🪷 11 March 222 AD:​ Praetorians assassinate 18-year-old transgender teen Roman Emperor #Elagabalus / #Heliogabalus. Rome's first trans emperor is a saint of #Antinous as a symbol of trans resistance. Full tribute here: https://antinousstars.blogspot.com/2026/03/the-assassination-of-elagabalus-romes.html 🪷

Een onuitstaanbaar stripverhaal

De laatste profetie van Gilles Chaillet is een onuitstaanbaar stripverhaal. Er valt vrijwel niets aan te merken op de vier (van de geplande vijf) gepubliceerde albums. Toch overtuigt de reeks geen moment.

Het probleem is niet het scenario. Dat is intrigerend genoeg. De Romeinse oorlogsheld Flavius komt in 394 aan in Rome en ziet hoe de christenen daar de macht overnemen. Is dat voor hem al verontrustend, het wordt nog erger als in zijn kennissenkring kinderen beginnen te verdwijnen en zijn echtgenote wordt vermoord bij een poging een nieuwe kinderroof te beletten. Flavius verdenkt de christenen, kan niets bewijzen en is vertwijfeld genoeg om in te gaan op het lugubere voorstel van de priesteres van een van de traditionele culten: een bezoek brengen aan de onderwereld om de waarheid te achterhalen.

Dat is het einde van het eerste deel. In het tweede en derde zijn we getuige van Flavius’ nederdaling ter helle. Daar ontdekt hij de geheimen van de regering van keizer Heliogabalus, die tussen 218 en 222 een poging deed het monotheïsme in te voeren. Hoewel dat een cultus was voor de zonnegod (en niet de god van de joden en christenen), ziet Flavius tal van parallellen tussen de tijd van Heliogabalus en die van hemzelf: het botte optreden van de religieuze vernieuwers, de vernedering van de Senaat, het schenden van de tempel van Vesta. En ook toen verdwenen er kinderen.

Aan het einde van het derde deel zijn we weer terug in het jaar 394. Flavius wordt op de hielen gezeten door de politie van Stilicho, de hoogste bevelhebber van de Romeinse strijdkrachten in Europa. Flavius vlucht naar Brittannië; in deel vier schrijft hij daar de Historia Augusta, een verrukkelijke collectie gefingeerde keizerbiografieën – een antieke mockumentary.

In vier delen hebben we als lezers ontdekt dat de christenen in elk geval niet verantwoordelijk waren voor de kinderroof in 218-222, maar verder tasten we in het duister over het verdere verloop van het verhaal. We weten dat in 410 Rome door Visigoten is geplunderd en dat in de voorgaande jaren Germaanse stammen het Rijk binnenvielen. Chaillet zou die catastrofe in deel vijf kunnen benutten. Maar dit is speculatie.

Stof te over dus. Dat is niet het probleem van De laatste profetie. Ook de achterliggende thematiek is boeiend genoeg. De opkomst van het christendom en de ondergang van de diverse groeperingen die we in onze taal gemakshalve aanduiden als ‘heidenen’, was niet alleen dramatisch, maar gáát ook ergens over. Dit is het verhaal over het ontstaan van onze cultuur, die tegelijk intoleranter en zachtaardiger is dan de antieke. Het is ook het verhaal van de transformatie van het christendom, dat zijn ideeën in toenemende mate ging uitdrukken met begrippen uit de antieke wijsbegeerte, en daardoor de erfenis van de heidense cultuur begon over te nemen.

In de tijd waarin De laatste profetie speelt, ontstond een synthese van Griekse esthetiek en filosofie, Romeinse bestuurspraktijken en oosterse religie. De nieuwe cultuur was vitaal genoeg om de barbaren te assimileren die zich in het Romeinse rijk vestigden. Pas in de zesde eeuw volgde de grote economische crisis die het begin van de Middeleeuwen en de geboorte van Europa markeert.

Het is makkelijk deze thematiek om zeep te helpen. De scherpe tegenstellingen tussen heidenen en christenen lenen zich voor een zwart-wit-benadering, maar Gilles Chaillet presenteert het genuanceerd. Zijn sympathie ligt bij de heidenen, maar de christenen zijn –althans in de tot nu toe verschenen delen– beslist geen criminelen. Al aan het begin van het eerste deel redt een christen Flavius en zijn vader het leven.

