Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Het christendom in de aanval

Ik wees er in mijn stukje over Asturië op dat het negentiende-eeuwse, nationalistische idee van een bijna acht eeuwen durende Reconquista te gemakkelijk was. Zo doelgericht was het allemaal niet. Er was eigenlijk vooral sprake van vreedzame en minder vreedzame co-existentie. Pas na de val van Toledo in 1085 ontstond het idee dat de christelijke koninkrijkjes in het noorden in een langdurig conflict waren met de islamitische taifas in het zuiden.

In de tweede helft van de elfde eeuw lezen we ook over het Roelandslied, dat de Saracenen neerzet als aartsvijanden van de christenheid, en het was natuurlijk ook de tijd van de slag bij Manzikert, van de implosie van het Byzantijnse Rijk en van de Eerste Kruistocht. Ik noem nog één aspect. In de winter van 1095/1096 probeerde de graaf van Barcelona de havenstad Tarragona te veroveren en zo de taifa van Zaragoza af te snijden van de zee. De operatie mislukte, maar paus Urbanus II beloofde soldaten die om het leven zouden komen een volledige aflaat. Dat was een totaal nieuw idee, dat de paus een paar maanden later in Clermont-Ferrand herhaalde toen hij opriep tot de Eerste Kruistocht. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de gedachte van een “clash of civilizations” uitsluitend is ontstaan in Spanje, maar de regio speelde zeker een rol.

Vertalingen

In 1212 versloegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón bij Las Navas de Tolosa de troepen van kalief Muhammad an-Nasir. Aan de Almohadische zijde waren de verliezen zo groot dat de voornaamste madrasa van Córdoba moest worden gesloten, terwijl de buit van de Castilianen zo groot was dat ze een universiteit konden stichten in Palencia. Het (overigens niet onomstreden) synchronisme heeft me altijd gefrappeerd, want het illustreert zo mooi dat de intellectuele traditie van El-Andalus afliep terwijl in de christelijke koninkrijken iets opbloeide.

Ik heb vaker geblogd over de culturele ontleningen – hoe Europa allerlei zaken uit de Arabische wereld overnam en zo een alternatief vond voor de laatantieke traditie. Dit staat bekend als de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarbij u de tijdaanduiding met een stevige slag om de arm moet nemen.

Vroege Arabische cijfers in een tiende-eeuws manuscript

Eén aspect was de vertaalactiviteit. De koning van Castilië financierde een school in Toledo en de koning van Aragón financierde er twee, in Zaragoza en Barcelona. De bekendste vertalers waren Gerard van Cremona en Kalib, die in totaal drieënzeventig geschriften vertaalden: Ibn Sina’s omvangrijke Canon der medicijnen en nog drieëntwintig geneeskundige titels, achttien boeken over de alchimie en de astronomie, zeventien over de wiskunde en drie over de logica. Belangrijk is ook hun vertaling van het astronomische hoofdwerk van Ptolemaios, de Almagest. Elf door Gerard en Kalib uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles waren in West-Europa al eeuwen vergeten en het zou nog even duren voordat Willem van Moerbeke deze teksten vertaalde uit het oorspronkelijke Grieks.

Vertellingen

Dat de hoofse liefde, de ridderroman en het graalmotief vanuit de oosterse wereld zijn beïnvloed, is vooral interessant omdat het toont dat de West-Europese schrijvers zich niet beperkten tot het overnemen van teksten met wetenschappelijk of filosofisch belang, maar ook literatuur en literaire motieven kenden. Deze overdracht moet merendeels mondeling zijn geweest, wat uit de aard der zaak moeilijk is vast te stellen.

Almohadische afbeelding van een scène uit het verhaal van Bayad en Riyad

De Europese romans over eenzaam dolende ridders hebben zeker invloed ondergaan van Arabische en Perzische voorbeelden. Er is bijvoorbeeld in beide culturen een thematische omslag geweest, waarbij de oorspronkelijke thematiek van trouw aan een hoger geplaatste heer werd ingeruild voor hoofse trouw aan een geliefde. Het verhaal van Ajib en Gharib uit Duizend-en-een-nacht is een voorbeeld.

