III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)
De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.
Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.
Naar Africa Proconsularis
Het Derde Legioen bleef blij hem. Mogelijk was het aanwezig tijdens de dubbele slag bij Filippi (42), waarin Octavianus, inmiddels samenwerkend met Marcus Antonius, de moordenaars van Caesar versloeg. Later nam het Derde Legioen deel aan de oorlog om Sicilië, waar Octavianus afrekende met de laatste zoon van Pompeius, Sextus. Octavianus’ bondgenoot was het leger van Marcus Aemilius Lepidus, dat uit Tunesië was gekomen en na de overwinning zijn generaal in de steek liet. Octavianus nam dat leger over en stuurde het Derde Legioen naar Tunesië. En daar is het gebleven.
Inscriptie voor Gavius Macer van III Augusta (Lepcis Magna)Het is niet helemaal duidelijk waar het legioen zich aanvankelijk bevond. Het gebied, dat Africa Proconsularis heette, was vrij rustig en misschien zette Octavianus de soldaten in bij de herbouw van Karthago. Dan zal de eerste basis wel in de buurt van die stad zijn geweest, maar bewijs ontbreekt. In elk geval documenteert een inscriptie uit 14 na Chr. soldaten die een weg aanleggen van Tacape (Gabès in zuidelijk Tunesië) naar hun basis. Die bevond zich wellicht in Theveste, vanuit Tunesië bezien nét over de grens met Algerije.
Tacfarinas
III Augusta bewaakte de 3000 kilometer lange grens van de Atlantische Oceaan tot en met Tripolitana. Dus Marokko, Algerije, Tunesië en half Libië. Hoewel dit een doorgaans rustig deel was van het Romeinse Rijk, kreeg III Augusta het hard te verduren in de jaren 17-24, toen het de strijd moest aanbinden tegen Tacfarinas, die een anti-Romeinse coalitie had gevormd uit Numidische en Mauretaanse stammen. Misschien vormde deze oorlog de aanleiding tot de overplaatsing van het legioen naar Ammaedara, het huidige Haïdra.
III Augusta, gecommandeerd door de gouverneur van Afrika, Marcus Furius Camillus, wist Tacfarinas in 17 in een geregelde veldslag te verslaan, maar deze begon een guerrilla: het soort oorlog waar de Romeinen het minst van begrepen. In 18 versloeg hij zo een onderafdeling van III Augusta. De nieuwe commandant, Lucius Apronius, strafte de legioensoldaten met decimatie, d.w.z. het doden van elke tiende soldaat. In 21 kreeg het Derde versterking van VIIII Hispana, maar de oorlog duurde nog voort. In 24 wist gouverneur Junius Blaesus de rebel te verslaan en mocht het Negende weer vertrekken, maar Tacfarinas keerde onmiddellijk terug. III Augusta was nu echter in staat hem te isoleren en tot zelfmoord te drijven.
Stempel van III Augusta (Annaba)Senatorieel legioen
In deze tijd was het Derde het enige legioen dat onder bevel stond van een senator, namelijk de proconsul (gouverneur) van Africa Proconsularis. Eén van hen zou Velleius Paterculus geweest kunnen zijn, de auteur van een korte Romeinse Geschiedenis. Dit feitje is gebaseerd op de interpretatie van een inscriptie die echter ook anders te lezen is. Onmogelijk is het echter niet.
Keizer Caligula (r.37-41) vond het riskant om een legioen in handen te laten van een senator, die immers voldoende waardigheid bezat om een gooi naar het keizerschap te doe. Hij koos ervoor zelf de commandant van III Augusta aan te wijzen – het was niet langer een senatorieel ambt. Caligula’s opvolgers Claudius en Nero zetten dit beleid doorgaans voort.
Het Vierkeizerjaar
Tijdens de verwarde laatste jaren van Nero kwam Lucius Clodius Macer in opstand tegen de tirannieke despoot. Hij formeerde in 68 een ander legioen, I Macriana Liberatrix, en steunde Sulpicius Galba, die vanuit Spanje naar Italië kwam en het keizerschap bekleedde. De nieuwe heerser wantrouwde Macer echter en beval een officier genaamd Trebonius Garutianus om de commandant van de twee legioenen te doden.
