Noorse piraten

Dans om het gouden kalf (Lange Niezel 25, Amsterdam)

Een paar jaar geleden vroeg een vriendin me of ik wel eens iets had gelezen van Ryszard Kapuscinski. Ik meende hem te kennen van de New York Review of Books, maar kon geen concrete stukken herinneren. Een week later gaf mijn vriendin me een exemplaar van Reizen met Herodotos. “Het is leuk, het zal je verrassen,” zei ze erbij.

Verrassend was het zeker. De landkaart voorin leek verdacht veel op de landkaart die ik had getekend voor de Herodotosvertaling van Hein van Dolen. Er waren veranderingen in aangebracht, maar het was onmiskenbaar mijn werkstuk. Het was niet moeilijk te reconstrueren hoe dit had kunnen gebeuren.

Alles bij die Herodotosuitgeverij was namelijk steeds verkeerd gegaan, vanaf het begin – toen men alvast onjuiste landschapskaarten had laten vervaardigen, waarmee geen goede kaart viel te maken – tot het einde was echt alles mis gegaan. Het waren ontzettend aardige mensen, en het was beslist meer onhandigheid dan kwaadwillendheid. Ik kon er daarom wel om lachen dat mijn intellectuele eigendom nu ook was verkwanseld, temeer daar het geen product was waarop ik trots kon zijn.

Maar het bleef niet bij één zo’n incident. Medewerkers van de universiteit van Amsterdam, zo heb ik ontdekt, bekommeren zich niet echt om cartografisch mijn en dijn. Een van hen had overigens een fatsoenlijke uitgever die me keurig schadeloos stelde.

Dat was echt netjes, want zeker door het internet wordt het steeds moeilijker beeldmateriaal te beschermen. Het is in feite onvermijdelijk dat materiaal van je wordt overgenomen. Ik beschouw het eigenlijk niet als piraterij en doe er ook niet moeilijk over. De enige voorwaarden die ik voor de Livius-website stel zijn

  • dat er toestemming wordt gevraagd voor commercieel gebruik (en dan kunnen mensen ook grotere bestanden krijgen, vaak voor niets);
  • dat een bronvermelding wordt gewaardeerd.

Ik heb nooit de illusie gehad dat iedereen zich eraan zou houden. Ik ben de enige niet. Ik weet dat iemand als Vincent Hunink, die veel van zijn vertalingen digitaal online plaatst, ook niet kinderachtig doet, en ik weet het ook van de onderzoekers die me toestaan hun werk te citeren. Dat zijn er vrij veel, want de meeste mensen zijn geen geldwolven. De meeste mensen vinden het prachtig anderen te kunnen helpen.

Het incident met Kapuscinski, onschuldig als het was, was voor mij echter wel de reden om me aan te sluiten bij PictoRight. Dat is een auteursrechtenorganisatie, vooral voor fotografen, grafici,  ontwerpers, architecten –  kortom, voor iedereen die iets doet met beeld. Ik vermoedde namelijk dat er een dag zou zijn waarop het niet meer onschuldig zou zijn. Er zijn activisten die de Oudheid tot elke prijs politiek relevant willen maken, en daartegen wil ik kunnen optreden.

Grappig genoeg kwam het op een heel andere manier van pas, toen een in Noorwegen gevestigde onderneming mijn hele website overnam – alle 3500 pagina’s die ik had geschreven. Het grote verschil met mijn site was dat er Google Adds bij stonden.  Met andere woorden, het materiaal dat ik met iedereen deel, werd gebruikt om geld mee te verdienen.

Dát was me nu echt te gortig en ik heb Pictoright gevraagd op te treden. Die nam contact op met de Noorse zusterorganisatie en een paar weken geleden werd er zevenendertig euro op de rekening van mijn schooltje gestort, waarvan ik aanneem dat het gaat om het bedrag dat de Noorse piraten hebben verdiend.

Vorige week stuurde Pictoright me de contributiefactuur. Vijfenveertig euro. Grappig genoeg heb ik niet het idee dat het lidmaatschap een slechte deal is. Het gevoel dat ik, als het erop aankomt, kan bijten, is onbetaalbaar.

