Hypothese en hulphypothese

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

Niet ver ten noorden van Osnabrück ligt het dorpje Engter met daarnaast een plek die Kalkriese heet. Archeologen hebben daar een enorme hoeveelheid Romeinse militaria aangetroffen, gelegen tussen een moeras en de resten van een aarden wal op een heuvel. Wie op een landkaart van oost naar west kijkt, ziet de vondsten in een soort rechte lijn liggen tot hij aankomt bij het smalle stuk tussen wal en moeras. Daarvandaan waaieren de vondsten in twee richtingen uit: naar het noordwesten en naar het zuidwesten.

Engte

Al jaren wordt deze plek geassocieerd met de Slag in het Teutoburgerwoud in het najaar van 9 na Chr. De Romeinen kwamen uit het oosten, moesten hier langs het moeras en werden vanachter de wal bestookt door Germaanse krijgers. De legertros viel uiteen: een groep ging naar het noordwesten, de andere naar het zuidwesten. De vondsten duiden op de aanwezigheid van voetvolk, ruiters, administratief personeel en vrouwen. De naam “Engter” is een letterlijke vertaling van het eerste woord van Saltus Teutoburgiensis, want saltus betekent niet alleen “woud” maar ook “weide”, “pas” of (in dit geval) “engte”. Het Teutoburgerwoud is dus geen woud en stuifmeelonderzoek heeft bevestigd dat er weinig bosvegetatie was.

Een belangrijke correctie op het bovenstaande verhaal was, nog niet zo lang geleden, dat de wal niet door de Germanen was gebouwd om de Romeinen onder vuur te nemen, maar dat het de zijkant was van een Romeins kamp. Het bewijs bestond uit 200 zilverstukken, gevonden ten zuiden van de wal – dus in een door Romeinen beheerst gebied. Dit is inmiddels verder gecompliceerd door een tweede wal achter de eerste wal. We weten domweg nu niet wat dit alles betekent.

LPA

Er is nog een ander probleem: er is een zwaard gevonden met daarop de letters LPA, Legio Prima Augusta, dat later I Germanica zou heten. De legioenen die met generaal Varus ten onder zijn gegaan in de Teutoburger Engte zijn XVII, XIIX en XIX.

Eén oplossing van het probleem is dat dit zwaard hier is verloren door een latere bezoeker. Het Eerste Legioen is inderdaad in de Teutoburger Engte geweest, namelijk toen prins Germanicus er terugkeerde om de doden te begraven. Dus deze hypothese is welbeschouwd zo vreemd niet. Een andere hypothese is dat een soldaat was overgeplaatst. Of dat LPA iets anders betekent. Lucius Postumius Albus bijvoorbeeld.

Hypothese en hulphypothese

Wat we hier in feite zien, is dat we een goede hypothese hebben – Kalkriese maakte deel uit van de gevechten in 9 na Chr. – en wat conflicterend bewijsmateriaal. In de praktijk is één aanwijzing voor het tegendeel meestal onvoldoende om een goede hypothese op te geven. Je stelt liever een hulphypothese op. Vergelijk het met natuurkunde: de baan van Mercurius is niet te verklaren met de wetten van Newton, maar geen natuurkundige piekerde erover die opzij te schuiven. En uiteindelijk bood Einstein de verklaring.

Zo is het ook hier: om de hypothese dat Kalkriese iets van doen heeft met de gebeurtenissen in het jaar 9 op te geven, is méér nodig dan een zwaard met de letters LPA. We ruimen conflicterende informatie op met een hulphypothese en pas als we dat al te vaak moeten doen, wordt het tijd om écht na te denken.

De tijd zal het leren. En er wordt nog volop gegraven. Een handig overzicht stond afgelopen weekend in de Frankfurter Allgemeine.

#hypotheseEnHulphypothese #IGermanica #Kalkriese #LegioXIX #LegioXVII #LegioXVIII #stuifmeelonderzoek #Teutoburgerwoud

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Heen en weer naar Macedonië daarna. In 42 vocht IIII Macedonica in de dubbele slag bij Filippoi voor het Tweede Driemanschap tegen de moordenaars van Caesar, en na dit bezoek aan Macedonië keerde het met Octavianus weer terug naar Italië, waar het deelnam aan de gevechten tegen Marcus Antonius’ broer Lucius. Slingerkogels bewijzen de aanwezigheid van het Vierde bij het beleg van Perugia.

In 31 v.Chr. namen de legionairs van IIII Macedonica deel aan de gevechten die culmineerden in de zeeslag bij Aktion. De eerste veteranen zwaaiden in deze jaren af: na ruim twaalf dienstjaren vestigden ze zich in de Veneto.

