Sempervivetum

Sempervivetum 2013

Sempervivetum is de oud-Romeinse naam van het huidige Simpelveld in Zuid-Limburg. Het is ook de naam van het Romeinenfestival dat daar – of eigenlijk: in Bocholtz – wordt gehouden in de oneven jaren en dat alterneert met het Nijmeegse Romeinenfestival. De twee festivals lijken op elkaar, maar zijn toch ook verschillend: waar het accent in Nijmegen ligt op de Keizertijd, de limes en de Bataven, benadrukt Simpelveld de Late Republiek en de Eburonen. Het komende weekend is het weer zo ver: op zaterdag 18 en zondag 19 juli verzorgen zo’n honderdtwintig re-enactors demonstraties – en dat is vooral leuk.

We kennen de Eburonen, zeg maar de bewoners van het huidige Limburg, deels uit de archeologie en deels uit de beschrijving die Julius Caesar in zijn Gallische Oorlog wijdt aan zijn tegenstanders. Onder leiding van hun vorst Ambiorix slaagden zij er in 54 v.Chr. in het Veertiende Legioen te vernietigen, dat vermoedelijk even ten zuiden van Maastricht verbleef. De Romeinse wraak was vreselijk: Caesar zegt dat hij de Eburonen uitroeide en dat zou nog waar kunnen zijn ook, want op sommige plaatsen, zoals Jülich, blijkt uit stuifmeelonderzoek dat er na het midden van de eerste eeuw v.Chr. minder akkers en weiden waren en meer bossen.

Het Sempervivetum-festival zal vreedzamer verlopen, al zullen er zeker re-enactors zijn die demonstreren hoe Romeinse en Eburoonse soldaten eruit zagen. U krijgt uitleg over allerlei zaken, zoals wapens, organisatie, voedsel en verblijfplaatsen. De Romeinse re-enactors zijn afkomstig uit Frankrijk (Aera), België (Legio XI Claudia), Nederland (Legio X Gemina, Ala I Batavorum en Corbvlo).

De Eburonen worden nagespeeld door de Belgische groep Deuoxtonion en de Duitse Ostarliuti. Dit vind ik zelf erg interessant, omdat ik eigenlijk vind dat we in Nederland ook eens zo’n groep moeten krijgen: een van de nadelen van de limes als “venster” op de canon is dat ons traditionele Romeinse verleden, de Germanen, niet langer in hun eigen recht worden behandeld. Hoe meer ik daarover nadenk, hoe bizarder ik dat vind.

Net als twee jaar geleden is er op het festivalterrein in Bocholtz ook civiel re-enactment, dat steeds populairder wordt. Hoe leefden Romeinse burgers? Wat nam je mee naar het badhuis? Wat aten en dronken de Romeinen in een herberg? Hoe werden chique dames opgemaakt? Ik noem hier ook een voor ons wat ongebruikelijk aspect van het burgerlijke leven: de gladiatoren van Lvdvs Picenvs uit Italië, die ik nooit eerder zag, maar die – afgaande op andere gladiatorengroepen – garant zullen staan voor spektakel. Behalve de genoemde groepen zijn hier het Belgische Civitas Romana, enkele Duitse ambachtslieden en de groep Römercohorte.

Wat ik erg leuk vind is de Romeinse huiskamer, die is geïnspireerd op een van de beroemdste archeologische voorwerpen uit Nederland: de sarcofaag van de Dame van Simpelveld. Zeker voor kinderen zal het leuk zijn een tunica aan te doen en zich te laten fotograferen alsof zij behoorden tot de allerhoogste elite van het toenmalige Limburg. Andere kinderactiviteiten, zoals antieke spelletjes, worden gebracht door de groep Baroen.

Er zullen ook lezingen worden verzorgd, en misschien ben ik een van de sprekers. Het probleem – voor mij dan – is dat ik het afgelopen weekend het ziekenhuis in gedraaid ben. Hoewel ik inmiddels weer thuis ben, moet ik het rustig aandoen, en ik weet nog niet of ik het festival zal trekken. Niettemin: er zijn lezingen, dus ook voor wie de demonstraties al eens zag op een ander festival, is er iets nieuws mee te maken.

Ik rond af met de informatiemarkt over het Romeinse erfgoed van Zuid-Limburg, waarbij u kunt denken aan onder meer het Heerlense Thermenmuseum en de in Valkenburg nagebouwde Romeinse catacomben. Villa Proosdij serveert Romeinse gerechten.