De inspiratie uit de Arabische wereld bleef niet beperkt tot ridderromans. Zoals Wim Raven hier onlangs al vertelde, wortelt de West-Europese minnezang in de Arabische literatuur; de Provençaalse troubadours ontleenden motieven aan de oosterse liefdespoëzie, zoals Bayad en Riyad, en het Europese Graalmotief heeft parallellen in de Almoravidische gnosis. Zonder er al te veel gewicht aan te willen toekennen, wijs ik erop dat Wolfram von Eschenbach, de dichter van de Parzifal, expliciet zegt zijn stof via zijn leermeester Kyot te ontlenen aan de bibliotheek van Toledo.

Het heeft dan ook niet ontbroken aan ideeën om beroemde westerse literaire teksten te voorzien van Arabische antecedenten. Ik noem, bij wijze van afronding, nog één voorbeeld: de Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft erop gewezen dat Dantes Goddelijke Komedie via het Libro della scala van Brunetto Latini is gebaseerd op islamitische verhalen over Mohammeds nachtelijke hemelreis.

Besluit

Het probleem met deze theorie, en veel vergelijkbare theorieën, is dat mondelinge overdracht zo lastig bewijsbaar is. En dat is wat het leuk maakt en wat het maakt tot een fijne afronding van deze zeventiendelige reeks. Ik heb geprobeerd het midden te bewaren tussen enerzijds clash-of-civilizations-achtige ideeën en anderzijds kritiekloze verheerlijking van een tolerant Emiraat van Córdoba, en rond af met de conclusie dat er nog veel valt te ontdekken.

#Almohaden #Almoraviden #Aragón #Aristoteles #Barcelona #BrunettoLatini #Castilië #clashOfCivilizations #DanteAlighieri #EersteKruistocht #ElAndalus #GerardVanCremona #graal #hoofseLiteratuur #IbnSina #Kalib #LasNavasDeTolosa #madrasa #Manzikert #MiguelAsínPalacios #MuhammadAnNasir #Reconquista #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #ridderroman #Roelandslied #Spanje #Tarragona #Toledo #universiteit #UrbanusII #vertaalpraktijk #WillemVanMoerbeke #WolframVonEschenbach #Zaragoza

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

Toledo

Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

De Almoraviden

Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

De Kruistochtgedachte

Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

[Wordt vervolgd]

#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

Asturië

Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

Reconquista

Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

Helemáál onwaar is het niet. Het herstel van het Visigotische Rijk van Toledo speelde een rol in de koningsideologie van de christelijke staatjes in het noorden van het Iberische Schiereiland. Er waren momenten waarop de bewapende conflicten het karakter hadden van een clash of civilizations tussen christendom en islam. Dat Sint-Jakobus de Meerdere de bijnaam Matamoros kreeg, “Morendoder”, is natuurlijk niet niks. Maar het grootste deel van de periode tussen 711 en 1492 was er sprake van co-existentie, onderbroken door strooptochten waarbij het meer ging om buit dan godsdienst.

Ik denk dat de meeste mediëvisten de term “Reconquista” alleen nog gebruiken in het bewustzijn dat het eigenlijk een draak van een concept is – maar ja, ze is nu eenmaal ingeburgerd en helpt je je publiek te bereiken. Het is niet anders dan de bioloog die de mosasaurus maar een dinosaurus noemt, hoewel hij weet dat het feitelijk een schubreptiel is.

Asturië

Asturië is, heel simpel, de noordelijke kustregio van Spanje: een bergachtig gebied, dat de veroveraars bestuurden zoals de rest van het Iberische Schiereiland, dus door middel van een verdrag met een plaatselijk heerser zoals de Theodomir die we al tegenkwamen. Toen de diverse legeronderdelen hun jund kregen, kregen de Baranis-Berbers gebieden benoorden de Taag, maar er waren weinig troepen in het hoogste noorden, waar een garnizoen in de havenstad Gijón volstond. De lokale heerser met wie de veroveraars zaken deden was vrijwel zeker een comes genaamd Pelagius.