In januari 69 verloor Galba de controle over de situatie. Hij werd gedood en er brak een burgeroorlog uit tussen Otho en Vitellius, een voormalige gouverneur van Africa die inmiddels aan het hoofd stond van het Rijnleger. III Augusta koos de zijde van Vitellius, maar mengde zich niet in de strijd. Uiteindelijk wist weer een andere pretendent, Vespasianus, de macht te grijpen en een dynastie te stichten. Deze keizer was ook verantwoordelijk voor de overplaatsing van het legioen van Ammaedara terug naar Theveste (75).
Zes jaar later volgde een nieuwe overplaatsing, nu naar Lambaesis in Numidië. Veteranen vestigden zich in de omgeving: in Djemila (Cuicul), Sétif (Setifis) en Timgad (Thammugadi). De Romeinen ontgonnen en koloniseerden de Algerijnse Hautes Plaines werden in hoog tempo.
#africaProconsularis #algerije #ammaedara #aulusHirtius #caligula #claudius #decimatie #djemila #gabes #gaiusVibiusPansa #galba #haidra #iMacrianaLiberatrix #iiiAugusta #juliusCaesar #juniusBlaesus #lambaesis #legioen #luciusApronius #luciusClodiusMacer #marcusAemiliusLepidus #marcusAntonius #marcusFuriusCamillusAfricanus #marcusVelleiusPaterculus #mauretanie #nero #numidie #otho #romeinsLeger #setif #sextusPompeius #slagBijFilippoi #tacape #tacfarinas #theveste #timgad #treboniusGarutianus #tunesie #vespasianus #vierkeizerjaar #viiiiHispana #vitellius
Vienne
De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.
Gallisch oppidum
Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.
Het heuvelfort was echter niet vergeten. Het oppidum bleek nuttig toen enkele jaren later de Kimbren en de Teutonen, twee Germaanse stammen, verschenen in de Provence. Toen generaal Marius deze Germaanse stammen had verslagen, werd de orde hersteld.
In 61 v.Chr. kwamen de Allobrogen, geleid door een zekere Catugnatus, in opstand. De inwoners van Vienne verdreven de Romeinen in hun stad; de ballingen vestigden zich in Lyon en keerden niet terug toen de Romeinen de orde voor de tweede keer herstelden.
Drie jaar later besloot Julius Caesar het gebied voorgoed te pacificeren, wat, zoals bekend, leidde tot de verovering van heel Gallië. Vienne bleef een belangrijke stad, die een gebied beheerste dat zich uitstrekte tot Genève. Lyon was echter belangrijker en de relaties tussen de twee steden waren slecht. Nog in 69 na Christus vroeg de bevolking van Lyon aan keizer Vitellius om Vienne te vernietigen, waar deze wijselijk niet op inging.
Romeinse stad
Keizer Augustus gaf Vienne, inmiddels de voornaamste stad van de grotendeels geromaniseerde Allobrogen, de rang van colonia. Dit betekende dat alle vrijgeboren mannelijke inwoners vanaf nu het Romeins burgerrecht bezaten. In 35 na Chr. bereikte de eerste bewoner van Vienne, Decimus Valerius Asiaticus, het consulaat.
Als colonia heette de stad nu Colonia Julia Augusta Florentia Viennensium. Zoals gebruikelijk wijdden de dankbare tot Romein gemaakten een heiligdom aan de keizer, de tempel van de divus Augustus et diva Roma, “de vergoddelijkte Augustus en de godin Roma”. (De tempel wordt tegenwoordig ook wel de tempel van Augustus en Livia genoemd.) Keizer Claudius noemde de stad “elegant versierd en sterk” en de dichter Martialis zegt hetzelfde in een van zijn epigrammen. Misschien was de elegantie een troost voor de ballingen die naar Vienne werden gestuurd, zoals de Joodse koning Herodes Archelaos, die vanaf 6 na Chr. hier zijn dagen sleet.