Het probleem met De laatste profetie is dus ook niet de kunstenaar. Chaillet loopt alweer zo’n dertig jaar mee en heeft zijn sporen ruimschoots verdiend met series als Lefranc en Vasco. Die behoren niet tot de absolute top –ik ben er althans geen fan van– en niet iedereen zal houden van de klare lijn, maar Chaillets vakmanschap staat buiten kijf. De vaak symmetrisch vorm gegeven pagina’s van De laatste profetie zijn schitterend getekend en prachtig ingekleurd.

Het probleem zit ook al niet in de documentatie. Chaillets liefde voor het laat-antieke Rome spat van de pagina’s af en hij wéét waarover hij het heeft. Ik heb geen vergissingen gevonden in zijn tekeningen. Het mozaïekpatroon op de vloer van het Senaatsgebouw, de standbeelden in een keizerlijk paleis, een straattafereeltje: je kunt er donder op zeggen dat het er inderdaad zo heeft uitgezien.

Ook de decors buiten Rome zijn uiterst accuraat, al heb ik dit keer toch één foutje aangetroffen. (De liefhebber zal het vinden in deel twee, op blz.24: Harran ligt op de Mesopotamische vlakte, niet in een rotslandschap.) En wie bij het zien van het portret van bisschop Ambrosius van Milaan (deel een, blz 31) mocht denken dat hij wel erg grote flaporen heeft en dat zijn ogen te groot zijn, moet eens kijken naar het mozaïek dat na zijn dood is vervaardigd.

Deze accuratesse is niet zo vreemd. Naast deze reeks heeft Chaillet ook een overzichtswerk gepubliceerd over het Rome van de vierde eeuw. De gelukkige bezitter van Dans la Rome des Césars beschikt over een landkaart van ruim drie bij twee meter en een boek – alles bij elkaar zo’n twee kilo papier waarop de eeuwige stad letterlijk blok voor blok, straat voor straat, huis voor huis is gereconstrueerd.

Scenario, thematiek, documentatie: alles klopt. Zit het probleem dan in het tempo? Het zou kunnen. De opvolging van de tekeningen doet meer denken aan een reeks foto’s dan aan een film. Het is daardoor wat statisch, maar dat is ook het geval in het oeuvre van Edgar P. Jacobs, en toch is Het gele teken een van de invloedrijkste albums aller tijden. Daaraan kan het dus ook niet liggen.

Wat is toch loos met De laatste profetie? Ik kom uiteindelijk tot de conclusie dat het ligt aan de personages. Hoezeer Flavius’ problemen ook samenhangen met de geboorte van onze eigen wereld, ze zijn voor ons uiteindelijk niet herkenbaar. “Het ontstaan van Europa” is te abstract om je als lezer betrokken bij te voelen, terwijl de persoonlijke ontwikkeling van Flavius voor ons al even onvoorstelbaar is. Wij kunnen de existentiële vragen van een oorlogsheld na terugkeer van het front niet navoelen. Verder is religie voor ons een privé-aangelegenheid, zodat wij ons niet kunnen voorstellen dat iemand zich, ook al wordt zijn echtgenote vermoord, onderwerpt aan het religieuze experiment van een hellevaart.

Het is de spagaatstand van elke historicus. Je weet dat je het verleden niet mag beoordelen aan de hand van moderne vooringenomenheden. Omgekeerd kun je het verleden ook niet in zijn eigen woorden uitleggen. Als je dat namelijk perfect zou doen, is het voor de moderne lezer niet langer te begrijpen. Tussen deze twee klippen moet de historicus door laveren: hij mag het verleden niet actualiseren maar kan het evenmin voor zichzelf laten spreken.

Chaillet is in zijn perfectionisme een stap te ver gegaan. Een oude Romein – heiden of christen, dat maakt niet uit – zou zijn verhaal beter appreciëren dan wij. De laatste profetie is een onuitstaanbaar stripverhaal.

[Eerder verschenen op Frontaal Naakt.]

#DeLaatsteProfetie #GillesChaillet #Heliogabalus #HistoriaAugusta #historischeRoman #Stilicho #stripverhaal

De Palatijn

De Domus Augustana op de Palatijn

Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.

Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.