In 722, meteen na de belastingverhoging van het voorafgaande jaar, kwam hij in opstand. De Berbers trokken hem vanuit Gijón tegemoet maar werden verslagen in de buurt van het klooster van Covadonga (Cova Domnica, “Onze Lieve Vrouwe-grot”). Latere, Asturische bronnen beweren dat Pelagius’ tegenstander Uthman ibn Naissa om het leven kwam, maar uit contemporaine Arabische bronnen is bekend dat hij actief is geweest in de oostelijke Pyreneeën.

Het gevecht bij Covadonga en de overwinning stelden op zich niet veel voor, maar waren voldoende voor Pelagius om vanuit zijn nabijgelegen villa bij Cangas als vorst te gaan regeren. Zijn schoonzoon Alfonso I kwam in 739 aan de macht en is de feitelijke grondlegger van het koninkrijkje Asturië. Hij profiteerde ervan dat aan het begin van zijn regering de Baranis-Berbers, zoals ik in een eerder blogje heb aangegeven, in opstand kwamen tegen generaal Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri. Ze ontruimden Gijón en trokken zuidwaarts. Dat schaadde de Asturische onafhankelijkheid bepaald niet. Verder was deze Alfonso de zoon van een voorname edelman die zou stammen uit het Visigotische koninklijk huis. De waarheid van die claim is minder belangrijk dan het feit dat de Asturische dynastie zich voortaan legitimeerde als opvolger van het Rijk van Toledo.

Tussen emiraat en keizerrijk

Had Alfonso geprofiteerd van de interne conflicten in El-Andalus, zijn zoon en opvolger Fruela I (r.757-768) ondervond de nadelen van het herenigd Emiraat: vanaf 759 namen de Arabieren, verenigd onder Abd al-Rahman I, weer de moeite tribuut te vorderen. Asturië was nu een kleine vazalstaat naast een machtige zuiderbuur en daaraan konden Fruela’s opvolgers weinig veranderen. De Asturiërs bleven afzijdig toen Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën kwam.

Alfonso II in een handschrift uit Santiago de Compostela

Ik noem nog de lange regering van koning Alfonso II de Kuise (r.791-842), die te maken kreeg met zó veel Arabische strooptochten dat hij hulp zocht bij de paus en bij de door zijn voorgangers gefnuikte Karel de Grote. Die erkende hem en kreeg in ruil Asturische hulp bij het instellen van de Spaanse Mark.

Asturië kwam zo onder invloed van het christendom zoals het bestond ten noorden van de Pyreneeën en in Italië. Weliswaar wilde het Spaanse koninkrijkje lijken op het Rijk van Toledo, maar een eigen staatskerk met eigen synodes was er niet langer. De banden met het Karolingische Rijk werden versterkt toen Alfonso in 814 het heiligdom van Santiago de Compostela stichtte, waardoor een gestage stroom pelgrims naar Asturië kwam. Dat Asturië nu naar het noorden keek, wil overigens niet zeggen dat men nooit keek naar het zuiden: bij bouwprojecten in Santiago en de nieuwe hoofdstad Oviedo waren kunstenaars werkzaam uit het Emiraat.

Asturië verdeeld

Onder Alfonso III de Grote (r.866-910) werd het koninkrijk naar het oosten uitgebreid (ten koste van het markgraafschap Pamplona). Profiterend van de revolte van de in het vorige blogje genoemde Umar ibn Hafsun, wist Alfonso ook naar het zuiden op te rukken, in de richting van de Duero. Léon werd de nieuwe hoofdstad.

Bij zijn dood verdeelde hij zijn koninkrijk over zijn zonen, waardoor nieuwe koninkrijken ontstonden. Het is hier niet nodig in detail de geschiedenis daarvan te herhalen, maar het komt erop neer dat in het noordwesten het koninkrijk Léon lag, in het centrum Castilië, daarnaast Navarra (rond Pamplona), gevolgd door het vooralsnog kleine Aragón en helemaal in het oosten het graafschap Barcelona. Deze staatjes streden even vaak tegen elkaar als tegen hun zuiderburen. Van een Reconquista was eeuwenlang geen sprake. Pas na 1085 begon dat te veranderen, maar het was pas toen in 1492 Granada viel, dat het kon lijken alsof de herovering van het Iberische Schiereiland altijd als een rode draad door de Spaanse geschiedenis had gelopen.

