Het Emiraat van Córdoba (2)

De beroemde moskee van Córdoba

[Tweede van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. Het eerste was hier.]

Emir Abd al-Rahman, de stichter van het Emiraat van Córdoba, overleed rond 788 en werd opgevolgd door zijn zoon Hisham I. Die erfde, behalve een staat-in-wording, ook de conflicten met het Abbasidische Kalifaat van Bagdad en met Karel de Grote. In de eerste oorlog boekte hij al snel succes door in het huidige Marokko een vazalstaat in het leven te roepen, geleid door de Idrisiden. Vanaf nu controleerden de vloten van de emir van Córdoba en zijn bondgenoot de Straat van Gibraltar.

De wijde wereld

De Abbasidische kalief Harun ar-Rashid (r. 786-809) liet het gebeuren. Hij versterkte echter wel zijn greep op Ifriqiya, waar Ibrahim ibn al-Aghlab het Aghlabidische emiraat stichtte. Ik blogde er al eens over. Aanvankelijk loyaal aan de kalief in Bagdad, begon dit emiraat zich steeds zelfstandiger te gedragen. De hoofdstad was Kairouan, dat eeuwenlang een grote aantrekkingskracht heeft gehad op Andalusiërs. De stad groeide snel, van 15.000 mensen in 830 tot 50.000 in 1050. Ik blogde al eens over de watervoorziening.

In het noorden hadden de emirs van Córdoba gemengde successen. Karel de Grote legde zich niet neer bij de vernederende uitkomst van de expeditie van 778 – zie ook het vorige blogje – en stuurde daarom van tijd tot tijd nieuwe legers. Er kwamen Frankische garnizoenen in steden als Barcelona en Pamplona; de tussenliggende regio kwam bekend te staan als de Spaanse Mark.noot Een mark is een graafschap aan de grens. De soldaten van de markgraven en de legers van het Emiraat van Córdoba raakten regelmatig slaags, meestal door plundertochten over en weer. Asturië, dat in 778 had geweigerd Karel te steunen, koos tegen het einde van de achtste eeuw niet zozeer partij voor de Frankische vorst, als wel tegen de emir in Córdoba: in 798 stroopten de Asturiërs diens land af tot bij Lissabon.

Inscriptie uit Mérida

Consolidatie

Aan het begin van de negende eeuw tekende zich in het noorden een modus vivendi af, die erop neerkwam dat het Emiraat van Córdoba de noordelijke staatjes niet zou annexeren zolang die niet zouden streven naar gebiedsuitbreiding. Toen de markgraaf van Pamplona in 803 de afspraak negeerde, liet emir Al-Hakam I (r.796-822) de stad verwoesten, waarbij hij gebruik kon maken van zijn eigen troepen en de Banu Qasi uit Zaragoza. Barcelona onderging hetzelfde lot in 828.

Feitelijk was het Emiraat van Córdoba aan alle kanten omringd door bufferstaten. Tegen de Abbasiden verdedigde het zich via de Idrisiden en de Aghlabiden in de Maghreb; in het noorden was het Emiraat van de Spaanse Mark gescheiden door vazalstaatjes als Banu Qasi (rond Zaragoza) en Baskenland. Asturië vormde de buffer tegen de Noormannen. Deze noordelijke staatjes waren door diplomatieke huwelijken verbonden met het Emiraat, waarbij ik aanteken dat “diplomatiek huwelijk” ook is te lezen als verwijzing naar in de harem gegijzelde prinsessen.

De consolidatie van de grenzen liep parallel aan de consolidatie van het binnenland. Hadden de emirs Abd al-Rahman en Hisham nog moeite moeten doen om de diverse groepen voor zich te winnen, Al-Hakam kon zijn onderdanen commando’s geven. Belangrijk was daarbij dat hij slaven bewapende, de zogeheten mammelukken. Zij stonden buiten de stamstructuren en waren alleen aan de emir verantwoording schuldig.

Joodse grafsteen van Yehuda bar Akon (Archeologisch museum, Córdoba)

Dhimmi’s en moslims

Aan het Emiraat van Córdoba wordt een beleid van religieuze tolerantie toegeschreven. We zullen nog zien dat daarbij kanttekeningen zijn te plaatsen en we hebben al geconstateerd dat niet-moslims de jizya moesten opbrengen. Joden en christenen waren dhimmi’s, getolereerde monotheïsten.