De IJzertijd

Niet dat er vanuit de doceerstand niets over de Palatijn te vertellen valt. Volgens de Romeinse traditie was de heuvel al in de oudste tijden bewoond. In de keizertijd wees men de vermeende hut van Romulus nog altijd aan. Archeologen hebben inderdaad de resten van eenvoudige boerderijen – geen herdershutten – gevonden. Dat bevestigt overigens niet de traditie dat Rome is gesticht op de Palatijn, want soortgelijke boerderijen stonden ook op andere heuveltoppen.

Maquette van een IJzertijddorpje op de Palatijn (Antiquarium v/d Palatijn, Rome)

In elk geval lag in de IJzertijd een kleine nederzetting op het westelijk deel van de Palatijn, de zogeheten Germalus. Of de heuvel destijds al was omgeven door een muur met drie poorten, zoals de antieke auteurs en Italiaanse archeologen beweren, valt niet uit te maken. Feit is wel dat de Palatijnse nederzetting ook zonder omwalling nagenoeg onneembaar was, aangezien de heuvel aan vrijwel alle zijden was omgeven door diepe, drassige dalen. Pas in de vroege zesde eeuw v.Chr. zou een begin worden gemaakt met de drainage.

Republiek

In voorindustriële samenlevingen, zo vervolgt uw docent, waren de hygiënische omstandigheden slecht. Rijke stedelingen vestigden zich het liefst op heuveltoppen, omdat ze daar minder last hadden van de stank van afval en uitwerpselen. Zo ook in Rome.

Huis van Augustus

Uit geschreven bronnen is bekend dat in de republikeinse periode op de Palatijn vooraanstaande Romeinse politici woonden, op loopafstand van het Senaatsgebouw. Hun huizen moeten groot zijn geweest, maar vooralsnog ontbreken archeologische sporen van vóór 90 v.Chr. Uit de daaropvolgende tijd stammen het Huis van Livia (Augustus’ echtgenote) en het Huis van de Griffioenen. Archeologen hebben ook tempels uit de republikeinse periode geïdentificeerd, zoals die van Victoria en Kybele.

Paleisbouw

Keizer Augustus was de eerste die hier grootschalig bouwde, maar een echt paleis was zijn woning op de Germalus niet. Dan zou het immers lijken alsof hij koning was, en dat was uit den boze. Al ten tijde van Tiberius (r.14-37) bleek het Huis van Augustus echter te klein voor alle representatieve functies. Het werd daarom uitgebreid, maar het 150 bij 120 meter grote complex dat tegenwoordig bekendstaat als Domus Tiberiana en waarvan de ruïnes liggen onder de lieflijke Farnesetuinen, is jonger.

Maquette van de Palatijn (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Keizer Caligula (r.37-41) verbond de huizen van Augustus, Livia en Tiberius met het Forum en gebruikte, volgens een archeologische bevestigde anekdote, de tempel van Castor en Pollux als entree. Daarna bouwde Nero eerst de Domus Transitoria, een verzameling gebouwen die de diverse paleisachtige constructies moest verbinden. Na de beruchte brand van Rome werden alle gebouwen geïntegreerd in het Gouden Huis. De Domus Tiberiana maakte hier deel van uit.

De diverse bouwfasen zijn door archeologen geïdentificeerd, en uw docent wil er best wel over praten, maar veel is nog onduidelijk. Alle gebouwen zijn namelijk aan het eind van de eerste eeuw na Chr. weer geïntegreerd in de paleizen die architect Rabirius ontwierp voor keizer Domitianus (r.81-96): de representatieve Domus Flavia en de residentiële Domus Augustana. (De namen zijn bedacht door moderne geleerden.) Deze residentie werd voltooid in 92. Met een oppervlak van ruim een vierkante kilometer domineren deze gebouwen – of beter: de ruïnes ervan – de heuvel tot op de huidige dag.

Reconstructie van Domitianus’ troonzaal in Rome

Magische plek

In de tweede eeuw liet keizer Hadrianus (r.117-138) op verschillende plaatsen werkzaamheden uitvoeren, en een ruime halve eeuw later begonnen de Severische keizers weer nieuwe gebouwen toe te voegen. Keizer Septimius Severus (r.193-211) bouwde in de zuidhoek onder meer een badhuis en het zogeheten Septizodium. Dat was een sierlijke muur die vooral diende om de lelijke onderbouw van het badhuis aan het zicht te onttrekken voor wie over de Via Appia de stad binnen kwam.

