De islam in Europa (3)

Latijnse vertaling van Ibn Sina’s “Canon der Medicijnen” (Institut du monde arabe, Parijs)

[Derde van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Vertalingen

Drayson beschrijft de Latijnse vertalingen die in Spanje werden gemaakt van Arabische weergaven van teksten die oorspronkelijk in het Grieks waren geschreven. Door de eeuwen heen varieerde de taal van de wetenschap nu eenmaal: eerst het Akkadisch (de schrijftaal van Mesopotamië), dan Grieks, toen Arabisch, daarna Latijn en vervolgens via Frans en Duits naar het Engels. Het is terecht dat Drayson deze Grieks-Arabisch-Latijnse traditie noemt, maar ze negeert nogal wat.

Om te beginnen: opnieuw schrijft ze iets toe aan de islam dat daar weinig mee van doen heeft. Die vertalingen hebben meer van doen met de eigen, autonome ontwikkeling van de wetenschap. Verder verzwijgt ze dat de geleerden van de scholastiek aanvankelijk niet zo heel veel deden met die vertalingen. De West-Europese geleerden begonnen Aristoteles pas echt te bestuderen toen zijn teksten in de dertiende eeuw bekend waren geworden in de vertalingen van Willem van Moerbeke. Die waren rechtstreeks uit het Grieks gemaakt, dus zonder Arabische tussenstap.

De sociale wetenschappen

Waar Drayson dus enerzijds zaken benadrukt waarbij de islamitische bijdrage aan de West-Europese cultuur eigenlijk niet zo heel doorslaggevend was, negeert ze structurerende aspecten als de madrasa/universiteit. Ik vermoed dat ze cultuur opvat als een soort patchwork van losse elementen. (Ik kan dit niet zeker weten omdat ze haar aannames niet toelicht.) Het is de afgelopen eeuw echter gebruikelijker geweest culturen te beschrijven door het maken van onderscheid tussen enerzijds structuren en culturele regels en anderzijds uiterlijke vormen. Vergelijk het met de grammatica en de woordenschat van een taal. Door dit onderscheid vermijd je dat cultuur een ongedifferentieerde nevenschikking is van losse elementen.

Drayson lijkt evenmin op de hoogte van de literatuur over acculturatie, integratie, assimilatie, enculturatie en wat dies meer zij. De simpele waarheid is echter dat waar twee culturen naast elkaar bestaan, ze altijd zaken van elkaar overnemen, zelfs als ze ideologisch afkeer voelen. Daar wordt al sinds mensenheugenis onderzoek naar gedaan, en leidt tot interessante discussies, zoals die over de vraag of de islam in Andalusië verspaanste of dat Spanje islamiseerde. Drayson had deze inzichten kunnen gebruiken om een beter boek te maken én een bijdrage te leveren aan deze discussies.

Obligaat Andalusisch plaatje

Ze had ook kunnen ingaan op het mechanisme waarmee vooroordelen worden doorgegeven. U kent het van het schoolplein. De pestkoppen verspillen hun energie niet aan een slachtoffer waarvan ze nog moeten uitleggen waarom het een lachwekkend type is. In tegendeel: de bullebak is gemakzuchtig en zoekt iemand waarover de vooroordelen al klaar liggen, zoals het meisje met de bril, de jongen die niet kan rennen, de jood of de moslim. Dit is het mechanisme waardoor mensen in West-Europa en moslims tegen elkaar kunnen worden opgezet: de vooroordelen zijn er al en populisten zullen liever die herhalen dan dat ze zich focussen op een nieuwe zondebok. Als Drayson literatuur over mechanismen als dit zou hebben geciteerd, was haar boek beter geweest.

[Deze bespreking, eerder gepubliceerd op VersTwee, wordt vervolgd.]

#Aristoteles #boek #CrucibleOfLight #ElizabethDrayson #structuur #WillemVanMoerbeke

Aristoteles over de Nijl

Ergens langs de Nijl

De studenten die in de Late Middeleeuwen aan de Sorbonne filosofie studeerden, kregen een reeks teksten te lezen, waaronder een forse hoeveelheid Aristoteles. Omdat er veel studenten waren, waren er dus ook veel boeken, en zo komt het dat we ruim tachtig kopieën hebben van het traktaatje dat bekendstaat als De overstroming van de Nijl. Tachtig handschriften is heel veel.