In de loop van de tijd bekeerde menigeen zich: ik noemde de Banu Qasi al, die afstamde van een zekere Cassius, een edelman uit het Rijk van Toledo die na de Arabische verovering een verdrag sloot (vergelijk de al genoemde en nog in meer detail te behandelen Theodomir). De islamisering van El-Andalus verliep echter langzaam en in elke stad was nog altijd een comes, wiens takenpakket inmiddels bestond uit het bestuur van de christelijke gemeenschap: hij sprak recht aan de hand van het Liber Iudiciorum en stond in voor de afdracht van de jizya-belasting. In de Arabische bronnen heet hij qumis of sahib al-medina.

Bij de benoeming van de bisschop maakte de emir een keuze uit een door de gelovigen samengestelde kandidatenlijst. De emir stond de bisschoppen ook toe om synodes te organiseren, zoals ze in het Rijk van Toledo hadden kunnen doen. Het enige verschil is dat ze nu samenkwamen in Córdoba. Het effect was dat de Iberische christenen, die doorgaans mozaraben (“gearabiseerden”) worden genoemd, een zelfstandige kerk vormden, steeds losser van de West-Europese christenen en steeds meer in contact met de christenen uit het Midden-Oosten.

Voor moslims waren andere bestuurders relevanter, de zogenaamde wali ofwel provinciegouverneur en de qadi ofwel rechter. Naarmate het Emiraat evolueerde tot een staat met bufferstaten, kon plundering geen bron meer zijn van inkomsten, zodat de bodembelasting belangrijk werd – en die gold ook voor moslims. Desondanks waren de belastingen betrekkelijk laag. De emir beschikte over enorme domeinen, die hij had overgenomen van de koning van Toledo, had uitgebreid met de landerijen van de aristocraten die waren gesneuveld tijdens de Arabische verovering van Iberië, en vervolgens verder had uitgebreid met de bezittingen van verslagen tegenstanders. Al met al was er genoeg geld om Córdoba te voorzien van de mooiste moskee ter wereld, zoals het plaatje bovenaan dit stukje toont.

[Wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Basken #belastingen #Córdoba #comes #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #HarunArRashid #HishamIVanCórdoba #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KarelDeGrote #LiberIudiciorum #mammelukkenSoldaten_ #Marokko #moskeeVanCórdoba #mozaraben #Pamplona #SpaanseMark #Spanje #stamsamenleving #Theodomir #vikingen

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.

Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.

Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij Poitiers

Spanningen

Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.

Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.

Burgeroorlog

De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.

Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.

Nieuwe leiders

De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.

Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was meer bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende derde was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.

Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri

Mohammed zal hebben geleken op deze Arabische ruiter (Louvre, Parijs)

U hoeft tegenwoordig niet lang te zoeken om mensen te vinden die menen dat de profeet Mohammed een ‘krijgsheer’ was. Het begon niet met een paar zetels in de Tweede Kamer, maar daar vindt u ze inmiddels ook. Waar komt dat verhaal vandaan en wat klopt ervan?

De razzia’s van Mohammed

Wie een biografie van de profeet openslaat, komt op enig moment veldslagen en razzia’s tegen (een woord trouwens dat eigenlijk niet past door zijn in moderne tijd verkregen associaties, net als ‘krijgsheer’ trouwens). Komen die razzia’s niet in uw exemplaar voor, dan heeft u per ongeluk een hagiografie op de kop getikt.

We zijn in het Westen niet gewend aan religieuze leiders die naar de wapenen grijpen. Wat dat betreft staat Mohammed al meteen op een achterstand en zijn wij geneigd te denken dat zijn leiding aan een geloofsgemeenschap vooral bestond uit militaire bevelvoering. De islam is immers ook in het kielzog van militaire veroveringen verspreid, toch?

De cijfers

Een moslimgeleerde heeft dat ooit eens doorgerekend. Van de tweeëndertig jaar dat Mohammed zijn taak als profeet volbracht, wijdde hij 200 dagen aan krijgsverrichtingen. Dat is zo’n 1,7% van zijn tijd. Nu woonde Mohammed de eerste tweeëntwintig jaar daarvan in Mekka en daar bekleedde hij geen bestuursfunctie. Alleen de laatste tien jaar in Medina zat hij in een situatie waarin hij geweld kón gebruiken. Maar dan nog: 200 dagen in tien jaar is zo’n 5,5% van zijn tijd.

