De Maronitische Wereldkroniek (10) Abd al-Malik

Een achttiende-eeuwse weergave van het Derde Concilie van Constantinopel (680).

[Dit is laatste van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

992 SE. ≡ 12 Konstantijn IV ≡ okt.680/sept.681

In het jaar 992, het twaalfde jaar van Konstantijn, vond er een onderzoek plaats naar de twee willen en de twee personen van Christus, en er kwam een concilie bijeen in Rome en ook in Constantinopel, waarna zij het geloof in de twee willen en de twee personen voorschreven en bevestigden. Vervolgens vervloekten en verwijderden zij allen die zich hiertegen verzetten, niet alleen degenen die op dat moment nog in leven waren, maar ook degenen die al lang geleden waren gestorven, namelijk paus Honorius van Rome, Sergios, de twee patriarchen Paulus en Petrus van de keizerstad, patriarch Cyrus van Alexandrië, en de zuivere Theodoretos van Paran, die allen waren overgegaan naar onze Heer. En zij vervloekten en verbannen Makarios de Antiocheen met Stefanos, zijn leerling, die zich bij hen hadden aangesloten.

Commentaar
Tijdens het Derde Concilie van Constantinopel werd het zogeheten monotheletisme veroordeeld. Dit was het door keizer Herakleios voorgestelde compromis waarmee hij de monofysieten weer binnen de staatskerk had willen halen en de eenheid van de kerk had willen herstellen. De monniken in het bovengenoemde klooster van Sint-Maron, dat lag in het Kalifaat en dus niet in het Byzantijnse Rijk, hielden vast aan het monotheletisme.

Het is bijzonder dat de samensteller van de Maronitische Wereldkroniek niet vermeldt dat de monotheletisten een eigen patriarch aanstelden, Johannes Maron. (Losse gedachte: is hij de auteur van deze kroniek?) Het is minder bijzonder dat de maronitische chroniqueur niet verbaasd is over de rampspoed waarmee het imperium na dit concilie werd getroffen.

Toen verzamelde keizer Konstantijn, nog voor het einde van het concilie, veel Romeinse troepen en trok op tegen het volk van de Bulgaren. Een groot aantal Romeinse manschappen kwam daar om het leven, en de keizer stond op het punt om samen met zijn leger te sterven door toedoen van dit barbaarse volk. Deze grote rampspoed, toegebracht door een vijand, vond plaats omdat degenen die regeerden het ware geloof hadden bezoedeld.
En nadat de keizer door het vreemde volk was verslagen, keerde hij terug om te vechten tegen zijn eigen familie. Hij verwondde zijn twee broers Tiberios en Herakleios in het gezicht en verdreef hen uit het paleis, en op dezelfde manier verdreef hij zijn moeder en zijn vrouw. Ook doodde hij Leo, patriciër van Sartina (?). Door al die verboden daden veranderde zijn bewind in tirannie.
……
… en hij stierf in zijn [achttiende] regeringsjaar. Toen regeerde Justinianus ……

Commentaar
Konstantijn IV, die na de nederlaag had afgerekend met zijn twee medekeizers/broers, overleed in 685 en werd opgevolgd door zijn zoon Justinianus II. De hieronder geciteerde passage gaat over de moeizame opvolging van Muawiya, de grondlegger van het Kalifaat van Damascus. (Op de blog van arabist Wim Raven leest u er meer over.) Eerst moest Yazid I zijn troon bevechten op imam Huseyn (zie boven), en daarna woedde een burgeroorlog. Na Yazids dood in 683 regeerde zijn zoon Muawiya II een winter lang; na diens troonafstand in 684 regeerde Marwan, maar hij bezweek aan een epidemie; uiteindelijk trad in het voorjaar van 685 zijn zoon Abd al-Malik aan.

994 SE. ≡ okt.682/sept.683

Hij stierf in het jaar 994, toen … in het volk van de Arabieren, en zij vochten elkaar in alle gebieden
……
Toen Marwan anderhalf jaar had geregeerd, overleed hij vóór hij alle Arabieren had onderworpen, en hij liet de regering van de Arabieren over aan zijn zoon Abd al-Malik.

Munt van een van Abd al-Maliks tegenstanders (Residenzschloss, Dresden)

997 SE. ≡ okt.685/sept.686

In het jaar 997, aan het begin van de heerschappij van keizer Justinianus II van de Romeinen en Abd al-Malik, koning van de Arabieren, waren de regen en de oogst slecht.

998 SE. ≡ okt.686/sept.687

In het volgende jaar brak er hongersnood uit en was er voedselschaarste in alle gebieden.
……

4 Justinianus II ≡ okt.688/sept.689

In het vierde jaar van Justinianus trok het leger van de Romeinen de Slavische gebieden binnen en richtte daar grote schade aan en hij deporteerde een grote menigte van hen en bracht hen naar het land waarvandaan hij was aangekomen.

