Viatorinus

Grafsteen van VIatorinus (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Een kleine zeven jaar geleden blogde ik over de romaanse kerken van Keulen. Tot de noordelijke godshuizen behoren de Sint-Ursula en de even verderop gelegen Sint-Gereon, beide gewijd aan laatantieke martelaren en beide gebouwd over een laatantiek grafveld. Ursula, die met een paar duizend maagden tegelijk de marteldood stierf, behoeft geen nadere discussie; het verhaal zal zijn ingegeven door de vondst van vele, vele skeletten. Gereon is een ander paar mouwen: de aan hem gewijde kerk lijkt in de vierde eeuw te zijn gebouwd op de plek waar een Romeinse soldaat is begraven. Dat hier inderdaad een soldatenkerkhof was, lijkt  te zijn bevestigd door bovenstaande inscriptie,noot EDCS-01200112. die op het kerkterrein is gevonden.

VIATORINVS PROT
ECTOR MITAVIT AN
NOS TRIGINTA O
CCISVS IN BAR
BARICO IVXTA D
IVITIA A FRANCO
VICARIVS DIVITESIM

Dit is niet helemaal het Latijn dat een hooggeletterde Romein zou hebben geschreven. Er zijn een paar letters weggevallen en een purist zou aan het einde nog een woord hebben verwacht. Als we dat alles toevoegen, staat er:

Viatorinus prot-
ector mi(li)tavit an-
nos triginta o-
ccisus in Bar-
barico iuxta D-
ivitia(m) a Franco
vicarius Divite(n)si(u)m (posuit)

Viatorinus de pro-
tector diende
dertig jaar en is
gedood in het Bar-
barenland bij Di-
vitia door een Frank.
De ondercommandant van het garnizoen van Divitia plaatste dit.

Een protector was oorspronkelijk een lijfwacht, maar het woord verwees in de late vierde eeuw naar een officier. Vermoedelijk was het de oppercommandant van het fort Divitia, ofwel het huidige Deutz. Dat lag tegenover Keulen en was met de stad verbonden door een beroemde brug. Op de oostelijke Rijnoever is Viatorinus dus door een Frank gedood. We proeven iets van de verontwaardiging, want de Franken waren in de tweede helft van de vierde eeuw meestal Romeinse bondgenoten.

Terug naar de ontbrekende letters. Het wonderlijke is dat het getal 30 niet is weergegeven als XXX, zoals in vrijwel alle Romeinse inscripties, maar is genoteerd als woord. De maker van dit monumentje wilde alles voluit schrijven. De vraag is dus waarom hij mitavit schreef en niet militavit, Divitia in plaats van Divitiam, en Divitesim in plaats van Divitensium. Hoewel het mogelijk is dat de steenwerker zijn dag niet had – en echt regelmatig zijn de letters natuurlijk niet – is het ook mogelijk dat de spelling de Rijnlandse uitspraak van het Latijn documenteert.

Het wegvallen van de slot-m bij Divitiam is bijvoorbeeld goed bekend: het Latijnse woord septem, “zeven”, werd (zoals hier is te lezen) in de Late Oudheid bijvoorbeeld geschreven als septe, wat de eerste stap is in de richting van het Franse sept. Ook het wegvallen van de /n/ voor de /s/ in Divitensium is een vrij normaal verschijnsel, net als de samentrekking van /iu/ tot /i/.

Viatorinus werd niet bij zijn fort in Barbarico begraven, maar ten noorden van Keulen, waar allerlei graven waren. En misschien was zijn laatste rustplaats een ereveld voor degenen die waren gesneuveld tijdens een gevecht, en leeft de herinnering aan die militaire graven voort in de verering van Sint-Gereon.

[Dit was het 521e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Deutz #Franken #Keulen #Latijn #SintGereon #UrsulaVanKeulen #Viatorinus

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

Geen recensie

Nu ben ik bevooroordeeld, want ik was meelezer bij dit boek. Ik sta zelfs geciteerd op de achterflap. Maar in alle bescheidenheid denk ik dat het niet mijn vooringenomenheid is die me ertoe brengt u De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen aan te bevelen. U zult de komende tijd allerlei positieve besprekingen zien van auteurs die zeggen “eindelijk, eindelijk, eindelijk”.