Wat bomen geven aan waar het Septizodium stond

Keizer Heliogabalus – over hem binnenkort meer op deze blog – sierde de heuvel met een tempel voor zijn god, de Syrische Elagabal. De volgende keizer, Severus Alexander (r.222-235), wilde een imposante toegang toevoegen in de buurt van het Septizodium, maar de voortekens waren steeds ongunstig, zodat het project nooit werd voltooid. Daarmee kwam een einde aan de keizerlijke bouwactiviteit op de Palatijn. De keizers waren steeds minder vaak in Rome. Zeker na de Crisis van de Derde Eeuw dienden andere steden als residentie.

Maar het was een magische plek, met belangrijke tempels, met Domitianus’ goed gebouwde paleis, en met herinneringen aan het oudste Rome en Romes eerste keizer. In de vijfde eeuw keerden de keizers terug en waren er reparaties. Ook Theodorik, die rond 500 regeerde over Italië, liet de gebouwen opknappen. Een magische plek dus, waarvan de naam voortleeft in ons woord “paleis”.

#Augustus #Caligula #Domitianus #DomusAugustana #DomusAurea #DomusFlavia #DomusTiberiana #DomusTransitoria #Germalus #GoudenHuis #Hadrianus #Heliogabalus #Kybele #LaurenVanZoonen #Livia #Nero #Palatijn #Rabirius #Rome #Romulus #Ruinenlust #SeptimiusSeverus #Septizodium #SeverusAlexander #TheodorikDeGrote #Tiberius #Victoria

Het Senaatsgebouw in Rome (1)

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.

Senaat en Volksvergadering

Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.

Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.

De Volksvergadering daarentegen was vanaf de regering van de eerste keizers – en eigenlijk al vanaf de laatste drie, vier jaar van Julius Caesar – echter monddood. Het is terug te zien in het ontwerp van dit deel van het Forum: het door Caesar gebouwde Senaatsgebouw stond deels over het Comitium, dat zo een stuk kleiner en overeenkomstig onbeduidender werd.

Ontstaan

De oudste vergaderzaal van de Senaat, de door koning Tullus Hostilius in legendarische tijden gebouwde Curia Hostilia, verrees op de plaats waar nu de SS. Luca e Martina staat, of beter: tien meter daaronder. Toen Sulla het aantal senatoren uitbreidde, liet hij ook die vergaderzaal vergroten. De nieuwbouw brandde echter af tijdens een rel in 52 v.Chr., wat Caesar de mogelijkheid bood zijn naam te verbinden aan de nieuwbouw: de Curia Julia. De vergaderzaal kreeg dezelfde oriëntatie als het Caesarforum en werd door Octavianus ingewijd in augustus 29 v.Chr., de maand waarin hij ook de tempel van de vergoddelijkte Caesar en een nieuw Sprekerspodium in gebruik nam.

Vóór de Curia stond een kleine zuilenhal, het Chalcidicum, die ruimte bood aan een standbeeld van de godin Minerva. Bezoekers van de Senaat, zelfs koningen, moesten hier even wachten voor ze werden binnengelaten. (Dat koningen moesten antichambreren, is een van de argumenten waarom Caesar vermoedelijk niet naar het koningschap verlangde: hij was daarvoor veel te verheven.) Het gebouw zelf was bekleed met wit marmer en beschilderd stucwerk, terwijl op de nok een gevleugelde Victoria leek neer te strijken. De twee godinnen symboliseerden de wijsheid van de senatoren en de kracht van het imperium.

