Het Ware Kruis (2)

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Tweede en laatste blogje over de geschiedenis van het Ware Kruis in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

In het jaar 602 brak een enorme oorlog uit tussen het Byzantijnse Rijk en het rijk van de Sassanidische Perzen. Het kruisfragment in Jeruzalem, dat blijkbaar niet groter was dan het kistje waarin het paste, werd in 614 meegenomen toen de legers van de Sasanidische koning Khusrau II de Overwinnaar, aangevoerd door generaal Shahrbaraz, Jeruzalem bezetten. De vele nestoriaanse christenen in het Perzische Rijk, met hun nadruk op het menselijke aspect van Christus’ bestaan, zullen het hebben gewaardeerd. Veertien jaar en enkele nederlagen later, moesten de Perzen het teruggeven aan de Byzantijnse keizer Herakleios.

De nieuwe plaatsing van het reliek in Jeruzalem op 14 september 628 is sindsdien herdacht als het feest van Kruisverheffing. De teruggave van het kruisfragment is een historisch feit, maar ook hier ging de legendevorming ermee aan de haal: omdat het toch wat gênant was dat men het Ware Kruis ooit kwijt was geweest, bedacht men dat het feest herdacht dat het kruisfragment voor het eerst tentoon was gesteld na de inwijding van de door Constantijn ingewijde basiliek.

Het Ware Kruis op een munt van Herakleios (Bodemuseum, Berlijn)

Enkele jaren later, in 637, namen de Arabieren Jeruzalem in. Volgens een niet bijster geloofwaardig verhaal zou Herakleios de stad zijn binnengeslopen om de relikwie op te halen en mee te nemen naar Constantinopel. Hij was natuurlijk na zijn nederlaag bij de Yarmuk feitelijk begonnen aan de terugtocht, en het staat vast dat de christenen hun reliek in Jeruzalem mochten blijven vereren. Toen de Fatimidische kalief Al-Hakim in 1009 de Grafbasiliek liet verwoesten, werd het voorwerp verborgen, maar niet veel later was de verering hernomen.

Kruistochten

Toen de soldaten van de Eerste Kruistocht, die al eens een heilige lans hadden gevonden, in 1099 Jeruzalem innamen, eiste hun aanvoerder Godfried van Bouillon de Grafbasiliek op voor de Latijnse eredienst. Voor Grieks-orthodoxen en andere christelijke groepen was geen plaats. De oosterse christenen verborgen daarop het kruisfragment, waarop de nieuwe geestelijke autoriteiten de pijnbank benutten om achter de locatie te komen. Vervolgens werd het houtfragment, vervat in een kruisvormige reliekhouder van goud, het voornaamste relikwie van het Koninkrijk Jeruzalem.

Godfrieds broer, koning Boudewijn I (r.1100-1118) gaf enkele jaren later een splinter mee aan enkele Noorse kruisvaarders, die hem bijzetten bij het graf van Sint-Olaf in Trondheim. Een andere splinter is terechtgekomen in het klooster van Sint-Marcus in Jeruzalem, terwijl de Grieks-orthodoxen in Jeruzalem een fragment vereren in de Grafbasiliek, dat blijkbaar niet in handen van de kruisridders is gevallen. Tenzij ze de kruisridders een vals fragment hebben gegeven, wat zeker niet beneden de toenmalige gewoontes zou zijn geweest. De talloze houtfragmenten die nog altijd elders worden vereerd, en die aanleiding waren tot Calvijns grapje dat je een schip kon vullen met alle fragmenten van het Ware Kruis, zijn niet te herleiden tot het fragment dat sinds de late vierde eeuw in Jeruzalem werd vereerd.

Hattin: Saladin krijgt een tik met het Ware Kruis

In elk geval: de kruisridders namen dit relikwie nogal eens mee naar het front, waar het hen inspireerde. Dat bleek tijdens de slag bij Hattin onvoldoende. Het houtfragment viel in handen van Saladin en is voor het laatst gezien in Damascus. De verering werd er niet minder om: toen Hernán Cortés een stad stichtte in wat nu Mexico is, noemde hij die Vera Cruz.

#AlHakim #BoudewijnIVanJeruzalem #EersteKruistocht #GodfriedVanBouillon #Grafbasiliek #Hattin #Herakleios #HernánCortés #Jeruzalem #JohannesCalvijn #KhusrauIIDeOverwinnaar #Kruisverheffing #nestorianen #Saladin #Shahrbaraz #Veracruz #WareKruis

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Het christendom in de aanval

Ik wees er in mijn stukje over Asturië op dat het negentiende-eeuwse, nationalistische idee van een bijna acht eeuwen durende Reconquista te gemakkelijk was. Zo doelgericht was het allemaal niet. Er was eigenlijk vooral sprake van vreedzame en minder vreedzame co-existentie. Pas na de val van Toledo in 1085 ontstond het idee dat de christelijke koninkrijkjes in het noorden in een langdurig conflict waren met de islamitische taifas in het zuiden.