Vooringenomen als ik ben, zal ik het boek niet recenseren. Maar ik kan wel iets vertellen over een mogelijk vervolg: wat zou het leuk zijn als er een mooie expositie kwam over de Franken. Er is heel veel materiaal te kiezen, en de laatste tentoonstellingen zijn óf alweer een tijdje geleden (“Verloren Grens”, eind jaren tachtig in Tongeren) óf kleiner dan het onderwerp verdient, zoals de Gouden Vrouwen die u nog één week in Rhenen kunt bezoeken. Het is gewoon hoog tijd voor een overzichtstentoonstelling “Van Nebisgast tot Elegast”.

Een verouderde reconstructie van een Frank (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De vierde eeuw

Als ik gastconservator was, zou ik beginnen met wat valse noties. Dus eerst bovenstaande, een eeuw oude reconstructie van een besnorde krijger met de verkeerde mantelspeld. Misschien toonde ik ook wat oude schoolboeken en de onderwijsposters die nog steeds worden vervaardigd omdat verouderd beeldmateriaal nou eenmaal rechtenvrij is.

Dan een zaal over de Late Oudheid. Het missorium van Theodosius is hier de eerste van twee blikvangers. Het illustreert het meerhoofdig keizerschap van de vierde eeuw. Aan een muur is een visualisatie van de bevolkingsneergang, ter verklaring van de afname van het aantal archeologische vindplaatsen en -vondsten. Ook is er iets te zien over klimaatreconstructie en het einde van het Romeinse Klimaatoptimum, om te tonen waardoor de Romeinse overheid minder middelen had. De tweede blikvanger is de Peelhelm, die toont dat het Romeinse leger, ondanks een afname van rekruten en materiële middelen, nog altijd functioneerde. Andere voorwerpen illustreren de brug bij Cuijk, foederati en laeti, de forten langs de Chaussée Brunehaut en uiteraard Sint-Maarten.

Francisca uit Wijster (Drents Museum, Assen)

Er volgt een zaal over de Germanen. Natuurlijk zijn er veel archeologische voorwerpen, te beginnen met Wijster en andere Drentse vondsten – denk aan een francisca. Denk ook aan de voorwerpen uit oostelijk Nederland en aan de ijzerwinning op de Veluwe. Verdere inspiratie: de tentoonstelling in Bonn. Ik zou aandacht besteden aan de stereotypen in onze bronnen. Het Amsterdamse Caesar-handschrift ligt in deze zaal op een ereplaats, opengeslagen bij de beschrijving van de Germanen.

In een volgende, kleine zaal zou ik twee poppen willen zien. Aan de ene zijde een reconstructie van de Chamaaf Nebisgast, aan de andere zijde de Romeinse generaal Julianus. Ze stonden in 358 echt tegenover elkaar en lijken meer op elkaar dan je weleens zou denken. De voorwerpen er omheen tonen de bezoeker waarop de reconstructie is gebaseerd. De re-enactors van Fectio kunnen hier een enorme museale meerwaarde zijn. De grafsteen van Viatorinus uit Keulen illustreert de Franken als tegenstanders van de Romeinen, maar er is ook aandacht voor de Franken als bondgenoten.

Julianus (Bodemuseum, Berlijn)

Meervoudige identiteiten

Ik denk dat de cultuur van laatantiek Gallië in een volgend deel van de expositie centraal moet staan. Hier zijn dus volop voorwerpen uit Luik, Reims, Straatsburg en Saint-Germain-en-Laye. De meervoudigheid van de identiteiten staat hier centraal. Er is aandacht voor het talige contact. De bezoeker verneemt bijvoorbeeld dat de Frankische en dus Nederlandse zuivelterminologie aan het Latijn is ontleend en dat dit taalcontact vérstrekkende implicaties heeft. Ook moet er aandacht zijn voor vijfde-eeuws Xanten, omdat nogal wat Frankische sagen wortelen in de regio Xanten/Nijmegen (Hagen von Tronje, Siegfried, de Zwaanridder en – als je het mij vraagt – Brunhilde). Maquettes van het grensfort Deutz en een hoogteversterking als Furfooz.

