Madinat al-Zahra

Huis van Jaffar, Madinat al-Zahra.

Een tijdje geleden kondigde ik een stukje aan over Madinat al-Zahra, de paleisstad die Abd al-Rahman III van Córdoba stichtte nadat hij zich in 929 had uitgeroepen tot kalief. Al bijna twee eeuwen was die titel voorbehouden aan de Abbasidische heerser in Bagdad, en hoewel de Umayyadische heersers van het Emiraat van Córdoba behoorlijk wat eigendunk hadden, hadden ze er nooit moeite mee gehad de kalief te erkennen als de ene heerser der gelovigen. Dat was echter veranderd toen een andere dynastie, de Egyptische Fatimiden, het kalifaat eveneens had opgeëist. Nu er meer dan één kalief was, kon Abd al-Rahman niet achterblijven: ook hij moest de hoogste titel hebben. En dus kon zijn hoofdstad niet minder zijn dan Bagdad of Cairo.

Residentie

Abd al-Rahman stichtte de nieuwe residentie van het nieuwe Kalifaat van Córdoba in 936 en deze werd vier jaar later in gebruik genomen. De naam Madinat al-Zahra, wat misschien “de stralende stad” betekent, is weer zeven jaar later gedocumenteerd op munten, dus in 947. De stad werd na minder dan een eeuw verlaten en zelfs gesloopt: enkele zuilen zijn terecht gekomen in de Alcazar van Sevilla. Het materiaal dat archeologen hebben gevonden, is dus vrij scherp te dateren. De situatie doet wat denken aan Samarra, dat van 836 tot 892 Bagdad verving als kalifale residentie.

De terrassen

De nieuwe stad, een kilometer of tien ten westen van Córdoba, was geplaatst op een berghelling, zodat er diverse terrassen konden worden aangelegd, met het Dar al-Mulk (“huis des konings”) bovenaan en dan via de regeringsgebouwen naar de residentiële wijken. De hiërarchie spreekt voor zich.

Archeologen hebben ongeveer een achtste opgegraven, maar de rest is ruwweg bekend van luchtfoto’s, LIDAR en georadar. Het blijkt dat er lege delen waren, die misschien dienden als dierentuin, militair kamp, park of botanische tuin. De woonhuizen zijn bekend, maar vooralsnog niet opgegraven, want ze zullen wel hebben geleken op die uit Córdoba: alle vertrekken gelijkvloers rond een patio met een vijvertje. Feitelijk is dat al eeuwenlang het standaardhuis in de Mediterrane wereld.

Een versierd kistje uit Madinat al-Zahra (Louvre, Parijs)

Madinat al-Zahra had natuurlijk water nodig, dus waren er cisternes om de regen op te vangen. Dat was echter onvoldoende, en dus lapten Abd al-Rahmans bouwmeesters het Romeinse aquaduct naar Córdoba op.

Voorname huizen

Op het middelste niveau, waar de regeringsgebouwen waren en de hoogste functionarissen leefden, zijn diverse huizen opgegraven, zoals dat van Jaffar, die van 961 tot 971 diende als vizier van Abd al-Rahmans zoon en opvolger Al-Hakam II. (Dit is de Jaffar die wordt genoemd in de gebedsnis van de moskee in Córdoba.) De bewoners van dit deel van de stad kwamen uit enkele voorname families, die al in de achtste eeuw vanuit het oosten naar El-Andalus waren gekomen. Verder woonden de slaven van de kalief hier. Die waren niet zelden afkomstig uit oostelijk Europa.

Kapiteel

Er was natuurlijk een garnizoen om de kalief te bewaken. Op het gevonden aardewerk zijn afbeeldingen te zien van diverse soldaten: voetvolk en ruiterij, uitgerust met zwaarden, bogen, schilden en maliënkolders. Sporen, paardenbitten, zwaardschedes, speer- en pijlpunten bewijzen dat de afbeeldingen de werkelijkheid correct weergeven.

Poort van het paleis

Innovatie

De poorten zijn interessant omdat er boven de eigenlijke doorgang een tweede, blinde boog was, die weer was voorzien van exuberante reliëfs. Zulke constructies waren op dat moment alleen nog bekend uit de moskee van Córdoba en vormden een lokale innovatie. Abd al-Rahman III beperkte de toepassing ervan niet tot zijn oude en zijn nieuwe residentie. In Tortosa, Alcegiras en Almería stichtte hij vlootbases, en hij bouwde ook allerlei kustforten, waar hij huurlingen uit de Maghreb stationeerde. De poorten die hij had laten bouwen in Madinat al-Zahra, zijn ook in deze nieuwe vestingen te vinden.

