Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Het christendom in de aanval

Ik wees er in mijn stukje over Asturië op dat het negentiende-eeuwse, nationalistische idee van een bijna acht eeuwen durende Reconquista te gemakkelijk was. Zo doelgericht was het allemaal niet. Er was eigenlijk vooral sprake van vreedzame en minder vreedzame co-existentie. Pas na de val van Toledo in 1085 ontstond het idee dat de christelijke koninkrijkjes in het noorden in een langdurig conflict waren met de islamitische taifas in het zuiden.

In de tweede helft van de elfde eeuw lezen we ook over het Roelandslied, dat de Saracenen neerzet als aartsvijanden van de christenheid, en het was natuurlijk ook de tijd van de slag bij Manzikert, van de implosie van het Byzantijnse Rijk en van de Eerste Kruistocht. Ik noem nog één aspect. In de winter van 1095/1096 probeerde de graaf van Barcelona de havenstad Tarragona te veroveren en zo de taifa van Zaragoza af te snijden van de zee. De operatie mislukte, maar paus Urbanus II beloofde soldaten die om het leven zouden komen een volledige aflaat. Dat was een totaal nieuw idee, dat de paus een paar maanden later in Clermont-Ferrand herhaalde toen hij opriep tot de Eerste Kruistocht. Het zou overdreven zijn te zeggen dat de gedachte van een “clash of civilizations” uitsluitend is ontstaan in Spanje, maar de regio speelde zeker een rol.

Vertalingen

In 1212 versloegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón bij Las Navas de Tolosa de troepen van kalief Muhammad an-Nasir. Aan de Almohadische zijde waren de verliezen zo groot dat de voornaamste madrasa van Córdoba moest worden gesloten, terwijl de buit van de Castilianen zo groot was dat ze een universiteit konden stichten in Palencia. Het (overigens niet onomstreden) synchronisme heeft me altijd gefrappeerd, want het illustreert zo mooi dat de intellectuele traditie van El-Andalus afliep terwijl in de christelijke koninkrijken iets opbloeide.

Ik heb vaker geblogd over de culturele ontleningen – hoe Europa allerlei zaken uit de Arabische wereld overnam en zo een alternatief vond voor de laatantieke traditie. Dit staat bekend als de Renaissance van de Twaalfde Eeuw, waarbij u de tijdaanduiding met een stevige slag om de arm moet nemen.

Vroege Arabische cijfers in een tiende-eeuws manuscript

Eén aspect was de vertaalactiviteit. De koning van Castilië financierde een school in Toledo en de koning van Aragón financierde er twee, in Zaragoza en Barcelona. De bekendste vertalers waren Gerard van Cremona en Kalib, die in totaal drieënzeventig geschriften vertaalden: Ibn Sina’s omvangrijke Canon der medicijnen en nog drieëntwintig geneeskundige titels, achttien boeken over de alchimie en de astronomie, zeventien over de wiskunde en drie over de logica. Belangrijk is ook hun vertaling van het astronomische hoofdwerk van Ptolemaios, de Almagest. Elf door Gerard en Kalib uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles waren in West-Europa al eeuwen vergeten en het zou nog even duren voordat Willem van Moerbeke deze teksten vertaalde uit het oorspronkelijke Grieks.

Vertellingen

Dat de hoofse liefde, de ridderroman en het graalmotief vanuit de oosterse wereld zijn beïnvloed, is vooral interessant omdat het toont dat de West-Europese schrijvers zich niet beperkten tot het overnemen van teksten met wetenschappelijk of filosofisch belang, maar ook literatuur en literaire motieven kenden. Deze overdracht moet merendeels mondeling zijn geweest, wat uit de aard der zaak moeilijk is vast te stellen.

Almohadische afbeelding van een scène uit het verhaal van Bayad en Riyad

De Europese romans over eenzaam dolende ridders hebben zeker invloed ondergaan van Arabische en Perzische voorbeelden. Er is bijvoorbeeld in beide culturen een thematische omslag geweest, waarbij de oorspronkelijke thematiek van trouw aan een hoger geplaatste heer werd ingeruild voor hoofse trouw aan een geliefde. Het verhaal van Ajib en Gharib uit Duizend-en-een-nacht is een voorbeeld.