[wordt vervolgd]

#AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #AlfonsoIVanAsturië #AlfonsoIIDeKuiseVanAsturië #Aragón #Asturië #Baranis #Barcelona #Castilië #Catalonië #clashOfCivilizations #comes #Covadonga #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #FruelaIVanAsturië #Gijón #JakobusDeMeerdere #Léon #mosasaurus #Navarra #Oviedo #Pamplona #PelagiusVanAsturië #Reconquista #RijkVanToledo #SantiagoDeCompostela #SantiagoMatamoros #SpaanseMark #Spanje #Theodomir #UthmanIbnNaissa

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.

Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.

Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij Poitiers

Spanningen

Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.

Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.

Burgeroorlog

De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.

Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.

Nieuwe leiders

De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.

Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was meer bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende derde was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.

Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri

De invloed van het Roelandslied

Een gem met een kruisridder (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het Roelandslied is een giftige tekst. Het typeert een werelds conflict als onderdeel van de grote kosmische strijd tussen goed en kwaad, waardoor er voor medemenselijkheid geen plaats meer is. Omdat moslims zijn gedemoniseerd, is kwaad doen aan een moslim iets goeds – en dan wordt zelfs wreedheid aanbevelenswaard. Het Nederlandse Roelandslied gaat hierin verder dan het Franse: in Thuroldus’ versie krijgt de verrader tenminste nog een rechtszaak voordat hij wordt gevierendeeld, in de Middelnederlandse wordt Guelloen afgevoerd om hem te coken (te verbranden).

Ik heb al verteld dat David Levering Lewis, de auteur van het boeiende boek God’s Crucible (2008), het Roelandslied omschreef als “a superordinate factor in the European sense of self and of otherness”. De tekst zou “one of the great constitutive myths of Christendom” zijn en een “foundational document”. Dat zijn deftige formuleringen die erop neerkomen dat Europeanen, te beginnen tijdens de Kruistochten, door deze tekst zijn beïnvloed. Toen ze moslims tegenkwamen, is het idee, werden die meteen beschouwd als “Untermenschen”. De compromisloosheid van de Kruisvaarders was dus gevormd door lectuur van het Roelandslied en soortgelijke teksten.

Zou dat waar zijn? Is stereotypering zo invloedrijk? Ik weet het domweg niet.

Karel de Grote en Roeland nemen de Saksische onderwerping in ontvangst (Walhalla, Regensburg)

Het is echter zinvol erop te wijzen dat er allerlei culturele uitingen zijn, sommige zelfs redelijk recent, waarin de propaganda wordt overgenomen. In het Walhalla bij Regensburg, waar de grote helden van de Duitse natie staan afgebeeld, is ook een reliëf van Karel en Roeland, die de overgave in ontvangst nemen van de Saksen, die de zwart-wit-standaardbehandeling ondergaan: de keuze tussen doop en dood. De beeldhouwers lijken geen probleem te hebben herkend in de geïmpliceerde dichotomie.

Toch denk ik dat de invloed van het Roelandslied ook anders te interpreteren is. De gemiddelde middeleeuwse toehoorder van het Roelandslied kende namelijk helemaal geen moslims. Voor de middeleeuwers waren de Saracenen even vreemde vijanden als voor ons de Klingons uit Star Trek. Als deze analogie juist is, is het mijns inziens denkbaar dat de beeldvorming van het Roelandslied behoorde tot de eerste slachtoffers van de Kruistochten, zoals ook valt aan te nemen dat al onze noties over ET aan gruizels gaan op de dag dat we contact maken. In elk geval kenmerken de Kruistochten zich niet uitsluitend door compromisloosheid, maar ook door pragmatisme. Al vóór Jeruzalem was ingenomen, werkten christelijke en islamitische legers samen in de strijd rond Edessa.

Misschien is een parallel verhelderend: de Romeinse beeldvorming van de Lage Landen. In mijn boek De randen van de aarde heb ik aangegeven hoe de Griekse en Romeinse auteurs de bewoners van Germania Inferior beschrijven als besnorde wildemannen, gekleed in dierenhuiden, die leefden van de jacht en zich voortdurend bezatten als ze niet hun vrouwen aan het verdobbelen waren. Dat staat in schril contrast tot de wijze waarop Romeinse bestuurders omgingen met dit gebied, want die wisten heel goed hoe geromaniseerd het gebied feitelijk was. Ik denk dat er in een samenleving verschillende visies op “de ander” kunnen bestaan, en dat het Roelandslied één stem onder vele is geweest. Dus bepaald geen “superordinate factor” of “constitutive myth”.