De plaats waar de consuls (en de keizer) zaten

De inrichting

In de vergaderzaal zelf stonden driehonderd zetels, voldoende om de helft van de senatoren een plaats te geven. (Als er meer aanwezigen waren, vergaderde de Senaat in de tempel van de Eendracht.) De muren van de tegenwoordig nogal donkere ruimte waren in de Oudheid deels versierd met gekleurd marmer, mozaïeken en stucwerk, terwijl het houten dak schitterde van het goudbeslag. Achterin de zaal stonden de zetels van de consuls en de keizer en een ander beeld van Victoria. Vanuit de zaal gezien leek die godin neer te dalen op de keizer. Volgens de derde-eeuwse geschiedschrijver Herodianos vond keizer Heliogabalus, die tevens priester was van de Syrische zonnegod Elagabal, dat boven Victoria een afbeelding van een hogere godheid moest hangen:

Daarom liet hij een groot schilderstuk maken ten voeten uit zoals hij placht op te treden bij de vervulling van zijn priesterambt. Hij werd geschilderd terwijl hij offerde aan zijn god, die hij tevens op het schilderij liet afbeelden. Dit stuurde hij naar Rome met de opdracht het op te hangen in het midden van een wand van de Senaatszaal, heel hoog, boven het hoofd van Victoria, waarvoor de senatoren bij hun bijeenkomsten wierook offeren en wijn plengen.noot Herodianos, Geschiedenis 5.5.7.

Vanzelfsprekend viel dit niet in goede aarde. De senatoren konden ermee leven dat een oppergod stond boven Victoria, maar niet met het feit dat de keizer zich presenteerde op gelijke hoogte met het Opperwezen. Onnodig te zeggen dat het schilderij na de dood van de priester-keizer prompt werd verwijderd.

[Wordt vervolgd]

#Augustus #Comitium #Curia #Elagabal #ForumRomanum #Heliogabalus #Herodianos #JuliusCaesar #LuciusCorneliusSulla #Minerva #Octavianus #Rome #Senaat #TullusHostilius #Victoria #volksvergadering

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)

Lambaesis, basis van III Augusta

Ik noemde in het vorige stukje hoe III Augusta in Tunesië en Algerije was terechtgekomen en een basis had gebouwd in Lambaesis. Uit de tijd van keizer Hadrianus (r.117-138) komt een belangrijke inscriptie: een toespraak van de keizer tot de manschappen. Hij prijst ze, maar maakt ook duidelijk hoe scherp de hiërarchie is tussen soldaten en officieren.

Met een onderbreking die ik nog zal noemen, was en bleef Lambaesis de basis van III Augusta. Soms gingen onderafdelingen naar andere provincies.

  • In 115-117 deed een onderafdeling mee aan Trajanus’ oorlog tegen het Parthische Rijk. Er vielen veel slachtoffers III Augusta werd versterkt met Syrische rekruten. (Hun grafstenen zijn gevonden in Lambaesis.)
  • Tussen 132 en 136 diende een grote onderafdeling in de oorlog tegen de messiaanse pretendent Bar Kochba.
  • Weer dertig jaar later kwamen soldaten van III Augusta in actie in de Parthische oorlog van Lucius Verus.
  • In 175 namen legionairs van III Augusta deel aan de Marcomannencampagne van Marcus Aurelius, die de Afrikaanse soldaten naar Hongarije bracht. Velen van hen keerden nooit meer terug omdat ze werden toegevoegd aan II Adiutrix, dat tijdens deze oorlog zware verliezen had geleden.
  • Keizer Septimius Severus, afkomstig uit Africa Procularis, kende het legioen in 193 de titel Pia Vindex (“Trouwe wreker”) toe. Dit suggereert dat III Augusta een rol speelde in de burgeroorlog na de moord op keizer Publius Helvius Pertinax.
  • In 215-217 zette Caracalla tegen de Parthen een onderafdeling uit Lambaesis in.
Bu Njem

Forten

Septimius Severus gaf rond 200 opdracht tot de bouw van een reeks forten langs de woestijngrens, zoals Ghadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem. Dit is de Limes Tripolitanus. Net als Lambaesis zijn ze bewaard gebleven en hebben ze een architectonische eigenaardigheid: vijfhoekige torens bij de poorten. Ze zijn uniek voor gebouwen van III Augusta.

Opvallend is dat er langs de woestijn erg veel forten zijn en dat die werden bezet door legionairs. Het is denkbaar dat III Augusta meer mannen onder de wapens had dan de 5300 waarop onderzoekers de grootte van een legioen meestal schatten. Ik voor mij weet geen enkele reden te noemen waarom alle legioenen even groot zouden moeten zijn geweest.