De inspiratie uit de Arabische wereld bleef niet beperkt tot ridderromans. Zoals Wim Raven hier onlangs al vertelde, wortelt de West-Europese minnezang in de Arabische literatuur; de Provençaalse troubadours ontleenden motieven aan de oosterse liefdespoëzie, zoals Bayad en Riyad, en het Europese Graalmotief heeft parallellen in de Almoravidische gnosis. Zonder er al te veel gewicht aan te willen toekennen, wijs ik erop dat Wolfram von Eschenbach, de dichter van de Parzifal, expliciet zegt zijn stof via zijn leermeester Kyot te ontlenen aan de bibliotheek van Toledo.

Het heeft dan ook niet ontbroken aan ideeën om beroemde westerse literaire teksten te voorzien van Arabische antecedenten. Ik noem, bij wijze van afronding, nog één voorbeeld: de Spaanse oriëntalist Miguel Asín Palacios heeft erop gewezen dat Dantes Goddelijke Komedie via het Libro della scala van Brunetto Latini is gebaseerd op islamitische verhalen over Mohammeds nachtelijke hemelreis.

Besluit

Het probleem met deze theorie, en veel vergelijkbare theorieën, is dat mondelinge overdracht zo lastig bewijsbaar is. En dat is wat het leuk maakt en wat het maakt tot een fijne afronding van deze zeventiendelige reeks. Ik heb geprobeerd het midden te bewaren tussen enerzijds clash-of-civilizations-achtige ideeën en anderzijds kritiekloze verheerlijking van een tolerant Emiraat van Córdoba, en rond af met de conclusie dat er nog veel valt te ontdekken.

#Almohaden #Almoraviden #Aragón #Aristoteles #Barcelona #BrunettoLatini #Castilië #clashOfCivilizations #DanteAlighieri #EersteKruistocht #ElAndalus #GerardVanCremona #graal #hoofseLiteratuur #IbnSina #Kalib #LasNavasDeTolosa #madrasa #Manzikert #MiguelAsínPalacios #MuhammadAnNasir #Reconquista #RenaissanceVanDeTwaalfdeEeuw #ridderroman #Roelandslied #Spanje #Tarragona #Toledo #universiteit #UrbanusII #vertaalpraktijk #WillemVanMoerbeke #WolframVonEschenbach #Zaragoza

Vertalingen, steeds weer anders

De klipdas heet in sommige vertalingen konijn.

Iemand legde me de vraag voor waarom er eigenlijk zo veel verschil is tussen diverse vertalingen van antieke teksten. Daar zijn verschillende verklaringen voor te geven. Hier zijn enkele factoren die ik kan bedenken.

De brontaal

De eerste is dat onze kennis van de antieke talen voortdurend groeit. Dat kan gaan om de betekenis van woorden. Zo vermeldt de Bijbel enkele keren een sjafan, wat eeuwenlang is vertaald als konijn. Omdat we tegenwoordig iets meer van de flora en fauna van het Midden-Oosten weten, weten we dat daar geen konijnen voorkwamen. We weten nu dat de betekenis van sjafan klipdas” is.

Dit was natuurlijk een supersimpel voorbeeld. Maar denk ook aan grammaticaregels. Classici begrijpen inmiddels de diverse verleden tijden van het Latijn beter. Ze kunnen je ook vertellen dat in het Grieks de optativus, de werkwoordvorm waarmee wensen worden uitgedrukt (“leve de koningin!”), veel langer in gebruik gebleven dan tot voor kort werd aangenomen. Ik heb me laten vertellen dat in het Grieks de partikels tegenwoordig beter worden begrepen dan vroeger. Dit soort nieuwe inzichten zijn overigens voor een belangrijk deel te danken aan snel doorzoekbare databestanden – de computer dus.