Commentaar
Justinianus II had een verdrag gesloten met Abd al-Malik, waardoor de keizer troepen naar de Balkan kon verplaatsen. Daarmee herstelde hij de Byzantijnse positie. 30.000 krijgsgevangenen werden overgebracht naar Anatolië. Abd al-Malik had dankzij dit bestand eveneens de beschikking over troepen die hij elders kon inzetten.

Na vele malen tegen zijn eigen volk te hebben gestreden, had Abd al-Malik, leider van de Arabieren, hen allemaal tot zijn onderdanen gemaakt.

De door Abd al-Malik gebouwde Rotskoepel in Jeruzalem

1002 SE. ≡ okt.690/sept.691

Toen alle Arabieren in zijn rijk hem gehoorzaamden, hielden alle burgeroorlogen op en werden ze allemaal verzoend en sloten ze vrede met elkaar in het jaar 1002 volgens de Griekse jaartelling.

1004 SE. ≡ okt.692/sept.693

In het jaar 1004, het achtste jaar van de heerschappij van Justinianus en het negende jaar van de heerschappij van Abd al-Malik, kwam een einde aan het bestand tussen de Romeinen en de Arabieren.

Tot slot

Tot hier loopt de Maronitische Wereldkroniek. Het zal er niet meteen van afspatten, want de kroniekvorm staat garant voor ietwat droge materie, maar ik heb machtig veel plezier gehad aan het schrijven van deze tien blogjes.

#AbdAlMalik #AdrianPirtea #AlexHourani #bronnenuitgave #Bulgaren #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesMaron #JustinianusII #KalifaatVanDamascus #KonstantijnIV #maronieten #MaronitischeWereldkroniek #monofysieten #monotheletisme #YazidI

De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding

Sint-Maron

Dit is het eerste van tien blogjes over de onlangs ontdekte Maronitische Wereldkroniek. Ik zal daarin een becommentarieerde vertaling geven van het interessantste deel. En ik zeg meteen: die vertaling heeft geen enkele pretentie. Daarover straks meer. Maar eerst: wat is de Maronitische Wereldkroniek?

Het belang

Zoals de naam al aangeeft, is het een overzicht van de geschiedenis van de wereld, die volgens de samensteller al ruim zes millennia oud was. Het eerste deel is voor ons niet bijster interessant: het is vooral een overzicht van de bijbelse geschiedenis, dat we uit andere bronnen beter kennen. (Geestig is het synchronisme van de krachtpatsers Simson en Herakles.) Na de tijd van de twee koninkrijken en de Babylonische Ballingschap lezen we over Alexander de Grote en het hellenisme. De auteur schrijft dat keizer Augustus koningin Kleopatra liet vermoorden, iets wat vermoedelijk waar is, maar niet staat in andere bronnen.

Uiteraard is er een verwijzing naar het leven van Christus, en daarop volgt een combinatie van kerkgeschiedenis en informatie over het Romeinse Rijk. Leuk detail: de legende van de vorst die niet zou zijn overleden maar is heengegaan (zoals koning Arthur), zou door christenen zijn toegepast op Philippus Arabs.

Het wordt echter pas echt leuk als we nieuwe informatie krijgen over de vijfde, zesde en zevende eeuw. Dan gaat het over de problemen die een einde maakten aan wat ik maar even de “klassieke cultuur” zal noemen, over de Grote Arabische Veroveringen en over het ontstaan van het Kalifaat van Damascus. Toen, in de zevende eeuw, werden de contouren zichtbaar van een nieuw tijdperk, dat we meestal “Middeleeuwen” noemen. Over het Kalifaat hebben we aanzienlijk meer bronnen, maar de overgangsfase is slecht gedocumenteerd, dus elke bron is winst.

Maronitisch?

Het leuke is: deze rond 700 na Chr. samengestelde wereldkroniek is vrijwel contemporain. Hoewel de laatst genoemde gebeurtenis dateert uit 693 na Chr., lijkt de tekst twintig jaar later samengesteld te zijn, in “het jaar 1024” (in de Seleukidische Era). De tekst schijnt oorspronkelijk te zijn geschreven in Syrisch Aramees en is daarna vertaald in het Arabisch. In die versie kennen we haar; ze is gevonden in het Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn.

Het is een christelijke tekst, maar we kunnen specifieker zijn. Er is aandacht voor Sint-Maron, voor het naar deze Syrische heilige vernoemde klooster, en voor de discussie over het monotheletisme, d.w.z. het idee dat Christus twee naturen maar één wil zou hebben gehad. Daarom denken de onderzoekers dat deze wereldkroniek is geschreven door een maronitische christen.

De maronieten woonden, op het moment dat de kroniek werd samengesteld, echter binnen de grenzen van het Kalifaat. De tekst komt dus wél uit het Kalifaat maar is niet islamitisch; en we hebben wél een christelijk perspectief, maar het is niet Byzantijns. De auteur is opmerkelijk positief over Mohammed en lijkt niet te hebben herkend dat de islam een wezenlijk andere godsdienst was dan het christendom. De oorlogen van de Rechtgeleide Kaliefen, waarvan hij de ellendige gevolgen voor de burgers niet ontkent, ziet hij als een straf voor zondige christenen.