Verder is in dit deel van de tentoonstelling de inscriptie EDCS-28600036 te zien. Die komt weliswaar uit Boedapest en dus niet uit Gallië, maar illustreert mooi de meervoudige identiteiten.

Francus ego cives Romanus miles in armis.

Ik ben een Frank, een Romeins burger, een soldaat onder de wapenen.

Grafsteen van de Frank Batimodus (Archeologisch Museum Xanten)

Het pièce de résistance is in deze zaal de muntschat van Lienden, die toont dat het Romeinse Rijk nog altijd invloed had. Een piramidevormige animatie biedt uitleg van het beleid van keizer Majorianus, van zijn rechterhand Aegidius, en via een man als Childerik verder naar “de heer van Lienden”. Ook is er uitleg van een Frankische Gefolgschaft – denk aan de heer van Morken, denk aan Bodi, al zijn beide eigenlijk een tikje te jong. Er zijn voorwerpen uit de militaire graven uit Nijmegen en ook is de grafsteen van Batimodus uit Xanten te zien.

In een volgende, kleine zaal draait het om het graf van Childerik in Doornik. Die voorwerpen zijn natuurlijk allemaal gestolen, maar er zijn replica’s te zien uit het museum van Mainz. Childeriks opvolger Clovis is moeilijk te illustreren, maar er zijn voldoende vroegchristelijke voorwerpen bekend om in elk geval iets te doen rond zijn doop. Een animatie toont de uitbreiding van zijn machtsgebied.

Applique uit Furfooz (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De zesde en zevende eeuw

Het slot van “Van Nebisgast tot Elegast” zou ik inrichten zoals ik onlangs in München zag: diverse graven documenteerden daar de herkomst van mensen die in de zesde en zevende eeuw woonden in Beieren. Voor onze contreien kun je dus denken aan de graven uit Tongeren, die de laat-Romeinse tradities voortzetten, maar ook aan Germaanse wapengraven, aspecten van de Noordzeecultuur én aanwijzingen voor handelscontacten met de mediterrane wereld. Denk aan het grafveld van Rhenen, denk aan de koptische schaal uit Ewijk en denk aan samenwerking met Erve Eme.

Nu het verschijnsel identiteit voor de Late Oudheid is genuanceerd, zou ik eindigen met een zaal waarin ons eigen beroep op de oude wereld als bron van identiteit wordt genuanceerd. Onze taal is laat-Frankisch, het monotheïsme verving in de Frankische tijd de oudere culten en de oudste laag van onze literatuur is eveneens Frankisch. Denk aan de magische kant van Elegast, denk aan Cunera, denk aan de Zwaanridder. Toch is Nederlands Germaanse verleden de afgelopen kwart eeuw verdwenen, zodat “Van Nebisgast tot Elegast” kan eindigen met de vraag voor welke Nederlandse mensen taal, religie en literatuur er eigenlijk nog toe doen.

Gedecoreerde boog uit Glons (Grand Curtius, Luik)

Maar goed. Ik ben geen gastconservator en ik heb de indruk dat de verwijdering van Nederlands Germaanse verleden inmiddels een voldongen feit is. Deze tentoonstelling zal er niet komen. Maar we hebben in elk geval het boek van Jeroen Wijnendaele, De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen, dat u moet lezen als u bent geïnteresseerd in de Late Oudheid en ook als u daar nog niet in bent geïnteresseerd.

#Aegidius #agency #Batimodus #beeldmateriaal #ChausséeBrunehaut #Childerik #Clovis #CuneraVanRhenen #ErveEme #Ewijk #francisca #Franken #JeroenWijnendaele #KarelEndeElegast #KoptischeSchaal #Lienden #Majorianus #Nebisgast #Nijmegen #Noordzee #ReEnactmentgroepFectio #Rhenen #SintMaarten #TheodosiusI #Tongeren #Vetera #Viatorinus #vormendeWerking #Xanten #Zwaanridder