Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Het christendom in de aanval

Ik wees er in mijn stukje over Asturië op dat het negentiende-eeuwse, nationalistische idee van een bijna acht eeuwen durende Reconquista te gemakkelijk was. Zo doelgericht was het allemaal niet. Er was eigenlijk vooral sprake van vreedzame en minder vreedzame co-existentie. Pas na de val van Toledo in 1085 ontstond het idee dat de christelijke koninkrijkjes in het noorden in een langdurig conflict waren met de islamitische taifas in het zuiden.

In de tweede helft van de elfde eeuw lezen we ook over het Roelandslied, dat de Saracenen neerzet als aartsvijanden van de christenheid, en het was natuurlijk ook de tijd van de slag bij Manzikert, van de implosie van het Byzantijnse Rijk en van de Eerste Kruistocht. Ik noem nog één aspect. In de winter van 1095/1096 probeerde de graaf van Barcelona de havenstad Tarragona te veroveren en zo de taifa van Zaragoza af te snijden van de zee. De operatie mislukte, maar paus Urbanus II beloofde soldaten die om het leven zouden komen een volledige aflaat. Dat was een totaal nieuw idee, dat de paus een paar maanden later in Clermont-Ferrand herhaalde toen hij opriep tot de Eerste Kruistocht. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de gedachte van een “clash of civilizations” uitsluitend is ontstaan in Spanje, maar de regio speelde zeker een rol.

Vertalingen

In 1212 versloegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón bij Las Navas de Tolosa de troepen van kalief Muhammad an-Nasir. Aan de Almohadische zijde waren de verliezen zo groot dat de voornaamste madrasa van Córdoba moest worden gesloten, terwijl de buit van de Castilianen zo groot was dat ze een universiteit konden stichten in Palencia. Het (overigens niet onomstreden) synchronisme heeft me altijd gefrappeerd, want het illustreert zo mooi dat de intellectuele traditie van El-Andalus afliep terwijl in de christelijke koninkrijken iets opbloeide.

Ik heb vaker geblogd over de culturele ontleningen – hoe Europa allerlei zaken uit de Arabische wereld overnam en zo een alternatief vond voor de laatantieke traditie. Dit staat bekend als de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarbij u de tijdaanduiding met een stevige slag om de arm moet nemen.

Vroege Arabische cijfers in een tiende-eeuws manuscript

Eén aspect was de vertaalactiviteit. De koning van Castilië financierde een school in Toledo en de koning van Aragón financierde er twee, in Zaragoza en Barcelona. De bekendste vertalers waren Gerard van Cremona en Kalib, die in totaal drieënzeventig geschriften vertaalden: Ibn Sina’s omvangrijke Canon der medicijnen en nog drieëntwintig geneeskundige titels, achttien boeken over de alchimie en de astronomie, zeventien over de wiskunde en drie over de logica. Belangrijk is ook hun vertaling van het astronomische hoofdwerk van Ptolemaios, de Almagest. Elf door Gerard en Kalib uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles waren in West-Europa al eeuwen vergeten en het zou nog even duren voordat Willem van Moerbeke deze teksten vertaalde uit het oorspronkelijke Grieks.

Vertellingen

Dat de hoofse liefde, de ridderroman en het graalmotief vanuit de oosterse wereld zijn beïnvloed, is vooral interessant omdat het toont dat de West-Europese schrijvers zich niet beperkten tot het overnemen van teksten met wetenschappelijk of filosofisch belang, maar ook literatuur en literaire motieven kenden. Deze overdracht moet merendeels mondeling zijn geweest, wat uit de aard der zaak moeilijk is vast te stellen.

Almohadische afbeelding van een scène uit het verhaal van Bayad en Riyad

De Europese romans over eenzaam dolende ridders hebben zeker invloed ondergaan van Arabische en Perzische voorbeelden. Er is bijvoorbeeld in beide culturen een thematische omslag geweest, waarbij de oorspronkelijke thematiek van trouw aan een hoger geplaatste heer werd ingeruild voor hoofse trouw aan een geliefde. Het verhaal van Ajib en Gharib uit Duizend-en-een-nacht is een voorbeeld.