Helaas is de Griekse tekst, op een citaat in een fragment op een papyrus uit Oxyrhynchos na, verloren gegaan, maar dat vormt niet het laatste woord. Aan de hand van enkele specifieke vertaalkeuzes is vast te stellen dat de Latijnse vertaling is gemaakt door Willem van Moerbeke (1225-1286), wiens vertaalprincipes bekend zijn: hij wilde niet alleen de inhoud weergeven, maar liefst ook de Griekse zinsopbouw, zelfs als de weergave daarvan slecht Latijn opleverde. Dat betekent dat onbegrijpelijke stukken Latijn weleens begrijpelijker worden als je bedenkt wat er gestaan zou kunnen hebben in het Grieks.

Vraag en antwoorden

De opbouw van het werkje is door-en-door aristotelisch. Aristoteles’ standaardopbouw is dat als hij een vraagstuk aansneed, hij eerst uitlegde wat eerdere geleerden erover hadden gedacht en waarom die zich hadden vergist, om vervolgens zijn eigen oplossing te presenteren. Dat is natuurlijk wat hautain: hij is in deze presentatie als het ware zelf de doeloorzaak van de wetenschappelijke ontwikkeling – alles ontstaat en groeit tot het bij Aristoteles pas werkelijk bloeit. Van de andere kant: Aristoteles’ weergaven van eerdere ideeën zijn cruciaal voor moderne reconstructies van de geschiedenis van de vroege Griekse filosofie.

De auteur van De overstroming van de Nijl volgt de standaardopbouw. Eerst is er de vraag:

Hoe valt het te verklaren dat, terwijl andere rivieren in de winter zwellen en in de zomer veel kleiner worden, de Nijl als enige rivier die in de zee uitmondt, in de zomer over een uitgestrekt gebied overstroomt en zo breed wordt dat alleen de dorpen er bovenuit steken als eilanden?noot Aristoteles, De overstroming van de Nijl 1; vert. Beullens.

En daarna komen de antwoorden, zoals de theorie van Thales van Milete dat de etesische winden (de zomerse noordwestenwind) het Nijlwater terug zouden blazen. Commentaar van Aristoteles: dan zouden we het ook bij andere rivieren moeten observeren. Hij behandelt de theorie van Anaxagoras dat de Nijl een smeltrivier was, maar zó veel sneeuw als er extra Nijlwater is, is onmogelijk. En er is de theorie van Nikagoras van Cyprus dat de bron van de Nijl op het zuidelijk halfrond ligt –maar dan zou het water over de evenaar komen, waar het zó heet is dat alle water verdampt. En zelfs als de rivier die regio kon doorkruisen, zou de afstand onmeetbaar en dus voor mensen onkenbaar zijn. Dus ook deze hypothese is onhoudbaar. QED.

De Sudd

Als hij alle hypothesen heeft weerlegd, meestal met bewijzen uit het ongerijmde, beschrijft Aristoteles zijn eigen theorie:

Men heeft waargenomen dat het veel en overvloedig regent in Ethiopië in de periode vanaf de opkomst van Sirius tot die van Arcturus, maar in de winter niet. … Daardoor komt de overstroming samen met de etesische winden. Vooral die winden voeren namelijk wolken aan naar die streek, net zoals de voorafgaande zomerwinden. Wanneer de wolken tegen de bergen stoten, stroomt het water naar de moerassen waardoor de Nijl vloeit.noot Aristoteles, De overstroming van de Nijl 12; vert. Beullens.

Dit is ruwweg correct: het zijn inderdaad regens in oostelijk Afrika die zorgen voor extra water. Maar het gaat niet om de etesische noordwestenwind die waait in de Griekse zomer, het gaat om de noordoostelijke passaat. Aristoteles meent bovendien dat het water uit het Ethiopische Hoogland via moerassen naar de Nijl stroomt, maar lijkt niet te weten dat de Sudd-moerassen liggen aan de Witte Nijl, die een bron heeft in het Victoriameer, terwijl hij zelf de regenrivier Blauwe Nijl beschrijft. Dat gezegd zijnde: hij heeft het grotendeels goed begrepen.

Waarnemingen

Wie zouden de “men” zijn die de Ethiopische regens gezien hebben? Het is een verleidelijk idee dat Alexander de Grote wetenschappers naar het zuiden heeft gestuurd. Misschien is dat wel zo, maar het staat vast dat Kallisthenes, Alexanders wetenschappelijk adviseur, zijn beschrijving van de Nijloverstroming baseerde op informatie die hij had gevonden bij Aristoteles.noot Strabon, Geografie 17.1.5. Dat betekent dat Aristoteles al informatie van ooggetuigen had ontvangen vóór Alexanders expeditie.

