De Maronitische Wereldkroniek (8) Konstans II
Konstans II (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)[Dit is het achtste van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]
954 SE. ≡ okt.642/sept.643
Toen … Konstans, zoon van Konstantinos, en het was het jaar 954 toen Konstans op de troon zat.
2 Konstans ≡ okt.644/sept.645
In het tweede jaar van Konstans overleed…
……
In het hele land van de Romeinen namen ze mensen gevangen. Ze plunderden, doodden, verbrandden en vernielden alles, en deden genadeloos alles wat ze wilden doen. Er was geen plaats die aan hun handen ontsnapte, behalve de stad van de keizer. Zo brachten ze het sterke rijk van de Romeinen, dat zijn gelijke niet kende, ten val en brachten het in deze staat van grote vernedering.
Maar lof zij de wijze Rechter die alles naar Zijn believen vermag te doen.
Commentaar
De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek geeft elk van de kort regerende zonen van Herakleios een regeringsjaar, zodat het eerste eigen jaar van Konstans 643/644 is, hoewel hij al eerder aan de macht was gekomen. De man die in 644/645 overleed zou kalief Omar kunnen zijn. Zijn opvolger was Othman.
962 SE. ≡ 8 Konstans ≡ okt.650/sept.651
Nog erger dan dit was wat de Arabieren deden in het land van de Perzen. Na vele veldslagen met de Perzen was hun koning Yazdgard de laatste die werd gedood. Al zijn legers gingen ten onder en het rijk van de Perzen verdween volledig in het jaar 962, het achtste jaar van Konstans, keizer van de Romeinen. De Perzen die overbleven, werden onderdanen die de jizya aan de Arabieren moesten betalen. De heerschappij van de Perzen had vier eeuwen geduurd, vanaf het begin tot aan deze gebeurtenis.
Commentaar
Yazdgard III werd steeds verder naar het oosten gedrongen en kreeg geen opvolger meer. De jizya was de belasting die niet-moslims in het Kalifaat moesten betalen. De hieronder genoemde moord op kalief Othman vond plaats op 12 Dhu al-Hijjah 35 AH ofwel 17 juni 656: onze chroniqueur doet zijn best en presenteert drie dateringen voor diezelfde gebeurtenis, maar slaat opnieuw mis bij de islamitische jaartelling. Daarentegen is zijn informatie wel correct over de codificatie van de Koran en Othmans opdracht afwijkende boeken te vernietigen.
967 SE. ≡ 13 Konstans ≡ 36 AH ≡ okt.655/sept.656
In het jaar 967, het dertiende jaar van Konstans, het zesendertigste jaar in de jaartelling van de Arabieren, kwamen de Arabieren in opstand tegen hun koning Othman, zoon van ‘Affan, en doodden hem in zijn twaalfde regeringsjaar. Ze waren gewoon van Othman te vertellen dat hij de heerschappij van Mohammed had beschreven en dat hij een boek voor hen had samengesteld en geschreven, en dat hij dit naar al zijn legers had gestuurd met het bevel om alleen dit boek te volgen en alle andere heilige boeken die ze in hun bezit hadden te verbranden.
De Arabieren die in het westen woonden, accepteerden Muawiya als hun leider en volgden hem in alles wat hij hun opdroeg. Wat betreft degenen die in het oosten woonden, sommigen gehoorzaamden en anderen niet.
Degenen die aan niets gehoorzaamden worden de Harurieten genoemd.
Toen Othman werd vermoord, was Muawiya, de heer van de legers van het westen, het niet eens met degenen die hem hadden vermoord, en hij verzamelde de legers van het westen en trok ten strijde tegen de oosterlingen. Ook de emir van het oosten verzamelde alle oosterse legers en trok ten strijde tegen Muawiya.
Commentaar
Na de moord op Othman werd Mohammeds schoonzoon imam Ali erkend als kalief (“de emir van het oosten”), maar Othmans verwant Muawiya I, de gouverneur van Damascus, erkende dat niet, en beschuldigde Ali’s aanhangers van de moord. Na de slag bij Siffin (hieronder) kwamen de twee partijen arbitrage overeen, waarop een groep aanhangers van Ali zich afzonderde naar een plaats genaamd Harura; deze Harurieten meenden dat Ali, door in te stemmen met arbitrage, zijn door God gegeven gezag aan een menselijk oordeel had onderworpen en dus had gezondigd. Uit hun kring kwam de latere moordenaar van Ali voort. De samensteller van de Maronitische Wereldkroniek plaatst het ontstaan van de Harurieten iets te vroeg.
968 SE. ≡ okt.656/sept.657
In het jaar 968, op een vrijdag in juli, ontstond er een gevecht in Siffin aan de Eufraat, waarbij aan beide zijden veel mannen sneuvelden.
……
… velen van hen vielen in Romeinse handen.
Commentaar
Dit laatste zinnetje lijkt te verwijzen naar de mislukte Arabische poging Constantinopel in te nemen. En het volgende zinnetje verwijst alweer naar de oorlog tussen de Byzantijnen en het Kalifaat van Damascus, waar de familie van Muawiya (de Umayyaden) nog een kleine eeuw de macht zou uitoefenen.
Wat Muawiya betreft, hij stuurde elk jaar het leger van de Arabieren naar het land van de Romeinen … waar ze alles verwoestten, iedereen gevangen namen en al hun land plunderden.
#AdrianPirtea #AlexHourani #bronnenuitgave #Constantinopel #imamAli #jizya #Kalifaat #KonstansII #Koran #MaronitischeWereldkroniek #MuawiyaI #Omar #Othman #UmayyadenUqba ibn Nafi al-Fihri (2)
Byzantijnse versterkingen in Lambaesis[Vierde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Het was in het nog jonge Kalifaat niet ongebruikelijk dat succesvolle generaals werden weggepromoveerd of gearresteerd vóór ze een eigen machtsbasis hadden die een bedreiging voor de kalief kon worden. Dat overkwam ook Uqba ibn Nafi al-Fihri, die door een nieuwe gouverneur werd gevangengenomen.
Kusayla
De nieuwkomer, Abu ’l-Muhajir, consolideerde het gezag in Ifriqiya door een verdrag te sluiten met een Berberleider die in de bronnen Kusayla wordt genoemd, mogelijk een weergave van het Latijnse Caecilius of het Berbers Kasil, “luipaard”. Volgens de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun kwam Kusayla uit Tlemcen, in het uiterste westen van het huidige Algerije, terwijl moderne historici hebben geopperd dat het gaat om het niet ver daarvandaan gelegen Altava, dat we in de voorafgaande blogjes al tegenkwamen. De Byzantijnse generaal Gennadius had het daar bestaande koninkrijk weer in het keizerlijke bestel geïntegreerd, maar dat was nu voorbij: Kusayla verruilde zijn christelijke religie voor de islam en vestigde zich in Kairouan.
We zouden meer willen weten over de pacificatie van de steden in Tripolitanië en Ifriqiya, maar we lezen er weinig over. Misschien sloten Uqba ibn Nafi al-Fihri en Abu ’l-Muhajir verdragen zoals de Arabische veroveraars van Iberië een halve eeuw later zouden sluiten met Theodomir: in ruil voor een geringe belasting (jizya) en erkenning, lieten de Arabieren hun nieuwe onderdanen met rust. In elk geval vond Abu ’l-Muhajir in 678 dat hij sterk genoeg was voor de belegering van Karthago, dat overzee maar mondjesmaat bevoorraad kon worden en niet meer op Altava kon rekenen voor versterking.
De derde Arabische aanval
In april 680 overleed kalief Muawiya; hij werd opgevolgd door zijn zoon Yazid I. Hij herstelde Uqba in zijn oude positie, en terwijl de kalief zich stortte in het conflict rond Kerbala, reisde Uqba snel naar Kairouan, waar hij Abu ’l-Muhajir en Kusayla arresteerde en in één moeite door een bliksemcampagne naar het westen ontketende. Hij wilde de eerste Berbers hebben onderworpen vóór ze wisten van de arrestatie van Kusayla. In enkele weken tijd donderde Uqba’s leger naar Bagai en Lambaesis, waar Uqba de Berbers en de laatste Byzantijnse troepen versloeg, en naar Tiaret in het westen van Algerije.
Eenmaal in het huidige Marokko bereikte Uqba Tanger, waar een geïsoleerde Byzantijnse buitenpost was. De garnizoenscommandant, de exarch Julianus, hielp Uqba graag bij zijn snelle vertrek, en wees hem naar het zuiden. Daar lag Volubilis: een oude Romeinse stad, inmiddels bebouwd met huizen in Berber-traditie, en met grafstenen vol Latijnse namen en titels. Een mooie illustratie van de laatantieke kruisbestuiving. De campagne ging verder in het Atlasgebergte en uiteindelijk stond Uqba ergens bij Agadir weer aan de Atlantische Oceaan. Alles bij elkaar had het leger in anderhalf jaar tijd 2700 kilometer afgelegd.