In de tweede helft van de elfde eeuw lezen we ook over het Roelandslied, dat de Saracenen neerzet als aartsvijanden van de christenheid, en het was natuurlijk ook de tijd van de slag bij Manzikert, van de implosie van het Byzantijnse Rijk en van de Eerste Kruistocht. Ik noem nog één aspect. In de winter van 1095/1096 probeerde de graaf van Barcelona de havenstad Tarragona te veroveren en zo de taifa van Zaragoza af te snijden van de zee. De operatie mislukte, maar paus Urbanus II beloofde soldaten die om het leven zouden komen een volledige aflaat. Dat was een totaal nieuw idee, dat de paus een paar maanden later in Clermont-Ferrand herhaalde toen hij opriep tot de Eerste Kruistocht. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de gedachte van een “clash of civilizations” uitsluitend is ontstaan in Spanje, maar de regio speelde zeker een rol.

Vertalingen

In 1212 versloegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón bij Las Navas de Tolosa de troepen van kalief Muhammad an-Nasir. Aan de Almohadische zijde waren de verliezen zo groot dat de voornaamste madrasa van Córdoba moest worden gesloten, terwijl de buit van de Castilianen zo groot was dat ze een universiteit konden stichten in Palencia. Het (overigens niet onomstreden) synchronisme heeft me altijd gefrappeerd, want het illustreert zo mooi dat de intellectuele traditie van El-Andalus afliep terwijl in de christelijke koninkrijken iets opbloeide.

Ik heb vaker geblogd over de culturele ontleningen – hoe Europa allerlei zaken uit de Arabische wereld overnam en zo een alternatief vond voor de laatantieke traditie. Dit staat bekend als de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarbij u de tijdaanduiding met een stevige slag om de arm moet nemen.

Vroege Arabische cijfers in een tiende-eeuws manuscript

Eén aspect was de vertaalactiviteit. De koning van Castilië financierde een school in Toledo en de koning van Aragón financierde er twee, in Zaragoza en Barcelona. De bekendste vertalers waren Gerard van Cremona en Kalib, die in totaal drieënzeventig geschriften vertaalden: Ibn Sina’s omvangrijke Canon der medicijnen en nog drieëntwintig geneeskundige titels, achttien boeken over de alchimie en de astronomie, zeventien over de wiskunde en drie over de logica. Belangrijk is ook hun vertaling van het astronomische hoofdwerk van Ptolemaios, de Almagest. Elf door Gerard en Kalib uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles waren in West-Europa al eeuwen vergeten en het zou nog even duren voordat Willem van Moerbeke deze teksten vertaalde uit het oorspronkelijke Grieks.

Vertellingen

Dat de hoofse liefde, de ridderroman en het graalmotief vanuit de oosterse wereld zijn beïnvloed, is vooral interessant omdat het toont dat de West-Europese schrijvers zich niet beperkten tot het overnemen van teksten met wetenschappelijk of filosofisch belang, maar ook literatuur en literaire motieven kenden. Deze overdracht moet merendeels mondeling zijn geweest, wat uit de aard der zaak moeilijk is vast te stellen.

Almohadische afbeelding van een scène uit het verhaal van Bayad en Riyad

De Europese romans over eenzaam dolende ridders hebben zeker invloed ondergaan van Arabische en Perzische voorbeelden. Er is bijvoorbeeld in beide culturen een thematische omslag geweest, waarbij de oorspronkelijke thematiek van trouw aan een hoger geplaatste heer werd ingeruild voor hoofse trouw aan een geliefde. Het verhaal van Ajib en Gharib uit Duizend-en-een-nacht is een voorbeeld.

De inspiratie uit de Arabische wereld bleef niet beperkt tot ridderromans. Zoals Wim Raven hier onlangs al vertelde, wortelt de West-Europese minnezang in de Arabische literatuur; de Provençaalse troubadours ontleenden motieven aan de oosterse liefdespoëzie, zoals Bayad en Riyad, en het Europese Graalmotief heeft parallellen in de Almoravidische gnosis. Zonder er al te veel gewicht aan te willen toekennen, wijs ik erop dat Wolfram von Eschenbach, de dichter van de Parzifal, expliciet zegt zijn stof via zijn leermeester Kyot te ontlenen aan de bibliotheek van Toledo.