Voor ik verder ga, wijs ik er nog even op dat we eigenlijk niet beschikken over een echt woordenboek van de Griekse taal. We hebben wel woordenboeken die u wegwijs maken in het Grieks van de klassieke auteurs, maar er is nooit een thesaurus aangelegd van alle bekende taaluitingen, dus met inbegrip van papyri en inscripties. Gegeven de enorme omvang van het Grieks zal die thesaurus er ook nooit komen, alle digitalisering ten spijt, en kunnen we ook niet hopen op een woordenboek dat het Grieks als Grieks ontsluit. Een woordenboek voor het klassiek Grieks is het beste waarop we mogen hopen. En dat betekent dus dat als het gaat om bijvoorbeeld een zeldzaam woord in een inscriptie, de inzichten van de vertalers weleens ver uit elkaar kunnen lopen.

De doeltaal

Een tweede aspect: de doeltaal. In ons geval het Nederlands. Dat is een middelgrote taal waarvan de meeste sprekers leven in een gebied te midden van drie van ’s werelds grootste talen. Anders gezegd: we hebben nogal wat invloeden van buitenaf en daardoor verandert het Nederlands vrij snel. Een vertaling in eigentijds Nederlands klinkt daardoor al gauw wat ouderwets.

Maar niet alleen is elke vertaling gebonden aan de eigen tijd, ze is ook gebonden aan het jargon van de vertaler. Vertalers hebben allemaal een andere woordenschat. Dat stelt grenzen aan de mogelijkheden. De vertalers nemen als het ware hun beperkingen mee.

Bovendien hebben ze verschillende opvattingen over wat toegestaan is bij een vertaling. Ik heb weleens meegemaakt dat iemand een staande uitdrukking waarmee de oude Grieken aangaven dat iemand luid sprak, had vertaald als “een stem als een brulboei”, wat de vertaler acceptabel vond, wat een andere vertaler beschouwde als een storend anachronisme. Ander voorbeeld: mag je in een Nederlandse vertaling van een Griekse tekst een Engels woord gebruiken als er in het Grieks een latinisme staat? Het gebeurt niet vaak, terwijl het verrassende inzichten oplevert.

Denk ook aan poëzie. Misschien wil je een gedicht zó vertalen, dat het een beetje catchy klinkt, maar dat betekent in onze taal vaak dat je rijm introduceert, terwijl in antieke poëzie de versmaat belangrijk is. En als je als vertaler dat laatste wil, kies je dan voor dezelfde versmaat als in het Grieks of Latijn, of een versmaat die in het Nederlands goed werkt? Keuzes, keuzes.

Strategie

Nog een factor: het doel van de vertaling. Er is een wereld van verschil tussen een vertaling die dient om de lezer te helpen het Grieks of Latijn te doorgronden, en een vertaling die dient als prettige literatuur. In het eerste geval zijn allerlei constructies toegestaan die in het Nederlands niet kunnen. We noemen het tegenwoordig een werkvertaling omdat de tweede soort, de vlot leesbare vertaling, de afgelopen halve eeuw steeds meer is komen gelden als wat je eigenlijk moet nastreven.

Er zijn dan nog vervolgkeuzes te maken. Een auteur als Herodotos schrijft in spreektaal over geschiedenis. Wil je dat weergeven als spreektaal of als wetenschapsproza? Allebei zijn acceptabel. Als je Marcus Aurelius vertaalt, kun je ervoor kiezen hem als filosoof te presenteren of als een man die voor zichzelf schrijft.

Doelgroep

Tot slot: de doelgroep wil nog weleens uitmaken. Vertalers van Bijbels Grieks wijzen weleens op woorden als doulos, dat zoiets betekent als “bediende” of “slaaf”. Dat laatste woord heeft, als je Bijbelvertaling gelezen wordt in een “zwarte” kerk (zoals in de Bijlmermeer) een heel eigen lading en daar moet een vertaler rekening mee houden.

Anders gezegd: je wil niet de woorden naar de betekenis van een tekst overdragen. Omdat de gebruiker van de vertaling de betekenis mede helpt construeren, kan het gebeuren dat hetzelfde woord voor verschillende doelgroepen anders vertaald moet worden.