VolubilisNet als bij de eerste aanval op Ifriqiya was het doel niet annexatie geweest, maar het bemachtigen van slaven en andere buit. Niemand verwachtte dat de tekens van onderwerping die Uqba ontving, duidden op eeuwige trouw. De terugkeer naar Ifriqiya verliep dan ook minder gemakkelijk, want zo snel duidelijk was dat het leger weg aan het gaan was, nam het Berberverzet in kracht toe.
Bij Tabuda, in de Aurès-bergen in Oost-Algerije, werd Uqba’s leger in 683 opgewacht door Kusayla, die had weten te ontsnappen en leiding was gaan geven aan het verzet tegen de Arabieren. Uqba’s leger had geen schijn van kans tegen de Berbers en Byzantijnen; hij ligt begraven in een stadje dat nog steeds Sidi Uqba heet.
Onmiddellijk na zijn overwinning bezette Kusayla Kairouan. De Arabische onderwerping van de Maghreb was al zeer voorbijgaand geweest, nu stond ook de heerschappij over Ifriqiya op het punt ongedaan gemaakt te worden.
#AbuLMuhajir #Agadir #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #Gennadius #IbnKhaldun #Ifriqiya #jizya #JulianusExarch_ #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Kusayla #Lambaesis #Marokko #Tabuda #Tanger #Tiaret #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Volubilis #YazidI
De martelaren van Córdoba
Campo Santo de los Mártires, Córdoba[Laatste van vier blogjes over het Emiraat/Kalifaat van Córdoba. Het eerste was hier.]
Ik heb al eerder aangegeven dat het beeld van het Arabische Andalusië als model van religieuze tolerantie, onvolledig is. Dhimmi’s werden getolereerd maar waren geen volwaardige ingezetenen die in aanmerking kwamen voor hoge ambten. De mozaraben, zoals de Iberische christenen heten, moesten de jizya opbrengen en hadden te maken met discriminerende bepalingen, zoals een verbod op het bouwen van kerktorens.
Er waren wel wat geitenpaadjes. Officieel mocht een christelijke man niet trouwen met een moslima, maar hier viel met een betaling een mouw aan te passen. Het leven kon erger. Desondanks is significant dat we zelden horen van mensen die zich kwamen vestigen in El-Andalus, en wel over mensen die vertrokken. En er zijn twee gebeurtenissen die bewijzen dat de mozaraben zich in de negende eeuw bedreigd voelden.
De martelaren van Córdoba
Het eerste voorval kennen we uit de tekst die bekendstaat als Memoriale Sanctorum (“gedenkschrift van de heiligen”), geschreven door Eulogius, een priester uit Córdoba. Daarnaast is er het heiligenleven van deze Eulogius, die de biechtvader was van de meeste martelaren.
Het schijnt dat de verdwijning van de christelijke cultuur voor Eulogius en zijn biechtelingen aanleiding was tot diepe bezorgdheid, en het staat min of meer vast dat deze groep actief het martelaarschap opzocht. De eerste was een zekere Izaak, die in de zomer van 851 aangaf zich te willen bekeren tot de islam en aan de qadi, religieuze rechter, vroeg hem uit te leggen wat de islam inhield. Halverwege onderbrak hij zijn docent met de mededeling dat Mohammed een antichrist was. De qadi dacht wat elk weldenkend mens zou denken, namelijk dat zijn gast dronken was. Izaak werd dus ter ontnuchtering in een cel vastgezet, maar herhaalde de volgende dag zijn bewering. Uiteindelijk werd hij op last van emir Abd al-Rahman II onthoofd. In de loop van de zomer volgden nog twaalf anderen, waaronder biechtelingen en collega’s van Eulogius.
Mozarabische grafsteen (Archeologisch museum, Córdoba)In het voorjaar van 852 vond een kerkelijke synode plaats, waarin de mozarabische bisschoppen het zelfgezochte martelaarschap veroordeelden als zelfmoord en doodzonde. De geestelijken lieten Eulogius gevangen zetten, maar dat nam het probleem niet weg. In de zomer werden nog eens dertien mensen terechtgesteld, en uit de volgende vier zomers zijn nog zeventien executies bekend. De laatste martelaar was Eulogius, die in 859 werd onthoofd. Ook in Huesca zijn nog mensen geëxecuteerd.
Het Campo Santo de los Mártires was de laatste rustplaats van de martelaren van Córdoba. Een christenvervolging was dit niet: eerder lijkt het te gaan om een groep mensen die collectief verblind was geraakt. Het voorval bewijst echter wel dat er mozarabische christenen waren die de beperkende maatregelen die hun waren opgelegd, beschouwden als een bedreiging van wie ze ten diepste waren. En er waren meer mensen die er zo over dachten.
Umar ibn Hafsun
Dat blijkt uit de steun voor Umar ibn Hafsun, een bandietenleider die zijn basis had in het oude Romeinse bergfort Bobastro. Door te appelleren aan de ressentimenten van de mozaraben wist hij ze voor zich te winnen en verschillende kastelen en versterkte boerderijen te veroveren. Vanaf 885 beheerste hij de belangrijke weg van Córdoba naar Málaga en later, in 899, bekeerde hij zich tot het christendom. In Bobastro zijn nog de ruïnes van een door hem in de rotsen uitgehouwen kerk te zien. Als Umars geloofsovergang diende om steun te krijgen van koning Alfonso III van Asturië, mislukte het plan, maar het leverde hem wel de steun op van nog meer mozaraben.
De rotskerk van BobastroEr is veel gemaakt van deze gebeurtenis omdat ze zou betekenen dat de mozaraben zich altijd tegen hun islamitische overheersers zouden hebben verzet. In deze visie werd benadrukt dat Spanje al sinds de Romeinse tijd een rooms-katholiek land was dat de Visigotische immigranten had geassimileerd, en vervolgens nooit werkelijk zou zijn geïslamiseerd. Spanje was, zo bezien, eigenlijk al vanaf 711 een land vol kruisvaarders die zich verzetten tegen de islam.
Hierbij wordt echter, zo lijkt het, teveel betekenis gegeven aan wat voor de meeste betrokkenen een belastingoproer was. Ook het feit dat Umar, als het hem uitkwam, zij aan zij met emir Abd al-Rahman III streed tegen de noordelijke christenen, wordt wat makkelijk weggemoffeld. Umar ibn Hafsun was een opportunistische bandietenkoning, niet méér, en de gebeurtenissen vormen zeker niet de algehele “mozarabische opstand” die ervan is gemaakt. Wat de gebeurtenissen echter wél veronderstellen is de door de christenen ervaren repressie.
Kortom
Meer incidenten zijn er niet – of beter: ik ken ze niet. De mozaraben waren, net als de joden, een gedoogde groep, die zichzelf onderdrukt voelde. Dat was niet ten onrechte, maar wie bereid was extra belasting te betalen en zich wat in te schikken, had in Córdoba een voor die tijd redelijk grote religieuze vrijheid. Maar het schuurde. Niet elke ingezetene van het Emiraat van Córdoba meende dat hij leefde in een religieus tolerante samenleving.
#AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #AlfonsoIIIVanAsturië #Andalusië #Bobastro #Córdoba #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Eulogius #jizya #KalifaatVanCórdoba #martelaarschap #martelarenVanCórdoba #mozaraben #Spanje #UmarIbnHafsun
De Arabische verovering van Andalusië (3)
De Pyreneeën[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]
In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.
De slag bij Poitiers
Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.
De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.
Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.
Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij PoitiersSpanningen
Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.
Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.
Burgeroorlog
De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.
Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.
Nieuwe leiders
De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.
Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was meer bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende derde was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.
Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.
#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri
De Arabische verovering van Andalusië (2)
Dirham uit Andalusië; het centrale opschrift luidt dat er geen god is dan Allah alleen, die geen deelgenoot heeft; het randschrift luidt dat de munt is geslagen in de naam van god in het jaar 106 (725 na Chr.; Archeologisch museum, Córdoba)[Tweede van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]
Het veroveren van een gebied is één ding, het behouden is een ander. Het was de Arabieren en Berbers die met Tariq ibn Ziyad naar Iberië waren gekomen, te doen geweest om buit, maar vanaf de komst van Musa ibn Nusayr was de opzet het gebied te behouden. Dat riep de vraag op hoe de veroveraars het land moesten pacificeren en dat betekende samenwerking met de rijksgroten van het overrompelde Rijk van Toledo.