Aardewerk

Centraal in de nieuwe stad, op de rand van de regeringsgebouwen en de benedenstad, lag de audiëntiezaal, waar de kalief in zorgvuldig geregisseerde plechtigheden zijn gasten uit binnen- en buitenland ontving. Ik was hier vorige maand graag wezen kijken, maar deze ruimte, omgeven door mooie tuinen, was tijdelijk afgesloten wegens heftige regen. Ik heb dus een heel goede reden om nog eens terug te gaan.

Een zonnewijzer

Bezoek

Tweemaal per dag rijdt een bus vanaf de Mercado Victoria in Córdoba naar het museum van Madinat az-Zahra. Daarvandaan rijdt een shuttle naar de opgraving. Wij namen in alle vroegte een taxi vanuit de stad, waardoor we zeker twee uur lang het museum en de opgraving voor onszelf hadden. Daarna begon het drukker te worden, maar het bleef prettig.

#Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #AlHakamIIVanCórdoba #Bagdad #Cairo #Córdoba #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Samarra #Umayyaden

Ziryab

Monumentje voor Ziryab, Córdoba

Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

Muzikale vernieuwing

Om te beginnen de muziek: hij introduceerde in het westen een nieuw model plectrum én de oud met een extra paar snaren. De vier gangbare paren kregen elk een andere kleur, die de vier lichaamssappen moesten symboliseren, waarbij het vijfde snarenpaar stond voor de ziel. Het was niet voor het eerst en het zou niet voor het laatst zijn dat iemand muziek presenteerde als iets dat groter was dan melodisch en ritmisch geluid.

Maar het ging verder. Ziryab richtte een muziekschool op, een van de eerste in het Emiraat van Córdoba, waar hij zijn leerlingen de laatste (Abbasidische) nieuwigheden bijbracht op het gebied van de muziek. Hij kwam immers uit Bagdad en was via Kairouan gekomen naar Córdoba. Hij nam niet alleen mannelijke, maar ook vrouwelijke leerlingen aan. Daar zat overigens geen feministische agenda achter: vrouwenstemmen waren populair, dus je kon maar het beste zorgen voor goed onderricht.

Cultureel advies

En omdat een musicus er toch een beetje netjes uit moest zien, gaf Ziryab ook advies voor elegante kleding: in de winter anders dan in de zomer, en een onderscheid tussen dagelijks tenue en avondkleding. Hij suggereerde combinaties van heldere kleuren en om er zeker van te zijn dat die de lichaamsgeur niet opnamen, introduceerde hij ook de deodorant. De tandpasta ook, trouwens, en shampoo. Niet langer wasten aristocraten het haar met rozenwater, maar ze benutten zout water vol geurstoffen. Ik begrijp dat dit inderdaad beter is.

Ziryab suggereerde dat de oude kapsels, waarbij de scheiding middenin lag en het haar in twee vlechten over de slapen afhing, werden vervangen door een pony met op het achterhoofd een matje – zoals hij in Bagdad had gezien.

Al deze adviezen hadden overigens een parallel in het culturele programma van de oude Grieken en Romeinen. Wie in het openbaar optrad, moest ervoor zorgen dat hij zich geloofwaardig presenteerde. En dus moest zo iemand er verzorgd uitzien.

Een oud-speler

Ziryab wist veel over de laatste ontwikkelingen in de Arabische poëzie, over geschiedenis, over wetenschap. En over haute cuisine. Hij adviseerde om niet alle gerechten in één keer op tafel te plaatsen, maar in gangen, zodat je voor elk gerecht de tijd kon nemen: eerst een lichte soep, dan een hoofdgerecht, tot slot een zoet toetje. Een en ander diende gegeten te worden van aardewerk, niet van zilveren of gouden borden, en kon worden geserveerd op een tafelkleed – nog iets nieuws. Tot de nieuwe gerechten behoorden de asperge, maar ook combinaties van ingrediënten die in West-Europa nog nooit waren beproefd. (Dit was belangrijker dan je zou denken, want men meende dat gezondheid samenhing met de balans tussen de vier lichaamssappen.)

Ik zou haast het schaak- en het polospel nog vergeten: een invloed uit het verre Perzië. Maar eigenlijk draait het niet om die eindeloze lijst culturele veranderingen. Wat feitelijk gebeurde, was de groei van een hofcultuur, die door Ziryabs leerlingen werd verspreid over de Maghreb en de rest van het Iberische Schiereiland. En vanuit Asturië gingen deze innovaties naar de rest van West-Europa.

Kwam het allemaal door één man? Zeker niet. Wat vermoedelijk speelde was dat de bewoners van het Emiraat van Córdoba gebruiken en gewoontes overnamen uit het Abbasidische kalifaat van Bagdad, en Ziryab zal een van de velen zijn geweest die de mensen in het westen vertelden over wat gangbaar was in het oosten.