Het heeft dan ook niet ontbroken aan ideeën om beroemde westerse literaire teksten te voorzien van Arabische antecedenten. Ik noem, bij wijze van afronding, nog één voorbeeld: de Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft erop gewezen dat Dantes Goddelijke Komedie via het Libro della scala van Brunetto Latini is gebaseerd op islamitische verhalen over Mohammeds nachtelijke hemelreis.

Besluit

Het probleem met deze theorie, en veel vergelijkbare theorieën, is dat mondelinge overdracht zo lastig bewijsbaar is. En dat is wat het leuk maakt en wat het maakt tot een fijne afronding van deze zeventiendelige reeks. Ik heb geprobeerd het midden te bewaren tussen enerzijds clash-of-civilizations-achtige ideeën en anderzijds kritiekloze verheerlijking van een tolerant Emiraat van Córdoba, en rond af met de conclusie dat er nog veel valt te ontdekken.

#Almohaden #Almoraviden #Aragón #Aristoteles #Barcelona #BrunettoLatini #Castilië #clashOfCivilizations #DanteAlighieri #EersteKruistocht #ElAndalus #GerardVanCremona #graal #hoofseLiteratuur #IbnSina #Kalib #LasNavasDeTolosa #madrasa #Manzikert #MiguelAsínPalacios #MuhammadAnNasir #Reconquista #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #ridderroman #Roelandslied #Spanje #Tarragona #Toledo #universiteit #UrbanusII #vertaalpraktijk #WillemVanMoerbeke #WolframVonEschenbach #Zaragoza

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

Toledo

Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

De Almoraviden

Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

De Kruistochtgedachte

Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

[Wordt vervolgd]

#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

Geneeskunde bij de Kruisvaarders

De Arabische diplomaat en schrijver Usama ibn Munqidh (1095-1188) was de neef van een vooraanstaande Syrische heer. Zelf diende hij op verschillende missies. Zijn autobiografie toont dat er in de tijd tussen de Eerste en de Tweede Kruistocht aanzienlijke samenwerking was tussen de diverse partijen. Zo stuurde zijn machtige oom eens de christelijke arts Thabit naar een van de leiders van de Kruisvaarders. Die deed sarcastisch verslag van de lokale geneeskunde.

Thabit was pas tien dagen weg toen hij alweer terugkeerde. We zeiden: “Die patiënten heb je snel genezen zeg!”

Hij antwoordde: “Ze brachten me een ridder, in wiens been een abces was gegroeid, en een vrouw die leed aan een geestelijke ziekte. Ik voorzag de ridder van een klein kompres totdat het abces openging en hij genas. De vrouw zette ik op een dieet dat was gericht op herstel van haar vochtbalans.

Toen kwam er een Frankische arts. Hij zei: ‘Die man weet niets van ziekenzorg.’ Hij richtte zich tot de ridder: ‘Wat heb je liever, leven met één been of sterven met twee?’

‘Leven met één been.’

‘Breng me een sterke ridder en een scherpe bijl.’

Er kwam een andere ridder, met een bijl. En ik stond erbij. Toen legde de arts het been van de patiënt op een blok hout en hij beval de ridder met de bijl om het been met één klap af te hakken. Hij sloeg er dus op terwijl ik toekeek – één slag, maar het been was niet volledig afgehakt. Hij gaf nog een klap, waarop het merg van het been eruit vloeide en de patiënt ter plekke stierf.

Toen onderzocht de Frankische arts de vrouw. ‘Dit is een vrouw in wier hoofd een duivel zit. Die heeft bezit van haar genomen. Scheer haar haar af.’

Dus schoren haar kaal en keerde de vrouw terug naar haar gewone dieet, met veel knoflook en mosterd. Haar geestelijke kwaal keerde terug. De arts concludeerde: ‘De duivel is door haar schedeldak in haar hersens gedrongen.’

Hij nam daarom een scheermes, maakte een diepe kruisvormige incisie, haalde uit het midden van de snede de huid weg totdat het bot van de schedel bloot kwam te liggen. Toen wreef hij de wond in met zout. De vrouw was op slag dood.

Daarop vroeg ik of mijn diensten nog langer nodig waren. Toen ze ontkennend hadden geantwoord, keerde ik terug naar huis. Ik heb daar veel over geneeskunde geleerd dat ik nog niet wist.”

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.

#arts #EersteKruistocht #geneeskunde #Kruistochten #Libanon #OsamaIbnMunqidh #TweedeKruistocht