#beeldmateriaal #copyright #Noorwegen #Pictoright

Beeldredactie

Lionel Royer, Vercingetorix werpt zijn wapens neer aan de voeten van Caesar (1899)

De rust in de stiltecoupé werd vrijdagmiddag wreed doorbroken door een bulderende lach. Enkele passagiers keken verstoord naar de onverlaat die de gewijde rust had verstoord. Dat was ik. Ik had op het station het NRC Handelsblad gekocht en had net de recensie herlezen die ik een paar weken geleden had ingediend: “Een nieuwe vertaling van Julius Caesar. Plaats maar begin april, dan is het de Week van de Klassieken”.

De vorig jaar verschenen vertaling van het oeuvre van Caesar in de Landmark-reeks benadert de volmaaktheid. In mijn recensie noem ik diverse punten, maar het komt erop neer dat de redactie gewoon goed heeft nagedacht: wat heeft, in dit digitale tijdperk, een lezer nog nodig in een boek? Ik heb dat hier vaak genoeg uitgelegd: het boek verliest op alle punten van het internet, tenzij de auteur systeem in de informatie kan aanbrengen. Op het wereldwijde web staat alle informatie immers rijp en groen door elkaar. (Ik weet het, lieve lezer: er zijn ook boeken voor mensen die houden van het boek als boek, maar ik schreef mijn stuk voor de Boekenbijlage en niet voor de Lifestyle-rubriek.)

Wat de Landmark-reeks zo verschrikkelijk goed maakt, is dat ze naast een nieuwe vertaling met een gedegen inleiding ook zorgt voor adequate toelichting: voetnoten en margenoten, landkaarten die niet zijn gerecycled uit eerdere boeken maar wél zijn toegesneden op de informatiebehoefte van de lezer, appendices die deels online staan en kunnen worden geactualiseerd. En verdraaid goed illustratiemateriaal.

Ik wees speciaal op één punt. De Landmark-boeken zadelen de lezer niet op met “de rechtenvrije achttiende-eeuwse schilderijen en negentiende-eeuwse gravures die je nog weleens in historische tijdschriften ziet”. Wat illustreer je immers als je een verouderde reconstructie toont? Oké, je toont met een schilderij dat je niet van de straat bent en dat mag, maar zoals gezegd schrijf ik niet voor het lifestyle-supplement.

Maar neem het plaatje hierboven, dat weleens wordt gebruikt als de capitulatie van Vercingetorix bij Alesia ter sprake komt. Er klopt gewoon helemaal niets van en dan heb ik het niet over de Romeinen die lijken te zijn weggelopen uit een katholiek passiespel. De halfnaakte Galliër rechts vooraan suggereert weer eens dat de Galliërs barbaren waren en herhaalt de stereotypering dat de blanke Europeanen de beschaving over de wereld verspreidden. Maar los van accuratesse: dat eeuwige gebruik van rechtenvrij beeldmateriaal geeft publicaties over de Oudheid vaak een goedkoop, sleazy uiterlijk.

Waarom bulderde ik van de lach? Omdat de beeldredactie van de krant het schilderij dat ik hierboven plaatste, ook bij mijn recensie had afgedrukt. Was het een stille hint dat de beeldredacteur mijn kritiek niet helemaal kon delen? Was het gewoon nonchalance? Of hebben we in de humaniora inmiddels het punt bereikt dat het alleen nog maar gaat om uiterlijke vormen, zelfs als die haaks staan op de inhoud? Dat laatste zou wel triest zijn. Maar in de trein kon ik erom lachen.

#beeldmateriaal #beeldredactie #boek #JuliusCaesar #Landmark #NRCHandelsblad #WeekVanDeKlassieken

Ancient History Magazine: nu los te koop

[Ancient History Magazine is vanaf vandaag verkrijgbaar bij de AKO Boekhandel bij u op de hoek. Dit keer geen Brexitperikelen, zoals vorige week. Ga het even halen, lieve mensen, het is een leuk blad en het verdient gewoon veel publiek.]

Liefhebbers van de oudheid kunnen vanaf nu hun hart ophalen bij een van de achtenzeventig vestigingen van de AKO Boekhandel. Hier ligt namelijk vanaf 10 augustus 2021 Ancient History Magazine in de schappen!