Late Oudheid
De stadsmuur vertelt iets over haar geschiedenis. Vienne had oorspronkelijk een muur met een lengte van zeven kilometer, maar in de derde eeuw – u weet wel, een crisistijd – werd een nieuwe muur gebouwd, slechts twee kilometer lang. Deze doorstond de invallen van de Germaanse Alamannen.
In het begin van de vierde eeuw, toen de keizers Diocletianus en Maximianus grote provincies opsplitsten in kleinere, werd Vienne de hoofdstad van de provincie Viennensis. De stad overvleugelde nu de aloude rivaal Lyon. Alleen Trier was in vierde-eeuws Gallië belangrijker. Keizer Valentinianus II woonde in Vienne en in de vijfde eeuw trok de relatieve welvaart de Bourgondiërs aan, die zich in dit gebied vestigden nadat hun hoofdstad Worms in 435 was ingenomen door Aetius en de Hunnen.
De Piramide van VienneEr zijn nog altijd wat monumenten te zien, zoals het theater, de tempel van Augustus en Roma/Livia en de Tuin van Cybele. Een ander monument staat bekend als De Piramide en markeerde ooit een keerpunt in de hippodroom. Volgens een plaatselijk verhaal was dit het graf van Pontius Pilatus, die in ballingschap naar Gallië zou zijn gestuurd. Dit is natuurlijk niets anders dan een vrome legende, maar de verwarring met Herodes Archelaos is begrijpelijk. Nederlandse fietsers ontmoeten hier weleens Françaises met een plastic tas vol lekkernijen.
#Allobrogen #Bourgondiërs #Claudius #GaiusMarius #HerodesArchelaos #JuliusCaesar #Kimbren #Martialis #PontiusPilatus #Rhône #Teutonen #ValentinianusII #Vienne #VitelliusEen oud legioen: VII Claudia (1)
Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.
Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).
De Burgeroorlogen
Tijdens de Tweede Burgeroorlog – Caesar versus de Senaat – streed het Zevende eerst in Hispania, tijdens de gevechten rond Ilerda waarover ik al blogde. De eenheid wordt ook vermeld tijdens de gevechten bij Dyrrhachion en Farsalos (48). Daarna werden de soldaten, die in hun twaalfde dienstjaar waren, teruggestuurd naar Italië om te worden gedemobiliseerd, maar evengoed vinden we het Zevende in Africa tijdens de slag bij Thapsus (46). Dit toont hoe een leger van beroepssoldaten aan het groeien was.
In het volgende jaar ontvingen de veteranen land in de buurt van Capua en Luca, maar in 44, toen Caesar was vermoord, sloten velen zich aan bij Octavianus, die dit legioen in de herfst opnieuw samenstelde (samen met het Achtste) en vervolgens gebruikte om zijn eigen machtspositie te versterken. Het vocht bij Modena in 43 en bij Filippoi in 42, waarna het met Octavianus terugkeerde naar Italië. Het was actief tijdens het beleg van Perugia in 41.
In 36 vestigden veteranen zich in Zuid-Gallië. Het legioen was waarschijnlijk actief tijdens de oorlogen van Octavianus tegen Sextus Pompeius, die Sicilië had bezet, en was mogelijk aanwezig toen Octavianus bij Aktion in botsing kwam met Marcus Antonius (31). Later vestigden zich ook veteranen in Mauretanië.
Octavianus werd de eerste keizer van Rome en lijkt het Zevende Legioen naar Galatië te hebben overgebracht, Centraal-Turkije, hoewel een verblijf op de Balkan net zo waarschijnlijk is. Het heette tenslotte ook wel Macedonica.
De erenaam: VII Claudia
In de verwarde jaren van de Pannonische Opstand (6-9 n.Chr.) werd het opnieuw verplaatst, dit keer naar Tilurium in Dalmatië, een provincie die samen met het Elfde Legioen werd bezet. (Waarschijnlijk deelden beide legioenen de basis bij Burnum, het huidige Kistanje.) Verschillende inscripties documenteren dat officieren van het Zevende Legioen bemiddelden in de geschillen tussen plaatselijke steden en stammen.