Crisis

Het lijkt erop dat III Augusta tussen pakweg 215 en 220 grote verliezen leed tegen een van de proto-Berber-stammen in het binnenland. Het werd weer op sterkte gebracht met manschappen van III Gallica, dat was ontbonden door Heliogabalus. Opnieuw kwamen mensen uit Syrië richting Africa Proconsularis en Numidië.

Een soldaat van III Augusta in Keulen (Römisch-Germanisches Museum)

In 238 gebruikte de gouverneur van Africa Proconsularis III Augusta om de opstand van een zekere Gordianus I en Gordianus II te onderdrukken. Hij was succesvol, maar dat derde Gordianus won de burgeroorlog van dat jaar. Eenmaal alleenheerser ontbond hij het legioen dat verantwoordelijk was voor de dood van zijn vader en grootvader.

Vijftien jaar later herformeerde keizer Valerianus het legioen. Het kreeg de bijnaam Iterum Pia Iterum Vindex (“dubbel trouw, dubbel wreker”). Het voerde nu een lange en moeilijke oorlog tegen de “Vijf volkeren”: een federatie van Berberstammen. De strijd duurde tot ongeveer 260, toen commandant Gaius Macrinus Decianus een overwinningsmonument oprichtte bij Lambaesis.

Late Oudheid

Dat de situatie nog niet voldoende veilig was, kan echter worden afgeleid uit het feit dat de legioenbasis in de volgende jaren werd versterkt. In 289-297 werd de strijd hernieuwd en zag keizer Maximianus zich gedwongen persoonlijk het bevel over de Romeinse strijdkrachten in Africa Proconsularis en Numidië op zich te nemen.

Onmiddellijk na de overwinning verliet III Augusta Lambaesis, en hoewel het in de regio bleef, weten we niet waar. Misschien is het ook wel de verkeerde vraag. Het is heel goed mogelijk dat het legioen verspreid is geweest over diverse forten langs de lange zuidelijke grens van het Romeinse Rijk. Het legioen wordt in elk geval nog steeds genoemd in de late vierde of vroege vijfde eeuw en we weten van een christelijke soldaat die is begraven in Madauros.

Een christelijke legionair uit Madauros

We weten ook dat het platteland van Numidië rond 400 onveilig was door religieuze terroristen, de zogeheten Circumcelliones. Het suggereert dat het Derde Legioen Augusta bij de bewaking van de enorm lange zuidelijke grens van het Romeinse Rijk uiteindelijk heeft gefaald.

#AfricaProconsularis #Algerije #BarKochba #BuNjem #Caracalla #Circumcelliones #GaiusMacrinusDecianus #Ghadames #GheriatElGarbia #GordianusI #GordianusII #GordianusIII #Hadrianus #Heliogabalus #IIAdiutrix #IIIAugusta #IIIGallica #Lambaesis #legioen #LimesTripolitanus #LuciusVerus #Madauros #Marcomannen #MarcusAurelius #Numidië #PubliusHelviusPertinax #RomeinsLeger #SeptimiusSeverus #Trajanus #Tunesië #Valerianus

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Archeologen hebben de begraafplaats op de Albaanse Berg geïdentificeerd en we beschikken ook over grafstenen uit andere delen van het Romeinse Rijk. Een interessant trekje is dat de legionairs van II Parthica niet alleen hun legioensnaam, maar ook hun centuria (bataljon) vermeldden. Alleen de soldaten van II Traiana Fortis die in Alexandrië hun kameraden begroeven, hadden dezelfde gewoonte. Dit suggereert dat de eerste soldaten van het Tweede Parthische Legioen zijn gerekruteerd onder de gelijkgenummerde Alexandrijnse eenheid.

Elf jaar afwezig

Een strategische reserve zet je doorgaans in op een bedreigd punt en omdat Rome in de derde eeuw nogal eens werd bedreigd, marcheerde II Parthica van hot naar her. Waarschijnlijk zette Septimius Severus het in tijdens zijn Britse campagne (208-211) en nam zijn zoon en opvolger Caracalla het legioen mee bij zijn veldtocht tegen de Alamannen in 213. Het bewijs hiervoor is een grafschrift uit Worms, dat echter ook kan verwijzen naar de Germaanse oorlogen van Severus Alexander of Maximinus Thrax (234-236). II Parthica heeft zeker tegen de Parthen gevochten in de campagnes van 214-217. De commandant was betrokken was bij de moord op keizer Caracalla en de troonsbestijging van Macrinus.