Ancient History Magazine

Het idee om een blad over de antieke wereld te creëren ontstond zes jaar geleden bij Karwansaray Publishers, een uitgever van Engelstalige boeken en tijdschriften gevestigd in Zutphen. Het succesvolle oudere broertje van Ancient History MagazineAncient Warfare Magazine – bestond al enige tijd en nu was men klaar voor een volgende stap. In het voorjaar van 2015 werd de Kickstarter gelanceerd door Jasper Oorthuys, hoofdredacteur bij Karwansaray Publishers. Hij werkte samen met de Nederlands historicus en auteur Jona Lendering. In oktober van dat jaar lag het eerste nummer in de schappen.

Doel was alle andere spectra van de antieke wereld op een toegankelijke manier te belichten voor een geïnformeerd, internationaal publiek. Ancient History Magazine had bovenal de taak te laten zien dat de Oudheid alles behalve saai is, en dat is gelukt! In de inmiddels vierendertig uitgegeven nummers van het tijdschrift, waarvan het meest recente nummer op 25 augustus in de schappen van 78 winkels van de AKO Boekhandel ligt, kwam een breed spectrum aan onderwerpen aan bod. Je vindt artikelen over politiek, samenleving, literatuur, taal, religie, economie en kunst. Alles is geschreven door deskundigen dan wel enthousiaste amateurs met veel kennis van specifieke onderwerpen.

Thema’s

In elk nummer ligt de focus op een specifiek thema; van Egyptische handel en de Myceense beschaving, tot de verloren stad Pompeii. De resterende pagina’s zijn voor andere interessante artikelen, boekrecensies, recepten en het laatste nieuws over wetenschappelijk onderzoek. Archeologen komen aan het woord in de rubriek “Scraping the Surface”. Conservatoren van musea over de hele wereld worden ook regelmatig aan de tand gevoeld.

Sandra Alvarez, sinds 2017 redactrice van Ancient History Magazine, zegt zelf ook veel bij te leren met het verschijnen van elk nieuw nummer:

Wat ik het leukste vind, is om nieuwe dingen leren over onderwerpen waarvan ik dacht alles al te weten. Een nieuwe ontdekking of invalshoek op een bekend onderwerp is altijd interessant. Ik vind het vooral leuk om meer te weten te komen over meer obscure onderwerpen en deze dan te vertalen voor een algemeen publiek. Uiteraard ontbreekt het vrijwel nooit aan artikelen over het oude Griekenland, Rome en Egypte, maar ook het Nabije Oosten passeert de revue.

Beeldmateriaal

Een belangrijk onderdeel van Ancient History Magazine betreft de vormgeving die in handen ligt van grafisch vormgeefster Christy Beall. Naast relevante afbeeldingen geeft zij een extra swing aan het blad met een bijzondere lay-out. Die vult ze aan met tijdlijnen, kaarten en diagrammen. Daarnaast werkt Karwansaray Publishers met een aantal professionele illustratoren, elk met hun eigen specialiteit, die de mooiste illustraties nieuw creëren. Geen sleetse reproducties dus van negentiende-eeuwse schilderijen of gravures uit de Renaissance. In plaats daarvan actueel beeldmateriaal dat anekdotes en verhalen uit historische bronnen tot leven brengt.

Geschiedenis is belangrijk

Alvarez zegt:

Geschiedenis is belangrijk en we kunnen veel over onszelf te weten komen door te leren over oude samenlevingen. Wat me drijft, is om nieuw bloed in het veld te brengen – om mensen die de geschiedenis nooit veel meer dan een voorbijgaande blik hebben gegeven, te laten zien hoe boeiend de oude wereld kan zijn. Geschiedenis en literatuur zijn vaak het ondergeschoven kindje ten opzichte van ‘productievere/meer lucratieve’ vakgebieden. Daar wil ik verandering in brengen. Ik zie het dan ook als mijn taak als redactrice om oude geschiedenis toegankelijk en plezierig te maken.

Over nieuw bloed gesproken: Ancient History Magazine werkt met veel terugkerende auteurs, maar is altijd op zoek naar nieuwe schrijvers die graag een onderwerp uit de oudheid willen belichten. Wie hierin geïnteresseerd is, kan de nodige informatie via deze link vinden.

#AncientHistoryMagazine #beeldmateriaal #persbericht

Foto’s van Bodi in Bonn

Glaswerk zoals dat in zesde-eeuwse elitegraven werd meegegeven. Dit schitterende stuk komt uit een graf in Nettersheim.

Ik bromde gisteren dat fotografie op de Bodi-expositie niet was toegestaan. Dat stelde me een beetje teleur. Een expositie die ik anders zeker een 10 zou hebben gegeven, kreeg nu 9. Eén reden is dat ik drie-hoog woon en dientengevolge niet beschik over een tuin om een geldboom op te kweken. Een treinkaartje van €151,80 is voor mij veel geld en dan is het een tikje teleurstellend als ik thuiskom zonder foto’s. De persmap, die er natuurlijk wel is, bood niet wat ik u had willen tonen.

Belangrijker dan mijn persoonlijke bekommernis is dit: de beste reclame voor een expositie is dat u en ik erover praten. “Kijk eens op deze foto wat een mooi glaswerk daar in Bonn is te zien!” Fotografie is in het belang van de bezoeker, die er met anderen over kan praten, in het belang van het museum, dat bezoekers trekt, en in het belang van de oudheidkunde zelf, die groter bereik krijgt.

Roestklompjes uit het graf van Bodi

Los daarvan: ik begrijp de reden niet. Het is niet zo dat een bezoeker de dingen beschadigt als hij ze fotografeert. Dat zou zo zijn geweest als het ging om pakweg papyri, maar de voorwerpen op de Bodi-tentoonstelling zijn zo kwetsbaar niet. Ze staan opgesteld in het volle licht, wat overigens wel zo prettig is. Niets is immers verschrikkelijker dan een collectie die in het donker geheimzinnig ligt te wezen.

Het is ook geen auteursrechtenkwestie, want gesubsidieerde instellingen vallen onder de Europese Richtlijn Hergebruik Overheidsinformatie van 2013 en latere regelgeving. Weliswaar heeft niet iedere gesubsidieerde instelling een huisjurist, zodat menig journalist blafbrieven ontvangt, maar het Rheinisches Landesmuseum heeft daaraan bij mijn weten nooit meegedaan. Ik ken het als heel professioneel. Dus het kan ook niet zijn dat verkeerd begrip van het auteursrecht een rol speelt.

Schildknop, afkomstig uit Zweden; zevende eeuw.

Enfin, na mijn blogje gisteren stuurde Herman Clerinx me de foto’s toe die hij maakte bij de perspresentatie. Clerinx is, voor wie dat even niet paraat heeft, de auteur van enkele goede boeken over oude geschiedenis (zoals, zoals, zoals, zoals). Voilà dus: hier heeft u toch wat beeldmateriaal.

Zilveren schaal uit Verona, met een ruiter met een lamellenpantser; zesde of zevende eeuw.Spangenhelm van de Heer van Morken, een generatie jonger dan Bodi.De gouden ring van Bodi nog een keer. Let op de mooie, symmetrische decoratie aan weerszijden.

#auteursrecht #beeldmateriaal #Bodi #fotografie #HermanClerinx #lamellenpantser #tentoonstelling

Nieuwe Dataroom Caribisch Nederland online 

In 2023 en 2024 zijn voor het eerst luchtfoto’s en hoogtemetingen gemaakt van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het Waterschapshuis heeft deze data verwerkt en gecontroleerd en nu online beschikbaar gesteld voor iedereen.

In de Dataroom staan viewers waarmee je zelf de hoogtedata en luchtfoto’s kunt bekijken. Ook kun je de data gemakkelijk downloaden. Het beeldmateriaal is gemaakt in opdracht van het Samenwerkingsverband Beeldmateriaal Nederland en is een initiatief van de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Digitalisering Caribisch Nederland

Het programma Digitalisering Caribisch Nederland van BZK werkt sinds eind 2022 aan een gelijkwaardige digitale overheid in Caribisch Nederland. De nieuwe data vormen een belangrijk digitaal fundament om de kwaliteit van de registraties van adressen en gebouwen op de eilanden te verbeteren.

Daarnaast is de data een bron van informatie voor veel andere partijen binnen of buiten de overheid. Kabels en leidingen, verleende vergunningen en bestemmingen van gebouwen kunnen op een kaart zichtbaar worden gemaakt. Ook in onderzoek, zoals naar de natuur of de markt, helpen de data om beter beleid of regelgeving te maken.

Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]

#beeldmateriaal #Bonaire #CaribischNederland #data #hetWaterschapshuis #hoogtedata #hoogtemetingen #luchtfotoS #Saba #SintEustatius #Waterschapshuis

Nieuwe Dataroom Caribisch Nederland online  - Digitale Overheid

Ontdek de nieuwe luchtfoto’s en hoogtemetingen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Bekijk en download deze waardevolle data in de Dataroom Caribisch Nederland.