Het Zevende was nog in Dalmatië toen in 42 de gouverneur van deze provincie, Lucius Arruntius Camillus Scribonianus, in opstand kwam tegen keizer Claudius, die pas kort daarvoor aan de macht was gekomen. De soldaten van het Zevende en het Elfde maakten snel een einde aan de opstand. Ze ontvingen de eretitel Claudia Pia Fidelis, “het Claudische legioen, loyaal en trouw”.
Toen IIII Scythica werd overgebracht van de Midden-Donau naar de Eufraat om te vechten in de oostelijke campagnes van generaal Corbulo (circa 58), verving VII Claudia Pia Fidelis het. De exacte locatie van de nieuwe basis is niet bekend, maar het kan Viminacium zijn geweest, het moderne Kostolac ten oosten van Belgrado, waar de eenheid in elk geval later verbleef.
Inscriptie door VII Claudia (Archeologisch Museum, Zagreb)Vierkeizerjaar
Tijdens de burgeroorlogen na de zelfmoord van keizer Nero, het Vierkeizerjaar, koos VII Claudia aanvankelijk de zijde van keizer Otho, maar in de eerste slag bij Cremona (69) kon Otho’s leger de overwinning van diens rivaal Vitellius niet voorkomen – een groot deel van Otho’s leger arriveerde te laat voor de strijd. Vitellius bestrafte de verslagen legionairs echter niet en stuurde ze terug naar de Balkan.
Ze stonden open voor de propaganda van een andere troonpretendent, Vespasianus. VII Claudia haastte zich later in hetzelfde jaar opnieuw naar het westen en behoorde in de tweede slag bij Cremona wel tot de overwinnaars. Vespasianus dankte zijn troon aan onder meer het Zevende Claudische Legioen.
#Augustus #Bellovaci #Burnum #Claudius #Dalmatië #EersteSlagBijCremona #IIIIScythica #Ilerda #JuliusCaesar #legioen #LuciusArruntiusCamillusScribonianus #Lutetia #MarcusAntonius #Mauretanië #Modena #Nero #Nerviërs #Otho #Perugia #RomeinsLeger #Servië #slagAanDeSabis #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #Thapsus #TweedeBurgeroorlog #TweedeSlagBijCremona #Veneten #Vespasianus #Vierkeizerjaar #VIIClaudia #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Viminacium #Vitellius #XGemina #XIClaudia #zeeslagBijAktion
IIII Macedonica
Munt van IIII Macedonica (Haltern)In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.
Macedonië
Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.
Heen en weer naar Macedonië daarna. In 42 vocht IIII Macedonica in de dubbele slag bij Filippoi voor het Tweede Driemanschap tegen de moordenaars van Caesar, en na dit bezoek aan Macedonië keerde het met Octavianus weer terug naar Italië, waar het deelnam aan de gevechten tegen Marcus Antonius’ broer Lucius. Slingerkogels bewijzen de aanwezigheid van het Vierde bij het beleg van Perugia.
In 31 v.Chr. namen de legionairs van IIII Macedonica deel aan de gevechten die culmineerden in de zeeslag bij Aktion. De eerste veteranen zwaaiden in deze jaren af: na ruim twaalf dienstjaren vestigden ze zich in de Veneto.
Hispania
Octavianus, die zich inmiddels Augustus noemde, stationeerde het legioen na 30 v.Chr. in Hispania Tarraconensis, waar het deelnam aan campagnes tegen de Cantabriërs, die duurden van 25 tot 13. Naast IIII Macedonica waren I Germanica, II Augusta, V Alaudae, VI Victrix, VIIII Hispana, X Gemina, XX Valeria Victrix en misschien VIII Augusta erbij betrokken. Het Vierde was gestationeerd in Herrera de Pisuerga. Er is wel geopperd dat sommige veteranen zich hebben gevestigd in een nabijgelegen stad die tegenwoordig in het Baskisch Kuartango heet (van quattuor, “vier”).
Na het jaar 13 v.Chr. werd het rustiger op het Iberische Schiereiland. Dat de soldaten overal actief waren in ambtelijke functies, kan worden afgeleid uit inscripties die tot in het zuiden van Andalusië zijn aangetroffen.