De al genoemde Oxyrhynchos-papyrus, met daarop een tekst van Poseidonios die Aristoteles’ De overstroming van de Nijl citeert, noemt een zekere Thrasyalkes als bron van Aristoteles’ informatie. We weten niet of dit correct is. Feit is dat er altijd Griekse huurlingen dienden in de Egyptische legers – u zou Wahibre-em-Achet kunnen kennen. Zulke mannen kunnen heel goed zelf naar het diepe zuiden hebben gereisd, of informatie uit Nubië hebben vernomen.

[Met dank aan Pieter Beullens, die werkt aan een kritische editie, die hopelijk volgend jaar zal verschijnen. Beullens’ Nederlandse vertaling is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Filosofie 73 (2011) 513-534.]

#Anaxagoras #Arcturus #Aristoteles #etesischeWind #Kallisthenes #Nijl #NikagorasVanCyprus #Oxyrhynchos #PoseidoniosVanApameia #Sirius #Sudd #ThalesVanMilete #WahibreEmAchet #WillemVanMoerbeke #wind

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Het christendom in de aanval

Ik wees er in mijn stukje over Asturië op dat het negentiende-eeuwse, nationalistische idee van een bijna acht eeuwen durende Reconquista te gemakkelijk was. Zo doelgericht was het allemaal niet. Er was eigenlijk vooral sprake van vreedzame en minder vreedzame co-existentie. Pas na de val van Toledo in 1085 ontstond het idee dat de christelijke koninkrijkjes in het noorden in een langdurig conflict waren met de islamitische taifas in het zuiden.

In de tweede helft van de elfde eeuw lezen we ook over het Roelandslied, dat de Saracenen neerzet als aartsvijanden van de christenheid, en het was natuurlijk ook de tijd van de slag bij Manzikert, van de implosie van het Byzantijnse Rijk en van de Eerste Kruistocht. Ik noem nog één aspect. In de winter van 1095/1096 probeerde de graaf van Barcelona de havenstad Tarragona te veroveren en zo de taifa van Zaragoza af te snijden van de zee. De operatie mislukte, maar paus Urbanus II beloofde soldaten die om het leven zouden komen een volledige aflaat. Dat was een totaal nieuw idee, dat de paus een paar maanden later in Clermont-Ferrand herhaalde toen hij opriep tot de Eerste Kruistocht. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de gedachte van een “clash of civilizations” uitsluitend is ontstaan in Spanje, maar de regio speelde zeker een rol.

Vertalingen

In 1212 versloegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón bij Las Navas de Tolosa de troepen van kalief Muhammad an-Nasir. Aan de Almohadische zijde waren de verliezen zo groot dat de voornaamste madrasa van Córdoba moest worden gesloten, terwijl de buit van de Castilianen zo groot was dat ze een universiteit konden stichten in Palencia. Het (overigens niet onomstreden) synchronisme heeft me altijd gefrappeerd, want het illustreert zo mooi dat de intellectuele traditie van El-Andalus afliep terwijl in de christelijke koninkrijken iets opbloeide.

Ik heb vaker geblogd over de culturele ontleningen – hoe Europa allerlei zaken uit de Arabische wereld overnam en zo een alternatief vond voor de laatantieke traditie. Dit staat bekend als de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarbij u de tijdaanduiding met een stevige slag om de arm moet nemen.

Vroege Arabische cijfers in een tiende-eeuws manuscript

Eén aspect was de vertaalactiviteit. De koning van Castilië financierde een school in Toledo en de koning van Aragón financierde er twee, in Zaragoza en Barcelona. De bekendste vertalers waren Gerard van Cremona en Kalib, die in totaal drieënzeventig geschriften vertaalden: Ibn Sina’s omvangrijke Canon der medicijnen en nog drieëntwintig geneeskundige titels, achttien boeken over de alchimie en de astronomie, zeventien over de wiskunde en drie over de logica. Belangrijk is ook hun vertaling van het astronomische hoofdwerk van Ptolemaios, de Almagest. Elf door Gerard en Kalib uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles waren in West-Europa al eeuwen vergeten en het zou nog even duren voordat Willem van Moerbeke deze teksten vertaalde uit het oorspronkelijke Grieks.

Vertellingen

Dat de hoofse liefde, de ridderroman en het graalmotief vanuit de oosterse wereld zijn beïnvloed, is vooral interessant omdat het toont dat de West-Europese schrijvers zich niet beperkten tot het overnemen van teksten met wetenschappelijk of filosofisch belang, maar ook literatuur en literaire motieven kenden. Deze overdracht moet merendeels mondeling zijn geweest, wat uit de aard der zaak moeilijk is vast te stellen.