Nu kan ik afronden met de constatering “het kan vriezen, het kan dooien”, of zeggen dat God’s Crucible overdrijft. Maar dat is te simpel. Ik heb een onaangenaam gevoel dat iedereen over de grootse claims heen heeft gelezen, omdat ze zo goed passen bij het idee dat de letteren belangrijk zijn. Mensen die werkzaam zijn in de culturele sector, delen enkele aannames met elkaar en zullen bepaalde vragen niet snel als relevant ervaren, domweg omdat de betrokkenen het erover eens zijn. Eén van die vragen is die naar de aard van de invloed die teksten op mensen hebben.

[Wordt vervolgd]

#clashOfCivilizations #DavidLeveringLewis #dualisme #KarelDeGrote #Roeland #Roelandslied #Saracenen #Turoldus #WalhallaRegensburg_

Parijs, Europa

Jean Huber, Le souper des philosophes

Parijs is méér dan de hoofdstad van Frankrijk. Het is de stad waar in de achttiende eeuw de ideeën van de Verlichting werden geconcipieerd en in de praktijk gebracht. Het is de basis waarvandaan Napoleon deze ideeën exporteerde, onder andere naar Egypte. Het is een plaats met een spreekwoordelijk losse seksuele moraal. Het is de belichaming van een land dat, trots op zijn laïcité, religieuze symbolen in het openbaar onderwijs verbiedt. Het biedt ruimte aan de meest vrije pers ter wereld.

Parijs is, tot slot, de plek waar de coördinatie plaatsvindt van militaire operaties in islamitische landen als Libië, Mali en Syrië. Dat is niet van vandaag of gisteren: het assertieve contraterrorismebeleid is ontworpen na de metro-aanslagen van ’95. Parijs staat hoog op de lijst van steden waaraan jihadisten een hekel hebben. Het is de hoofdstad van een militair actieve staat met een traditie van secularisme en Verlichting.

Niet alle West-Europese landen zijn even militair actief in de islamitische wereld, maar ze delen wel allemaal de normen van Verlichtingsdenken en secularisme. In die zin is de aanval op Parijs een aanval op ons allemaal. We zullen er nog meer gaan meemaken. Doodsimpel omdat Europa een logisch militair doelwit is.

Jihadisten zijn fanatiek en wijzen onze waarden af, maar zijn niet dom. Een Bin Laden wist dat hij nooit in staat zou zijn de Verenigde Staten te verslaan en deed daarom vooral zijn best de wereld te tonen dat Amerika niet onoverwinnelijk was. Je kunt zeggen dat hij in dat doel is geslaagd, zoals de islamisten er in de voorgaande generatie in waren geslaagd te bewijzen dat de Sovjet-Unie een reus op lemen voeten was. Vanuit islamistisch perspectief geldt: de islam heeft het communisme helpen omvallen, de islam heeft de macht van Amerika gebroken. De wereldheerschappij is nog niet binnen handbereik, maar men kan langzamerhand iets ambitieuzer zijn en het destabiliseren van het verdeelde Europa is een voor de hand liggende volgende stap.

O ja. Europa. U weet wel, dat is de potentiële supermacht die almaar niet in staat is tot eensgezindheid. In Europa moeten achtentwintig – achtentwintig! – lokale regeringen instemmen voordat een besluit kan worden genomen. Europa is te verstikt in de stroperige overlegstructuren om de Griekse schuldencrisis op te lossen. Europa belijdt mensenrechten maar is niet bij machte een Hongarije tot de orde te roepen. Als een Oekraïne zich voor Europa uitspreekt, hoeft Poetin maar “boe” te roepen en Europa kruipt in zijn schulp. Kortom: val Europa aan, en je kunt als jihadist genieten van de aanblik van een verdeeld werelddeel dat tegen je zal blaffen maar niet kan bijten.

Er is de laatste twee dagen een hoop gemeningvormd. We hebben gelezen dat “links” verantwoordelijk was, dat alles een gevolg is van Bush’ inval in Irak en dat het allemaal komt door het inherente kwaad in – naar keuze – godsdienst in het algemeen of de islam. (Aanname: er is een zondebok nodig.) We hebben gelezen dat Obama moest erkennen dat hij te lang passief is geweest. (Aanname: in een democratisch land mag de president oorlog voeren als het volk dat niet wil.) We hebben gelezen dat we speciaal de christenen in het Midden-Oosten moeten beschermen en dat er een eeuwige clash of civilizations is tussen Het Westen en Het Oosten. (Aanname: ISIS heeft gelijk – het gaat om christendom versus islam.) We hebben gelezen dat we hypocriet zijn omdat we wél geschokt zijn door Parijs maar niet door Beiroet of door het in de Sinaï ontplofte vliegtuig. (Aanname: je moet even van slag zijn om mensen die je niet kent als om mensen die je wel kent.)

Het zal allemaal wel. Volgens mij wordt het belangrijkste almaar niet gezegd. Dat is dat ISIS de druk op Europa aan het opvoeren is en dat de terroristische organisatie, zolang Europa verdeeld is, een alleszins redelijke kans maakt een aanzienlijke puinhoop te scheppen. Wil Europa de schade beperken, dan zal het eensgezind zijn waarden moeten verdedigen: secularisme, Verlichting, vrijheid, openheid en tolerantie.

Die eensgezindheid kan er – en dit is mijn punt – maar op één manier komen: als Europa zelf een eenheid wordt. Militair, politiek, economisch, sociaal en cultureel.

Ik denk dat die eenheid er ook wel zal komen. In zekere zin is ze er al want een aanval op Parijs is, zoals ik al zei, een aanval op ons allemaal. We zijn als collectief aangevallen en zullen collectief onze waarden moeten verdedigen. We kunnen immers niet toestaan dat we tweemaal per jaar worden opgeschrikt door een aanslag, nu eens op een synagoge, dan weer op een theater, vervolgens op een redactie, daarna op een voetbalstadion, dan op een trein, vervolgens op een school, waarna iemand een moskee in brand steekt.

Dus zal er een eenheid komen. De vraag of Europa een eenheid moet zijn, is beantwoord. De nieuwe kernvraag, die ik de afgelopen dagen heb gemist, is welk eenheids-Europa we willen: de huidige technocratie of een democratie. Het feit dat deze vraag de afgelopen dagen niet oorverdovend heeft geklonken, suggereert dat er weinig animo is voor het tweede alternatief.

#clashOfCivilizations #Europa #Frankrijk #Parijs #terrorisme #Verlichting

Zelfbewieroking

Een tijdje geleden benaderde het Nederlands Klassiek Verbond me met de mededeling dat mijn boekje Bedrieglijk echt was genomineerd voor de Homerosprijs, die deze vereniging geeft aan mensen die de Oudheid uitleggen. Vererend als het was, stoorde het me. Het NKV had al eerder een van mijn boeken genomineerd en ik had toen aangegeven dat er weinig te prijzen viel. Als in een klas alle kinderen voor een proefwerk een drie halen, ga je niet de paar kinderen prijzen die een vier weten te scoren, maar richt je je energie op het verhogen van het algeheel peil. In dit geval: je kunt aan het bestaande aanbod verdieping toevoegen en je kunt actief reageren op media die flauwekul verspreiden. Ik schreef het NKV en het NKV schreef mij en daar bleef het bij.

Ik noem dit omdat zelfs een club die er niet om bekendstaat met alle winden mee te waaien, het problematische van prijsuitreikingen niet herkent. Het uitreiken van een prijs heeft vooral zin als je daarmee de doelen van de vereniging dichterbij brengt. In dit geval: uitdragen dat de Oudheid ertoe doet. Daartoe moet de voorlichting zich aanpassen aan enerzijds het gestegen opleidingspeil en anderzijds de revolutie die internet heet. Door een prijs uit te reiken, geef je het signaal af dat alles eigenlijk wel prima is. Terwijl commissies Kennedy het onderwijs stroomlijnen zonder oudheidkundig advies te vragen, terwijl Tommen Holland negentiende-eeuwse clash-of-civilizations-sjablonen mogen herintroduceren, terwijl archeologen meer praten over vondsten dan over archeologie. Het is niet prima. En het NKV gooit zijn eigen glazen in door mooi weer te spelen.