De ulama

Dát het gebeurde, staat vast. We weten bijvoorbeeld dat aan de aristocratische hoven wijn voortaan werd geschonken in bekers van glas of kristal, die de oude bekers van zilver en goud vervingen: het archeologisch bewijs is duidelijk. Iets minder duidelijk is welke wijn de mensen dronken: de Koran verbiedt druivenwijn, maar zegt niets over dadelwijn, die dus was toegestaan. Later waren er schriftgeleerden die ook dadelwijn niet acceptabel vonden. De interpretatierichting van de tekst is naar grotere strengheid.

En daarmee kom ik op een ander aspect van de invloed die het Abbasiedenkalifaat uitoefende op de westelijke landen: er kwamen ook schriftgeleerden, ulama. De druk op christenen in het Emiraat van Córdoba nam toe, want er kwamen meer en striktere regels voor de “volken van het boek” (dhimmis). Processies en klokgebeier werden aan banden gelegd en er kwamen beperkingen: christenen mochten bepaalde wapens niet meer dragen en konden niet elk rijdier meer benutten – regels die toonden dat ze tweederangsburgers waren. Vervolgens werden de nieuwe regels niet toegepast, maar de sfeer was aan het veranderen: het Emiraat werd in de loop van de negende eeuw hoofser, zelfverzekerder, islamitischer en minder tolerant.

#Abbasiden #AbdAlRahmanIIVanCórdoba #Aghlabiden #dhimmi #emiraatVanCórdoba #hofcultuur #interpretatierichting #Kairouan #KalifaatVanBagdad #lichaamssappen #muziek #schaken #ulama #wijn #Ziryab

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Wat ik wel en niet snap

Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

Eenheid en versplintering, deel één

Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Eenheid en versplintering, deel twee

Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

Eenheid en versplintering, deel drie

De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

Ibn Khaldun

Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

#Abbasiden #Aghlabiden #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

Het Kalifaat van Córdoba

De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

[Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

Het Kalifaat van Córdoba

Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Hier leefden geleerden als Ibn Firnas, die als eerste een zweefvliegtuig bouwde. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

Al-Mansur

Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

Crisis

Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

[Wordt dus vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnFirnas #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela

Het Emiraat van Córdoba (2)

De beroemde moskee van Córdoba

[Tweede van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. Het eerste was hier.]

Emir Abd al-Rahman, de stichter van het Emiraat van Córdoba, overleed rond 788 en werd opgevolgd door zijn zoon Hisham I. Die erfde, behalve een staat-in-wording, ook de conflicten met het Abbasidische Kalifaat van Bagdad en met Karel de Grote. In de eerste oorlog boekte hij al snel succes door in het huidige Marokko een vazalstaat in het leven te roepen, geleid door de Idrisiden. Vanaf nu controleerden de vloten van de emir van Córdoba en zijn bondgenoot de Straat van Gibraltar.

De wijde wereld

De Abbasidische kalief Harun ar-Rashid (r. 786-809) liet het gebeuren. Hij versterkte echter wel zijn greep op Ifriqiya, waar Ibrahim ibn al-Aghlab het Aghlabidische emiraat stichtte. Ik blogde er al eens over. Aanvankelijk loyaal aan de kalief in Bagdad, begon dit emiraat zich steeds zelfstandiger te gedragen. De hoofdstad was Kairouan, dat eeuwenlang een grote aantrekkingskracht heeft gehad op Andalusiërs. De stad groeide snel, van 15.000 mensen in 830 tot 50.000 in 1050. Ik blogde al eens over de watervoorziening.

In het noorden hadden de emirs van Córdoba gemengde successen. Karel de Grote legde zich niet neer bij de vernederende uitkomst van de expeditie van 778 – zie ook het vorige blogje – en stuurde daarom van tijd tot tijd nieuwe legers. Er kwamen Frankische garnizoenen in steden als Barcelona en Pamplona; de tussenliggende regio kwam bekend te staan als de Spaanse Mark.noot Een mark is een graafschap aan de grens. De soldaten van de markgraven en de legers van het Emiraat van Córdoba raakten regelmatig slaags, meestal door plundertochten over en weer. Asturië, dat in 778 had geweigerd Karel te steunen, koos tegen het einde van de achtste eeuw niet zozeer partij voor de Frankische vorst, als wel tegen de emir in Córdoba: in 798 stroopten de Asturiërs diens land af tot bij Lissabon.

Inscriptie uit Mérida

Consolidatie

Aan het begin van de negende eeuw tekende zich in het noorden een modus vivendi af, die erop neerkwam dat het Emiraat van Córdoba de noordelijke staatjes niet zou annexeren zolang die niet zouden streven naar gebiedsuitbreiding. Toen de markgraaf van Pamplona in 803 de afspraak negeerde, liet emir Al-Hakam I (r.796-822) de stad verwoesten, waarbij hij gebruik kon maken van zijn eigen troepen en de Banu Qasi uit Zaragoza. Barcelona onderging hetzelfde lot in 828.