Almohadische afbeelding van een scène uit het verhaal van Bayad en Riyad

De Europese romans over eenzaam dolende ridders hebben zeker invloed ondergaan van Arabische en Perzische voorbeelden. Er is bijvoorbeeld in beide culturen een thematische omslag geweest, waarbij de oorspronkelijke thematiek van trouw aan een hoger geplaatste heer werd ingeruild voor hoofse trouw aan een geliefde. Het verhaal van Ajib en Gharib uit Duizend-en-een-nacht is een voorbeeld.

De inspiratie uit de Arabische wereld bleef niet beperkt tot ridderromans. Zoals Wim Raven hier onlangs al vertelde, wortelt de West-Europese minnezang in de Arabische literatuur; de Provençaalse troubadours ontleenden motieven aan de oosterse liefdespoëzie, zoals Bayad en Riyad, en het Europese Graalmotief heeft parallellen in de Almoravidische gnosis. Zonder er al te veel gewicht aan te willen toekennen, wijs ik erop dat Wolfram von Eschenbach, de dichter van de Parzifal, expliciet zegt zijn stof via zijn leermeester Kyot te ontlenen aan de bibliotheek van Toledo.

Het heeft dan ook niet ontbroken aan ideeën om beroemde westerse literaire teksten te voorzien van Arabische antecedenten. Ik noem, bij wijze van afronding, nog één voorbeeld: de Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft erop gewezen dat Dantes Goddelijke Komedie via het Libro della scala van Brunetto Latini is gebaseerd op islamitische verhalen over Mohammeds nachtelijke hemelreis.

Besluit

Het probleem met deze theorie, en veel vergelijkbare theorieën, is dat mondelinge overdracht zo lastig bewijsbaar is. En dat is wat het leuk maakt en wat het maakt tot een fijne afronding van deze zeventiendelige reeks. Ik heb geprobeerd het midden te bewaren tussen enerzijds clash-of-civilizations-achtige ideeën en anderzijds kritiekloze verheerlijking van een tolerant Emiraat van Córdoba, en rond af met de conclusie dat er nog veel valt te ontdekken.

#Almohaden #Almoraviden #Aragón #Aristoteles #Barcelona #BrunettoLatini #Castilië #clashOfCivilizations #DanteAlighieri #EersteKruistocht #ElAndalus #GerardVanCremona #graal #hoofseLiteratuur #IbnSina #Kalib #LasNavasDeTolosa #madrasa #Manzikert #MiguelAsínPalacios #MuhammadAnNasir #Reconquista #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #ridderroman #Roelandslied #Spanje #Tarragona #Toledo #universiteit #UrbanusII #vertaalpraktijk #WillemVanMoerbeke #WolframVonEschenbach #Zaragoza

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Hij moet rond 1225 zijn geboren, wellicht in het Noord-Franse Morbecque, en trad toe tot de orde der dominicanen. Het is bekend dat hij in 1260 in het Griekse Thebe was en de in İznik (het antieke Nikaia) residerende keizer bezocht, die een jaar later Constantinopel zou heroveren. Ook weten we dat Willem verbleef aan het hof van paus Urbanus IV, die hem benoemde tot penitentiarius: dat wil zeggen dat hij verantwoordelijk was met het vaststellen van de penitenties voor boetelingen. Hij lijkt barmhartig te hebben geoordeeld en verzoening te hebben nagestreefd in het conflict tussen de Staufen en Anjou, dat Italië sinds de dood van keizer Frederik II verdeelde. In 1274 was de dominicaner monnik aanwezig bij het Tweede Concilie van Lyon, dat verzoening nastreefde tussen de Rooms-katholieke en Grieks-orthodoxe kerk en het Vagevuur introduceerde. Vier jaar later vinden we Willem als aartsbisschop van Korinthe, wat nog steeds zijn titel was toen hij in 1286 overleed.

Vertaler

Kortom, hij was in de eerste plaats diplomaat in kerkelijke dienst. Het is echter om zijn vertalingen uit het Grieks dat hij nog altijd belangrijk is. Tot dan toe waren auteurs als Plato en Aristoteles vooral indirect overgeleverd: eerst waren hun geschriften vertaald in een late vorm van het Aramees, vervolgens in een wat wijdlopig Arabisch, en daarvandaan weer naar het Latijn.

Dat kwam de kwaliteit niet ten goede, want vertalen was in de Oudheid en Middeleeuwen zelden een doel op zich. Men had de oude teksten nodig voor eigen filosofische en wetenschappelijke beschouwingen en sloeg weleens iets over, voegde weleens iets in en koos weleens voor parafrase. Voeg toe dat de ideeën van Aristoteles door de neoplatonisten waren geïntegreerd in het platoonse systeem – wat een extra bias creëerde voor de overlevering voor een sowieso rommelig overgeleverde denker. Begin dertiende eeuw keken de autoriteiten met enig wantrouwen naar Aristoteles, wiens oeuvre men eigenlijk alleen kende uit vrijwel corrupte teksten.