Digitale Overheid

Prachtig om te zien hoeveel #beeldmateriaal er van een #dorp met ruim 600 inwoners er te vinden is!

De #beeldbank van "#doarpsargyf âld Ketlik" @katlijk bevat al bijna 11.000 #afbeeldingen, #foto's, #documenten etc!

#dorpsarchief #genealogie #erfgoed

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

Geen recensie

Nu ben ik bevooroordeeld, want ik was meelezer bij dit boek. Ik sta zelfs geciteerd op de achterflap. Maar in alle bescheidenheid denk ik dat het niet mijn vooringenomenheid is die me ertoe brengt u De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen aan te bevelen. U zult de komende tijd allerlei positieve besprekingen zien van auteurs die zeggen “eindelijk, eindelijk, eindelijk”.

Vooringenomen als ik ben, zal ik het boek niet recenseren. Maar ik kan wel iets vertellen over een mogelijk vervolg: wat zou het leuk zijn als er een mooie expositie kwam over de Franken. Er is heel veel materiaal te kiezen, en de laatste tentoonstellingen zijn óf alweer een tijdje geleden (“Verloren Grens”, eind jaren tachtig in Tongeren) óf kleiner dan het onderwerp verdient, zoals de Gouden Vrouwen die u nog één week in Rhenen kunt bezoeken. Het is gewoon hoog tijd voor een overzichtstentoonstelling “Van Nebisgast tot Elegast”.

Een verouderde reconstructie van een Frank (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De vierde eeuw

Als ik gastconservator was, zou ik beginnen met wat valse noties. Dus eerst bovenstaande, een eeuw oude reconstructie van een besnorde krijger met de verkeerde mantelspeld. Misschien toonde ik ook wat oude schoolboeken en de onderwijsposters die nog steeds worden vervaardigd omdat verouderd beeldmateriaal nou eenmaal rechtenvrij is.

Dan een zaal over de Late Oudheid. Het missorium van Theodosius is hier de eerste van twee blikvangers. Het illustreert het meerhoofdig keizerschap van de vierde eeuw. Aan een muur is een visualisatie van de bevolkingsneergang, ter verklaring van de afname van het aantal archeologische vindplaatsen en -vondsten. Ook is er iets te zien over klimaatreconstructie en het einde van het Romeinse Klimaatoptimum, om te tonen waardoor de Romeinse overheid minder middelen had. De tweede blikvanger is de Peelhelm, die toont dat het Romeinse leger, ondanks een afname van rekruten en materiële middelen, nog altijd functioneerde. Andere voorwerpen illustreren de brug bij Cuijk, foederati en laeti, de forten langs de Chaussée Brunehaut en uiteraard Sint-Maarten.

Francisca uit Wijster (Drents Museum, Assen)

Er volgt een zaal over de Germanen. Natuurlijk zijn er veel archeologische voorwerpen, te beginnen met Wijster en andere Drentse vondsten – denk aan een francisca. Denk ook aan de voorwerpen uit oostelijk Nederland en aan de ijzerwinning op de Veluwe. Verdere inspiratie: de tentoonstelling in Bonn. Ik zou aandacht besteden aan de stereotypen in onze bronnen. Het Amsterdamse Caesar-handschrift ligt in deze zaal op een ereplaats, opengeslagen bij de beschrijving van de Germanen.

In een volgende, kleine zaal zou ik twee poppen willen zien. Aan de ene zijde een reconstructie van de Chamaaf Nebisgast, aan de andere zijde de Romeinse generaal Julianus. Ze stonden in 358 echt tegenover elkaar en lijken meer op elkaar dan je weleens zou denken. De voorwerpen er omheen tonen de bezoeker waarop de reconstructie is gebaseerd. De re-enactors van Fectio kunnen hier een enorme museale meerwaarde zijn. De grafsteen van Viatorinus uit Keulen illustreert de Franken als tegenstanders van de Romeinen, maar er is ook aandacht voor de Franken als bondgenoten.