In de winter van 217/218 verbleef II Parthica in Apameia in Syrië, waar het de zijde koos van weer een nieuwe pretendent: Caracalla’s familielid Bassianus, beter bekend als keizer Heliogabalus, die op dat moment al de steun had van III Gallica. Na de troonsbestijging van Heliogabalus kreeg het legioen de bijnaam Pia Fidelis Felix Aeterna (“eeuwig trouw, loyaal en gelukkig”). Het is denkbaar dat de soldaten die tijdens de actie waren gesneuveld, als groep zijn begraven. De grafstenen stonden in Apameia op een veldje te wachten op een officiële publicatie, die er bij mijn weten nooit meer is gekomen. Of ze er nog staan, nu Apameia systematisch is geplunderd, weet ik niet, maar kijk wel even hier en daar.

In elk geval keerde II Parthica samen met Heliogabalus terug naar Rome (218/219). Het kan wel elf jaar uit Italië zijn weggeweest, als het legioen inderdaad deelgenomen heeft aan de campagnes in Schotland, tegen de Alamannen en tegen de Parthen.

Grafschrift uit Worms (Andreasstift)

Opnieuw op mars

In 231 vertrok keizer Severus Alexander naar het oosten om te strijden tegen een nieuwe vijand: de Sassanidische Perzen, die inmiddels de Parthen hadden vervangen. Opnieuw had II Parthica zijn winterverblijf in Apameia. De veldtocht verliep in zoverre succesvol dat de Perzische expansie een halt werd toegeroepen. Misschien behoren de hierboven genoemde grafstenen uit Apameia bij deze gevechten.

Vervolgens marcheerde Severus Alexander via de Balkan en langs de Donau naar het Rijnland, waar II Parthica opnieuw een rol speelde in een oorlog tegen de Alamannen. De soldaten waren aanwezig in Mainz toen Severus Alexander werd vermoord (235). Later steunden ze zijn opvolger Maximinus, die de Germaanse oorlog succesvol afrondde.

In de daaropvolgende jaren vocht II Parthica met Maximinus tegen de Sarmaten in wat nu Hongarije is, en nam het deel aan zijn campagne in Italië, waar de Senaat in opstand was gekomen. De senatoren hadden twee nieuwe keizers gekozen, Pupienus en Balbinus, en Maximinus was gedwongen op Rome te marcheren. De soldaten van II Parthica wisten echter dat hun familieleden als gijzelaars dienden en hadden weinig zin in deze oorlog. Ze doodden Maximinus dus in Aquileia. Daarna marcheerden ze naar Rome terug, waar inmiddels Gordianus III aan de macht was gekomen. Het legioen was zeven jaar weggeweest.

Het bleef niet lang in Italië. De begraafplaats op de Albaanse Berg bevat geen grafstenen die jonger zijn dan de regering van Gordianus. De volgende dateerbare inscriptie is de grafsteen van een standaarddrager, Felsonius Verus, gevonden in (alweer) Apameia. Diens grafschrift noemt zijn eenheid II Parthica Gordiana, wat bewijst dat het Tweede bij Gordianus was tijdens zijn Perzische Oorlog (242-244).

In februari 249 was het legioen weer in Italië, hoewel niet per se op de Albaanse Berg. In de tussentijd heeft het misschien deelgenomen aan de oorlog tegen de Carpi van Philippus Arabs. In de tweede helft van 249 streed II Parthica voor deze keizer tegen diens rivaal Decius, maar werd het verslagen bij hetzij Verona in Noord-Italië, hetzij Beroea in Macedonië.

Inscriptie van een soldaat van II Parhica (Capitolijnse Musea, Rome)

Latere veldtochten

Inscripties bewijzen dat II Parthica zich gedurende de volgende halve eeuw in allerlei delen van het imperium bevond, maar het is moeilijk de volgorde van de diverse campagnes vast te stellen. Zeker is dat het Tweede Parthische Legioen in het rond 260 uitgebroken conflict tussen de keizers Gallienus (in Italië) en Postumus (in Gallië) eerstgenoemde steunde, waarvoor het werd beloond met bijnamen als Pia V Fidelis V (“vijfmaal trouw en loyaal”), Pia VI Fidelis VI en ten slotte Pia VII Fidelis VII.