Feitelijk was het Emiraat van Córdoba aan alle kanten omringd door bufferstaten. Tegen de Abbasiden verdedigde het zich via de Idrisiden en de Aghlabiden in de Maghreb; in het noorden was het Emiraat van de Spaanse Mark gescheiden door vazalstaatjes als Banu Qasi (rond Zaragoza) en Baskenland. Asturië vormde de buffer tegen de Noormannen. Deze noordelijke staatjes waren door diplomatieke huwelijken verbonden met het Emiraat, waarbij ik aanteken dat “diplomatiek huwelijk” ook is te lezen als verwijzing naar in de harem gegijzelde prinsessen.

De consolidatie van de grenzen liep parallel aan de consolidatie van het binnenland. Hadden de emirs Abd al-Rahman en Hisham nog moeite moeten doen om de diverse groepen voor zich te winnen, Al-Hakam kon zijn onderdanen commando’s geven. Belangrijk was daarbij dat hij slaven bewapende, de zogeheten mammelukken. Zij stonden buiten de stamstructuren en waren alleen aan de emir verantwoording schuldig.

Joodse grafsteen van Yehuda bar Akon (Archeologisch museum, Córdoba)

Dhimmi’s en moslims

Aan het Emiraat van Córdoba wordt een beleid van religieuze tolerantie toegeschreven. We zullen nog zien dat daarbij kanttekeningen zijn te plaatsen en we hebben al geconstateerd dat niet-moslims de jizya moesten opbrengen. Joden en christenen waren dhimmi’s, getolereerde monotheïsten.

In de loop van de tijd bekeerde menigeen zich: ik noemde de Banu Qasi al, die afstamde van een zekere Cassius, een edelman uit het Rijk van Toledo die na de Arabische verovering een verdrag sloot (vergelijk de al genoemde en nog in meer detail te behandelen Theodomir). De islamisering van El-Andalus verliep echter langzaam en in elke stad was nog altijd een comes, wiens takenpakket inmiddels bestond uit het bestuur van de christelijke gemeenschap: hij sprak recht aan de hand van het Liber Iudiciorum en stond in voor de afdracht van de jizya-belasting. In de Arabische bronnen heet hij qumis of sahib al-medina.

Bij de benoeming van de bisschop maakte de emir een keuze uit een door de gelovigen samengestelde kandidatenlijst. De emir stond de bisschoppen ook toe om synodes te organiseren, zoals ze in het Rijk van Toledo hadden kunnen doen. Het enige verschil is dat ze nu samenkwamen in Córdoba. Het effect was dat de Iberische christenen, die doorgaans mozaraben (“gearabiseerden”) worden genoemd, een zelfstandige kerk vormden, steeds losser van de West-Europese christenen en steeds meer in contact met de christenen uit het Midden-Oosten.

Voor moslims waren andere bestuurders relevanter, de zogenaamde wali ofwel provinciegouverneur en de qadi ofwel rechter. Naarmate het Emiraat evolueerde tot een staat met bufferstaten, kon plundering geen bron meer zijn van inkomsten, zodat de bodembelasting belangrijk werd – en die gold ook voor moslims. Desondanks waren de belastingen betrekkelijk laag. De emir beschikte over enorme domeinen, die hij had overgenomen van de koning van Toledo, had uitgebreid met de landerijen van de aristocraten die waren gesneuveld tijdens de Arabische verovering van Iberië, en vervolgens verder had uitgebreid met de bezittingen van verslagen tegenstanders. Al met al was er genoeg geld om Córdoba te voorzien van de mooiste moskee ter wereld, zoals het plaatje bovenaan dit stukje toont.

[Wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Basken #belastingen #Córdoba #comes #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #HarunArRashid #HishamIVanCórdoba #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KarelDeGrote #LiberIudiciorum #mammelukkenSoldaten_ #Marokko #moskeeVanCórdoba #mozaraben #Pamplona #SpaanseMark #Spanje #stamsamenleving #Theodomir #vikingen

Het Emiraat van Córdoba (1)

Puerta de Sevilla, Carmona

[Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]

Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.

Abd al-Rahman

Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.

De nieuwkomer was voor veel partijen aanvaardbaar. Voor de Berbers gold hij als verwant omdat zijn moeder één van hen was; voor de Qays-Arabieren was hij een partijgenoot; voor de Yaman-Arabieren was hij een Syriër. Hij trouwde met een jodin, wat hem opnieuw steun opleverde. En iedereen zal blij zijn geweest dat hij een einde wist te maken aan de conflicten die het Iberische Schiereiland al sinds 742 teisterden.

