De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Wat ik wel en niet snap

Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

Eenheid en versplintering, deel één

Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Eenheid en versplintering, deel twee

Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

Eenheid en versplintering, deel drie

De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

Ibn Khaldun

Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

#Abbasiden #Aghlabiden #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

Asturië

Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

Reconquista

Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

Helemáál onwaar is het niet. Het herstel van het Visigotische Rijk van Toledo speelde een rol in de koningsideologie van de christelijke staatjes in het noorden van het Iberische Schiereiland. Er waren momenten waarop de bewapende conflicten het karakter hadden van een clash of civilizations tussen christendom en islam. Dat Sint-Jakobus de Meerdere de bijnaam Matamoros kreeg, “Morendoder”, is natuurlijk niet niks. Maar het grootste deel van de periode tussen 711 en 1492 was er sprake van co-existentie, onderbroken door strooptochten waarbij het meer ging om buit dan godsdienst.

Ik denk dat de meeste mediëvisten de term “Reconquista” alleen nog gebruiken in het bewustzijn dat het eigenlijk een draak van een concept is – maar ja, ze is nu eenmaal ingeburgerd en helpt je je publiek te bereiken. Het is niet anders dan de bioloog die de mosasaurus maar een dinosaurus noemt, hoewel hij weet dat het feitelijk een schubreptiel is.

Asturië

Asturië is, heel simpel, de noordelijke kustregio van Spanje: een bergachtig gebied, dat de veroveraars bestuurden zoals de rest van het Iberische Schiereiland, dus door middel van een verdrag met een plaatselijk heerser zoals de Theodomir die we al tegenkwamen. Toen de diverse legeronderdelen hun jund kregen, kregen de Baranis-Berbers gebieden benoorden de Taag, maar er waren weinig troepen in het hoogste noorden, waar een garnizoen in de havenstad Gijón volstond. De lokale heerser met wie de veroveraars zaken deden was vrijwel zeker een comes genaamd Pelagius.

In 722, meteen na de belastingverhoging van het voorafgaande jaar, kwam hij in opstand. De Berbers trokken hem vanuit Gijón tegemoet maar werden verslagen in de buurt van het klooster van Covadonga (Cova Domnica, “Onze Lieve Vrouwe-grot”). Latere, Asturische bronnen beweren dat Pelagius’ tegenstander Uthman ibn Naissa om het leven kwam, maar uit contemporaine Arabische bronnen is bekend dat hij actief is geweest in de oostelijke Pyreneeën.

Het gevecht bij Covadonga en de overwinning stelden op zich niet veel voor, maar waren voldoende voor Pelagius om vanuit zijn nabijgelegen villa bij Cangas als vorst te gaan regeren. Zijn schoonzoon Alfonso I kwam in 739 aan de macht en is de feitelijke grondlegger van het koninkrijkje Asturië. Hij profiteerde ervan dat aan het begin van zijn regering de Baranis-Berbers, zoals ik in een eerder blogje heb aangegeven, in opstand kwamen tegen generaal Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri. Ze ontruimden Gijón en trokken zuidwaarts. Dat schaadde de Asturische onafhankelijkheid bepaald niet. Verder was deze Alfonso de zoon van een voorname edelman die zou stammen uit het Visigotische koninklijk huis. De waarheid van die claim is minder belangrijk dan het feit dat de Asturische dynastie zich voortaan legitimeerde als opvolger van het Rijk van Toledo.

Tussen emiraat en keizerrijk

Had Alfonso geprofiteerd van de interne conflicten in El-Andalus, zijn zoon en opvolger Fruela I (r.757-768) ondervond de nadelen van het herenigd Emiraat: vanaf 759 namen de Arabieren, verenigd onder Abd al-Rahman I, weer de moeite tribuut te vorderen. Asturië was nu een kleine vazalstaat naast een machtige zuiderbuur en daaraan konden Fruela’s opvolgers weinig veranderen. De Asturiërs bleven afzijdig toen Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën kwam.

Alfonso II in een handschrift uit Santiago de Compostela

Ik noem nog de lange regering van koning Alfonso II de Kuise (r.791-842), die te maken kreeg met zó veel Arabische strooptochten dat hij hulp zocht bij de paus en bij de door zijn voorgangers gefnuikte Karel de Grote. Die erkende hem en kreeg in ruil Asturische hulp bij het instellen van de Spaanse Mark.

Asturië kwam zo onder invloed van het christendom zoals het bestond ten noorden van de Pyreneeën en in Italië. Weliswaar wilde het Spaanse koninkrijkje lijken op het Rijk van Toledo, maar een eigen staatskerk met eigen synodes was er niet langer. De banden met het Karolingische Rijk werden versterkt toen Alfonso in 814 het heiligdom van Santiago de Compostela stichtte, waardoor een gestage stroom pelgrims naar Asturië kwam. Dat Asturië nu naar het noorden keek, wil overigens niet zeggen dat men nooit keek naar het zuiden: bij bouwprojecten in Santiago en de nieuwe hoofdstad Oviedo waren kunstenaars werkzaam uit het Emiraat.

Asturië verdeeld

Onder Alfonso III de Grote (r.866-910) werd het koninkrijk naar het oosten uitgebreid (ten koste van het markgraafschap Pamplona). Profiterend van de revolte van de in het vorige blogje genoemde Umar ibn Hafsun, wist Alfonso ook naar het zuiden op te rukken, in de richting van de Duero. Léon werd de nieuwe hoofdstad.