Omdat Gallië tot 274 onafhankelijk was, kan een in Bordeaux gevonden inscriptie met vermelding van II Parthica daar pas in het laatste kwart van de derde eeuw zijn achtergelaten. Een inscriptie uit Arabia Petraea behoort mogelijk tot Aurelianus’ campagnes tegen keizerin Zenobia van Palmyra, dus ruwweg 272-273. Andere inscripties zijn te vinden in Thracië, Numidië en Cilicië. Zoals gezegd: ondateerbaar.

Het Tweede Parthische Legioen bevond zich aan het begin van de vierde eeuw in Italië en is vrijwel zeker ontbonden door Constantijn de Grote. Na zijn overwinning bij de Milvische Brug (oktober 312) reorganiseerde hij namelijk het stedelijk garnizoen. In elk geval wordt niet meer vermeld in onze bronnen of op inscripties.

Hoewel – er is een uitzondering. Rond 400 was een legioen met dezelfde naam, samen met II Armeniaca en II Flavia, gelegerd in Bezabde aan de Tigris, het huidige Cizre. Deze eenheid moet teruggaan op een verzelfstandigde onderafdeling, maar het kan ook een afsplitsing zijn van het in de buurt gelegerde I Parthica. In elk geval kon deze eenheid de verovering van Bezabde door de Perzen in 360 niet voorkomen, waarna II Parthica definitief verdwijnt.

#Alamannen #AlbaanseBerg #Apameia #Aquileia #Aurelianus #Balbinus #Bezabde #Bordeaux #Caracalla #Cizre #ConstantijnDeGrote #CrisisVanDeDerdeEeuw #Decius #FelsoniusVerus #Gallienus #GallischeRijk #GordianusIII #Heliogabalus #IParthica #IIArmeniaca #IIFlavia #IIParthica #IITraianaFortis #IIIGallica #inscriptie #legioen #Macrinus #Mainz #MaximinusThrax #Palmyra #ParthischeRijk #PhilippusArabs #Postumus #PraetoriaanseGarde #Pupienus #RomeinsLeger #SeptimiusSeverus #SeverusAlexander #VMacedonica #Worms #Zenobia
🪷 11 March 222 AD:​ Praetorians assassinate 18-year-old transgender teen Roman Emperor #Elagabalus / #Heliogabalus. Rome's first trans emperor is a saint of #Antinous as a symbol of trans resistance. Full tribute here: https://antinousstars.blogspot.com/2025/03/the-assassination-of-elagabalus-romes.html 🪷
<font face="times new roman" size="+2" color="#FFFFFF"><center><B>THE ASSASSINATION OF ELAGABALUS <br>ROME'S TRANSGENDER TEEN EMPEROR</B></center></font>

ON  March 11th the Religion of Antinous solemnly commemorates the assassination of  Elagabalus , Rome's transgender teen emperor. Imperator ...

Une émission sur Heliogabale, un empereur romain, considéré comme le premier empereur queer et trans de l'histoire (connu).
Une personnalité complexe qu'on ne peut résumer à un genre.

Mauvais genres: The Roman Horror Picture Show, avec Guillaume Lebrun et Jean de Saint-Chéron
À partir de: 00:03:57

Lien de la page web de l'épisode: https://www.radiofrance.fr/franceculture/podcasts/mauvais-genres/the-roman-horror-picture-show-avec-guillaume-lebrun-et-jean-de-saint-cheron-7798479

Fichier de l'épisode: https://media.radiofrance-podcast.net/podcast09/10070-04.01.2025-ITEMA_23984649-2025C6124S0004-21.mp3#t=237

#heliogabale #heliogabalus #gayhistory #queerhistory

The Roman Horror Picture Show, avec Guillaume Lebrun et Jean de Saint-Chéron

Pour sa première émission de l'année 2025, Mauvais Genres tente le grand écart entre un empereur queer et une mystique en sang.

France Culture
PARENTS! Be sure to check your kid's candy!

#meme #halloween #SpookySeason #beware #CheckYourHalloweenCandy #Rome #Heliogabalus #TheRosesOfHeliogabalus

My fine Roman friends found Heliogabalus had surprisingly smothered their lascivious daughter's sumptuous feast of candy with sensual rose petals during the orgy!