Dat past veel beter bij het beeld dat we hebben van een stamsamenleving, waarin iedere leider van een clan, stam of federatie uit noodzaak ook part time krijgsheer was. Een stamsamenleving kent geen centraal gezag, geen opsporingsapparaat noch een justitieel instituut. Strafrechtpleging is in een stammensamenleving een kwestie van bloedwraak en civiel recht vaak ook. Vrede tussen stammen en federaties bestaat uit het desnoods gewelddadig in stand houden van de machtsbalans. Leiders zijn part time krijgsheren en iedere andere volwassen man is part time dienstplichtig.

Context

Naast kwantitatieve gegevens, kunnen we ook naar kwalitatieve gegevens kijken: hoe goed was Mohammed in die 200 dagen bij de uitvoering van zijn militaire taak? Nou, kort gezegd – en natuurlijk afgaande op de anekdotes die de islamitische traditie voor informatief houdt – dat kon beter, véél beter.

Eerst even de context: Mohammed en zijn volgelingen waren uitgeweken naar wat later Medina heette, omdat hun vaderstad Mekka ze niet meer hebben wilde. Daar hadden ze in hun onderhoud voorzien door handel. Medina was een dorp van dadelboeren, waar de landloos geworden moslims maar moesten zien te overleven. Stammenrecht liet toe dat wie door zijn stamgenoten van zijn levensonderhoud was beroofd, het recht had dat terug te stelen. Vandaar de ‘razzia’s’: een Italiaans woord dat is afgeleid van het Arabische ghazwa, wat het beste vertaald kan worden met het Engelse raid. Mohammed ging dus karavanen uit Mekka overvallen.

De slag bij Badr

De eerste veldslag – eigenlijk niet meer dan een kleine schermutseling – ontstond per ongeluk omdat een Mekkaanse escorte – op zoek naar zijn karavaan – en een Medinese raiding party per ongeluk op elkaar stuitten en min of meer een vechtpartij in struikelden. De intelligence was dus op zijn zachtst gezegd niet op orde en ook de rules of engagement niet. Tot totale verrassing van de Medinezen wonnen zij het gevecht, wat direct leidde tot verhalen over hemelse assistentie.

Onder de verliezers – de Mekkanen – vielen heel wat doden, wat schokkend was, omdat strijdende partijen er altijd de voorkeur aan gaven elkaar krijgsgevangen te nemen en zo losgeld op te strijken (of de prijs van een verkochte slaaf). Dat had als bijkomend voordeel dat er ook in de oorlog niet al te veel doden vielen in het toch al dunbevolkte Arabische Schiereiland en – niet onbelangrijk – het voorkwam bloedwraak en eindeloze vetes. De latere islamitische traditie heeft geprobeerd al die gesneuvelden glad te strijken door te beweren dat de islam nu eenmaal alles – loyaliteiten voorop – had veranderd. Het lijkt echter een stuk waarschijnlijker dat de leiding ook niet had voorzien in een duidelijke geweldsinstructie.

De slag bij Uhud

De tweede veldslag was een ramp. Hij viel ongeveer een jaar na de eerste veldslag, in het oorlogsseizoen, maar Mohammed had verzuimd om de oogst op tijd binnen te laten halen. Toen er een Mekkaanse ruitertroep voor Medina verscheen, was het te laat. Het krijgsberaad kwam tot de slotsom dat het onverstandig was om de ruiters in het open veld tegemoet te treden met alleen het voetvolk waarover de Medinezen konden beschikken. Dat was een verstandig besluit, want om voetvolk aan een aanval van cavalerie het hoofd te laten bieden heb je professionele soldaten nodig die getraind hebben op hoe je zoiets doet. Een part time dienstplichtige trekt dat niet op alleen dapperheid, moed en doodsverachting.

Enkele jongeren wilden echter – vanwege het risico voor de oogst – toch in de aanval. Mohammed liet zich overtuigen (terwijl iedereen toch weet dat het de ouderen zijn naar wie je luisteren moet, zij hebben de meeste ervaring), liep zijn huis in en kwam in maliënkolder weer naar buiten. Terwijl hij zich had omgekleed, was de stemming echter alweer omgeslagen. Met het argument dat het een profeet die klaar was voor de strijd niet paste om zijn harnas weer uit te trekken, trok hij met zijn getrouwen een verpletterende nederlaag bij de berg Uhud tegemoet. Een klassieke infanterie tegen cavalerie-nederlaag volgens het boekje. Slag bij Hastings, dat werk.