Ik heb weinig reden om te twijfelen aan de typering van de bron als maronitisch. Een kanttekening die ik wél wil plaatsen is dat je van zo’n bron zou hebben verwacht dat Johannes Maron zou zijn genoemd, de eerste maronitische patriarch. Hoewel de gebeurtenis die de aanleiding was tot zijn verheffing, het Derde Concilie van Constantinopel in 680/681, wél wordt genoemd, wordt hij zelf niet vermeld. Dat is ronduit opmerkelijk. Ik vraag me af of dit niet is omdat Johannes Maron de auteur is.

Chronologie

Chronologische precisie heeft merkbaar de belangstelling van de samensteller. Een voorbeeld uit de voorgeschiedenis:

Toen Noach zeshonderd jaar oud was, kwam de Vloed over de aarde; het derde [door mij geconsulteerde] handschrift bevestigt dit. In Noachs 344e levensjaar liep het tweede millennium ten einde.

Hij heeft dus diverse bronnen gebruikt en probeert die te combineren. In het voor ons relevante deel dateert hij aan de hand van de regeringsjaren van vorsten, aan de hand van de islamitische jaartelling, aan de hand van een jaartelling sinds de schepping van de wereld en aan de hand van de zojuist genoemde Seleukidische Era: een jaartelling die begint in het jaar dat wij 311 v.Chr. noemen, waarin meestal een nieuwjaarsdag werd aangehouden 1 oktober. Hierop bestonden varianten en in Antiochië, een stad die de belangstelling heeft van onze chroniqueur, heeft men de nieuwjaarsdatum eens aangepast. Je snapt waardoor de kroniek een aardbeving in 458 vermeldt in de verkeerde maand.

Andere vergissingen hebben te maken met het inclusief of exclusief tellen van de regeringsjaren of verschillende manieren om te schrikkelen. Zo kan de samensteller de zonsverduistering van 418 in de verkeerde maand plaatsen. Soms zijn er doubletten: de aardbeving die in 526 Antiochië compleet verwoeste, krijgt niet alleen een verkeerde datum, maar lijkt ook tweemaal te zijn vermeld. Maar al met al snappen we het, en de onregelmatigheden bewijzen dat de auteur een kritische geest was, die geen genoegen nam met één enkele bron.

De vertaling

De Maronitische Wereldkroniek is, zoals gezegd, geschreven in het Syrische Aramees en later vertaald in het Arabisch. Alex Hourani heeft de tekst vorig jaar geheel vertaald in het Engels. En ik heb dat weer vertaald in het Nederlands. Aannemend dat bij elke vertaling 97% van de informatie correct is, zal de in de volgende blogjes geboden vertaling voor ongeveer negen tiende in orde zijn. Misschien ben ik daarmee iets te pessimistisch, want ik heb de indruk dat de tekst, waar controleerbaar, correspondeert met wat al bekend is; dat mogen we wellicht beschouwen als een soort externe controle. Toch noem ik dit even, want u kunt de hierna gegeven vertaling beter niet citeren.

Tot slot: ik heb de stof verdeeld over de negen hierop volgende blogjes, die ik in de loop van vijf of zes dagen online wil plaatsen. Mijns inziens wordt het interessanter naarmate de tekst vordert. Laat u zich niet afschrikken door de twee of drie eerstvolgende stukjes, die inderdaad wat saai zijn. Verderop wordt het spannender, als we aankomen bij de regering van Justinianus.

[Wordt vervolgd]

Literatuur

#AdrianPirtea #AlexHourani #ArabischeVeroveringen #bronnenuitgave #Catharinaklooster #chronologie #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesMaron #KalifaatVanDamascus #maronieten #MaronitischeWereldkroniek #monotheletisme #SeleukidischeEra #SintMaron

De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)

Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)

Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:

Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.

Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze zich het hoofd braken over wat detailkwesties, adviseerde Paulus de mensen om zich te houden aan die norm. Anders gezegd: wat in Babylonië vanzelfsprekend was, was dat in Korinthe niet (of niet meer). Paulus’ advies staat bovendien niet op zich. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, voor niet-getrouwde vrouwen.

Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.

[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]

#canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten

Faits divers (48)

Zomaar een foto van Tipasa

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers. Ik probeer altijd wat eenheid aan te brengen, wat soms lukt en soms niet, maar dit keer zijn de faits divers echt heel divers.

Egypte in Leiden

Eerst wat nieuws uit eigen land, namelijk uit ons eigen Leidse Rijksmuseum van Oudheden: de mooie expositie over het ontdekken van het oude Egypte is tot 3 mei verlengd. “Wegens succes geprolongeerd”, heet zoiets, en de tentoonstelling is inderdaad heel goed bezocht, zonder dat het onprettig druk is. Gaat dat zien dus.