Ik ga afronden. Ik heb wat algemene zaken benoemd die verklaren waarom vertalingen steeds anders zijn. En er is een gevolgtrekking: ook al hebben we tegenwoordig fantastische mogelijkheden om de computer vertalingen te laten maken, zoals Google Translate en DeepL, we kunnen vooralsnog niet zonder menselijke vertalers. En het is zinvol om iets te bedenken dat ik eigenlijk voortdurend heb verondersteld: eigenlijk zijn vertalingen onmogelijk. In elke taaluiting zijn vorm en inhoud onverbrekelijk verbonden, dus wie de talige vorm verandert (vertaalt), wijzigt ook de inhoud. 

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#DeepL #Google #grammatica #klipdas #spreektaal #vertaalpraktijk #vertaalproblematiek #vertaling

Willem van Moerbeke

De Vierde Kruistocht mislukte spectaculair. De deelnemers kwamen nooit verder dan Constantinopel, dat ze in 1204 innamen. Het graf van een van de commandanten, de Venetiaan Dandolo, is nog steeds te zien in de Hagia Sofia. Eenmaal meester van de grote stad, plaatsten de kruisridders de Vlaamse graaf Boudewijn IX op de keizertroon. Meteen kwamen er twee concurrerende keizers. Het Byzantijnse Rijk is deze verdeling, die duurde tot 1261, nooit meer te boven gekomen.

Voor West-Europa was de gebeurtenis echter profijtelijk: wetenschappers kregen toegang tot allerlei Griekse handschriften. Een van de sleutelfiguren in de overdracht van klassieke teksten was de Vlaming Willem van Moerbeke. Tussen 1260 en 1270 vertaalde hij vrijwel alle werken van de filosoof Aristoteles, en ook enkele laatantieke commentaren daarop, alsmede het leeuwendeel van het ons bekende oeuvre van de natuurkundige Archimedes en ook iets van de arts Claudius Galenus.

Hij moet rond 1225 zijn geboren, wellicht in het Noord-Franse Morbecque, en trad toe tot de orde der dominicanen. Het is bekend dat hij in 1260 in het Griekse Thebe was en de in İznik (het antieke Nikaia) residerende keizer bezocht, die een jaar later Constantinopel zou heroveren. Ook weten we dat Willem verbleef aan het hof van paus Urbanus IV, die hem benoemde tot penitentiarius: dat wil zeggen dat hij verantwoordelijk was met het vaststellen van de penitenties voor boetelingen. Hij lijkt barmhartig te hebben geoordeeld en verzoening te hebben nagestreefd in het conflict tussen de Staufen en Anjou, dat Italië sinds de dood van keizer Frederik II verdeelde. In 1274 was de dominicaner monnik aanwezig bij het Tweede Concilie van Lyon, dat verzoening nastreefde tussen de Rooms-katholieke en Grieks-orthodoxe kerk en het Vagevuur introduceerde. Vier jaar later vinden we Willem als aartsbisschop van Korinthe, wat nog steeds zijn titel was toen hij in 1286 overleed.

Vertaler

Kortom, hij was in de eerste plaats diplomaat in kerkelijke dienst. Het is echter om zijn vertalingen uit het Grieks dat hij nog altijd belangrijk is. Tot dan toe waren auteurs als Plato en Aristoteles vooral indirect overgeleverd: eerst waren hun geschriften vertaald in een late vorm van het Aramees, vervolgens in een wat wijdlopig Arabisch, en daarvandaan weer naar het Latijn.

Dat kwam de kwaliteit niet ten goede, want vertalen was in de Oudheid en Middeleeuwen zelden een doel op zich. Men had de oude teksten nodig voor eigen filosofische en wetenschappelijke beschouwingen en sloeg weleens iets over, voegde weleens iets in en koos weleens voor parafrase. Voeg toe dat de ideeën van Aristoteles door de neoplatonisten waren geïntegreerd in het platoonse systeem – wat een extra bias creëerde voor de overlevering voor een sowieso rommelig overgeleverde denker. Begin dertiende eeuw keken de autoriteiten met enig wantrouwen naar Aristoteles, wiens oeuvre men eigenlijk alleen kende uit vrijwel corrupte teksten.