Verdragen
Musa sloot verdragen met de diverse lokale heersers, mannen met de rang van comes; de Latijnse titel zou later worden gebruikt om graven te typeren, de militaire bestuurders van een bepaalde regio. Eén zo’n verdrag is over: het is in 713 gesloten met een zekere Theodomir, die heerste over enkele oostelijke havensteden. Het kwam erop neer dat Theodomir de Arabische hegemonie erkende, dat de steden zichzelf mochten blijven besturen, dat er geen religieuze dwang was en dat Theodomirs mensen geen hulp mochten verlenen aan de vijanden van het Kalifaat. Verder was er een jaarlijkse belasting (jizya) van één dinar en wat landbouwproducten per persoon en de helft voor een slaaf. De rijken werden ontzien: niet alleen was de hoofdelijke belasting laag, er werd ook geen land geconfisqueerd. Na enkele jaren werd het tarief overigens verhoogd (721).
Er moeten meer van dit soort verdragen geweest, en omdat de lasten licht waren, was het niet moeilijk voor de bewoners van het Rijk van Toledo om de nieuwe heersers te erkennen. Enkele steden boden weerstand, maar moesten capituleren: Sevilla, Toledo, Mérida en vermoedelijk Elvira.
De Arabieren hadden de gewoonte nieuwe, islamitische steden aan te leggen, die de oude bestuurscentra moesten vervangen. Kufa kwam dus in de plaats van Ktesifon, Caïro verving Alexandrië en Kairouan nam de plaats in van Karthago. In Andalusië verrees Granada naast het oude bestuurscentrum Elvira. Toledo raakte, nu er geen koning meer resideerde, in verval; de voornaamste residentie van de Arabische heersers zou in Córdoba komen, waar men ook de munten van El-Andalus sloeg.
Landverdeling
Anders dan wanneer de bevolking zich meteen onderwierp en de grondbezitters hun land mochten houden, confisqueerden de Arabieren het land van een stad die ze hadden moeten veroveren. Zulke grond heette jund en werd toegewezen aan legereenheden die in onze bronnen de naam dragen van oude Arabische stammen. Of het werkelijk gaat om de familieleden van mensen die een eeuw eerder op het Arabische Schiereiland hebben gewoond, staat te bezien. Er is wel geopperd dat het feitelijk gaat om de namen van regimenten.
Er is ook wel beweerd dat de Berbers slechtere junds kregen dan de Arabieren, maar wellicht ligt dat genuanceerder. Het is mogelijk dat elke groep land zocht dat leek op wat in het vaderland was achtergelaten. De Berbergroep die bekendstaat als Baranis zou dan land in de noordelijke bergen hebben gekregen omdat ze uit de Algerijnse bergen waren gekomen. Ik kan dit niet beoordelen. De kwestie zou al snel heel belangrijk zijn.
#Andalusië #Écija #Baranis #Berbers #Córdoba #comes #ElAndalus #Elvira #Granada #jizya #Mérida #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #Sevilla #Spanje #TariqIbnZiyad #Theodomir #Toledo
Islamitisch recht (1) ontstaan
Negende-eeuwse Koran (Museum van islamitische kunst, Teheran)Een tijdje geleden – een jaar, zo ontdek ik nu – vertelde ik hoe het Kalifaat was ontstaan: de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid. Ik onderscheidde de groei van die politieke structuur van die van de dominante religie, de islam. Misschien is het zinvol ook daar eens op in te gaan, want het is een interessant onderwerp.
Bekering, maar waartoe?
Religieuze veranderingsprocessen verlopen niet heel anders dan de introductie van nieuwe commerciële producten of diensten. Op de early adopters volgt een early majority, er is een late majority en tot slot zijn er laggards. Dat was bij de islamisering niet anders en dat proces voltrok zich langzaam, want de Koran stelt dat in geloofszaken geen dwang bestaan.noot Koran 2.256 en 10.99. Toen het Umayyadische kalifaat van Damascus in 750 ten einde kwam, was in de gebieden buiten het Arabische schiereiland hooguit een tiende van de bevolking overgegaan tot de religie van de overheersers. Vier eeuwen later, ten tijde van de Kruistochten, was het Midden-Oosten nog voor de helft christelijk.