De regels van een spel

Verder hebben onderzoekers vastgesteld welk spel is gespeeld op een Romeins stenen spelbord uit de collectie van het Romeins Museum (v/h Thermenmuseum) in Heerlen. Ze lieten twee door artificiële intelligentie vervaardigde computerspelers AI-agenten tegen elkaar spelen, nu eens met de regels van het ene bekende oude bordspel, dan weer met de regels van een ander oud spel. De slijtage op het stenen speelbord suggereerde een spel dat lijkt op ons Barricade, dat alleen maar de jongste loot is aan een grotere boom van blokkeerspelletjes.

De voornaamste conclusie is dus I.D.O.H.Z.O. blokkeerspelletjes, wat gewoon geinig is en ook niet méér. Het bericht haalde diverse media, die de nadruk legden op het gebruik van artificiële intelligentie; de beste uitleg vond ik hier.

Maronitische Wereldkroniek

Zo’n gereconstrueerd spel verandert ons beeld van het verleden niet, maar dat is anders met de ontdekking van nieuwe (of beter: oude) geschreven bronnen – vooral als die betrekking hebben op belangrijke maar niet goed begrepen gebeurtenissen. Bij de digitalisering van de manuscripten in het Catharinaklooster (in de Sinaïwoestijn) bleek een dertiende-eeuws Arabisch handschrift de weergave te bevatten van een oorspronkelijk in het Aramees gestelde wereldkroniek uit 713. Ze is geschreven door een maronitische christen, en dat maakt het boeiend.

De maronieten waren toen een in Syrië levende groep die het door de Byzantijnse keizer Herakleios (r.610-641) gepropageerde monotheletisme had aanvaard. Dat was in ruwweg de tijd van de grote oorlog tussen de Byzantijnen en Sassaniden (602-628). Na de Arabische Veroveringen leefden de maronieten binnen de grenzen van het Kalifaat van Damascus, waar ze vasthielden aan hun theologische opvattingen, terwijl die in het Byzantijnse Rijk werden afgezworen. De maronieten hadden daardoor een perspectief op de opkomst van de islam dat wél christelijk was maar niet volgens de keizerlijke orthodoxie. Dat maakt de tekst potentieel belangrijk.

Tot slot

Mooi interview met een van de grootste vuursteenkenners van Nederland, Jaap Beuker. Het gaat niet alleen over hem, maar ook over de herkomst van en de handel in het materiaal, en ook over de reden waarom handel in vuursteen noodzakelijk was. Verder: het wonder van zeevaart naar Helgoland.

En uiteraard gaat de sloop van de geesteswetenschappen gewoon verder. We ronden ook deze faits divers er dus maar mee af. Tradities zijn er om in ere te houden: de universiteit van Ottawa dreigde in oktober de opleiding Griekse en Romeinse studies te sluiten, kwam daarvan terug, en voert het besluit nu toch uit. Het deprimerende overzicht van sluitingen en wat dies meer zij is nog steeds hier.

En o ja: ik organiseer een dure maar echt mooie reis naar Algerije.

#ArabischeVeroveringen #artificiëleIntelligentie #Catharinaklooster #FaitsDivers #Heerlen #KalifaatVanDamascus #maronieten #MaronitischeWereldkroniek #monotheletisme #RomeinsMuseumHeerlen #Sassaniden #spel #Thermenmuseum

De IJzertijd

Een koning uit de IJzertijd: Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Ik denk in de tweede plaats aan de steppenomaden. Zeg maar de Kimmeriërs en de Skythen. Ook die komen er bekaaid vanaf. (Voor wie meer wil lezen: zie het lastige maar solide boek van Cunliffe.) In de huidige opbouw van Een kennismaking met de oude wereld ligt de nadruk wel erg op de gebieden waar men kon schrijven; de nomaden van Centraal Eurazië zijn met deze prioritering van de filologie boven de archeologie automatisch marginaal.

Je kunt à la Beckwith een ander perspectief kiezen, waarin je centrum en periferie verwisselt. Dus dat je focust op degenen die oost en west verbonden en dat je de schrijvende volken beschouwt als de sedentaire periferie. Ik vind dit een verhelderende omkering. Niet dat dit de nieuwe en enige en absolute waarheid is. Intuïtief leg ook ik de nadruk op de schrijvende volken. Maar dit alternatieve perspectief had in een handboek best in een kader gekund.

Continuïteit

Bon. Er zijn dus andere thema’s om te behandelen en alternatieve perspectieven. Een handboek moet ergens de zaken vereenvoudigen en De Blois en Van der Spek maken daarbij dus een traditionele, filologische keuze. Een andere vereenvoudiging betreft het oosterse wereldrijk. Zoals gezegd: het begint met de Assyriërs, daarna kwamen de Babyloniërs en de Perzen, daarna Alexander de Grote. De Blois en Van der Spek merken op

… dat de rijken die na Alexander ontstonden, qua structuur veel leken op de voorgaande rijken en dat de culturen van Voor-Azië en Egypte onder Grieks-Macedonische overheersing voortleefden.