En er is nog een probleem met prijsuitreikingen. Wat als de winnaar in opspraak komt? Ik weet dat het wat zinledig klinkt, maar “het klimaat” of “de Tijdgeest” of hoe je het ook wil noemen – dat eist momenteel volkomen politieke correctheid. Onlangs bracht Astrid Roemer de jury van de Prijs der Nederlands Letteren in verlegenheid met uitspraken over Desi Bouterse, gisteren werd burgemeester Aboutaleb van de de door de speciale rapporteurs van de VN bekritiseerde gemeente Rotterdam uitgeroepen tot beste burgemeester ter wereld, vanmorgen voelde het Leger des Heils zich genoopt zich te distantiëren van prijswinnaar Marga Bult (scroll down).

Laten we stoppen met deze flauwekul. We hebben urgentere zaken aan ons hoofd dan zelfbewieroking.

#clashOfCivilizations #prijsuitreiking

Het belang van de Nineveh-expositie in het RMO

Ivoortje met een Egyptische sfinx, afkomstig uit Assyrië (Archeologisch museum van Bagdad)

Een paar weken geleden kreeg ik een mailtje dat me nogal verbaasde. Ik kreeg het verwijt dat ik veel aandacht besteedde aan de Nineveh-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden. Dat ging ten koste van de aandacht die ik behoorde te besteden aan Griekenland en Rome.

Ik kan daarop natuurlijk antwoorden dat als iemand wil dat er meer wordt geblogd over de klassieke Oudheid, het hem of haar vrijstaat zelf elke dag een blogstukje te schrijven. (“Ik hoop dat hij zijn pols verrekt,” zoals Gerrit Komrij in een soortgelijke situatie opmerkte.) Ik kan ook antwoorden dat je pas kwaliteitseisen kunt stellen aan mijn werk als ik een verplichting zou zijn aangegaan tegenover een subsidiegever, maar ik ben zo vrij te denken dat die subsidiegever wel tevreden zou zijn. Als iemand namelijk zou vaststellen wat in 2017 de belangrijkste te beschrijven oudheidkundige onderwerpen waren, scoorde de Nineveh-expositie hoog. En eigenlijk precies om de reden die mijn correspondent aangaf: omdat het niet gaat over Griekenland en Rome.

Ik heb het vaker geschreven: er was ooit een sjabloon waarin de oud-Oosterse culturen golden als wreed, religieus en despotisch, terwijl Griekenland gold als humaan, rationeel en democratisch. Dat sjabloon is al heel lang geleden weerlegd in boeken met programmatische titels als The Greeks and the Irrational en in publicaties over het ontstaan van de empirische wetenschap in Babylonië. Desondanks zijn er nog wel mensen die het sjabloon uitdragen en de trieste waarheid is dat het idee van een “clash of civilizations” eind twintigste eeuw door Samuel Huntington opnieuw op de agenda is geplaatst. Het sjabloon beïnvloedde de Amerikaanse neocons die hun land in de onzalige oorlog met Irak stortten.

Niet dat we géén aandacht aan Griekenland en Rome moeten besteden. Ik schrijf er dan ook regelmatig over. Weinig is zo mooi als HomerosIlias of het Pantheon in Rome. De lijst museumvoorwerpen legt de nadruk op de Griekse en Romeinse kunst. Het is dus niet dat ik tegen Griekenland en Rome ben, maar ik ben wel tegen het sjabloon dat hun uitzonderlijk belang geeft. De tentoonstelling over Nineveh toont waarom het Nabije Oosten gewoon uit zichzelf interessant is en niet slechts in de geschiedenisboekjes hoeft te figureren als een soort duistere periode waaraan de mensheid zich onttrok dankzij een Grieks wonder. Dat alleen al maakt de Nineveh-expositie de moeite meer dan waard.

Maar er is meer.