Hispania

Octavianus, die zich inmiddels Augustus noemde, stationeerde het legioen na 30 v.Chr. in Hispania Tarraconensis, waar het deelnam aan campagnes tegen de Cantabriërs, die duurden van 25 tot 13. Naast IIII Macedonica waren I Germanica, II Augusta, V Alaudae, VI Victrix, VIIII Hispana, X Gemina, XX Valeria Victrix en misschien VIII Augusta erbij betrokken. Het Vierde was gestationeerd in Herrera de Pisuerga. Er is wel geopperd dat sommige veteranen zich hebben gevestigd in een nabijgelegen stad die tegenwoordig in het Baskisch Kuartango heet (van quattuor, “vier”).

Na het jaar 13 v.Chr. werd het rustiger op het Iberische Schiereiland. Dat de soldaten overal actief waren in ambtelijke functies, kan worden afgeleid uit inscripties die tot in het zuiden van Andalusië zijn aangetroffen.

Grafsteen van een legionair van IIII Macedonica (Landesmuseum, Mainz)

Het Rijnland

Het was waarschijnlijk keizer Claudius die het Vierde Macedonische Legioen overplaatste naar Mainz in Germania Superior, waarschijnlijk in 41 na Chr. Hier verving het XIV Gemina, dat was vertrokken naar Brittannië. Het is echter ook mogelijk dat de overplaatsing al plaatsvond in 39, toen Caligula oorlog voerde tegen de Germaanse Chatten. Hoe dat ook zij, het Vierde kwam in Mainz en deelde daar het fort met het onlangs geformeerde XXII Primigenia. De jongere eenheid bezette de minder eervolle linkerkant, terwijl IIII Macedonica aan de rechterkant verbleef.

Het was nog steeds in Mainz toen Claudius’ opvolger Nero zelfmoord pleegde (juni 68) en er een burgeroorlog uitbrak (januari 69). Het Vierde en het Tweeëntwintigste waren de eerste legioenen die de kant van Vitellius kozen en een grote onderafdeling nam deel aan diens opmars richting Italië. Het brak daarbij de weg dwars door Zwitserland open, vocht bij Cremona tegen de troepen van keizer Otho en bereikte uiteindelijk Rome. Verschillende soldaten werden beloond voor hun diensten en overgeplaatst naar de keizerlijke garde.

Ondergang

Terwijl grote delen va de Rijnlegioenen waren afgemarcheerd naar Italië, waren de garnizoenen van de Rijnprovincies niet op sterkte. Dat was tot daar aan toe, maar de bewoners hadden redenen om kwaad te zijn. De Bataven voelden zich beledigd omdat keizer Galba zijn Bataafse lijfwacht had ontslagen; ook ergerden ze zich aan Vitellius’ rekruteringspraktijken; ze kwamen in opstand.

Een Romeins expeditieleger, bestaande uit de overblijfselen van V Alaudae en XV Primigenia, werd verslagen bij Nijmegen, en niet veel later sloegen de Bataven het beleg op voor Xanten. Hoewel I Germanica, XVI Gallica en het andere legioen uit Mainz, XXII Primigenia, hen probeerden te redden, was Xanten in maart 70 gedwongen zich over te geven. Niet veel later capituleerden ook I Germanica en XVI Gallica.

Dakpan van IIII Macedonica (Isistempel, Mainz)

Het duurde enkele maanden voordat de nieuwe keizer Vespasianus een sterk leger kon sturen om het Rijnland te heroveren om de Bataafse opstand te onderdrukken. Daarna reorganiseerden de Romeinen hun leger.

IIII Macedonica had Mainz bewaakt tegen aanvallen van Germaanse plunderaars. Hoewel het succesvol en dapper had gevochten, was de reputatie van het Rijnleger te slecht om dit legioen te laten voortbestaan. Het kreeg een nieuwe naam, IIII Flavia, en werd overgeplaatst naar de Eufraat. En u kunt al raden waar het blogje van vanmiddag over zal gaan.

#Augustus #BataafseOpstand #Caligula #CantabrischeOorlog #Chatten #Claudius #EersteSlagBijCremona #Galba #GermaniaSuperior #GnaeusPompeiusMagnus #HispaniaTarraconensis #IGermanica #IIAugusta #IIIIFlaviaFelix #IIIIMacedonica #JuliusCaesar #legioen #Mainz #MarcusAntonius #Nero #Nijmegen #Octavianus #Otho #Perugia #RomeinsLeger #slagBijDyrrhachion #slagBijFarsalos #slagBijFilippoi #TweedeDriemanschap #VAlaudae #Vespasianus #VIVictrix #VIIIAugusta #VIIIIHispana #Vitellius #XGemina #Xanten #XIVGemina #XVPrimigenia #XVIGallica #XXValeriaVictrix #XXIIPrimigenia #zeeslagBijAktion

De slag bij Dyrrhachion - Mainzer Beobachter

In de slag bij Dyrrhachion wist Pompeius een aanval van Caesar af te slaan, maar hij wist zijn overwinning niet uit te buiten.

Mainzer Beobachter