Continuïteit dus. De visie dat er één rijk is met steeds een andere, etnisch gedefinieerde elite, is al te vinden in de Bijbel: “Door onrecht, geweld en hebzucht wordt de heerschappij van volk naar volk doorgegeven,” zoals Jezus Sirach het formuleert.

Dat levert een heel ander beeld van Mesopotamië op dan we hebben van China. Daar verdelen we de geschiedenis over de diverse dynastieën (Zhou, Han, Tang…), waardoor we het idee houden dat er één rijk is. Of Egypte, waar de dynastieën nummers hebben. Zo geef je meer erkenning aan de culturele continuïteit dan als je het ene volk na het andere opvoert.

Ook hier kun je een andere keuze maken. Er is geen foute of goede keuze. De enige foute keuze is die waardoor geen discussie ontstaat.

[Een overzicht van deze reeks is hier.]

#DeBloisEnVanDerSpek #handboek #IJzertijd #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #KoninkrijkIsraël #koninkrijkJuda #oosterseWereldrijk #Tarhuntassa

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Wat ik wel en niet snap

Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

Eenheid en versplintering, deel één

Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Eenheid en versplintering, deel twee

Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

Eenheid en versplintering, deel drie

De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

Ibn Khaldun

Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

#Abbasiden #Aghlabiden #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

Koningin Kahina

Moskee in Annaba

[Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.

Kahina

Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.

Wat we zeker weten is dat ze zich baseerde op de Berbers van de Aurès, de bergachtige regio waar anderhalve eeuw eerder Masties dux en imperator van de Romeinen en Mauri was geweest. De regio was cruciaal: wie van Kairouan naar de vruchtbare Hautes Plaines reisde, zou er altijd doorheen komen. Het lukte de Arabische generaal Hassan ibn al-Nu‘man, de leider van de vijfde Arabische aanval op de gebieden in het westen, niet om haar daar te verdrijven – sterker nog, hij zou volgens Arabische auteurs zijn teruggedreven naar de Cyrenaica. Dit klinkt als een overdrijving, die geen ander doel dient dan te verklaren waarom daar een paar forten waren die “de kastelen van Hassan” werden genoemd. Vermoedelijk ging Hassan niet verder terug dan de Tripolitana, het noordwesten van Libië.

De zesde Arabische aanval

Hoe dit ook zij en waar waarheen hij zich ook had teruggetrokken: kalief Abd al-Malik stuurde hem versterkingen voor een hernieuwde opmars naar het westen. Een eerste veldslag vond plaats bij Gabès, waarna Hassans troepen konden terugkeren naar Kairouan en de rest van Ifriqiya. Vervolgens trok hij opnieuw de Aurès-bergen in. De beslissende veldslag zou bij Tabuda hebben plaatsgevonden, de plek waar Uqba ibn Nafi al-Fihri was gesneuveld. Dit keer overwonnen de Arabieren de Berbers; Kahina kwam om het leven.

In de komende jaren – we hebben het vermoedelijk over de jaren 701-703 – reorganiseerde Hassan Ifriqiya en nam hij Tunis in gebruik als vlootbasis voor aanvallen op Byzantijns Sicilië. Het was duidelijk dat de regio permanent zou behoren bij het Kalifaat van Damascus. En aangezien Hassan ibn al-Nu‘man succes had gehad, werd hij in 704 van zijn functie ontheven – zoals gezegd een standaardpraktijk in de Arabische wereld. Geen kalief kon een al te succesvolle generaal accepteren.

Het door de Romeinen gebouwde bronheiligdom in Zaghouan

Het slotoffensief

Hassans opvolger als gouverneur van Ifriqiya was Musa ibn Nusayr. Die naam bent u op deze blog eerder tegengekomen, want hij zou het Rijk van Toledo in 711 onderwerpen. In 705 beperkte hij zich tot maatregelen om het Arabische gezag te consolideren, met gevechten in de omgeving van Zaghouan, maar zijn ambitie was om verder naar het westen zoveel mogelijk Berber-slaven te bemachtigen en op transport te zetten naar Damascus.

En dus herhaalde hij de laatste operatie van Uqba ibn Nafi al-Fihri: hij marcheerde over de Hautes Plaines naar Tanger. Anders dan Uqba, die Tanger in handen van exarch Julianus had gelaten, nam Musa de stad in en legerde hij er een garnizoen. Ook elders was duidelijk dat hij er wilde blijven. Musa ontdeed het gebied eerst van een deel van de bewoners, exporteerde die als slaven, en behandelde de overblijvers als onderdanen. Berbers die zich hadden onderworpen, werden geacht zich te bekeren. Bij de bouw van moskeeën (overigens een aanwijzing voor een sedentaire bevolking) werden allerlei oude tempels en kerken gesloopt om het materiaal te recyclen.

Als er nog een Berber-koninkrijk rond Altava bestond, kwam dat nu voorgoed ten einde. Daarmee zou deze reeks blogjes kunnen eindigen: in 708 voltooide Musa de verovering van de Maghreb, en drie jaar later begon de oorlog in Andalusië. Maar er ligt nog een slotvraag. Daarover gaat het laatste blogje.

#Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #exarch #Gabès #HassanIbnAlNuMan #IbnKhaldun #JulianusExarch_ #Kahina #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Marokko #Masties #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #StraatVanGibraltar #Tabuda #Tanger #Tunesië #Tunis #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Zaghouan

Het einde van Karthago

De haven van Karthago

[Vijfde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Terwijl de Arabische legers oprukten naar Marokko, overleed kalief Yazid I, en gedurende anderhalf jaar was onduidelijk wie de macht zou overnemen. In 685 trad Abd al-Malik aan, die u kunt kennen als de bouwer van de Rotskoepel in Jeruzalem. Pas in 688 kon een nieuw Arabisch leger naar Ifriqiya komen, gecommandeerd door de stokoude Zuhayr ibn Qays, een van de metgezellen van de profeet Mohammed. Kusayla realiseerde zich dat het nog niet ommuurde Kairouan niet te verdedigen was en trok zich terug naar de westelijke bergen, maar werd verslagen en gedood.

Zuhayr kreeg de kans niet om zijn gezag in Ifriqiya afdoende te consolideren, want kort na de overwinning kreeg hij het bericht dat de Byzantijnen in de tegenaanval waren gegaan en de Cyrenaica hadden aangevallen. Zijn aanvoerlijnen waren afgesneden. Hij haastte zich terug en kwam om het leven in een gevecht met de Byzantijnse soldaten.

De vijfde Arabische aanval

Pas in 695 had Abd al-Malik zijn macht voldoende gevestigd om de situatie in het westen definitief te regelen. De generaal die hij aanwees, was Hassan ibn al-Nu‘man. Ik heb tot nu toe zelden de familierelaties van de diverse legeraanvoerders vermeld, omdat de stammen en clans de Nederlandstalige lezer weinig zeggen, maar in dit geval is misschien interessant dat hij behoorde tot de Ghassaniden, de groep die ooit de oostgrens van het Romeinse Rijk had bewaakt. Dit was oude Arabische adel.

Hassans eerste doelwit was Karthago. De stad was geen schim meer van wat ze geweest: de bevolking was door allerlei oorzaken sterk afgenomen, de handel was ingestort, de exarch regeerde over nauwelijks meer dan een paar dorpen in de omgeving, en de Byzantijnse vloten opereerden liever vanaf Sicilië. Daar waren ook de meeste Karthagers al heen gevlucht. Hassan kon de stad zonder problemen overmeesteren. Het even verderop gelegen Bizerte volgde. De Berbers die met de Byzantijnen verbonden waren, trokken zich terug naar de havenstad Annaba.

Maalga, de cisternen van Karthago

De Byzantijnen waren echter nog niet voorgoed uit Ifriqiya verdreven. Een vloot heroverde Karthago, waarop Hassan de stad voor de tweede keer innam. Ditmaal maakte hij de stad voorgoed onbewoonbaar: hij sloopte de muren, hij vernietigde de Maalga-cisterne en hij blokkeerde de twee havenbekkens. Deze tweede, grondige verovering van Karthago betekende dat de stad nog eeuwenlang militair geen betekenis meer zou hebben. De Byzantijnen keerden nooit meer terug.

[wordt vervolgd]

#AbdAlMalik #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #Cyrenaïca #Ghassaniden #HassanIbnAlNuMan #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Karthago #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #YazidI #ZuhayrIbnQays

Uqba ibn Nafi al-Fihri (2)

Byzantijnse versterkingen in Lambaesis

[Vierde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Het was in het nog jonge Kalifaat niet ongebruikelijk dat succesvolle generaals werden weggepromoveerd of gearresteerd vóór ze een eigen machtsbasis hadden die een bedreiging voor de kalief kon worden. Dat overkwam ook Uqba ibn Nafi al-Fihri, die door een nieuwe gouverneur werd gevangengenomen.

Kusayla

De nieuwkomer, Abu ’l-Muhajir, consolideerde het gezag in Ifriqiya door een verdrag te sluiten met een Berberleider die in de bronnen Kusayla wordt genoemd, mogelijk een weergave van het Latijnse Caecilius of het Berbers Kasil, “luipaard”. Volgens de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun kwam Kusayla uit Tlemcen, in het uiterste westen van het huidige Algerije, terwijl moderne historici hebben geopperd dat het gaat om het niet ver daarvandaan gelegen Altava, dat we in de voorafgaande blogjes al tegenkwamen. De Byzantijnse generaal Gennadius had het daar bestaande koninkrijk weer in het keizerlijke bestel geïntegreerd, maar dat was nu voorbij: Kusayla verruilde zijn christelijke religie voor de islam en vestigde zich in Kairouan.

We zouden meer willen weten over de pacificatie van de steden in Tripolitanië en Ifriqiya, maar we lezen er weinig over. Misschien sloten Uqba ibn Nafi al-Fihri en Abu ’l-Muhajir verdragen zoals de Arabische veroveraars van Iberië een halve eeuw later zouden sluiten met Theodomir: in ruil voor een geringe belasting (jizya) en erkenning, lieten de Arabieren hun nieuwe onderdanen met rust. In elk geval vond Abu ’l-Muhajir in 678 dat hij sterk genoeg was voor de belegering van Karthago, dat overzee maar mondjesmaat bevoorraad kon worden en niet meer op Altava kon rekenen voor versterking.

De derde Arabische aanval

In april 680 overleed kalief Muawiya; hij werd opgevolgd door zijn zoon Yazid I. Hij herstelde Uqba in zijn oude positie, en terwijl de kalief zich stortte in het conflict rond Kerbala, reisde Uqba snel naar Kairouan, waar hij Abu ’l-Muhajir en Kusayla arresteerde en in één moeite door een bliksemcampagne naar het westen ontketende. Hij wilde de eerste Berbers hebben onderworpen vóór ze wisten van de arrestatie van Kusayla. In enkele weken tijd donderde Uqba’s leger naar Bagai en Lambaesis, waar Uqba de Berbers en de laatste Byzantijnse troepen versloeg, en naar Tiaret in het westen van Algerije.

Eenmaal in het huidige Marokko bereikte Uqba Tanger, waar een geïsoleerde Byzantijnse buitenpost was. De garnizoenscommandant, de exarch Julianus, hielp Uqba graag bij zijn snelle vertrek, en wees hem naar het zuiden. Daar lag Volubilis: een oude Romeinse stad, inmiddels bebouwd met huizen in Berber-traditie, en met grafstenen vol Latijnse namen en titels. Een mooie illustratie van de laatantieke kruisbestuiving. De campagne ging verder in het Atlasgebergte en uiteindelijk stond Uqba ergens bij Agadir weer aan de Atlantische Oceaan. Alles bij elkaar had het leger in anderhalf jaar tijd 2700 kilometer afgelegd.

Volubilis

Net als bij de eerste aanval op Ifriqiya was het doel niet annexatie geweest, maar het bemachtigen van slaven en andere buit. Niemand verwachtte dat de tekens van onderwerping die Uqba ontving, duidden op eeuwige trouw. De terugkeer naar Ifriqiya verliep dan ook minder gemakkelijk, want zo snel duidelijk was dat het leger weg aan het gaan was, nam het Berberverzet in kracht toe.

Bij Tabuda, in de Aurès-bergen in Oost-Algerije, werd Uqba’s leger in 683 opgewacht door Kusayla, die had weten te ontsnappen en leiding was gaan geven aan het verzet tegen de Arabieren. Uqba’s leger had geen schijn van kans tegen de Berbers en Byzantijnen; hij ligt begraven in een stadje dat nog steeds Sidi Uqba heet.

Onmiddellijk na zijn overwinning bezette Kusayla Kairouan. De Arabische onderwerping van de Maghreb was al zeer voorbijgaand geweest, nu stond ook de heerschappij over Ifriqiya op het punt ongedaan gemaakt te worden.

[wordt vervolgd]

#AbuLMuhajir #Agadir #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #Gennadius #IbnKhaldun #Ifriqiya #jizya #JulianusExarch_ #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Kusayla #Lambaesis #Marokko #Tabuda #Tanger #Tiaret #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Volubilis #YazidI

Uqba ibn Nafi al-Fihri (1)

Moskee van Kairouan

[Derde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik heb Uqba ibn Nafi al-Fihri (622-683) al eens eerder genoemd: hij is de stichter van de Tunesische stad Kairouan en een voorouder van enkele leiders die een belangrijke rol speelden in de jaren na de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Uqba is in Nederland niet zo bekend, en een mens hoeft ook niet alles te weten, maar hij is een van de grote namen uit de geschiedenis van de Maghreb.

Eerst even zijn afkomst. Hij was een neef van Amr ibn al-As, een van de gezellen van de profeet Mohammed en de man die in 639-642 leiding had gegeven aan de Arabische verovering van Egypte. Al in 642 was hij doorgestoten naar de Cyrenaica, het noordoosten van het huidige Libië. Amr nam Uqba, die als kind overigens de profeet nog had gekend, met zich mee en wees hem aan als gouverneur van de stad Barka, het huidige El Marj in Libië. Uqba was pas drieëntwintig jaar oud.

De eerste Arabische aanval

Doordat de Arabieren vanuit Egypte westwaarts kwamen, dreigde het Exarchaat van Karthago, zoals de Byzantijnse Maghreb heette, afgesneden te raken van de rest van het imperium. Bovendien was het Exarchaat onvoldoende verdedigd. In 610 was de latere keizer Herakleios met het Afrikaanse leger naar Constantinopel gevaren en we hebben geen informatie dat nadien troepen waren teruggestuurd. Ze waren nodig geweest voor zijn langdurige oorlogen tegen de Perzen en tegen de Arabieren.