De inspiratie uit de Arabische wereld bleef niet beperkt tot ridderromans. Zoals Wim Raven hier onlangs al vertelde, wortelt de West-Europese minnezang in de Arabische literatuur; de Provençaalse troubadours ontleenden motieven aan de oosterse liefdespoëzie, zoals Bayad en Riyad, en het Europese Graalmotief heeft parallellen in de Almoravidische gnosis. Zonder er al te veel gewicht aan te willen toekennen, wijs ik erop dat Wolfram von Eschenbach, de dichter van de Parzifal, expliciet zegt zijn stof via zijn leermeester Kyot te ontlenen aan de bibliotheek van Toledo.

Het heeft dan ook niet ontbroken aan ideeën om beroemde westerse literaire teksten te voorzien van Arabische antecedenten. Ik noem, bij wijze van afronding, nog één voorbeeld: de Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft erop gewezen dat Dantes Goddelijke Komedie via het Libro della scala van Brunetto Latini is gebaseerd op islamitische verhalen over Mohammeds nachtelijke hemelreis.

Besluit

Het probleem met deze theorie, en veel vergelijkbare theorieën, is dat mondelinge overdracht zo lastig bewijsbaar is. En dat is wat het leuk maakt en wat het maakt tot een fijne afronding van deze zeventiendelige reeks. Ik heb geprobeerd het midden te bewaren tussen enerzijds clash-of-civilizations-achtige ideeën en anderzijds kritiekloze verheerlijking van een tolerant Emiraat van Córdoba, en rond af met de conclusie dat er nog veel valt te ontdekken.

#Almohaden #Almoraviden #Aragón #Aristoteles #Barcelona #BrunettoLatini #Castilië #clashOfCivilizations #DanteAlighieri #EersteKruistocht #ElAndalus #GerardVanCremona #graal #hoofseLiteratuur #IbnSina #Kalib #LasNavasDeTolosa #madrasa #Manzikert #MiguelAsínPalacios #MuhammadAnNasir #Reconquista #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #ridderroman #Roelandslied #Spanje #Tarragona #Toledo #universiteit #UrbanusII #vertaalpraktijk #WillemVanMoerbeke #WolframVonEschenbach #Zaragoza

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Almohadische kunst: een fluitiste (Archeologisch museum, Córdoba)

Het Almoravidische gezag op het Iberische Schiereiland, dat toch al enigszins onder druk stond, leed onder het wegvallen van de Afrikaanse gebieden. Lokale heersers zochten de onafhankelijkheid weer op en men spreekt wel van de Tweede Taifas. Het hielp niet dat de deelnemers aan de Tweede Kruistocht ter voorbereiding op het echte werk Lissabon innamen en schonken aan het jonge koninkrijk Portugal. Bovendien was in Castilië Alfonso VII aan de macht gekomen, die grootse plannen had en de ene strooptocht na de ander ondernam. Toen de Duitse koning Koenraad III er niet in slaagde de keizerskroon te bemachtigen, nam Alfonso VII de snoeverige titel aan van “keizer der beide religies”.

De Almohaden in El-Andalus

Inmiddels hadden de Almohaden belangstelling gekregen voor El-Andalus, en ze namen zowel de Almoravidische gebieden als de zelfstandig geworden emiraten over; de verovering was voltooid in 1172. De christelijke staten in het noorden werden in diverse veldslagen gedwongen tribuut te betalen, dat onder meer werd benut om de nieuwe hoofdstad Sevilla te verfraaien. Kalief Abu Yusuf Yaqub al-Mansur (r.1184-1199) is de geschiedenis in gegaan door de enorme buit die hij verwierf toen hij in 1195 de gecombineerde legers van Portugal, Leon, Castilië, Aragón en Navarra versloeg bij Alarcos (1195). Dit was kort nadat Saladin in het Heilig Land Jeruzalem had heroverd – dit waren deprimerende jaren voor christelijke middeleeuwers die de geschiedenis lazen als conflict tussen islam en christendom.

Modern standbeeld van Ibn Rushd, tijdgenoot van Abu Yusuf Yaqub al-Mansur (Córdoba)

Het Kalifaat van Sevilla leek op het toppunt van zijn macht toen Muhammad an-Nasir in 1199 kalief werd en strooptochten ondernam tot aan de Golf van Biskaye. In 1212 leed hij echter bij Las Navas de Tolosa een ernstige nederlaag tegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón, en het was alleen doordat de overwinnaars ruzie kregen dat er niet in dat jaar een einde kwam aan de Arabische aanwezigheid op het Iberische Schiereiland. Het hielp dat de Arabieren zich konden verenigen rond de persoon van Ibn Hud, maar die bleek geen partij toen in 1231 de christenen zich herenigden en onder leiding van Ferdinand III van Castilië weer in het offensief gingen. In de tussentijd hadden soldaten van de Vijfde Kruistocht, op weg naar het Heilig Land, de grens van het koninkrijk Portugal alweer wat verder naar het zuiden verlegd. Ik noem het omdat er Nederlanders bij betrokken waren, zoals graaf Willem I van Holland.