Willem van Moerbeke bracht daarin verandering. Of hij werkte in opdracht van zijn tijd- en ordegenoot Thomas van Aquino is niet met zekerheid te zeggen, maar de laatste kon niet zonder de nieuwe vertalingen. En zoals bekend vernieuwden Thomas en Albert de Grote de westerse filosofie en de natuurwetenschappen.

Vertaalwijze

Hoe vertaal je een antieke tekst? Een oude tegenstelling is die tussen “naar de letter vertalen”, waarbij je dicht bij de brontaal blijft, en “naar de geest vertalen”, waarbij je vooral probeert de ideeën over te dragen. Je kunt “that is not my cup of tea” vertalen als “dat is niet mijn kopje thee” en als “dat ligt mij niet werkelijk”. Bovendien is er het probleem van de doeltaal, waarover de tijdgenoten van de vertaler ook niet altijd dezelfde meningen hebben.

Zoals wel meer middeleeuwse vertalers, ook in de Arabische wereld, koos Willem voor een woord-voor-woord-vertaling. Dat is tussen het klassieke Grieks en het Latijn minder vreemd dan het lijkt, want beide kennen naamvallen, waardoor het mogelijk is de woordvolgorde te handhaven. Een probleem is dan weer dat het Latijn geen lidwoorden kent. Het komt er daardoor weleens op neer dat de grammatica van het middeleeuwse Latijn werd aangepast aan het klassieke Grieks.

Een voordeel is dat het door deze werkwijze mogelijk is verloren Griekse originelen te reconstrueren. Maar het is dus geen echt goed Latijn. De humanisten, die de Oudheid nog kritieklozer als norm namen dan de middeleeuwse geleerden, maakten Willem hierover bittere verwijten. Ze maakten zelf nieuwe vertalingen vanuit het Grieks naar het ciceroniaanse Latijn dat zij als enige norm aanvaardden.

Laat-negende-eeuws handschrift van Aristoteles’ Metafysika, met in de marge een door Willem van Moerbeke geschreven opsomming van de werken van de Griekse arts Hippokrates van Kos (Österreichische Nationalbibliothek, Wenen)

De sleutel tot Aristoteles

De Vlaamse geleerde Pieter Beullens publiceerde in 2019 over Willem van Moerbeke een leuk boek, De sleutel tot Aristoteles. Willem van Moerbeke en de overlevering van antieke wijsheid. De ondertitel is beter dan de eigenlijke titel, want Willem vertaalde immers ook Archimedes en Galenus. Het boek gaat ook over de overlevering van die oude teksten, over de Lachmannmethode om uit middeleeuwse handschriften archetypen te reconstrueren en over de projectmatige wijze waarop de dominicanen het antieke gedachtengoed ontsloten. Door de overgang van perkament naar papier en de opkomst van het pecia-systeem om boeken te kopiëren wonnen de nieuwe vertalingen snel veel publiek.

Beullens behandelt het allemaal. Hij schrijft dat Willems vertalingen

antieke filosofische ideeën brachten bij een grotere groep studenten dan ooit voordien. Zelfs in de Oudheid was er nooit zo’n massaal contact met de wetenschappen mogelijk geweest.

Het is krek zo. De sleutel tot Aristoteles lag al vier jaar op mijn stapel “nog te lezen” en ik had er eigenlijk pas afgelopen weekend tijd voor. Maar toen ging het snel: ik had aan de trein en bus van en naar Tongeren voldoende om het uit te lezen. Dus het is vlot geschreven. En elke pagina was boeiend. Aanbevolen.

***

Er is inmiddels ook een Engelse vertaling: The Friar and the Philosopher. William of Moerbeke and the Rise of Aristotle’s Science in Medieval Europe.

#AlbertDeGrote #Aristoteles #bisschop #BoudewijnIXVanVlaanderen #bronnenuitgave #ClaudiusGalenus #CorpusAristotelicum #dominicanen #EnricoDandolo #FrederikII #Korinthe #neoplatonisme #Nikaia #peciaSysteem #PieterBuellens #ThomasVanAquino #TweedeConcilieVanLyon #UrbanusIV #vagevuur #vertaalpraktijk #VierdeKruistocht #wetenschapsgeschiedenis #WillemVanMoerbeke #İznik