Grafsteen van een legionair van IIII Macedonica (Landesmuseum, Mainz)Het Rijnland
Het was waarschijnlijk keizer Claudius die het Vierde Macedonische Legioen overplaatste naar Mainz in Germania Superior, waarschijnlijk in 41 na Chr. Hier verving het XIV Gemina, dat was vertrokken naar Brittannië. Het is echter ook mogelijk dat de overplaatsing al plaatsvond in 39, toen Caligula oorlog voerde tegen de Germaanse Chatten. Hoe dat ook zij, het Vierde kwam in Mainz en deelde daar het fort met het onlangs geformeerde XXII Primigenia. De jongere eenheid bezette de minder eervolle linkerkant, terwijl IIII Macedonica aan de rechterkant verbleef.
Het was nog steeds in Mainz toen Claudius’ opvolger Nero zelfmoord pleegde (juni 68) en er een burgeroorlog uitbrak (januari 69). Het Vierde en het Tweeëntwintigste waren de eerste legioenen die de kant van Vitellius kozen en een grote onderafdeling nam deel aan diens opmars richting Italië. Het brak daarbij de weg dwars door Zwitserland open, vocht bij Cremona tegen de troepen van keizer Otho en bereikte uiteindelijk Rome. Verschillende soldaten werden beloond voor hun diensten en overgeplaatst naar de keizerlijke garde.
Ondergang
Terwijl grote delen va de Rijnlegioenen waren afgemarcheerd naar Italië, waren de garnizoenen van de Rijnprovincies niet op sterkte. Dat was tot daar aan toe, maar de bewoners hadden redenen om kwaad te zijn. De Bataven voelden zich beledigd omdat keizer Galba zijn Bataafse lijfwacht had ontslagen; ook ergerden ze zich aan Vitellius’ rekruteringspraktijken; ze kwamen in opstand.
Een Romeins expeditieleger, bestaande uit de overblijfselen van V Alaudae en XV Primigenia, werd verslagen bij Nijmegen, en niet veel later sloegen de Bataven het beleg op voor Xanten. Hoewel I Germanica, XVI Gallica en het andere legioen uit Mainz, XXII Primigenia, hen probeerden te redden, was Xanten in maart 70 gedwongen zich over te geven. Niet veel later capituleerden ook I Germanica en XVI Gallica.
Dakpan van IIII Macedonica (Isistempel, Mainz)Het duurde enkele maanden voordat de nieuwe keizer Vespasianus een sterk leger kon sturen om het Rijnland te heroveren om de Bataafse opstand te onderdrukken. Daarna reorganiseerden de Romeinen hun leger.
IIII Macedonica had Mainz bewaakt tegen aanvallen van Germaanse plunderaars. Hoewel het succesvol en dapper had gevochten, was de reputatie van het Rijnleger te slecht om dit legioen te laten voortbestaan. Het kreeg een nieuwe naam, IIII Flavia, en werd overgeplaatst naar de Eufraat. En u kunt al raden waar het blogje van vanmiddag over zal gaan.
#Augustus #BataafseOpstand #Caligula #CantabrischeOorlog #Chatten #Claudius #EersteSlagBijCremona #Galba #GermaniaSuperior #GnaeusPompeiusMagnus #HispaniaTarraconensis #IGermanica #IIAugusta #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #JuliusCaesar #legioen #Mainz #MarcusAntonius #Nero #Nijmegen #Octavianus #Otho #Perugia #RomeinsLeger #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #TweedeDriemanschap #VAlaudae #Vespasianus #VIVictrix #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Vitellius #XGemina #Xanten #XIVGemina #XVPrimigenia #XVIGallica #XXValeriaVictrix #XXIIPrimigenia #zeeslagBijAktion
De “Keizerlevens” van Suetonius
Hadrianus, onder wie Suetonius werkte als ab epistulis, als almachtig heerser (Altes Museum, Berlijn)In het vorige stukje hebben we het leven van Suetonius bekeken. Maar hij is natuurlijk bekender als auteur dan als ab epistulis. We kennen van zijn hand diverse titels, zoals een biografie van Cicero, een boekje over Griekse kinderspelletjes, een scheldwoordenboek en een boek met de intrigerende titel Fysieke gebreken van de man. Helaas zijn al deze boeken verloren gegaan.
