Titus Livius (6): bronnen

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

[Zesde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Livius pochte dat hij alle relevante Griekse en Romeinse geschiedenisboeken had gelezen en eigenlijk is er geen reden om daaraan te twijfelen. Dat wil niet zeggen dat gegarandeerd waar is wat hij schrijft. Niet omdat hij niet waarheidlievend zou zijn. Hij is erop gespitst de waarheid te vertellen en onderbreekt zijn verhaal regelmatig voor opmerkingen die een kritische houding verraden:

Van de vijanden kwamen 2500 man om en velen bezweken later aan hun verwondingen. Door [sommige eerdere geschiedschrijvers] wordt een veelvoud van verliezen aan weerszijden overgeleverd. Ikzelf houd om te beginnen niet van ongegronde overdrijving – een veel voorkomende neiging van geschiedschrijvers – en bovendien beschouw ik Fabius, een tijdgenoot van deze oorlog, als de beste bron.noot Livius 22.7.4; vert. Hetty van Rooijen.

Dit verhaal is meer geschikt voor een theatervoorstelling, waar wonderbaarlijke gebeurtenissen in trek zijn, dan om er geloof aan te hechten, en het is de moeite niet waard het te bevestigen of te weerleggen.noot Livius 5.21.8.

Moderne auteurs klagen over de topografische fouten van Livius, maar hij deed zijn best. Uit de aard der zaak is een juiste verbetering niet te herkennen en een verschlimmbesserung wel (voorbeeld), zodat het beeld van Livius als topograaf een tikje te zwart is. Dat correcte informatie hem interesseerde, blijkt bijvoorbeeld uit de terloopse vermelding dat hij in Liternum (bij Napels) een monument inspecteerde dat was gewijd aan Publius Cornelius Scipio Africanus.noot Livius 38.56.3. Het probleem is niet Livius’ gebrek aan kritische houding, maar de kwaliteit van zijn bronnen.

Geschiedvorsing en geschiedschrijving

Er zijn in wezen twee soorten auteurs die zich bezighouden met het verleden:

  • de geschiedvorser die archieven bestudeert en een kritische monografie schrijft over een klein onderwerp,
  • de geschiedschrijver, die zijn lezers door middel van een synthese bijpraat over een belangrijk thema.

Titus Livius behoort tot de laatste categorie. Zijn doel was een tot goed Romeins gedrag inspirerende synthese van het hele Romeinse verleden, en daarbij moest hij vertrouwen op eerdere bronnen. Als hij wilde slagen in zijn opzet, was er gewoon geen tijd om te controleren wat in zijn bronnen stond. Als die met elkaar in overeenstemming waren, presenteerde hij het als feit, en hij gaf aan als een auteur van de consensus afweek. Het is de methode die ook een Arrianus zou volgen. Gegeven de omvang van Livius’ project, was het onmogelijk het beter te doen.

Livius en Polybios

Hoewel Livius’ aanpak voor zijn gestelde doel goed was, is ze dat niet voor wat wij willen weten. Dat maakt de vraag relevant hoe hij zijn bronnen behandelde. Gelukkig kunnen we die vraag beantwoorden, omdat we de boeken 21-33 van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad kunnen vergelijken met een andere bron, de boeken 3-18 van de Wereldgeschiedenis van de Griekse auteur Polybios van Megalopolis (c.200-c.118). Livius  prijst zijn oudere collega als “een auteur die geenszins moet worden veracht” en “een betrouwbare autoriteit voor de gehele Romeinse geschiedenis”.noot Livius 30.45.5 en 33.10.10. Soms herkennen we letterlijke overeenkomsten.

Het is aantrekkelijk te denken dat Livius in eigen woorden navertelt wat hij bij Polybios had gelezen; zo bezien zou Livius’ geschiedwerk in wezen een compilatie zijn van oudere bronnen. Als je echter in detail gaat vergelijken, zoals ik heb gedaan voor het verhaal van Hannibals tocht over de Alpen, ontdek je dat Polybios en Livius dezelfde bron navertellen. Dat verklaart niet alleen de letterlijke overeenkomsten, maar verklaart bovendien waarom Livius informatie biedt die niet aan Polybios kan zijn ontleend maar wel correct is.

Livius en de Annalisten

We weten dat Livius ook andere schrijvers benutte. In de eerste pentade maakte hij gebruik van Quintus Fabius Pictor (rond 200 v.Chr.) en Lucius Calpurnius Piso Frugi (rond 150 v.Chr.). Zij waren de eerste geschiedschrijvers van Rome geweest en behoorden tot de Annales-traditie, waarin de stof jaar voor jaar werd gepresenteerd. Livius gebruikte ook jongere annalisten: de optimaat Quintus Valerius Antias (rond 80 v.Chr.) en de popularis Gaius Licinius Macer (rond 70 v.Chr.).

Ook verwijst Livius naar Quintus Aelius Tubero (rond 50 v.Chr.), maar zeer terughoudend, en het lijkt erop dat Livius deze auteur is gaan wantrouwen en er uiteindelijk geen waarde meer aan hechtte. Ik noemde Tubero vorig jaar al eens op deze blog als de aanklager van Quintus Ligarius.