Of ik er zelf ben, is in de handen van Apollo Grannus. Maar ik zou u zeggen: gaat dat zien! Lezen over de Romeinse cultuur is best leuk, maar zo’n festival is de beste manier om het te ervaren. Twee jaar geleden was het erg geslaagd en ik heb er alle vertrouwen in dat dat ook dit jaar zo zal zijn. Meer informatie hier.

#Bocholtz #DameVanSimpelveld #Romeinenfestival #Sempervivetum #Simpelveld #XIVGemina

Caesar bij Atuatuca: Berg?

Berg

Archeologie en teksten, dat is een ongemakkelijk huwelijk. Ik heb hier weleens uitgelegd waarom archeologen volgens mij wat al te makkelijk veronderstellen dat de Drususgrachten in Nederland hebben gelegen. Soms missen archeologen een kans om hun vakbroeders, de classici, te helpen: de vondsten in Velsen kunnen niet én bij een castra behoren én bij een castellum genaamd Flevum. Tenzij we het Latijn niet goed begrijpen, en het zou leuk zijn als archeologen eens over woordbetekenissen discussieerden met hun collega’s. Eerstgenoemden hebben laatstgenoemden iets te bieden. Ook de opgravingen van Herwen en Heerlen bieden meer mogelijkheden tot samenwerking dan momenteel worden waargemaakt.

Sommige dingen waren vroeger beter dan nu. De opleidingen waren bijvoorbeeld langer. De studieduurbekorting van de jaren tachtig beroofde archeologiestudenten van een eerlijke kans vertrouwd te raken met teksten – zelfs in vertaling. Andere dingen zijn tegenwoordig dan weer beter dan vroeger: archeologiestudenten leren veel meer over technieken en raken met meer data vertrouwd. Ook dat leidt echter weg van vertrouwdheid met de antieke bronnen. En dan ontstaat het gevaar dat je eerdere inzichten als vanzelfsprekend overneemt, zonder te weten dat classici en oudhistorici die inmiddels hebben weerlegd. Er is geen bewijs dat Hadrianus ooit in Voorburg is geweest, wat de plaatselijke VVV ook beweert, en het is hoogst discutabel Nijmegen als stad te typeren, wat de plaatselijke VVV ook beweert.

Daar komt nog bij dat archeologen een voorkeur hebben voor de correspondentietheorie van de waarheid terwijl hun collega’s een voorkeur hebben voor de coherentietheorie. (Dit was het thema van de discussie over maximalisme en minimalisme, die in Nederland na de studieduurbekorting abrupt ten einde is gekomen.) Doordat wetenschappers dezelfde woorden anders gebruiken, liggen misverstanden op de loer, en als de betrokkenen elkaar willen begrijpen, moeten ze beginnen heel goed naar elkaar te luisteren. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik herinner me een oudhistoricus die voorstelde een gesprek over interdisciplinariteit te voeren met Zoom of Teams, waarop de archeoloog concludeerde dat zijn collega de diepte van de problematiek niet doorgrondde en besloot de discussie op te schorten. Ik denk terecht.

Willen we de archeologie meer laten profiteren van de inzichten van tekststudie en willen we classici/oudhistorici meer laten profiteren van de archeologie, dan zijn ook meer data nodig. Veel meer data. Op dat punt is de conflictarcheologie belangrijk, omdat die vaak gaat over korte, snel ontwikkelende gebeurtenissen, zoals beschreven in teksten. Archeologie is hier geen wetenschap van de brede tijdsaanduidingen.

Berg

En nu is er een leuke ontwikkeling: Nico Roymans, die al jaren bezig is een brug te slaan tussen enerzijds de bodemvondsten en anderzijds het geschreven bewijs over de veldtochten van Julius Caesar, heeft een locatie gevonden waar Ambiorix’ Eburonen het Romeinse Veertiende Legioen kunnen hebben verslagen. Het zou gaan om Berg, de heuvel die je, fietsend van Maastricht naar Tongeren, twee kilometer voor aankomst rechts ziet liggen. Er staat een mooi oud kerkje. Hier zijn allerlei munten gevonden, heel erg veel munten zelfs. die sterk suggereren dat dit voor de Eburoonse stam de centrale plaats is geweest.

De hypothese, die al een tijdje rondzong, moet nog uitgebreid worden getest. En aangezien er daar wat grote infrastructurele projecten zijn, zijn er zowel bedreigingen als kansen. Op de uitkomst van het onderzoek vooruitlopend: er is iets dat heel erg voor deze hypothese pleit. Tongeren heette in de keizertijd Atuatuca en zo heette ook de plek waar het Veertiende ten onder ging. Tongeren zelf kan niet dat Eburoonse Atuatuca zijn, want vondsten uit die vroege tijd zijn afwezig. Bovendien is er zó veel gegraven in die stad, dat we niet langer mogen zeggen dat “absence of evidence is no evidence of absence”. Er woonden rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. geen Eburonen, punt. Alle andere genoemde locaties liggen echter vér van Tongeren. Kanne-Caestert is weleens genoemd, onder andere door de Vlaamse archeoloog Heli Roosens, maar het zou betekenen dat de naam Atuatuca over een enorme afstand is verplaatst. Daarvoor kennen we geen parallel. Berg heeft dit bezwaar niet.

Meer onderzoek

We hebben nu meer data en een toetsbare hypothese, maar zoals gezegd: meer onderzoek is nodig. Degenen die uitgaan van de correspondentietheorie van de waarheid, zullen vermoedelijk pas tevreden zijn als er scherp dateerbare wapenvondsten zijn en slingerstenen met XIV of XIIII erop. Dat zal nog lastig worden – en juist dat maakt het debat over de twee door oudheidkundigen gebruikte waarheidstheorieën zo spannend, zo boeiend, zo belangrijk en zo urgent.

Eerder heeft Roymans geopperd dat Thuin de plaats was waar de Aduatuci (niet te verwarren met Atuatuca) werden belegerd, dat Kessel de plek was waar de Usipeten en Tencteri zijn verslagen, en dat bepaalde muntschatten in Zuid-Limburg de stille getuigen zijn van de door Caesar aangerichte genocide onder de Eburonen. Ik heb de discussie over deze hypothesen altijd vreemd gevonden. Ze behoorde te gaan over waarheidstheorieën en over de aard van het oudheidkundig bewijs; in de praktijk werd de correspondentietheorie impliciet aangenomen. Ik had, om te citeren wat een archeoloog over een soortgelijke discussie zei, de indruk dat menigeen de diepte van de problematiek onvoldoende doorgrondde.

Wat eigenlijk moet gebeuren? Meer kennis van de aard van de oudheidkundige bewijsvoering, dat om te beginnen. Daarnaast meer kennis van de problematiek van antieke bronnen, in vertaling. Kortom, we moeten de archeologische opleidingen terug brengen tot het wetenschappelijk minimum (zes of zeven jaar dus) en oud-studenten een kans geven zich bij te scholen om hun kennis op peil te brengen.

Literatuur

#absenceOfEvidenceIsNotEvidenceOfAbsence #Ambiorix #Atuatuca #België #Berg #coherentietheorieVanDeWaarheid #conflictarcheologie #correspondentietheorieVanDeWaarheid #HeliRoosens #interdisciplinariteit #JuliusCaesar #KanneCaestert #maximalismeEnMinimalisme #NicoRoymans #waarheid #XIVGemina

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Heen en weer naar Macedonië daarna. In 42 vocht IIII Macedonica in de dubbele slag bij Filippoi voor het Tweede Driemanschap tegen de moordenaars van Caesar, en na dit bezoek aan Macedonië keerde het met Octavianus weer terug naar Italië, waar het deelnam aan de gevechten tegen Marcus Antonius’ broer Lucius. Slingerkogels bewijzen de aanwezigheid van het Vierde bij het beleg van Perugia.

In 31 v.Chr. namen de legionairs van IIII Macedonica deel aan de gevechten die culmineerden in de zeeslag bij Aktion. De eerste veteranen zwaaiden in deze jaren af: na ruim twaalf dienstjaren vestigden ze zich in de Veneto.

Hispania

Octavianus, die zich inmiddels Augustus noemde, stationeerde het legioen na 30 v.Chr. in Hispania Tarraconensis, waar het deelnam aan campagnes tegen de Cantabriërs, die duurden van 25 tot 13. Naast IIII Macedonica waren I Germanica, II Augusta, V Alaudae, VI Victrix, VIIII Hispana, X Gemina, XX Valeria Victrix en misschien VIII Augusta erbij betrokken. Het Vierde was gestationeerd in Herrera de Pisuerga. Er is wel geopperd dat sommige veteranen zich hebben gevestigd in een nabijgelegen stad die tegenwoordig in het Baskisch Kuartango heet (van quattuor, “vier”).