De exarch in Karthago, een zekere Gregorios, voorzag moeilijkheden en wist dat hij moest samenwerken met de Berbers. Hij verplaatste zijn residentie naar Sufetula, het huidige Sbeitla in het binnenland. Door op zoek te gaan naar eigen troepen, was hij feitelijk in opstand, en we lezen dat hij als motief opgaf dat keizer Konstans II, als aanhanger van het zogeheten monotheletisme, niet voldoende zuiver was in de christelijke leer. Dat riekt naar een voorwendsel.

Byzantijnse versterkingen in Sbeitla

De aanval kwam in 647, toen kalief Othman (r.644-656) een leger van Arabieren en Laguatan-Berbers naar het westen stuurde. Uqba stond aan het hoofd van een van de regimenten. Het kwam bij Sbeitla tot een gevecht, waarbij Gregorios sneuvelde en zijn dochter, die mee vocht, krijgsgevangen werd genomen. De Arabieren zetten haar op transport naar het oosten, maar onderweg pleegde ze zelfmoord door zich van haar dromedaris af te werpen. De resten van het Byzantijnse leger trokken zich terug naar Karthago en feitelijk mochten de Byzantijnen van geluk spreken dat de Arabieren zich ook terugtrokken. Ze waren gekomen om te plunderen en dat was goed gelukt.

De tweede Arabische aanval

In 670 promoveerde Muawiya, de eerste Umayyadische kalief, Uqba tot gouverneur van alle gebieden ten westen van Egypte. Hij had goede relaties met de Laguatan-Berbers, hij had in de tussentijd de oase van Germa geannexeerd, hij had op een of andere manier vriendelijke contacten met de steden Lepcis, Oea (Tripoli) en Sabratha in westelijk Libië, en hij kende de regio als geen ander. Zo moet hij hebben geweten dat de Byzantijnen de exarch in Karthago niet te hulp konden komen, omdat ze hun legers nodig hadden in Anatolië. Ook kon keizer Konstantinos IV niet aan anderen vragen namens hem te vechten, want de bevolking van Italië herinnerde zich enkele recente plunderingen en de bevolking van Sicilië steunde een opstandige generaal. De bronnen over die laatste opstand zijn onduidelijk, maar een daarvan, het Liber Pontificalis, vermeldt dat troepen uit Karthago de Byzantijnen op Sicilië te hulp schoten. Als dit waar is, was het huidige Tunesië onverdedigd toen Uqba naar het westen kwam.

Culturele pluriformiteit: joodse synagoge-inscriptie uit Djerba (Bardomuseum, Tunis)

Zonder problemen trok hij langs Lepcis, Oea en Sabratha in het noordwesten van Libië, zonder problemen passeerde hij Djerba en Gabès, en zonder problemen trok hij het huidige Tunesië binnen. Gevechten worden niet vermeld; het lijkt alsof iedereen zich zonder meer onderwierp, tribuut betaalde en afwachtte tot Uqba’s leger weer was vertrokken. Die verwachting was niet onredelijk, want Uqba bevond zich 1700 kilometer ten westen van zijn thuisbasis Barka.

Kairouan

Desondanks stichtte hij, zoals gezegd, de stad Kairouan. Zijn beslissing is overgeleverd door de dertiende-eeuwse geograaf Yaqut al-Hamawi:

Zo gauw je ze een zwaard voorhoudt, bekeren de bewoners van dit land zich tot de islam, zo gauw je vertrekt, wenden ze zich af van Gods religie en keren ze terug naar het ongeloof. Het verdient geen aanbeveling moslims te midden van hen te vestigen. Het lijkt me beter een stad te stichten die tot het einde der tijden een steun zal zijn voor de islam.

Verder zou Uqba erop hebben gewezen dat deze plek, ruim vijftig kilometer landinwaarts, ver genoeg van de zee lag om onbedreigd te zijn door de Byzantijnse vloot. We kunnen toevoegen dat Kairouan, net als Sbeitla, in het binnenland lag, zodat contact met de Berbers eenvoudig was. Het vanuit Kairouan bestuurde gebied staat bekend als Ifriqiya, wat natuurlijk de verbastering is van Africa.

De grote moskee van Kairouan

Een charmant detail is dat Uqba niet precies wist hoe hij de moskee moest oriënteren en dus maar besloot de gebedsnis te richten op de plek waar hij in de ochtend voor het eerst “Allah is groot” zou horen roepen. Dat heeft niet echt geholpen want de moskee staat zeker 45° uit de richting. Het blijft overigens een van de mooiste moskeeën die ik heb bezocht, samen met die van Damghan, Córdoba en Edirne.

[Wordt vervolgd]

#Algerije #Altava #AmrIbnAlAs #ArabischeVeroveringen #Barka #Berbers #Cyrenaïca #Djerba #Gabès #Germa #GregoriosExarch_ #Herakleios #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanDamascus #KonstansII #KonstantijnIV #Laguatan #LepcisMagna #LiberPontificalis #monotheletisme #MuawiyaI #Oea #Othman #Sabratha #TripoliLibië_ #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #YaqutAlHamawi