In de tweede pentade kon Livius ook Quintus Claudius Quadrigarius gebruiken. Als hij de oorlog tegen Hannibal beschrijft, zijn Lucius Coelius Antipater (rond 110 v.Chr.) en Polybios de belangrijkste bronnen, terwijl Livius nog steeds Valerius Antias gebruikt voor de beschrijvingen van de gebeurtenissen in de stad. In de boeken 31-45 zijn Polybios, Antias en Quadrigarius de bronnen van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad. Al die eerdere bronnen zijn verloren gegaan – en dat zegt veel over de hoge waardering die men in de Oudheid had voor Livius.

Vertaalfouten

Livius’ verslag is dus zo goed als zijn bronnen: waar ze overeenstemden, presenteerde hij dat als feit, terwijl hij aangaf wat afweek. Dat sluit vanzelfsprekend blunders niet uit. Livius’ Grieks was niet fantastisch en soms begrijpt hij Polybios verkeerd. In een beschrijving van een belegering waarin mineurs en contramineurs in een tunnel slaags raken, vermeldt Polybios dat sommige soldaten vierkante schilden droegen, de zogeheten thyreous. Livius begreep dat als thyras, en vertaalde het als zodanig. Zodat er nu staat dat de soldaten met deuren door de tunnels liepen…noot Polybios 21.28.11 en Livius 38.7.10.

[wordt morgen afgerond]

#annalistiek #antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #GaiusLiciniusMacer #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCalpurniusPisoFrugi #LuciusCoeliusAntipater #Polybios #QuintusAeliusTubero #QuintusClaudiusQuadrigarius #QuintusFabiusPictor #QuintusValeriusAntias #TitusLivius

Quintus Ligarius

Zomaar een Romein, dus niet per se Quintus Ligarius (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik introduceer mijn stukjes over de laatste jaren van Julius Caesar meestal met het omrekenen van de republikeinse datum naar onze kalender. Vandaag sla ik die gimmick over. Evengoed gaan we het hebben over Caesar. Of beter, over een tijdgenoot: Quintus Ligarius, over wiens lot de rechtbank 2069 jaar geleden besliste.

Hij diende al jaren in het huidige Tunesië: in 50 v.Chr. als assistent van gouverneur Gaius Considius Longus; later als diens plaatsvervanger; weer later als adjudant van Pompeius’ bondgenoot Publius Attius Varus. Ligarius nam deel aan de slag bij Thapsus en werd na afloop gevangen genomen in Hadrumetum. Caesar liet hem in leven maar stond hem niet toe terug te reizen naar Italië.

Rechtszaak

Op verzoek van Ligarius’ familie besloot Cicero de kwestie bij Caesar aan te kaarten, maar juist toen die zich welwillend betoonde, kwam bericht dat Ligarius op een of andere manier had samengewerkt met koning Juba I van Numidië. Dat betekende dat de balling niet zomaar een verdediger was van de Romeinse Republiek, maar hoogverraad had gepleegd. Er kwam een rechtszaak. De aanklager schijnt de Quintus Aelius Tubero te zijn geweest die ook een geschiedenis van Rome heeft geschreven, benut door Titus Livius.

De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos vertelt dat Caesar de rechtszaak bijwoonde omdat hij zin had Cicero, die gold als een van de grootste redenaars van zijn tijd, weer eens te horen spreken.

Toen Quintus Ligarius werd aangeklaagd omdat hij tot Caesars vijanden had behoord en Cicero hem verdedigde, zei Caesar tegen zijn vrienden: “Wat belet ons Cicero weer eens te horen spreken, nu die man al lang veroordeeld is als een schurk en een vijand?”

Cicero maakte meteen vanaf zijn eerste woorden buitengewoon veel indruk en naarmate zijn betoog vorderde ontplooide het zo’n rijke scala aan emoties en zo’n ongelooflijke charme dat Caesar herhaaldelijk van kleur verschoot en duidelijk aan allerlei emoties ten prooi was. En toen de redenaar ten slotte de gevechten bij Farsalos aanroerde, raakte Caesar buiten zichzelf. Zijn lichaam schokte en hij liet enkele papieren uit zijn hand vallen. In elk geval sprak hij de man noodgedwongen vrij van schuld.noot Ploutarchos, Cicero 40; vert. Hetty van Rooijen.

Verzoening en moord

Ik sluit niet uit dat Caesar oprecht aangedaan was toen hij Cicero’s oproep tot verzoening hoorde. Zoals ik al vaker heb geschreven heeft ook iemand die met een putsch aan de macht komt, behoefte aan goede bestuurders. Zo ook Caesar. Niet hij had de burgeroorlog gewild – althans, zo zag hij het zelf – en hij streefde naar stabiliteit. Farsalos was een overwinning die hij niet had gezocht, zoals de moord op Pompeius hem ook slecht was uitgekomen. Dat hij geschokt reageerde toen Cicero de verschrikkingen van Farsalos evoceerde, wil ik geloven. Het was, zo lijkt me, ook voor de overwinnaar traumatisch geweest.

Enfin. Caesar was een van de juryleden die Quintus Ligarius vrijsprak. De man mocht terugkeren naar Rome. Heel dankbaar betoonde deze zich echter niet: hij was een van degenen die deelnam aan de samenzwering tegen en moord op Caesar. Ruim een jaar later, toen Octavianus, Marcus Antonius en Lepidus het Tweede Driemanschap hadden gesloten, werd Ligarius vogelvrij verklaard en uit de weg geruimd.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AfrikaanseOorlog #Cicero #GaiusConsidiusLongus #Hadrumetum #JubaI #Ploutarchos #PubliusAttiusVarus #QuintusAeliusTubero #QuintusLigarius #rechtbank #Thapsus #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap