantrekkelijk is de draak te steken met verondersteld softe wetenschappen.

Oorzaken

Een deel van problematiek is dat journalisten geen zin hebben om af te wijken van de traditionele frames. Kind/voorbijganger/amateurarcheoloog/aannemer vindt voorwerp en meldt het bij de autoriteiten. Deze of gene site is het Pompeii van het noorden, van Utrecht, van Groot-Brittannië, van Jordanië. In de Oudheid hadden ze ook epidemieën, klimaatverandering, fake news, populisten. Als een journalist een vondst niet kan presenteren als de oudste in deze of gene categorie, maakt hij er wel een schat van. Je leest zelden dat bioarcheologische feiten nieuwe kansen bieden aan tekstwetenschappers.

Dat het accent ligt op vondsten en niet op het eigenlijke archeologische proces, ligt vermoedelijk ook aan de archeologen zelf. Ongeveer een kwart van de vragen die aan mij wordt voorgelegd, valt te herformuleren als “hoe weet je wat je weet?” of “hoe draagt dit bij aan de wetenschap?”, maar ik heb de zeer sterke indruk dat archeologen (en hun collega-oudheidkundigen) onvoldoende herkennen hoe groot deze vraag naar inzicht in het wetenschappelijk proces momenteel is. De voorlichting negeert de sleuteldoelgroep.

Ik ben weleens bang dat archeologen iets te veel vertrouwen hebben in de neoliberale geruststelling dat alles in orde is, aangezien de financiering is geregeld door de archeologie in te bedden in de ruimtelijke ordening. Misschien ben ik iets te bang; in elk geval is wetenschapsfinanciering geen wetenschapsbeleid, en ook geen communicatiebeleid, en ontbreekt een heldere visie op de wijze waarop archeologen en classici de Oudheid over het voetlicht moeten brengen. Bedenk namelijk: het publiek wil kennis van de oude wereld, en wil geen kennis van de oude wereld met de beperkingen van de archeologie of kennis van de oude wereld met de beperkingen van de antieke literatuur. Zolang wetenschappelijke specialismen het vertrekpunt van de voorlichting vormen, en niet de belangstelling van het publiek, zal het lastig zijn een echt goede voorlichting op te zetten, en bezuinigingsgeile politici en academische bestuurders de wind uit de zeilen te nemen.

Want nogmaals: politici weten dat het aantrekkelijk is te schoppen tegen een wetenschap die zich niet verweert. Dat is het klootzakkengedrag van het schoolplein, waar de bullebakken het kind pesten dat niet heeft geleerd hoe het zich verdedigen kan. Het siert de archeologen en hun collega-oudheidkundigen dat ze zich niet willen verlagen tot het niveau van Halbe Zijlstra of het Belgische federale kabinet, maar de geesteswetenschappen zullen zich moeten verweren. Wat ons brengt bij de musea, die wel iets doen.

[wordt vervolgd]

#bioarcheologie #data #DNARevolutie #GerardTHooft #HalbeZijlstra #RomeinseLimes #WimDeetman #zelftrivialisering