We weten iets meer over een werk dat de Pratum de rebus variis heette. Dat is te vertalen als “een weide vol uiteenlopende dingen” of, om het lichtvoetige karakter te accentueren, als “de speeltuin”. Hierin verzamelde Suetonius nuttige, interessante en vermakelijke feitjes, waarvan hij hoopte dat ze de lezer zouden amuseren. We hebben meer van dit soort collecties over uit de Grieks-Romeinse Oudheid.
Een groot deel van De Weide is verloren, maar de inhoud van de twintig boekrollen is ruwweg te reconstrueren. Twee boeken gingen over wetten en gebruiken, daarna volgden boeken over kleding en ambten, twee boeken over Romeinse spelen, een boek over kinderspelletjes, een boek over de kalender en twee boeken over de natuur. De volgende negen boeken bevatten biografieën: drie over de Romeinse koningen, een over beroemde prostituees, drie over mensen met een literaire loopbaan (hiervan zijn flinke delen over) en één over geschiedvorsers en filosofen. Wat Suetonius bewoog om die twee zo verschillende beroepsgroepen samen te nemen, is een van de geheimen der oude geschiedenis. De twintigste en laatste boekrol ging over tekstkritiek en stenografie.
De twaalf keizers
De acht boeken met de Levens van de Twaalf Keizers zijn wél overgeleverd. Alleen de eerste bladzijden, die een voorwoord zullen hebben bevat en een opdracht aan Gaius Septicius Clarus, zijn verloren gegaan, samen met een beschrijving van de jeugd van Julius Caesar. Boek één ging dus over Caesar, de volgende vijf boeken behandelden Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, dan was er één boek over Galba, Otho en Vitellius, en tot slot was er één boek over Vespasianus, Titus en Domitianus. Die laatste is geportretteerd als duivel, geheel in lijn met de propaganda van keizer Trajanus.
De Levens zijn aangename lectuur en zijn dan ook altijd populair geweest. Ik schreef al dat als u nooit een antieke bron heeft gelezen, Suetonius een tekst is om mee te beginnen. Hij kreeg navolgers. Begin derde eeuw schreef Marius Maximus een volgende collectie van twaalf keizerlevens en in de negende eeuw stelde Einhard een biografie samen van Karel de Grote, waarin hij Suetonius als voorbeeld nam. Er is een handige Nederlandse vertaling van Daan den Hengst.
Opbouw
Elke van de twaalf keizerlevens heeft min of meer dezelfde structuur. Het eerste deel is chronologisch. Op de familiegeschiedenis volgen de jeugd en opleiding van de gebiografeerde, alsmede de vroege loopbaan. Dan verandert zijn opzet.
Nu ik hiermee een soort samenvatting van zijn levensloop heb gegeven, wil ik de onderdelen daarvan één voor één behandelen, niet in chronologische volgorde, maar in rubrieken gerangschikt, om zo de uiteenzetting aan doorzichtigheid te laten winnen en de bestudering te vereenvoudigen.noot Suetonius, Augustus 9.1; vert. Daan den Hengst.
Het vervolg is dus een thematische beschrijving van het karakter van de keizer, van zijn privéleven (inclusief seksuele gewoonten), van zijn gedrag als burger, van zijn militaire loopbaan en van zijn politieke leven. Daarna keert Suetonius terug naar de chronologie: de voortekenen en omstandigheden van de dood van de keizer, het aantal jaren van zijn regering en een beschrijving van zijn begrafenis.
Suetonius leende deze structuur waarschijnlijk van de hellenistische geleerden die in de derde en tweede eeuw v.Chr. biografieën schreven van de klassieke Griekse auteurs. Het voordeel van dit model is dat de thematische behandeling in het midden de lezer de indruk geeft dat hij de gebiografeerde persoonlijk kent. Voor zover we kunnen overzien, behandelt hij zijn onderwerpen redelijk objectief. Zijn biografieën bevatten weliswaar veel roddels, maar Suetonius lijkt geen informatie te onderdrukken of te verdraaien. Dat is meer dan we kunnen zeggen van zijn tijdgenoot Tacitus.