In het noorden streed Abd al-Rahman met succes tegen Asturië, een christelijk koninkrijkje waarover ik nog eens zal bloggen. Vanaf 759 betaalde het tribuut, nadat (vermoedelijk) een verdrag was gesloten zoals dat met de Theodomir over wie ik het al eerder heb gehad. Eén van de bepalingen van een dergelijk verdrag was dat de vazalstaat geen steun mocht verlenen aan de vijanden van zijn Arabische verdragspartner en inderdaad heeft Asturië geen steun verleend aan de Frankische legers die in 778 actief waren bezuiden de Pyreneeën. Daarover zo meteen meer.

Abd al-Rahman en de Abbasiden

Abd al-Rahman erkende de Abbasiden half wel en half niet. Hij was natuurlijk onafhankelijk en in die zin erkende hij het gezag van de kalief, die sinds 762 resideerde in Bagdad, niet. Tegelijkertijd erkende Abd al-Rahman dat hij niet heerste in Mekka, Medina en Jeruzalem, zodat hij zich niet, zoals eerdere Ummayadische vorsten, kon presenteren als kalief. Er kon maar één heerser der gelovigen zijn, en dat was niet de emir van Córdoba.

Munt van Abd al-Rahman (Neues Museum, Berlijn)

In 763 arriveerde een Abbasidisch leger, dat de Umayyadische opstandeling uit de weg moest ruimen. Na een reis naar Marokko en een overtocht naar wat nu Portugal is, rukte het op in de richting van Córdoba. Abd al-Rahman wachtte zijn tegenstanders op in Carmona, waar hij zich gedurende twee maanden liet belegeren. Toen brak hij uit met een verrassend klein leger van 700 man, waarmee hij het Abbasidische leger wist te verslaan. Ik ben nota bene door de stadspoort gewandeld waar het is gebeurd, de Puerta de Sevilla, maar realiseer me dit pas nu ik deze woorden schrijf.

Abd al-Rahmen liet de hoofden van de verslagenen inpekelen en naar Mekka sturen, waar de Abbasidische kalief, die daar voor de pelgrimage aanwezig was, alleen maar kon verzuchten dat hij blij was dat God tussen hem en El-Andalus de Middellandse Zee had gelegd.

Karel de Grote

Zoals ik al zei, breidde Abd al-Rahman zijn macht stapsgewijs uit naar het noorden. De lokale heersers in het gebied langs de Ebro hadden zich onafhankelijk gemaakt en Yusuf al-Fihri, Abd al-Rahmans voorganger, had ze nog niet onderworpen toen Abd al-Rahman in 755 was aangekomen. Omdat de heerser in Barcelona vreesde dat hij het volgende doelwit van Abd al-Rahmans expansionistische beleid zou zijn, onderwierp deze Suleyman ibn al-Arabi zich in Paderborn aan Karel de Grote – en of die dus maar naar het zuiden wilde komen om Barcelona te beschermen. De Frankische vorst had daar wel oren naar, want de zoons van Yusuf al-Fihri waren eveneens aan zijn hof en hadden hem gevraagd hen te herstellen op de troon van hun vader.

Roncevalles

Karel de Grote zag een buitenkans om Barcelona te verwerven en bevriende heersers aan de macht te helpen in Córdoba. Zonder moeilijkheden bereikte het Frankische leger in 778 Barcelona, maar toen ging het mis. De heerser in Barcelona had hem gezegd dat ook de Banu Qasi, een Arabische stam van tot de islam bekeerde christenen rond Zaragoza, steun zou verlenen, maar Karels leger was zó groot dat iedereen begreep dat hij gebieden kwam annexeren. Het beleg van Zaragoza liep uit op een mislukking, de Asturiërs verleenden ook al geen hulp en op de terugweg over de Pyreneeën werd de Frankische achterhoede bij Roncevalles door de Basken overvallen. (De gebeurtenis werd bezongen in het Roelandslied.) Nu de poging van de noordelijke staatjes Karel uit te spelen tegen Abd al-Rahman was mislukt, weerhield niets de emir nog: hij kon zijn macht naar het noorden uitbreiden. Als heerser van vrijwel geheel Iberië overleed hij in 788.

[Wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Barcelona #Berbers #Carmona #Córdoba #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #KarelDeGrote #Qays #RijkVanToledo #Roelandslied #Roncevalles #Spanje #SuleymanIbnAlArabi #Theodomir #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri #Zaragoza

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.

Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.

Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij Poitiers

Spanningen

Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.

Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.

Burgeroorlog

De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.

Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.

Nieuwe leiders

De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.

Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was meer bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende derde was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.

Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri

Islamitisch recht (7) mu’tazilieten

Zestiende-eeuwse tekening van Al-Ma’mun

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje legde ik uit dat tegenover de claim van de islamitische rechtsgeleerden (ulama) dat zij konden uitleggen hoe de gelovigen zich het beste konden gedragen, de kalief stond. Die bevorderde bestudering van Griekse, Indische, Perzische en Syrische teksten in het Huis der Wijsheid.

De mu’tazilieten

De daar opgedane kennis van de Griekse wijsbegeerte werd toegepast door de theologen die mu’tazilieten worden genoemd.noot De naam betekent zoiets als “zij die zich afzijdig houden” (in een destijds belangrijk geschil). Net als de Griekse stoïcijnse filosofen meenden ze dat God en de Rede identiek waren. Dit betekende dat goed en kwaad door de mens beredeneerd konden worden en dat mensen voor morele kennis niet uitsluitend waren aangewezen op de openbaring in de Koran.

Verder oordeelden de mu’tazilieten dat als God rechtvaardig was – en wie zou dat betwijfelen? – Hij niet zoiets onrechtvaardigs kon toestaan als predestinatie. De mu’tazilieten benadrukten daarom de vrije wil van de mens en diens eigen verantwoordelijkheid bij de keuze tussen goed en kwaad. Passages in de Koran die predestinatie vooronderstelden, beschouwden ze als allegorie.

Voor de ulama was dat onaanvaardbaar. Het uitgangspunt van de rechtsgeleerden was immers dat de Koran niet zomaar een geïnspireerd geschrift was, maar een manifestatie van God Zelf. Allegorese was daarom uit den boze. Verder waren de rechtsgeleerden sceptisch over de onbegrensde toepassing van de ratio. De gelovige kon daar beter niet teveel op vertrouwen. Het leven van de Profeet was als voorbeeld voldoende.

Conflict

Kalief Al-Ma’mun steunde de mu’tazilieten. Dat betekende een diepgaand conflict tussen vorst en althans een deel van zijn onderdanen. De kalief kon echter niet anders dan compromisloos zijn: als Gods plaatsbekleder kon hij onmogelijk met de ulama tot een vergelijk komen, terwijl de mu’tazilieten een interpretatie van de Koran boden die het gezag van de kalief onaangetast liet. Onder Al-Ma’muns opvolgers zijn de ulama vijftien jaar lang vervolgd (833-848), maar de populariteit van de geleerden gaf de doorslag. Uiteindelijk kon de kalief niet anders doen dan de ulama accepteren als religieuze autoriteiten. Hadden rechters juridische twijfelgevallen altijd aan de kalief voorgelegd geweest, vanaf het midden van de negende eeuw moest ook advies worden ingewonnen bij een islamitische rechtsgeleerde.

Dit droeg niet bij aan de kracht van het centrale gezag in de islamitische wereld, en de verzwakking van de positie van de kalief is wel genoemd als een factor die een rol speelde bij de latere desintegratie van het uitgestrekte rijk.

Het einde van het Huis der Wijsheid

Het enthousiasme waarmee de Griekse letteren waren bestudeerd, nam sterk af na de overwinning van de ulama. Het Huis der Wijsheid werd gesloten en in 899 bepaalde de kalief dat kopiisten voortaan een beroepseed moesten afleggen dat ze geen werken zouden overschrijven uit de Tijd der Onwetendheid. Niettemin waren er voldoende vertalingen in omloop gekomen om het individuele geleerden mogelijk te maken de Griekse filosofie en wetenschappen te bestuderen.

De moslims stonden dus kritischer ten opzichte van de Grieks-Romeinse cultuur dan de christenen. Waar die hun rechtssysteem zouden modelleren op het Romeinse Recht en probeerden de klassieke teksten in de grondtaal te bestuderen, ontwierpen de moslims een eigen rechtsstelsel en volstonden ze met vertalingen. In de twaalfde eeuw zouden de Europeanen de islamitische instituties en ideeën overnemen. Maar daarover blogde ik al eens eerder.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AlMaMun #allegorese #allegorie #goedEnKwaad #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #Koran #Mohammed #muTazilieten #predestinatie #ulama #vrijeWil

Islamitisch recht (6) de kalief

Geleerden reizen van keizer Theofilos (r) naar kalief Al-Ma’mun (l)

[Dit is het zesde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In de voorgaande vijf blogjes heb ik verteld hoe binnen het Kalifaat behoefte groeide aan een islamitisch rechtsstelsel en hoe de rechtsgeleerden, de ulama, iets volkomen nieuws ontwierpen, dat noch op het joodse, noch op het christelijke, noch op het Romeinse Recht leek. In het islamitische recht was een duidelijke hiërarchie van rechtsbronnen, maar één bron was opvallend afwezig: de kalief.