Zelfs als in een bepaald gebied een meerderheid zich tot de islam had bekeerd, wilde dat niet zeggen dat iedereen dezelfde opvattingen had. Daarvoor waren de Grote Arabische Veroveringen te snel verlopen. Zo’n twintig jaar na de dood van Mohammed strekte het Kalifaat zich al uit van Tripoli in Libië tot Herat in Afghanistan: hemelsbreed 5000 kilometer. Dat wil zeggen dat de buitengrens van het gebied dat het politieke gezag van de kalief erkende, zich elk jaar 125 kilometer in westelijke en 125 kilometer in oostelijke richting had uitgebreid. Zo’n groot gebied kon zich niet op een betekenisvolle manier islamiseren.
Bovendien: waaruit bestond de islam zo rond 650? Men deelde enkele geloofswaarheden: er was één god, een gelovige moest aalmoezen geven en een paar keer per dag bidden. De bijzondere status van Mohammed werd eerst later een thema, regels voor de ramadan en de pelgrimage naar Mekka waren nog in de maak, net zoals de regels van de sharia. Anders geformuleerd: er waren wel mensen die zich bekeerden tot de islam, maar de islam was nog in wording, en het gebied was al te groot om één enkel religieus stelsel te laten groeien.
Islamitisch recht
Waarop zou dat immers kunnen worden gebaseerd? De Koran, zou het antwoord hebben kunnen luiden, maar nog afgezien van het feit dat er aanvankelijk geen standaardtekst was – die werd pas door kalief Othman vastgesteld – was het heilige boek weinig geschikt als rechtsbron. Anders dan bijvoorbeeld de Wet van Mozes, die bestaat uit 365 verboden en 248 geboden, bevat de Koran weinig richtlijnen. Van de ruim 6000 versregels gaan er zo’n vijfhonderd over religieuze verplichtingen, terwijl slechts tachtig verzen kunnen worden beschouwd als seculiere regelgeving.
In hun algemeenheid zijn die te typeren als pogingen het gewoonterecht bij te stellen in meer humane zin. Mohammed leefde in een stamsamenleving waarin degenen die de bloedwraak moesten voltrekken zich vaak verplicht voelden de dood van de dierbare overledene te wreken met het vermoorden van meer dan één lid van de clan van de veronderstelde moordenaar. Mohammeds gebod “één leven voor één leven” diende om zulke escalatie te beletten.noot Koran 5.45. De Profeet probeerde ook de positie van de vrouw te verbeteren door bijvoorbeeld tachtig zweepslagen in het vooruitzicht te stellen aan degene die een onware beschuldiging van overspel uitte.noot Koran 24.4. Beide voorbeelden zijn reacties op specifieke gebeurtenissen en de Koran biedt geen systematische behandeling van algemene problemen.
Gewoonterecht
Dit maakt de Koran voor de jurist lastig bruikbaar, al valt er één principe uit af te leiden: tenzij Mohammed iets had gewijzigd, bleef het gewoonterecht gehandhaafd. De Umayyadische kaliefen zagen kans noch aanleiding dit te veranderen. Zoals in zoveel voorindustriële samenlevingen kende het Kalifaat van Damascus dus verschillende rechtsstelsels naast elkaar. De rechter ter plaatse had aanzienlijke vrijheid.
Neem het huwelijksrecht. Het was in Mesopotamië, waar Syriërs, Arabieren en Perzen woonden bij de aloude Mesopotamiërs, noodzakelijk dat er bepalingen kwamen over wie mocht trouwen met wie, terwijl dit geen kwestie was in Medina, waar alleen Arabieren leefden. De situatie werd verder gecompliceerd door de aanwezigheid van dhimmi’s: joden en christenen die golden als beschermde minderheid met eigen rechten én een extra belastingplicht (jizya). De kaliefen lieten de provinciegouverneurs wel rechters aanwijzen, de qadi’s, maar er waren daarnaast allerlei andere functionarissen tot wie men zich eveneens kon wenden voor advies of een vonnis, zoals de stamoudste of de marktmeester.
Men kan de Umayyaden er dus bezwaarlijk van beschuldigen dat ze het leven van hun onderdanen overmatig reguleerden, terwijl toch menigeen verwachtte dat de heersers der gelovigen een actiever beleid voerden om de moslims te leiden op het pad der deugd. In de vroege achtste eeuw groeide onder de orthodoxe gelovigen de frustratie.
#ArabischeVeroveringen #dhimmi #islamisering #islamitischRecht #jizya #Kalifaat #KalifaatVanDamascus #Koran #Mohammed #sharia #Tora #Umayyaden