Toerist in Zaragoza
Aljafería, ZaragozaDe dingen die ik te doen had in het Catalaanse stadje Lleida – zie een eerder blogje – gingen gemakkelijker dan ik had voorzien en ik had daardoor zomaar een dag vrij. Ik kon dus een dagje naar Zaragoza, voor mij een stad met een magische naam. Zeg maar zoiets als Samarkand of Buchara: je associeert het met een stoer middeleeuws verleden en exotische pracht. De hogesnelheidslijn bracht me in minder dan geen tijd van Lleida naar Zaragoza, en ik ben meteen naar het Aljafería gewandeld, dat maar een kwartier verderop ligt.
Aljafería
Met het Alhambra in Granada, de grote moskee van Córdoba en Madinat al-Zahra vormt het paleis van Zaragoza, om zo te zeggen, “de grote vier” van Arabisch Spanje. Chronologisch ligt het er tussenin: de moskee en Madinat al-Zahra dateren uit de Vroege Middeleeuwen, het Aljafería is gebouwd in de tijd van de Eerste Taifas, en het Alhambra vertegenwoordigt de Late Middeleeuwen. Deze relatie is ook anders te omschrijven: de architectuur van het Alhambra bouwt voort op die van het paleis in Zaragoza, dat weer voortbouwt op de bouwkunst van het Umayyadische Emiraat van Córdoba, die weer een voortzetting is van de architectuur die de Umayyaden prefereerden toen ze nog de macht hadden in het Midden-Oosten.
Aljafería, ZaragozaInderdaad deed het Aljafería me denken aan de “desert castles” die ik zag in Jordanië en Syrië en aan het Al-Ukhaidir-paleis in Irak. Van buiten oogt het als een vierkant kasteel, met ronde torens en weergangen, maar binnenin zijn rechthoekige hoven en schitterend gedecoreerde zalen. De emirs van Córdoba maakten een begin met de bouw van het Aljafería, en ongetwijfeld was de militaire heerser die hier woonde, een machtig man: Zaragoza was namelijk de hoofdstad van een van de drie grensmarken. Het garnizoen, de Banu Qasi (“stam van Cassius”), wist Karel de Grote in 778 op afstand te houden en verdedigde de regio later tegen de legers van Barcelona en Aragón.
In de vroege elfde eeuw implodeerde het Kalifaat van Córdoba en namen de lokale militaire heersers de macht over. Dit is de tijd van de Eerste Taifas, die niet per se een tijd van verval was: het betekende dat de hofcultuur van Córdoba zich verspreidde naar een veelvoud aan regionale hoven, waar de heersers wedijverden in mecenaat. De grootste kunstenaars werkten aan dit paleis van “Abu Jaffar” ofwel de Aljafería, en dat is eraan af te zien. Ik laat de plaatjes hun werk maar doen. Ik vond het onbeschrijfelijk mooi en het is een fascinerende gedachte dat filosofen als Ibn Bayyah (Avempace) hier hebben gewandeld.
Aljafería, ZaragozaIn 1118 onderwierp Aragón de taifa van Zaragoza, en werd het Aljafería het koninklijk paleis. Er zijn allerlei toevoegingen uit de Late Middeleeuwen, en uit de tijd van de Reyes Católicos (Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië) dateert de indrukwekkende troonzaal. Verdi’s opera Il Trovatore, gebaseerd op een eerder Spaans muziekstuk en een nog ouder volksverhaal, speelt zich in het Aljafería af. Tegenwoordig is een groot deel van het complex in gebruik als regionaal parlement voor Aragón, en de rest is open voor het publiek. Veel is overigens moderne restauratie, maar het is sfeervol, afgezien van de lompe Nederlander die als toppunt van humor ineens “koffie” roept.
Romeins Zaragoza
Nog een kwartier verderop verrijzen de Romeinse stadsmuren van wat ooit Caesaraugusta heette, in 19 v.Chr. gesticht voor veteranen. In de voormalige Romeinse haven bij de Ebro zijn de tekens te zien die de steenhouwers van VI Victrix en X Gemina op de grote blokken natuursteen hebben aangebracht. Ik wist niet goed wat ik van Romeins Zaragoza mocht verwachten, want het grote museum voor de stadsgeschiedenis wordt momenteel verbouwd, maar er zijn daarnaast vier Romeinse musea: voor de haven, voor het forum, voor een badhuis en voor het theater.
Detail van een Romeins olielampjeLaten we een spa een spa noemen en een trog een trog: ze vielen tegen, al kost een kaartje voor het hele kwartet maar zeven euro, dus genept word je niet. Maar het havenmuseum toont alleen wat onduidelijke stenen structuren en amforen; het forummuseum toont de fundamenten van een portico, maar laat niet echt uit de verf komen dat hier diverse strata zijn gedocumenteerd; van het badhuis is één bassin te zien plus wat losse voorwerpen die je in elk museum kunt zien. Het theatermuseum is groot en heeft een ruimte voor een tijdelijke expositie (toen ik er was de stichting van de civiele stad Caesaraugusta), maar ook hier zijn weinig voorwerpen.
Omdat de musea weinig objecten tonen – de topstukken liggen vermoedelijk in het gesloten stadsmuseum – is de uitleg vooral tekstueel, en dat is in alle vier gevallen goed gedaan. Er is duidelijk werk gemaakt van het ontsluiten van deze opgravingen, maar je hoeft niet veel te reizen om beter te hebben gezien.
De markthalEn verder
Zaragoza heeft nog veel meer, zoals twee kathedralen, een mooie stenen brug, een toffe mercado voor levensmiddelen, een elegant centraal plein, een museum voor Goya waar ik niet naartoe ben gegaan, fijne parken en een snelle McDonald’s. Je komt immers niet dagelijks in zo’n mooie stad en wil er zo lang mogelijk van genieten.
Don Quichot deed er verkeerd aan niet naar Zaragoza te gaan, al was zijn weigering gebaseerd op goede gronden. Ik had graag in een van de exposities nog een manuscript gevonden, maar soit: dit was een welbestede dag en een even aangename als onverwachte toevoeging aan mijn bezoek aan Lleida.
#Aljafería #Aragón #BanuQasi #EersteTaifas #FerdinandIIVanAragón #IbnBayyah #IsabellaIVanCastilië #VIVictrix #XGemina #Zaragoza