De visie van de kalief

Hadiths over de eerste vier kaliefen, de “rechtgeleide kaliefen”, werden in overweging genomen. Zij hadden de Profeet nog gekend. De beslissingen van de Umayyadische kaliefen hadden in de tijd van de Abbasidische kaliefen echter geen groot gezag. Althans voor de rechtsgeleerden. De heerser der gelovigen zelf zag dat anders. Een kalief was een plaatsbekleder – en niet van Mohammed, zoals je weleens leest. Inscripties, munten en vroege islamitische teksten maken duidelijk dat de kalief zichzelf zag als de plaatsbekleder van God op aarde.

De visies van de rechtsgeleerden en de kalief botsen op een wezenlijk punt. De eersten dachten egalitair en benadrukten dat ieder mens een persoonlijke relatie had tot God; de tweede ging uit van de hiërarchie. Omdat de twee partijen niet allebei gelijk konden hebben, groeiden er spanningen. De Abbasidische heersers, die aanvankelijk sympathiseerden met de juristen, kwamen daar dan ook van terug. En uiteraard was deze volte-face in de ogen van elke rechtsgeleerde niets minder dan ketterij, zodat de ergernis wederzijds was.

Toch viel er wel iets voor de Abbasidische politiek te zeggen. Terwijl de Umayyaden de niet-Arabische moslims hadden beschouwd als tweederangs burgers, stonden de Abbasiden meer open voor andere culturen dan de Arabische. Op hun manier dachten ook zij egalitair. De neiging het ene volk niet boven het ander te zetten, leidde tot de opbloei van de wetenschappen. Welke implicaties dat had voor de relatie tussen kalief en rechtsgeleerden, zal ik in het volgende blogje tonen.

De Arabische wetenschap

Hoewel het Arabisch de geprivilegieerde hoftaal bleef, werden in Bagdad alle talen van de islamitische wereld gesproken en bestudeerd. De geleerden benutten daarbij uit het Grieks vertaalde inleidingen tot de taalkunde. Al snel werden ook de werken van Griekse artsen en andere praktische geleerden in het Arabisch omgezet, want de Abbasiden, die door een staatsgreep aan de macht waren gekomen, wilden tonen dat hun heerschappij het leven van de moslims verbeterde.

Ook meer theoretische teksten werden vertaald en zo kwam het dat de Arabieren omstreeks 800 beschikten over vertalingen van Aristoteles’ Organon en zijn Poëtica, een handvol dialogen van Plato en enkele neoplatoonse werken. Eenkennig was men overigens niet: al eerder waren Syrische, Indische en Perzische teksten vertaald.

Met name kalief Al-Ma’mun heeft de bestudering van het Griekse materiaal bevorderd. In 830 stichtte hij in Bagdad het Huis der Wijsheid, waar zo’n honderd vertalers werkten.

Men zegt dat Al-Ma’mun een droom had waarin het hem toescheen dat een statige oude man, gezeten op een lessenaar, een lezing hield en zei: “Ik ben Aristoteles.” Toen hij ontwaakte uit zijn droom vroeg hij wie Aristoteles was. Men zei tegen hem: “Dat is een wijsgeer van de Grieken.”
Hij liet Hunayn ibn Ishaq halen, omdat hij niemand kon vinden die hem evenaarde in het vertalen van de boeken van de Griekse wijsgeren in het Arabisch, en hij schonk hem zeer veel geld en cadeaus en zei hem: “Ik zag in mijn droom dat er een man zat op de zetel in mijn raadzaal waar ik zelf altijd op zit. Ik werd vervuld van respect voor hem en vroeg wie hij was. Men zei dat het Aristoteles was en ik zei dat ik hem eens wat zou vragen. Dus vroeg ik hem: ‘Wat is het goede?’ Hij zei: ‘Wat het verstand als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Wat de massa als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Verder niets.’
Deze droom was de belangrijkste aanleiding om boeken op te halen. Al-Ma’mun was in schriftelijk contact gekomen met de koning van de Byzantijnen [Theofilos], over wie hij de overhand had gekregen. Hij vroeg hem om toestemming voor de overdracht van de klassieke wetenschappen, die bewaard werden in het land van de Byzantijnen. Na een aanvankelijke weigering stemde de koning daarmee in. Al-Ma’mun stuurde voor dat doel een groep mensen, die meenamen wat ze wilden, en toen ze het gebracht hadden, gaf hij hun opdracht het te vertalen en dat deden zij. noot Overgeleverd in de collectie geleerdenbiografieën van Ibn Abi Usaybia; vert. Versteegh.