Julianus (Bodemuseum, Berlijn)

Meervoudige identiteiten

Ik denk dat de cultuur van laatantiek Gallië in een volgend deel van de expositie centraal moet staan. Hier zijn dus volop voorwerpen uit Luik, Reims, Straatsburg en Saint-Germain-en-Laye. De meervoudigheid van de identiteiten staat hier centraal. Er is aandacht voor het talige contact. De bezoeker verneemt bijvoorbeeld dat de Frankische en dus Nederlandse zuivelterminologie aan het Latijn is ontleend en dat dit taalcontact vérstrekkende implicaties heeft. Ook moet er aandacht zijn voor vijfde-eeuws Xanten, omdat nogal wat Frankische sagen wortelen in de regio Xanten/Nijmegen (Hagen von Tronje, Siegfried, de Zwaanridder en – als je het mij vraagt – Brunhilde). Maquettes van het grensfort Deutz en een hoogteversterking als Furfooz.

Verder is in dit deel van de tentoonstelling de inscriptie EDCS-28600036 te zien. Die komt weliswaar uit Boedapest en dus niet uit Gallië, maar illustreert mooi de meervoudige identiteiten.

Francus ego cives Romanus miles in armis.

Ik ben een Frank, een Romeins burger, een soldaat onder de wapenen.

Grafsteen van de Frank Batimodus (Archeologisch Museum Xanten)

Het pièce de résistance is in deze zaal de muntschat van Lienden, die toont dat het Romeinse Rijk nog altijd invloed had. Een piramidevormige animatie biedt uitleg van het beleid van keizer Majorianus, van zijn rechterhand Aegidius, en via een man als Childerik verder naar “de heer van Lienden”. Ook is er uitleg van een Frankische Gefolgschaft – denk aan de heer van Morken, denk aan Bodi, al zijn beide eigenlijk een tikje te jong. Er zijn voorwerpen uit de militaire graven uit Nijmegen en ook is de grafsteen van Batimodus uit Xanten te zien.

In een volgende, kleine zaal draait het om het graf van Childerik in Doornik. Die voorwerpen zijn natuurlijk allemaal gestolen, maar er zijn replica’s te zien uit het museum van Mainz. Childeriks opvolger Clovis is moeilijk te illustreren, maar er zijn voldoende vroegchristelijke voorwerpen bekend om in elk geval iets te doen rond zijn doop. Een animatie toont de uitbreiding van zijn machtsgebied.

Applique uit Furfooz (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De zesde en zevende eeuw

Het slot van “Van Nebisgast tot Elegast” zou ik inrichten zoals ik onlangs in München zag: diverse graven documenteerden daar de herkomst van mensen die in de zesde en zevende eeuw woonden in Beieren. Voor onze contreien kun je dus denken aan de graven uit Tongeren, die de laat-Romeinse tradities voortzetten, maar ook aan Germaanse wapengraven, aspecten van de Noordzeecultuur én aanwijzingen voor handelscontacten met de mediterrane wereld. Denk aan het grafveld van Rhenen, denk aan de koptische schaal uit Ewijk en denk aan samenwerking met Erve Eme.

Nu het verschijnsel identiteit voor de Late Oudheid is genuanceerd, zou ik eindigen met een zaal waarin ons eigen beroep op de oude wereld als bron van identiteit wordt genuanceerd. Onze taal is laat-Frankisch, het monotheïsme verving in de Frankische tijd de oudere culten en de oudste laag van onze literatuur is eveneens Frankisch. Denk aan de magische kant van Elegast, denk aan Cunera, denk aan de Zwaanridder. Toch is Nederlands Germaanse verleden de afgelopen kwart eeuw verdwenen, zodat “Van Nebisgast tot Elegast” kan eindigen met de vraag voor welke Nederlandse mensen taal, religie en literatuur er eigenlijk nog toe doen.

Gedecoreerde boog uit Glons (Grand Curtius, Luik)

Maar goed. Ik ben geen gastconservator en ik heb de indruk dat de verwijdering van Nederlands Germaanse verleden inmiddels een voldongen feit is. Deze tentoonstelling zal er niet komen. Maar we hebben in elk geval het boek van Jeroen Wijnendaele, De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen, dat u moet lezen als u bent geïnteresseerd in de Late Oudheid en ook als u daar nog niet in bent geïnteresseerd.