Granada

Lauren van Zoonen heeft op deze blog al eens verteld hoe Ibn Hud in 1233 een vredesverdrag sloot met de Castilianen, hoe dat leidde tot protesten en hoe dat een kans bood aan zijn tegenstander Mohammed ibn Nasr, die zich uitriep tot sultan en een staatje voor zichzelf begon: Granada. Hij erkende de leenhoogheid van Ferdinand III en werd, na betaling van tribuut, met rust gelaten.

Het Alhambra (Granada)

Al snel was Granada het enige Arabische staatje op het Iberische Schiereiland, want in 1236 viel Córdoba en in 1248 Sevilla. Granada was de eerste staat die een bewuste islamiseringspolitiek voerde: mozaraben waren er niet en het Arabisch was de enige taal die er gesproken werd. Moslims die zich hier wilden vestigen, waren welkom. Zoals Lauren al vertelde, eindigde de onafhankelijkheid van Granada in 1492. De Arabieren bleven nog even in Andalusië wonen, vaak als christenen gedoopt, maar na enkele jaren kwam een migratiegolf op gang: tot 1520 verhuisden ongeveer 40.000 Arabieren naar Tunis.

[Slot volgt]

#AbuYusufYaqubAlMansur #Alarcos #AlfonsoVIIVanCastilië #Alhambra #Almohaden #Almoraviden #Aragón #Castilië #ElAndalus #FerdinandIIIDeHeiligeVanCastilië #Granada #IbnHud #IbnTumart #KoenraadIII #LasNavasDeTolosa #Lissabon #mahdi #Marrakesh #MohammedIIbnNasrVanGranada #MuhammadAnNasir #Nasriden #Navarra #Portugal #Reconquista #Saladin #Sevilla #Spanje #TweedeKruistocht #TweedeTaifas #VijfdeKruistocht #WillemIVanHolland

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

Toledo

Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

De Almoraviden

Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

De Kruistochtgedachte

Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

[Wordt vervolgd]

#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

Asturië

Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

Reconquista

Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

Helemáál onwaar is het niet. Het herstel van het Visigotische Rijk van Toledo speelde een rol in de koningsideologie van de christelijke staatjes in het noorden van het Iberische Schiereiland. Er waren momenten waarop de bewapende conflicten het karakter hadden van een clash of civilizations tussen christendom en islam. Dat Sint-Jakobus de Meerdere de bijnaam Matamoros kreeg, “Morendoder”, is natuurlijk niet niks. Maar het grootste deel van de periode tussen 711 en 1492 was er sprake van co-existentie, onderbroken door strooptochten waarbij het meer ging om buit dan godsdienst.

Ik denk dat de meeste mediëvisten de term “Reconquista” alleen nog gebruiken in het bewustzijn dat het eigenlijk een draak van een concept is – maar ja, ze is nu eenmaal ingeburgerd en helpt je je publiek te bereiken. Het is niet anders dan de bioloog die de mosasaurus maar een dinosaurus noemt, hoewel hij weet dat het feitelijk een schubreptiel is.

Asturië

Asturië is, heel simpel, de noordelijke kustregio van Spanje: een bergachtig gebied, dat de veroveraars bestuurden zoals de rest van het Iberische Schiereiland, dus door middel van een verdrag met een plaatselijk heerser zoals de Theodomir die we al tegenkwamen. Toen de diverse legeronderdelen hun jund kregen, kregen de Baranis-Berbers gebieden benoorden de Taag, maar er waren weinig troepen in het hoogste noorden, waar een garnizoen in de havenstad Gijón volstond. De lokale heerser met wie de veroveraars zaken deden was vrijwel zeker een comes genaamd Pelagius.

In 722, meteen na de belastingverhoging van het voorafgaande jaar, kwam hij in opstand. De Berbers trokken hem vanuit Gijón tegemoet maar werden verslagen in de buurt van het klooster van Covadonga (Cova Domnica, “Onze Lieve Vrouwe-grot”). Latere, Asturische bronnen beweren dat Pelagius’ tegenstander Uthman ibn Naissa om het leven kwam, maar uit contemporaine Arabische bronnen is bekend dat hij actief is geweest in de oostelijke Pyreneeën.