Zoals na een visioen over Aristoteles wellicht viel te verwachten, legde Hunayn ibn Ishaq, een jonge christelijke geleerde, zich bij zijn vertaalwerkzaamheden vooral toe op de medische traktaten. Maar er werden ook andere teksten vertaald, zoals de publicaties van wiskundigen, filosofen en astronomen. Sommige teksten werden meer dan eens vertaald, en het is aardig te zien dat jongere vertalingen een zelfverzekerder Arabisch tonen: waar het Griekse woord diabetes – dat  dat zoiets als “doorstroming” betekent – aanvankelijk nog werd weergegeven met het leenwoord diyabita, koos men later voor een eigen woord, da’ al-sukkar, waarvan ons “suikerziekte” de letterlijke vertaling is.

[wordt morgen vervolgd]

#Abbasiden #AlMaMun #ArabischeTalen #Aristoteles #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Mohammed #Plato #TheofilosKeizer #ulama #Umayyaden

Islamitisch recht (2) de hadith

Een veertiende-eeuwse afbeelding van een qadi

[Dit is het tweede van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje beschreef ik hoe de Umayyadische kaliefen, residerend in Damascus, geen beleid hadden om hun imperium te islamiseren. Ze handhaafden het gewoonterecht en accepteerden verschillende rechtsstelsels naast elkaar. Unificatie had geen prioriteit: wie een gebied onderwerpt, bouwt eerder draagvlak door bestaande praktijken te laten bestaan.

De Abbasiden

Met het verstrijken van de tijd, ontstond hierover toch wat onvrede bij althans een deel van de gelovigen. Dat de eerste vier opvolgers van Mohammed “de rechtgeleide kaliefen” werden genoemd, was een regelrecht verwijt aan de Umayyadische kaliefen, die zich niet recht lieten leiden. De frustratie van de gelovigen combineerde met onvrede onder de niet-Arabische moslims. Met name de Perzen voelden zich achtergesteld, en een opstand was het resultaat. In 750 werd de Umayyadische dynastie vervangen door de Abbasidische, die de residentie verplaatste naar Bagdad.

Omdat de nieuwe kaliefen niet dezelfde verwijten wilden krijgen als hun voorgangers, financierden ze de rechtsschool van Kufa, waar Abu Hanifa (699-767) probeerde een werkelijk islamitisch recht te ontwerpen, dat vrij zou zijn van Griekse en Romeinse invloeden. De kern van de zaak was hierbij dat het oordeel van de juristen moest worden gefundeerd op een steviger basis dan het gewoonterecht: het voorbeeld van de Profeet zelf.

Hadith

Het directe gevolg was de aanleg van enorme collecties anekdotes, hadith, over het leven van Mohammed. Een van de oudst-bekende juridische studies uit de islamitische wereld, de Muwatta (“Goedgebaande weg”) van Malik ibn Anas (ca.710-796), illustreert hoe men met die verhalen omging. Als er een vraag lag, zocht deze rechtsgeleerde eerst in zijn boeken alle relevante anekdotes op en vergeleek die met de traditie van zijn eigen stad, Medina. Beide manieren om te kijken naar het voorbeeldige leven van Mohammed waren gegarandeerd goed: enerzijds waren de anekdotes overgeleverd op naam van betrouwbare zegslieden, anderzijds golden de gewoonten in Medina, waar de Profeet had gewoond, als voortzettingen van een voorgeleefde levenswijze.

Op deze wijze kon Malik ibn Anas aangeven wat Mohammed in een gegeven situatie zou hebben gedaan, en kwam hij tot een beredeneerd oordeel – een fatwa. Dat Mohammed het voorbeeld was, belette Malik ibn Anas en zijn collega’s overigens niet om af te wijken van het oordeel van de Profeet, bijvoorbeeld als dat in tegenspraak was met de Koran.

Zo ontstond rond het midden van de achtste eeuw een vorm van rechtspraak die in niets leek op wat eraan voorafging. Anders dan bijvoorbeeld de joden, hadden de moslims geen heilig boek vol bepalingen, aangevuld met rabbijnse discussies. Anders dan bij de christenen waren er geen synodes om regels vast te stellen. Anders dan het Romeins Recht kende de islam geen stelsel van wetten en vastgelegde definities.

De moslims kozen voor een rechtssysteem dat in wezen was gebaseerd op precedenten. Het kon ook moeilijk anders, want de rechtsgeleerden wilden de praktijk zuiveren van Griekse en Romeinse invloeden. Wat feitelijk gebeurde, was dat elke moslim geacht werd te leven naar het voorbeeld van de Profeet.

[wordt morgen vervolgd]

PS

Vanavond is in het Rijksmuseum in Leiden de presentatie van mijn boek over de geschiedenis van Libanon. Er is een livestream.

Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Berbers en Arabieren

juni 14, 2017
Het einde van de Avaren

november 16, 2019
Islamitisch recht (3) onderzoek van de hadith

juni 13, 2025 Deel dit:

#Abbasiden #AbuHanifa #Bagdad #hadith #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Koran #Kufa #MalikIbnAnas #Medina #Mohammed #sharia #Umayyaden