Je leest weleens dat Suetonius, als voormalig bibliothecaris en documentalist, het Romeinse staatsarchief wel zal hebben gebruikt. Waarschijnlijk is dat maar gedeeltelijk waar. Suetonius benut in elk geval ook de werken van Cluvius Rufus en Plinius de Oudere, samen met een verzameling brieven van keizer Augustus.
Thematiek
In de Levens van de Twaalf Keizers keren twee thema’s steeds terug. In de eerste plaats is er het aloude, al in Mesopotamië gedocumenteerde idee dat een dynastie ontstaat met een moreel sterke man, die zijn kracht en deugd aan het front heeft bewezen. Nadat hij heeft beschreven hoe Julius Caesar de Romeinse republiek in de Tweede Burgeroorlog heeft vernietigd, staat Suetonius lang stil bij Augustus, de stichter van het Julisch-Claudische Huis. Diens opvolger Tiberius presenteert hij als een zwakker man. Zijn regering is in wezen een egoïstische usurpatie – iets dat duidelijk blijkt uit zijn seksuele gedrag. Zijn opvolger Caligula is een cynisch monster, Claudius een bureaucraat, Nero incompetent.
Na deze dynastie breekt er een nieuwe burgeroorlog uit (boek zeven: Galba, Otho, Vitellius), terwijl boek acht de keizers Vespasianus (dynastiestichter), Titus (veinzer), Domitianus (duivel) beschrijft. Het is een herhaling van het eerdere verhaal over de sterke stichter van een steeds zwakkere dynastie. Feitelijk is het achtste boek een appendix om te tonen dat de geschiedenis zich herhaalt. Het is daarmee te lezen als een aanval op keizer Hadrianus, die immers ook de opvolger was van een dynastiestichter, Trajanus.
Suetonius’ aandacht voor de privélevens van de keizers heeft hem de reputatie opgeleverd een soort lasteraar te zijn. Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Suetonius’ tweede thema is simpel, maar belangrijk: hoe ga je om met macht? Als je absolute macht hebt, kun je doen wat je wilt, en alleen een zeer sterke man (volgens Suetonius alleen Augustus en Vespasianus), is in staat tot blijvend correct handelen. Mensen van geringer kaliber zullen de macht misbruiken. Het is een scheurkalenderfilosofie waarvoor je geen antieke teksten hoeft te lezen, maar dat wil niet zeggen dat het onzin is.
#abEpistulis #Augustus #Caligula #Claudius #DaanDenHengst #Domitianus #Einhard #GaiusSepticiusClarus #Galba #Hadrianus #HippoRegius #JuliusCaesar #KarelDeGrote #MariusMaximus #Nero #Otho #PliniusDeOudere #Suetonius #Tiberius #Titus #Trajanus #Vespasianus #Vitellius
#Suetoniustogether #Vitellius (17)
„schliesslich wurde er, die Hände auf den Rücken gefesselt, mit einem Strick um den Hals und mit zerrissenen Kleidern halbnackt aufs Forum geschleppt, wobei er die ganze Via Sacra entlang schlimme Misshandlungen und Verhöhnungen über sich ergehen lassen musste; man zog ihm, wie bei Verbrechern üblich, an den Haaren den Kopf nach hinten und hielt ihm die Spitze eines Schwertes unter das Kinn, so dass er sein Gesicht zeigen musste und es nicht senken konnte.“
Am 20. Dezember 69, heute vor 1954 Jahren, wurde der Römische Kaiser Vitellius getötet.
Vitellius war seit April 69 einer der vier Kaiser des Römischen Reiches im Vierkaiserjahr. Nach einer entscheidenden Niederlage von Vitellius’ Truppen im Bürgerkrieg gegen Vespasian, wurde Vitellius von seinen Gegnern aufgegriffen, getötet, durch Rom geschleift und schließlich im Tiber versenkt.
#geschichte #historisch #heutevor #geschichtetoday #vitellius #vespasian #römischesreich #antike #rom