#Aegidius #agency #Batimodus #beeldmateriaal #ChausséeBrunehaut #Childerik #Clovis #CuneraVanRhenen #ErveEme #Ewijk #francisca #Franken #JeroenWijnendaele #KarelEndeElegast #KoptischeSchaal #Lienden #Majorianus #Nebisgast #Nijmegen #Noordzee #ReEnactmentgroepFectio #Rhenen #SintMaarten #TheodosiusI #Tongeren #Vetera #Viatorinus #vormendeWerking #Xanten #Zwaanridder

𝗩𝗶𝗷𝗳 𝗻𝗶𝗲𝘂𝘄𝗲 𝗺𝗲𝗹𝗱𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻 𝗯𝗶𝗷 𝗽𝗼𝗹𝗶𝘁𝗶𝗲 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗼𝗻𝗹𝗶𝗻𝗲 𝗮𝗳𝗽𝗲𝗿𝘀𝗶𝗻𝗴𝘀𝘇𝗮𝗮𝗸

De politie heeft vijf nieuwe meldingen ontvangen vanwege de online misbruikzaak waarvoor een 24-jarige man vastzit, meldt het OM. Onderzocht wordt of de nieuwe meldingen in verband kunnen worden gebracht met deze verdachte.

https://nos.nl/l/2460589 #nieuws #nos #meldpuntonlinemisdelen #opnieuw24jarigeverdachte #beeldmateriaal #afpersing #nederland

Vijf nieuwe meldingen bij politie voor online afpersingszaak

Het onderzoeksteam bestaat uit tien rechercheurs, meldt het OM. Verwacht wordt dat het onderzoek nog lang gaat duren.

NOS Nieuws

Onbeschoftheid (2)

Hier kan ik dus ook slecht tegen. Dat ze jou hun administratie laten doen.

Kijk, het zit dus zo. Ik heb nogal wat reizen kunnen maken en heb een redelijk groot fotoarchief. Veel ervan is te zien op Livius.org en mensen die beeldmateriaal nodig hebben, kunnen het gratis krijgen. Niet iedereen heeft immers kunnen reizen in pakweg Irak, Libië of Pakistan. Niet iedereen heeft die foto’s.

Meestal krijg ik een vriendelijk bedankje. Maar helaas niet altijd. Laatst had ik een academische vlerk die vroeg of ik ook de vakliteratuur maar even wilde meesturen,. Alsof ik degene was met toegang achter de betaalmuren.

En wat je dus ook hebt, en zelfs heel vaak: dat mensen je vragen of je een formulier voor ze wil invullen, of je wil aangeven af te zien van betaling en of je dat formulier dan terug wil faxen. Mijn ergernis is: ze krijgen iets cadeau, ze hebben al een mail waarin expliciet “free of charge” staat en dan bestaan ze het nog om degene die het ze cadeau deed op te schepen met administratief werk.

Waarvoor ik dus ook nog de deur uit moet, naar de repro, waar het dichtstbijzijnde faxapparaat staat.

Voor mij is dit frustrerend genoeg om mijn ergernis van me af te schrijven. Iemand anders zou een stressbal kapot knijpen of een dreun geven tegen een boksbal. Ik blog.

Het probleem zit echter dieper dan mijn wat al te beproefde vermogen tot gelatenheid. Het echte probleem is de vanzelfsprekendheid waarmee academici de procedures van hun instelling volgen en vinden dat anderen zich daaraan moeten aanpassen.We hebben nu universiteiten waar de medewerkers meer geïnteresseerd zijn in het juist invullen van formulieren dan in het juist omgaan met de mensen met wie ze werken. Of de mensen voor wie ze werken. U weet wel: de burger, die almaar geen toegang krijgt tot achter de betaalmuren.

Ik heb een sterk vermoeden dat academici worden geselecteerd op hun bereidheid de formulieren juist in te vullen. Niemand in een sollicitatiecommissie zit immers te wachten op een medewerker die bij het afdelingsoverleg de vraag stelt of de eigen procedures wel correct zijn. Zo’n collega, die maar voor gedoe zorgt, stel je niet aan. En dus krijgen instellingen tekort aan medewerkers die verder kijken dan hun neus lang is. Van de universiteiten en uitgeverijen weet ik zeker dat dit mechanisme bestaat; over musea aarzel ik. Maar ik zie het somber in voor instellingen waar men formulieren belangrijker vindt dan mensen.

Goed. Dat moest ik even kwijt. Ik ga zo eens naar de repro wandelen om een fax te versturen.

(Ik had de elfde verjaardag van mijn blog anders willen vieren.)

#beeldmateriaal #onbeschoftheid #universitaireCrisis