Het gevecht bij Covadonga en de overwinning stelden op zich niet veel voor, maar waren voldoende voor Pelagius om vanuit zijn nabijgelegen villa bij Cangas als vorst te gaan regeren. Zijn schoonzoon Alfonso I kwam in 739 aan de macht en is de feitelijke grondlegger van het koninkrijkje Asturië. Hij profiteerde ervan dat aan het begin van zijn regering de Baranis-Berbers, zoals ik in een eerder blogje heb aangegeven, in opstand kwamen tegen generaal Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri. Ze ontruimden Gijón en trokken zuidwaarts. Dat schaadde de Asturische onafhankelijkheid bepaald niet. Verder was deze Alfonso de zoon van een voorname edelman die zou stammen uit het Visigotische koninklijk huis. De waarheid van die claim is minder belangrijk dan het feit dat de Asturische dynastie zich voortaan legitimeerde als opvolger van het Rijk van Toledo.

Tussen emiraat en keizerrijk

Had Alfonso geprofiteerd van de interne conflicten in El-Andalus, zijn zoon en opvolger Fruela I (r.757-768) ondervond de nadelen van het herenigd Emiraat: vanaf 759 namen de Arabieren, verenigd onder Abd al-Rahman I, weer de moeite tribuut te vorderen. Asturië was nu een kleine vazalstaat naast een machtige zuiderbuur en daaraan konden Fruela’s opvolgers weinig veranderen. De Asturiërs bleven afzijdig toen Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën kwam.

Alfonso II in een handschrift uit Santiago de Compostela

Ik noem nog de lange regering van koning Alfonso II de Kuise (r.791-842), die te maken kreeg met zó veel Arabische strooptochten dat hij hulp zocht bij de paus en bij de door zijn voorgangers gefnuikte Karel de Grote. Die erkende hem en kreeg in ruil Asturische hulp bij het instellen van de Spaanse Mark.

Asturië kwam zo onder invloed van het christendom zoals het bestond ten noorden van de Pyreneeën en in Italië. Weliswaar wilde het Spaanse koninkrijkje lijken op het Rijk van Toledo, maar een eigen staatskerk met eigen synodes was er niet langer. De banden met het Karolingische Rijk werden versterkt toen Alfonso in 814 het heiligdom van Santiago de Compostela stichtte, waardoor een gestage stroom pelgrims naar Asturië kwam. Dat Asturië nu naar het noorden keek, wil overigens niet zeggen dat men nooit keek naar het zuiden: bij bouwprojecten in Santiago en de nieuwe hoofdstad Oviedo waren kunstenaars werkzaam uit het Emiraat.

Asturië verdeeld

Onder Alfonso III de Grote (r.866-910) werd het koninkrijk naar het oosten uitgebreid (ten koste van het markgraafschap Pamplona). Profiterend van de revolte van de in het vorige blogje genoemde Umar ibn Hafsun, wist Alfonso ook naar het zuiden op te rukken, in de richting van de Duero. Léon werd de nieuwe hoofdstad.

Bij zijn dood verdeelde hij zijn koninkrijk over zijn zonen, waardoor nieuwe koninkrijken ontstonden. Het is hier niet nodig in detail de geschiedenis daarvan te herhalen, maar het komt erop neer dat in het noordwesten het koninkrijk Léon lag, in het centrum Castilië, daarnaast Navarra (rond Pamplona), gevolgd door het vooralsnog kleine Aragón en helemaal in het oosten het graafschap Barcelona. Deze staatjes streden even vaak tegen elkaar als tegen hun zuiderburen. Van een Reconquista was eeuwenlang geen sprake. Pas na 1085 begon dat te veranderen, maar het was pas toen in 1492 Granada viel, dat het kon lijken alsof de herovering van het Iberische Schiereiland altijd als een rode draad door de Spaanse geschiedenis had gelopen.

[wordt vervolgd]

#AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #AlfonsoIVanAsturië #AlfonsoIIDeKuiseVanAsturië #Aragón #Asturië #Baranis #Barcelona #Castilië #Catalonië #clashOfCivilizations #comes #Covadonga #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #FruelaIVanAsturië #Gijón #JakobusDeMeerdere #Léon #mosasaurus #Navarra #Oviedo #Pamplona #PelagiusVanAsturië #Reconquista #RijkVanToledo #SantiagoDeCompostela #SantiagoMatamoros #SpaanseMark #Spanje #Theodomir #UthmanIbnNaissa