Na het jaar 13 v.Chr. werd het rustiger op het Iberische Schiereiland. Dat de soldaten overal actief waren in ambtelijke functies, kan worden afgeleid uit inscripties die tot in het zuiden van Andalusië zijn aangetroffen.

Grafsteen van een legionair van IIII Macedonica (Landesmuseum, Mainz)

Het Rijnland

Het was waarschijnlijk keizer Claudius die het Vierde Macedonische Legioen overplaatste naar Mainz in Germania Superior, waarschijnlijk in 41 na Chr. Hier verving het XIV Gemina, dat was vertrokken naar Brittannië. Het is echter ook mogelijk dat de overplaatsing al plaatsvond in 39, toen Caligula oorlog voerde tegen de Germaanse Chatten. Hoe dat ook zij, het Vierde kwam in Mainz en deelde daar het fort met het onlangs geformeerde XXII Primigenia. De jongere eenheid bezette de minder eervolle linkerkant, terwijl IIII Macedonica aan de rechterkant verbleef.

Het was nog steeds in Mainz toen Claudius’ opvolger Nero zelfmoord pleegde (juni 68) en er een burgeroorlog uitbrak (januari 69). Het Vierde en het Tweeëntwintigste waren de eerste legioenen die de kant van Vitellius kozen en een grote onderafdeling nam deel aan diens opmars richting Italië. Het brak daarbij de weg dwars door Zwitserland open, vocht bij Cremona tegen de troepen van keizer Otho en bereikte uiteindelijk Rome. Verschillende soldaten werden beloond voor hun diensten en overgeplaatst naar de keizerlijke garde.

Ondergang

Terwijl grote delen va de Rijnlegioenen waren afgemarcheerd naar Italië, waren de garnizoenen van de Rijnprovincies niet op sterkte. Dat was tot daar aan toe, maar de bewoners hadden redenen om kwaad te zijn. De Bataven voelden zich beledigd omdat keizer Galba zijn Bataafse lijfwacht had ontslagen; ook ergerden ze zich aan Vitellius’ rekruteringspraktijken; ze kwamen in opstand.

Een Romeins expeditieleger, bestaande uit de overblijfselen van V Alaudae en XV Primigenia, werd verslagen bij Nijmegen, en niet veel later sloegen de Bataven het beleg op voor Xanten. Hoewel I Germanica, XVI Gallica en het andere legioen uit Mainz, XXII Primigenia, hen probeerden te redden, was Xanten in maart 70 gedwongen zich over te geven. Niet veel later capituleerden ook I Germanica en XVI Gallica.

Dakpan van IIII Macedonica (Isistempel, Mainz)

Het duurde enkele maanden voordat de nieuwe keizer Vespasianus een sterk leger kon sturen om het Rijnland te heroveren om de Bataafse opstand te onderdrukken. Daarna reorganiseerden de Romeinen hun leger.

IIII Macedonica had Mainz bewaakt tegen aanvallen van Germaanse plunderaars. Hoewel het succesvol en dapper had gevochten, was de reputatie van het Rijnleger te slecht om dit legioen te laten voortbestaan. Het kreeg een nieuwe naam, IIII Flavia, en werd overgeplaatst naar de Eufraat. En u kunt al raden waar het blogje van vanmiddag over zal gaan.

#Augustus #BataafseOpstand #Caligula #CantabrischeOorlog #Chatten #Claudius #EersteSlagBijCremona #Galba #GermaniaSuperior #GnaeusPompeiusMagnus #HispaniaTarraconensis #IGermanica #IIAugusta #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #JuliusCaesar #legioen #Mainz #MarcusAntonius #Nero #Nijmegen #Octavianus #Otho #Perugia #RomeinsLeger #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #TweedeDriemanschap #VAlaudae #Vespasianus #VIVictrix #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Vitellius #XGemina #Xanten #XIVGemina #XVPrimigenia #XVIGallica #XXValeriaVictrix #XXIIPrimigenia #zeeslagBijAktion

De slag bij Dyrrhachion - Mainzer Beobachter

In de slag bij Dyrrhachion wist Pompeius een aanval van Caesar af te slaan, maar hij wist zijn overwinning niet uit te buiten.

Mainzer Beobachter