Dat dit niet het einde van de moslims was, was te danken aan drie dingen: de Medinezen konden de plaatselijke basaltrotsen op vluchten, waar paarden niet uit de voeten konden; de Mekkanen waren alleen maar uit op wraak voor het jaar daarvoor, waarschijnlijk niet op de verovering van Medina; en voor het geval dat ze dat wél waren, zat er in Medina nog een deel van de Medinezen onder leiding van Ibn Ubayy, een stamhoofd dat het niet altijd eens was met Mohammed en die geweigerd had mee te vechten bij deze slag. Hij is de geschiedenis ingegaan als de leider van de factie van de ‘huichelaars’.

De slag bij de Gracht

De derde veldslag was niet eens een veldslag. Twee jaar later kwamen de Mekkanen terug, met nog meer ruiters en waarschijnlijk nu wel met de bedoeling Medina in te nemen of plat te branden. Wijs geworden van het jaar ervoor had Mohammed er nu wel voor gezorgd dat de oogst binnen was. Volgens de islamitische traditie had een Pers hem aangeraden een gracht te graven om Medina heen, om de ruiterij buiten te houden. Volgens diezelfde verhalen een tactisch novum dat nog nooit eerder was vertoond en waar de Mekkaanse ruiters dus ook niets mee wisten aan te vangen. Volgens archeologen kwamen omgrachte dorpen op het Arabisch schiereiland in de zevende eeuw echter wel degelijk voor.

De ‘slag bij de gracht’ eindigde niet eens in remise, het was een doodordinaire patstelling die ophield toen de Mekkanen besloten om dan maar onverrichterzake naar huis te gaan. Daarna volgde – volgens sommige historici – een mislukte poging van Mohammed om Mekka in te nemen, die werd afgesloten met een zodanig vernederend vredesverdrag dat de profeet gedwongen was eerst onder zijn eigen volgelingen orde op zaken te stellen. Dat lijkt hem gelukt te zijn en de islamitische traditie heeft dit fiasco in ieder geval de geschiedenis in weten te loodsen als een briljante strategische zet.

Khaybar en daarna

Vlak daarna neemt Mohammed de oase van Khaybar in, wat je zijn eerste echte grote succes zou kunnen noemen. Een jaar later denkt hij het op te kunnen nemen tegen de Byzantijnen en aanvaarden zijn troepen een spectaculaire tactische terugtocht, zoals dat heet. In en rond deze periode weet de profeet bondgenootschappen te sluiten met andere stammen op het schiereiland en dat stelt hem in staat in 630 om uiteindelijk zonder noemenswaardig bloedvergieten Mekka in te nemen.

Kort daarop mislukt het beleg van Ta’if, een stad bij Mekka, en een tweede expeditie datzelfde jaar naar Tabuk in het noorden, om daar de Byzantijnen nog eens te lijf te gaan, eindigt in niets: ze kunnen de vijand niet eens vinden. Het is Mohammeds laatste veldtocht, kort daarna overlijdt hij.

Mohammed de diplomaat

De wijze waarop Mohammed Mekka innam, laat zien waar zijn werkelijke talent lag: in de diplomatie. Het lijkt erop dat hij die vaardigheid bij zichzelf niet zo heel goed herkende, gezien het mislukken van het beleg van Ta’if en de volkomen onnodige en slecht voorbereide expeditie naar Taboek.

Mohammed was dus wel krijgsheer, zoals iedere leider in zijn samenleving wel een beetje krijgsheer in zijn vrije tijd moest zijn, maar hij was bepaald geen uitblinker. Dat wordt eigenlijk het beste geïllustreerd met het feit dat één van de succesvolste generaals uit de periode direct na de dood van de profeet, waarin de echt grote Arabische veroveringen plaatsvonden, de man was die hem bij de berg Uhud in de pan hakte: Khalid Ibn al-Walid.

[Oorspronkelijk door Richard Kroes gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net.]

Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

https://mainzerbeobachter.com/2024/10/19/was-mohammed-een-krijgsheer/

#IbnUbayy #KhalidIbnAlWalid #Khaybar #Medina #Mekka #Mohammed #razzia #slagBijBadr #slagBijDeGracht #slagBijUhud #stamsamenleving #TaIf #Tabuk

De constructie van Mohammed - Mainzer Beobachter

Een recent verschenen boek over de wijze waarop de eerste moslims omgingen met de herinnering aan Mohammed is superieur.

Mainzer Beobachter