Bij zijn dood verdeelde hij zijn koninkrijk over zijn zonen, waardoor nieuwe koninkrijken ontstonden. Het is hier niet nodig in detail de geschiedenis daarvan te herhalen, maar het komt erop neer dat in het noordwesten het koninkrijk Léon lag, in het centrum Castilië, daarnaast Navarra (rond Pamplona), gevolgd door het vooralsnog kleine Aragón en helemaal in het oosten het graafschap Barcelona. Deze staatjes streden even vaak tegen elkaar als tegen hun zuiderburen. Van een Reconquista was eeuwenlang geen sprake. Pas na 1085 begon dat te veranderen, maar het was pas toen in 1492 Granada viel, dat het kon lijken alsof de herovering van het Iberische Schiereiland altijd als een rode draad door de Spaanse geschiedenis had gelopen.

[wordt vervolgd]

#AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #AlfonsoIVanAsturië #AlfonsoIIDeKuiseVanAsturië #Aragón #Asturië #Baranis #Barcelona #Castilië #Catalonië #clashOfCivilizations #comes #Covadonga #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #FruelaIVanAsturië #Gijón #JakobusDeMeerdere #Léon #mosasaurus #Navarra #Oviedo #Pamplona #PelagiusVanAsturië #Reconquista #RijkVanToledo #SantiagoDeCompostela #SantiagoMatamoros #SpaanseMark #Spanje #Theodomir #UthmanIbnNaissa

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.

Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.

Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij Poitiers

Spanningen

Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.

Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.

Burgeroorlog

De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.

Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.

Nieuwe leiders

De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.

Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was meer bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende derde was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.

Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.

[wordt vervolgd]

#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri

De Arabische verovering van Andalusië (2)

Dirham uit Andalusië; het centrale opschrift luidt dat er geen god is dan Allah alleen, die geen deelgenoot heeft; het randschrift luidt dat de munt is geslagen in de naam van god in het jaar 106 (725 na Chr.; Archeologisch museum, Córdoba)

[Tweede van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

Het veroveren van een gebied is één ding, het behouden is een ander. Het was de Arabieren en Berbers die met Tariq ibn Ziyad naar Iberië waren gekomen, te doen geweest om buit, maar vanaf de komst van Musa ibn Nusayr was de opzet het gebied te behouden. Dat riep de vraag op hoe de veroveraars het land moesten pacificeren en dat betekende samenwerking met de rijksgroten van het overrompelde Rijk van Toledo.

Verdragen

Musa sloot verdragen met de diverse lokale heersers, mannen met de rang van comes; de Latijnse titel zou later worden gebruikt om graven te typeren, de militaire bestuurders van een bepaalde regio. Eén zo’n verdrag is over: het is in 713 gesloten met een zekere Theodomir, die heerste over enkele oostelijke havensteden. Het kwam erop neer dat Theodomir de Arabische hegemonie erkende, dat de steden zichzelf mochten blijven besturen, dat er geen religieuze dwang was en dat Theodomirs mensen geen hulp mochten verlenen aan de vijanden van het Kalifaat. Verder was er een jaarlijkse belasting (jizya) van één dinar en wat landbouwproducten per persoon en de helft voor een slaaf. De rijken werden ontzien: niet alleen was de hoofdelijke belasting laag, er werd ook geen land geconfisqueerd. Na enkele jaren werd het tarief overigens verhoogd (721).

Er moeten meer van dit soort verdragen geweest, en omdat de lasten licht waren, was het niet moeilijk voor de bewoners van het Rijk van Toledo om de nieuwe heersers te erkennen. Enkele steden boden weerstand, maar moesten capituleren: Sevilla, Toledo, Mérida en vermoedelijk Elvira.

De Arabieren hadden de gewoonte nieuwe, islamitische steden aan te leggen, die de oude bestuurscentra moesten vervangen. Kufa kwam dus in de plaats van Ktesifon, Caïro verving Alexandrië en Kairouan nam de plaats in van Karthago. In Andalusië verrees Granada naast het oude bestuurscentrum Elvira. Toledo raakte, nu er geen koning meer resideerde, in verval; de voornaamste residentie van de Arabische heersers zou in Córdoba komen, waar men ook de munten van El-Andalus sloeg.

Landverdeling

Anders dan wanneer de bevolking zich meteen onderwierp en de grondbezitters hun land mochten houden, confisqueerden de Arabieren het land van een stad die ze hadden moeten veroveren. Zulke grond heette jund en werd toegewezen aan legereenheden die in onze bronnen de naam dragen van oude Arabische stammen. Of het werkelijk gaat om de familieleden van mensen die een eeuw eerder op het Arabische Schiereiland hebben gewoond, staat te bezien. Er is wel geopperd dat het feitelijk gaat om de namen van regimenten.

Er is ook wel beweerd dat de Berbers slechtere junds kregen dan de Arabieren, maar wellicht ligt dat genuanceerder. Het is mogelijk dat elke groep land zocht dat leek op wat in het vaderland was achtergelaten. De Berbergroep die bekendstaat als Baranis zou dan land in de noordelijke bergen hebben gekregen omdat ze uit de Algerijnse bergen waren gekomen. Ik kan dit niet beoordelen. De kwestie zou al snel heel belangrijk zijn.

[Wordt vervolgd]

#Andalusië #Écija #Baranis #Berbers #Córdoba #comes #ElAndalus #Elvira #Granada #jizya #Mérida #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #Sevilla #Spanje #TariqIbnZiyad #Theodomir #Toledo