Willem van Moerbeke bracht daarin verandering. Of hij werkte in opdracht van zijn tijd- en ordegenoot Thomas van Aquino is niet met zekerheid te zeggen, maar de laatste kon niet zonder de nieuwe vertalingen. En zoals bekend vernieuwden Thomas en Albert de Grote de westerse filosofie en de natuurwetenschappen.

Vertaalwijze

Hoe vertaal je een antieke tekst? Een oude tegenstelling is die tussen “naar de letter vertalen”, waarbij je dicht bij de brontaal blijft, en “naar de geest vertalen”, waarbij je vooral probeert de ideeën over te dragen. Je kunt “that is not my cup of tea” vertalen als “dat is niet mijn kopje thee” en als “dat ligt mij niet werkelijk”. Bovendien is er het probleem van de doeltaal, waarover de tijdgenoten van de vertaler ook niet altijd dezelfde meningen hebben.

Zoals wel meer middeleeuwse vertalers, ook in de Arabische wereld, koos Willem voor een woord-voor-woord-vertaling. Dat is tussen het klassieke Grieks en het Latijn minder vreemd dan het lijkt, want beide kennen naamvallen, waardoor het mogelijk is de woordvolgorde te handhaven. Een probleem is dan weer dat het Latijn geen lidwoorden kent. Het komt er daardoor weleens op neer dat de grammatica van het middeleeuwse Latijn werd aangepast aan het klassieke Grieks.

Een voordeel is dat het door deze werkwijze mogelijk is verloren Griekse originelen te reconstrueren. Maar het is dus geen echt goed Latijn. De humanisten, die de Oudheid nog kritieklozer als norm namen dan de middeleeuwse geleerden, maakten Willem hierover bittere verwijten. Ze maakten zelf nieuwe vertalingen vanuit het Grieks naar het ciceroniaanse Latijn dat zij als enige norm aanvaardden.

Laat-negende-eeuws handschrift van Aristoteles’ Metafysika, met in de marge een door Willem van Moerbeke geschreven opsomming van de werken van de Griekse arts Hippokrates van Kos (Österreichische Nationalbibliothek, Wenen)

De sleutel tot Aristoteles

De Vlaamse geleerde Pieter Beullens publiceerde in 2019 over Willem van Moerbeke een leuk boek, De sleutel tot Aristoteles. Willem van Moerbeke en de overlevering van antieke wijsheid. De ondertitel is beter dan de eigenlijke titel, want Willem vertaalde immers ook Archimedes en Galenus. Het boek gaat ook over de overlevering van die oude teksten, over de Lachmannmethode om uit middeleeuwse handschriften archetypen te reconstrueren en over de projectmatige wijze waarop de dominicanen het antieke gedachtengoed ontsloten. Door de overgang van perkament naar papier en de opkomst van het pecia-systeem om boeken te kopiëren wonnen de nieuwe vertalingen snel veel publiek.

Beullens behandelt het allemaal. Hij schrijft dat Willems vertalingen

antieke filosofische ideeën brachten bij een grotere groep studenten dan ooit voordien. Zelfs in de Oudheid was er nooit zo’n massaal contact met de wetenschappen mogelijk geweest.

Het is krek zo. De sleutel tot Aristoteles lag al vier jaar op mijn stapel “nog te lezen” en ik had er eigenlijk pas afgelopen weekend tijd voor. Maar toen ging het snel: ik had aan de trein en bus van en naar Tongeren voldoende om het uit te lezen. Dus het is vlot geschreven. En elke pagina was boeiend. Aanbevolen.

***

Er is inmiddels ook een Engelse vertaling: The Friar and the Philosopher. William of Moerbeke and the Rise of Aristotle’s Science in Medieval Europe.

#AlbertDeGrote #Aristoteles #bisschop #BoudewijnIXVanVlaanderen #bronnenuitgave #ClaudiusGalenus #CorpusAristotelicum #dominicanen #EnricoDandolo #FrederikII #Korinthe #neoplatonisme #Nikaia #peciaSysteem #PieterBuellens #ThomasVanAquino #TweedeConcilieVanLyon #UrbanusIV #vagevuur #vertaalpraktijk #VierdeKruistocht #wetenschapsgeschiedenis #WillemVanMoerbeke #İznik