Assyrië, Babylonië, Syrië, Anatolië en in mindere mate ook Egypte maken niet alleen deel uit van een te lang genegeerde cultuur; het is ook een cultuur die actief is vernietigd. Dat begon al voor de plundering van het museum in Bagdad. Talloze verzamelaars in West-Europa, Russische miljonairs, Golfstaat-sjeiks en Amerikaanse christelijke collectioneurs hebben geplunderde voorwerpen gekocht, de prijs voor oudheden opgedreven en plundering nog aantrekkelijker gemaakt. De verwoesting van het erfgoed in noordelijk Irak is bij dit misdrijf slechts de laatste fase geweest.

De Nineveh-expositie besteedt daaraan weinig aandacht omdat men de zogenaamd Islamitische Staat geen platform wil bieden. Het museum besteedt des te meer aandacht aan de zorg voor het erfgoed. Ik heb weleens geblogd over het gebruik van 3D-printers om verloren voorwerpen een soort tweede leven te geven. Ieder zal in de Nineveh-expositie een ander zwaartepunt leggen, maar voor mij was het de zaal over de erfgoedzorg. Als die faalt, valt eigenlijk de hele culturele sector weg.

En dat brengt me op een laatste punt, dat misschien wat triviaal oogt na het voorafgaande. Museumtijdschrift organiseert momenteel een verkiezing van uw favoriete tentoonstelling in 2017. Ik vind dat soort verkiezingen kinderachtig en getuigen van een ontluisterend gebrek aan redactionele ambitie. Sterker nog, doordat zulke wedstrijden de aandacht vestigen op exposities die allang aandacht hebben gehad – en ja, ik ben guilty as charged – doen ze andere, vaak kleinere tentoonstellingen in andere musea tekort. Analoog aan de prijzencircussen van de boekhandel doen dit soort wedstrijden onze cultuur verschralen.

Ik zou er normaal gesproken dus geen aandacht aan hebben besteed. Of ik zou de fiolen van mijn toorn erover hebben uitgegoten. Maar vandaag nodig ik u toch uit om te stemmen op de Nineveh-expositie. Zonder de andere tentoonstellingen tekort te willen doen: de tentoonstelling in het RMO toont waarom erfgoedzorg belangrijk is. En zonder die zorg zouden die andere exposities überhaupt ondenkbaar zijn.

Naschrift 20 april

Het RMO heeft zijn museumprijs gewonnen.

#clashOfCivilizations #Irak #Nineveh #RijksmuseumVanOudheden

In 1967, the State of Israel attacked Egypt. Already, it was referred to as a ‘pre-emptive strike’. Since then, the Jewish State has occupied Sinai, the Golan Heights, the West Bank, East Jerusalem and Gaza. (see map)
For three centuries, this war has been the only one to bear the name of its duration: the ‘Six-Day War’, a name that glorifies the military impact (of the Zionist Sparta).
In 1968, several French intellectuals drew a link between the Six-Day War, anti-Zionism and anti-Semitism.
The Anti-Defamation League (ADL) is an organisation that supports the Israeli government and fights against diversity. In 1974, Arnold Forster and Benjamin Epstein of the ADL published a book entitled ‘The New anti-Semitism’, expressing their concerns about :
- an indifference to the fears of ‘the Jewish people’,
- apathy in dealing with prejudice against Jews,
- an inability to understand the importance of Israel for the survival of the ‘Jewish people’ (in their view).
Hence controversy in the United States (among professionals in public debate).
Later, Allan Brownfeld wrote that Forster and Epstein's definition of anti-Semitism trivialised the concept by turning it into ‘a form of political blackmail’ and ‘a weapon to silence any form of criticism of Israel or of US policy in the Middle East’ (in ‘Anti-Semitism: Its Changing Meaning’, Journal of Palestine Studies, vol. 16, no 3 (Spring, 1987), pp. 53-67).

#IsraelArabConflict #SixDayWar #history #historyOfThought #proZionism #civilization #clashOfCivilizations #TheWest #imperialism #instrumentalisation #confusion #amalgam #antisemitism #newAntisemitism #MiddleEast #StandWithIsrael #islamophobia

The clash of civilizations continues

Some of those who dismissed Samuel Huntington’s “clash of civilizations” model of post-Cold War geopolitics as too far-fetched are beginning to rethink.Huntington suggested than t…

Khanya